بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَنِ الرَّحِيمِ
|
024.001 Sooratun anzalnaha wafaradnaha waanzalna feeha ayatin bayyinatin laAAallakum tathakkaroona |
24:1 Dit is een Soerah die Wij neergezonden hebben en die Wij verplicht hebben gesteld; en Wij hebben daarin duidelijke Verzen neergezezonden. Hopelijk zullen jullie je laten vermanen. |
|
024.002 Alzzaniyatu waalzzanee faijlidoo kulla wahidin minhuma mi-ata jaldatin wala ta/khuthkum bihima ra/fatun fee deeni Allahi in kuntum tu/minoona biAllahi waalyawmi al-akhiri walyashhad AAathabahuma ta-ifatun mina almu/mineena |
24:2 De ontuchtige vrouw en de ontuchtige man, slaat hen ieder met honderd slagen. En laat medelijden met hen jullie niet treffen in de godsdienst van Allah, indien jullie in Allah en de Laatste Dag geloven. En laat een groep gelovigen getuige zijn van hun bestraffing. |
|
024.003 Alzzanee la yankihu illa zaniyatan aw mushrikatan waalzzaniyatu la yankihuha illa zanin aw mushrikun wahurrima thalika AAala almu/mineena |
24:3 De ontuchtige man trouwt niet, behalve met een ontuchtige vrouw of een veelgodenaanbidster. En de ontuchtige vrouw wordt niet getrouwd, behalve door een ontuchtige man of een veelgodenaanbidder. En dat is verboden voor de gelovigen. |
|
024.004 Waallatheena yarmoona almuhsanati thumma lam ya/too bi-arbaAAati shuhadaa faijlidoohum thamaneena jaldatan wala taqbaloo lahum shahadatan abadan waola-ika humu alfasiqoona |
24:4 En degenen die eerzame vrouwen beschuldigen (van ontucht) en vervolgens geen vier getuigen brengen: slaat hen met tachtig slagen. En aanvaardt nooit getuigenissen van hen, want zij zijn degenen die zware zonden begaan. |
|
024.005 Illa allatheena taboo min baAAdi thalika waaslahoo fa-inna Allaha ghafoorun raheemun |
24:5 Behalve degenen die daarna berouw hebben en zich beteren. En voorwaar, Allah is dan Vergevensgezind, Meest Barmhartig. |
|
024.006 Waallatheena yarmoona azwajahum walam yakun lahum shuhadao illa anfusuhum fashahadatu ahadihim arbaAAu shahadatin biAllahi innahu lamina alssadiqeena |
24:6 En degenen die hun echtgenotes beschuldigen terwijl zij er geen getuigen voor hebben, behalve zichzelf: de getuigenis van een van hen bestaat uit vier maal bij Allah zweren dat hij tot de waarachtigen behoort. |
|
024.007 Waalkhamisatu anna laAAnata Allahi AAalayhi in kana mina alkathibeena |
24:7 En de vijfde getuigenis is dat de straf van Allah over hem komt als hij tot de leugenaars behoort. |
|
024.008 Wayadrao AAanha alAAathaba an tashhada arbaAAa shahadatin biAllahi innahu lamina alkathibeena |
24:8 En de bestraffing zal van haar afgewend worden als zij vier maal bij Allah zweert dat haar man zeker tot de leugenaars behoort. |
|
024.009 Waalkhamisata anna ghadaba Allahi AAalayha in kana mina alssadiqeena |
24:9 En haar vijfde (getuigenis) is dat de toorn van Allah haar treft als hij tot de waarachtigen behoort. |
|
024.010 Walawla fadlu Allahi AAalaykum warahmatuhu waanna Allaha tawwabun hakeemun |
24:10 En als de gunst van Allah en Zijn Barmhartigheid er voor jullie niet was en als Hij niet de Vergever, de Alwijze was...(zouden jullie snel ten ondergaan). |
|
024.011 Inna allatheena jaoo bial-ifki AAusbatun minkum la tahsaboohu sharran lakum bal huwa khayrun lakum likulli imri-in minhum ma iktasaba mina al-ithmi waallathee tawalla kibrahu minhum lahu AAathabun AAatheemun |
