An-Nahl

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

اَتٰۤی اَمۡرُ اللّٰہِ فَلَا تَسۡتَعۡجِلُوۡہُ ؕ سُبۡحٰنَہٗ وَ تَعٰلٰی عَمَّا یُشۡرِکُوۡنَ ﴿۱﴾

016.001 Ata amru Allahi fala tastaAAjiloohu subhanahu wataAAala AAamma yushrikoona

16:1 De beslissing van Allah komt (zeker) wens haar dus niet te verhaasten. Heilig is Allah en Verheven boven wat zij (Hem) aan deelgenoten toekennen. Allah's beschikking is gekomen, probeert dat dus niet te verhaasten. Hij zij geprezen, verheven als Hij is boven wat zij aan Hem als metgezellen toevoegen.

یُنَزِّلُ الۡمَلٰٓئِکَۃَ بِالرُّوۡحِ مِنۡ اَمۡرِہٖ عَلٰی مَنۡ یَّشَآءُ مِنۡ عِبَادِہٖۤ اَنۡ اَنۡذِرُوۡۤا اَنَّہٗ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّاۤ اَنَا فَاتَّقُوۡنِ ﴿۲﴾

016.002 Yunazzilu almala-ikata bialrroohi min amrihi AAala man yashao min AAibadihi an anthiroo annahu la ilaha illa ana faittaqooni

16:2 Hij heeft de Engelen doen neerdalen met de Openbaring van Zijn bevel, naar wie Hij wil van Zijn dienaren, om te waarschuwen: "Er is geen God dan Ik, dus vreest Mij." Hij zendt door Zijn beschikking de engelen met de geest neer tot wie van Zijn dienaren Hij wil: "Waarschuwt dat er geen god is dan Ik, vreest Mij dus."

خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ بِالۡحَقِّ ؕ تَعٰلٰی عَمَّا یُشۡرِکُوۡنَ ﴿۳﴾

016.003 Khalaqa alssamawati waal-arda bialhaqqi taAAala AAamma yushrikoona

16:3 Hij heeft de hemelen en aarde in Waarheid geschapen. Verheven is Hij boven wat zij (Hem) aan deelgenoten toekennen. Hij heeft de hemelen en de aarde in waarheid geschapen. Hij is verheven boven wat zij aan Hem als metgezellen toevoegen.

خَلَقَ الۡاِنۡسَانَ مِنۡ نُّطۡفَۃٍ فَاِذَا ہُوَ خَصِیۡمٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۴﴾

016.004 Khalaqa al-insana min nutfatin fa-itha huwa khaseemun mubeenun

16:4 Hij schiep de mens uit een druppel sperma, en dan wordt hij een duidelijke betwister (van Allah). Hij heeft de mens uit een druppel geschapen en toch is hij dan een duidelijke tegenstander.

وَ الۡاَنۡعَامَ خَلَقَہَا ۚ لَکُمۡ فِیۡہَا دِفۡءٌ وَّ مَنَافِعُ وَ مِنۡہَا تَاۡکُلُوۡنَ ﴿۪۵﴾

016.005 Waal-anAAama khalaqaha lakum feeha dif-on wamanafiAAu waminha ta-kuloona

16:5 En Hij schiep het vee voor jullie: warmte en nut zijn erin, en jullie eten ervan. Ook het vee heeft Hij geschapen. Jullie hebben daarmee warmte en allerlei nuttigs en jullie eten ervan.

وَ لَکُمۡ فِیۡہَا جَمَالٌ حِیۡنَ تُرِیۡحُوۡنَ وَ حِیۡنَ تَسۡرَحُوۡنَ ﴿۪۶﴾

016.006 Walakum feeha jamalun heena tureehoona waheena tasrahoona

16:6 En voor jullie is er schoonheid in, wanneer jullie het vee 's avonds naar de stal voeren en wanneer jullie het vee 's morgens gaan weiden. Daarmee is er voor jullie ook schoonheid wanneer jullie ze 's avonds huiswaarts voeren en wanneer jullie ze 's morgens naar de weiden brengen.

وَ تَحۡمِلُ اَثۡقَالَکُمۡ اِلٰی بَلَدٍ لَّمۡ تَکُوۡنُوۡا بٰلِغِیۡہِ اِلَّا بِشِقِّ الۡاَنۡفُسِ ؕ اِنَّ رَبَّکُمۡ لَرَءُوۡفٌ رَّحِیۡمٌ ۙ﴿۷﴾

016.007 Watahmilu athqalakum ila baladin lam takoonoo baligheehi illa bishiqqi al-anfusi inna rabbakum laraoofun raheemun

16:7 En Zij dragen lasten voor jullie naar landen die jullie niet zonder moeilijkheden voor julliezelf konden bereiken. Voorwaar, jullie Heer is zeker Meest Genadig, Meest Barmhartig. En het draagt jullie lasten naar een land dat jullie slechts met grote inspanning hadden kunnen bereiken. Jullie Heer is werkelijk vol mededogen en barmhartig.

وَّ الۡخَیۡلَ وَ الۡبِغَالَ وَ الۡحَمِیۡرَ لِتَرۡکَبُوۡہَا وَ زِیۡنَۃً ؕ وَ یَخۡلُقُ مَا لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۸﴾

016.008 Waalkhayla waalbighala waalhameera litarkabooha wazeenatan wayakhluqu ma la taAAlamoona

16:8 En het paard, de muilezel en de ezel, zodat jullie erop kunnen rijden en (zij zijn) als een sieraad. En Hij schept wat jullie niet weten. En paarden, muildieren en ezels opdat jullie ze kunnen berijden en voor het mooi. En Hij schept wat jullie niet weten.

وَ عَلَی اللّٰہِ قَصۡدُ السَّبِیۡلِ وَ مِنۡہَا جَآئِرٌ ؕ وَ لَوۡ شَآءَ لَہَدٰىکُمۡ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿٪۹﴾

016.009 WaAAala Allahi qasdu alssabeeli waminha ja-irun walaw shaa lahadakum ajmaAAeena

16:9 En het is aan Allah om de rechte Weg te tonen en er zijn er die (ervan) afwijken. En als Hij het had gewild, had Hij zeker jullie allen geleid Het is Allah's taak de goede weg aan te geven; sommige gaan namelijk de verkeerde kant op. En als Hij gewild had, dan had Hij jullie allen tezamen op het goede pad gebracht.

ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡزَلَ مِنَ السَّمَآءِ مَآءً لَّکُمۡ مِّنۡہُ شَرَابٌ وَّ مِنۡہُ شَجَرٌ فِیۡہِ تُسِیۡمُوۡنَ ﴿۱۰﴾

016.010 Huwa allathee anzala mina alssama-i maan lakum minhu sharabun waminhu shajarun feehi tuseemoona

16:10 Hij is Degene Die water uit de hemel doet neerdalen, waarvan een deel voor jullie om te drinken is, en een deel voor de gewassen waarop jullie (vee) weiden. Hij is het die uit de hemel water laat neerdalen. Daardoor hebben jullie te drinken en daardoor is er geboomte waarin jullie kunnen laten weiden.

یُنۡۢبِتُ لَکُمۡ بِہِ الزَّرۡعَ وَ الزَّیۡتُوۡنَ وَ النَّخِیۡلَ وَ الۡاَعۡنَابَ وَ مِنۡ کُلِّ الثَّمَرٰتِ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیَۃً لِّقَوۡمٍ یَّتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۱۱﴾

016.011 Yunbitu lakum bihi alzzarAAa waalzzaytoona waalnnakheela waal-aAAnaba wamin kulli alththamarati inna fee thalika laayatan liqawmin yatafakkaroona

16:11 Hij brengt er voor jullie het graan en de olijfbomen en de palmbomen en de druivenstruiken mee voort en alle vruchten. Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor een volk dat nadenkt Hij laat voor jullie daarmee landbouwgewassen groeien en olijfbomen, palmen, wijnstokken en allerlei vruchten. Daarin is zeker een teken voor mensen die nadenken.

وَ سَخَّرَ لَکُمُ الَّیۡلَ وَ النَّہَارَ ۙ وَ الشَّمۡسَ وَ الۡقَمَرَ ؕ وَ النُّجُوۡمُ مُسَخَّرٰتٌۢ بِاَمۡرِہٖ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّعۡقِلُوۡنَ ﴿ۙ۱۲﴾

016.012 Wasakhkhara lakumu allayla waalnnahara waalshshamsa waalqamara waalnnujoomu musakhkharatun bi-amrihi inna fee thalika laayatin liqawmin yaAAqiloona

16:12 En Hij maakte voor jullie de nacht en de dag en de zon en de maan dienstbaar. En de sterren zijn dienstbaar, met Zijn verlof Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor een volk dat begrijpt En Hij heeft voor jullie de dag en de nacht, de zon en de maan dienstbaar gemaakt en de sterren zijn onderworpen aan Zijn zeggenschap. Daarin zijn zeker tekenen voor mensen die verstandig zijn.

وَ مَا ذَرَاَ لَکُمۡ فِی الۡاَرۡضِ مُخۡتَلِفًا اَلۡوَانُہٗ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیَۃً لِّقَوۡمٍ یَّذَّکَّرُوۡنَ ﴿۱۳﴾

016.013 Wama tharaa lakum fee al-ardi mukhtalifan alwanuhu inna fee thalika laayatan liqawmin yaththakkaroona

16:13 En (ook in) wat Hij voor jullie maakte op aarde, verschillend van soort Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor een volk dat zich laat vermanen. En ook in wat Hij op de aarde voor jullie in verschillende soorten geschapen heeft. Daarin is zeker een teken voor mensen die zich laten vermanen.

وَ ہُوَ الَّذِیۡ سَخَّرَ الۡبَحۡرَ لِتَاۡکُلُوۡا مِنۡہُ لَحۡمًا طَرِیًّا وَّ تَسۡتَخۡرِجُوۡا مِنۡہُ حِلۡیَۃً تَلۡبَسُوۡنَہَا ۚ وَ تَرَی الۡفُلۡکَ مَوَاخِرَ فِیۡہِ وَ لِتَبۡتَغُوۡا مِنۡ فَضۡلِہٖ وَ لَعَلَّکُمۡ تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۱۴﴾

016.014 Wahuwa allathee sakhkhara albahra lita/kuloo minhu lahman tariyyan watastakhrijoo minhu hilyatan talbasoonaha watara alfulka mawakhira feehi walitabtaghoo min fadlihi walaAAallakum tashkuroona

16:14 En Hij is Degene Die de zee dienstbaar heeft gemaakt, opdat jullie uit haar vers vlees kunnen eten, en jullie halen sieraden uit haar die jullie dragen, en jullie zien de schepen op haar varen. En opdat jullie Zijn gunst zoeken en hopelijk zullen jullie dankbaar zijn. En Hij is het die voor jullie de zee dienstbaar heeft gemaakt om er vers vlees uit te eten en er sieraden uit te halen om je mee te tooien. En jullie zien de schepen haar doorklieven en [dat is] opdat jullie naar een gunst van Hem streven. En misschien zullen jullie dank betuigen.

وَ اَلۡقٰی فِی الۡاَرۡضِ رَوَاسِیَ اَنۡ تَمِیۡدَ بِکُمۡ وَ اَنۡہٰرًا وَّ سُبُلًا لَّعَلَّکُمۡ تَہۡتَدُوۡنَ ﴿ۙ۱۵﴾

016.015 Waalqa fee al-ardi rawasiya an tameeda bikum waanharan wasubulan laAAallakum tahtadoona

16:15 En Hij bracht op de aarde gebergten aan zodat jullie niet met haar beven, en rivieren en wegen. Hopelijk zullen jullie Leiding volgen. En Hij heeft op de aarde stevige bergen aangebracht dat zij jullie niet aan het wankelen zou brengen en rivieren en wegen -- opdat jullie je misschien de goede richting zullen laten wijzen --

وَ عَلٰمٰتٍ ؕ وَ بِالنَّجۡمِ ہُمۡ یَہۡتَدُوۡنَ ﴿۱۶﴾

016.016 WaAAalamatin wabialnnajmi hum yahtadoona

16:16 En (Hij maakte) kenmerken, en door de sterren laten zij zich de weg wijzen. en wegmarkeringen. En met de sterren laten zij zich de goede richting wijzen.

اَفَمَنۡ یَّخۡلُقُ کَمَنۡ لَّا یَخۡلُقُ ؕ اَفَلَا تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۱۷﴾

016.017 Afaman yakhluqu kaman la yakhluqu afala tathakkaroona

16:17 Is Degene Die schept dan gelijk aan degene die niet schept? Zullen jullie je niet laten vermanen? Is Hij die schept dan zoals iemand die niet schept? Zullen jullie je dan niet laten vermanen?

وَ اِنۡ تَعُدُّوۡا نِعۡمَۃَ اللّٰہِ لَا تُحۡصُوۡہَا ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَغَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۸﴾

016.018 Wa-in taAAuddoo niAAmata Allahi la tuhsooha inna Allaha laghafoorun raheemun

16:18 En als jullie de gunsten van Allah (zouden willen) optellen kunnen jullie ze niet opsommen. Voorwaar, Allah is zeker Vergevensgezind, Meest Barmhartig. En als jullie Allah's genade willen tellen dan kunnen jullie het niet opsommen. Allah is werkelijk vergevend en barmhartig.

وَ اللّٰہُ یَعۡلَمُ مَا تُسِرُّوۡنَ وَ مَا تُعۡلِنُوۡنَ ﴿۱۹﴾

016.019 WaAllahu yaAAlamu ma tusirroona wama tuAAlinoona

16:19 En Allah weet wat jullie verbergen en wat jullie tonen. En Allah weet wat jullie in het geheim en wat jullie openlijk doen.

وَ الَّذِیۡنَ یَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ لَا یَخۡلُقُوۡنَ شَیۡئًا وَّ ہُمۡ یُخۡلَقُوۡنَ ﴿ؕ۲۰﴾

016.020 Waallatheena yadAAoona min dooni Allahi la yakhluqoona shay-an wahum yukhlaqoona

16:20 En degenen die zij naast Allah aanroepen scheppen niets, maar zij zijn (zelf) geschapen. En zij die door hen in plaats van Allah aangeroepen worden scheppen niets, maar zij worden zelf geschapen.

