3. Al-Imraan

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

الٓمَّٓ ۙ﴿۱﴾

003.001 Alif-lam-meem

3:1 Alief Laam Miem.

اللّٰہُ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۙ الۡحَیُّ الۡقَیُّوۡمُ ؕ﴿۲﴾

003.002 Allahu la ilaha illa huwa alhayyu alqayyoomu

3:2 Allah, er is geen deÔteit behalve Hij, de Eeuwig Levende, de Onderhouder van alles dat bestaat.

نَزَّلَ عَلَیۡکَ الۡکِتٰبَ بِالۡحَقِّ مُصَدِّقًا لِّمَا بَیۡنَ یَدَیۡہِ وَ اَنۡزَلَ التَّوۡرٰىۃَ وَ الۡاِنۡجِیۡلَ ۙ﴿۳﴾

003.003 Nazzala AAalayka alkitaba bialhaqqi musaddiqan lima bayna yadayhi waanzala alttawrata waal-injeela

3:3 Hij openbaarde aan jou het boek der waarheid, bevestigend in de voorafgaande boeken. En Hij openbaarde de Taurat (Torah) en de Injiel

مِنۡ قَبۡلُ ہُدًی لِّلنَّاسِ وَ اَنۡزَلَ الۡفُرۡقَانَ ۬ؕ اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بِاٰیٰتِ اللّٰہِ لَہُمۡ عَذَابٌ شَدِیۡدٌ ؕ وَ اللّٰہُ عَزِیۡزٌ ذُو انۡتِقَامٍ ﴿۴﴾

003.004 Min qablu hudan lilnnasi waanzala alfurqana inna allatheena kafaroo bi-ayati Allahi lahum AAathabun shadeedun waAllahu AAazeezun thoo intiqamin

3:4 voorafgaand, als leiding voor de mensheid. En Hij openbaarde de Foerqan. Voorzeker, degenen die niet in de Tekenen van Allah geloven, voor hen is er een zware straf. En Allah is Almachtig, de Machthebber over Vergelding.

اِنَّ اللّٰہَ لَا یَخۡفٰی عَلَیۡہِ شَیۡءٌ فِی الۡاَرۡضِ وَ لَا فِی السَّمَآءِ ؕ﴿۵﴾

003.005 Inna Allaha la yakhfa AAalayhi shay-on fee al-ardi wala fee alssama/-i

3:5 Voorzeker Allah, niets is verborgen voor Hem, niet op aarde en niet in de hemel.

ہُوَ الَّذِیۡ یُصَوِّرُکُمۡ فِی الۡاَرۡحَامِ کَیۡفَ یَشَآءُ ؕ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۶﴾

003.006 Huwa allathee yusawwirukum fee al-arhami kayfa yashao la ilaha illa huwa alAAazeezu alhakeemu

3:6 Hij is degene die jullie in de baarmoeder vormt, hoe Hij wil. Er is geen deÔteit behalve Hij, de Almachtige, de Alwijze.

ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡزَلَ عَلَیۡکَ الۡکِتٰبَ مِنۡہُ اٰیٰتٌ مُّحۡکَمٰتٌ ہُنَّ اُمُّ الۡکِتٰبِ وَ اُخَرُ مُتَشٰبِہٰتٌ ؕ فَاَمَّا الَّذِیۡنَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ زَیۡغٌ فَیَتَّبِعُوۡنَ مَا تَشَابَہَ مِنۡہُ ابۡتِغَآءَ الۡفِتۡنَۃِ وَ ابۡتِغَآءَ تَاۡوِیۡلِہٖ ۚ؃ وَ مَا یَعۡلَمُ تَاۡوِیۡلَہٗۤ اِلَّا اللّٰہُ ۘؔ وَ الرّٰسِخُوۡنَ فِی الۡعِلۡمِ یَقُوۡلُوۡنَ اٰمَنَّا بِہٖ ۙ کُلٌّ مِّنۡ عِنۡدِ رَبِّنَا ۚ وَ مَا یَذَّکَّرُ اِلَّاۤ اُولُوا الۡاَلۡبَابِ ﴿۷﴾

003.007 Huwa allathee anzala AAalayka alkitaba minhu ayatun muhkamatun hunna ommu alkitabi waokharu mutashabihatun faamma allatheena fee quloobihim zayghun fayattabiAAoona ma tashabaha minhu ibtighaa alfitnati waibtighaa ta/weelihi wama yaAAlamu ta/weelahu illa Allahu waalrrasikhoona fee alAAilmi yaqooloona amanna bihi kullun min AAindi rabbina wama yaththakkaru illa oloo al-albabi

3:7 Hij is Degene die het boek aan jou heeft geopenbaard. Daarin zijn eenduidige verzen, deze vormen het fundament van het boek, en andere (verzen) zijn voor meer uitleg vatbaar. Degenen die verdorvenheid in hun harten hebben volgen (altijd) de meerduidigheid (mutashabihat), zoekende naar Fitnah/onenigheid en naar de ware uitleg ervan. En niemand weet de uitleg ervan behalve Allah. En degenen die rijk zijn in kennis, zeggen: "Wij geloven er in, alles is van onze Heer". En niemand zal zich zelf vermanen, behalve de bezitter van verstand.

رَبَّنَا لَا تُزِغۡ قُلُوۡبَنَا بَعۡدَ اِذۡ ہَدَیۡتَنَا وَ ہَبۡ لَنَا مِنۡ لَّدُنۡکَ رَحۡمَۃً ۚ اِنَّکَ اَنۡتَ الۡوَہَّابُ ﴿۸﴾

003.008 Rabbana la tuzigh quloobana baAAda ith hadaytana wahab lana min ladunka rahmatan innaka anta alwahhabu

3:8 (Zeg:) "Onze Heer, laat onze harten niet afwijken nadat U ons geleid heeft en schenk ons Uw barmhartigheid. Voorzeker, U bent de Schenker".

رَبَّنَاۤ اِنَّکَ جَامِعُ النَّاسِ لِیَوۡمٍ لَّا رَیۡبَ فِیۡہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُخۡلِفُ الۡمِیۡعَادَ ﴿۹﴾

003.009 Rabbana innaka jamiAAu alnnasi liyawmin la rayba feehi inna Allaha la yukhlifu almeeAAada

3:9 (Zeg:) "Onze Heer! Voorzeker, U zult de mensheid verzamelen op een Dag, er is geen twijfel daaraan". Voorzeker, Allah, breekt geen beloftes.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَنۡ تُغۡنِیَ عَنۡہُمۡ اَمۡوَالُہُمۡ وَ لَاۤ اَوۡلَادُہُمۡ مِّنَ اللّٰہِ شَیۡئًا ؕ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمۡ وَقُوۡدُ النَّارِ ﴿ۙ۱۰﴾

003.010 Inna allatheena kafaroo lan tughniya AAanhum amwaluhum wala awladuhum mina Allahi shay-an waola-ika hum waqoodu alnnari

3:10 Voorzeker, degene die niet geloven, nooit zullen hun rijkdommen, en noch zullen hun kinderen iets baten tegen (de bestraffing van) Allah. En zij zijn degenen die de brandstof voor de hel zijn.

کَدَاۡبِ اٰلِ فِرۡعَوۡنَ ۙ وَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ؕ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا ۚ فَاَخَذَہُمُ اللّٰہُ بِذُنُوۡبِہِمۡ ؕ وَ اللّٰہُ شَدِیۡدُ الۡعِقَابِ ﴿۱۱﴾

003.011 Kada/bi ali firAAawna waallatheena min qablihim kaththaboo bi-ayatina faakhathahumu Allahu bithunoobihim waAllahu shadeedu alAAiqabi

3:11 Net als het gedrag van Farao's volk en van degenen die voor hun tijd leefden. Zij loochenden Onze tekenen. Dus greep Allah hen voor hun zonden. En Allah is streng in het bestraffen.

قُلۡ لِّلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا سَتُغۡلَبُوۡنَ وَ تُحۡشَرُوۡنَ اِلٰی جَہَنَّمَ ؕ وَ بِئۡسَ الۡمِہَادُ ﴿۱۲﴾

003.012 Qul lillatheena kafaroo satughlaboona watuhsharoona ila jahannama wabi/sa almihadu

3:12 Zeg tot degenen die niet geloven: "Jullie zullen overmeesterd worden en naar de Hel verzameld worden. Dat is een zeer slechte rustplaats.

قَدۡ کَانَ لَکُمۡ اٰیَۃٌ فِیۡ فِئَتَیۡنِ الۡتَقَتَا ؕ فِئَۃٌ تُقَاتِلُ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ اُخۡرٰی کَافِرَۃٌ یَّرَوۡنَہُمۡ مِّثۡلَیۡہِمۡ رَاۡیَ الۡعَیۡنِ ؕ وَ اللّٰہُ یُؤَیِّدُ بِنَصۡرِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَعِبۡرَۃً لِّاُولِی الۡاَبۡصَارِ ﴿۱۳﴾

003.013 Qad kana lakum ayatun fee fi-atayni iltaqata fi-atun tuqatilu fee sabeeli Allahi waokhra kafiratun yarawnahum mithlayhim ra/ya alAAayni waAllahu yu-ayyidu binasrihi man yashao inna fee thalika laAAibratan li-olee al-absari

3:13 Zeker, de veldslag van de twee legers, dat was een teken voor jullie. Een groep vechtende op de weg van Allah en de andere (vechtende op de weg van Thagoet) waren de niet gelovigen . Zij zagen hen als het dubbele van hun eigen aantal, in het gezichtsveld van hun ogen. En Allah ondersteunt wie Hij wil met Zijn hulp. Voorzeker, daarin is zeker een lering voor de bezitters van inzicht.

زُیِّنَ لِلنَّاسِ حُبُّ الشَّہَوٰتِ مِنَ النِّسَآءِ وَ الۡبَنِیۡنَ وَ الۡقَنَاطِیۡرِ الۡمُقَنۡطَرَۃِ مِنَ الذَّہَبِ وَ الۡفِضَّۃِ وَ الۡخَیۡلِ الۡمُسَوَّمَۃِ وَ الۡاَنۡعَامِ وَ الۡحَرۡثِ ؕ ذٰلِکَ مَتَاعُ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۚ وَ اللّٰہُ عِنۡدَہٗ حُسۡنُ الۡمَاٰبِ ﴿۱۴﴾

003.014 Zuyyina lilnnasi hubbu alshshahawati mina alnnisa-i waalbaneena waalqanateeri almuqantarati mina alththahabi waalfiddati waalkhayli almusawwamati waal-anAAami waalharthi thalika mataAAu alhayati alddunya waAllahu AAindahu husnu almaabi

3:14 Voor de mensheid is het genot van de dingen die zij verlangen verleidelijk gemaakt, zoals vrouwen, zonen, opgestapelde hopen van goud en zilver, gemerkte paarden, vee, en bebouwd land. Dat zijn de voorzieningen van het wereldse leven. Maar Allah!, bij Hem is er een voortreffelijk verblijfplaats om er naar terug te keren.

قُلۡ اَؤُنَبِّئُکُمۡ بِخَیۡرٍ مِّنۡ ذٰلِکُمۡ ؕ لِلَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا عِنۡدَ رَبِّہِمۡ جَنّٰتٌ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا وَ اَزۡوَاجٌ مُّطَہَّرَۃٌ وَّ رِضۡوَانٌ مِّنَ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ بَصِیۡرٌۢ بِالۡعِبَادِ ﴿ۚ۱۵﴾

003.015 Qul aonabbi-okum bikhayrin min thalikum lillatheena ittaqaw AAinda rabbihim jannatun tajree min tahtiha al-anharu khalideena feeha waazwajun mutahharatun waridwanun mina Allahi waAllahu baseerun bialAAibadi

3:15 Zeg: "Zal ik jullie informeren over iets beter dan dat? Voor degenen die Taqwah hebben, bij zijn Heer zijn er tuinen waaronder rivieren stromen, eeuwig vertoevend erin, met pure echtgenotes, en de tevredenheid van Allah. En Allah is Alziende over zijn dienaren.

اَلَّذِیۡنَ یَقُوۡلُوۡنَ رَبَّنَاۤ اِنَّنَاۤ اٰمَنَّا فَاغۡفِرۡ لَنَا ذُنُوۡبَنَا وَ قِنَا عَذَابَ النَّارِ ﴿ۚ۱۶﴾

003.016 Allatheena yaqooloona rabbana innana amanna faighfir lana thunoobana waqina AAathaba alnnari

3:16 Dit zijn degenen die zeggen: "Onze Heer, voorzeker, we hebben geloofd, dus vergeef onze zondes en bescherm ons tegen de bestraffing van de Hel".

اَلصّٰبِرِیۡنَ وَ الصّٰدِقِیۡنَ وَ الۡقٰنِتِیۡنَ وَ الۡمُنۡفِقِیۡنَ وَ الۡمُسۡتَغۡفِرِیۡنَ بِالۡاَسۡحَارِ ﴿۱۷﴾

003.017 Alssabireena waalssadiqeena waalqaniteena waalmunfiqeena waalmustaghfireena bial-ashari

3:17 (Zij zijn) De geduldigen, de waarheidsgetrouwen, de gehoorzamen, degenen die uitgeven (zoekende naar de welbehagen van Allah) en degenen die zoeken naar de vergiffenis (van Allah in de nachten) voor zonsopgang.

شَہِدَ اللّٰہُ اَنَّہٗ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۙ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃُ وَ اُولُوا الۡعِلۡمِ قَآئِمًۢا بِالۡقِسۡطِ ؕ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿ؕ۱۸﴾

003.018 Shahida Allahu annahu la ilaha illa huwa waalmala-ikatu waoloo alAAilmi qa-iman bialqisti la ilaha illa huwa alAAazeezu alhakeemu

3:18 Allah getuigt dat er geen deÔteit is dan Hij. En (zo doen) de Engelen en de bezitters van kennis, standvastig in gerechtigheid. Er is geen deÔteit dan Hij, de Almachtige, de Alwijze.

اِنَّ الدِّیۡنَ عِنۡدَ اللّٰہِ الۡاِسۡلَامُ ۟ وَ مَا اخۡتَلَفَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ اِلَّا مِنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَہُمُ الۡعِلۡمُ بَغۡیًۢا بَیۡنَہُمۡ ؕ وَ مَنۡ یَّکۡفُرۡ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ فَاِنَّ اللّٰہَ سَرِیۡعُ الۡحِسَابِ ﴿۱۹﴾

003.019 Inna alddeena AAinda Allahi al-islamu wama ikhtalafa allatheena ootoo alkitaba illa min baAAdi ma jaahumu alAAilmu baghyan baynahum waman yakfur bi-ayati Allahi fa-inna Allaha sareeAAu alhisabi

3:19 Voorzeker, de religie van Allah is de Islam. Degenen aan wie het boek gegeven was verschilden pas van mening nadat de kennis tot hen kwam, uit onderlinge afgunst. En wie de Tekenen van Allah loochent, dan voorzeker, Allah is snel in het afrekenen.

فَاِنۡ حَآجُّوۡکَ فَقُلۡ اَسۡلَمۡتُ وَجۡہِیَ لِلّٰہِ وَ مَنِ اتَّبَعَنِ ؕ وَ قُلۡ لِّلَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ وَ الۡاُمِّیّٖنَ ءَاَسۡلَمۡتُمۡ ؕ فَاِنۡ اَسۡلَمُوۡا فَقَدِ اہۡتَدَوۡا ۚ وَ اِنۡ تَوَلَّوۡا فَاِنَّمَا عَلَیۡکَ الۡبَلٰغُ ؕ وَ اللّٰہُ بَصِیۡرٌۢ بِالۡعِبَادِ ﴿۲۰﴾

003.020 Fa-in hajjooka faqul aslamtu wajhiya lillahi wamani ittabaAAani waqul lillatheena ootoo alkitaba waal-ommiyyeena aaslamtum fa-in aslamoo faqadi ihtadaw wa-in tawallaw fa-innama AAalayka albalaghu waAllahu baseerun bialAAibadi

3:20 En als zij dan met jou redetwisten, zeg dan: "Ik heb mijzelf onderworpen aan Allah en (zo ook) degenen die mij volgen". En zeg tegen degenen aan wie het Boek gegeven is en aan de analfabeten: "Hebben jullie jezelf onderworpen (aan Allah)"? Als zij zich onderworpen hebben, dan zeker, zij zijn geleid. Maar als zij zich afkeren, dan rust er slechts op jou (de plicht van) het verkondigen. En Allah is Alziende over zijn dienaren.

اِنَّ الَّذِیۡنَ یَکۡفُرُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ وَ یَقۡتُلُوۡنَ النَّبِیّٖنَ بِغَیۡرِ حَقٍّ ۙ وَّ یَقۡتُلُوۡنَ الَّذِیۡنَ یَاۡمُرُوۡنَ بِالۡقِسۡطِ مِنَ النَّاسِ ۙ فَبَشِّرۡہُمۡ بِعَذَابٍ اَلِیۡمٍ ﴿۲۱﴾

003.021 Inna allatheena yakfuroona bi-ayati Allahi wayaqtuloona alnnabiyyeena bighayri haqqin wayaqtuloona allatheena ya/muroona bialqisti mina alnnasi fabashshirhum biAAathabin aleemin

3:21 Voorzeker, degenen die niet in de Tekenen van Allah geloven, en zonder enig recht de profeten doden en degenen doden die tot gerechtigheid onder de mensen bevelen, verkondig hen een pijnlijke straf.

اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ حَبِطَتۡ اَعۡمَالُہُمۡ فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ ۫ وَ مَا لَہُمۡ مِّنۡ نّٰصِرِیۡنَ ﴿۲۲﴾

003.022 Ola-ika allatheena habitat aAAmaluhum fee alddunya waal-akhirati wama lahum min nasireena

3:22 Zij zijn het van wie de daden, zowel in deze wereld als voor het hiernamaals, vruchteloos zijn. En er zullen voor hen geen helpers zijn.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ اُوۡتُوۡا نَصِیۡبًا مِّنَ الۡکِتٰبِ یُدۡعَوۡنَ اِلٰی کِتٰبِ اللّٰہِ لِیَحۡکُمَ بَیۡنَہُمۡ ثُمَّ یَتَوَلّٰی فَرِیۡقٌ مِّنۡہُمۡ وَ ہُمۡ مُّعۡرِضُوۡنَ ﴿۲۳﴾

003.023 Alam tara ila allatheena ootoo naseeban mina alkitabi yudAAawna ila kitabi Allahi liyahkuma baynahum thumma yatawalla fareequn minhum wahum muAAridoona

3:23 Heb jij degenen niet gezien aan wie een deel van het boek werd gegeven? Zij werden opgeroepen tot Allah's boek, zodat het tussen hen zou verzoenen. Vervolgens, wende een groep ervan af en zij zijn degenen die er afkerig van zijn.

ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ قَالُوۡا لَنۡ تَمَسَّنَا النَّارُ اِلَّاۤ اَیَّامًا مَّعۡدُوۡدٰتٍ ۪ وَ غَرَّہُمۡ فِیۡ دِیۡنِہِمۡ مَّا کَانُوۡا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۲۴﴾

003.024 Thalika bi-annahum qaloo lan tamassana alnnaru illa ayyaman maAAdoodatin wagharrahum fee deenihim ma kanoo yaftaroona

3:24 Dat is omdat zij zeggen: "De hel zal ons slechts voor een aantal dagen aanraken". En hetgeen wat zij (de leiders) bedachten in hun religie heeft hun (de volgelingen) bedrogen.

