بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَنِ الرَّحِيمِ
|
015.001 Alif-lam-ra tilka ayatu alkitabi waqur-anin mubeenin |
15:1 Alif Lam Ra. Dit zijn Verzen van het Boek, en een duidelijke Kuran. |
|
015.002 Rubama yawaddu allatheena kafaroo law kanoo muslimeena |
15:2 Misschien zullen degenen die ongelovig zijn wensen dat zij Moslims waren. |
|
015.003 Tharhum ya/kuloo wayatamattaAAoo wayulhihimu al-amalu fasawfa yaAAlamoona |
15:3 Laat hen eten en zich vermaken en worden afgeleid door de (valse) hoop, later ze zullen (het) weten. |
|
015.004 Wama ahlakna min qaryatin illa walaha kitabun maAAloomun |
15:4 En Wij hebben nooit een stad vernietigd, behalve op een vastgesteld tijdstip. |
|
015.005 Ma tasbiqu min ommatin ajalaha wama yasta/khiroona |
15:5 Er is geen gemeenschap die haar tijdstip kan verhaasten of vertragen. |
|
015.006 Waqaloo ya ayyuha allathee nuzzila AAalayhi alththikru innaka lamajnoonun |
15:6 Zij zeiden: "O jij, aan wie de vermaning (Kuran) is neergezonden: voorwaar, jij bent zeker bezeten. |
|
015.007 Law ma ta/teena bialmala-ikati in kunta mina alssadiqeena |
15:7 Waarom heb jij de Engelen niet naar ons gebracht, als jij tot de waarachtigen behoort?" |
|
015.008 Ma nunazzilu almala-ikata illa bialhaqqi wama kanoo ithan munthareena |
15:8 Wij sturen de Engelen niet, behalve met de Waarheid. En zij zouden dan geen uitstel (van hun bestraffing) hebben gekregen. |
|
015.009 Inna nahnu nazzalna alththikra wa-inna lahu lahafithoona |
15:9 Voorwaar, Wij zijn het Die de Vermaning (de Kuran) hebben neergezonden. En voorwaar, Wij zijn daarover zeker de Wakers. |
|
015.010 Walaqad arsalna min qablika fee shiyaAAi al-awwaleena |
15:10 En voorzeker, Wij hebben (Boodschappers) voor jou gezonden naar de vroegere volkeren. |
|
015.011 Wama ya/teehim min rasoolin illa kanoo bihi yastahzi-oona |
15:11 En er kwam nooit een Boodschapper tot hen of zij dreven de spot met hen. |
|
015.012 Kathalika naslukuhu fee quloobi almujrimeena |
15:12 Op deze wijze doen wij het (ongeloof) in de harten van de misdadigers binnengaan. |
|
015.013 La yu/minoona bihi waqad khalat sunnatu al-awwaleena |
15:13 Zij geloven er niet in, hoewel de gebruikelijke handelwijze (de bestraffing van Allah) van de vroegeren waarlijk heeft plaatsgevonden. |
|
015.014 Walaw fatahna AAalayhim baban mina alssama-i fathalloo feehi yaAArujoona |
15:14 En als Wij voor hen een poort van de hemel zouden openen, wardoor zij dan zouden kunnen blijven opstijgen. |
|
015.015 Laqaloo innama sukkirat absaruna bal nahnu qawmun mashooroona |
15:15 (Dan) zouden zij zeker zeggen: "Voorwaar, ons gezichtsvermogen is beneveld; wij zijn zelfs een betoverd volk." |
|
015.016 Walaqad jaAAalna fee alssama-i buroojan wazayyannaha lilnnathireena |
15:16 En voorzeker, Wij hebben in de hemel sterrenstelsels aangebracht en Wij hebben haar versierd voor de aanschouwers. |
|
015.017 Wahafithnaha min kulli shaytanin rajeemin |
15:17 En Wij hebben haar bewaakt tegen elke vervloekte Satan. |
|
015.018 Illa mani istaraqa alssamAAa faatbaAAahu shihabun mubeenun |
15:18 Behalve degene die (de Satan) heeft afgeluisterd, dan achtervolgd wordt door een heldere vlam. |
|