اَمۡوَاتٌ غَیۡرُ اَحۡیَآءٍ ۚ وَ مَا یَشۡعُرُوۡنَ ۙ اَیَّانَ یُبۡعَثُوۡنَ ﴿٪۲۱﴾

016.021 Amwatun ghayru ahya-in wama yashAAuroona ayyana yubAAathoona

16:21 Doden en zijn zij zonder te leven. En zij weten niet wanneer zij worden opgewekt Dood zijn zij en niet levend en zij beseffen niet wanneer zij worden opgewekt.

اِلٰـہُکُمۡ اِلٰہٌ وَّاحِدٌ ۚ فَالَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡاٰخِرَۃِ قُلُوۡبُہُمۡ مُّنۡکِرَۃٌ وَّ ہُمۡ مُّسۡتَکۡبِرُوۡنَ ﴿۲۲﴾

016.022 Ilahukum ilahun wahidun faallatheena la yu/minoona bial-akhirati quloobuhum munkiratun wahum mustakbiroona

16:22 Jullie god is n God. Wat betreft degenen die niet in het Hiernamaals geloven: hun harten zijn verderfelijk en zij zijn hoogmoedig. Jullie god is n god. En zij die niet in het hiernamaals geloven, hun harten ontkennen het in hun hoogmoed.

لَاجَرَمَ اَنَّ اللّٰہَ یَعۡلَمُ مَا یُسِرُّوۡنَ وَ مَا یُعۡلِنُوۡنَ ؕ اِنَّہٗ لَا یُحِبُّ الۡمُسۡتَکۡبِرِیۡنَ ﴿۲۳﴾

016.023 La jarama anna Allaha yaAAlamu ma yusirroona wama yuAAlinoona innahu la yuhibbu almustakbireena

16:23 Zonder twijfel weet Allah wat zij verbergen en wat zij tonen. Voorwaar, Hij houdt niet van de hoogmoedigen. Het staat vast dat Allah weet wat zij in het geheim en wat zij openlijk doen. Hij bemint de hoogmoedigen niet.

وَ اِذَا قِیۡلَ لَہُمۡ مَّا ذَاۤ اَنۡزَلَ رَبُّکُمۡ ۙ قَالُوۡۤا اَسَاطِیۡرُ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿ۙ۲۴﴾

016.024 Wa-itha qeela lahum matha anzala rabbukum qaloo asateeru al-awwaleena

16:24 En wanneer ken wordt gezegd: "Wat heeft jullie Heer doen neerdalen?" zeggen zij: "Fabels van de vroegeren!" En wanneer tot hen gezegd wordt: "Wat is het dat jullie Heer heeft neergezonden?" dan zeggen zij: "Fabels van hen die er eertijds waren."

لِیَحۡمِلُوۡۤا اَوۡزَارَہُمۡ کَامِلَۃً یَّوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ۙ وَ مِنۡ اَوۡزَارِ الَّذِیۡنَ یُضِلُّوۡنَہُمۡ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ ؕ اَلَا سَآءَ مَا یَزِرُوۡنَ ﴿٪۲۵﴾

016.025 Liyahmiloo awzarahum kamilatan yawma alqiyamati wamin awzari allatheena yudilloonahum bighayri AAilmin ala saa ma yaziroona

16:25 Zodat zij op de Dag van de Opstanding hun volledige lasten dragen en (ook een gedeelte) van de lasten van degenen zonder kennis die zij deden dwalen. Weet: slecht is het wat zij dragen! Dat zij op de opstandingsdag hun volle lasten mogen dragen en ook nog iets van de lasten van hen die zij zonder kennis tot dwaling brengen. Is het niet slecht waarmee zij worden belast?

قَدۡ مَکَرَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ فَاَتَی اللّٰہُ بُنۡیَانَہُمۡ مِّنَ الۡقَوَاعِدِ فَخَرَّ عَلَیۡہِمُ السَّقۡفُ مِنۡ فَوۡقِہِمۡ وَ اَتٰىہُمُ الۡعَذَابُ مِنۡ حَیۡثُ لَا یَشۡعُرُوۡنَ ﴿۲۶﴾

016.026 Qad makara allatheena min qablihim faata Allahu bunyanahum mina alqawaAAidi fakharra AAalayhimu alssaqfu min fawqihim waatahumu alAAathabu min haythu la yashAAuroona

16:26 Waarlijk, degenen voor hen beraamden ook (tegen Allah), maar Allah greep hun bouwwerken bij de fundamenten en daarop viel het dak boven op hen neer. En de bestraffing trof hen van waar zij niet beseften. Zij die er voor hun tijd waren beraamden al plannen, maar Allah greep hun bouwwerk bij de fundamenten en het dak viel van bovenaf op hen en de bestraffing kwam tot hen vanwaar zij het niet beseften.

ثُمَّ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ یُخۡزِیۡہِمۡ وَ یَقُوۡلُ اَیۡنَ شُرَکَآءِیَ الَّذِیۡنَ کُنۡتُمۡ تُشَآقُّوۡنَ فِیۡہِمۡ ؕ قَالَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡعِلۡمَ اِنَّ الۡخِزۡیَ الۡیَوۡمَ وَ السُّوۡٓءَ عَلَی الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿ۙ۲۷﴾

016.027 Thumma yawma alqiyamati yukhzeehim wayaqoolu ayna shuraka-iya allatheena kuntum tushaqqoona feehim qala allatheena ootoo alAAilma inna alkhizya alyawma waalssoo-a AAala alkafireena

16:27 Vervolgens zal Hij hen op de Dag van de Opstanding vernederen, en zeggen: "Waar zijn Mijn (zogenaamde)deelgenoten waarover jullie (met de gelovigen) plachten te redetwisten?" Degenen die kennis gegeven is, zullen zeggen: "Voorwaar, op deze Dag is er vernedering en kwaad voor de ongelovigen. En dan, op de opstandingsdag zal Hij hen te schande maken en zeggen: "Waar zijn Mijn [zogenaamd goddelijke] metgezellen om wie jullie zo tegengewerkt hebben?" Zij aan wie de kennis gegeven is zeggen: "De schande en het kwaad komen vandaag over de ongelovigen,

الَّذِیۡنَ تَتَوَفّٰىہُمُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ ظَالِمِیۡۤ اَنۡفُسِہِمۡ ۪ فَاَلۡقَوُا السَّلَمَ مَا کُنَّا نَعۡمَلُ مِنۡ سُوۡٓءٍ ؕ بَلٰۤی اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌۢ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۲۸﴾

016.028 Allatheena tatawaffahumu almala-ikatu thalimee anfusihim faalqawoo alssalama ma kunna naAAmalu min soo-in bala inna Allaha AAaleemun bima kuntum taAAmaloona

16:28 (Zij zijn) degenen die door de Engelen weggenomen werden terwijl zij onrecht tegen zichzelf begingen. Dan zullen zij zich overgeven (en zeggen:) "Wij plachten geen kwaad te bedrijven. (De Engelen zullen antwoorden:) "Nee, voorwaar, Allah weet het beste wat jullie plachten te doen." die door de engelen worden weggenomen, terwijl zij zichzelf onrecht hebben aangedaan en die dan vrede aanbieden: 'Wij deden geen kwaad.?" "Integendeel, Allah weet wat jullie aan het doen waren.

فَادۡخُلُوۡۤا اَبۡوَابَ جَہَنَّمَ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ فَلَبِئۡسَ مَثۡوَی الۡمُتَکَبِّرِیۡنَ ﴿۲۹﴾

016.029 Faodkhuloo abwaba jahannama khalideena feeha falabi/sa mathwa almutakabbireena

16:29 Dus gaat de poorten van de Hel binnen om daarin eeuwig levenden te zijn. De verblijfplaats van de hoogmoedige is zeker het slechtst! Gaat de poorten van de hel binnen om er altijd in te blijven." Dat is pas echt een slechte verblijfplaats voor de hoogmoedigen. *

وَ قِیۡلَ لِلَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا مَاذَاۤ اَنۡزَلَ رَبُّکُمۡ ؕ قَالُوۡا خَیۡرًا ؕ لِلَّذِیۡنَ اَحۡسَنُوۡا فِیۡ ہٰذِہِ الدُّنۡیَا حَسَنَۃٌ ؕ وَ لَدَارُ الۡاٰخِرَۃِ خَیۡرٌ ؕ وَ لَنِعۡمَ دَارُ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿ۙ۳۰﴾

016.030 Waqeela lillatheena ittaqaw matha anzala rabbukum qaloo khayran lillatheena ahsanoo fee hathihi alddunya hasanatun waladaru al-akhirati khayrun walaniAAma daru almuttaqeena

16:30 En er zal tot degenen die (Allah) vreesden gezegd worden: "Wat is het dat jullie Heer heeft doen neerdalen?" Zij zullen zeggen: "Het goede." Voor degenen die het goede in deze wereld deden, is er (in het Hiernamaals) het goede. En het Huis van het Hiernamaals is zeker beter. En het Huis van de Moettaqoen is zeker het beste. Ook tot hen die godvrezend zijn wordt gezegd: "Wat is het dat jullie Heer heeft neergezonden?" Dan zeggen zij: "Iets goeds." Voor hen die in dit tegenwoordige leven goed doen is er iets goeds, maar de woning van het hiernamaals is beter. Dat is pas een goede woning voor de godvrezenden!

جَنّٰتُ عَدۡنٍ یَّدۡخُلُوۡنَہَا تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ لَہُمۡ فِیۡہَا مَا یَشَآءُوۡنَ ؕ کَذٰلِکَ یَجۡزِی اللّٰہُ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿ۙ۳۱﴾

016.031 Jannatu AAadnin yadkhuloonaha tajree min tahtiha al-anharu lahum feeha ma yashaoona kathalika yajzee Allahu almuttaqeena

16:31 Zij zullen de Tuinen van 'Adn (het Paradijs) binnengaan, waar onder door de rivieren stromen. Voor hen is daarin wat zij willen. Zo beloont Allah de Moettaqoen. De tuinen van 'Adn zullen zij binnengaan waar de rivieren onderdoor stromen. Zij hebben daarin wat zij willen. Zo beloont Allah de godvrezenden,

الَّذِیۡنَ تَتَوَفّٰىہُمُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ طَیِّبِیۡنَ ۙ یَقُوۡلُوۡنَ سَلٰمٌ عَلَیۡکُمُ ۙ ادۡخُلُوا الۡجَنَّۃَ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۳۲﴾

016.032 Allatheena tatawaffahumu almala-ikatu tayyibeena yaqooloona salamun AAalaykumu odkhuloo aljannata bima kuntum taAAmaloona

16:32 (Zij zijn) degenen die de Engelen als reinen wegnemen, terwijl zij zeggen: "Salamoen 'Alaikoem (Vrede zij met jullie), treedt het Paradijs binnen, wegens wat jullie plachten te doen." die door de engelen als goede mensen worden weggenomen. Zij zeggen: "Vrede zij met jullie, gaat de tuin binnen voor wat jullie gedaan hebben."

ہَلۡ یَنۡظُرُوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡ تَاۡتِیَہُمُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ اَوۡ یَاۡتِیَ اَمۡرُ رَبِّکَ ؕ کَذٰلِکَ فَعَلَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ؕ وَ مَا ظَلَمَہُمُ اللّٰہُ وَ لٰکِنۡ کَانُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ یَظۡلِمُوۡنَ ﴿۳۳﴾

016.033 Hal yanthuroona illa an ta/tiyahumu almala-ikatu aw ya/tiya amru rabbika kathalika faAAala allatheena min qablihim wama thalamahumu Allahu walakin kanoo anfusahum yathlimoona

16:33 Zij (de ongelovigen) wachten slechts tot de Engelen hen wegnemen, of het bevel van jouw Heer hen treft. Zo deden degenen voor hen. En Allah heeft hun geen onrecht aangedaan, maar zij plachten zichzelf onrecht aan te doen. Kunnen zij dan iets anders verwachten dan dat de engelen tot hen komen of dat de beschikking van hun Heer komt? Zo handelden ook zij die er voor hun tijd waren. Allah deed hun geen onrecht aan, maar zij deden zichzelf onrecht aan.

فَاَصَابَہُمۡ سَیِّاٰتُ مَا عَمِلُوۡا وَ حَاقَ بِہِمۡ مَّا کَانُوۡا بِہٖ یَسۡتَہۡزِءُوۡنَ ﴿٪۳۴﴾

016.034 Faasabahum sayyi-atu ma AAamiloo wahaqa bihim ma kanoo bihi yastahzi-oona

16:34 En zij werden getroffen door het slechte van wat zij deden en zij werden omsingeld door wat zij plachten te bespotten. De slechte daden die ze deden hebben hen dus getroffen en zij werden ingesloten door dat waarmee zij de spot dreven.

وَ قَالَ الَّذِیۡنَ اَشۡرَکُوۡا لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ مَا عَبَدۡنَا مِنۡ دُوۡنِہٖ مِنۡ شَیۡءٍ نَّحۡنُ وَ لَاۤ اٰبَآؤُنَا وَ لَا حَرَّمۡنَا مِنۡ دُوۡنِہٖ مِنۡ شَیۡءٍ ؕ کَذٰلِکَ فَعَلَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ۚ فَہَلۡ عَلَی الرُّسُلِ اِلَّا الۡبَلٰغُ الۡمُبِیۡنُ ﴿۳۵﴾

016.035 Waqala allatheena ashrakoo law shaa Allahu ma AAabadna min doonihi min shay-in nahnu wala abaona wala harramna min doonihi min shay-in kathalika faAAala allatheena min qablihim fahal AAala alrrusuli illa albalaghu almubeenu

16:35 En degenen die (Allah) deelgenoten toekenden, zeiden: "Indien Allah gewild had, hadden wij niets naast Hem aanbeden, wij noch onze vaderen, en wij zouden naast (de verboden) van Hem niets verboden hebben." Zo deden degenen voor hen. En de Boodschappers zijn tot niets anders verplicht dan de duidelijke verkondiging. En de aanhangers van het veelgodendom zeggen: "Als Allah gewild had hadden wij niets in plaats van Hem gediend, wij noch onze vaderen en ook zouden wij buiten Hem om niets verboden hebben." Zo handelden ook zij die er voor hun tijd waren. Hebben de gezanten dan een andere plicht dan de duidelijke verkondiging?