فَکَیۡفَ اِذَا جَمَعۡنٰہُمۡ لِیَوۡمٍ لَّا رَیۡبَ فِیۡہِ ۟ وَ وُفِّیَتۡ کُلُّ نَفۡسٍ مَّا کَسَبَتۡ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۲۵﴾

003.025 Fakayfa itha jamaAAnahum liyawmin la rayba feehi wawuffiyat kullu nafsin ma kasabat wahum la yuthlamoona

3:25 Hoe zal het dan zijn, wanneer Wij hen verzamelen op een Dag waaraan geen twijfel is. En elke Nafs zal volledig worden uitbetaald voor wat zij verdiende. En er zal geen onrecht worden aangedaan op hen.

قُلِ اللّٰہُمَّ مٰلِکَ الۡمُلۡکِ تُؤۡتِی الۡمُلۡکَ مَنۡ تَشَآءُ وَ تَنۡزِعُ الۡمُلۡکَ مِمَّنۡ تَشَآءُ ۫ وَ تُعِزُّ مَنۡ تَشَآءُ وَ تُذِلُّ مَنۡ تَشَآءُ ؕ بِیَدِکَ الۡخَیۡرُ ؕ اِنَّکَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۲۶﴾

003.026 Quli allahumma malika almulki tu/tee almulka man tashao watanziAAu almulka mimman tashao watuAAizzu man tashao watuthillu man tashao biyadika alkhayru innaka AAala kulli shay-in qadeerun

3:26 Zeg: "O Allah, Eigenaar van het Koninkrijk. U geeft het koninkrijk aan wie U wilt en U ontneemt het met kracht van wie U wilt, en U eert wie U wilt en U vernedert wie U wilt. In Uw hand is al het goede. Voorzeker, U bent over alles Almachtig".

تُوۡلِجُ الَّیۡلَ فِی النَّہَارِ وَ تُوۡلِجُ النَّہَارَ فِی الَّیۡلِ ۫ وَ تُخۡرِجُ الۡحَیَّ مِنَ الۡمَیِّتِ وَ تُخۡرِجُ الۡمَیِّتَ مِنَ الۡحَیِّ ۫ وَ تَرۡزُقُ مَنۡ تَشَآءُ بِغَیۡرِ حِسَابٍ ﴿۲۷﴾

003.027 Tooliju allayla fee alnnahari watooliju alnnahara fee allayli watukhriju alhayya mina almayyiti watukhriju almayyita mina alhayyi watarzuqu man tashao bighayri hisabin

3:27 "U laat de nacht overgaan in de dag en U laat de dag overgaan in de nacht. En U brengt het levende voort uit de dode en U brengt de dode voort uit het levende. En U geeft voorzieningen zonder een verrekening aan wie U wilt".

لَا یَتَّخِذِ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ الۡکٰفِرِیۡنَ اَوۡلِیَآءَ مِنۡ دُوۡنِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ۚ وَ مَنۡ یَّفۡعَلۡ ذٰلِکَ فَلَیۡسَ مِنَ اللّٰہِ فِیۡ شَیۡءٍ اِلَّاۤ اَنۡ تَتَّقُوۡا مِنۡہُمۡ تُقٰىۃً ؕ وَ یُحَذِّرُکُمُ اللّٰہُ نَفۡسَہٗ ؕ وَ اِلَی اللّٰہِ الۡمَصِیۡرُ ﴿۲۸﴾

003.028 La yattakhithi almu/minoona alkafireena awliyaa min dooni almu/mineena waman yafAAal thalika falaysa mina Allahi fee shay-in illa an tattaqoo minhum tuqatan wayuhaththirukumu Allahu nafsahu wa-ila Allahi almaseeru

3:28 Laten de gelovigen, de ongelovigen niet als Awliyaa (boezem vrienden) nemen in plaats van de gelovigen. En wie het (toch) doet, dan krijgt hij geen enkel steun van Allah. Behalve als jullie jullie zelf beschermen tegen hen met de bescherming van kennis. En Allah Zelf, waarschuwt jullie voor hen en tot Allah is de definitieve terugkeer.

قُلۡ اِنۡ تُخۡفُوۡا مَا فِیۡ صُدُوۡرِکُمۡ اَوۡ تُبۡدُوۡہُ یَعۡلَمۡہُ اللّٰہُ ؕ وَ یَعۡلَمُ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۲۹﴾

003.029 Qul in tukhfoo ma fee sudoorikum aw tubdoohu yaAAlamhu Allahu wayaAAlamu ma fee alssamawati wama fee al-ardi waAllahu AAala kulli shay-in qadeerun

3:29 Zeg: "Wat jullie in jullie borsten verbergen of ervan bekendmaken, Allah weet ervan". En Hij weet wat in de hemelen en wat op aarde is. En Allah is over alles Almachtig".

یَوۡمَ تَجِدُ کُلُّ نَفۡسٍ مَّا عَمِلَتۡ مِنۡ خَیۡرٍ مُّحۡضَرًا ۚۖۛ وَّ مَا عَمِلَتۡ مِنۡ سُوۡٓءٍ ۚۛ تَوَدُّ لَوۡ اَنَّ بَیۡنَہَا وَ بَیۡنَہٗۤ اَمَدًۢا بَعِیۡدًا ؕ وَ یُحَذِّرُکُمُ اللّٰہُ نَفۡسَہٗ ؕ وَ اللّٰہُ رَءُوۡفٌۢ بِالۡعِبَادِ ﴿۳۰﴾

003.030 Yawma tajidu kullu nafsin ma AAamilat min khayrin muhdaran wama AAamilat min soo-in tawaddu law anna baynaha wabaynahu amadan baAAeedan wayuhaththirukumu Allahu nafsahu waAllahu raoofun bialAAibadi

3:30 Op de Dag, waarop elke Nafs aangereikt krijgt wat hij goed gedaan heeft en wat hij slecht gedaan heeft, zal hij wensen dat er een grote afstand was tussen hem en het (zijn slechte daden). En Allah zelf waarschuwt jullie en Allah is meest barmhartig naar Zijn dienaren (iedereen, dus ook naar de ongelovigen) toe.

قُلۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ تُحِبُّوۡنَ اللّٰہَ فَاتَّبِعُوۡنِیۡ یُحۡبِبۡکُمُ اللّٰہُ وَ یَغۡفِرۡ لَکُمۡ ذُنُوۡبَکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۳۱﴾

003.031 Qul in kuntum tuhibboona Allaha faittabiAAoonee yuhbibkumu Allahu wayaghfir lakum thunoobakum waAllahu ghafoorun raheemun

3:31 Zeg: "Als jullie van Allah houden, volg mij dan. Allah zal van jullie houden en Hij zal jullie zonden voor jullie vergeven. En Allah is Vergevensgezind, meest Genadevol".

قُلۡ اَطِیۡعُوا اللّٰہَ وَ الرَّسُوۡلَ ۚ فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ لَا یُحِبُّ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۳۲﴾

003.032 Qul ateeAAoo Allaha waalrrasoola fa-in tawallaw fa-inna Allaha la yuhibbu alkafireena

3:32 Zeg: "Gehoorzaam Allah en de Boodschapper". Als zij dan afwenden, voorzeker, Allah houdt niet van de ongelovigen.

اِنَّ اللّٰہَ اصۡطَفٰۤی اٰدَمَ وَ نُوۡحًا وَّ اٰلَ اِبۡرٰہِیۡمَ وَ اٰلَ عِمۡرٰنَ عَلَی الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿ۙ۳۳﴾

003.033 Inna Allaha istafa adama wanoohan waala ibraheema waala AAimrana AAala alAAalameena

3:33 Voorzeker, Allah verkoos Adam, Noach, de familie van Abraham en de familie van Imraan boven de werelden.

ذُرِّیَّۃًۢ بَعۡضُہَا مِنۡۢ بَعۡضٍ ؕ وَ اللّٰہُ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿ۚ۳۴﴾

003.034 Thurriyyatan baAAduha min baAAdin waAllahu sameeAAun AAaleemun

3:34 Zij zijn nakomelingen van ťťn na de ander. En Allah is Alhorend, Alwetend.

اِذۡ قَالَتِ امۡرَاَتُ عِمۡرٰنَ رَبِّ اِنِّیۡ نَذَرۡتُ لَکَ مَا فِیۡ بَطۡنِیۡ مُحَرَّرًا فَتَقَبَّلۡ مِنِّیۡ ۚ اِنَّکَ اَنۡتَ السَّمِیۡعُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۳۵﴾

003.035 Ith qalati imraatu AAimrana rabbi innee nathartu laka ma fee batnee muharraran fataqabbal minnee innaka anta alssameeAAu alAAaleemu

3:35 Toen de vrouw van Imraan zei: "Mijn Heer! Voorzeker, ik heb gezworen tot U dat ik hetgeen wat in mijn baarmoeder is, toewijd aan u. Accepteer het van mij. Voorzeker, U bent de Alhorende, de Alwetende".

فَلَمَّا وَضَعَتۡہَا قَالَتۡ رَبِّ اِنِّیۡ وَضَعۡتُہَاۤ اُنۡثٰی ؕ وَ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِمَا وَضَعَتۡ ؕ وَ لَیۡسَ الذَّکَرُ کَالۡاُنۡثٰی ۚ وَ اِنِّیۡ سَمَّیۡتُہَا مَرۡیَمَ وَ اِنِّیۡۤ اُعِیۡذُہَا بِکَ وَ ذُرِّیَّتَہَا مِنَ الشَّیۡطٰنِ الرَّجِیۡمِ ﴿۳۶﴾

003.036 Falamma wadaAAat-ha qalat rabbi innee wadaAAtuha ontha waAllahu aAAlamu bima wadaAAat walaysa alththakaru kaalontha wa-innee sammaytuha maryama wa-innee oAAeethuha bika wathurriyyataha mina alshshaytani alrrajeemi

3:36 Toen zij haar gebaard had, zei ze: "Mijn Heer, voorzeker ik heb een meisje gebaard". En Allah weet beter wat zij gebaard had. De man is niet gelijk aan de vrouw. (Ze zei:)"En ik heb haar Maryam genoemd en ik zoek toevlucht voor haar en voor haar nageslacht bij U tegen de satan."

فَتَقَبَّلَہَا رَبُّہَا بِقَبُوۡلٍ حَسَنٍ وَّ اَنۡۢبَتَہَا نَبَاتًا حَسَنًا ۙ وَّ کَفَّلَہَا زَکَرِیَّا ۚؕ کُلَّمَا دَخَلَ عَلَیۡہَا زَکَرِیَّا الۡمِحۡرَابَ ۙ وَجَدَ عِنۡدَہَا رِزۡقًا ۚ قَالَ یٰمَرۡیَمُ اَنّٰی لَکِ ہٰذَا ؕ قَالَتۡ ہُوَ مِنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یَرۡزُقُ مَنۡ یَّشَآءُ بِغَیۡرِ حِسَابٍ ﴿۳۷﴾

003.037 Fataqabbalaha rabbuha biqaboolin hasanin waanbataha nabatan hasanan wakaffalaha zakariyya kullama dakhala AAalayha zakariyya almihraba wajada AAindaha rizqan qala ya maryamu anna laki hatha qalat huwa min AAindi Allahi inna Allaha yarzuqu man yashao bighayri hisabin

3:37 Toen verhoorde haar Heer haar (smeekgebed) met een mooie uitwerking en deed haar (Maryam) goed opgroeien en legde haar in de zorg van Zakaria. Telkens wanneer Zakaria bij haar in de gebedsruimte binnenkwam, trof hij voorzieningen bij haar aan. Hij zei: "O Maryam, waar komt dit vandaan"? Zij zei: "Dit komt van Allah, voorzeker, Allah geeft voorzieningen aan wie Hij wil zonder een verrekening".

ہُنَالِکَ دَعَا زَکَرِیَّا رَبَّہٗ ۚ قَالَ رَبِّ ہَبۡ لِیۡ مِنۡ لَّدُنۡکَ ذُرِّیَّۃً طَیِّبَۃً ۚ اِنَّکَ سَمِیۡعُ الدُّعَآءِ ﴿۳۸﴾

003.038 Hunalika daAAa zakariyya rabbahu qala rabbi hab lee min ladunka thurriyyatan tayyibatan innaka sameeAAu aldduAAa/-i

3:38 Daarop riep Zakaria zijn Heer aan, hij zei: "O, mijn Heer, schenk mij van U een zuiver nageslacht. Voorzeker, U bent de verhoorder van het gebed".

فَنَادَتۡہُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ وَ ہُوَ قَآئِمٌ یُّصَلِّیۡ فِی الۡمِحۡرَابِ ۙ اَنَّ اللّٰہَ یُبَشِّرُکَ بِیَحۡیٰی مُصَدِّقًۢا بِکَلِمَۃٍ مِّنَ اللّٰہِ وَ سَیِّدًا وَّ حَصُوۡرًا وَّ نَبِیًّا مِّنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۳۹﴾

003.039 Fanadat-hu almala-ikatu wahuwa qa-imun yusallee fee almihrabi anna Allaha yubashshiruka biyahya musaddiqan bikalimatin mina Allahi wasayyidan wahasooran wanabiyyan mina alssaliheena

3:39 Toen hij staande aan het bidden was in de gebedsruimte, riepen de engelen hem aan: "Voorzeker Allah, geeft jou het goede nieuws van (de geboorte van jouw zoon) Yahya, die het woord van Allah ("Wees!"; de schepping van Isa en zijn profeetschap) bekrachtigt, en die (Yahya) nobel, kuis, en een profeet is, behorende tot de rechtvaardigen."

قَالَ رَبِّ اَنّٰی یَکُوۡنُ لِیۡ غُلٰمٌ وَّ قَدۡ بَلَغَنِیَ الۡکِبَرُ وَ امۡرَاَتِیۡ عَاقِرٌ ؕ قَالَ کَذٰلِکَ اللّٰہُ یَفۡعَلُ مَا یَشَآءُ ﴿۴۰﴾

003.040 Qala rabbi anna yakoonu lee ghulamun waqad balaghaniya alkibaru waimraatee AAaqirun qala kathalika Allahu yafAAalu ma yasha/o

3:40 Hij zei: "O mijn Heer, hoe kan er voor mij een zoon zijn, waarlijk, de oude leeftijd heeft mij bereikt en mijn vrouw is onvruchtbaar?" Hij (Allah) zei: "Het zal gebeuren, Allah doet wat Hij wil."

قَالَ رَبِّ اجۡعَلۡ لِّیۡۤ اٰیَۃً ؕ قَالَ اٰیَتُکَ اَلَّا تُکَلِّمَ النَّاسَ ثَلٰثَۃَ اَیَّامٍ اِلَّا رَمۡزًا ؕ وَ اذۡکُرۡ رَّبَّکَ کَثِیۡرًا وَّ سَبِّحۡ بِالۡعَشِیِّ وَ الۡاِبۡکَارِ ﴿٪۴۱

003.041 Qala rabbi ijAAal lee ayatan qala ayatuka alla tukallima alnnasa thalathata ayyamin illa ramzan waothkur rabbaka katheeran wasabbih bialAAashiyyi waal-ibkari

3:41 Hij zei: "Mijn Heer, geef mij een teken." Hij (Allah) zei: "Jouw teken is, dat jij voor drie dagen tegen de mensen niet kan spreken, behalve door middel van gebaren. En gedenk jouw Heer veel en verheerlijk Hem in de avond en in de ochtend."

وَ اِذۡ قَالَتِ الۡمَلٰٓئِکَۃُ یٰمَرۡیَمُ اِنَّ اللّٰہَ اصۡطَفٰکِ وَ طَہَّرَکِ وَ اصۡطَفٰکِ عَلٰی نِسَآءِ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۴۲﴾

003.042 Wa-ith qalati almala-ikatu ya maryamu inna Allaha istafaki watahharaki waistafaki AAala nisa-i alAAalameena

3:42 En toen de Engelen zeiden: "O Maryam! Voorzeker Allah heeft jou gekozen, jou gezuiverd en jou uitverkoren boven de vrouwen van de werelden.

یٰمَرۡیَمُ اقۡنُتِیۡ لِرَبِّکِ وَ اسۡجُدِیۡ وَ ارۡکَعِیۡ مَعَ الرّٰکِعِیۡنَ ﴿۴۳﴾

003.043 Ya maryamu oqnutee lirabbiki waosjudee wairkaAAee maAAa alrrakiAAeena

3:43 O Maryam! Wees gehoorzaam tot jouw Heer, prostreer en buig met degenen die neerbuigen".

ذٰلِکَ مِنۡ اَنۡۢبَآءِ الۡغَیۡبِ نُوۡحِیۡہِ اِلَیۡکَ ؕ وَ مَا کُنۡتَ لَدَیۡہِمۡ اِذۡ یُلۡقُوۡنَ اَقۡلَامَہُمۡ اَیُّہُمۡ یَکۡفُلُ مَرۡیَمَ ۪ وَ مَا کُنۡتَ لَدَیۡہِمۡ اِذۡ یَخۡتَصِمُوۡنَ ﴿۴۴﴾

003.044 Thalika min anba-i alghaybi nooheehi ilayka wama kunta ladayhim ith yulqoona aqlamahum ayyuhum yakfulu maryama wama kunta ladayhim ith yakhtasimoona

3:44 Dat zijn berichten van het ongeziene die Wij aan jou (Mohammed) openbaren. En jij was niet met hen toen zij hun pennen worpen om te besluiten welke van hen de voogd over Maryam zou nemen, noch was jij daar toen zij (erover) redetwisten.

اِذۡ قَالَتِ الۡمَلٰٓئِکَۃُ یٰمَرۡیَمُ اِنَّ اللّٰہَ یُبَشِّرُکِ بِکَلِمَۃٍ مِّنۡہُ ٭ۖ اسۡمُہُ الۡمَسِیۡحُ عِیۡسَی ابۡنُ مَرۡیَمَ وَجِیۡہًا فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ وَ مِنَ الۡمُقَرَّبِیۡنَ ﴿ۙ۴۵﴾

003.045 Ith qalati almala-ikatu ya maryamu inna Allaha yubashshiruki bikalimatin minhu ismuhu almaseehu AAeesa ibnu maryama wajeehan fee alddunya waal-akhirati wamina almuqarrabeena

3:45 (Gedenk) toen de Engelen zeiden: "O Maryam! Voorzeker, Allah geef het goede nieuws van ťťn van Zijn woorden ("Wees!"). Zijn naam is de Messias Isa, zoon van Maryam, geŽerd in deze wereld en in het hiernamaals, en behorend tot degenen die dicht bij (Allah) gebracht wordt.

وَ یُکَلِّمُ النَّاسَ فِی الۡمَہۡدِ وَ کَہۡلًا وَّ مِنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۴۶﴾

003.046 Wayukallimu alnnasa fee almahdi wakahlan wamina alssaliheena

3:46 En hij zal tot de mensen spreken vanuit de wieg en in volwassenheid. En hij zal behoren tot de rechtvaardigen".

قَالَتۡ رَبِّ اَنّٰی یَکُوۡنُ لِیۡ وَلَدٌ وَّ لَمۡ یَمۡسَسۡنِیۡ بَشَرٌ ؕ قَالَ کَذٰلِکِ اللّٰہُ یَخۡلُقُ مَا یَشَآءُ ؕ اِذَا قَضٰۤی اَمۡرًا فَاِنَّمَا یَقُوۡلُ لَہٗ کُنۡ فَیَکُوۡنُ ﴿۴۷﴾

003.047 Qalat rabbi anna yakoonu lee waladun walam yamsasnee basharun qala kathaliki Allahu yakhluqu ma yashao itha qada amran fa-innama yaqoolu lahu kun fayakoonu

3:47 Zij (Maryam) zei: "Mijn Heer, hoe kan ik een kind krijgen als geen man mijn heeft aangeraakt?" Hij (Allah) zei: "Het zal gebeuren, Allah schept wat Hij wil". Hij verordent een zaak, dan zegt Hij er slechts tegen "Wees!", en het geschiedt.