015.019 Waal-arda madadnaha waalqayna feeha rawasiya waanbatna feeha min kulli shay-in mawzoonin |
15:19 En Wij hebben de aarde uitgestrekt en Wij hebben daarop bergen geplaatst en Wij hebben daarop van alles doen groeien volgens een evenwichte maat. |
|
015.020 WajaAAalna lakum feeha maAAayisha waman lastum lahu biraziqeena |
15:20 En Wij hebben voor jullie daar levensonderhoud gemaakt, (ook voor) degene voor wie jullie niet de voorzieners zijn. |
|
015.021 Wa-in min shay-in illa AAindana khaza-inuhu wama nunazziluhu illa biqadarin maAAloomin |
15:21 Er is geen ding waarvan de schatten niet bij Ons zijn, en Wij zenden deze slechts volgens een vastgestelde maatgeving neer. |
|
015.022 Waarsalna alrriyaha lawaqiha faanzalna mina alssama-i maan faasqaynakumoohu wama antum lahu bikhazineena |
15:22 En Wij hebben de winden gezonden als bestuivers en Wij hebben regen neergezonden uit de hemel, waarmee wij jullie te drinken geven. En jullie zijn daar niet de bewaarders van. |
|
015.023 Wa-inna lanahnu nuhyee wanumeetu wanahnu alwarithoona |
15:23 Voorwaar, Wij zijn het Die doen leven en doen sterven. En Wij zijn de erfgenamen. |
|
015.024 Walaqad AAalimna almustaqdimeena minkum walaqad AAalimna almusta/khireena |
15:24 En voorzeker, Wij kennen de mensen die jullie zijn voorgegaan (in de dood). En voorzeker, Wij kennen de achterblijvers. |
|
015.025 Wa-inna rabbaka huwa yahshuruhum innahu hakeemun AAaleemun |
15:25 En voorwaar, jouw Heer is het Die hen verzamelt. Voorwaar, Hij is Alwijs, Alwetend. |
|
015.026 Walaqad khalaqna al-insana min salsalin min hama-in masnoonin |
15:26 En voorzeker, Wij hebben de mens (Adam) geschapen uit klei, van zwart slijk gevormd. |
|
015.027 Waaljanna khalaqnahu min qablu min nari alssamoomi |
15:27 En Wij hebben daarvoor de Djinn's geschapen uit een gloeiend vuur. |
|
015.028 Wa-ith qala rabbuka lilmala-ikati innee khaliqun basharan min salsalin min hama-in masnoonin |
15:28 (Gedenkt) toen jouw Heer tot de Engelen zei: "Voorwaar, Ik zal een mens scheppen van klei, uit zwart slijk gevormd." |
|
015.029 Fa-itha sawwaytuhu wanafakhtu feehi min roohee faqaAAoo lahu sajideena |
15:29 Toen Ik hem vervolmaakt had en Mijn (geschapen) Geest erin geblazen had, toen knielden zij (de Engelen) voor hem. |
|
015.030 Fasajada almala-ikatu kulluhum ajmaAAoona |
15:30 Toen knielden de Engelen allen gezamenlijk. |
|
015.031 Illa ibleesa aba an yakoona maAAa alssajideena |
15:31 Behalve Iblis, bij weigerde te behoren tot de knielenden. |
|
015.032 Qala ya ibleesu ma laka alla takoona maAAa alssajideena |
15:32 Hij (Allah) zei: "O Iblis, wat is er met jou dat jij niet bij de knielenden behoort?" |
|
015.033 Qala lam akun li-asjuda libasharin khalaqtahu min salsalin min hama-in masnoonin |
15:33 Hij (Iblis) zei: "Ik zal niet knielen voor een mens die U heeft geschapen uit klei, uit zwarte slijk gevormd." |
|
015.034 Qala faokhruj minha fa-innaka rajeemun |
15:34 Hij (Allah) zei: "Ga eruit (het Paradijs), voorwaar, jij bent een vervloekte! |
|
015.035 Wa-inna AAalayka allaAAnata ila yawmi alddeeni |
15:35 En voorwaar, de vervloeking rust op jou tot aan de Dag des Oordeels." |
|
015.036 Qala rabbi faanthirnee ila yawmi yubAAathoona |
15:36 Hij (Iblis) zei: "Mijn Heer, schenk mij dan uitstel tot de Dag waarop zij zullen worden opgewekt." |
