AAD................................................................................24
65 En tot het volk van Aad zonden Wij hun broeder Hoed Hij zei O mijn volk aanbidt Allah u heeft geen andere god naast Hem Wilt u dan niet God vrezen Aaraaf 7
74 En herinnert u toen Hij u na het volk van Aad tot opvolgers maakte en u vestigde in het land u bouwdet paleizen in de vlakten en u hieuwt huizen uit de bergen Gedenkt daarom de gunsten van Allah en wandelt niet op aarde onheil stichtend Aaraaf 7
70 Heeft hen het verhaal niet bereikt van degenen die vòòr hen waren Het volk van Noach en Aad en Samoed en het volk van Abraham en de bewoners van Midian en van de steden die verwoest werden Hun boodschappers kwamen met duidelijke tekenen tot hen Allah was het niet die hun onrecht aandeed maar zij deden zichzelf onrecht aan Taubah 9
50 En tot de Aad zei hun broeder Hoed O mijn volk aanbid Allah U heeft geen God naast Hem U verzint slechts leugens Hoed 11
59 En dezen waren de Aad Zij verloochenden de tekenen van hun Heer en gehoorzaamden Zijn boodschappers niet en volgden het bevel van elke opstandige vijand op Hoed 11
60 En er werd een vloek op hen gelegd in deze wereld en op de dag der Opstanding Ziet de Aad verwierpen hun Heer Ziet vervloekt zij de Aad het volk van Hoed Hoed 11
60 En er werd een vloek op hen gelegd in deze wereld en op de dag der Opstanding Ziet de Aad verwierpen hun Heer Ziet vervloekt zij de Aad het volk van Hoed Hoed 11
9 Zijn de tijdingen niet tot u gekomen van degenen die vòòr u waren het volk van Noach en van Aad en Samoed en degenen die na hen kwamen Niemand behalve Allah kent ze Hun boodschappers kwamen met duidelijke tekenen tot hen maar zij deden hen zwijgen en zeiden Wij geloven niet in hetgeen waarmede u bent gezonden en wij zijn zeker in twijfel over hetgeen waartoe u ons roept Ibrahiem 14
42 Indien zij u Mohammed verloochenen vòòr hen heeft het volk van Noach en Aad en Samoed ook verloochend Hadj 22
38 En herinnert u Aad en Samoed en het volk van de Bron en vele andere geslachten tussen hen Forqaan 25
123 De Aad verloochenden de boodschappers Sjoaraa 26
38 En Wij vernietigden ook de Aad en de Samoed en dit kunt u aan hun woonplaatsen duidelijk zien Satan deed hun daden hun goed voorkomen en weerhield hen van het pad ofschoon zij het duidelijk konden zien Ankaboet 29
12 Vòòr hen loochende het volk van Noach en Aad en Pharao - de heer der scharen - Saad 38
31 Zoals hoe geval was bij het volk van Noach en Aad en Samoed en degenen die na hen waren Allah wil Zijn dienaren geen onrecht aandoen Momin 40
13 Maar indien zij zich afwenden zeg dan Ik waarschuw u voor een bliksemstraal zoals de bliksem die Aad en Samoed achterhaalde Fussilat 41
15 Maar de Aad handelden ten onrechte laatdunkend op aarde en zeiden Wie is machtiger dan wij Wisten zij niet dat Allah Die hen schiep machtiger was dan zij Maar zij plachten Onze tekenen te verwerpen Fussilat 41
21 En gedenk de broeder van Aad toen hij zijn volk in de zandheuvels waarschuwde - en er zijn waarschuwers vòòr en na hem geweest - Dient Allah alleen want ik vrees de straf van een grote Dag voor u Ahqaaf 46
13 Het volk van Aad en Pharao en de broeders van Lot eveneens Qaaf 50
41 En er was een teken in de Aad toen Wij een orkaan tegen hen zonden Zaarijaat 51
50 En dat Hij de oude stam van Aad vernietigde Nadjm 53
18 Aad verloochende eveneens Hoe ernstig was Mijn straf en Mijn waarschuwing Qamar 54
4 De Samoed alsook de Aad loochenden de ramp Haaqqah 69
6 En de Aad werden door een felle geweldige wind vernietigd Haaqqah 69
6 Weet u niet hoe uw Heer met de Aad handelde Fadjr 89
 
 AADIJAAT...........................................................................1
100 Zij Die Rennen Al Aadijaat Aadijaat 100
 