وَ یُعَلِّمُہُ الۡکِتٰبَ وَ الۡحِکۡمَۃَ وَ التَّوۡرٰىۃَ وَ الۡاِنۡجِیۡلَ ﴿ۚ۴۸﴾

003.048 WayuAAallimuhu alkitaba waalhikmata waalttawrata waal-injeela

3:48 En Hij zal hem het boek (de Kuran), de wijsheid (de Hadies), de Taurat en de Injiel onderwijzen.

وَ رَسُوۡلًا اِلٰی بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ ۬ۙ اَنِّیۡ قَدۡ جِئۡتُکُمۡ بِاٰیَۃٍ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ ۙ اَنِّیۡۤ اَخۡلُقُ لَکُمۡ مِّنَ الطِّیۡنِ کَہَیۡـَٔۃِ الطَّیۡرِ فَاَنۡفُخُ فِیۡہِ فَیَکُوۡنُ طَیۡرًۢا بِاِذۡنِ اللّٰہِ ۚ وَ اُبۡرِیُٔ الۡاَکۡمَہَ وَ الۡاَبۡرَصَ وَ اُحۡیِ الۡمَوۡتٰی بِاِذۡنِ اللّٰہِ ۚ وَ اُنَبِّئُکُمۡ بِمَا تَاۡکُلُوۡنَ وَ مَا تَدَّخِرُوۡنَ ۙ فِیۡ بُیُوۡتِکُمۡ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیَۃً لَّکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿ۚ۴۹﴾

003.049 Warasoolan ila banee isra-eela annee qad ji/tukum bi-ayatin min rabbikum annee akhluqu lakum mina altteeni kahay-ati alttayri faanfukhu feehi fayakoonu tayran bi-ithni Allahi waobri-o al-akmaha waal-abrasa waohyee almawta bi-ithni Allahi waonabbi-okum bima ta/kuloona wama taddakhiroona fee buyootikum inna fee thalika laayatan lakum in kuntum mu/mineena

3:49 En Hij zal hem een Boodschapper maken voor de kinderen van IsraŽl, die zegt: "Voorzeker, ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer, dat ik van klei de vorm van een vogel maak, vervolgens blaas ik erin en het wordt een vogel met de toestemming van Allah. En Ik genees de blinden en de lepralijder. En Ik geef leven aan de dode met de toestemming van Allah. En ik informeer jullie van wat jullie eten en wat jullie in jullie huizen bewaren. Voorzeker, daarin is zeker een teken voor jullie, als jullie geloven."

وَ مُصَدِّقًا لِّمَا بَیۡنَ یَدَیَّ مِنَ التَّوۡرٰىۃِ وَ لِاُحِلَّ لَکُمۡ بَعۡضَ الَّذِیۡ حُرِّمَ عَلَیۡکُمۡ وَ جِئۡتُکُمۡ بِاٰیَۃٍ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ ۟ فَاتَّقُوا اللّٰہَ وَ اَطِیۡعُوۡنِ ﴿۵۰﴾

003.050 Wamusaddiqan lima bayna yadayya mina alttawrati wali-ohilla lakum baAAda allathee hurrima AAalaykum waji/tukum bi-ayatin min rabbikum faittaqoo Allaha waateeAAooni

3:50 "En (ik ben gekomen om) hetgeen van de Taurat dat voor mij (tijd geopenbaard) was, te bevestigen. En dat ik sommige zaken dat voor jullie verboden was gesteld, wettig te maken. En ik ben met een teken van jullie Heer gekomen. Dus vreest Allah en gehoorzaamt mij".

اِنَّ اللّٰہَ رَبِّیۡ وَ رَبُّکُمۡ فَاعۡبُدُوۡہُ ؕ ہٰذَا صِرَاطٌ مُّسۡتَقِیۡمٌ ﴿۵۱﴾

003.051 Inna Allaha rabbee warabbukum faoAAbudoohu hatha siratun mustaqeemun

3:51 "Voorzeker, Allah is mijn Heer en jullie Heer, aanbid Hem dus, dit is de rechte Pad".

فَلَمَّاۤ اَحَسَّ عِیۡسٰی مِنۡہُمُ الۡکُفۡرَ قَالَ مَنۡ اَنۡصَارِیۡۤ اِلَی اللّٰہِ ؕ قَالَ الۡحَوَارِیُّوۡنَ نَحۡنُ اَنۡصَارُ اللّٰہِ ۚ اٰمَنَّا بِاللّٰہِ ۚ وَ اشۡہَدۡ بِاَنَّا مُسۡلِمُوۡنَ ﴿۵۲﴾

003.052 Falamma ahassa AAeesa minhumu alkufra qala man ansaree ila Allahi qala alhawariyyoona nahnu ansaru Allahi amanna biAllahi waishhad bi-anna muslimoona

3:52 Toen Isa ongeloof bij hen bemerkte, zei hij: "Wie zullen mij helpers zijn op de weg naar Allah"? De discipelen zeiden: "Wij zijn de dienaren van Allah. Wij geloven in Allah en wij getuigen dat we moslims zijn."

رَبَّنَاۤ اٰمَنَّا بِمَاۤ اَنۡزَلۡتَ وَ اتَّبَعۡنَا الرَّسُوۡلَ فَاکۡتُبۡنَا مَعَ الشّٰہِدِیۡنَ ﴿۵۳﴾

003.053 Rabbana amanna bima anzalta waittabaAAna alrrasoola faoktubna maAAa alshshahideena

3:53 "Onze Heer, wij geloven in wat U geopenbaard heeft en wij volgen de Boodschapper, schrijf ons daarom tot de getuigen".

وَ مَکَرُوۡا وَ مَکَرَ اللّٰہُ ؕ وَ اللّٰہُ خَیۡرُ الۡمٰکِرِیۡنَ ﴿٪۵۴﴾

003.054 Wamakaroo wamakara Allahu waAllahu khayru almakireena

3:54 En zij (de ongelovigen) maakte een complot (om Isa te doden) en Allah maakte een tegen plan (daarvoor). En Allah is het beste in het maken van plannen.

اِذۡ قَالَ اللّٰہُ یٰعِیۡسٰۤی اِنِّیۡ مُتَوَفِّیۡکَ وَ رَافِعُکَ اِلَیَّ وَ مُطَہِّرُکَ مِنَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ جَاعِلُ الَّذِیۡنَ اتَّبَعُوۡکَ فَوۡقَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اِلٰی یَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ ۚ ثُمَّ اِلَیَّ مَرۡجِعُکُمۡ فَاَحۡکُمُ بَیۡنَکُمۡ فِیۡمَا کُنۡتُمۡ فِیۡہِ تَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۵۵﴾

003.055 Ith qala Allahu ya AAeesa innee mutawaffeeka warafiAAuka ilayya wamutahhiruka mina allatheena kafaroo wajaAAilu allatheena ittabaAAooka fawqa allatheena kafaroo ila yawmi alqiyamati thumma ilayya marjiAAukum faahkumu baynakum feema kuntum feehi takhtalifoona

3:55 En toen Allah (Zijn plan bekend maakte en) zei: "O Isa! Voorzeker, Ik neem jou tot Mij in zijn geheel (dus levend) en doe jou opstijgen tot Mij en zal jou reinigen van de ongelovigen. En ik zal op de Dag desoordeels degenen die jou volgen, superior maken over degenen die niet geloven. Vervolgens, is jullie terugkeer tot Mij en Ik zal berechten waarover jullie in verschillen.

فَاَمَّا الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا فَاُعَذِّبُہُمۡ عَذَابًا شَدِیۡدًا فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ ۫ وَ مَا لَہُمۡ مِّنۡ نّٰصِرِیۡنَ ﴿۵۶﴾

003.056 Faamma allatheena kafaroo faoAAaththibuhum AAathaban shadeedan fee alddunya waal-akhirati wama lahum min nasireena

3:56 Wat de ongelovigen betreft, Ik zal hen dan in het wereldse leven en in het hiernamaals straffen met een zware straf. En er zullen geen helpers voor hen zijn.

وَ اَمَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ فَیُوَفِّیۡہِمۡ اُجُوۡرَہُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یُحِبُّ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۵۷﴾

003.057 Waamma allatheena amanoo waAAamiloo alssalihati fayuwaffeehim ojoorahum waAllahu la yuhibbu alththalimeena

3:57 En wat betreft degenen die gelovigen en goede daden verrichtten, Hij zal hen hun beloningen volledig schenken. En Allah houdt niet van de onrechtvaardigen."

ذٰلِکَ نَتۡلُوۡہُ عَلَیۡکَ مِنَ الۡاٰیٰتِ وَ الذِّکۡرِ الۡحَکِیۡمِ ﴿۵۸﴾

003.058 Thalika natloohu AAalayka mina al-ayati waalththikri alhakeemi

3:58 Dat is wat Wij van de verzen en de ware gebeurtenissen aan jou (Mohammed) reciteren.

اِنَّ مَثَلَ عِیۡسٰی عِنۡدَ اللّٰہِ کَمَثَلِ اٰدَمَ ؕ خَلَقَہٗ مِنۡ تُرَابٍ ثُمَّ قَالَ لَہٗ کُنۡ فَیَکُوۡنُ ﴿۵۹﴾

003.059 Inna mathala AAeesa AAinda Allahi kamathali adama khalaqahu min turabin thumma qala lahu kun fayakoonu

3:59 Voorzeker, bij Allah is de schepping van Isa gelijk aan die van Adam. Hij schiep hem uit stof en zei vervolgens tot hem, "Wees!", en hij was.

اَلۡحَقُّ مِنۡ رَّبِّکَ فَلَا تَکُنۡ مِّنَ الۡمُمۡتَرِیۡنَ ﴿۶۰﴾

003.060 Alhaqqu min rabbika fala takun mina almumtareena

3:60 De waarheid komt van jouw Heer, behoor dus niet tot de twijfelaars.

فَمَنۡ حَآجَّکَ فِیۡہِ مِنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَکَ مِنَ الۡعِلۡمِ فَقُلۡ تَعَالَوۡا نَدۡعُ اَبۡنَآءَنَا وَ اَبۡنَآءَکُمۡ وَ نِسَآءَنَا وَ نِسَآءَکُمۡ وَ اَنۡفُسَنَا وَ اَنۡفُسَکُمۡ ۟ ثُمَّ نَبۡتَہِلۡ فَنَجۡعَلۡ لَّعۡنَتَ اللّٰہِ عَلَی الۡکٰذِبِیۡنَ ﴿۶۱﴾

003.061 Faman hajjaka feehi min baAAdi ma jaaka mina alAAilmi faqul taAAalaw nadAAu abnaana waabnaakum wanisaana wanisaakum waanfusana waanfusakum thumma nabtahil fanajAAal laAAnata Allahi AAala alkathibeena

3:61 Wie dan met jou erover (Isa) redetwist, nadat de kennis tot jou is gekomen, zeg dan: "Kom, laten we onze zonen en jullie zonen, onze vrouwen en jullie vrouwen, en wijzelf en jullie zelf bij elkaar roepen. Laten wij dan nederig bidden en de vloek van Allah over de leugenaars roepen."

اِنَّ ہٰذَا لَہُوَ الۡقَصَصُ الۡحَقُّ ۚ وَ مَا مِنۡ اِلٰہٍ اِلَّا اللّٰہُ ؕ وَ اِنَّ اللّٰہَ لَہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۶۲﴾

003.062 Inna hatha lahuwa alqasasu alhaqqu wama min ilahin illa Allahu wa-inna Allaha lahuwa alAAazeezu alhakeemu

3:62 Voorzeker, dit is zeker de ware gebeurtenis. En er is geen andere deÔteit dan Allah. En waarlijk, Allah!, zeker Hij is de Almachtige, de Alwijze.

فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌۢ بِالۡمُفۡسِدِیۡنَ ﴿۶۳﴾

003.063 Fa-in tawallaw fa-inna Allaha AAaleemun bialmufsideena

3:63 En als zij zich afkeren, dan voorzeker Allah is Alwetend over de verderfzaaiers.

قُلۡ یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ تَعَالَوۡا اِلٰی کَلِمَۃٍ سَوَآءٍۢ بَیۡنَنَا وَ بَیۡنَکُمۡ اَلَّا نَعۡبُدَ اِلَّا اللّٰہَ وَ لَا نُشۡرِکَ بِہٖ شَیۡئًا وَّ لَا یَتَّخِذَ بَعۡضُنَا بَعۡضًا اَرۡبَابًا مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ ؕ فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَقُوۡلُوا اشۡہَدُوۡا بِاَنَّا مُسۡلِمُوۡنَ ﴿۶۴﴾

003.064 Qul ya ahla alkitabi taAAalaw ila kalimatin sawa-in baynana wabaynakum alla naAAbuda illa Allaha wala nushrika bihi shay-an wala yattakhitha baAAduna baAAdan arbaban min dooni Allahi fa-in tawallaw faqooloo ishhadoo bi-anna muslimoona

3:64 Zeg: "O mensen van het boek! Kom tot een woord dat overeenkomstig is tussen jullie en ons, dat wij niemand aanbidden behalve Allah, en dat wij geen enkel gelijke naast Hem plaatsen en dat sommige van ons anderen niet als heren naast Allah nemen". Als zij zich dan afkeren, zegt dan: "Getuig dat wij moslims zijn".

یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لِمَ تُحَآجُّوۡنَ فِیۡۤ اِبۡرٰہِیۡمَ وَ مَاۤ اُنۡزِلَتِ التَّوۡرٰىۃُ وَ الۡاِنۡجِیۡلُ اِلَّا مِنۡۢ بَعۡدِہٖ ؕ اَفَلَا تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۶۵﴾

003.065 Ya ahla alkitabi lima tuhajjoona fee ibraheema wama onzilati alttawratu waal-injeelu illa min baAAdihi afala taAAqiloona

3:65 O mensen van het Boek! Waarom redetwisten jullie over Abraham, terwijl de Taurat en de Injiel na hem zijn geopenbaard"? Waarom gebruiken jullie dan je verstand niet"?

ہٰۤاَنۡتُمۡ ہٰۤؤُلَآءِ حَاجَجۡتُمۡ فِیۡمَا لَکُمۡ بِہٖ عِلۡمٌ فَلِمَ تُحَآجُّوۡنَ فِیۡمَا لَیۡسَ لَکُمۡ بِہٖ عِلۡمٌ ؕ وَ اللّٰہُ یَعۡلَمُ وَ اَنۡتُمۡ لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶۶﴾

003.066 Ha antum haola-i hajajtum feema lakum bihi AAilmun falima tuhajjoona feema laysa lakum bihi AAilmun waAllahu yaAAlamu waantum la taAAlamoona

3:66 Zie! Jullie zijn degenen die redetwisten over iets waar jullie kennis van hebben, maar waarom redetwisten jullie dan over iets waar jullie geen kennis van hebben? En Allah weet, terwijl jullie niet weten.

مَا کَانَ اِبۡرٰہِیۡمُ یَہُوۡدِیًّا وَّ لَا نَصۡرَانِیًّا وَّ لٰکِنۡ کَانَ حَنِیۡفًا مُّسۡلِمًا ؕ وَ مَا کَانَ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۶۷﴾

003.067 Ma kana ibraheemu yahoodiyyan wala nasraniyyan walakin kana haneefan musliman wama kana mina almushrikeena

3:67 Abraham was geen Jood, noch Christen, maar hij was een hanifan Moslim (zuiver aanbiddend). En hij behoorde niet tot de veelgodenaanbidders.

اِنَّ اَوۡلَی النَّاسِ بِاِبۡرٰہِیۡمَ لَلَّذِیۡنَ اتَّبَعُوۡہُ وَ ہٰذَا النَّبِیُّ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا ؕ وَ اللّٰہُ وَلِیُّ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۶۸﴾

003.068 Inna awla alnnasi bi-ibraheema lallatheena ittabaAAoohu wahatha alnnabiyyu waallatheena amanoo waAllahu waliyyu almu/mineena

3:68 Voorzeker, de mensen die het meeste aanspraak maken op een band met Abraham, zijn degenen die hem volgden (van het volk van Abraham), en die deze profeet (Mohammed) volgen en degenen die geloven. En Allah is de Beschermer van de gelovigen.

وَدَّتۡ طَّآئِفَۃٌ مِّنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ لَوۡ یُضِلُّوۡنَکُمۡ ؕ وَ مَا یُضِلُّوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡفُسَہُمۡ وَ مَا یَشۡعُرُوۡنَ ﴿۶۹﴾

003.069 Waddat ta-ifatun min ahli alkitabi law yudilloonakum wama yudilloona illa anfusahum wama yashAAuroona

3:69 Een groep onder de mensen van het boek wensten dat zij jou in dwalen konden brengen. Maar zij laten niemand behalve zichzelf dwalen, zonder dat zij het merken.

یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لِمَ تَکۡفُرُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ وَ اَنۡتُمۡ تَشۡہَدُوۡنَ ﴿۷۰﴾

003.070 Ya ahla alkitabi lima takfuroona bi-ayati Allahi waantum tashhadoona

3:70 O mensen van het boek! Waarom verwerpen jullie de Tekenen van Allah, terwijl jullie zelf getuigen (over de waarheid)?

یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لِمَ تَلۡبِسُوۡنَ الۡحَقَّ بِالۡبَاطِلِ وَ تَکۡتُمُوۡنَ الۡحَقَّ وَ اَنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۷۱﴾

003.071 Ya ahla alkitabi lima talbisoona alhaqqa bialbatili wataktumoona alhaqqa waantum taAAlamoona

3:71 O mensen van het boek! Waarom vermengen jullie de waarheid met de valsheid en verbergen jullie de waarheid terwijl jullie het weten (dat het de waarheid is)?

وَ قَالَتۡ طَّآئِفَۃٌ مِّنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ اٰمِنُوۡا بِالَّذِیۡۤ اُنۡزِلَ عَلَی الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَجۡہَ النَّہَارِ وَ اکۡفُرُوۡۤا اٰخِرَہٗ لَعَلَّہُمۡ یَرۡجِعُوۡنَ ﴿ۚۖ۷۲﴾

003.072 Waqalat ta-ifatun min ahli alkitabi aminoo biallathee onzila AAala allatheena amanoo wajha alnnahari waokfuroo akhirahu laAAallahum yarjiAAoona

3:72 En een groep onder de mensen van het boek zeiden: "Geloof aan het begin van de dag, in hetgeen wat aan de gelovigen geopenbaard was, maar verwerp het aan het eind van de dag, misschien zullen zij (de gelovigen) dan terugkeren (naar ongeloof, door het creŽren van twijfel).

وَ لَا تُؤۡمِنُوۡۤا اِلَّا لِمَنۡ تَبِعَ دِیۡنَکُمۡ ؕ قُلۡ اِنَّ الۡہُدٰی ہُدَی اللّٰہِ ۙ اَنۡ یُّؤۡتٰۤی اَحَدٌ مِّثۡلَ مَاۤ اُوۡتِیۡتُمۡ اَوۡ یُحَآجُّوۡکُمۡ عِنۡدَ رَبِّکُمۡ ؕ قُلۡ اِنَّ الۡفَضۡلَ بِیَدِ اللّٰہِ ۚ یُؤۡتِیۡہِ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ وَاسِعٌ عَلِیۡمٌ ﴿ۚۙ۷۳﴾

003.073 Wala tu/minoo illa liman tabiAAa deenakum qul inna alhuda huda Allahi an yu/ta ahadun mithla ma ooteetum aw yuhajjookum AAinda rabbikum qul inna alfadla biyadi Allahi yu/teehi man yashao waAllahu wasiAAun AAaleemun

3:73 En geloof niemand (onder de gelovigen) behalve als het iemand is die jullie religie volgt". Zeg: "Voorzeker, de ware leiding is de leiding van Allah. Het is Zijn wil dat Hij iemand zegent met het gelijke van wat voorheen aan jullie gegeven was of dat (met sterke argumenten zodat) zij met jullie kunnen redetwisten in de nabijheid van jullie Heer". Zeg: "Voorzeker, de gunsten bevinden zich in de Hand van Allah. Hij geeft het aan wie Hij wil en Allah is Allesomvattend, Alwetend.