24:11 Voorwaar, degenen die de laster naar voren brachten zijn een groep onder jullie. Denkt niet dat het slecht voor jullie is. Integendeel, het is goed voor jullie: een ieder van hen wordt belast voor de zonde. En degene van hen die het grootste aandeel had: voor hem is er een geweldige bestraffing. |
|
024.012 Lawla ith samiAAtumoohu thanna almu/minoona waalmu/minatu bi-anfusihim khayran waqaloo hatha ifkun mubeenun |
24:12 Hadden, toen jullie het hoorden, de gelovige mannen en de gelovige vrouwen maar het goede bij zichzelf gedacht, en hadden zij maar gezegd: "Deze (beschuldiging) is duidelijke laster." |
|
024.013 Lawla jaoo AAalayhi bi-arbaAAati shuhadaa fa-ith lam ya/too bialshshuhada-i faola-ika AAinda Allahi humu alkathiboona |
24:13 Hadden zij maar vier getuigen naar voren gebracht. Toen zij geen getuigen naar voren brachten, werden zij daarom degenen die bij Allah de leugenaars zijn. |
|
024.014 Walawla fadlu Allahi AAalaykum warahmatuhu fee alddunya waal-akhirati lamassakum fee ma afadtum feehi AAathabun AAatheemun |
24:14 En als de gunst van Allah voor jullie er niet geweest was en Zijn Barmhartigheid in de wereld en het Hiernamaals, dan zou een geweldige bestraffing jullie zeker treffen vanwege wat jullie gedaan hebben. |
|
024.015 Ith talaqqawnahu bi-alsinatikum wataqooloona bi-afwahikum ma laysa lakum bihi AAilmun watahsaboonahu hayyinan wahuwa AAinda Allahi AAatheemun |
24:15 (En gedenkt) toen jullie de (laster) met jullie tongen overnamen en met jullie monden dat zeiden waarover jullie geen kennis hadden. En jullie dachten dat het iets kleins was, maar het is bij Allah geweldig. |
|
024.016 Walawla ith samiAAtumoohu qultum ma yakoonu lana an natakallama bihatha subhanaka hatha buhtanun AAatheemun |
24:16 En hadden jullie maar, toen jullie het hoorden, gezegd: "Het is niet aan ons om hierover te spreken, Heilig bent U, dit is een geweldig verzinsel." |
|
024.017 YaAAithukumu Allahu an taAAoodoo limithlihi abadan in kuntum mu/mineena |
24:17 Allah waarschuwt jullie zoiets nooit te herhalen, indien jullie gelovig zijn. |
|
024.018 Wayubayyinu Allahu lakumu al-ayati waAllahu AAaleemun hakeemun |
24:18 En Allah verduidelijkt jullie de Verzen. En Allah is Alwetend, Alwijs. |
|
024.019 Inna allatheena yuhibboona an tasheeAAa alfahishatu fee allatheena amanoo lahum AAathabun aleemun fee alddunya waal-akhirati waAllahu yaAAlamu waantum la taAAlamoona |
24:19 Voorwaar, degenen die er van houden dat de gruweldaad zich verspreidt onder degenen die geloven: voor hen is er een pijnlijke bestraffing op de wereld en in het Hiernamaals. En Allah weet, terwijl jullie niet weten. |
|
024.020 Walawla fadlu Allahi AAalaykum warahmatuhu waanna Allaha raoofun raheemun |
24:20 En als de gunst van Allah voor jullie er niet geweest was en Zijn Barmhartigheid en Allah niet Vriendelijk en Meest Barmhartig was... (zouden jullie snel ten ondergaan.) |
|
024.021 Ya ayyuha allatheena amanoo la tattabiAAoo khutuwati alshshaytani waman yattabiAA khutuwati alshshaytani fa-innahu ya/muru bialfahsha-i waalmunkari walawla fadlu Allahi AAalaykum warahmatuhu ma zaka minkum min ahadin abadan walakinna Allaha yuzakkee man yashao waAllahu sameeAAun AAaleemun |
24:21 O jullie die geloven! Volgt niet in de voetstappen van de Satan. En wie de voetstappen van de Satan volgt: voorwaar, hij (Satan) beveelt de gruweldaden en het verwerpelijke. En als de gunst van Allah er voor jullie niet geweest was en Zijn Barmhartigheid, dan zou niet één van jullie zich ooit reinigen. Maar Allah reinigt wie Hij wil. En Allah is Alhorend en Alwetend. |