وَ لَقَدۡ بَعَثۡنَا فِیۡ کُلِّ اُمَّۃٍ رَّسُوۡلًا اَنِ اعۡبُدُوا اللّٰہَ وَ اجۡتَنِبُوا الطَّاغُوۡتَ ۚ فَمِنۡہُمۡ مَّنۡ ہَدَی اللّٰہُ وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ حَقَّتۡ عَلَیۡہِ الضَّلٰلَۃُ ؕ فَسِیۡرُوۡا فِی الۡاَرۡضِ فَانۡظُرُوۡا کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۳۶﴾

016.036 Walaqad baAAathna fee kulli ommatin rasoolan ani oAAbudoo Allaha waijtaniboo alttaghoota faminhum man hada Allahu waminhum man haqqat AAalayhi alddalalatu faseeroo fee al-ardi faonthuroo kayfa kana AAaqibatu almukaththibeena

16:36 En voorzeker. Wij hebben aan iedere gemeenschap een Boodschapper gezonden (die zei:) "Aanbidt Allah en houdt afstand van de Thagoet." En er zijn er onder hen die Allah leidde en er zijn er die Hij tot de dwaling veroordeelde. Reist dus op de aarde rond en zie hoe het einde was van de loochenaars. En Wij hebben toch in elke gemeenschap een gezant laten opstaan: "Dient Allah en vermijdt de Taghoet." Een gedeelte van hen heeft Allah op het goede pad geleid en voor een gedeelte is de dwaling waar geworden. Reist dus op de aarde rond en kijkt hoe het einde was van de loochenaars.

اِنۡ تَحۡرِصۡ عَلٰی ہُدٰىہُمۡ فَاِنَّ اللّٰہَ لَا یَہۡدِیۡ مَنۡ یُّضِلُّ وَ مَا لَہُمۡ مِّنۡ نّٰصِرِیۡنَ ﴿۳۷﴾

016.037 In tahris AAala hudahum fa-inna Allaha la yahdee man yudillu wama lahum min nasireena

16:37 Ook al verlang jij (O Mohammed) er hevig naar hen te leiden: voorwaar, Allah leidt niet degene die Hij doet dwalen. En er zijn voor hen geen helpers. Al zou jij hen nog zo graag op het goede pad willen brengen, Allah brengt hen, die Hij tot dwaling brengt, niet op het goede pad. En zij hebben ook geen helpers.

وَ اَقۡسَمُوۡا بِاللّٰہِ جَہۡدَ اَیۡمَانِہِمۡ ۙ لَا یَبۡعَثُ اللّٰہُ مَنۡ یَّمُوۡتُ ؕ بَلٰی وَعۡدًا عَلَیۡہِ حَقًّا وَّ لٰکِنَّ اَکۡثَرَ النَّاسِ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿ۙ۳۸﴾

016.038 Waaqsamoo biAllahi jahda aymanihim la yabAAathu Allahu man yamootu bala waAAdan AAalayhi haqqan walakinna akthara alnnasi la yaAAlamoona

16:38 En zij zweren bij Allah hun duurste eden dat Allah degene die sterft niet zal opwekken: integendeel, het is als een belofte waar Hij Zich aan heeft verbonden, maar de meeste van hen weten het niet. En zij zweren dure eden bij Allah: "Allah zal wie sterft niet opwekken!" Integendeel, het is een toezegging waartoe Hij in waarheid verplicht is -- maar de meeste mensen weten het niet --

لِیُبَیِّنَ لَہُمُ الَّذِیۡ یَخۡتَلِفُوۡنَ فِیۡہِ وَ لِیَعۡلَمَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اَنَّہُمۡ کَانُوۡا کٰذِبِیۡنَ ﴿۳۹﴾

016.039 Liyubayyina lahumu allathee yakhtalifoona feehi waliyaAAlama allatheena kafaroo annahum kanoo kathibeena

16:39 (Hij zal hen opwekken) om hun dat waar zij over twistten duidelijk te maken en om degenen die ongelovig waren te doen weten dat zij leugenaars waren. opdat Hij aan hen dat waarover zij het oneens zijn duidelijk maakt en opdat zij die ongelovig zijn weten dat zij leugenaars waren.

اِنَّمَا قَوۡلُنَا لِشَیۡءٍ اِذَاۤ اَرَدۡنٰہُ اَنۡ نَّقُوۡلَ لَہٗ کُنۡ فَیَکُوۡنُ ﴿٪۴۰﴾

016.040 Innama qawluna lishay-in itha aradnahu an naqoola lahu kun fayakoonu

16:40 Voorwaar, Ons Woord tegen iets wat Wij willen, is dat Wij er slechts tegen zeggen: "Wees" en het is. Wat Wij tot iets zeggen wanneer Wij het wensen is dat Wij zeggen: "Wees!" en het is.

وَ الَّذِیۡنَ ہَاجَرُوۡا فِی اللّٰہِ مِنۡۢ بَعۡدِ مَا ظُلِمُوۡا لَـنُبَوِّئَنَّہُمۡ فِی الدُّنۡیَا حَسَنَۃً ؕ وَ لَاَجۡرُ الۡاٰخِرَۃِ اَکۡبَرُ ۘ لَوۡ کَانُوۡا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿ۙ۴۱﴾

016.041 Waallatheena hajaroo fee Allahi min baAAdi ma thulimoo lanubawwi-annahum fee alddunya hasanatan walaajru al-akhirati akbaru law kanoo yaAAlamoona

16:41 En degenen die uitweken omwille van Allah nadat hen onrecht was aangedaan zullen Wij in deze wereld een goede behuizing geven, maar de beloning van het Hiernamaals zal groter zijn. Indien zij dat maar wisten! Zij die om Allah zijn uitgeweken, nadat hun onrecht was aangedaan, zullen Wij in het tegenwoordige leven zeker een goed onderdak geven, maar het loon van het hiernamaals is groter, als zij dat maar wisten,

الَّذِیۡنَ صَبَرُوۡا وَ عَلٰی رَبِّہِمۡ یَتَوَکَّلُوۡنَ ﴿۴۲﴾

016.042 Allatheena sabaroo waAAala rabbihim yatawakkaloona

16:42 (Zij zijn) degenen die geduldig waren en hun Heer vertrouwden. zij die geduldig volharden en op hun Heer hun vertrouwen stellen.

وَ مَاۤ اَرۡسَلۡنَا مِنۡ قَبۡلِکَ اِلَّا رِجَالًا نُّوۡحِیۡۤ اِلَیۡہِمۡ فَسۡـَٔلُوۡۤا اَہۡلَ الذِّکۡرِ اِنۡ کُنۡتُمۡ لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿ۙ۴۳﴾

016.043 Wama arsalna min qablika illa rijalan noohee ilayhim fais-aloo ahla alththikri in kuntum la taAAlamoona

16:43 En vr jou (O Mohammed) zonden Wij slechts mannen aan wie Wij openbaarden; vraag het dan aan de bezitters van de kennis, indien jullie het niet weten. En Wij hebben voor jouw tijd slechts mannen uitgezonden aan wie Wij een openbaring gegeven hadden -- vraagt de mensen van de vermaning maar, als jullie het niet weten --

بِالۡبَیِّنٰتِ وَ الزُّبُرِ ؕ وَ اَنۡزَلۡنَاۤ اِلَیۡکَ الذِّکۡرَ لِتُبَیِّنَ لِلنَّاسِ مَا نُزِّلَ اِلَیۡہِمۡ وَ لَعَلَّہُمۡ یَتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۴۴﴾

016.044 Bialbayyinati waalzzuburi waanzalna ilayka alththikra litubayyina lilnnasi ma nuzzila ilayhim walaAAallahum yatafakkaroona

16:44 (Wij zonden ben) met duidelijke (Tekenen) en de Zaboer. En Wij deden aan jou de Vermaning (de Kuran) neerdalen om aan de mensen duidelijk te maken wat aan hen neergezonden is. En hopelijk zullen zij nadenken. met de duidelijke bewijzen en de Zoeboer. En Wij hebben tot jou de vermaning neergezonden opdat jij de mensen duidelijk maakt wat naar hen is neergezonden en misschien dat zij dan nadenken.

اَفَاَمِنَ الَّذِیۡنَ مَکَرُوا السَّیِّاٰتِ اَنۡ یَّخۡسِفَ اللّٰہُ بِہِمُ الۡاَرۡضَ اَوۡ یَاۡتِیَہُمُ الۡعَذَابُ مِنۡ حَیۡثُ لَا یَشۡعُرُوۡنَ ﴿ۙ۴۵﴾

016.045 Afaamina allatheena makaroo alssayyi-ati an yakhsifa Allahu bihimu al-arda aw ya/tiyahumu alAAathabu min haythu la yashAAuroona

16:45 Voelen degenen die slechte daden beramen zich er dan veilig voor dat Allah hen niet in de aarde doet wegzinken, of dat de bestraffing hen treft van waar zij het niet beseffen? Wanen zij die de slechte daden beramen zich er veilig voor dat Allah hen met de aarde laat wegzinken of dat de bestraffing tot hen komt vanwaar zij het niet beseffen?

اَوۡ یَاۡخُذَہُمۡ فِیۡ تَقَلُّبِہِمۡ فَمَا ہُمۡ بِمُعۡجِزِیۡنَ ﴿ۙ۴۶﴾

016.046 Aw ya/khuthahum fee taqallubihim fama hum bimuAAjizeena

16:46 Of dat Hij hen treft tijdens hun rondgaan, terwijl zij zich het niet van zich af kunnen houden? Of dat Hij hen grijpt terwijl zij rondtrekken zonder dat zij er iets aan kunnen doen?

اَوۡ یَاۡخُذَہُمۡ عَلٰی تَخَوُّفٍ ؕ فَاِنَّ رَبَّکُمۡ لَرَءُوۡفٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۴۷﴾

016.047 Aw ya/khuthahum AAala takhawwufin fa-inna rabbakum laraoofun raheemun

16:47 Of dat Hij hen treft terwijl zij bang zijn? Voorwaar, jullie Heer is zeker Meest Genadig, Meest Barmhartig. Of dat Hij hen niet zal grijpen terwijl zij zich bang maken? Jullie Heer is vol mededogen en barmhartig.

اَوَ لَمۡ یَرَوۡا اِلٰی مَا خَلَقَ اللّٰہُ مِنۡ شَیۡءٍ یَّتَفَیَّؤُا ظِلٰلُہٗ عَنِ الۡیَمِیۡنِ وَ الشَّمَآئِلِ سُجَّدًا لِّلّٰہِ وَ ہُمۡ دٰخِرُوۡنَ ﴿۴۸﴾

016.048 Awa lam yaraw ila ma khalaqa Allahu min shay-in yatafayyao thilaluhu AAani alyameeni waalshshama-ili sujjadan lillahi wahum dakhiroona

16:48 Zien zij dan niet de dingen die Allah geschapen heeft, hoe hun schaduwen zich naar rechts en links wenden, terwijl zij zich voor Allah neerwerpen en zij nederig zijn? Hebben zij dan niet gezien naar dingen die Allah geschapen heeft, die 's avonds hun schaduw naar rechts en naar links werpen terwijl zij zich eerbiedig in onderdanigheid voor Allah neerbuigen.

وَ لِلّٰہِ یَسۡجُدُ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ مِنۡ دَآبَّۃٍ وَّ الۡمَلٰٓئِکَۃُ وَ ہُمۡ لَا یَسۡتَکۡبِرُوۡنَ ﴿۴۹﴾

016.049 Walillahi yasjudu ma fee alssamawati wama fee al-ardi min dabbatin waalmala-ikatu wahum la yastakbiroona

16:49 En voor Allah werpt alles van de levende wezens in de hemelen en alles op de aarde zich neer, en (ook) de Engelen, en zij zijn niet hoogmoedig. Voor Allah buigt zich eerbiedig neer wat er in de hemelen en wat er op de aarde is, dieren en ook de engelen. En zij zijn niet hoogmoedig.

یَخَافُوۡنَ رَبَّہُمۡ مِّنۡ فَوۡقِہِمۡ وَ یَفۡعَلُوۡنَ مَا یُؤۡمَرُوۡنَ ﴿٪ٛ۵۰﴾

016.050 Yakhafoona rabbahum min fawqihim wayafAAaloona ma yu/maroona

16:50 Zij vrezen hun Heer boven hen en zij doen wat Hij beveelt. Zij vrezen hun Heer boven hen en zij doen wat hun bevolen wordt.?

وَ قَالَ اللّٰہُ لَا تَتَّخِذُوۡۤا اِلٰـہَیۡنِ اثۡنَیۡنِ ۚ اِنَّمَا ہُوَ اِلٰہٌ وَّاحِدٌ ۚ فَاِیَّایَ فَارۡہَبُوۡنِ ﴿۵۱﴾

016.051 Waqala Allahu la tattakhithoo ilahayni ithnayni innama huwa ilahun wahidun fa-iyyaya fairhabooni

16:51 En Allah zei: "Neemt geen twee goden. Voorwaar, Hij is een God. Vreest daarom Mij alleen." En Allah heeft gezegd: "Neemt geen twee goden. Hij is slechts n god. Voor Mij moeten jullie dus beducht zijn."

وَ لَہٗ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ لَہُ الدِّیۡنُ وَاصِبًا ؕ اَفَغَیۡرَ اللّٰہِ تَتَّقُوۡنَ ﴿۵۲﴾

016.052 Walahu ma fee alssamawati waal-ardi walahu alddeenu wasiban afaghayra Allahi tattaqoona

16:52 En aan Hem behoort wat er in de hemelen en (op) de aarde is en gehoorzaamheid behoort altijd aan Hem te zijn. Zullen jullie dan iemand anders dan Allah vrezen? En van Hem is wat er in de hemelen is en wat er op de aarde is en Hem behoort de godsdienst voortdurend toe. Zullen jullie dan iemand anders dan Allah vrezen?