 AALMOEZEN..........................................................................17
196 En voleindigt de Hadj pilgrimstocht en Omrah ter wille van Allah maar als u verhinderd bent brengt dan het offer dat gemakkelijk verkrijgbaar is en scheert uw hoofd niet voordat het offer zijn bestemming heeft bereikt En wie onder u ziek is of een kwaal in het hoofd heeft moet een losprijs geven òf door te vasten òf door aalmoezen te geven òf door een offer te brengen En wanneer u veilig bent moet hij die gebruik maakt van Omrah tegelijk met de Hadj een offer brengen dat gemakkelijk verkrijgbaar is Maar degenen die geen offer kunnen vinden moeten drie dagen gedurende de bedevaart vasten en zeven dagen wanneer men terugkeert dit is tien dagen in het geheel Dit is voor hem wiens familie niet dicht bij de Heilige Moskee woont En vreest Allah en weet dat Allah streng is in het straffen Baqarah 2
264 O u die gelooft maakt uw aalmoezen niet waardeloos door verwijt of krenking zoals hij die zijn rijkdommen weggeeft om op te vallen bij de mensen en hij gelooft niet in Allah en de laatste dag Hij is als een gladde rots die met aarde is bedekt waarop een stortregen valt welke haar kaal achterlaat Zij hebben geen macht over wat zij verdienen En Allah leidt het ongelovige volk niet Baqarah 2
271 Als u openlijk aalmoezen geeft is het goed maar als u dit in stilte doet en aan de armen geeft is het beter voor u en Hij zal de fouten van u wegnemen En Allah weet wat u doet Baqarah 2
273 Aalmoezen zijn voor de armen die gebonden zijn door hun dienst aan Allah en in het land niet kunnen rondtrekken De onwetende beschouwt hen als rijken wegens hun hescheidenheid U zult hen aan hun tekenen herkennen daar zij niet op een opdringerige wijze bij de mensen vragen En welke rijkdommen u ook besteedt voorzeker Allah weet het goed Baqarah 2
58 Er zijn onder hen die u inzake aalmoezen belasteren Als hun ervan wordt gegeven zijn zij tevreden maar als hun er niet van wordt gegeven ziet worden zij boos Taubah 9
60 De aalmoezen zijn alleen voor de armen en de behoeftigen en voor degenen die daarbij werkzaam zijn en voor degenen wier hart verzoend is en voor de slaven en voor degenen die schuld hebben en voor de zaak van Allah en voor de reiziger dit is een gebod van Allah En Allah is Alwetend Alwijs Taubah 9
67 De huichelaars mannen en vrouwen zijn allen met elkander verbonden Zij sporen aan tot het kwade en verbieden het goede en houden hun handen gesloten om geen aalmoezen te geven Zij vergaten Allah daarom heeft Hij hen vergeten Voorzeker de huichelaars zijn ongehoorzaam Taubah 9
75 En er zijn onder hen die met Allah een verbond sloten Zij zeiden Als Hij ons van Zijn overvloed geeft zullen wij beslist aalmoezen geven en tot de deugdzamen behoren Taubah 9
79 Zij die de gelovigen belasteren welke vrijwillig aalmoezen geven en hen die niets vinden te geven dan naar hun vermogen bespotten Allah zal hun spotternij vergelden en er is voor hen een pijnlijke straf Taubah 9
103 Neem aalmoezen van hun rijkdommen aan opdat u hen daardoor moogt reinigen en louteren En bid voor hen uw gebed is voor hen inderdaad een bron van geruststelling En Allah is Alhorend Alwetend Taubah 9
104 Weten zij niet dat Allah berouw van Zijn dienaren aanneemt en aalmoezen aanvaardt en dat Allah Berouw-aanvaardend Genadevol is Taubah 9
31 Hij heeft mij gezegend waar ik mij ook moge bevinden en heeft mij het gebed en het geven van aalmoezen zolang ik leef opgelegd Marjam 19
55 Hij placht zijn volk gebeden en aalmoezen aan te bevelen en zijn Heer had welbehagen in hem Marjam 19
73 En Wij maakten hen tot leiders die de mensen leidden op Ons bevel en Wij zonden een Openbaring tot hen die aanspoorde goede werken te doen het gebed te onderhouden en aalmoezen te geven En zij aanbaden Ons alleen Anmbijaa 21
35 Voorwaar de Moslims en de Moslima's en de gelovige mannen en vrouwen de gehoorzame mannen en vrouwen de waarachtige mannen en vrouwen de standvastige mannen en vrouwen de mannen en de vrouwen die nederig zijn de mannen en de vrouwen die aalmoezen geven de mannen en de vrouwen die vasten de mannen en de vrouwen die hun kuisheid bewaren de mannen en de vrouwen die Allah vaak gedenken - voor zulken heeft Allah vergiffenis en een grote beloning bereid Ahzaab 33
18 De mannen en vrouwen die aalmoezen geven en degenen die met Allah een goede lening sluiten - deze zal voor hen vermenigvuldigd worden bovendien zullen zij een eervolle beloning ontvangen Hadied 57
10 En besteedt uit datgene waarvan Wij u voorzien hebben voordat de dood één uwer overvalt en deze zegt Mijn Heer Waarom heeft U mij niet voor een wijle uitstel verleend opdat ik aalmoezen zou kunnen geven en tot de rechtvaardigen behoren Monafiqun 63
 