|
024.022 Wala ya/tali oloo alfadli minkum waalssaAAati an yu/too olee alqurba waalmasakeena waalmuhajireena fee sabeeli Allahi walyaAAfoo walyasfahoo ala tuhibboona an yaghfira Allahu lakum waAllahu ghafoorun raheemun |
24:22 En laat hen van jullie die bemiddeld en gefortuneerd zijn niet zweren niet uit te geven aan de verwanten en de armen en de uitwijkers op de Weg van Allah; laat hen vergeven en lankmoedig zijn: houden jullie er niet van dat Allah jullie vergeeft? En Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig. |
|
024.023 Inna allatheena yarmoona almuhsanati alghafilati almu/minati luAAinoo fee alddunya waal-akhirati walahum AAathabun AAatheemun |
24:23 Voorwaar, degenen die de eerbare, reine, gelovige vrouwen beschuldigen (van ontucht) zijn vervloekt op de wereld en in het Hiernamaals. En voor hen is er een geweldige bestraffing. |
|
024.024 Yawma tashhadu AAalayhim alsinatuhum waaydeehim waarjuluhum bima kanoo yaAAmaloona |
24:24 Op die Dag zullen hun tongen, hun handen en hun voeten tegen hen getuigen over wat zij plachten te doen. |
|
024.025 Yawma-ithin yuwaffeehimu Allahu deenahumu alhaqqa wayaAAlamoona anna Allaha huwa alhaqqu almubeenu |
24:25 Op die Dag zal Allah hen hun ware loon betalen en zij zullen weten dat Allah zeker de duidelijke Waarheid is. |
|
024.026 Alkhabeethatu lilkhabeetheena waalkhabeethoona lilkhabeethati waalttayyibatu lilttayyibeena waalttayyiboona lilttayyibati ola-ika mubarraoona mimma yaqooloona lahum maghfiratun warizqun kareemun |
24:26 Zondige vrouwen zijn er voor zondige mannen en zondige mannen zijn er voor zondige vrouwen; en goede vrouwen zijn er voor goede mannen en goede mannen zijn er voor goede vrouwen; zij zijn degenen die onschuldig zijn aan wat zij (de lasteraars) zeggen: voor hen is er vergeving en een weldadige voorziening. |
|
024.027 Ya ayyuha allatheena amanoo la tadkhuloo buyootan ghayra buyootikum hatta tasta/nisoo watusallimoo AAala ahliha thalikum khayrun lakum laAAallakum tathakkaroona |
24:27 O jullie die geloven! Gaat geen huizen binnen, behalve jullie huizen, totdat jullie toestemming hebben gevraagd en salam hebben gegeven aan haar bewoners. Dat is beter voor jullie, hopelijk zullen jullie je laten vermanen. |
|
024.028 Fa-in lam tajidoo feeha ahadan fala tadkhulooha hatta yu/thana lakum wa-in qeela lakumu irjiAAoo fairjiAAoo huwa azka lakum waAllahu bima taAAmaloona AAaleemun |
24:28 Maar als jullie niemand daar (thuis) in vinden: gaat er dan niet binnen totdat jullie toestemming hebben gekregen. En als tegen jullie wordt gezegd: "Gaat terug," gaat dan terug, want dat is reiner voor jullie. En Allah is Alwetend over wat jullie doen. |
|
024.029 Laysa AAalaykum junahun an tadkhuloo buyootan ghayra maskoonatin feeha mataAAun lakum waAllahu yaAAlamu ma tubdoona wama taktumoona |
24:29 Het is geen overtreding voor jullie als jullie onbewoonde huizen binnengaan, waarin is wat jullie kunnen gebruiken. En Allah weet wat jullie openlijk doen en wat jullie verbergen. |
|
024.030 Qul lilmu/mineena yaghuddoo min absarihum wayahfathoo furoojahum thalika azka lahum inna Allaha khabeerun bima yasnaAAoona |
24:30 Zeg (O Mohammed) tegen de gelovige mannen dat zij hun ogen neerslaan en hun kuisheid bewaken, dat is reiner voor hen. Voorwaar, Allah is Alwetend over wat zij bedrijven. |
|