وَ مَا بِکُمۡ مِّنۡ نِّعۡمَۃٍ فَمِنَ اللّٰہِ ثُمَّ اِذَا مَسَّکُمُ الضُّرُّ فَاِلَیۡہِ تَجۡـَٔرُوۡنَ ﴿ۚ۵۳﴾

016.053 Wama bikum min niAAmatin famina Allahi thumma itha massakumu alddurru fa-ilayhi taj-aroona

16:53 En jullie hebben geen gunst of het komt van Allah. En wanneer jullie dan door tegenspoed geraakt worden, is Hij het tot Wie jullie je nederig om hulp wenden. En welke weldaad jullie ook toevalt, het komt van Allah. Wanneer jullie dan tegenspoed treft schreeuwen jullie tot Hem om hulp.

ثُمَّ اِذَا کَشَفَ الضُّرَّ عَنۡکُمۡ اِذَا فَرِیۡقٌ مِّنۡکُمۡ بِرَبِّہِمۡ یُشۡرِکُوۡنَ ﴿ۙ۵۴﴾

016.054 Thumma itha kashafa alddurra AAankum itha fareequn minkum birabbihim yushrikoona

16:54 En als Hij de tegenspoed voor jullie opheft is er een groep onder jullie die aan hun Heer deelgenoten toekent. Maar wanneer Hij dan de tegenspoed voor jullie opheft dan voegt een groep van jullie metgezellen aan hun Heer toe

لِیَکۡفُرُوۡا بِمَاۤ اٰتَیۡنٰہُمۡ ؕ فَتَمَتَّعُوۡا ۟ فَسَوۡفَ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۵۵﴾

016.055 Liyakfuroo bima ataynahum fatamattaAAoo fasawfa taAAlamoona

16:55 Om ondankbaarheid te tonen voor wat Wij hun gegeven hebben. Geniet dan maar, spoedig zullen jullie weten (wat de gevolgen zijn). om in hun ongeloof ondankbaar te zijn voor wat Wij hun gegeven hebben. Geniet maar; jullie zullen het weten.

وَ یَجۡعَلُوۡنَ لِمَا لَا یَعۡلَمُوۡنَ نَصِیۡبًا مِّمَّا رَزَقۡنٰہُمۡ ؕ تَاللّٰہِ لَتُسۡـَٔلُنَّ عَمَّا کُنۡتُمۡ تَفۡتَرُوۡنَ ﴿۵۶﴾

016.056 WayajAAaloona lima la yaAAlamoona naseeban mimma razaqnahum taAllahi latus-alunna AAamma kuntum taftaroona

16:56 En zij bestemmen een deel van waar Wij hun mee voorzien hebben voor waar zij niet over weten. Bij Allah, jullie zullen zeker ondervraagd worden over wat jullie plachten te verzinnen. En zij bestemmen voor wat zij niet kennen een aandeel van wat Wij hun voor hun levensonderhoud gegeven hebben. Bij Allah, jullie zullen ter verantwoording geroepen worden over wat jullie aan het verzinnen waren.

وَ یَجۡعَلُوۡنَ لِلّٰہِ الۡبَنٰتِ سُبۡحٰنَہٗ ۙ وَ لَہُمۡ مَّا یَشۡتَہُوۡنَ ﴿۵۷﴾

016.057 WayajAAaloona lillahi albanati subhanahu walahum ma yashtahoona

16:57 En zij kennen Allah dochten toe! Heilig is Hij! En voor zichzelf (kennen zij toe) wat zij verlangen. En zij kennen aan Allah dochters toe! Geprezen zij Hij! En zij zelf hebben wat zij begeren.

وَ اِذَا بُشِّرَ اَحَدُہُمۡ بِالۡاُنۡثٰی ظَلَّ وَجۡہُہٗ مُسۡوَدًّا وَّ ہُوَ کَظِیۡمٌ ﴿ۚ۵۸﴾

016.058 Wa-itha bushshira ahaduhum bialontha thalla wajhuhu muswaddan wahuwa katheemun

16:58 En wanneer een van hen de verheugende tijding verkondigd wordt van (de geboorte van) een meisje wordt zijn gezicht somber en is hij vertoornd. En wanneer een van hen het goede nieuws van een meisje krijgt, betrekt zijn gezicht en hij is vol ingehouden woede.

یَتَوَارٰی مِنَ الۡقَوۡمِ مِنۡ سُوۡٓءِ مَا بُشِّرَ بِہٖ ؕ اَیُمۡسِکُہٗ عَلٰی ہُوۡنٍ اَمۡ یَدُسُّہٗ فِی التُّرَابِ ؕ اَلَا سَآءَ مَا یَحۡکُمُوۡنَ ﴿۵۹﴾

016.059 Yatawara mina alqawmi min soo-i ma bushshira bihi ayumsikuhu AAala hoonin am yadussuhu fee altturabi ala saa ma yahkumoona

16:59 Hij verbergt zich voor de mensen wegens het slechte nieuws wat hij kreeg! Zal hij het in weerwil van de schande behouden of zal hij het in de grond verstoppen? Weet: slecht is het waar zij over oordelen! Hij verbergt zich voor de mensen wegens het slechte nieuws dat hij gekregen heeft. Zal hij het ondanks de schande behouden of zal hij het in de grond verstoppen? Is het niet slecht wat zij van oordeel zijn?

لِلَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡاٰخِرَۃِ مَثَلُ السَّوۡءِ ۚ وَ لِلّٰہِ الۡمَثَلُ الۡاَعۡلٰی ؕ وَ ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿٪۶۰﴾

016.060 Lillatheena la yu/minoona bial-akhirati mathalu alssaw-i walillahi almathalu al-aAAla wahuwa alAAazeezu alhakeemu

16:60 Voor degenen die niet in het Hiernamaals geloven is er de vergelijking met het slechte; voor Allah zijn er de Verheven Eigenschappen. En Hij is de Geweldige, de Alwijze. Zij die niet in het hiernamaals geloven hebben het slechte voorbeeld, maar Allah komt het hoogste voorbeeld toe en Hij is de machtige, de wijze.

وَ لَوۡ یُؤَاخِذُ اللّٰہُ النَّاسَ بِظُلۡمِہِمۡ مَّا تَرَکَ عَلَیۡہَا مِنۡ دَآبَّۃٍ وَّ لٰکِنۡ یُّؤَخِّرُہُمۡ اِلٰۤی اَجَلٍ مُّسَمًّی ۚ فَاِذَا جَآءَ اَجَلُہُمۡ لَا یَسۡتَاۡخِرُوۡنَ سَاعَۃً وَّ لَا یَسۡتَقۡدِمُوۡنَ ﴿۶۱﴾

016.061 Walaw yu-akhithu Allahu alnnasa bithulmihim ma taraka AAalayha min dabbatin walakin yu-akhkhiruhum ila ajalin musamman fa-itha jaa ajaluhum la yasta/khiroona saAAatan wala yastaqdimoona

16:61 En als Allah de mensen voor hun onrechtvaardigheid zou straffen, zou Hij geen levend wezen op haar (de aarde) overlaten: maar Hij geeft hun uitstel voor een bepaalde tijd. En wanneer kun tijd komt, kunnen zij het geen moment uitstellen en zij kunnen het niet bespoedigen. En als Allah de mensen het onrecht dat zij plegen zou aanrekenen, dan zou Hij op de [aarde] geen dier overlaten. Maar Hij geeft hun uitstel tot een vastgestelde termijn. En wanneer hun termijn dan komt, zullen zij geen uur te laat ontboden worden noch te vroeg.

وَ یَجۡعَلُوۡنَ لِلّٰہِ مَا یَکۡرَہُوۡنَ وَ تَصِفُ اَلۡسِنَتُہُمُ الۡکَذِبَ اَنَّ لَہُمُ الۡحُسۡنٰی ؕ لَا جَرَمَ اَنَّ لَہُمُ النَّارَ وَ اَنَّہُمۡ مُّفۡرَطُوۡنَ ﴿۶۲﴾

016.062 WayajAAaloona lillahi ma yakrahoona watasifu alsinatuhumu alkathiba anna lahumu alhusna la jarama anna lahumu alnnara waannahum mufratoona

16:62 En zij kennen aan Allah toe waar zij zelf een afschuw van hebben en hun tongen beschrijven de leugen dat er voor hen het mooiste is. Het is zeker dat er voor hen de Hel is en dat zij zich (er naar toe) haasten. Zij kennen aan Allah toe wat hun tegenstaat en hun tongen uiten de leugen dat er voor hen het mooiste is weggelegd. Het staat vast dat het vuur voor hen bestemd is en dat zij voortgedreven worden.

تَاللّٰہِ لَقَدۡ اَرۡسَلۡنَاۤ اِلٰۤی اُمَمٍ مِّنۡ قَبۡلِکَ فَزَیَّنَ لَہُمُ الشَّیۡطٰنُ اَعۡمَالَہُمۡ فَہُوَ وَلِیُّہُمُ الۡیَوۡمَ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۶۳﴾

016.063 TaAllahi laqad arsalna ila omamin min qablika fazayyana lahumu alshshaytanu aAAmalahum fahuwa waliyyuhumu alyawma walahum AAathabun aleemun

16:63 Bij Allah, voorzeker, Wij zonden (Profeten) naar de gemeenschappen voor jou (O Mohammed), maar de Satan deed hun werken schoon schijnen. En hij is op deze wereld hun beschermer. En voor hen is er een pijnlijke bestraffing. Bij Allah, Wij hebben tot gemeenschappen voor jouw tijd gezanten gezonden, maar de satan maakte voor hen hun daden aantrekkelijk. Hij is dus vandaag hun beschermer en voor hen is er een pijnlijke bestraffing.

وَ مَاۤ اَنۡزَلۡنَا عَلَیۡکَ الۡکِتٰبَ اِلَّا لِتُبَیِّنَ لَہُمُ الَّذِی اخۡتَلَفُوۡا فِیۡہِ ۙ وَ ہُدًی وَّ رَحۡمَۃً لِّقَوۡمٍ یُّؤۡمِنُوۡنَ ﴿۶۴﴾

016.064 Wama anzalna AAalayka alkitaba illa litubayyina lahumu allathee ikhtalafoo feehi wahudan warahmatan liqawmin yu/minoona

16:64 En Wij hebben aan jou (O Mohammed) het Boek slechts doen neerdalen om hen duidelijk te maken waarin zij verschillen en als Leiding en Barmhartigheid voor een volk dat gelooft. En Wij hebben het boek slechts tot jou neergezonden opdat jij aan hen dat duidelijk maakt waarover zij het oneens waren en als een leidraad en barmhartigheid voor mensen die geloven.

وَ اللّٰہُ اَنۡزَلَ مِنَ السَّمَآءِ مَآءً فَاَحۡیَا بِہِ الۡاَرۡضَ بَعۡدَ مَوۡتِہَا ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیَۃً لِّقَوۡمٍ یَّسۡمَعُوۡنَ ﴿٪۶۵﴾

016.065 WaAllahu anzala mina alssama-i maan faahya bihi al-arda baAAda mawtiha inna fee thalika laayatan liqawmin yasmaAAoona

16:65 En Allah doet water uit de hemel neerdalen en geeft de aarde er leven mee na haar dood. Voorwaar, dat is zeker een Teken voor een volk dat luistert. Allah laat uit de hemel water neerdalen om daarmee de aarde te doen herleven nadat zij dood was. Daarin is werkelijk een teken voor mensen die horen.

وَ اِنَّ لَکُمۡ فِی الۡاَنۡعَامِ لَعِبۡرَۃً ؕ نُسۡقِیۡکُمۡ مِّمَّا فِیۡ بُطُوۡنِہٖ مِنۡۢ بَیۡنِ فَرۡثٍ وَّ دَمٍ لَّبَنًا خَالِصًا سَآئِغًا لِّلشّٰرِبِیۡنَ ﴿۶۶﴾

016.066 Wa-inna lakum fee al-anAAami laAAibratan nusqeekum mimma fee butoonihi min bayni farthin wadamin labanan khalisan sa-ighan lilshsharibeena

16:66 En voorwaar, voor jullie is er in het vee een lering: Wij geven jullie van wat er in hun buiken tussen mest en bloed is pure melk, gemakkelijk voor de drinkers. In het vee is er voor jullie ook een les: van wat er in hun buiken tussen mest en bloed is, geven Wij jullie zuivere melk te drinken die de drinkers goed bekomt.

وَ مِنۡ ثَمَرٰتِ النَّخِیۡلِ وَ الۡاَعۡنَابِ تَتَّخِذُوۡنَ مِنۡہُ سَکَرًا وَّ رِزۡقًا حَسَنًا ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیَۃً لِّقَوۡمٍ یَّعۡقِلُوۡنَ ﴿۶۷﴾

016.067 Wamin thamarati alnnakheeli waal-aAAnabi tattakhithoona minhu sakaran warizqan hasanan inna fee thalika laayatan liqawmin yaAAqiloona

16:67 En van de vruchten van de dadelpalm en de druivenstruiken maken jullie een bedwelmende drank en een goede voorziening. Voorwaar, daarin is zeker een Teken voor een volk dat begrijpt. En van de vruchten van de palmen en de wijnstokken: jullie nemen ervan een bedwelmende drank en goede voeding. Daarin is zeker een teken voor mensen die verstandig zijn.

وَ اَوۡحٰی رَبُّکَ اِلَی النَّحۡلِ اَنِ اتَّخِذِیۡ مِنَ الۡجِبَالِ بُیُوۡتًا وَّ مِنَ الشَّجَرِ وَ مِمَّا یَعۡرِشُوۡنَ ﴿ۙ۶۸﴾

016.068 Waawha rabbuka ila alnnahli ani ittakhithee mina aljibali buyootan wamina alshshajari wamimma yaAArishoona

16:68 En jouw Heer inspireerde de bij: "Bouw huizen in de bergen en in de bomen en in wat zij (de mensen) bouwen. En jouw Heer heeft de bijen ingegeven: "Betrek behuizingen in de bergen, in de bomen en in wat zij [als dakconstructies] optrekken.

