بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَنِ الرَّحِيمِ
|
100.001 WaalAAadiyati dabhan |
1. Bij de rossen die snel en snuivend ademen, |
|
100.002 Faalmooriyati qadhan |
2. Die vonken uit de hoeven slaan, |
|
100.003 Faalmugheerati subhan |
3. En bij de dageraad plotseling een aan val doen. |
|
100.004 Faatharna bihi naqAAan |
4. Daarbij stof opwerpen |
|
100.005 Fawasatna bihi jamAAan |
5. En zo door het midden der vijandelijke menigte zich een weg banen. |
|
100.006 Inna al-insana lirabbihi lakanoodun |
6. Voorwaar, de mens is ondankbaar jegens zijn Heer; |
|
100.007 Wa-innahu AAala thalika lashaheedun |
7. En waarlijk, hij is daar zelf getuige van. |
|
100.008 Wa-innahu lihubbi alkhayri lashadeedun |
8. En voorzeker, hij heeft een hevige begeerte naar rijkdommen. |
|
100.009 Afala yaAAlamu itha buAAthira ma fee alquboori |
9. Weet zo iemand dan niet, dat hetgeen in de graven is weder zal worden opgewekt? |
|
100.010 Wahussila ma fee alssudoori |
10. En dat het innerlijk zal worden bekend gemaakt? |
|
100.011 Inna rabbahum bihim yawma-ithin lakhabeerun |
11. Dat hun Heer hen op die Dag volkomen kent? |
www.kuran.nl