024.031 Waqul lilmu/minati yaghdudna min absarihinna wayahfathna furoojahunna wala yubdeena zeenatahunna illa ma thahara minha walyadribna bikhumurihinna AAala juyoobihinna wala yubdeena zeenatahunna illa libuAAoolatihinna aw aba-ihinna aw aba-i buAAoolatihinna aw abna-ihinna aw abna-i buAAoolatihinna aw ikhwanihinna aw banee ikhwanihinna aw banee akhawatihinna aw nisa-ihinna aw ma malakat aymanuhunna awi alttabiAAeena ghayri olee al-irbati mina alrrijali awi alttifli allatheena lam yathharoo AAala AAawrati alnnisa-i wala yadribna bi-arjulihinna liyuAAlama ma yukhfeena min zeenatihinna watooboo ila Allahi jameeAAan ayyuha almu/minoona laAAallakum tuflihoona |
24:31 En zeg tegen de gelovige vrouwen, dat zij hun ogen neerslaan en hun kuisheid bewaken, en hun sieraad niet tonen, behalve wat daarvan zichtbaar is. En zij moeten hun sluiers over hun boezems dragen en hun schoonheid niet openlijk tonen, behalve aan hun echtgenoten, of hun vader of de vaders van hun echtgenoten, of hun zonen, of de zonen van hun echtgenoten, of hun broeders, of de zonen van hun broeders, of de zonen van hun zusters, of hun vrouwen, of slavinnen waarover zij beschikken, of mannelijke helpers die geen begeerte meer hebben, of de kinderen die nog niet op de 'Aurat van vrouwen letten. En laten zij niet met hun voeten stampen om hun sieraden die zij verbergen te laten kennen. En keert jullie allen berouwvol ten Allah, O gelovigen. Hopelijk zullen jullie welslagen. |
|
024.032 Waankihoo al-ayama minkum waalssaliheena min AAibadikum wa-ima-ikum in yakoonoo fuqaraa yughnihimu Allahu min fadlihi waAllahu wasiAAun AAaleemun |
24:32 En trouwt hen onder jullie die ongetrouwd zijn en de waarachtigen onder jullie slaven en slavinnen. Als zij arm zijn, zal Allah hen voorzien vanuit Zijn gunst. En Allah is Alomvattend, Alwetend. |
|
024.033 WalyastaAAfifi allatheena la yajidoona nikahan hatta yughniyahumu Allahu min fadlihi waallatheena yabtaghoona alkitaba mimma malakat aymanukum fakatiboohum in AAalimtum feehim khayran waatoohum min mali Allahi allathee atakum wala tukrihoo fatayatikum AAala albigha-i in aradna tahassunan litabtaghoo AAarada alhayati alddunya waman yukrihhunna fa-inna Allaha min baAAdi ikrahihinna ghafoorun raheemun |
24:33 En laat degenen die geen (mogelijkheid) vinden tot het huwelijk kuis blijven, tot Allah hen uit Zijn gunst voorziet. En degenen onder de slaven waarover jullie beschikken die een vrijbrief van jullie wensen: schrijft die voor hen, indien jullie iets goeds in hen kennen. En geeft hun van de rijkdom die Allah jullie gaf. En dwingt jullie slavinnen niet tot onkuisheid indien zij kuisheid wensen omdat jullie de vergangkelijkheden van de wereld begeren. Maar indien iemand hen dwingt: voorwaar, Allah is na hun dwang (voor deze vrouwen) Vergevensgezind, Meest Barmhartig. |
|
024.034 Walaqad anzalna ilaykum ayatin mubayyinatin wamathalan mina allatheena khalaw min qablikum wamawAAithatan lilmuttaqeena |
24:34 En Wij hebben zeker voor jullie duidelijke Verzen neergezonden en voorbeelden voor degenen die jullie vroeger voorafgegaan zijn en een onderricht voor de Moettaqoen. |
|
024.035 Allahu nooru alssamawati waal-ardi mathalu noorihi kamishkatin feeha misbahun almisbahu fee zujajatin alzzujajatu kaannaha kawkabun durriyyun yooqadu min shajaratin mubarakatin zaytoonatin la sharqiyyatin wala gharbiyyatin yakadu zaytuha yudee-o walaw lam tamsas-hu narun noorun AAala noorin yahdee Allahu linoorihi man yashao wayadribu Allahu al-amthala lilnnasi waAllahu bikulli shay-in AAaleemun |