|
015.037 Qala fa-innaka mina almunthareena |
15:37 Hij (Allah) zei: "Voorwaar, jij behoort tot degenen die uitstel kregen. |
|
015.038 Ila yawmi alwaqti almaAAloomi |
15:38 Tot de Dag van het vastgestelde tijdstip." |
|
015.039 Qala rabbi bima aghwaytanee laozayyinanna lahum fee al-ardi walaoghwiyannahum ajmaAAeena |
15:39 Hij (Iblis) zei. "Mijn Heer, omdat U mij heeft doen dwalen, zal ik voor ben (hun slechte daden) zeker schoonschijnend maken op de aarde, en ik zal hen zeker allen doen dwalen. |
|
015.040 Illa AAibadaka minhumu almukhlaseena |
15:40 Behalve Uw dienaren, onder hen die oprecht zijn." |
|
015.041 Qala hatha siratun AAalayya mustaqeemun |
15:41 Hij (Allah) zei: "Dit is een recht Pad, op Mij rust (het waken erover). |
|
015.042 Inna AAibadee laysa laka AAalayhim sultanun illa mani ittabaAAaka mina alghaweena |
15:42 Voorwaar, jij hebt geen macht over Mijn dienaren, behalve (over) degene die jou volgt van de dwalenden." |
|
015.043 Wa-inna jahannama lamawAAiduhum ajmaAAeena |
15:43 En voorwaar, de Hel is aan hen allen zeker toegezegd. |
|
015.044 Laha sabAAatu abwabin likulli babin minhum juz-on maqsoomun |
15:44 Zij heeft zeven poorten. Aan iedere poort is een deel van hen toegewezen. |
|
015.045 Inna almuttaqeena fee jannatin waAAuyoonin |
15:45 Voorwaar, de Moettaqoen zullen in de Tuinen (het Paradijs) en bij bronnen vertoeven. |
|
015.046 Odkhulooha bisalamin amineena |
15:46 (Tegen hen wordt gezegd:) "Treedt deze binnen in vrede en veiligheid." |
|
015.047 WanazaAAna ma fee sudoorihim min ghillin ikhwanan AAala sururin mutaqabileena |
15:47 En Wij nemen weg wat er in hun harten aan wrok is, (zij zijn daarin) als broeders, op rustbanken zitten zij tegenover elkaar. |
|
015.048 La yamassuhum feeha nasabun wama hum minha bimukhrajeena |
15:48 Daarin raakt hen geen vermoeidheid en zij worden daaruit niet verdreven. |
|
015.049 Nabbi/ AAibadee annee ana alghafooru alrraheemu |
15:49 Bericht mijn dienaren (O Mohammed:) "Voorwaar, ik ben de Vergevensgezinde, de meest Barmhartige. |
|
015.050 Waanna AAathabee huwa alAAathabu al-aleemu |
15:50 En dat Mijn bestraffing een pijnlijke bestraffing is." |
|
015.051 Wanabbi/hum AAan dayfi ibraheema |
15:51 En bericht hun over de gasten van Abraham. |
|
015.052 Ith dakhaloo AAalayhi faqaloo salaman qala inna minkum wajiloona |
15:52 Toen zij bij hem binnenkwamen, zeiden zij: "Salam." (Vrede) Abraham zei: "Voorwaar, wij zijn bang voor jullie." |
|
015.053 Qaloo la tawjal inna nubashshiruka bighulamin AAaleemin |
15:53 Zij zeiden: "Wees niet bang. Voorwaar, wij geven jou een verheugende tijding over (de geboorte van) een jongen, die kennis bezit." |
|
015.054 Qala abashshartumoonee AAala an massaniya alkibaru fabima tubashshirooni |
15:54 Hij (Abraham) zei: "Geven jullie mij een verheugende tijding, terwijl de ouderdom mij heeft bereikt? Waarover geven jullie mij dan een verheugende tijding?" |
|
015.055 Qaloo bashsharnaka bialhaqqi fala takun mina alqaniteena |
15:55 Zij zeiden: "Wij hebben jou in waarheid een verheugende tijding gegeven, behoor daarom niet tot de wanhopigen." |
|
015.056 Qala waman yaqnatu min rahmati rabbihi illa alddalloona |