ثُمَّ کُلِیۡ مِنۡ کُلِّ الثَّمَرٰتِ فَاسۡلُکِیۡ سُبُلَ رَبِّکِ ذُلُلًا ؕ یَخۡرُجُ مِنۡۢ بُطُوۡنِہَا شَرَابٌ مُّخۡتَلِفٌ اَلۡوَانُہٗ فِیۡہِ شِفَآءٌ لِّلنَّاسِ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیَۃً لِّقَوۡمٍ یَّتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۶۹﴾

016.069 Thumma kulee min kulli alththamarati faoslukee subula rabbiki thululan yakhruju min butooniha sharabun mukhtalifun alwanuhu feehi shifaon lilnnasi inna fee thalika laayatan liqawmin yatafakkaroona

16:69 Eet dan van alle vruchten en volg de wegen die jouw Heer makkelijk maakte." Er komt uit hun buiken een drank met verschillende kleuren, daarin is genezing voor de mensen. Voorwaar, daarin is zeker een Teken voor een volk dat nadenkt. Eet dan van alle vruchten en ga met gemak langs de wegen van jouw Heer." Uit hun buiken komt een drank van verschillende kleuren waarin genezing voor de mensen is. Daarin is zeker een teken voor mensen die nadenken.

وَ اللّٰہُ خَلَقَکُمۡ ثُمَّ یَتَوَفّٰىکُمۡ ۟ۙ وَ مِنۡکُمۡ مَّنۡ یُّرَدُّ اِلٰۤی اَرۡذَلِ الۡعُمُرِ لِکَیۡ لَا یَعۡلَمَ بَعۡدَ عِلۡمٍ شَیۡئًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌ قَدِیۡرٌ ﴿٪۷۰﴾

016.070 WaAllahu khalaqakum thumma yatawaffakum waminkum man yuraddu ila arthali alAAumuri likay la yaAAlama baAAda AAilmin shay-an inna Allaha AAaleemun qadeerun

16:70 Het is Allah Die jullie schept en jullie vervolgens wegneemt. En onder jullie zijn er die teruggebracht worden naar een vernederende leeftijd, zodat hij niets meer weet na geweten te hebben. Voorwaar, Allah is Alwetend, Almachtig. En Allah heeft jullie geschapen, daarna neemt Hij jullie weg. En er zijn er onder jullie die teruggebracht worden tot de meest vernederende leeftijd zodat zij na kennis gehad te hebben niets meer weten. Allah is wetend en vrijmachtig.

وَ اللّٰہُ فَضَّلَ بَعۡضَکُمۡ عَلٰی بَعۡضٍ فِی الرِّزۡقِ ۚ فَمَا الَّذِیۡنَ فُضِّلُوۡا بِرَآدِّیۡ رِزۡقِہِمۡ عَلٰی مَا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُہُمۡ فَہُمۡ فِیۡہِ سَوَآءٌ ؕ اَفَبِنِعۡمَۃِ اللّٰہِ یَجۡحَدُوۡنَ ﴿۷۱﴾

016.071 WaAllahu faddala baAAdakum AAala baAAdin fee alrrizqi fama allatheena fuddiloo biraddee rizqihim AAala ma malakat aymanuhum fahum feehi sawaon afabiniAAmati Allahi yajhadoona

16:71 En Allah heeft sommigen van jullie boven anderen bevoorrecht met levensonderhoud. En degenen die meer bevoorrecht zijn geven hun levensonderhoud niet door aan jullie slaven, zodat zij daar gelijk in zouden zijn. Zullen zij de gunsten van Allah dan ontkennen? En Allah heeft sommigen van jullie boven anderen met levensbehoeften bevoorrecht, maar zij die bevoorrecht zijn geven hun levensbehoeften niet door aan slaven waarover zij beschikken zodat zij daarin dan gelijk zijn. Verwerpen zij dan Allah's genade?

وَ اللّٰہُ جَعَلَ لَکُمۡ مِّنۡ اَنۡفُسِکُمۡ اَزۡوَاجًا وَّ جَعَلَ لَکُمۡ مِّنۡ اَزۡوَاجِکُمۡ بَنِیۡنَ وَ حَفَدَۃً وَّ رَزَقَکُمۡ مِّنَ الطَّیِّبٰتِ ؕ اَفَبِالۡبَاطِلِ یُؤۡمِنُوۡنَ وَ بِنِعۡمَتِ اللّٰہِ ہُمۡ یَکۡفُرُوۡنَ ﴿ۙ۷۲﴾

016.072 WaAllahu jaAAala lakum min anfusikum azwajan wajaAAala lakum min azwajikum baneena wahafadatan warazaqakum mina alttayyibati afabialbatili yu/minoona wabiniAAmati Allahi hum yakfuroona

16:72 En Allah heeft voor julliezelf uit julliezelf echtgenotes doen voortkomen en hij deed voor jullie uit jullie echtgenotes zonen en kleinkinderen voortkomen en voorzag jullie van goede dingen. Zullen zij in het valse geloven en ondankbaar zijn voor de gunst van Allah? En Allah heeft voor jullie uit jullie eigen midden echtgenotes gemaakt en Hij heeft aan jullie uit jullie echtgenotes zonen en kleinzonen gegeven. En Hij heeft met goede dingen in jullie levensonderhoud voorzien. Geloven zij dan in de onzin terwijl zij aan Allah's genade geen geloof hechten?

وَ یَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مَا لَا یَمۡلِکُ لَہُمۡ رِزۡقًا مِّنَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ شَیۡئًا وَّ لَا یَسۡتَطِیۡعُوۡنَ ﴿ۚ۷۳﴾

016.073 WayaAAbudoona min dooni Allahi ma la yamliku lahum rizqan mina alssamawati waal-ardi shay-an wala yastateeAAoona

16:73 En zij aanbidden dat naast Allah wat hun niets van levensonderhoud kan verschaffen uit de hemelen en de aarde. En zij zijn nergens toe in staat. En zij dienen in plaats van Allah iets wat geen macht heeft om hen met iets uit de hemel en de aarde van levensbehoeften te voorzien. En zij zijn ook nergens toe in staat.

فَلَا تَضۡرِبُوۡا لِلّٰہِ الۡاَمۡثَالَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یَعۡلَمُ وَ اَنۡتُمۡ لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۷۴﴾

016.074 Fala tadriboo lillahi al-amthala inna Allaha yaAAlamu waantum la taAAlamoona

16:74 Maakt dus geen gelijkenissen (afgoden) van Allah. Voorwaar, Allah weet en jullie weten niet Maakt dus geen vergelijkingen met Allah. Allah weet en jullie weten niet. *

ضَرَبَ اللّٰہُ مَثَلًا عَبۡدًا مَّمۡلُوۡکًا لَّا یَقۡدِرُ عَلٰی شَیۡءٍ وَّ مَنۡ رَّزَقۡنٰہُ مِنَّا رِزۡقًا حَسَنًا فَہُوَ یُنۡفِقُ مِنۡہُ سِرًّا وَّ جَہۡرًا ؕ ہَلۡ یَسۡتَوٗنَ ؕ اَلۡحَمۡدُ لِلّٰہِ ؕ بَلۡ اَکۡثَرُہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۷۵﴾

016.075 Daraba Allahu mathalan AAabdan mamlookan la yaqdiru AAala shay-in waman razaqnahu minna rizqan hasanan fahuwa yunfiqu minhu sirran wajahran hal yastawoona alhamdu lillahi bal aktharuhum la yaAAlamoona

16:75 Allah maakt een vergelijking: een slaaf waarover beschikt wordt heeft geen macht en (de ander is) degene die Wij van Ons goed levensonderhoud voorzien hebben, en hij geeft er heimelijk en openlijk van uit. Zijn zij gelijk? Alle lof is voor Allah. Welnee, de meeste van hen weten (het) niet. Allah geeft een voorbeeld van een slaaf over wie beschikt wordt, die nergens macht over heeft en iemand in wiens levensbehoeften Wij van Onze kant goed voorzien en die er dan ook in het geheim en openbaar bijdragen van geeft, zijn die dan gelijk? Lof zij Allah! Integendeel, maar de meesten van hen weten het niet.

وَ ضَرَبَ اللّٰہُ مَثَلًا رَّجُلَیۡنِ اَحَدُہُمَاۤ اَبۡکَمُ لَا یَقۡدِرُ عَلٰی شَیۡءٍ وَّ ہُوَ کَلٌّ عَلٰی مَوۡلٰىہُ ۙ اَیۡنَمَا یُوَجِّہۡہُّ لَایَاۡتِ بِخَیۡرٍ ؕ ہَلۡ یَسۡتَوِیۡ ہُوَ ۙ وَ مَنۡ یَّاۡمُرُ بِالۡعَدۡلِ ۙ وَ ہُوَ عَلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿٪۷۶﴾

016.076 Wadaraba Allahu mathalan rajulayni ahaduhuma abkamu la yaqdiru AAala shay-in wahuwa kallun AAala mawlahu aynama yuwajjihhu la ya/ti bikhayrin hal yastawee huwa waman ya/muru bialAAadli wahuwa AAala siratin mustaqeemin

16:76 En Allah maakt een vergelijking met twee mannen: een van de twee is stom en hij heeft geen enkele macht en hij is een last voor zijn meester; waar hij hem ook heen stuurt: hij brengt niets goeds voort. Is hij gelijk aan degene die het oprechte gebiedt, en op het Rechte Pad is? Ook geeft Allah een voorbeeld van twee mannen. Een van beiden is stom en heeft nergens macht over en hij is een last voor zijn beschermheer, waar hij hem ook heen stuurt, hij komt met niets goeds. Is die dan gelijk aan iemand die gebiedt rechtvaardig te handelen en die op een juiste weg is?

وَ لِلّٰہِ غَیۡبُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ مَاۤ اَمۡرُ السَّاعَۃِ اِلَّا کَلَمۡحِ الۡبَصَرِ اَوۡ ہُوَ اَقۡرَبُ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۷۷﴾

016.077 Walillahi ghaybu alssamawati waal-ardi wama amru alssaAAati illa kalamhi albasari aw huwa aqrabu inna Allaha AAala kulli shay-in qadeerun

16:77 Aan Allah behoort het verborgene van de hemelen en de aarde. En de zaak van het Uur is slechts een oogwenk of het is sneller. Voorwaar, Allah is Almachtig over alle zaken. En van Allah is het verborgene van de hemelen en de aarde. En de beschikking van het uur is slechts een oogwenk of het is nog korter. Allah is almachtig.

وَ اللّٰہُ اَخۡرَجَکُمۡ مِّنۡۢ بُطُوۡنِ اُمَّہٰتِکُمۡ لَا تَعۡلَمُوۡنَ شَیۡئًا ۙ وَّ جَعَلَ لَکُمُ السَّمۡعَ وَ الۡاَبۡصَارَ وَ الۡاَفۡـِٕدَۃَ ۙ لَعَلَّکُمۡ تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۷۸﴾

016.078 WaAllahu akhrajakum min butooni ommahatikum la taAAlamoona shay-an wajaAAala lakumu alssamAAa waal-absara waal-af-idata laAAallakum tashkuroona

16:78 En Allah bracht jullie uit de buiken van jullie moeders voort terwijl jullie niets wisten. En Hij gaf jullie het gehoor en het zien en de harten. Hopelijk zullen jullie dankbaarheid tonen. En Allah heeft jullie terwijl jullie niets wisten uit de buiken van jullie moeders voortgebracht. Ook heeft Hij aan jullie gehoor, gezichtsvermogen en harten gegeven; misschien zullen jullie dank betuigen.

اَلَمۡ یَرَوۡا اِلَی الطَّیۡرِ مُسَخَّرٰتٍ فِیۡ جَوِّ السَّمَآءِ ؕ مَا یُمۡسِکُہُنَّ اِلَّا اللّٰہُ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یُّؤۡمِنُوۡنَ ﴿۷۹﴾

016.079 Alam yaraw ila alttayri musakhkharatin fee jawwi alssama-i ma yumsikuhunna illa Allahu inna fee thalika laayatin liqawmin yu/minoona

16:79 Zien zij de vogels niet gemakkelijk vliegend in het midden van de hemel? Niemand dan Allah houdt hen vast. Voorwaar, daarin is zeker een Teken voor een volk dat gelooft. Hebben zij niet gezien naar de vogels die in de lucht van de hemel voortgedreven worden. Alleen Allah houdt ze vast. Daarin zijn zeker tekenen voor mensen die geloven.

وَ اللّٰہُ جَعَلَ لَکُمۡ مِّنۡۢ بُیُوۡتِکُمۡ سَکَنًا وَّ جَعَلَ لَکُمۡ مِّنۡ جُلُوۡدِ الۡاَنۡعَامِ بُیُوۡتًا تَسۡتَخِفُّوۡنَہَا یَوۡمَ ظَعۡنِکُمۡ وَ یَوۡمَ اِقَامَتِکُمۡ ۙ وَ مِنۡ اَصۡوَافِہَا وَ اَوۡبَارِہَا وَ اَشۡعَارِہَاۤ اَثَاثًا وَّ مَتَاعًا اِلٰی حِیۡنٍ ﴿۸۰﴾

016.080 WaAllahu jaAAala lakum min buyootikum sakanan wajaAAala lakum min juloodi al-anAAami buyootan tastakhiffoonaha yawma thaAAnikum wayawma iqamatikum wamin aswafiha waawbariha waashAAariha athathan wamataAAan ila heenin

16:80 En Allah maakte voor jullie jullie huizen tot plaatsen om uit te rusten en Hij maakte voor jullie de huiden van het vee tot tenten die licht zijn op de dag dat jullie reizen en op de dag dat jullie je vestigen (en Hij maakte) hun wol en hun vacht tot gebruikszaken en als een genieting voor een bepaalde tijd. En Allah heeft voor jullie van jullie huizen een plaats om te rusten gemaakt en Hij heeft voor jullie van de huiden van het vee huizen gemaakt die jullie licht om te dragen vinden op de dag dat jullie je verplaatsen en op de dag dat jullie je vestigen, en van hun wol, hun vacht en hun haar huisraad en tijdelijk vruchtgebruik.