24:35 Allah geeft het licht aan de hemelen en de aarde. De gelijkenis van Zijn licht is met een nis met een lamp erin: de lamp bevindt zich in een glas. Het glas is als een stralende ster, die brandt (van de olie) van een gezegende olijfbloom, die niet van het Westen en niet het Oosten is. Haar olie verlicht, hoewel zij (nog) niet door het vuur aangeraakt is. Licht op licht. Allah leidt naar Zijn licht wie Hij wil. En Allah maakt gelijkenissen voor de mensen. En Allah is Alwetend over alle zaken. |
|
024.036 Fee buyootin athina Allahu an turfaAAa wayuthkara feeha ismuhu yusabbihu lahu feeha bialghuduwwi waal-asali |
24:36 (Zo'n licht brandt) in huizen waarvoor Allah gebood (Hem) erin te eren en Zijn Naam te noemen, zij prijzen Zijn Glorie daarin in de ochtenden en de avonden. |
|
024.037 Rijalun la tulheehim tijaratun wala bayAAun AAan thikri Allahi wa-iqami alssalati wa-eeta-i alzzakati yakhafoona yawman tataqallabu feehi alquloobu waal-absaru |
24:37 (Door) mannen die niet door handel en niet door verkoop worden afgeleid van de gedachtenis van Allah en (ook niet van) het onderhouden van de shalat en het geven van de zakat en die bang zijn voor de Dag waarop de harten en de ogen sidderen. |
|
024.038 Liyajziyahumu Allahu ahsana ma AAamiloo wayazeedahum min fadlihi waAllahu yarzuqu man yashao bighayri hisabin |
24:38 Opdat Allah hen beloont volgens het beste van wat zij deden. En Hij vermeerdert voor hen Zijn gunst. En Allah voorziet wie Hij wil zonder rekening. |
|
024.039 Waallatheena kafaroo aAAmaluhum kasarabin biqeeAAatin yahsabuhu alththam-anu maan hatta itha jaahu lam yajidhu shay-an wawajada Allaha AAindahu fawaffahu hisabahu waAllahu sareeAAu alhisabi |
24:39 En degenen die ongelovig zijn: hun daden zijn als een luchtspiegeling op de woestijnvlakte. De dorstige denkt water (te vinden) totdat hij daar komt en er niets vindt Maar hij vindt Allah bij zich en Hij zal zijn rekening opmaken. En Allah is snel in de afrekening. |
|
024.040 Aw kathulumatin fee bahrin lujjiyyin yaghshahu mawjun min fawqihi mawjun min fawqihi sahabun thulumatun baAAduha fawqa baAAdin itha akhraja yadahu lam yakad yaraha waman lam yajAAali Allahu lahu nooran fama lahu min noorin |
24:40 Of (de toestand van de ongelovige is) als de donkerten in de diepe zee, bedekt door golf op golf, waarop wolken zijn: donkerten bovenop elkaar. Wanneer iemand zijn hand uitstrekt kan hij die bijna niet zien. En aan wie Allah geen licht geeft: voor hem is er geen licht. |
|
024.041 Alam tara anna Allaha yusabbihu lahu man fee alssamawati waal-ardi waalttayru saffatin kullun qad AAalima salatahu watasbeehahu waAllahu AAaleemun bima yafAAaloona |
24:41 Zie jij niet dat alles in de hemelen en op de aarde Allah prijst en (ook) de vogels met uitgespreide vleugels? Ieder kent zijn shalat en zijn lofprijzing en Allah is Alwetend over wat zij doen. |
|
024.042 Walillahi mulku alssamawati waal-ardi wa-ila Allahi almaseeru |
24:42 En aan Allah behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde en tot Allah is de terugkeer. |
|
024.043 Alam tara anna Allaha yuzjee sahaban thumma yu-allifu baynahu thumma yajAAaluhu rukaman fatara alwadqa yakhruju min khilalihi wayunazzilu mina alssama-i min jibalin feeha min baradin fayuseebu bihi man yashao wayasrifuhu AAan man yashao yakadu sana barqihi yathhabu bial-absari |