 AANBAD.............................................................................1
43 Hij Salomo weerhield haar van het aanbidden van hetgeen zij in plaats van Allah aanbad want zij behoorde tot een ongelovig volk Naml 27
 
 AANBADEN...........................................................................15
70 Zij zeiden Bent u tot ons gekomen opdat wij Allah alleen moeten aanbidden en de goden die onze vaderen aanbaden zullen verlaten Breng ons dan hetgeen waarmede u ons bedreigt als u oprecht bent Aaraaf 7
152 Voorzeker degenen die het kalf aanbaden zal de toorn van hun Heer en de vernedering in het tegenwoordig leven treffen En zo bejegenen Wij degenen die een leugen verzinnen Aaraaf 7
62 Zij zeiden O Salih u was onze hoop Verbiedt u ons datgene te aanbidden wat onze vaderen aanbaden En wij zijn voorzeker in verontrustende twijfel over hetgeen waartoe u ons roept Hoed 11
87 Zij antwoordden O Shoaib beveelt uw gebed dat wij hetgeen onze vaderen aanbaden zouden verlaten of dat wij zouden ophouden met ons eigendom te doen wat wij willen U bent inderdaad verstandig recht geleid Hoed 11
109 Wees dus niet in twijfel omtrent hetgeen deze mensen aanbidden zij aanbidden slechts zoals hun vaderen voorheen aanbaden en Wij zullen hun voorzeker hetgeen hen toekomt ten volle en onverminderd geven Hoed 11
10 Hun boodschappers antwoordden Bestaat er twijfel over Allah Schepper der hemelen en der aarde Hij roept u opdat Hij uw zonden moge vergeven en u uitstel moge verlenen voor een vastgestelde periode Zij zeiden U bent slechts mensen als wij u wenst ons afkerig te maken van hetgeen onze vaderen aanbaden Brengt ons daarom een duidelijk bewijs Ibrahiem 14
86 En wanneer de afgodendienaren hun afgoden zullen zien zullen zij zeggen Onze Heer dezen zijn onze goden die wij buiten u aanbaden Maar zij afgoden zullen tegenwerpen U bent voorzeker leugenaars An Nah 16
49 Toen hij zich van hen en van hetgeen zij nevens Allah aanbaden had losgemaakt schonken Wij hem Izaak en Jacob en maakten elk hunner profeet Marjam 19
53 Antwoordden zij Wij vonden dat onze vaderen deze aanbaden Anmbijaa 21
73 En Wij maakten hen tot leiders die de mensen leidden op Ons bevel en Wij zonden een Openbaring tot hen die aanspoorde goede werken te doen het gebed te onderhouden en aalmoezen te geven En zij aanbaden Ons alleen Anmbijaa 21
24 Ik vond dat zij en haar volk de zon aanbaden in plaats van Allah en Satan heeft hun werken voor schoonschijnend gemaakt en heeft hun de weg versperd zodat zij geen rechte leiding volgen Naml 27
63 Zij tegen wie het Woord van kracht zal worden zullen zeggen Onze Heer dit zijn degenen die wij deden dwalen Wij deden hen dwalen zoals wij dwaalden Wij betuigen onze onschuld aan U Wij waren het niet die zij aanbaden Qasas 28
41 Zij zullen antwoorden Glorie zij U U bent onze Vriend niet zij Nee zij aanbaden de djinn in hen geloofden de meesten hunner Saba 34
43 En wanneer Onze duidelijke woorden aan hen zijn verkondigd zeggen zij Dit is slechts een man die u van hetgeen uw vaderen aanbaden wenst af te leiden En zij zeggen Dit is slechts een verzonnen leugen En de ongelovigen zeggen van de Waarheid als deze tot hen komt Dit is niets dan zuiver tovenarij Saba 34
22 Verzamelt de onrechtvaardigen hun metgezellen en hetgeen zij aanbaden Saaffaat 37
 