وَ اللّٰہُ جَعَلَ لَکُمۡ مِّمَّا خَلَقَ ظِلٰلًا وَّ جَعَلَ لَکُمۡ مِّنَ الۡجِبَالِ اَکۡنَانًا وَّ جَعَلَ لَکُمۡ سَرَابِیۡلَ تَقِیۡکُمُ الۡحَرَّ وَ سَرَابِیۡلَ تَقِیۡکُمۡ بَاۡسَکُمۡ ؕ کَذٰلِکَ یُتِمُّ نِعۡمَتَہٗ عَلَیۡکُمۡ لَعَلَّکُمۡ تُسۡلِمُوۡنَ ﴿۸۱﴾

016.081 WaAllahu jaAAala lakum mimma khalaqa thilalan wajaAAala lakum mina aljibali aknanan wajaAAala lakum sarabeela taqeekumu alharra wasarabeela taqeekum ba/sakum kathalika yutimmu niAAmatahu AAalaykum laAAallakum tuslimoona

16:81 En Allah gaf jullie uit wat Hij schiep schaduwen en Hij maakte voor jullie in de bergen schuilplaatsen en Hij gaf jullie kleding die jullie tegen de hitte beschermt en kleding die jullie tegen jullie oorlog beschermt. Op deze wijze vervolmaakt Hij voor jullie Zijn gunst. Hopelijk zullen jullie je (aan Hem) overgeven. En Allah heeft voor jullie uit wat Hij geschapen heeft schaduwen gemaakt, Hij heeft voor jullie in de bergen onderkomens gemaakt en Hij heeft voor jullie kledingstukken gemaakt die jullie tegen de hitte beschermen en kledingstukken die jullie tegen jullie gewelddadigheid beschermen. Zo bewijst Hij zijn genade aan jullie volledig; misschien zullen jullie je [aan Allah] overgeven.

فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَاِنَّمَا عَلَیۡکَ الۡبَلٰغُ الۡمُبِیۡنُ ﴿۸۲﴾

016.082 Fa-in tawallaw fa-innama AAalayka albalaghu almubeenu

16:82 Maar als zij zich afwenden: jouw plicht (O Mohammed) is slechts de duidelijke verkondiging. Maar als zij zich afkeren, dan heb jij slechts de plicht van de verkondiging.

یَعۡرِفُوۡنَ نِعۡمَتَ اللّٰہِ ثُمَّ یُنۡکِرُوۡنَہَا وَ اَکۡثَرُہُمُ الۡکٰفِرُوۡنَ ﴿٪۸۳﴾

016.083 YaAArifoona niAAmata Allahi thumma yunkiroonaha waaktharuhumu alkafiroona

16:83 Zij herkennen de gunst van Allah en daarop ontkennen zij die en de meeste van hen zijn ondankbaren. Zij kennen Allah's genade en dan ontkennen zij die; de meesten van hen zijn immers ongelovigen.

وَ یَوۡمَ نَبۡعَثُ مِنۡ کُلِّ اُمَّۃٍ شَہِیۡدًا ثُمَّ لَا یُؤۡذَنُ لِلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ لَا ہُمۡ یُسۡتَعۡتَبُوۡنَ ﴿۸۴﴾

016.084 Wayawma nabAAathu min kulli ommatin shaheedan thumma la yu/thanu lillatheena kafaroo wala hum yustaAAtaboona

16:84 Op de Dag zullen Wij uit iedere gemeenschap een getuige doen opstaan, dan zullen degenen die ongelovig zijn geen gehoor gegeven worden en zij krijgen niet de gelegenheid zich te verbeteren. En op de dag dat Wij van iedere gemeenschap een getuige laten opstaan. Dan zal aan hen die ongelovig zijn geen gehoor gegeven worden en zij zullen geen kans meer krijgen om het goed te maken.

وَ اِذَا رَاَ الَّذِیۡنَ ظَلَمُوا الۡعَذَابَ فَلَا یُخَفَّفُ عَنۡہُمۡ وَ لَا ہُمۡ یُنۡظَرُوۡنَ ﴿۸۵﴾

016.085 Wa-itha raa allatheena thalamoo alAAathaba fala yukhaffafu AAanhum wala hum yuntharoona

16:85 En wanneer degenen die onrecht pleegden de bestraffing zien zal die voor hen niet lichter gemaakt worden en zij zullen geen uitstel krijgen. En wanneer zij die onrecht plegen de bestraffing zien, dan krijgen zij geen strafverlichting en ook geen uitstel.

وَ اِذَا رَاَ الَّذِیۡنَ اَشۡرَکُوۡا شُرَکَآءَہُمۡ قَالُوۡا رَبَّنَا ہٰۤؤُلَآءِ شُرَکَآؤُنَا الَّذِیۡنَ کُنَّا نَدۡعُوۡا مِنۡ دُوۡنِکَ ۚ فَاَلۡقَوۡا اِلَیۡہِمُ الۡقَوۡلَ اِنَّکُمۡ لَکٰذِبُوۡنَ ﴿ۚ۸۶﴾

016.086 Wa-itha raa allatheena ashrakoo shurakaahum qaloo rabbana haola-i shurakaona allatheena kunna nadAAoo min doonika faalqaw ilayhimu alqawla innakum lakathiboona

16:86 En wanneer degenen die deelgenoten toekenden hun deelgenoten zullen zien, zullen zij zeggen: "Onze Heer! Zij zijn degenen die onze deelgenoten waren die wij naast U plachten aan te roepen." Maar zij (de deelgenoten) zullen hun woorden terugwerpen, en zeggen: "Voorwaar, jullie zijn zeker leugenaars!" En wanneer de aanhangers van het veelgodendom hun [zogenaamd goddelijke] metgezellen zien, dan zeggen zij: "Onze Heer dit zijn nu onze [zogenaamd goddelijke] metgezellen die wij in plaats van U aangeroepen hebben." Maar zij zullen tot hen terugzeggen: "Jullie zijn leugenaars."

وَ اَلۡقَوۡا اِلَی اللّٰہِ یَوۡمَئِذِۣ السَّلَمَ وَ ضَلَّ عَنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۸۷﴾

016.087 Waalqaw ila Allahi yawma-ithin alssalama wadalla AAanhum ma kanoo yaftaroona

16:87 En op die Dag zullen zij Allah hun onderwerping tonen. En wat zij plachten te verzinnen zal van hen weggedwaald zijn. En zij zullen op die dag Allah vrede aanbieden en wat ze verzonnen hebben zijn zij kwijtgeraakt.

اَلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ صَدُّوۡا عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ زِدۡنٰہُمۡ عَذَابًا فَوۡقَ الۡعَذَابِ بِمَا کَانُوۡا یُفۡسِدُوۡنَ ﴿۸۸﴾

016.088 Allatheena kafaroo wasaddoo AAan sabeeli Allahi zidnahum AAathaban fawqa alAAathabi bima kanoo yufsidoona

16:88 (Zij zijn) degenen die ongelovig waren en (mensen) van de Weg van Allah afhielden. Wij zullen bestraffing op bestraffing stapelen vanwege wat zij aan verderf zaaiden. Zij die ongelovig zijn en die Allah's weg versperren, hun zullen Wij boven op de bestraffing nog strafverzwaring geven omdat zij verderf zaaiden.

وَ یَوۡمَ نَبۡعَثُ فِیۡ کُلِّ اُمَّۃٍ شَہِیۡدًا عَلَیۡہِمۡ مِّنۡ اَنۡفُسِہِمۡ وَ جِئۡنَا بِکَ شَہِیۡدًا عَلٰی ہٰۤؤُلَآءِ ؕ وَ نَزَّلۡنَا عَلَیۡکَ الۡکِتٰبَ تِبۡیَانًا لِّکُلِّ شَیۡءٍ وَّ ہُدًی وَّ رَحۡمَۃً وَّ بُشۡرٰی لِلۡمُسۡلِمِیۡنَ ﴿٪۸۹﴾

016.089 Wayawma nabAAathu fee kulli ommatin shaheedan AAalayhim min anfusihim waji/na bika shaheedan AAala haola-i wanazzalna AAalayka alkitaba tibyanan likulli shay-in wahudan warahmatan wabushra lilmuslimeena

16:89 En op die dag zullen Wij uit het midden van iedere gemeenschap een getuige doen opstaan en Wij zullen jou als getuige nemen tegen deze (gemeenschap van jou). En Wij hebben jou het Boek neergezonden, als een uitleg van alle zaken en als Leiding en Barmhartigheid en een verheugende tijding voor de Moslims. En op de dag dat Wij in iedere gemeenschap uit hun eigen midden een getuige tegen hen laten opstaan. En jou laten Wij als getuige komen tegen dezen hier. En tot jou hebben Wij het boek neergezonden als een verduidelijking van alles en als leidraad en barmhartigheid en goed nieuws voor hen die zich [aan Allah] overgeven.

اِنَّ اللّٰہَ یَاۡمُرُ بِالۡعَدۡلِ وَ الۡاِحۡسَانِ وَ اِیۡتَآیِٔ ذِی الۡقُرۡبٰی وَ یَنۡہٰی عَنِ الۡفَحۡشَآءِ وَ الۡمُنۡکَرِ وَ الۡبَغۡیِ ۚ یَعِظُکُمۡ لَعَلَّکُمۡ تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۹۰﴾

016.090 Inna Allaha ya/muru bialAAadli waal-ihsani wa-eeta-i thee alqurba wayanha AAani alfahsha-i waalmunkari waalbaghyi yaAAithukum laAAallakum tathakkaroona

16:90 Allah beveelt rechtvaardigheid en het goede en het geven aan de verwanten en Hij verbiedt de zedeloosheid en het verwerpelijke en de opstandigheid. Hij onderricht jullie, hopelijk zullen jullie je laten vermanen. Allah gebiedt rechtvaardig te handelen, goed te doen en aan de verwanten giften te geven en Hij verbiedt wat gruwelijk, verwerpelijk en gewelddadig is. Hij spoort jullie aan; misschien laten jullie je vermanen.

وَ اَوۡفُوۡا بِعَہۡدِ اللّٰہِ اِذَا عٰہَدۡتُّمۡ وَ لَا تَنۡقُضُوا الۡاَیۡمَانَ بَعۡدَ تَوۡکِیۡدِہَا وَ قَدۡ جَعَلۡتُمُ اللّٰہَ عَلَیۡکُمۡ کَفِیۡلًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ یَعۡلَمُ مَا تَفۡعَلُوۡنَ ﴿۹۱﴾

016.091 Waawfoo biAAahdi Allahi itha AAahadtum wala tanqudoo al-aymana baAAda tawkeediha waqad jaAAaltumu Allaha AAalaykum kafeelan inna Allaha yaAAlamu ma tafAAaloona

16:91 En komt het verbond met Allah na wanneer jullie je verbonden hebben, en breekt niet jullie eden nadat jullie ze bevestigd hebben. En waarlijk, jullie hebben Allah als Getuige genomen. Voorwaar, Allah is Alwetend over wat jullie doen. Komt Allah's verbintenis na wanneer jullie een verbintenis aangaan en verbreekt de eden niet na de bekrachtiging ervan, want jullie hebben toch Allah tot borg tegen jullie gemaakt. Allah weet wat jullie doen.

وَ لَا تَکُوۡنُوۡا کَالَّتِیۡ نَقَضَتۡ غَزۡلَہَا مِنۡۢ بَعۡدِ قُوَّۃٍ اَنۡکَاثًا ؕ تَتَّخِذُوۡنَ اَیۡمَانَکُمۡ دَخَلًۢا بَیۡنَکُمۡ اَنۡ تَکُوۡنَ اُمَّۃٌ ہِیَ اَرۡبٰی مِنۡ اُمَّۃٍ ؕ اِنَّمَا یَبۡلُوۡکُمُ اللّٰہُ بِہٖ ؕ وَ لَیُبَیِّنَنَّ لَکُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ مَا کُنۡتُمۡ فِیۡہِ تَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۹۲﴾

016.092 Wala takoonoo kaallatee naqadat ghazlaha min baAAdi quwwatin ankathan tattakhithoona aymanakum dakhalan baynakum an takoona ommatun hiya arba min ommatin innama yablookumu Allahu bihi walayubayyinanna lakum yawma alqiyamati ma kuntum feehi takhtalifoona

16:92 En wees niet als zij die haar garen weer opsplitst nadat zij het stevig gesponnen had, jullie eden als een list tussen jullie gebruikend, omdat n gemeenschap talrijker is dan een (andere) gemeenschap. Voorwaar, Allah beproeft jullie er slechts mee. En Hij zal jullie op de Dag van de Opstanding duidelijk maken waar jullie over plachten te redetwisten. En weest niet als zij die haar garen na het stevig gesponnen te hebben weer opsplitst door jullie eden voor onderlinge arglistigheid te gebruiken omdat de ene gemeenschap talrijker is dan de andere gemeenschap. Allah stelt jullie daarmee slechts op de proef en op de opstandingsdag zal Hij jullie duidelijk maken waarover jullie het oneens waren.

وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ لَجَعَلَکُمۡ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً وَّ لٰکِنۡ یُّضِلُّ مَنۡ یَّشَآءُ وَ یَہۡدِیۡ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ لَتُسۡـَٔلُنَّ عَمَّا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۹۳﴾

016.093 Walaw shaa Allahu lajaAAalakum ommatan wahidatan walakin yudillu man yashao wayahdee man yashao walatus-alunna AAamma kuntum taAAmaloona

16:93 En als Allah het gewild had, had Hij jullie zeker (als behorend) tot n godsdienst gemaakt. Maar Hij doet dwalen wie Hij wil en Hij leidt wie Hij wil. En jullie zullen zeker ondervraagd worden over wat jullie plachten te doen. En als Allah het gewild had dan zou Hij jullie tot n gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij brengt tot dwaling wie Hij wil en Hij brengt op het goede pad wie Hij wil en jullie zullen ter verantwoording geroepen worden over wat jullie aan het doen waren.

وَ لَا تَتَّخِذُوۡۤا اَیۡمَانَکُمۡ دَخَلًۢا بَیۡنَکُمۡ فَتَزِلَّ قَدَمٌۢ بَعۡدَ ثُبُوۡتِہَا وَ تَذُوۡقُوا السُّوۡٓءَ بِمَا صَدَدۡتُّمۡ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ۚ وَ لَکُمۡ عَذَابٌ عَظِیۡمٌ ﴿۹۴﴾

016.094 Wala tattakhithoo aymanakum dakhalan baynakum fatazilla qadamun baAAda thubootiha watathooqoo alssoo-a bima sadadtum AAan sabeeli Allahi walakum AAathabun AAatheemun

16:94 En zweert jullie eden niet als een list tussen jullie, zodat een voet uitglijdt nadat die stevig neergezet was en jullie zullen het slechte moeten proeven vanwege jullie afhouden (van de mensen) van de Weg van Allah. En voor jullie (zondaars) is er een geweldige bestraffing. En gebruik jullie eden niet voor onderlinge arglistigheid, want dan glijdt een voet na stevig gestaan te hebben uit en proeven jullie het kwade omdat jullie Allah's weg versperden en is er voor jullie een pijnlijke bestraffing.