یَّخۡتَصُّ بِرَحۡمَتِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ ذُو الۡفَضۡلِ الۡعَظِیۡمِ ﴿۷۴﴾

003.074 Yakhtassu birahmatihi man yashao waAllahu thoo alfadli alAAatheemi

3:74 Hij kent Zijn Barmhartigheid toe aan wie Hij wil en Allah is de Bezitter van de grootste Geschenken.

وَ مِنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ مَنۡ اِنۡ تَاۡمَنۡہُ بِقِنۡطَارٍ یُّؤَدِّہٖۤ اِلَیۡکَ ۚ وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ اِنۡ تَاۡمَنۡہُ بِدِیۡنَارٍ لَّا یُؤَدِّہٖۤ اِلَیۡکَ اِلَّا مَادُمۡتَ عَلَیۡہِ قَآئِمًا ؕ ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ قَالُوۡا لَیۡسَ عَلَیۡنَا فِی الۡاُمِّیّٖنَ سَبِیۡلٌ ۚ وَ یَقُوۡلُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ وَ ہُمۡ یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۷۵﴾

003.075 Wamin ahli alkitabi man in ta/manhu biqintarin yu-addihi ilayka waminhum man in ta/manhu bideenarin la yu-addihi ilayka illa ma dumta AAalayhi qa-iman thalika bi-annahum qaloo laysa AAalayna fee al-ommiyyeena sabeelun wayaqooloona AAala Allahi alkathiba wahum yaAAlamoona

3:75 En onder de mensen van het boek zijn er (mensen) die, als jij hem een schat toevertrouwt zal hij het aan jou teruggeven. En onder hen zijn er (ook mensen) als jij hem een dinar toevertrouwt zal hij het niet teruggeven, alleen pas na herhaaldelijk erop aandringen. Dit (praten ze goed) door te zeggen: "Op ons rust er geen verantwoording tot de ongeletterde (m.b.t. tot Allah's boodschap)". (Implicerend dat dit opgelegd is door Allah). En zij spreken over Allah de leugen uit terwijl zij het weten.

بَلٰی مَنۡ اَوۡفٰی بِعَہۡدِہٖ وَ اتَّقٰی فَاِنَّ اللّٰہَ یُحِبُّ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۷۶﴾

003.076 Bala man awfa biAAahdihi waittaqa fa-inna Allaha yuhibbu almuttaqeena

3:76 Nee! Wie dan ook zijn verbond vervult en Allah vreest, dan voorzeker Allah houdt van de Mutaqoens (degenen die Taqwah hebben).

اِنَّ الَّذِیۡنَ یَشۡتَرُوۡنَ بِعَہۡدِ اللّٰہِ وَ اَیۡمَانِہِمۡ ثَمَنًا قَلِیۡلًا اُولٰٓئِکَ لَا خَلَاقَ لَہُمۡ فِی الۡاٰخِرَۃِ وَ لَا یُکَلِّمُہُمُ اللّٰہُ وَ لَا یَنۡظُرُ اِلَیۡہِمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ وَ لَا یُزَکِّیۡہِمۡ ۪ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۷۷﴾

003.077 Inna allatheena yashtaroona biAAahdi Allahi waaymanihim thamanan qaleelan ola-ika la khalaqa lahum fee al-akhirati wala yukallimuhumu Allahu wala yanthuru ilayhim yawma alqiyamati wala yuzakkeehim walahum AAathabun aleemun

3:77 Voorzeker, voor degenen die het verbond met Allah en hun eden (plechtige beloftes) voor kleine prijs verruilen, is er geen aandeel in het hiernamaals. En Allah zal niet tot hen spreken, noch zal Hij naar hen kijken op de Dag des oordeels, en noch zal Hij hen zuiveren. Voor hen is er een pijnlijke straf.

وَ اِنَّ مِنۡہُمۡ لَفَرِیۡقًا یَّلۡوٗنَ اَلۡسِنَتَہُمۡ بِالۡکِتٰبِ لِتَحۡسَبُوۡہُ مِنَ الۡکِتٰبِ وَ مَا ہُوَ مِنَ الۡکِتٰبِ ۚ وَ یَقُوۡلُوۡنَ ہُوَ مِنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ وَ مَا ہُوَ مِنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ۚ وَ یَقُوۡلُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ وَ ہُمۡ یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۷۸﴾

003.078 Wa-inna minhum lafareeqan yalwoona alsinatahum bialkitabi litahsaboohu mina alkitabi wama huwa mina alkitabi wayaqooloona huwa min AAindi Allahi wama huwa min AAindi Allahi wayaqooloona AAala Allahi alkathiba wahum yaAAlamoona

3:78 En voorzeker, onder hen is er een groep die hun tongen verdraaien tijdens de voordracht van het boek, zodat jullie denken dat het in het boek vermeld staat, terwijl het niet in het boek vermeld staat. En zij zeggen: "Het komt van Allah," terwijl het niet van Allah komt. En zij zeggen leugens over Allah, terwijl zij het weten.

مَا کَانَ لِبَشَرٍ اَنۡ یُّؤۡتِیَہُ اللّٰہُ الۡکِتٰبَ وَ الۡحُکۡمَ وَ النُّبُوَّۃَ ثُمَّ یَقُوۡلَ لِلنَّاسِ کُوۡنُوۡا عِبَادًا لِّیۡ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَ لٰکِنۡ کُوۡنُوۡا رَبّٰنِیّٖنَ بِمَا کُنۡتُمۡ تُعَلِّمُوۡنَ الۡکِتٰبَ وَ بِمَا کُنۡتُمۡ تَدۡرُسُوۡنَ ﴿ۙ۷۹﴾

003.079 Ma kana libasharin an yu/tiyahu Allahu alkitaba waalhukma waalnnubuwwata thumma yaqoola lilnnasi koonoo AAibadan lee min dooni Allahi walakin koonoo rabbaniyyeena bima kuntum tuAAallimoona alkitaba wabima kuntum tadrusoona

3:79 Het is niet reŽel voor een mens, nadat hem het Boek, de wijsheid en het profeetschap gegeven is, om te zeggen tegen de mensen: "Wees aanbidders van mij naast Allah". Echter hij zal zeggen: "Wees aanbidder van De Heer, omdat jullie het boek onderwijzen en bestuderen."

وَ لَا یَاۡمُرَکُمۡ اَنۡ تَتَّخِذُوا الۡمَلٰٓئِکَۃَ وَ النَّبِیّٖنَ اَرۡبَابًا ؕ اَیَاۡمُرُکُمۡ بِالۡکُفۡرِ بَعۡدَ اِذۡ اَنۡتُمۡ مُّسۡلِمُوۡنَ ﴿۸۰﴾

003.080 Wala ya/murakum an tattakhithoo almala-ikata waalnnabiyyeena arbaban aya/murukum bialkufri baAAda ith antum muslimoona

3:80 En Hij zal jullie niet bevelen om de engelen en de profeten als heren te nemen. Zou hij jullie bevelen tot ongeloof nadat jullie moslims zijn geworden?

وَ اِذۡ اَخَذَ اللّٰہُ مِیۡثَاقَ النَّبِیّٖنَ لَمَاۤ اٰتَیۡتُکُمۡ مِّنۡ کِتٰبٍ وَّ حِکۡمَۃٍ ثُمَّ جَآءَکُمۡ رَسُوۡلٌ مُّصَدِّقٌ لِّمَا مَعَکُمۡ لَتُؤۡمِنُنَّ بِہٖ وَ لَتَنۡصُرُنَّہٗ ؕ قَالَ ءَاَقۡرَرۡتُمۡ وَ اَخَذۡتُمۡ عَلٰی ذٰلِکُمۡ اِصۡرِیۡ ؕ قَالُوۡۤا اَقۡرَرۡنَا ؕ قَالَ فَاشۡہَدُوۡا وَ اَنَا مَعَکُمۡ مِّنَ الشّٰہِدِیۡنَ ﴿۸۱﴾

003.081 Wa-ith akhatha Allahu meethaqa alnnabiyyeena lama ataytukum min kitabin wahikmatin thumma jaakum rasoolun musaddiqun lima maAAakum latu/minunna bihi walatansurunnahu qala aaqrartum waakhathtum AAala thalikum isree qaloo aqrarna qala faishhadoo waana maAAakum mina alshshahideena

3:81 En (gedenk) toen Allah een verbond aanging met de profeten: "Voorzeker, (het maakt niet uit) wat Ik van het boek en de wijsheid aan jullie gegeven heb, wanneer er een boodschapper tot jullie komt, die hetgeen bevestigt dat bij jullie is, dan moeten jullie in hem geloven en hem helpen." Hij (Allah) zei:" Stemmen jullie hiermee in en gaan jullie op deze voorwaarde Mijn verbond aan?" Zei zeiden: "Wij accepteren (het verbond)." Hij zei:" Getuig dan en Ik behoor met jullie tot de getuigen."

فَمَنۡ تَوَلّٰی بَعۡدَ ذٰلِکَ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡفٰسِقُوۡنَ ﴿۸۲﴾

003.082 Faman tawalla baAAda thalika faola-ika humu alfasiqoona

3:82 Wie zich dan daarna afwendt, dat zijn degene die Fasiqun zijn (degenen die zich afkeren van Allah's gehoorzaamheid).

اَفَغَیۡرَ دِیۡنِ اللّٰہِ یَبۡغُوۡنَ وَ لَہٗۤ اَسۡلَمَ مَنۡ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ طَوۡعًا وَّ کَرۡہًا وَّ اِلَیۡہِ یُرۡجَعُوۡنَ ﴿۸۳﴾

003.083 Afaghayra deeni Allahi yabghoona walahu aslama man fee alssamawati waal-ardi tawAAan wakarhan wa-ilayhi yurjaAAoona

3:83 Dus, zoeken ze een andere religie dan die van Allah? Terwijl al hetgeen wat in de hemelen en op de aarde is gewillig of ongewillig aan Hem onderworpen heeft. En tot Hem zullen zij terugkeren.

قُلۡ اٰمَنَّا بِاللّٰہِ وَ مَاۤ اُنۡزِلَ عَلَیۡنَا وَ مَاۤ اُنۡزِلَ عَلٰۤی اِبۡرٰہِیۡمَ وَ اِسۡمٰعِیۡلَ وَ اِسۡحٰقَ وَ یَعۡقُوۡبَ وَ الۡاَسۡبَاطِ وَ مَاۤ اُوۡتِیَ مُوۡسٰی وَ عِیۡسٰی وَ النَّبِیُّوۡنَ مِنۡ رَّبِّہِمۡ ۪ لَا نُفَرِّقُ بَیۡنَ اَحَدٍ مِّنۡہُمۡ ۫ وَ نَحۡنُ لَہٗ مُسۡلِمُوۡنَ ﴿۸۴﴾

003.084 Qul amanna biAllahi wama onzila AAalayna wama onzila AAala ibraheema wa-ismaAAeela wa-ishaqa wayaAAqooba waal-asbati wama ootiya moosa waAAeesa waalnnabiyyoona min rabbihim la nufarriqu bayna ahadin minhum wanahnu lahu muslimoona

3:84 Zeg: "Wij geloven in Allah, en in wat er aan ons, aan Abraham, Ismail, Izaak, Jakob en de Asbaat (de afstammelingen van Jakob's kinderen) geopenbaard is en in hetgeen wat aan Mozes, Isa en al de profeten van hun Heer gegeven was. Wij maken geen onderscheid in geen enkel van hen en Wij hebben ons onderworpen tot Hem (Allah).

وَ مَنۡ یَّبۡتَغِ غَیۡرَ الۡاِسۡلَامِ دِیۡنًا فَلَنۡ یُّقۡبَلَ مِنۡہُ ۚ وَ ہُوَ فِی الۡاٰخِرَۃِ مِنَ الۡخٰسِرِیۡنَ ﴿۸۵﴾

003.085 Waman yabtaghi ghayra al-islami deenan falan yuqbala minhu wahuwa fee al-akhirati mina alkhasireena

3:85 En wie dan ook een andere religie dan de Islam zoekt, nooit zal deze geaccepteerd worden van hem. En hij zal in het hiernamaals tot de verliezers behoren.

کَیۡفَ یَہۡدِی اللّٰہُ قَوۡمًا کَفَرُوۡا بَعۡدَ اِیۡمَانِہِمۡ وَ شَہِدُوۡۤا اَنَّ الرَّسُوۡلَ حَقٌّ وَّ جَآءَہُمُ الۡبَیِّنٰتُ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۸۶﴾

003.086 Kayfa yahdee Allahu qawman kafaroo baAAda eemanihim washahidoo anna alrrasoola haqqun wajaahumu albayyinatu waAllahu la yahdee alqawma alththalimeena

3:86 Hoe zou Allah een volk leiden die het geloof verwerpt, nadat ze geloofden en getuigd hebben dat de Boodschapper waar is en nadat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen? En Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.

اُولٰٓئِکَ جَزَآؤُہُمۡ اَنَّ عَلَیۡہِمۡ لَعۡنَۃَ اللّٰہِ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃِ وَ النَّاسِ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿ۙ۸۷﴾

003.087 Ola-ika jazaohum anna AAalayhim laAAnata Allahi waalmala-ikati waalnnasi ajmaAAeena

3:87 Zij! Hun vergoeding is dat op hen de vloek van Allah, de Engelen en de gehele mensheid rust.

خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ۚ لَا یُخَفَّفُ عَنۡہُمُ الۡعَذَابُ وَ لَا ہُمۡ یُنۡظَرُوۡنَ ﴿ۙ۸۸﴾

003.088 Khalideena feeha la yukhaffafu AAanhumu alAAathabu wala hum yuntharoona

3:88 Zij zullen daar (de hel) eeuwig in vertoeven. De straf zal niet voor hen worden verlicht en noch zal voor hen uitstel verleend worden.

اِلَّا الَّذِیۡنَ تَابُوۡا مِنۡۢ بَعۡدِ ذٰلِکَ وَ اَصۡلَحُوۡا ۟ فَاِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۸۹﴾

003.089 Illa allatheena taboo min baAAdi thalika waaslahoo fa-inna Allaha ghafoorun raheemun

3:89 Behalve degenen die daarna berouw hebben en zichzelf beteren. Dan voorwaar, Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بَعۡدَ اِیۡمَانِہِمۡ ثُمَّ ازۡدَادُوۡا کُفۡرًا لَّنۡ تُقۡبَلَ تَوۡبَتُہُمۡ ۚ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الضَّآلُّوۡنَ ﴿۹۰﴾

003.090 Inna allatheena kafaroo baAAda eemanihim thumma izdadoo kufran lan tuqbala tawbatuhum waola-ika humu alddalloona

3:90 Voorwaar, degenen die niet (meer) geloven en in ongeloof toenemen nadat ze hebben gelooft, nooit zal hun berouw geaccepteerd worden. En zij zijn degenen die op een dwaalspoor zijn.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ مَاتُوۡا وَ ہُمۡ کُفَّارٌ فَلَنۡ یُّقۡبَلَ مِنۡ اَحَدِہِمۡ مِّلۡءُ الۡاَرۡضِ ذَہَبًا وَّلَوِ افۡتَدٰی بِہٖ ؕ اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ وَّ مَا لَہُمۡ مِّنۡ نّٰصِرِیۡنَ ﴿٪۹۱﴾

003.091 Inna allatheena kafaroo wamatoo wahum kuffarun falan yuqbala min ahadihim milo al-ardi thahaban walawi iftada bihi ola-ika lahum AAathabun aleemun wama lahum min nasireena

3:91 Voorwaar, degenen die niet geloven en overlijden terwijl ze ongelovig zijn, nooit zal er een wereld vol van goud van ťťn van hun geaccepteerd worden. Zelfs als hij het aanbiedt als losgeld. Zij!, voor hen is er een pijnlijke straf en er zullen voor hen geen enkel helpers zijn.

لَنۡ تَنَالُوا الۡبِرَّ حَتّٰی تُنۡفِقُوۡا مِمَّا تُحِبُّوۡنَ ۬ؕ وَ مَا تُنۡفِقُوۡا مِنۡ شَیۡءٍ فَاِنَّ اللّٰہَ بِہٖ عَلِیۡمٌ ﴿۹۲﴾

003.092 Lan tanaloo albirra hatta tunfiqoo mimma tuhibboona wama tunfiqoo min shay-in fa-inna Allaha bihi AAaleemun

3:92 Jullie zullen de vroomheid niet bereiken totdat jullie (een deel) weggeven van hetgeen waar jullie van houden. En wat jullie dan ook van iets weggeven, voorzeker Allah is Alwetend erover.

کُلُّ الطَّعَامِ کَانَ حِلًّا لِّبَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ اِلَّا مَا حَرَّمَ اِسۡرَآءِیۡلُ عَلٰی نَفۡسِہٖ مِنۡ قَبۡلِ اَنۡ تُنَزَّلَ التَّوۡرٰىۃُ ؕ قُلۡ فَاۡتُوۡا بِالتَّوۡرٰىۃِ فَاتۡلُوۡہَاۤ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۹۳﴾

003.093 Kullu alttaAAami kana hillan libanee isra-eela illa ma harrama isra-eelu AAala nafsihi min qabli an tunazzala alttawratu qul fa/too bialttawrati faotlooha in kuntum sadiqeena

3:93 Alle voedsel was geoorloofd voor de Kinderen van IsraŽl, behalve wat IsraŽl (hier wordt gerefereerd naar profeet Jakob, IsraŽl was ook een naam van profeet Jakob) voor zichzelf onwettig verklaarde voordat de Taurat neergezonden werd. Zeg: "Breng de Taurat en lees het op als jullie streven naar de waarheid".

فَمَنِ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ مِنۡۢ بَعۡدِ ذٰلِکَ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الظّٰلِمُوۡنَ ﴿؃۹۴﴾

003.094 Famani iftara AAala Allahi alkathiba min baAAdi thalika faola-ika humu althalimoona

3:94 Wie dan ook daarna een leugen over Allah verzint, dat zijn de onrechtplegers.

قُلۡ صَدَقَ اللّٰہُ ۟ فَاتَّبِعُوۡا مِلَّۃَ اِبۡرٰہِیۡمَ حَنِیۡفًا ؕ وَ مَا کَانَ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۹۵﴾

003.095 Qul sadaqa Allahu faittabiAAoo millata ibraheema haneefan wama kana mina almushrikeena

3:95 Zeg: "Allah heeft de Waarheid gesproken, volg dus de religie van Abraham de oprechte. En hij behoorde niet tot de polytheÔsten".

اِنَّ اَوَّلَ بَیۡتٍ وُّضِعَ لِلنَّاسِ لَلَّذِیۡ بِبَکَّۃَ مُبٰرَکًا وَّ ہُدًی لِّلۡعٰلَمِیۡنَ ﴿ۚ۹۶﴾

003.096 Inna awwala baytin wudiAAa lilnnasi lallathee bibakkata mubarakan wahudan lilAAalameena

3:96 Voorzeker, het eerste Huis (Kabaa) dat voor de mensheid gebouwd is, is degene die zich bevindt in Bakka (andere benaming voor Mekka), vol van zegeningen en (het centrum voor) leiding voor de werelden.