24:43 Zie jij niet dat Allah de wolken voortdrijft en hen dan bij elkaar voegt en hen daarop in stapels verzamelt? Hierna zie jij de regen uit hun midden komen. En Hij doet uit de hemelen bergen (wolken) neerdalen waarin hagel is. Hij treft daarmee wie Hij wil en Hij wendt het af van wie Hij wil. De flits van de bliksem ontneemt bijna het gezichtsvermogen. |
|
024.044 Yuqallibu Allahu allayla waalnnahara inna fee thalika laAAibratan li-olee al-absari |
24:44 Allah wisselt de dag en de nacht af. Voorwaar, daarin is zeker een lering voor de bezitters van inzicht. |
|
024.045 WaAllahu khalaqa kulla dabbatin min ma-in faminhum man yamshee AAala batnihi waminhum man yamshee AAala rijlayni waminhum man yamshee AAala arbaAAin yakhluqu Allahu ma yashao inna Allaha AAala kulli shay-in qadeerun |
24:45 En Allah schiep ieder levend wezen uit water; onder hen zijn er die zich op hun buiken voortbewegen en onder hen zijn er die op twee (voeten) lopen en onder hen zijn er die op vier (poten) lopen. Allah schept wat Hij wil. Voorwaar, Allah is Almachtig over alle zaken. |
|
024.046 Laqad anzalna ayatin mubayyinatin waAllahu yahdee man yashao ila siratin mustaqeemin |
24:46 Wij hebben zeker duidelijke Verzen neergezonden en Allah leidt wie Hij wil naar een recht pad. |
|
024.047 Wayaqooloona amanna biAllahi wabialrrasooli waataAAna thumma yatawalla fareequn minhum min baAAdi thalika wama ola-ika bialmu/mineena |
24:47 En zij (de huichelaars) zeggen: "Wij geloven in Allah en de Boodschapper en wij gehoorzamen." Vervolgens wendt een groep van hen zich daarna af. En zij zijn niet de gelovigen. |
|
024.048 Wa-itha duAAoo ila Allahi warasoolihi liyahkuma baynahum itha fareequn minhum muAAridoona |
24:48 En wanneer zij tot Allah en Zijn Boodschapper opgeroepen worden, opdat hij onder hen oordeelt, dan is er een groep onder hen die zich afwendt. |
|
024.049 Wa-in yakun lahumu alhaqqu ya/too ilayhi muthAAineena |
24:49 Maar indien het recht aan hun kant is, begeven zij zich nederig naar hem. |
|
024.050 Afee quloobihim maradun ami irtaboo am yakhafoona an yaheefa Allahu AAalayhim warasooluhu bal ola-ika humu alththalimoona |
24:50 Is er een ziekte in hun harten, of twijfelen zij, of vrezen zij dat Allah en Zijn Boodschapper onrechtvardig voor hen zijn? Integendeel, zij zijn degenen die de onrechtvaardigen zijn. |
|
024.051 Innama kana qawla almu/mineena itha duAAoo ila Allahi warasoolihi liyahkuma baynahum an yaqooloo samiAAna waataAAna waola-ika humu almuflihoona |
24:51 De woorden van de gelovigen, wanneer zij naar Allah en Zijn Boodschapper opgeroepen worden, opdat hij onder hen oordeelt, zijn slechts dat zij zeggen: "Wij horen en wij gehoorzamen." En zij zijn degenen die de welslagenden zijn. |
|
024.052 Waman yutiAAi Allaha warasoolahu wayakhsha Allaha wayattaqhi faola-ika humu alfa-izoona |
24:52 En wie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt en bang voor Allah is en Hem vreest: zij zijn degenen die de overwinnaars zijn. |
|
024.053 Waaqsamoo biAllahi jahda aymanihim la-in amartahum layakhrujunna qul la tuqsimoo taAAatun maAAroofatun inna Allaha khabeerun bima taAAmaloona |
24:53 En zij zweren bij Allah met hun duurste eden, dat als jij hen zou bevelen, zij (hun huizen) zouden verlaten. Zeg: "Zweert niet! (Jullie) gehoorzaamheid is bekend: voorwaar, Allah is Alwetend over wat jullie doen. |
|
024.054 Qul ateeAAoo Allaha waateeAAoo alrrasoola fa-in tawallaw fa-innama AAalayhi ma hummila waAAalaykum ma hummiltum wa-in tuteeAAoohu tahtadoo wama AAala alrrasooli illa albalaghu almubeena |