وَ لَا تَشۡتَرُوۡا بِعَہۡدِ اللّٰہِ ثَمَنًا قَلِیۡلًا ؕ اِنَّمَا عِنۡدَ اللّٰہِ ہُوَ خَیۡرٌ لَّکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۵﴾

016.095 Wala tashtaroo biAAahdi Allahi thamanan qaleelan innama AAinda Allahi huwa khayrun lakum in kuntum taAAlamoona

16:95 En ruilt het verbond met Allah niet in voor een geringe prijs. Voorwaar, wat bij Allah is, is beter voor jullie als jullie (het) weten. Verkwanselt Allah's verbintenis niet; wat Allah heeft is beter voor jullie, als jullie dat maar wisten.

مَا عِنۡدَکُمۡ یَنۡفَدُ وَ مَا عِنۡدَ اللّٰہِ بَاقٍ ؕ وَ لَنَجۡزِیَنَّ الَّذِیۡنَ صَبَرُوۡۤا اَجۡرَہُمۡ بِاَحۡسَنِ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۹۶﴾

016.096 Ma AAindakum yanfadu wama AAinda Allahi baqin walanajziyanna allatheena sabaroo ajrahum bi-ahsani ma kanoo yaAAmaloona

16:96 Wat bij jullie is, zal vergaan, maar wat bij Allah is, is blijvend. En Wij zullen degenen die geduldig waren zeker belonen met hun beloning, volgens het beste van wat zij plachten te doen. Wat jullie hebben vergaat, maar wat Allah heeft blijft. En Wij zullen hen die geduldig volharden met hun loon belonen voor het beste dat zij deden.

مَنۡ عَمِلَ صَالِحًا مِّنۡ ذَکَرٍ اَوۡ اُنۡثٰی وَ ہُوَ مُؤۡمِنٌ فَلَنُحۡیِیَنَّہٗ حَیٰوۃً طَیِّبَۃً ۚ وَ لَنَجۡزِیَنَّہُمۡ اَجۡرَہُمۡ بِاَحۡسَنِ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۹۷﴾

016.097 Man AAamila salihan min thakarin aw ontha wahuwa mu/minun falanuhyiyannahu hayatan tayyibatan walanajziyannahum ajrahum bi-ahsani ma kanoo yaAAmaloona

16:97 Wie het goede doet, man of vrouw, en hij gelooft: voorwaar, aan hem geven Wij een goed leven. En Wij zullen hen zeker belonen met hun beloning, volgens het beste van wat zij plachten te doen. Wie -- hetzij man of vrouw -- deugdelijk handelt als gelovige, die zullen Wij een goed leven laten leiden en Wij zullen hen met hun loon belonen voor het beste dat zij deden.

فَاِذَا قَرَاۡتَ الۡقُرۡاٰنَ فَاسۡتَعِذۡ بِاللّٰہِ مِنَ الشَّیۡطٰنِ الرَّجِیۡمِ ﴿۹۸﴾

016.098 Fa-itha qara/ta alqur-ana faistaAAith biAllahi mina alshshaytani alrrajeemi

16:98 En wanneer jullie de Kuran lezen: zoek dan de bescherming van Allah tegen de vervloekte Satan. En wanneer jij de Koran voorleest, vraag Allah dan om bescherming tegen de vervloekte satan.

اِنَّہٗ لَیۡسَ لَہٗ سُلۡطٰنٌ عَلَی الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَلٰی رَبِّہِمۡ یَتَوَکَّلُوۡنَ ﴿۹۹﴾

016.099 Innahu laysa lahu sultanun AAala allatheena amanoo waAAala rabbihim yatawakkaloona

16:99 Voorwaar, hij heeft geen gezag over degenen die geloven en kun Heer vertrouwen, Hij heeft geen gezag over hen die geloven en die op hun Heer hun vertrouwen stellen.

اِنَّمَا سُلۡطٰنُہٗ عَلَی الَّذِیۡنَ یَتَوَلَّوۡنَہٗ وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ بِہٖ مُشۡرِکُوۡنَ ﴿۱۰۰﴾٪

016.100 Innama sultanuhu AAala allatheena yatawallawnahu waallatheena hum bihi mushrikoona

16:100 Voorwaar, hij heeft alleen gezag over degenen die hem als beschermer nemen en (over) degenen die deelgenoten aan Hem toekennen. Gezag heeft hij over hen die hem als beschermheer nemen en die Hem metgezellen toeschrijven.

وَ اِذَا بَدَّلۡنَاۤ اٰیَۃً مَّکَانَ اٰیَۃٍ ۙ وَّ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِمَا یُنَزِّلُ قَالُوۡۤا اِنَّمَاۤ اَنۡتَ مُفۡتَرٍ ؕ بَلۡ اَکۡثَرُہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۱۰۱﴾

016.101 Wa-itha baddalna ayatan makana ayatin waAllahu aAAlamu bima yunazzilu qaloo innama anta muftarin bal aktharuhum la yaAAlamoona

16:101 En wanneer Wij een Vers door een ander Vers vervangen, en Allah weet heter wat Hij neerzendt, (dan) zeggen zij, "Voorwaar, jij (Moehammed) bent slechts een verzinner van leugens." De meeste van hen weten zelfs niets. En wanneer Wij een teken vervangen [door het] in de plaats van een ander teken [te geven] -- Allah weet het best wat Hij neerzendt -- dan zeggen zij: "Jij verzint maar wat." Integendeel, maar de meesten van hen weten het niet.

قُلۡ نَزَّلَہٗ رُوۡحُ الۡقُدُسِ مِنۡ رَّبِّکَ بِالۡحَقِّ لِیُـثَبِّتَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ ہُدًی وَّ بُشۡرٰی لِلۡمُسۡلِمِیۡنَ ﴿۱۰۲﴾

016.102 Qul nazzalahu roohu alqudusi min rabbika bialhaqqi liyuthabbita allatheena amanoo wahudan wabushra lilmuslimeena

16:102 Zeg (O Mohammed): "De Heilige Geest (Djibrll) van jouw Heer deed hem met de Waarheid neerdalen om degenen die geloven te versterken, en als Leiding en een verheugende tijding voor de Moslims." Zeg: "De heilige geest zond het van jouw Heer vandaan met de waarheid neer om hen die geloven te sterken en als leidraad en goed nieuws voor hen die zich [aan Allah] overgeven."

وَ لَقَدۡ نَعۡلَمُ اَنَّہُمۡ یَقُوۡلُوۡنَ اِنَّمَا یُعَلِّمُہٗ بَشَرٌ ؕ لِسَانُ الَّذِیۡ یُلۡحِدُوۡنَ اِلَیۡہِ اَعۡجَمِیٌّ وَّ ہٰذَا لِسَانٌ عَرَبِیٌّ مُّبِیۡنٌ ﴿۱۰۳﴾

016.103 Walaqad naAAlamu annahum yaqooloona innama yuAAallimuhu basharun lisanu allathee yulhidoona ilayhi aAAjamiyyun wahatha lisanun AAarabiyyun mubeenun

16:103 En voorzeker, Wij weten dat zij zeggen: "Voorwaar, het is slechts een mens die hem onderwijst." De taal van degenen waar zij valselijk naar verwijzen is vreemd, maar dit is oen duidelijke Arabische taal. Wij weten wel dat zij zeggen: "Het is slechts een mens die hem onderwijst." De taal van hem op wie zij abusievelijk doelen is vreemd, maar dit is duidelijke Arabische taal.

اِنَّ الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ ۙ لَا یَہۡدِیۡہِمُ اللّٰہُ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۱۰۴﴾

016.104 Inna allatheena la yu/minoona bi-ayati Allahi la yahdeehimu Allahu walahum AAathabun aleemun

16:104 Voorwaar, (wat betreft) degenen die niet in de Verzen van Allah geloven: Allah zal hen niet leiden en voor hen zal er een pijnlijke bestraffing zijn. Zij die niet in Allah's tekenen geloven zal Allah niet op het goede pad brengen. En voor hen is er een pijnlijke bestraffing.

اِنَّمَا یَفۡتَرِی الۡکَذِبَ الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ ۚ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡکٰذِبُوۡنَ ﴿۱۰۵﴾

016.105 Innama yaftaree alkathiba allatheena la yu/minoona bi-ayati Allahi waola-ika humu alkathiboona

16:105 Voorwaar, degenen die de leugen verzinnen geloven niet in de Verzen van Allah. Zij zijn degenen die leugenaars zijn. Slechts leugen verzinnen zij die niet in Allah's tekenen geloven; dat zijn de leugenaars.

مَنۡ کَفَرَ بِاللّٰہِ مِنۡۢ بَعۡدِ اِیۡمَانِہٖۤ اِلَّا مَنۡ اُکۡرِہَ وَ قَلۡبُہٗ مُطۡمَئِنٌّۢ بِالۡاِیۡمَانِ وَ لٰکِنۡ مَّنۡ شَرَحَ بِالۡکُفۡرِ صَدۡرًا فَعَلَیۡہِمۡ غَضَبٌ مِّنَ اللّٰہِ ۚ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ عَظِیۡمٌ ﴿۱۰۶﴾

016.106 Man kafara biAllahi min baAAdi eemanihi illa man okriha waqalbuhu mutma-innun bial-eemani walakin man sharaha bialkufri sadran faAAalayhim ghadabun mina Allahi walahum AAathabun AAatheemun

16:106 Wie aan Allah ongelovig is na geloofd te hebben, behalve wie gedwongen is terwijl zijn hart in het geloof tot rust gekomen was, maar (voor) wie die zijn hart voor het ongeloof openstelde: voor hem is er de toorn van Allah en voor hem is er een geweldige bestraffing. Wie na geloofd te hebben aan Allah geen geloof meer hecht -- en dan niet wie gedwongen is, terwijl zijn hart in het geloof rust gevonden heeft, maar zij die hun hart voor het ongeloof openstellen -- op hen rust Allah's toorn en voor hen is er een geweldige bestraffing.

ذٰلِکَ بِاَنَّہُمُ اسۡتَحَبُّوا الۡحَیٰوۃَ الدُّنۡیَا عَلَی الۡاٰخِرَۃِ ۙ وَ اَنَّ اللّٰہَ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۱۰۷﴾

016.107 Thalika bi-annahumu istahabboo alhayata alddunya AAala al-akhirati waanna Allaha la yahdee alqawma alkafireena

16:107 Dat is omdat zij het wereldse leven verkiezen boven het Hiernamaals, en omdat Allah het ongelovige volk niet zal leiden. Dat komt omdat zij het tegenwoordige leven meer liefhebben dan het hiernamaals en omdat Allah de ongelovige mensen niet op het goede pad brengt.

اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ طَبَعَ اللّٰہُ عَلٰی قُلُوۡبِہِمۡ وَ سَمۡعِہِمۡ وَ اَبۡصَارِہِمۡ ۚ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡغٰفِلُوۡنَ ﴿۱۰۸﴾

016.108 Ola-ika allatheena tabaAAa Allahu AAala quloobihim wasamAAihim waabsarihim waola-ika humu alghafiloona

16:108 Zij zijn degenen bij wie Allah hun harten en hun qehoor en hun zien vergrendeld heeft; en zij zijn degenen die onachtzaam zijn. Zij zijn het van wie Allah de harten en het gehoor en de ogen verzegeld heeft. Zij zijn het die onoplettend zijn.

لَاجَرَمَ اَنَّہُمۡ فِی الۡاٰخِرَۃِ ہُمُ الۡخٰسِرُوۡنَ ﴿۱۰۹﴾

016.109 La jarama annahum fee al-akhirati humu alkhasiroona

16:109 Het is zeker dat zij in het hiernamaals de verliezers zijn. Het staat vast dat zij in het hiernamaals de verliezers zijn.

ثُمَّ اِنَّ رَبَّکَ لِلَّذِیۡنَ ہَاجَرُوۡا مِنۡۢ بَعۡدِ مَا فُتِنُوۡا ثُمَّ جٰہَدُوۡا وَ صَبَرُوۡۤا ۙ اِنَّ رَبَّکَ مِنۡۢ بَعۡدِہَا لَغَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۱۰﴾٪

016.110 Thumma inna rabbaka lillatheena hajaroo min baAAdi ma futinoo thumma jahadoo wasabaroo inna rabbaka min baAAdiha laghafoorun raheemun

16:110 Voorwaar dan, jouw Heer is voor degenen die uitgeweken zijn nadat zij op de proef gesteld werden en daarna streden en geduldig waren; voorwaar, jouw Heer is daarna (voor hen) zeker Vergevensgezind. Meest Barmhartig. Voorts is jouw Heer voor hen die zijn uitgeweken nadat zij in verzoeking gebracht zijn en die zich dan te weer hebben gesteld en geduldig hebben volhard -- voor hen is jouw Heer tenslotte toch vergevend en barmhartig. *

یَوۡمَ تَاۡتِیۡ کُلُّ نَفۡسٍ تُجَادِلُ عَنۡ نَّفۡسِہَا وَ تُوَفّٰی کُلُّ نَفۡسٍ مَّا عَمِلَتۡ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۱۱۱﴾

016.111 Yawma ta/tee kullu nafsin tujadilu AAan nafsiha watuwaffa kullu nafsin ma AAamilat wahum la yuthlamoona

16:111 Op die Dag zal iedere ziel voor zichzelf pleiten en zal iedere ziet voor wat hij verrichtte volledig beloond worden en zij zullen niet onrechtvaardig behandeld worden. Op de dag dat elke ziel komt om voor zichzelf op te komen en aan elke ziel vergoed wordt wat zij gedaan heeft. En hun zal geen onrecht worden aangedaan.