فِیۡہِ اٰیٰتٌۢ بَیِّنٰتٌ مَّقَامُ اِبۡرٰہِیۡمَ ۬ۚ وَ مَنۡ دَخَلَہٗ کَانَ اٰمِنًا ؕ وَ لِلّٰہِ عَلَی النَّاسِ حِجُّ الۡبَیۡتِ مَنِ اسۡتَطَاعَ اِلَیۡہِ سَبِیۡلًا ؕ وَ مَنۡ کَفَرَ فَاِنَّ اللّٰہَ غَنِیٌّ عَنِ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۹۷﴾

003.097 Feehi ayatun bayyinatun maqamu ibraheema waman dakhalahu kana aminan walillahi AAala alnnasi hijju albayti mani istataAAa ilayhi sabeelan waman kafara fa-inna Allaha ghaniyyun AAani alAAalameena

3:97 Daarin zijn er duidelijke Tekenen, (zoals) de standplaats van Abraham, en wie dan ook er in binnengaat is veilig. En de bedevaart is verplicht gesteld door Allah op de mensen die in staat zijn om er heen te gaan. Wie dan ongelovig is, voorzeker (weet) dat Allah vrij is van enige behoefte voor het universum.

قُلۡ یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لِمَ تَکۡفُرُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ ٭ۖ وَ اللّٰہُ شَہِیۡدٌ عَلٰی مَا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۹۸﴾

003.098 Qul ya ahla alkitabi lima takfuroona bi-ayati Allahi waAllahu shaheedun AAala ma taAAmaloona

3:98 Zeg: "O Mensen van het Boek, waarom geloven jullie niet in de Tekenen van Allah, terwijl Allah een getuige is over hetgeen wat jullie doen?"

قُلۡ یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لِمَ تَصُدُّوۡنَ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ مَنۡ اٰمَنَ تَبۡغُوۡنَہَا عِوَجًا وَّ اَنۡتُمۡ شُہَدَآءُ ؕ وَ مَا اللّٰہُ بِغَافِلٍ عَمَّا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۹۹﴾

003.099 Qul ya ahla alkitabi lima tasuddoona AAan sabeeli Allahi man amana tabghoonaha AAiwajan waantum shuhadao wama Allahu bighafilin AAamma taAAmaloona

3:99 Zeg: "O Mensen van het Boek, waarom bemoeilijken jullie degenen die geloven op de weg van Allah, zoekende om het krom te maken, terwijl jullie getuigen zijn. En Allah is niet onwetend met wat jullie doen".

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِنۡ تُطِیۡعُوۡا فَرِیۡقًا مِّنَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ یَرُدُّوۡکُمۡ بَعۡدَ اِیۡمَانِکُمۡ کٰفِرِیۡنَ ﴿۱۰۰﴾

003.100 Ya ayyuha allatheena amanoo in tuteeAAoo fareeqan mina allatheena ootoo alkitaba yaruddookum baAAda eemanikum kafireena

3:100 O jullie die geloven! Als jullie een groep van de mensen van het Boek gehoorzamen, dan zullen zij jullie tot ongelovigen doen terugkeren nadat jullie geloofd hebben.

وَ کَیۡفَ تَکۡفُرُوۡنَ وَ اَنۡتُمۡ تُتۡلٰی عَلَیۡکُمۡ اٰیٰتُ اللّٰہِ وَ فِیۡکُمۡ رَسُوۡلُہٗ ؕ وَ مَنۡ یَّعۡتَصِمۡ بِاللّٰہِ فَقَدۡ ہُدِیَ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۱۰۱﴾

003.101 Wakayfa takfuroona waantum tutla AAalaykum ayatu Allahi wafeekum rasooluhu waman yaAAtasim biAllahi faqad hudiya ila siratin mustaqeemin

3:101 En hoe kunnen jullie niet geloven, terwijl de verzen van Allah aan jullie voorgelezen worden, en Zijn Boodschapper onder jullie bevindt? En wie dan ook zich stevig aan Allah vast houdt, dan voorzeker hij wordt naar de rechte pad geleid.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا اتَّقُوا اللّٰہَ حَقَّ تُقٰتِہٖ وَ لَا تَمُوۡتُنَّ اِلَّا وَ اَنۡتُمۡ مُّسۡلِمُوۡنَ ﴿۱۰۲﴾

003.102 Ya ayyuha allatheena amanoo ittaqoo Allaha haqqa tuqatihi wala tamootunna illa waantum muslimoona

3:102 O jullie die geloven, vrees Allah omdat Hij het recht heeft om gevreesd te worden, en sterf niet (in een andere overgave) behalve als die van moslims.

وَ اعۡتَصِمُوۡا بِحَبۡلِ اللّٰہِ جَمِیۡعًا وَّ لَا تَفَرَّقُوۡا ۪ وَ اذۡکُرُوۡا نِعۡمَتَ اللّٰہِ عَلَیۡکُمۡ اِذۡ کُنۡتُمۡ اَعۡدَآءً فَاَلَّفَ بَیۡنَ قُلُوۡبِکُمۡ فَاَصۡبَحۡتُمۡ بِنِعۡمَتِہٖۤ اِخۡوَانًا ۚ وَ کُنۡتُمۡ عَلٰی شَفَا حُفۡرَۃٍ مِّنَ النَّارِ فَاَنۡقَذَکُمۡ مِّنۡہَا ؕ کَذٰلِکَ یُبَیِّنُ اللّٰہُ لَکُمۡ اٰیٰتِہٖ لَعَلَّکُمۡ تَہۡتَدُوۡنَ ﴿۱۰۳﴾

003.103 WaiAAtasimoo bihabli Allahi jameeAAan wala tafarraqoo waothkuroo niAAmata Allahi AAalaykum ith kuntum aAAdaan faallafa bayna quloobikum faasbahtum biniAAmatihi ikhwanan wakuntum AAala shafa hufratin mina alnnari faanqathakum minha kathalika yubayyinu Allahu lakum ayatihi laAAallakum tahtadoona

3:103 En houdt allen stevig vast aan het touw (de leiding) van Allah en weest niet verdeeld. En gedenk de gunst van Allah op jullie dat, toen jullie vijanden waren Hij jullie harten bevriend maakte. Door Zijn gunst werden jullie broeders van elkaar, terwijl jullie zich op de rand van de hel bevonden en Hij jullie daarvan redde. Zo maakt Allah Zijn Tekenen duidelijk voor jullie, zodat jullie (erdoor) geleid mogen worden. (Hier wordt gerefereerd naar de stammen in Medina en de hun acceptatie van de Islam).

وَلۡتَکُنۡ مِّنۡکُمۡ اُمَّۃٌ یَّدۡعُوۡنَ اِلَی الۡخَیۡرِ وَ یَاۡمُرُوۡنَ بِالۡمَعۡرُوۡفِ وَ یَنۡہَوۡنَ عَنِ الۡمُنۡکَرِ ؕ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُفۡلِحُوۡنَ ﴿۱۰۴﴾

003.104 Waltakun minkum ommatun yadAAoona ila alkhayri waya/muroona bialmaAAroofi wayanhawna AAani almunkari waola-ika humu almuflihoona

3:104 En laat er mensen onder jullie zijn die tot het goede uitnodigen, die de juistheid bevelen en het slechte verbieden. Zij zijn degenen die groeien in succes.

وَ لَا تَکُوۡنُوۡا کَالَّذِیۡنَ تَفَرَّقُوۡا وَ اخۡتَلَفُوۡا مِنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَہُمُ الۡبَیِّنٰتُ ؕ وَ اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ عَذَابٌ عَظِیۡمٌ ﴿۱۰۵﴾ۙ

003.105 Wala takoonoo kaallatheena tafarraqoo waikhtalafoo min baAAdi ma jaahumu albayyinatu waola-ika lahum AAathabun AAatheemun

3:105 En wees niet als degenen die (onderling) verdeeld raakten en van mening verschilden, nadat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen. En voor hun is er een zware straf.

یَّوۡمَ تَبۡیَضُّ وُجُوۡہٌ وَّ تَسۡوَدُّ وُجُوۡہٌ ۚ فَاَمَّا الَّذِیۡنَ اسۡوَدَّتۡ وُجُوۡہُہُمۡ ۟ اَکَفَرۡتُمۡ بَعۡدَ اِیۡمَانِکُمۡ فَذُوۡقُوا الۡعَذَابَ بِمَا کُنۡتُمۡ تَکۡفُرُوۡنَ ﴿۱۰۶﴾

003.106 Yawma tabyaddu wujoohun wataswaddu wujoohun faamma allatheena iswaddat wujoohuhum akafartum baAAda eemanikum fathooqoo alAAathaba bima kuntum takfuroona

3:106 Op de Dag (des oordeels) zullen er gezichten wit worden en zullen er gezichten zwart worden. En wat betreft degenen waarvan de gezichten zwart zijn geworden (zal tegen hen gezegd worden:) "Zijn jullie tot het ongeloof vervallen nadat jullie getuigt hebben. Proef dan de straf van jullie ongeloof." (Hier wordt gerefereerd naar de getuigenis van ieder ziel die zij gedaan heeft, zie 7:172).

وَ اَمَّا الَّذِیۡنَ ابۡیَضَّتۡ وُجُوۡہُہُمۡ فَفِیۡ رَحۡمَۃِ اللّٰہِ ؕ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۱۰۷﴾

003.107 Waamma allatheena ibyaddat wujoohuhum fafee rahmati Allahi hum feeha khalidoona

3:107 En wat betreft degenen waarvan de gezichten wit zijn geworden, zij zullen zich bevinden in de Barmhartigheid van Allah. Zij zullen zich er voor altijd in vertoeven.

تِلۡکَ اٰیٰتُ اللّٰہِ نَتۡلُوۡہَا عَلَیۡکَ بِالۡحَقِّ ؕ وَ مَا اللّٰہُ یُرِیۡدُ ظُلۡمًا لِّلۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۱۰۸﴾

003.108 Tilka ayatu Allahi natlooha AAalayka bialhaqqi wama Allahu yureedu thulman lilAAalameena

3:108 Dit zijn de Verzen van Allah: Wij lezen ze in waarheid op voor jou (Mohammed). Allah wil geen onrechtvaardigheid voor de werelden.

وَ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ اِلَی اللّٰہِ تُرۡجَعُ الۡاُمُوۡرُ ﴿۱۰۹﴾

003.109 Walillahi ma fee alssamawati wama fee al-ardi wa-ila Allahi turjaAAu al-omooru

3:109 En tot Allah behoort alles wat er in de hemelen en op de aarde bevindt. En alle zaken zullen tot Allah worden teruggebracht.

کُنۡتُمۡ خَیۡرَ اُمَّۃٍ اُخۡرِجَتۡ لِلنَّاسِ تَاۡمُرُوۡنَ بِالۡمَعۡرُوۡفِ وَ تَنۡہَوۡنَ عَنِ الۡمُنۡکَرِ وَ تُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ ؕ وَ لَوۡ اٰمَنَ اَہۡلُ الۡکِتٰبِ لَکَانَ خَیۡرًا لَّہُمۡ ؕ مِنۡہُمُ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ وَ اَکۡثَرُہُمُ الۡفٰسِقُوۡنَ ﴿۱۱۰﴾

003.110 Kuntum khayra ommatin okhrijat lilnnasi ta/muroona bialmaAAroofi watanhawna AAani almunkari watu/minoona biAllahi walaw amana ahlu alkitabi lakana khayran lahum minhumu almu/minoona waaktharuhumu alfasiqoona

3:110 Jullie zijn de beste Ummah (gemeenschap) die voortgebracht is uit de mensheid, die de juistheid bevelen en die het slechte verbieden en in Allah geloven. En als de mensen van het Boek maar hadden gelooft, dat zou zeker beter voor hen zelf zijn geweest. Onder hen bevinden zich gelovigen, maar de meeste zijn uitdagend ongehoorzaam.

لَنۡ یَّضُرُّوۡکُمۡ اِلَّاۤ اَذًی ؕ وَ اِنۡ یُّقَاتِلُوۡکُمۡ یُوَلُّوۡکُمُ الۡاَدۡبَارَ ۟ ثُمَّ لَا یُنۡصَرُوۡنَ ﴿۱۱۱﴾

003.111 Lan yadurrookum illa athan wa-in yuqatilookum yuwallookumu al-adbara thumma la yunsaroona

3:111 Zij kunnen jullie (Umah) nooit schade aanbrengen, afgezien van een kwetsing. En als zij met jullie vechten, dan zullen zij jullie de rug toekeren en zij zullen niet worden geholpen.

ضُرِبَتۡ عَلَیۡہِمُ الذِّلَّۃُ اَیۡنَ مَا ثُقِفُوۡۤا اِلَّا بِحَبۡلٍ مِّنَ اللّٰہِ وَ حَبۡلٍ مِّنَ النَّاسِ وَ بَآءُوۡ بِغَضَبٍ مِّنَ اللّٰہِ وَ ضُرِبَتۡ عَلَیۡہِمُ الۡمَسۡکَنَۃُ ؕ ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ کَانُوۡا یَکۡفُرُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ وَ یَقۡتُلُوۡنَ الۡاَنۡۢبِیَآءَ بِغَیۡرِ حَقٍّ ؕ ذٰلِکَ بِمَا عَصَوۡا وَّ کَانُوۡا یَعۡتَدُوۡنَ ﴿۱۱۲﴾

003.112 Duribat AAalayhimu alththillatu ayna ma thuqifoo illa bihablin mina Allahi wahablin mina alnnasi wabaoo bighadabin mina Allahi waduribat AAalayhimu almaskanatu thalika bi-annahum kanoo yakfuroona bi-ayati Allahi wayaqtuloona al-anbiyaa bighayri haqqin thalika bima AAasaw wakanoo yaAAtadoona

3:112 Zij zijn verslagen met vernedering, waar zij zich ook bevinden. Behalve als er een verbond met Allah en de mensen is. En zij hebben de toorn van Allah opgewekt. Op hen is de vernedering getroffen. Dit is omdat zij niet in de Tekenen van Allah geloven en (omdat) zij de Profeten zonder recht doodden. Dit is omdat zij ongehoorzaam waren en overtraden.

لَیۡسُوۡا سَوَآءً ؕ مِنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ اُمَّۃٌ قَآئِمَۃٌ یَّتۡلُوۡنَ اٰیٰتِ اللّٰہِ اٰنَآءَ الَّیۡلِ وَ ہُمۡ یَسۡجُدُوۡنَ ﴿۱۱۳﴾

003.113 Laysoo sawaan min ahli alkitabi ommatun qa-imatun yatloona ayati Allahi anaa allayli wahum yasjudoona

3:113 Niet allemaal zijn hetzelfde, onder de mensen van het Boek zijn er een groep mensen, die staan, prostreren en Allah verzen reciteren gedurende de nacht.

یُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ وَ یَاۡمُرُوۡنَ بِالۡمَعۡرُوۡفِ وَ یَنۡہَوۡنَ عَنِ الۡمُنۡکَرِ وَ یُسَارِعُوۡنَ فِی الۡخَیۡرٰتِ ؕ وَ اُولٰٓئِکَ مِنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۱۱۴﴾

003.114 Yu/minoona biAllahi waalyawmi al-akhiri waya/muroona bialmaAAroofi wayanhawna AAani almunkari wayusariAAoona fee alkhayrati waola-ika mina alssaliheena

3:114 Zij geloven in Allah en de Laatste Dag. En zij bevelen het goede en zij verbieden het slechte. En zij haasten zich in het verrichten van de goede daden. Zij behoren tot de oprechten.

وَ مَا یَفۡعَلُوۡا مِنۡ خَیۡرٍ فَلَنۡ یُّکۡفَرُوۡہُ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌۢ بِالۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۱۱۵﴾

003.115 Wama yafAAaloo min khayrin falan yukfaroohu waAllahu AAaleemun bialmuttaqeena

3:115 En wat zij ook van het goede doen, het zal niet verworpen worden. En Allah is Alwetend over de Moettaqoen.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَنۡ تُغۡنِیَ عَنۡہُمۡ اَمۡوَالُہُمۡ وَ لَاۤ اَوۡلَادُہُمۡ مِّنَ اللّٰہِ شَیۡـًٔا ؕ وَ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ النَّارِ ۚ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۱۱۶﴾

003.116 Inna allatheena kafaroo lan tughniya AAanhum amwaluhum wala awladuhum mina Allahi shay-an waola-ika as-habu alnnari hum feeha khalidoona

3:116 Voorwaar degenen die niet geloven, nooit zal er iets van hun rijkdom baten tegen Allah en noch (de hulp van) hun kinderen. En zij zijn de metgezellen van het Vuur. Zij zullen er eeuwig in vertoeven.

مَثَلُ مَا یُنۡفِقُوۡنَ فِیۡ ہٰذِہِ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا کَمَثَلِ رِیۡحٍ فِیۡہَا صِرٌّ اَصَابَتۡ حَرۡثَ قَوۡمٍ ظَلَمُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ فَاَہۡلَکَتۡہُ ؕ وَ مَا ظَلَمَہُمُ اللّٰہُ وَ لٰکِنۡ اَنۡفُسَہُمۡ یَظۡلِمُوۡنَ ﴿۱۱۷﴾

003.117 Mathalu ma yunfiqoona fee hathihi alhayati alddunya kamathali reehin feeha sirrun asabat hartha qawmin thalamoo anfusahum faahlakat-hu wama thalamahumu Allahu walakin anfusahum yathlimoona

3:117 De gelijkenis van wat zij gedurende deze wereldse leven spenderen, is als een wind met vorst erin, die de oogst van de mensen die zichzelf onrecht aangedaan hebben (een naaste aan Allah toegekend hebben ondanks dat zij eerder getuigt hebben), vernietigt. En Allah heeft hun geen onrecht aangedaan, maar zij deden zichzelf onrecht aan.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَتَّخِذُوۡا بِطَانَۃً مِّنۡ دُوۡنِکُمۡ لَا یَاۡلُوۡنَکُمۡ خَبَالًا ؕ وَدُّوۡا مَا عَنِتُّمۡ ۚ قَدۡ بَدَتِ الۡبَغۡضَآءُ مِنۡ اَفۡوَاہِہِمۡ ۚۖ وَ مَا تُخۡفِیۡ صُدُوۡرُہُمۡ اَکۡبَرُ ؕ قَدۡ بَیَّنَّا لَکُمُ الۡاٰیٰتِ اِنۡ کُنۡتُمۡ تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۱۱۸﴾

003.118 Ya ayyuha allatheena amanoo la tattakhithoo bitanatan min doonikum la ya/loonakum khabalan waddoo ma AAanittum qad badati albaghdao min afwahihim wama tukhfee sudooruhum akbaru qad bayyanna lakumu al-ayati in kuntum taAAqiloona

3:118 O jullie die geloven! Neem geen Bitanah (iemand die dichtbij je is) van buiten julliezelf (ongelovigen). Zij zullen de moeilijkheden van jullie laten ontplooien. Zij wensen hetgeen jullie bemoeilijkt. De haat (gesproken) uit hun monden is duidelijk geworden, maar (de haat) die verborgen in hun borsten is, is groter. Wij hebben de Tekenen voor jullie duidelijk gemaakt, als jullie je verstand gebruiken.

