Al-Aadi'jaat

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

وَ الۡعٰدِیٰتِ ضَبۡحًا ۙ﴿۱﴾

100.001 WaalAAadiyati dabhan

1. Bij de rossen die snel en snuivend ademen, Bij de snuivend rennenden

فَالۡمُوۡرِیٰتِ قَدۡحًا ۙ﴿۲﴾

100.002 Faalmooriyati qadhan

2. Die vonken uit de hoeven slaan, en de vonken slaanden

فَالۡمُغِیۡرٰتِ صُبۡحًا ۙ﴿۳﴾

100.003 Faalmugheerati subhan

3. En bij de dageraad plotseling een aan val doen. en de 's morgens aanstormenden,

فَاَثَرۡنَ بِہٖ نَقۡعًا ۙ﴿۴﴾

100.004 Faatharna bihi naqAAan

4. Daarbij stof opwerpen die dan stof opwerpen

فَوَسَطۡنَ بِہٖ جَمۡعًا ۙ﴿۵﴾

100.005 Fawasatna bihi jamAAan

5. En zo door het midden van de vijandelijke menigte zich een weg banen. en dan midden in de slagorde doorbreken!

اِنَّ الۡاِنۡسَانَ لِرَبِّہٖ لَکَنُوۡدٌ ۚ﴿۶﴾

100.006 Inna al-insana lirabbihi lakanoodun

6. Voorwaar, de mens is ondankbaar jegens zijn Heer; De mens is zijn Heer niet erkentelijk.

وَ اِنَّہٗ عَلٰی ذٰلِکَ لَشَہِیۡدٌ ۚ﴿۷﴾

100.007 Wa-innahu AAala thalika lashaheedun

7. En waarlijk, hij is daar zelf getuige van. Hij is er zelf getuige van.

وَ اِنَّہٗ لِحُبِّ الۡخَیۡرِ لَشَدِیۡدٌ ؕ﴿۸﴾

100.008 Wa-innahu lihubbi alkhayri lashadeedun

8. En voorzeker, hij heeft een hevige begeerte naar rijkdommen. Het bezit heeft hij hevig lief. *

اَفَلَا یَعۡلَمُ اِذَا بُعۡثِرَ مَا فِی الۡقُبُوۡرِ ۙ﴿۹﴾

100.009 Afala yaAAlamu itha buAAthira ma fee alquboori

9. Weet zo iemand dan niet, dat hetgeen in de graven is weder zal worden opgewekt? Weet hij het dan niet? Wanneer wat in de graven is wordt omgewoeld

وَ حُصِّلَ مَا فِی الصُّدُوۡرِ ﴿ۙ۱۰﴾

100.010 Wahussila ma fee alssudoori

10. En dat het innerlijk zal worden bekend gemaakt? en wat in het binnenste is tevoorschijn wordt gebracht,

اِنَّ رَبَّہُمۡ بِہِمۡ یَوۡمَئِذٍ لَّخَبِیۡرٌ ﴿۱۱﴾

100.011 Inna rabbahum bihim yawma-ithin lakhabeerun

11. Dat hun Heer hen op die Dag volkomen kent? dan is hun Heer op die dag over hen welingelicht.


www.kuran.nl