وَ ضَرَبَ اللّٰہُ مَثَلًا قَرۡیَۃً کَانَتۡ اٰمِنَۃً مُّطۡمَئِنَّۃً یَّاۡتِیۡہَا رِزۡقُہَا رَغَدًا مِّنۡ کُلِّ مَکَانٍ فَکَفَرَتۡ بِاَنۡعُمِ اللّٰہِ فَاَذَاقَہَا اللّٰہُ لِبَاسَ الۡجُوۡعِ وَ الۡخَوۡفِ بِمَا کَانُوۡا یَصۡنَعُوۡنَ ﴿۱۱۲﴾

016.112 Wadaraba Allahu mathalan qaryatan kanat aminatan mutma-innatan ya/teeha rizquha raghadan min kulli makanin fakafarat bi-anAAumi Allahi faathaqaha Allahu libasa aljooAAi waalkhawfi bima kanoo yasnaAAoona

16:112 En Allah geeft een voorbeeld: een veilige en rustige stad had haar voorzieningen overvloedig van iedere plaats gekregen en was toch ondankbaar voor de gunsten van Allah. Allah deed haar honger en angst proeven wegens wat zij plachten te bedrijven. Allah heeft een voorbeeld gegeven met een stad die in veiligheid en gerustheid verkeerde. Haar levensonderhoud kwam van elke kant tot haar in overvloed, maar zij was ongelovig aan Allah's gunsten. En Allah liet hen het kleed van honger en vrees voelen voor wat zij aan het doen waren.

وَ لَقَدۡ جَآءَہُمۡ رَسُوۡلٌ مِّنۡہُمۡ فَکَذَّبُوۡہُ فَاَخَذَہُمُ الۡعَذَابُ وَ ہُمۡ ظٰلِمُوۡنَ ﴿۱۱۳﴾

016.113 Walaqad jaahum rasoolun minhum fakaththaboohu faakhathahumu alAAathabu wahum thalimoona

16:113 En voorzeker, er kwam m Boodschapper vanuit hun midden tot hen, maar zij loochenden hem waarop de bestraffing hen trof, en zij waren onrechtvaardig. En er kwam tot hen een gezant uit hun midden, maar zij betichtten hem van leugens. Dus greep de bestraffing hen terwijl zij onrecht pleegden.

فَکُلُوۡا مِمَّا رَزَقَکُمُ اللّٰہُ حَلٰلًا طَیِّبًا ۪ وَّ اشۡکُرُوۡا نِعۡمَتَ اللّٰہِ اِنۡ کُنۡتُمۡ اِیَّاہُ تَعۡبُدُوۡنَ ﴿۱۱۴﴾

016.114 Fakuloo mimma razaqakumu Allahu halalan tayyiban waoshkuroo niAAmata Allahi in kuntum iyyahu taAAbudoona

16:114 Eet dus van het toegestane en het goede waar Allah jullie mee voorzien heeft en wees dankbaar voor de gunsten van Allah, als jullie alleen Hem aanbidden. Eet dan van wat Allah jullie als levensonderhoud gegeven heeft als iets wat toegestaan en goed is en betuigt dank voor Allah's genade, als Hij het is die jullie dienen.

اِنَّمَا حَرَّمَ عَلَیۡکُمُ الۡمَیۡتَۃَ وَ الدَّمَ وَ لَحۡمَ الۡخِنۡزِیۡرِ وَ مَاۤ اُہِلَّ لِغَیۡرِ اللّٰہِ بِہٖ ۚ فَمَنِ اضۡطُرَّ غَیۡرَ بَاغٍ وَّ لَا عَادٍ فَاِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۱۵﴾

016.115 Innama harrama AAalaykumu almaytata waalddama walahma alkhinzeeri wama ohilla lighayri Allahi bihi famani idturra ghayra baghin wala AAadin fa-inna Allaha ghafoorun raheemun

16:115 Voorwaar, Hij heeft jullie het kadaver en het bloed en het vlees van het varken en hetgeen waarover anders dan (de Nam van) Allah afgeroepen is verboden. En wie ertoe genoodzaakt is, zonder begeerte en zonder overdrijving: voorwaar, Allah is dan Vergevensgezind, Meest Barmhartig. Hij heeft voor jullie slechts verboden wat vanzelf is doodgegaan, bloed, varkensvlees en vlees van iets waarover iets anders dan Allah is aangeroepen, maar wie ertoe gedwongen wordt, niet uit begeerte of om te overtreden, Allah is vergevend en barmhartig.

وَ لَا تَقُوۡلُوۡا لِمَا تَصِفُ اَلۡسِنَتُکُمُ الۡکَذِبَ ہٰذَا حَلٰلٌ وَّ ہٰذَا حَرَامٌ لِّتَفۡتَرُوۡا عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ ؕ اِنَّ الَّذِیۡنَ یَفۡتَرُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ لَا یُفۡلِحُوۡنَ ﴿۱۱۶﴾ؕ

016.116 Wala taqooloo lima tasifu alsinatukumu alkathiba hatha halalun wahatha haramun litaftaroo AAala Allahi alkathiba inna allatheena yaftaroona AAala Allahi alkathiba la yuflihoona

16:116 En zegt niet door de leugen die jullie tongen beschrijven: "Dit is toegestaan en dat is verboden," om over Allah een leugen te verzinnen. Voorwaar, degenen die over Allah de leugen verzinnen zullen niet welslagen. En zegt niet van iets waarover jullie tongen bedrog uiten: "Dit is toegestaan en dit is verboden" om over Allah bedrog te verzinnen. Zij die over Allah bedrog verzinnen, hun zal het niet welgaan.

مَتَاعٌ قَلِیۡلٌ ۪ وَّ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۱۱۷﴾

016.117 MataAAun qaleelun walahum AAathabun aleemun

16:117 (Dat is) een kleine genieting en voor hen is er een pijnlijke bestraffing. En kort genot. En voor hen is er een pijnlijke bestraffing.

وَ عَلَی الَّذِیۡنَ ہَادُوۡا حَرَّمۡنَا مَا قَصَصۡنَا عَلَیۡکَ مِنۡ قَبۡلُ ۚ وَ مَا ظَلَمۡنٰہُمۡ وَ لٰکِنۡ کَانُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ یَظۡلِمُوۡنَ ﴿۱۱۸﴾

016.118 WaAAala allatheena hadoo harramna ma qasasna AAalayka min qablu wama thalamnahum walakin kanoo anfusahum yathlimoona

16:118 En de Joden verboden Wij wat Wij jou vroeger verhaalden. Wij deden hen geen onrecht aan maar zij waren onrechtvaardig voor zichzelf. Aan hen die het jodendom aanhangen hebben Wij verboden wat Wij jou al eerder verteld hebben. Wij hebben hun geen onrecht aangedaan, maar zij hebben zichzelf onrecht aangedaan.

ثُمَّ اِنَّ رَبَّکَ لِلَّذِیۡنَ عَمِلُوا السُّوۡٓءَ بِجَہَالَۃٍ ثُمَّ تَابُوۡا مِنۡۢ بَعۡدِ ذٰلِکَ وَ اَصۡلَحُوۡۤا ۙ اِنَّ رَبَّکَ مِنۡۢ بَعۡدِہَا لَغَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۱۹﴾٪

016.119 Thumma inna rabbaka lillatheena AAamiloo alssoo-a bijahalatin thumma taboo min baAAdi thalika waaslahoo inna rabbaka min baAAdiha laghafoorun raheemun

16:119 Voorwaar dan, jouw Heer is voor degenen die het slechte bedreven uit onwetendheid (en) daarna berouw toonden en zich beterden: voorwaar, jouw Heer is daarna zeker Vergevensgezind, Meest Barmhartig. Voorts is jouw Heer voor hen die het verkeerde uit onwetendheid doen en dan daarna berouw tonen en het weer goedmaken, jouw Heer is daarna zeker vergevend en barmhartig.

اِنَّ اِبۡرٰہِیۡمَ کَانَ اُمَّۃً قَانِتًا لِّلّٰہِ حَنِیۡفًا ؕ وَ لَمۡ یَکُ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۱۲۰﴾ۙ

016.120 Inna ibraheema kana ommatan qanitan lillahi haneefan walam yaku mina almushrikeena

16:120 Voorwaar, Abraham was een Imam (voorbeeld), gehoorzaam aan zijn Heer, Hanif, en hij behoorde niet tot de veelgodenaanbidders. Ibrahiem was een voorbeeld, onderdanig aan Allah, iemand die het zuivere geloof aanhing en hij behoorde niet tot de veelgodendienaars;

شَاکِرًا لِّاَنۡعُمِہٖ ؕ اِجۡتَبٰہُ وَ ہَدٰىہُ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۱۲۱﴾

016.121 Shakiran li-anAAumihi ijtabahu wahadahu ila siratin mustaqeemin

16:121 (Hij was) dankbaar voor Zijn gunsten, Hij verkoos hem en leidde hem op een Recht Pad. hij was dankbaar voor Zijn weldaden: Hij heeft hem verkozen en naar een juiste weg gebracht.

وَ اٰتَیۡنٰہُ فِی الدُّنۡیَا حَسَنَۃً ؕ وَ اِنَّہٗ فِی الۡاٰخِرَۃِ لَمِنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۱۲۲﴾ؕ

016.122 Waataynahu fee alddunya hasanatan wa-innahu fee al-akhirati lamina alssaliheena

16:122 En Wij gaven hem op de wereld het goede en voorwaar, in het Hiernamaals behoort hij tot de oprechten. Wij hebben hem in het tegenwoordige leven gegeven wat goed is en in het hiernamaals hoort hij bij de rechtschapenen.

ثُمَّ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلَیۡکَ اَنِ اتَّبِعۡ مِلَّۃَ اِبۡرٰہِیۡمَ حَنِیۡفًا ؕ وَ مَا کَانَ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۱۲۳﴾

016.123 Thumma awhayna ilayka ani ittabiAA millata ibraheema haneefan wama kana mina almushrikeena

16:123 Daarop openbaarden Wij aan jou (O Mohammed): "Volg de godsdienst van Abraham, Hanif, en hij behoorde niet tot de veelgodenaanbidders." Toen openbaarden Wij aan jou: "Volg het geloof van Ibrahiem die het zuivere geloof aanhing; hij behoorde niet bij de veelgodendienaars."

اِنَّمَا جُعِلَ السَّبۡتُ عَلَی الَّذِیۡنَ اخۡتَلَفُوۡا فِیۡہِ ؕ وَ اِنَّ رَبَّکَ لَیَحۡکُمُ بَیۡنَہُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ فِیۡمَا کَانُوۡا فِیۡہِ یَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۱۲۴﴾

016.124 Innama juAAila alssabtu AAala allatheena ikhtalafoo feehi wa-inna rabbaka layahkumu baynahum yawma alqiyamati feema kanoo feehi yakhtalifoona

16:124 De Sabbat was slechts gemaakt voor degenen die van mening verschilden over haar (dag). En voorwaar, jouw Heer zal zeker tussen hen op de Dag van de Opstanding over dat waarover zij van mening plachten te verschillen oordelen. De sabbat is opgelegd aan hen die het erover oneens waren. En jullie Heer zal op de opstandingsdag tussen hen oordelen over dat waarover zij het oneens waren.

اُدۡعُ اِلٰی سَبِیۡلِ رَبِّکَ بِالۡحِکۡمَۃِ وَ الۡمَوۡعِظَۃِ الۡحَسَنَۃِ وَ جَادِلۡہُمۡ بِالَّتِیۡ ہِیَ اَحۡسَنُ ؕ اِنَّ رَبَّکَ ہُوَ اَعۡلَمُ بِمَنۡ ضَلَّ عَنۡ سَبِیۡلِہٖ وَ ہُوَ اَعۡلَمُ بِالۡمُہۡتَدِیۡنَ ﴿۱۲۵﴾

016.125 OdAAu ila sabeeli rabbika bialhikmati waalmawAAithati alhasanati wajadilhum biallatee hiya ahsanu inna rabbaka huwa aAAlamu biman dalla AAan sabeelihi wahuwa aAAlamu bialmuhtadeena

16:125 Nodig uit tot de Weg van jouw Heer, met wijsheid en goed onderricht, en wissel met hen van gedachten op de beste wijze. Voorwaar, jouw Heer weet het beste wie van Zijn Weg afgedwaald is en Hij weet beter wie de rechtgeleiden zijn. Roep op tot de weg van jouw Heer met wijsheid en goede aansporing en twist met hen op de beste manier. Jouw Heer kent wie van Zijn weg afdwaalt het best en Hij kent hen die het goede pad volgen het best.

وَ اِنۡ عَاقَبۡتُمۡ فَعَاقِبُوۡا بِمِثۡلِ مَا عُوۡقِبۡتُمۡ بِہٖ ؕ وَ لَئِنۡ صَبَرۡتُمۡ لَہُوَ خَیۡرٌ لِّلصّٰبِرِیۡنَ ﴿۱۲۶﴾

016.126 Wa-in AAaqabtum faAAaqiboo bimithli ma AAooqibtum bihi wala-in sabartum lahuwa khayrun lilssabireena

16:126 En wanneer jullie bestraffen, bestraft dan in overeenstemming met wat jullie aangedaan is. Maar als jullie geduldig zijn is dat zeker beter voor de geduldigen. En als jullie bestraffen, bestraft dan evenals jullie zijn bestraft. Maar als jullie geduldig volharden, dan is dat beter voor hen die geduldig volharden.

وَ اصۡبِرۡ وَ مَا صَبۡرُکَ اِلَّا بِاللّٰہِ وَ لَا تَحۡزَنۡ عَلَیۡہِمۡ وَ لَا تَکُ فِیۡ ضَیۡقٍ مِّمَّا یَمۡکُرُوۡنَ ﴿۱۲۷﴾

016.127 Waisbir wama sabruka illa biAllahi wala tahzan AAalayhim wala taku fee dayqin mimma yamkuroona

16:127 En wees geduldig (O Mohammed) en jij bent slechts geduldig door Allah. En treur niet over hen en wees niet benauwd voor wat zij beramen. Volhard geduldig. Jouw geduld komt slechts met Allah's hulp. En wees niet bedroefd over hen en wees niet benauwd over wat zij aan listen beramen.

اِنَّ اللّٰہَ مَعَ الَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا وَّ الَّذِیۡنَ ہُمۡ مُّحۡسِنُوۡنَ ﴿۱۲۸﴾٪

016.128 Inna Allaha maAAa allatheena ittaqaw waallatheena hum muhsinoona

16:128 Voorwaar, Allah is niet degenen die (Hem) vrezen en met degenen die weldoeners zijn. Allah is met hen die godvrezend zijn en hen die goed doen.


www.kuran.nl