15:56 Hij (Abraham) zei: "Niemand wanhoopt aan de Barmhartigheid van zijn Heer dan de dwalenden." |
|
015.057 Qala fama khatbukum ayyuha almursaloona |
15:57 Hij (Abraham) zei: "Wat is jullie zaak, O, gezanten?" |
|
015.058 Qaloo inna orsilna ila qawmin mujrimeena |
15:58 Zij (de Engelen) zeiden: Voorwaar wij zijn gezonden tot een misdadig volk. |
|
015.059 Illa ala lootin inna lamunajjoohum ajmaAAeena |
15:59 Uitgezonderd de volgelingen van Loeth. Voorwaar, wij zullen hen (in opdracht van Allah) zeker allen redden. |
|
015.060 Illa imraatahu qaddarna innaha lamina alghabireena |
15:60 Behalve zijn vrouw, wij hebben besloten dat zij tot de achterblijvers zal behoren." |
|
015.061 Falamma jaa ala lootin almursaloona |
15:61 En toen de gezanten tot de volgelingen van Loeth kwamen. |
|
015.062 Qala innakum qawmun munkaroona |
15:62 Hij (Loeth) zei: "Jullie zijn een onbekend volk." |
|
015.063 Qaloo bal ji/naka bima kanoo feehi yamtaroona |
15:63 De gezanten (de Engelen) zeiden: "Eigenlijk zijn wij tot jou gekomen, met dat waarover zij plachten te twijfelen (de bestraffing). |
|
015.064 Waataynaka bialhaqqi wa-inna lasadiqoona |
15:64 En wij zijn tot jou gekomen met de Waarheid. En voorwaar, wij zijn zeker waarachtigen. |
|
015.065 Faasri bi-ahlika biqitAAin mina allayli waittabiAA adbarahum wala yaltafit minkum ahadun waimdoo haythu tu/maroona |
15:65 Dus vertrek daarom met jouw familie in het laatste gedeelte van de nacht. En volg achter hen (jouw familie) en laat niemand van jullie omkijken en vervolg (de reis) zoals jullie bevolen is." |
|
015.066 Waqadayna ilayhi thalika al-amra anna dabira haola-i maqtooAAun musbiheena |
15:66 En Wij openbaarden aan hem (Loeth) die zaak: dat zij in de ochtend zullen worden uitgeroeid. |
|
015.067 Wajaa ahlu almadeenati yastabshiroona |
15:67 En de bewoners van de stad (Sodom) verheugden zich. |
|
015.068 Qala inna haola-i dayfee fala tafdahooni |
15:68 Hij (Loeth) zei: "Voorwaar, dit zijn mijn gasten; maakt mij dus niet te schande. |
|
015.069 Waittaqoo Allaha wala tukhzooni |
15:69 En vreest Allah en vernedert mij niet." |
|
015.070 Qaloo awa lam nanhaka AAani alAAalameena |
15:70 Zij zeiden: "Hebben wij jou niet verboden (over ons te praten) tegen de mensen?" |
|
015.071 Qala haola-i banatee in kuntum faAAileena |
15:71 Hij (Loeth) zei: "Dit zijn mijn dochters (vrouwen uit mijn volk), als jullie (iets op toegestane wijze willen) doen." |
|
015.072 LaAAamruka innahum lafee sakratihim yaAAmahoona |
15:72 Bij jouw leven (O Mohammed): voorwaar, zij verkeren onrustig in hun dwaling. |
|
015.073 Faakhathat-humu alssayhatu mushriqeena |
15:73 Toen trof de donderslag hen bij zonsopgang. |
|
015.074 FajaAAalna AAaliyaha safilaha waamtarna AAalayhim hijaratan min sijjeelin |
15:74 Toen keerden Wij haar (de stad) ondersteboven en deden Wij op hen stenen van harde klei neerkomen. |
|
015.075 Inna fee thalika laayatin lilmutawassimeena |
15:75 Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor degenen die er lering uit trekken. |
|
015.076 Wa-innaha labisabeelin muqeemin |
15:76 En voorwaar, zij (de stad) ligt aan een (nog) bestaande weg. |
|
015.077 Inna fee thalika laayatan lilmu/mineena |
15:77 En voorwaar, daarin is zeker een Teken voor de gelovigen. |
