Al-Fiel

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

اَلَمۡ تَرَ کَیۡفَ فَعَلَ رَبُّکَ بِاَصۡحٰبِ الۡفِیۡلِ ؕ﴿۱﴾

105.001 Alam tara kayfa faAAala rabbuka bi-as-habi alfeeli

1. Heeft u niet vernomen, hoe uw Heer de bezitters van de olifanten behandelde? Heb jij niet gezien hoe jouw Heer met de mensen van de olifant heeft gehandeld?

اَلَمۡ یَجۡعَلۡ کَیۡدَہُمۡ فِیۡ تَضۡلِیۡلٍ ۙ﴿۲﴾

105.002 Alam yajAAal kaydahum fee tadleelin

2. Heeft Hij hun plannen niet teniet gedaan? Heeft Hij hun list niet op een dwaalspoor gebracht?

وَّ اَرۡسَلَ عَلَیۡہِمۡ طَیۡرًا اَبَابِیۡلَ ۙ﴿۳﴾

105.003 Waarsala AAalayhim tayran ababeela

3. Zond Hij geen zwermen vogels op hen neer? En Hij heeft tegen hen zwermen vogels gezonden

تَرۡمِیۡہِمۡ بِحِجَارَۃٍ مِّنۡ سِجِّیۡلٍ ۪ۙ﴿۴﴾

105.004 Tarmeehim bihijaratin min sijjeelin

4. En wierpen deze geen klompen klei? die bakstenen op hen wierpen.

فَجَعَلَہُمۡ کَعَصۡفٍ مَّاۡکُوۡلٍ ﴿۵﴾

105.005 FajaAAalahum kaAAasfin ma/koolin

5. Dat hen maakte als fijn gekauwd (door het vee) stro? En hij maakte hen als afgevreten halmen.


www.kuran.nl