ہٰۤاَنۡتُمۡ اُولَآءِ تُحِبُّوۡنَہُمۡ وَ لَا یُحِبُّوۡنَکُمۡ وَ تُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡکِتٰبِ کُلِّہٖ ۚ وَ اِذَا لَقُوۡکُمۡ قَالُوۡۤا اٰمَنَّا ۚ٭ۖ وَ اِذَا خَلَوۡا عَضُّوۡا عَلَیۡکُمُ الۡاَنَامِلَ مِنَ الۡغَیۡظِ ؕ قُلۡ مُوۡتُوۡا بِغَیۡظِکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌۢ بِذَاتِ الصُّدُوۡرِ ﴿۱۱۹﴾

003.119 Ha antum ola-i tuhibboonahum wala yuhibboonakum watu/minoona bialkitabi kullihi wa-itha laqookum qaloo amanna wa-itha khalaw AAaddoo AAalaykumu al-anamila mina alghaythi qul mootoo bighaythikum inna Allaha AAaleemun bithati alssudoori

3:119 Zie! Jullie zijn degenen die van hen houden, maar zij houden niet van jullie. En jullie geloven alles van het Boek. En wanneer zij jullie ontmoeten, zeggen zij "Wij geloven", maar wanneer zij alleen zijn bijten zij uit woede op hun vingertoppen. Zeg: "Sterf in jullie woede, Allah is op de hoogte van hetgeen wat in de harten is".

اِنۡ تَمۡسَسۡکُمۡ حَسَنَۃٌ تَسُؤۡہُمۡ ۫ وَ اِنۡ تُصِبۡکُمۡ سَیِّئَۃٌ یَّفۡرَحُوۡا بِہَا ؕ وَ اِنۡ تَصۡبِرُوۡا وَ تَتَّقُوۡا لَا یَضُرُّکُمۡ کَیۡدُہُمۡ شَیۡـًٔا ؕ اِنَّ اللّٰہَ بِمَا یَعۡمَلُوۡنَ مُحِیۡطٌ ﴿۱۲۰﴾

003.120 In tamsaskum hasanatun tasu/hum wa-in tusibkum sayyi-atun yafrahoo biha wa-in tasbiroo watattaqoo la yadurrukum kayduhum shay-an inna Allaha bima yaAAmaloona muheetun

3:120 Als het goede tot jullie komt doet het hen verdriet. Maar als het slechte jullie overvalt, dan zijn zij er blij mee. En als jullie geduldig zijn en Allah vrezen, dan zal hun listen jullie geen schade berokkenen. Voorwaar, Allah is alomvattend over wat zij doen.

وَ اِذۡ غَدَوۡتَ مِنۡ اَہۡلِکَ تُبَوِّیُٔ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ مَقَاعِدَ لِلۡقِتَالِ ؕ وَ اللّٰہُ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۱۲۱﴾ۙ

003.121 Wa-ith ghadawta min ahlika tubawwi-o almu/mineena maqaAAida lilqitali waAllahu sameeAAun AAaleemun

3:121 (Gedenk) toen jij in de vroege ochtend jouw thuisfront verliet om de gelovigen voor de veldslag te positioneren. En Allah is de Alhorende, de Alwetende.

اِذۡ ہَمَّتۡ طَّآئِفَتٰنِ مِنۡکُمۡ اَنۡ تَفۡشَلَا ۙ وَ اللّٰہُ وَلِیُّہُمَا ؕ وَ عَلَی اللّٰہِ فَلۡیَتَوَکَّلِ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۱۲۲﴾

003.122 Ith hammat ta-ifatani minkum an tafshala waAllahu waliyyuhuma waAAala Allahi falyatawakkali almu/minoona

3:122 (Gedenk) toen twee groepen onder jullie bijna (neigden naar het verliezen van) hun moed verloor, ondanks dat (ze wisten dat) Allah hun beschermer was. En in Allah, moeten de gelovigen hun vertrouwen stellen.

وَ لَقَدۡ نَصَرَکُمُ اللّٰہُ بِبَدۡرٍ وَّ اَنۡتُمۡ اَذِلَّۃٌ ۚ فَاتَّقُوا اللّٰہَ لَعَلَّکُمۡ تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۱۲۳﴾

003.123 Walaqad nasarakumu Allahu bibadrin waantum athillatun faittaqoo Allaha laAAallakum tashkuroona

3:123 En voorzeker, Allah heeft jullie geholpen in Badr terwijl jullie zwak (in aantal) waren. Vrees dus Allah zodat jullie dankbaar kunnen zijn.

اِذۡ تَقُوۡلُ لِلۡمُؤۡمِنِیۡنَ اَلَنۡ یَّکۡفِیَکُمۡ اَنۡ یُّمِدَّکُمۡ رَبُّکُمۡ بِثَلٰثَۃِ اٰلٰفٍ مِّنَ الۡمَلٰٓئِکَۃِ مُنۡزَلِیۡنَ ﴿۱۲۴﴾ؕ

003.124 Ith taqoolu lilmu/mineena alan yakfiyakum an yumiddakum rabbukum bithalathati alafin mina almala-ikati munzaleena

3:124 (Gedenk) toen jij tot de gelovigen zei: "Is het niet genoeg dat jullie Heer jullie versterkt met drieduizend neergezonden engelen?"

بَلٰۤی ۙ اِنۡ تَصۡبِرُوۡا وَ تَتَّقُوۡا وَ یَاۡتُوۡکُمۡ مِّنۡ فَوۡرِہِمۡ ہٰذَا یُمۡدِدۡکُمۡ رَبُّکُمۡ بِخَمۡسَۃِ اٰلٰفٍ مِّنَ الۡمَلٰٓئِکَۃِ مُسَوِّمِیۡنَ ﴿۱۲۵﴾

003.125 Bala in tasbiroo watattaqoo waya/tookum min fawrihim hatha yumdidkum rabbukum bikhamsati alafin mina almala-ikati musawwimeena

3:125 Zeer zeker, als jullie geduldig zijn en (Allah) vrezen, en zij (de vijand) zullen opeens tot jullie (ten aanval) komen, dan zal jullie Heer jullie met vijfduizend wel-onderscheiden Engelen versterken.

وَ مَا جَعَلَہُ اللّٰہُ اِلَّا بُشۡرٰی لَکُمۡ وَ لِتَطۡمَئِنَّ قُلُوۡبُکُمۡ بِہٖ ؕ وَ مَا النَّصۡرُ اِلَّا مِنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ الۡعَزِیۡزِ الۡحَکِیۡمِ ﴿۱۲۶﴾ۙ

003.126 Wama jaAAalahu Allahu illa bushra lakum walitatma-inna quloobukum bihi wama alnnasru illa min AAindi Allahi alAAazeezi alhakeemi

3:126 En Allah heeft dit openbaar gemaakt alleen als goed nieuws (de overwinning) voor jullie en om jullie harten ermee te versterken. En de overwinning komt alleen van Allah, de Almachtige, de Alwijze.

لِیَقۡطَعَ طَرَفًا مِّنَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اَوۡ یَکۡبِتَہُمۡ فَیَنۡقَلِبُوۡا خَآئِبِیۡنَ ﴿۱۲۷﴾

003.127 LiyaqtaAAa tarafan mina allatheena kafaroo aw yakbitahum fayanqaliboo kha-ibeena

3:127 (De overwinning wordt jullie gegeven) Zodat Hij (Allah) een gedeelte van de ongelovigen vernietigt of onderdrukt, waardoor zij vernederd terugkeren.

لَیۡسَ لَکَ مِنَ الۡاَمۡرِ شَیۡءٌ اَوۡ یَتُوۡبَ عَلَیۡہِمۡ اَوۡ یُعَذِّبَہُمۡ فَاِنَّہُمۡ ظٰلِمُوۡنَ ﴿۱۲۸﴾

003.128 Laysa laka mina al-amri shay-on aw yatooba AAalayhim aw yuAAaththibahum fa-innahum thalimoona

3:128 Geen enkel aandeel is er voor jou (Mohammed) in de beslissing. Of Hij (Allah) naar hen toekeert (berouw aanvaard) of straft (de beslissing ligt alleen bij Allah). Voorzeker, zij zijn de onrechtplegers.

وَ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ یَغۡفِرُ لِمَنۡ یَّشَآءُ وَ یُعَذِّبُ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۲۹﴾

003.129 Walillahi ma fee alssamawati wama fee al-ardi yaghfiru liman yashao wayuAAaththibu man yashao waAllahu ghafoorun raheemun

3:129 En aan Allah behoort alles wat er in de hemelen en op de aarde is. Hij vergeeft wie Hij wil en Hij bestraft wie Hij wil. En Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَاۡکُلُوا الرِّبٰۤوا اَضۡعَافًا مُّضٰعَفَۃً ۪ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ لَعَلَّکُمۡ تُفۡلِحُوۡنَ ﴿۱۳۰﴾ۚ

003.130 Ya ayyuha allatheena amanoo la ta/kuloo alrriba adAAafan mudaAAafatan waittaqoo Allaha laAAallakum tuflihoona

3:130 O jullie die geloven! Eet niet van de rente met veelvoudige verdubbeling. En vrees Allah, zodat jullie kunnen groeien in succes.

وَ اتَّقُوا النَّارَ الَّتِیۡۤ اُعِدَّتۡ لِلۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۱۳۱﴾ۚ

003.131 Waittaqoo alnnara allatee oAAiddat lilkafireena

3:131 En Vrees de Hel die voor de ongelovigen klaar is gemaakt.

وَ اَطِیۡعُوا اللّٰہَ وَ الرَّسُوۡلَ لَعَلَّکُمۡ تُرۡحَمُوۡنَ ﴿۱۳۲﴾ۚ

003.132 WaateeAAoo Allaha waalrrasoola laAAallakum turhamoona

3:132 En gehoorzaam Allah en de Boodschapper zodat jullie barmhartigheid mogen ontvangen.

وَ سَارِعُوۡۤا اِلٰی مَغۡفِرَۃٍ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ وَ جَنَّۃٍ عَرۡضُہَا السَّمٰوٰتُ وَ الۡاَرۡضُ ۙ اُعِدَّتۡ لِلۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۱۳۳﴾ۙ

003.133 WasariAAoo ila maghfiratin min rabbikum wajannatin AAarduha alssamawatu waal-ardu oAAiddat lilmuttaqeena

3:133 En haast naar de vergiffenis van jullie Heer en (naar) het Paradijs. Haar breedte is gelijk aan die van de hemelen en aarde. Klaar gemaakt voor de Moettaqoens (vromen).

الَّذِیۡنَ یُنۡفِقُوۡنَ فِی السَّرَّآءِ وَ الضَّرَّآءِ وَ الۡکٰظِمِیۡنَ الۡغَیۡظَ وَ الۡعَافِیۡنَ عَنِ النَّاسِ ؕ وَ اللّٰہُ یُحِبُّ الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۱۳۴﴾ۚ

003.134 Allatheena yunfiqoona fee alssarra-i waalddarra-i waalkathimeena alghaytha waalAAafeena AAani alnnasi waAllahu yuhibbu almuhsineena

3:134 (Dat zijn) Degenen die in voorspoed en in tegenspoed uitgeven. En degenen die de woede in bedwang houden en degenen die mensen vergeven. En Allah houdt van de mensen die goed doen.

وَ الَّذِیۡنَ اِذَا فَعَلُوۡا فَاحِشَۃً اَوۡ ظَلَمُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ ذَکَرُوا اللّٰہَ فَاسۡتَغۡفَرُوۡا لِذُنُوۡبِہِمۡ ۪ وَ مَنۡ یَّغۡفِرُ الذُّنُوۡبَ اِلَّا اللّٰہُ ۪۟ وَ لَمۡ یُصِرُّوۡا عَلٰی مَا فَعَلُوۡا وَ ہُمۡ یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۱۳۵﴾

003.135 Waallatheena itha faAAaloo fahishatan aw thalamoo anfusahum thakaroo Allaha faistaghfaroo lithunoobihim waman yaghfiru alththunooba illa Allahu walam yusirroo AAala ma faAAaloo wahum yaAAlamoona

3:135 En (dat zijn) degenen die als zij een zedeloosheid hebben begaan of zichzelf onrecht hebben aangedaan, dan Allah gedenken en om vergiffenis vragen voor hun zonden. En wie kan de zonden vergeven behalve Allah? En wanneer zij ervan (het onrecht) weten, volharden zij niet in hetgeen zij hebben gedaan.

اُولٰٓئِکَ جَزَآؤُہُمۡ مَّغۡفِرَۃٌ مِّنۡ رَّبِّہِمۡ وَ جَنّٰتٌ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ وَ نِعۡمَ اَجۡرُ الۡعٰمِلِیۡنَ ﴿۱۳۶﴾ؕ

003.136 Ola-ika jazaohum maghfiratun min rabbihim wajannatun tajree min tahtiha al-anharu khalideena feeha waniAAma ajru alAAamileena

3:136 Zij, hun beloning is vergiffenis van hun Heer en Tuinen waar rivieren onder doorstromen, voor altijd vertoevend erin. Een voortreffelijke beloning voor de werkende!

قَدۡ خَلَتۡ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ سُنَنٌ ۙ فَسِیۡرُوۡا فِی الۡاَرۡضِ فَانۡظُرُوۡا کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۱۳۷﴾

003.137 Qad khalat min qablikum sunanun faseeroo fee al-ardi faonthuroo kayfa kana AAaqibatu almukaththibeena

3:137 Voorzeker, er zijn situaties voor jullie tijd geweest; dus reis op de aarde en zie hoe het einde was van degenen die loochenden.

ہٰذَا بَیَانٌ لِّلنَّاسِ وَ ہُدًی وَّ مَوۡعِظَۃٌ لِّلۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۱۳۸﴾

003.138 Hatha bayanun lilnnasi wahudan wamawAAithatun lilmuttaqeena

3:138 Dit is een verklaring (deze Kuran) voor de mensen en (bedoeld als) leiding en vermaning voor de Moettaqoens.

وَ لَا تَہِنُوۡا وَ لَا تَحۡزَنُوۡا وَ اَنۡتُمُ الۡاَعۡلَوۡنَ اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱۳۹﴾

003.139 Wala tahinoo wala tahzanoo waantumu al-aAAlawna in kuntum mu/mineena

3:139 En verzwak niet en treur niet en jullie zullen de overwinnaars zijn als jullie gelovig zijn.

اِنۡ یَّمۡسَسۡکُمۡ قَرۡحٌ فَقَدۡ مَسَّ الۡقَوۡمَ قَرۡحٌ مِّثۡلُہٗ ؕ وَ تِلۡکَ الۡاَیَّامُ نُدَاوِلُہَا بَیۡنَ النَّاسِ ۚ وَ لِیَعۡلَمَ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ یَتَّخِذَ مِنۡکُمۡ شُہَدَآءَ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یُحِبُّ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۱۴۰﴾ۙ

003.140 In yamsaskum qarhun faqad massa alqawma qarhun mithluhu watilka al-ayyamu nudawiluha bayna alnnasi waliyaAAlama Allahu allatheena amanoo wayattakhitha minkum shuhadaa waAllahu la yuhibbu alththalimeena

3:140 Als jullie verwond zijn, zo zeker, een soort gelijke verwonding heeft zich voorgedaan op de mensen (van de vijanden). En dergelijke dagen wisselen Wij tussen de mensen (de moeilijkheden/beproevingen) af, zodat Allah het duidelijk maakt wie gelooft en om onder jullie martelaren/geloofsgetuige te nemen. En Allah houdt niet van de onrechtvaardigen.

وَ لِیُمَحِّصَ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ یَمۡحَقَ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۱۴۱﴾

003.141 Waliyumahhisa Allahu allatheena amanoo wayamhaqa alkafireena

3:141 En zodat Allah degenen die geloven beproeft (op zijn geloofsgetuigenis) en de ongelovigen vernietigt.

اَمۡ حَسِبۡتُمۡ اَنۡ تَدۡخُلُوا الۡجَنَّۃَ وَ لَمَّا یَعۡلَمِ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ جٰہَدُوۡا مِنۡکُمۡ وَ یَعۡلَمَ الصّٰبِرِیۡنَ ﴿۱۴۲﴾

003.142 Am hasibtum an tadkhuloo aljannata walamma yaAAlami Allahu allatheena jahadoo minkum wayaAAlama alssabireena

3:142 Of denken jullie dat jullie het Paradijs zullen betreden terwijl Allah het nog niet duidelijk heeft gemaakt (door beproevingen) wie onder jullie hard werkten en standvastig (geduldig) waren.

وَ لَقَدۡ کُنۡتُمۡ تَمَنَّوۡنَ الۡمَوۡتَ مِنۡ قَبۡلِ اَنۡ تَلۡقَوۡہُ ۪ فَقَدۡ رَاَیۡتُمُوۡہُ وَ اَنۡتُمۡ تَنۡظُرُوۡنَ ﴿۱۴۳﴾

003.143 Walaqad kuntum tamannawna almawta min qabli an talqawhu faqad raaytumoohu waantum tanthuroona

3:143 En voorzeker, jullie verlangde naar de dood toen jullie er nog niet mee geconfronteerd waren. Nu, toen jullie toekeken hebben jullie hem werkelijk (met jullie eigen ogen) gezien.

وَ مَا مُحَمَّدٌ اِلَّا رَسُوۡلٌ ۚ قَدۡ خَلَتۡ مِنۡ قَبۡلِہِ الرُّسُلُ ؕ اَفَا۠ئِنۡ مَّاتَ اَوۡ قُتِلَ انۡقَلَبۡتُمۡ عَلٰۤی اَعۡقَابِکُمۡ ؕ وَ مَنۡ یَّنۡقَلِبۡ عَلٰی عَقِبَیۡہِ فَلَنۡ یَّضُرَّ اللّٰہَ شَیۡئًا ؕ وَ سَیَجۡزِی اللّٰہُ الشّٰکِرِیۡنَ ﴿۱۴۴﴾

003.144 Wama muhammadun illa rasoolun qad khalat min qablihi alrrusulu afa-in mata aw qutila inqalabtum AAala aAAqabikum waman yanqalib AAala AAaqibayhi falan yadurra Allaha shay-an wasayajzee Allahu alshshakireena

3:144 En Mohammed is niet meer dan een Boodschapper, voorzeker er zijn al eerder boodschappers heen gegaan. Als hij sterft of gedood wordt, zullen jullie je dan omkeren op je hielen (terug keren naar het verval)? En wie dan ook zich om keert op zijn hielen, nooit zal hij Allah in iets kunnen benadelen. En Allah zal de dankbaren belonen.

وَ مَا کَانَ لِنَفۡسٍ اَنۡ تَمُوۡتَ اِلَّا بِاِذۡنِ اللّٰہِ کِتٰبًا مُّؤَجَّلًا ؕ وَ مَنۡ یُّرِدۡ ثَوَابَ الدُّنۡیَا نُؤۡتِہٖ مِنۡہَا ۚ وَ مَنۡ یُّرِدۡ ثَوَابَ الۡاٰخِرَۃِ نُؤۡتِہٖ مِنۡہَا ؕ وَ سَنَجۡزِی الشّٰکِرِیۡنَ ﴿۱۴۵﴾

003.145 Wama kana linafsin an tamoota illa bi-ithni Allahi kitaban mu-ajjalan waman yurid thawaba alddunya nu/tihi minha waman yurid thawaba al-akhirati nu/tihi minha wasanajzee alshshakireena

3:145 En geen ziel kan sterven, behalve met de toestemming van Allah, (de dood van de ziel is vastgelegd) op een bepaald tijdstip. En wie de beloning van het wereldse leven verlangt, Wij zullen hem ervan geven. En wie de beloning van het hiernamaals verlangt, Wij zullen hem ervan geven. En Wij zullen de dankbaren belonen.