24:54 Zeg: "Gehoorzaamt Allah en gehoorzaamt de Boodschapper!" En als jullie je afwenden: hij is slechts verantwoordelijk voorwaar hij mee belast is en jullie zijn verantwoordelijk voor waar jullie mee belast zijn. En indien jullie hem gehoorzamen, volgen jullie Leiding. En de Boodschapper is slechts verantwoordelijk voor de duidelijke verkondiging. |
|
024.055 WaAAada Allahu allatheena amanoo minkum waAAamiloo alssalihati layastakhlifannahum fee al-ardi kama istakhlafa allatheena min qablihim walayumakkinanna lahum deenahumu allathee irtada lahum walayubaddilannahum min baAAdi khawfihim amnan yaAAbudoonanee la yushrikoona bee shay-an waman kafara baAAda thalika faola-ika humu alfasiqoona |
24:55 En Allah heeft degenen onder jullie die geloven en goede werken verrichten beloofd, dat Hij hen zeker op aarde als gevolmachtigden aanstelt, zoals Hij degenen voor hen als gevolmachtigden aanstelde, en dat Hij hun godsdienst die Hem voor hen behaagde zeker bevestig en dat Hij voor hen na hun vrees (door) veiligheid vervangt. Zij aanbidden Mij en zij kennen Mij in niets deelgenoten toe. Maar wie daarna ongelovig zijn: zij zijn degenen die zwaar zondig zijn. |
|
024.056 Waaqeemoo alssalata waatoo alzzakata waateeAAoo alrrasoola laAAallakum turhamoona |
24:56 En onderhoudt de shalat en geeft de zakat en gehoorzaamt de Boodschapper. Hopelijk zullen jullie begenadigd worden. |
|
024.057 La tahsabanna allatheena kafaroo muAAjizeena fee al-ardi wama/wahumu alnnaru walabi/sa almaseeru |
24:57 Denkt niet dat degenen die ongelovig zijn op de aarde kunnen vluchten (voor hun bestraffing); en hun verblijfplaats is de Hel: en dat is zeker de slechtste bestemming! |
|
024.058 Ya ayyuha allatheena amanoo liyasta/thinkumu allatheena malakat aymanukum waallatheena lam yablughoo alhuluma minkum thalatha marratin min qabli salati alfajri waheena tadaAAoona thiyabakum mina alththaheerati wamin baAAdi salati alAAisha-i thalathu AAawratin lakum laysa AAalaykum wala AAalayhim junahun baAAdahunna tawwafoona AAalaykum baAAdukum AAala baAAdin kathalika yubayyinu Allahu lakumu al-ayati waAllahu AAaleemun hakeemun |
24:58 O jullie die geloven! Laat de slaven waarover jullie beschikken en degenen onder jullie die de volwassenheid nog niet bereikt hebben, jullie bij drie gelegenheden toestemming vragen (om tot jullie te komen): voor de Fadjr-shalat; waneer jullie je gewaden afleggen voor de Zhoehr-shalat en na de 'Isja'-shalat: de drie (gelegenheden) waarbij jullie je ontkleden. Het is geen overtreding voor jullie en voor hen als zij daarna rondgaan tot elkaar (om te bedienen). Zo maakt Allah jullie de Tekenen duidelijk. En Allah is Alwetend, Alwijs. |
|
024.059 Wa-itha balagha al-atfalu minkumu alhuluma falyasta/thinoo kama ista/thana allatheena min qablihim kathalika yubayyinu Allahu lakum ayatihi waAllahu AAaleemun hakeemun |
24:59 En wanneer de kinderen onder jullie de volwassenheid bereiken, laat hen dan toestemming vragen zoals degenen voor hen om toestemming vroegen. Zo maakt Allah jullie Zijn Tekenen duidelijk. En Allah is Alwetend, Alwijs. |
|
024.060 WaalqawaAAidu mina alnnisa-i allatee la yarjoona nikahan falaysa AAalayhinna junahun an yadaAAna thiyabahunna ghayra mutabarrijatin bizeenatin waan yastaAAfifna khayrun lahunna waAllahu sameeAAun AAaleemun |
24:60 En de oudere vrouwen die niet meer hopen te trouwen, voor hen is het geen overtreding om hun (buitenste) gewaden af te leggen, maar zonder (hun) sieraad te vertonen. Maar het na te laten is beter voor hen. En Allah is Alhorend, Alwetend. |