 AANBADT............................................................................1
92 En er zal tot hen worden gezegd Waar zijn zij die u aanbadt Sjoaraa 26
 
 AANBEDEN...........................................................................4
88 Dit is de leiding van Allah Hij leidt daarmede van Zijn dienaren wie Hij wil En indien zij iets naast Hem hadden aanbeden zou voorzeker al hetgeen zij plachten te doen verloren zijn gegaan Anaam 6
35 De afgodendienaren zeggen Als Allah het zo had gewild zouden wij niets buiten Hem hebben aanbeden wij noch onze vaderen noch zouden wij iets buiten Zijn wil hebben verboden Degenen die vòòr hen waren handelden evenzo Maar zijn de boodschappers voor iets anders verantwoordelijk dan voor de duidelijke verkondiging An Nah 16
20 Zij zeggen Indien de Barmhartige had gewild zouden wij hen niet hebben aanbeden Zij hebben daar in het geheel geen kennis van zij vermoeden slechts Zochrof 43
45 En vraagt aan Onze boodschappers die Wij vòòr u zonden Stelden wij naast de Barmhartige andere goden om te worden aanbeden Zochrof 43
 
 AANBID.............................................................................15
43 O Maria wees uw Heer gehoorzaam en werp u neder en aanbid met degenen die aanbidden Imraan 3
104 Zeg O u mensen als u over mijn godsdienst in twijfel verkeert weet dan dat ik niet aanbid degenen die u naast Allah aanbidt maar ik aanbid Allah Die u doet sterven en het is mij geboden tot de gelovigen te behoren Jonas 10
104 Zeg O u mensen als u over mijn godsdienst in twijfel verkeert weet dan dat ik niet aanbid degenen die u naast Allah aanbidt maar ik aanbid Allah Die u doet sterven en het is mij geboden tot de gelovigen te behoren Jonas 10
50 En tot de Aad zei hun broeder Hoed O mijn volk aanbid Allah U heeft geen God naast Hem U verzint slechts leugens Hoed 11
61 En tot de Samoed zei hun broeder Salih O mijn volk aanbid Allah u heeft geen God naast Hem Hij wekte u op vanuit de aarde en vestigde u er Vraagt vergiffenis aan Hem en bekeert u tot Hem Voorwaar mijn Heer is nabij Verhorende Hoed 11
84 En tot Midian zei hun broeder Shoaib O mijn volk aanbid Allah U heeft geen andere God dan Hem En geef geen korte maat of licht gewicht Ik zie u in voorspoed en ik vrees voor u de straf van een alles omvattende dag Hoed 11
123 En aan Allah behoren de geheimen van de hemelen en de aarde en naar Hem zal het geheel worden teruggebracht Aanbid Hem daarom en leg uw vertrouwen in Hem En uw Heer is niet onachtzaam over hetgeen u doet Hoed 11
99 En aanbid uw Heer totdat de dood u bereikt Hidjr 15
14 Voorwaar Ik ben Allah er is geen God behalve Ik aanbid Mij derhalve en verricht het gebed tot Mijn gedachtenis Taa Haa 20
16 En Wij zonden Abraham en hij zei tot zijn volk Aanbid Allah en vrees Hem Dat zal voor u het beste zijn indien u het begrijpt Ankaboet 29
2 Voorwaar Wij hebben u het Boek met waarheid geopenbaard aanbid daarom Allah oprecht zijnde jegens Hem in onderwerping Zomar 39
14 Zeg Allah is het Die ik aanbid oprecht zijnde in gehoorzaamheid tot Hem Zomar 39
26 En aanbid Hem gedurende een deel van de nacht en prijs Zijn eer gedurende een groot deel ervan Dahr 76
3 Noch u bidt aan wat ik aanbid Kafiroen 109
5 Nogmaals u wilt niet aanbidden wat ik aanbid Kafiroen 109

Volgende Terug naar het Begin