وَ کَاَیِّنۡ مِّنۡ نَّبِیٍّ قٰتَلَ ۙ مَعَہٗ رِبِّیُّوۡنَ کَثِیۡرٌ ۚ فَمَا وَہَنُوۡا لِمَاۤ اَصَابَہُمۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ مَا ضَعُفُوۡا وَ مَا اسۡتَکَانُوۡا ؕ وَ اللّٰہُ یُحِبُّ الصّٰبِرِیۡنَ ﴿۱۴۶﴾

003.146 Wakaayyin min nabiyyin qatala maAAahu ribbiyyoona katheerun fama wahanoo lima asabahum fee sabeeli Allahi wama daAAufoo wama istakanoo waAllahu yuhibbu alssabireena

3:146 En hoeveel van de Profeten vergezeld met vele religieuze geleerden vochten (op de weg van Allah). Maar ze verloren geen moed door het geen hen trof op de weg van Allah. En noch verzwakte zij en noch gaven zij op. En Allah houdt van de geduldigen.

وَ مَا کَانَ قَوۡلَہُمۡ اِلَّاۤ اَنۡ قَالُوۡا رَبَّنَا اغۡفِرۡ لَنَا ذُنُوۡبَنَا وَ اِسۡرَافَنَا فِیۡۤ اَمۡرِنَا وَ ثَبِّتۡ اَقۡدَامَنَا وَ انۡصُرۡنَا عَلَی الۡقَوۡمِ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۱۴۷﴾

003.147 Wama kana qawlahum illa an qaloo rabbana ighfir lana thunoobana wa-israfana fee amrina wathabbit aqdamana waonsurna AAala alqawmi alkafireena

3:147 En hun woorden waren niet anders dan dat zij zeiden: "Onze Heer, vergeef onze zonden en onze buitensporigheden in onze zaken en maak onze voeten standvastig en geef ons de overwinning over het ongelovige volk".

فَاٰتٰىہُمُ اللّٰہُ ثَوَابَ الدُّنۡیَا وَ حُسۡنَ ثَوَابِ الۡاٰخِرَۃِ ؕ وَ اللّٰہُ یُحِبُّ الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۱۴۸﴾

003.148 Faatahumu Allahu thawaba alddunya wahusna thawabi al-akhirati waAllahu yuhibbu almuhsineena

3:148 Zodoende gaf Allah hen een beloning in de wereld en een goede beloning in het Hiernamaals. En Allah houdt van de weldoeners.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِنۡ تُطِیۡعُوا الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا یَرُدُّوۡکُمۡ عَلٰۤی اَعۡقَابِکُمۡ فَتَنۡقَلِبُوۡا خٰسِرِیۡنَ ﴿۱۴۹﴾

003.149 Ya ayyuha allatheena amanoo in tuteeAAoo allatheena kafaroo yaruddookum AAala aAAqabikum fatanqaliboo khasireena

3:149 O jullie die geloven! Als jullie degenen die niet geloven gehoorzamen, dan zullen zij jullie doen omdraaien op jullie hielen (naar het verval). Jullie zullen dan als verliezers terugkeren.

بَلِ اللّٰہُ مَوۡلٰىکُمۡ ۚ وَ ہُوَ خَیۡرُ النّٰصِرِیۡنَ ﴿۱۵۰﴾

003.150 Bali Allahu mawlakum wahuwa khayru alnnasireena

3:150 Nee! Allah is jullie Beschermer en Hij is de Beste van de Helpers.

سَنُلۡقِیۡ فِیۡ قُلُوۡبِ الَّذِیۡنَ کَفَرُوا الرُّعۡبَ بِمَاۤ اَشۡرَکُوۡا بِاللّٰہِ مَا لَمۡ یُنَزِّلۡ بِہٖ سُلۡطٰنًا ۚ وَ مَاۡوٰىہُمُ النَّارُ ؕ وَ بِئۡسَ مَثۡوَی الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۱۵۱﴾

003.151 Sanulqee fee quloobi allatheena kafaroo alrruAAba bima ashrakoo biAllahi ma lam yunazzil bihi sultanan wama/wahumu alnnaru wabi/sa mathwa alththalimeena

3:151 Wij zullen angst in de harten van de ongelovigen werpen, omdat zij metgezellen aan Allah toegekend hebben. Waarover Hij geen enkel autoriteit gezonden heeft. En hun toevlucht zal de hel zijn. En het is een zeer ellendige verblijfplaats voor de onrechtplegers.

وَ لَقَدۡ صَدَقَکُمُ اللّٰہُ وَعۡدَہٗۤ اِذۡ تَحُسُّوۡنَہُمۡ بِاِذۡنِہٖ ۚ حَتّٰۤی اِذَا فَشِلۡتُمۡ وَ تَنَازَعۡتُمۡ فِی الۡاَمۡرِ وَ عَصَیۡتُمۡ مِّنۡۢ بَعۡدِ مَاۤ اَرٰىکُمۡ مَّا تُحِبُّوۡنَ ؕ مِنۡکُمۡ مَّنۡ یُّرِیۡدُ الدُّنۡیَا وَ مِنۡکُمۡ مَّنۡ یُّرِیۡدُ الۡاٰخِرَۃَ ۚ ثُمَّ صَرَفَکُمۡ عَنۡہُمۡ لِیَبۡتَلِیَکُمۡ ۚ وَ لَقَدۡ عَفَا عَنۡکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ ذُوۡ فَضۡلٍ عَلَی الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱۵۲﴾

003.152 Walaqad sadaqakumu Allahu waAAdahu ith tahussoonahum bi-ithnihi hatta itha fashiltum watanazaAAtum fee al-amri waAAasaytum min baAAdi ma arakum ma tuhibboona minkum man yureedu alddunya waminkum man yureedu al-akhirata thumma sarafakum AAanhum liyabtaliyakum walaqad AAafa AAankum waAllahu thoo fadlin AAala almu/mineena

3:152 En voorzeker Allah heeft Zijn belofte (om te helpen) aan jullie vervuld toen jullie hen met Zijn toestemming doodden (tijdens de slag van Oehoed). Totdat jullie de moed verloren en jullie in onenigheid raakten over het bevel (om te blijven op de berg van Oehoed). En jullie ongehoorzaamden zelfs nadat Hij (Allah) hetgeen waarvan jullie houden heeft laten zien (de oorlogsbuit). Onder jullie zijn er die het wereldse leven verlangen en onder jullie zijn er die het Hiernamaals verlangen. Toen heeft Hij (Allah) jullie doen laten terugtrekken van (het gevecht met) de ongelovigen om jullie te beproeven. En voorzeker Hij (Allah) heeft jullie vergeven. En Allah is de Bezitter van de grootste Geschenken voor de gelovigen.

اِذۡ تُصۡعِدُوۡنَ وَ لَا تَلۡوٗنَ عَلٰۤی اَحَدٍ وَّ الرَّسُوۡلُ یَدۡعُوۡکُمۡ فِیۡۤ اُخۡرٰىکُمۡ فَاَثَابَکُمۡ غَمًّۢا بِغَمٍّ لِّکَیۡلَا تَحۡزَنُوۡا عَلٰی مَا فَاتَکُمۡ وَ لَا مَاۤ اَصَابَکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ خَبِیۡرٌۢ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۵۳﴾

003.153 Ith tusAAidoona wala talwoona AAala ahadin waalrrasoolu yadAAookum fee okhrakum faathabakum ghamman bighammin likay la tahzanoo AAala ma fatakum wala ma asabakum waAllahu khabeerun bima taAAmaloona

3:153 (Gedenkt) toen jullie vluchten zonder acht te slaan op iemand, terwijl de Boodschapper jullie riep met betrekking tot jullie hiernamaals (ze hadden een overeenkomst gesloten met Allah om niet te vluchten zie 33:15). Toen bracht Hij (Allah) jullie tot berouw door middel van moeilijkheden op moeilijkheden, zodat jullie ervan konden leren en dat jullie niet treuren over wat jullie niet gekregen hebben (oorlogsbuit) en over de nederlaag. En Allah is Alziende over wat jullie doen.

ثُمَّ اَنۡزَلَ عَلَیۡکُمۡ مِّنۡۢ بَعۡدِ الۡغَمِّ اَمَنَۃً نُّعَاسًا یَّغۡشٰی طَآئِفَۃً مِّنۡکُمۡ ۙ وَ طَآئِفَۃٌ قَدۡ اَہَمَّتۡہُمۡ اَنۡفُسُہُمۡ یَظُنُّوۡنَ بِاللّٰہِ غَیۡرَ الۡحَقِّ ظَنَّ الۡجَاہِلِیَّۃِ ؕ یَقُوۡلُوۡنَ ہَلۡ لَّنَا مِنَ الۡاَمۡرِ مِنۡ شَیۡءٍ ؕ قُلۡ اِنَّ الۡاَمۡرَ کُلَّہٗ لِلّٰہِ ؕ یُخۡفُوۡنَ فِیۡۤ اَنۡفُسِہِمۡ مَّا لَا یُبۡدُوۡنَ لَکَ ؕ یَقُوۡلُوۡنَ لَوۡ کَانَ لَنَا مِنَ الۡاَمۡرِ شَیۡءٌ مَّا قُتِلۡنَا ہٰہُنَا ؕ قُلۡ لَّوۡ کُنۡتُمۡ فِیۡ بُیُوۡتِکُمۡ لَبَرَزَ الَّذِیۡنَ کُتِبَ عَلَیۡہِمُ الۡقَتۡلُ اِلٰی مَضَاجِعِہِمۡ ۚ وَ لِیَبۡتَلِیَ اللّٰہُ مَا فِیۡ صُدُوۡرِکُمۡ وَ لِیُمَحِّصَ مَا فِیۡ قُلُوۡبِکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌۢ بِذَاتِ الصُّدُوۡرِ ﴿۱۵۴﴾

003.154 Thumma anzala AAalaykum min baAAdi alghammi amanatan nuAAasan yaghsha ta-ifatan minkum wata-ifatun qad ahammat-hum anfusuhum yathunnoona biAllahi ghayra alhaqqi thanna aljahiliyyati yaqooloona hal lana mina al-amri min shay-in qul inna al-amra kullahu lillahi yukhfoona fee anfusihim ma la yubdoona laka yaqooloona law kana lana mina al-amri shay-on ma qutilna hahuna qul law kuntum fee buyootikum labaraza allatheena kutiba AAalayhimu alqatlu ila madajiAAihim waliyabtaliya Allahu ma fee sudoorikum waliyumahhisa ma fee quloobikum waAllahu AAaleemun bithati alssudoori

3:154 Toen liet Hij na de nederlaag, vrede en veiligheid op jullie neerdalen wat een groep onder jullie slaperig maakte, terwijl een andere groep bezorgd raakte over henzelf door in onwetendheid iets anders dan de waarheid over Allah te denken, zeggende: "Is er voor ons iets over de zaak (de nederlaag) te zeggen?" Zeg (O, Mohammed): "Voorzeker, de zaak behoort geheel aan Allah toe". Zij verbergen in henzelf wat zij jou niet bekend maken. Zij zeggen: "Als er maar iets van de zaak bij mij lag, dan waren we hier niet gedood." Zeg: "Al waren jullie in jullie huizen: degenen voor wie de dood bepaald was, zouden naar hun rustplaatsen zijn gegaan. En (dit is) zodat Allah hetgeen wat in jullie borstkast is beproeft. En zodat Hij hetgeen in jullie harten is reinigt. En Allah is Alwetend van hetgeen in de harten is.

اِنَّ الَّذِیۡنَ تَوَلَّوۡا مِنۡکُمۡ یَوۡمَ الۡتَقَی الۡجَمۡعٰنِ ۙ اِنَّمَا اسۡتَزَلَّہُمُ الشَّیۡطٰنُ بِبَعۡضِ مَا کَسَبُوۡا ۚ وَ لَقَدۡ عَفَا اللّٰہُ عَنۡہُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ حَلِیۡمٌ ﴿۱۵۵﴾

003.155 Inna allatheena tawallaw minkum yawma iltaqa aljamAAani innama istazallahumu alshshaytanu bibaAAdi ma kasaboo walaqad AAafa Allahu AAanhum inna Allaha ghafoorun haleemun

3:155 Voorwaar, degenen onder jullie die omkeerden op de dag dat de legers elkaar troffen (bij Oehoed), (weet dat) de Satan alleen hun liet struikelen (de fout liet maken) voor hetgeen zij verdiende (de ongehoorzaamheid). En Allah heeft hen zeker vergeven, voorzeker, Allah is Vergevensgezind, Verdraagzaam.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَکُوۡنُوۡا کَالَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ قَالُوۡا لِاِخۡوَانِہِمۡ اِذَا ضَرَبُوۡا فِی الۡاَرۡضِ اَوۡ کَانُوۡا غُزًّی لَّوۡ کَانُوۡا عِنۡدَنَا مَا مَاتُوۡا وَ مَا قُتِلُوۡا ۚ لِیَجۡعَلَ اللّٰہُ ذٰلِکَ حَسۡرَۃً فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ ؕ وَ اللّٰہُ یُحۡیٖ وَ یُمِیۡتُ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ بَصِیۡرٌ ﴿۱۵۶﴾

003.156 Ya ayyuha allatheena amanoo la takoonoo kaallatheena kafaroo waqaloo li-ikhwanihim itha daraboo fee al-ardi aw kanoo ghuzzan law kanoo AAindana ma matoo wama qutiloo liyajAAala Allahu thalika hasratan fee quloobihim waAllahu yuhyee wayumeetu waAllahu bima taAAmaloona baseerun

3:156 O jullie die geloven! Wees niet als degenen die niet geloven. En zij zeggen over hun broeders wanneer zij (de broeders) op de aarde reizen of wanneer zij (de broeders) vochten: "Waren zij maar bij ons gebleven, dan zouden zij niet dood zijn of dan zouden zij niet gedood zijn." Zo maakt Allah dat als een verdriet in hun harten." En Allah (alleen) geeft leven en doet sterven. En Allah is ziende over wat jullie doen.

وَ لَئِنۡ قُتِلۡتُمۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ اَوۡ مُتُّمۡ لَمَغۡفِرَۃٌ مِّنَ اللّٰہِ وَ رَحۡمَۃٌ خَیۡرٌ مِّمَّا یَجۡمَعُوۡنَ ﴿۱۵۷﴾

003.157 Wala-in qutiltum fee sabeeli Allahi aw muttum lamaghfiratun mina Allahi warahmatun khayrun mimma yajmaAAoona

3:157 En als jullie gedood worden op de Weg van Allah, of sterven: Zeker de vergeving van Allah en (Zijn) Barmhartigheid zijn beter dan wat zij verzamelen.

وَ لَئِنۡ مُّتُّمۡ اَوۡ قُتِلۡتُمۡ لَاِالَی اللّٰہِ تُحۡشَرُوۡنَ ﴿۱۵۸﴾

003.158 Wala-in muttum aw qutiltum la-ila Allahi tuhsharoona

3:158 En als jullie sterven, of als jullie gedood worden, zeker tot Allah worden jullie verzameld.

فَبِمَا رَحۡمَۃٍ مِّنَ اللّٰہِ لِنۡتَ لَہُمۡ ۚ وَ لَوۡ کُنۡتَ فَظًّا غَلِیۡظَ الۡقَلۡبِ لَانۡفَضُّوۡا مِنۡ حَوۡلِکَ ۪ فَاعۡفُ عَنۡہُمۡ وَ اسۡتَغۡفِرۡ لَہُمۡ وَ شَاوِرۡہُمۡ فِی الۡاَمۡرِ ۚ فَاِذَا عَزَمۡتَ فَتَوَکَّلۡ عَلَی اللّٰہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یُحِبُّ الۡمُتَوَکِّلِیۡنَ ﴿۱۵۹﴾

003.159 Fabima rahmatin mina Allahi linta lahum walaw kunta faththan ghaleetha alqalbi lainfaddoo min hawlika faoAAfu AAanhum waistaghfir lahum washawirhum fee al-amri fa-itha AAazamta fatawakkal AAala Allahi inna Allaha yuhibbu almutawakkileena

3:159 Door de barmhartigheid van Allah ging jij (Mohammed) zachtmoedig met hen om. En als jij grof en ruw van hart was geweest, dan zouden zij zeker van jou zijn weggaan. Vergeef hen en vraag om vergiffenis voor hen en geef hun advies in de zaak. Wanneer jij dan besloten heb, stel je vertrouwen in Allah. Voorzeker, Allah houdt van degenen die vertrouwen stellen in Hem.

اِنۡ یَّنۡصُرۡکُمُ اللّٰہُ فَلَا غَالِبَ لَکُمۡ ۚ وَ اِنۡ یَّخۡذُلۡکُمۡ فَمَنۡ ذَا الَّذِیۡ یَنۡصُرُکُمۡ مِّنۡۢ بَعۡدِہٖ ؕ وَ عَلَی اللّٰہِ فَلۡیَتَوَکَّلِ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۱۶۰﴾

003.160 In yansurkumu Allahu fala ghaliba lakum wa-in yakhthulkum faman tha allathee yansurukum min baAAdihi waAAala Allahi falyatawakkali almu/minoona

3:160 Als Allah jullie helpt dan worden jullie niet overwonnen. En als Hij jullie niet helpt wie is dan degenen die jullie kan helpen afgezien van Hem (Allah)? En laten de gelovigen hun vertrouwen in Allah stellen.

وَ مَا کَانَ لِنَبِیٍّ اَنۡ یَّغُلَّ ؕ وَ مَنۡ یَّغۡلُلۡ یَاۡتِ بِمَا غَلَّ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ۚ ثُمَّ تُوَفّٰی کُلُّ نَفۡسٍ مَّا کَسَبَتۡ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۱۶۱﴾

003.161 Wama kana linabiyyin an yaghulla waman yaghlul ya/ti bima ghalla yawma alqiyamati thumma tuwaffa kullu nafsin ma kasabat wahum la yuthlamoona

3:161 En het is niet mogelijk dat een Profeet iets achterhoudt (hier gerefereerd m.b.t. verdeling van de oorlogsbuit). En wie iets achterhoudt zal op de Dag desoordeels hetgeen wat hij achtergehouden had naar voren brengen. Dan wordt elke ziel uitbetaald voor wat zij verdiend heeft en er zal geen onrecht op hen aangedaan worden.

اَفَمَنِ اتَّبَعَ رِضۡوَانَ اللّٰہِ کَمَنۡۢ بَآءَ بِسَخَطٍ مِّنَ اللّٰہِ وَ مَاۡوٰىہُ جَہَنَّمُ ؕ وَ بِئۡسَ الۡمَصِیۡرُ ﴿۱۶۲﴾

003.162 Afamani ittabaAAa ridwana Allahi kaman baa bisakhatin mina Allahi wama/wahu jahannamu wabi/sa almaseeru

3:162 Is degene die dan naar het welbehagen van Allah streeft gelijk aan degene die de toorn van Allah over zich zelf oproept? (Degenen die beladen is met de toorn van Allah) zijn verblijfplaats is de Hel en zeer ellendig is de eindbestemming!

ہُمۡ دَرَجٰتٌ عِنۡدَ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ بَصِیۡرٌۢ بِمَا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۶۳﴾

003.163 Hum darajatun AAinda Allahi waAllahu baseerun bima yaAAmaloona

3:163 (Degenen die streven naar Allah's welbehagen) zij hebben verschillende graden bij Allah en Allah is Alziende over wat zij doen.