|
024.061 Laysa AAala al-aAAma harajun wala AAala al-aAAraji harajun wala AAala almareedi harajun wala AAala anfusikum an ta/kuloo min buyootikum aw buyooti aba-ikum aw buyooti ommahatikum aw buyooti ikhwanikum aw buyooti akhawatikum aw buyooti aAAmamikum aw buyooti AAammatikum aw buyooti akhwalikum aw buyooti khalatikum aw ma malaktum mafatihahu aw sadeeqikum laysa AAalaykum junahun an ta/kuloo jameeAAan aw ashtatan fa-itha dakhaltum buyootan fasallimoo AAala anfusikum tahiyyatan min AAindi Allahi mubarakatan tayyibatan kathalika yubayyinu Allahu lakumu al-ayati laAAallakum taAAqiloona |
24:61 Het is niet een zonde voor de blinde, en niet voor de lamme. en niet voor de zieke, en niet voor julliezelf, dat jullie in jullie huizen eten, of in de huizen van jullie vaderen, of in de huizen van jullie moeders, of in de huizen van jullie broeders, of in de huizen van jullie zusters, of in de huizen van jullie vaders broeders, of in de huizen van jullie vaders zusters, of in de huizen van jullie moeders broeders, of in de huizen van jullie moeders zusters, of in de huizen waarvan jullie de sleutels bezitten, of (in de huizen van) jullie vrienden. Het is geen overtreding voor jullie om gezamenlijk te eten of apart. Wanneer jullie dan huizen binnentreden, geeft julliezelf dan salam, een groet van bij Allah, gezegend en goed. Zo maakt Allah jullie de Tekenen duidelijk. Hopelijk zullen jullie begrijpen. |
|
024.062 Innama almu/minoona allatheena amanoo biAllahi warasoolihi wa-itha kanoo maAAahu AAala amrin jamiAAin lam yathhaboo hatta yasta/thinoohu inna allatheena yasta/thinoonaka ola-ika allatheena yu/minoona biAllahi warasoolihi fa-itha ista/thanooka libaAAdi sha/nihim fa/than liman shi/ta minhum waistaghfir lahumu Allaha inna Allaha ghafoorun raheemun |
24:62 Voorwaar, de gelovigen zijn slechts degenen die in Allah en Zijn Boodschapper geloven. En wanneer zij met hem zijn bij een gezamenlijke zaak gaan zij niet weg voordat zij hem om toestemming hebben gevraagd. Voorwaar, degenen die jou (O Mohammed) om toestemming vragen: zij zijn degenen die in Allah en Zijn Boodschapper geloven. En als zij jou om toestemming vragen voor een of andere zaak van hen: geef dan toestemming aan wie van hen jij wilt en vraag Allah om hun vergeving. Voorwaar, Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig. |
|
024.063 La tajAAaloo duAAaa alrrasooli baynakum kaduAAa-i baAAdikum baAAdan qad yaAAlamu Allahu allatheena yatasallaloona minkum liwathan falyahthari allatheena yukhalifoona AAan amrihi an tuseebahum fitnatun aw yuseebahum AAathabun aleemun |
24:63 Maakt de (manier van) aanspreken van de Boodschapper onder jullie niet als de aanspreking van jullie onder elkaar. Waarlijk, Allah kent degenen onder jullie die in het geheim wegsluipen. Laten degenen die zijn bevel ongehoorzaam zijn opletten dat een beproeving hen treft of een pijnlijke bestraffing hen treft. |
|
024.064 Ala inna lillahi ma fee alssamawati waal-ardi qad yaAAlamu ma antum AAalayhi wayawma yurjaAAoona ilayhi fayunabbi-ohum bima AAamiloo waAllahu bikulli shay-in AAaleemun |
24:64 Weet: voorwaar, aan Allah behoort wat in de hemelen is en op de aarde. Waarlijk, Hij kent de toestand waarin jullie je bevinden. En op de dag dat zij tot Hem teruggekeerd worden, zal Hij hen vertellen wat zij deden. En Allah is Alwetend over alle zaken. |
www.kuran.nl