|
015.078 Wa-in kana as-habu al-aykati lathalimeena |
15:78 en voorwaar, de bewoners van Aikah waren zeker onrechtplegers. |
|
015.079 Faintaqamna minhum wa-innahuma labi-imamin mubeenin |
15:79 Toen hebben Wij hen vernietigd. En voorwaar, de beide steden liggen aan een duidelijke weg. |
|
015.080 Walaqad kaththaba as-habu alhijri almursaleena |
15:80 En voorzeker, de bewoners van Hidjr loochenden de Boodschappers. |
|
015.081 Waataynahum ayatina fakanoo AAanha muAArideena |
15:81 En Wij hebben ben Onze Tekenen gegeven, maar zij plachten zich daarvan af te wenden. |
|
015.082 Wakanoo yanhitoona mina aljibali buyootan amineena |
15:82 En zij hieuwen de rotsen uit tot veilige woningen. |
|
015.083 Faakhathat-humu alssayhatu musbiheena |
15:83 Toen trof de donderslag hen in de ochtend. |
|
015.084 Fama aghna AAanhum ma kanoo yaksiboona |
15:84 Toen baatte wat zij plachten te verrichten hen niet. |
|
015.085 Wama khalaqna alssamawati waal-arda wama baynahuma illa bialhaqqi wa-inna alssaAAata laatiyatun faisfahi alssafha aljameela |
15:85 En Wij hebben de hemelen en de aarde en wat er tussen is niet geschapen behalve met de Waarheid. En voorwaar, het Uur zal zeker komen, geeft daarom een passende kwijtschelding. |
|
015.086 Inna rabbaka huwa alkhallaqu alAAaleemu |
15:86 Voorwaar, jouw fleer is de Schepper, de Alwetende. |
|
015.087 Walaqad ataynaka sabAAan mina almathanee waalqur-ana alAAatheema |
15:87 En voorzeker, Wij hebben jou de zeven vaak herhaalde (Verzen) gegeven en de geweldige Kuran. |
|
015.088 La tamuddanna AAaynayka ila ma mattaAAna bihi azwajan minhum wala tahzan AAalayhim waikhfid janahaka lilmu/mineena |
15:88 Kijk niet verlangend uit naar de genietingen die Wij aan een groep van hen (de ongelovigen) hebben gegeven. En treur niet over hen, |
|
015.089 Waqul innee ana alnnatheeru almubeenu |
15:89 En zeg (O Mohammed): "Voorwaar, ik ben de duidelijke waarschuwer." |
|
015.090 Kama anzalna AAala almuqtasimeena |
15:90 Zoals Wij (de bestraffing) hebben neergezonden naar de verdelers. |
|
015.091 Allatheena jaAAaloo alqur-ana AAideena |
15:91 Degenen die de Kuran hebben opgedeeld. |
|
015.092 Fawarabbika lanas-alannahum ajmaAAeena |
15:92 Bij jouw Heer, Wij zullen hen zeker allen ondervragen. |
|
015.093 AAamma kanoo yaAAmaloona |
15:93 Over wat zij plachten te doen. |
|
015.094 FaisdaAA bima tu/maru waaAArid AAani almushrikeena |
15:94 Verkondig daarom wat bevolen is, en wend je af van de veelgodenaanbidders. |
|
015.095 Inna kafaynaka almustahzi-eena |
15:95 Voorwaar, Wij hebben jou beschermd (tegen het kwaad) van de spotters. |
|
015.096 Allatheena yajAAaloona maAAa Allahi ilahan akhara fasawfa yaAAlamoona |
15:96 Degenen die naast Allah een andere god plaatsen, later zullen zij (het) te weten komen. |
|
015.097 Walaqad naAAlamu annaka yadeequ sadruka bima yaqooloona |
15:97 En voorzeker, Wij weten dat jouw borst benauwd is wegens wat zij zeggen. |
|
015.098 Fasabbih bihamdi rabbika wakun mina alssajideena |
15:98 Heilig daarom jouw Heer met een lofprijzing en behoor tot hen die zich neerknielen. |
|
015.099 WaoAAbud rabbaka hatta ya/tiyaka alyaqeenu |
15:99 En aanbid jouw Heer totdat het zekere (de dood) tot jou komt. |
www.kuran.nl