لَقَدۡ مَنَّ اللّٰہُ عَلَی الۡمُؤۡمِنِیۡنَ اِذۡ بَعَثَ فِیۡہِمۡ رَسُوۡلًا مِّنۡ اَنۡفُسِہِمۡ یَتۡلُوۡا عَلَیۡہِمۡ اٰیٰتِہٖ وَ یُزَکِّیۡہِمۡ وَ یُعَلِّمُہُمُ الۡکِتٰبَ وَ الۡحِکۡمَۃَ ۚ وَ اِنۡ کَانُوۡا مِنۡ قَبۡلُ لَفِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۱۶۴﴾

003.164 Laqad manna Allahu AAala almu/mineena ith baAAatha feehim rasoolan min anfusihim yatloo AAalayhim ayatihi wayuzakkeehim wayuAAallimuhumu alkitaba waalhikmata wa-in kanoo min qablu lafee dalalin mubeenin

3:164 Voorzeker, Allah heeft een gunst aan de gelovigen geschonken. Hij deed onder hen een Boodschapper oprijzen vanuit henzelf (uit hun eigen volk), die Zijn Verzen aan hen reciteert, hen zuivert, en hen het Boek en Al-Hikmah (Islamitische weten, ethiek, Sunnah, de wijze van aanbidding) onderwijst. Ondanks dat zij daarvoor in duidelijk dwaling verkeerden.

اَوَ لَمَّاۤ اَصَابَتۡکُمۡ مُّصِیۡبَۃٌ قَدۡ اَصَبۡتُمۡ مِّثۡلَیۡہَا ۙ قُلۡتُمۡ اَنّٰی ہٰذَا ؕ قُلۡ ہُوَ مِنۡ عِنۡدِ اَنۡفُسِکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۱۶۵﴾

003.165 Awa lamma asabatkum museebatun qad asabtum mithlayha qultum anna hatha qul huwa min AAindi anfusikum inna Allaha AAala kulli shay-in qadeerun

3:165 Toen jullie in moeilijkheden verkeerden (bij de slag van Oehoed), zeker jullie hadden hen (de vijanden) al twee keer verslagen, zeiden jullie: "Waar komt dit (de tegenslag) vandaan?" Zeg:" Het komt door julliezelf." Voorzeker, Allah is over alles Almachtig.

وَ مَاۤ اَصَابَکُمۡ یَوۡمَ الۡتَقَی الۡجَمۡعٰنِ فَبِاِذۡنِ اللّٰہِ وَ لِیَعۡلَمَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱۶۶﴾ۙ

003.166 Wama asabakum yawma iltaqa aljamAAani fabi-ithni Allahi waliyaAAlama almu/mineena

3:166 En wat jullie trof op de dag toen de twee legers elkaar ontmoetten (slag van Oehoed), was met de toestemming ven Allah, zodat Allah het duidelijk maakt wie gelooft.

وَ لِیَعۡلَمَ الَّذِیۡنَ نَافَقُوۡا ۚۖ وَ قِیۡلَ لَہُمۡ تَعَالَوۡا قَاتِلُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ اَوِ ادۡفَعُوۡا ؕ قَالُوۡا لَوۡ نَعۡلَمُ قِتَالًا لَّا تَّبَعۡنٰکُمۡ ؕ ہُمۡ لِلۡکُفۡرِ یَوۡمَئِذٍ اَقۡرَبُ مِنۡہُمۡ لِلۡاِیۡمَانِ ۚ یَقُوۡلُوۡنَ بِاَفۡوَاہِہِمۡ مَّا لَیۡسَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ ؕ وَ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِمَا یَکۡتُمُوۡنَ ﴿۱۶۷﴾ۚ

003.167 WaliyaAAlama allatheena nafaqoo waqeela lahum taAAalaw qatiloo fee sabeeli Allahi awi idfaAAoo qaloo law naAAlamu qitalan laittabaAAnakum hum lilkufri yawma-ithin aqrabu minhum lil-eemani yaqooloona bi-afwahihim ma laysa fee quloobihim waAllahu aAAlamu bima yaktumoona

3:167 En zodat Hij het duidelijk maakt wie de hypocrieten zijn. En er werd tegen hen gezegd: "Vecht op de weg van Allah of verdedig (tijdens de slag)." Zij zeiden: "Als wij kennis hadden om te vechten, dan zouden wij jullie zeker hebben gevolgd". Op die dag waren zij dichter bij het ongeloof dan bij het geloof, zeggende hetgeen met hun monden terwijl het niet in hun harten was. En Allah is het Meest Wetend van hetgeen zij verbergen.

اَلَّذِیۡنَ قَالُوۡا لِاِخۡوَانِہِمۡ وَ قَعَدُوۡا لَوۡ اَطَاعُوۡنَا مَا قُتِلُوۡا ؕ قُلۡ فَادۡرَءُوۡا عَنۡ اَنۡفُسِکُمُ الۡمَوۡتَ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۱۶۸﴾

003.168 Allatheena qaloo li-ikhwanihim waqaAAadoo law ataAAoona ma qutiloo qul faidraoo AAan anfusikumu almawta in kuntum sadiqeena

3:168 Dat zijn degenen die tegen hun broeders zeiden terwijl zij zaten (niet vochten): "Als zij ons gehoorzaamd hadden, dan waren zij niet gedood". Zeg:"Wend de dood (dan) van jullie af, als jullie streven naar de waarheid!"

وَ لَا تَحۡسَبَنَّ الَّذِیۡنَ قُتِلُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ اَمۡوَاتًا ؕ بَلۡ اَحۡیَآءٌ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ یُرۡزَقُوۡنَ ﴿۱۶۹﴾ۙ

003.169 Wala tahsabanna allatheena qutiloo fee sabeeli Allahi amwatan bal ahyaon AAinda rabbihim yurzaqoona

3:169 En denk niet over degenen die op de Weg van Allah gedood zijn, als doden. Nee! Zij zijn dichtbij hun Heer levend. Zij krijgen voorzieningen.

فَرِحِیۡنَ بِمَاۤ اٰتٰہُمُ اللّٰہُ مِنۡ فَضۡلِہٖ ۙ وَ یَسۡتَبۡشِرُوۡنَ بِالَّذِیۡنَ لَمۡ یَلۡحَقُوۡا بِہِمۡ مِّنۡ خَلۡفِہِمۡ ۙ اَلَّا خَوۡفٌ عَلَیۡہِمۡ وَ لَا ہُمۡ یَحۡزَنُوۡنَ ﴿۱۷۰﴾ۘ

003.170 Fariheena bima atahumu Allahu min fadlihi wayastabshiroona biallatheena lam yalhaqoo bihim min khalfihim alla khawfun AAalayhim wala hum yahzanoona

3:170 Zij genieten van Allah's gunsten die Hij aan hen geschonken heeft. En zij krijgen het goede nieuws over degenen die nog met hun verenigd zijn, dat er geen angst op hen zal zijn en dat zij niet zullen treuren.

یَسۡتَبۡشِرُوۡنَ بِنِعۡمَۃٍ مِّنَ اللّٰہِ وَ فَضۡلٍ ۙ وَّ اَنَّ اللّٰہَ لَا یُضِیۡعُ اَجۡرَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱۷۱﴾ۚۛ

003.171 Yastabshiroona biniAAmatin mina Allahi wafadlin waanna Allaha la yudeeAAu ajra almu/mineena

3:171 Zij krijgen het goede nieuws over gunsten en beloningen van Allah en dat Allah de beloningen van de gelovigen niet doet vergaan.

اَلَّذِیۡنَ اسۡتَجَابُوۡا لِلّٰہِ وَ الرَّسُوۡلِ مِنۡۢ بَعۡدِ مَاۤ اَصَابَہُمُ الۡقَرۡحُ ؕۛ لِلَّذِیۡنَ اَحۡسَنُوۡا مِنۡہُمۡ وَ اتَّقَوۡا اَجۡرٌ عَظِیۡمٌ ﴿۱۷۲﴾ۚ

003.172 Allatheena istajaboo lillahi waalrrasooli min baAAdi ma asabahumu alqarhu lillatheena ahsanoo minhum waittaqaw ajrun AAatheemun

3:172 Degenen die voldeden aan de oproep van Allah en de Boodschapper nadat zij gewond raakten en die goed deden en Allah vreesde, voor hen is een grote beloning.

اَلَّذِیۡنَ قَالَ لَہُمُ النَّاسُ اِنَّ النَّاسَ قَدۡ جَمَعُوۡا لَکُمۡ فَاخۡشَوۡہُمۡ فَزَادَہُمۡ اِیۡمَانًا ٭ۖ وَّ قَالُوۡا حَسۡبُنَا اللّٰہُ وَ نِعۡمَ الۡوَکِیۡلُ ﴿۱۷۳﴾

003.173 Allatheena qala lahumu alnnasu inna alnnasa qad jamaAAoo lakum faikhshawhum fazadahum eemanan waqaloo hasbuna Allahu waniAAma alwakeelu

3:173 Toen er mensen tegen hen zeiden: "Voorzeker de mensen hebben zich verzameld tegen jullie, dus vrees hen." Maar het versterkte hun geloof en zij zeiden: "Allah is voldoende voor ons, en Hij is de beste der volbrenger/uitvoerder/uitwerker van de zaken".

فَانۡقَلَبُوۡا بِنِعۡمَۃٍ مِّنَ اللّٰہِ وَ فَضۡلٍ لَّمۡ یَمۡسَسۡہُمۡ سُوۡٓءٌ ۙ وَّ اتَّبَعُوۡا رِضۡوَانَ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ ذُوۡ فَضۡلٍ عَظِیۡمٍ ﴿۱۷۴﴾

003.174 Fainqalaboo biniAAmatin mina Allahi wafadlin lam yamsas-hum soo-on waittabaAAoo ridwana Allahi waAllahu thoo fadlin AAatheemin

3:174 Dus keerden zij terug (na de slag) met de gunsten en beloningen van Allah zonder enige moeilijkheid. En zij streefden naar de tevredenheid van Allah en Allah is de Bezitter van geweldige Beloningen.

اِنَّمَا ذٰلِکُمُ الشَّیۡطٰنُ یُخَوِّفُ اَوۡلِیَآءَہٗ ۪ فَلَا تَخَافُوۡہُمۡ وَ خَافُوۡنِ اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱۷۵﴾

003.175 Innama thalikumu alshshaytanu yukhawwifu awliyaahu fala takhafoohum wakhafooni in kuntum mu/mineena

3:175 De Satan en zijn volgelingen jagen slechts angst aan. Dus wees niet bang voor hen, maar vrees Mij als jullie tot de gelovigen behoren.

وَ لَا یَحۡزُنۡکَ الَّذِیۡنَ یُسَارِعُوۡنَ فِی الۡکُفۡرِ ۚ اِنَّہُمۡ لَنۡ یَّضُرُّوا اللّٰہَ شَیۡئًا ؕ یُرِیۡدُ اللّٰہُ اَلَّا یَجۡعَلَ لَہُمۡ حَظًّا فِی الۡاٰخِرَۃِ ۚ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ عَظِیۡمٌ ﴿۱۷۶﴾

003.176 Wala yahzunka allatheena yusariAAoona fee alkufri innahum lan yadurroo Allaha shay-an yureedu Allahu alla yajAAala lahum haththan fee al-akhirati walahum AAathabun AAatheemun

3:176 En wees niet bedroevend over de degenen die zich haasten in het ongeloof. Voorzeker, zij kunnen Allah nooit iets aan schade berokkenen. Allah wil niet dat Hij hen een aandeel (van het goede) zal geven in het Hiernamaals. En voor hen is er een zware bestraffing.

اِنَّ الَّذِیۡنَ اشۡتَرَوُا الۡکُفۡرَ بِالۡاِیۡمَانِ لَنۡ یَّضُرُّوا اللّٰہَ شَیۡئًا ۚ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۱۷۷﴾

003.177 Inna allatheena ishtarawoo alkufra bial-eemani lan yadurroo Allaha shay-an walahum AAathabun aleemun

3:177 Voorzeker, degenen die het ongeloof gekocht hebben met het geloof (ieder ziel heeft getuigt over de eenheid van Allah en dus gelooft in zijn eenheid), nooit kunnen zij Allah in iets schaden. En voor hen is er een pijnlijke bestraffing.

وَ لَا یَحۡسَبَنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اَنَّمَا نُمۡلِیۡ لَہُمۡ خَیۡرٌ لِّاَنۡفُسِہِمۡ ؕ اِنَّمَا نُمۡلِیۡ لَہُمۡ لِیَزۡدَادُوۡۤا اِثۡمًا ۚ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ مُّہِیۡنٌ ﴿۱۷۸﴾

003.178 Wala yahsabanna allatheena kafaroo annama numlee lahum khayrun li-anfusihim innama numlee lahum liyazdadoo ithman walahum AAathabun muheenun

3:178 En laat de ongelovigen niet denken dat het uitstel die Wij geven, goed voor hen is. Wij geven slechts uitstel zodat zij in zondes kunnen toenemen. En voor hen is er een vernederende bestraffing.

مَا کَانَ اللّٰہُ لِیَذَرَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ عَلٰی مَاۤ اَنۡتُمۡ عَلَیۡہِ حَتّٰی یَمِیۡزَ الۡخَبِیۡثَ مِنَ الطَّیِّبِ ؕ وَ مَا کَانَ اللّٰہُ لِیُطۡلِعَکُمۡ عَلَی الۡغَیۡبِ وَ لٰکِنَّ اللّٰہَ یَجۡتَبِیۡ مِنۡ رُّسُلِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ ۪ فَاٰمِنُوۡا بِاللّٰہِ وَ رُسُلِہٖ ۚ وَ اِنۡ تُؤۡمِنُوۡا وَ تَتَّقُوۡا فَلَکُمۡ اَجۡرٌ عَظِیۡمٌ ﴿۱۷۹﴾

003.179 Ma kana Allahu liyathara almu/mineena AAala ma antum AAalayhi hatta yameeza alkhabeetha mina alttayyibi wama kana Allahu liyutliAAakum AAala alghaybi walakinna Allaha yajtabee min rusulihi man yashao faaminoo biAllahi warusulihi wa-in tu/minoo watattaqoo falakum ajrun AAatheemun

3:179 Allah zal de gelovigen niet voor altijd in de toestand laten verkeren waarin jullie zich nu in bevinden, maar zal het veranderen todat Hij het kwade van het goede heeft onderscheden. En Allah zal jullie niet informeren over het ongeziene, maar Allah kiest Zijn Boodschappers van wie Hij wil. Dus geloof in Allah en zijn Boodschappers. En als jullie geloven en Allah vrezen dan is er voor jullie een grote beloning.

وَ لَا یَحۡسَبَنَّ الَّذِیۡنَ یَبۡخَلُوۡنَ بِمَاۤ اٰتٰہُمُ اللّٰہُ مِنۡ فَضۡلِہٖ ہُوَ خَیۡرًا لَّہُمۡ ؕ بَلۡ ہُوَ شَرٌّ لَّہُمۡ ؕ سَیُطَوَّقُوۡنَ مَا بَخِلُوۡا بِہٖ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ وَ لِلّٰہِ مِیۡرَاثُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرٌ ﴿۱۸۰﴾

003.180 Wala yahsabanna allatheena yabkhaloona bima atahummu Allahu min fadlihi huwa khayran lahum bal huwa sharrun lahum sayutawwaqoona ma bakhiloo bihi yawma alqiyamati walillahi meerathu alssamawati waal-ardi waAllahu bima taAAmaloona khabeerun

3:180 En laat degenen die de Gunsten achterhouden die Allah hen gegeven heeft, niet denken dat het goed voor hen is. Nee het is slecht voor hen. Op de Dag desoordeels zullen hun nekken worden omringd met hetgeen zij onthielden. En aan Allah behoort de erfenis van de hemelen en de aarde. En Allah is Alwetend over hetgeen jullie doen.

لَقَدۡ سَمِعَ اللّٰہُ قَوۡلَ الَّذِیۡنَ قَالُوۡۤا اِنَّ اللّٰہَ فَقِیۡرٌ وَّ نَحۡنُ اَغۡنِیَآءُ ۘ سَنَکۡتُبُ مَا قَالُوۡا وَ قَتۡلَہُمُ الۡاَنۡۢبِیَآءَ بِغَیۡرِ حَقٍّ ۙ وَّ نَقُوۡلُ ذُوۡقُوۡا عَذَابَ الۡحَرِیۡقِ ﴿۱۸۱﴾

003.181 Laqad samiAAa Allahu qawla allatheena qaloo inna Allaha faqeerun wanahnu aghniyaon sanaktubu ma qaloo waqatlahumu al-anbiyaa bighayri haqqin wanaqoolu thooqoo AAathaba alhareeqi

3:181 Voorzeker, Allah hoorde de uitspraken van degenen die zeiden: "Voorwaar, Allah is arm en wij zijn rijk". Wij zullen hetgeen wat zij zeiden vastleggen en ook hun doding van Profeten zonder enig recht, en Wij zullen zeggen:" Proef de bestraffing van het Brandende Vuur."

ذٰلِکَ بِمَا قَدَّمَتۡ اَیۡدِیۡکُمۡ وَ اَنَّ اللّٰہَ لَیۡسَ بِظَلَّامٍ لِّلۡعَبِیۡدِ ﴿۱۸۲﴾ۚ

003.182 Thalika bima qaddamat aydeekum waanna Allaha laysa bithallamin lilAAabeedi

3:182 Dat is vanwege hetgeen jullie handen voortbrachten en dat Allah niet onrechtvaardig tegenover Zijn dienaren is.

اَلَّذِیۡنَ قَالُوۡۤا اِنَّ اللّٰہَ عَہِدَ اِلَیۡنَاۤ اَلَّا نُؤۡمِنَ لِرَسُوۡلٍ حَتّٰی یَاۡتِیَنَا بِقُرۡبَانٍ تَاۡکُلُہُ النَّارُ ؕ قُلۡ قَدۡ جَآءَکُمۡ رُسُلٌ مِّنۡ قَبۡلِیۡ بِالۡبَیِّنٰتِ وَ بِالَّذِیۡ قُلۡتُمۡ فَلِمَ قَتَلۡتُمُوۡہُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۱۸۳﴾

003.183 Allatheena qaloo inna Allaha AAahida ilayna alla nu/mina lirasoolin hatta ya/tiyana biqurbanin ta/kuluhu alnnaru qul qad jaakum rusulun min qablee bialbayyinati wabiallathee qultum falima qataltumoohum in kutum sadiqeena

3:183 (Dat zijn) degenen die zeiden: "Voorwaar, Allah heeft een belofte van ons geaccepteerd, dat wij niet zullen geloven in een Boodschapper totdat hij voor ons een offer brengt dat verteerd wordt door het vuur." Zeg:"Er zijn Boodschappers gekomen met duidelijke Tekenen en met hetgeen jullie verkondigen. Waarom hebben jullie hen dan gedood als jullie streven naar de waarheid?"

فَاِنۡ کَذَّبُوۡکَ فَقَدۡ کُذِّبَ رُسُلٌ مِّنۡ قَبۡلِکَ جَآءُوۡ بِالۡبَیِّنٰتِ وَ الزُّبُرِ وَ الۡکِتٰبِ الۡمُنِیۡرِ ﴿۱۸۴﴾

003.184 Fa-in kaththabooka faqad kuththiba rusulun min qablika jaoo bialbayyinati waalzzuburi waalkitabi almuneeri

3:184 Als zij jou loochenen, weet dan dat de eerdere boodschappers ook werden verloochend, ondanks dat zij met duidelijke tekenen, met de heilige Schriften en met het verlichtende Boek kwamen.

کُلُّ نَفۡسٍ ذَآئِقَۃُ الۡمَوۡتِ ؕ وَ اِنَّمَا تُوَفَّوۡنَ اُجُوۡرَکُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ فَمَنۡ زُحۡزِحَ عَنِ النَّارِ وَ اُدۡخِلَ الۡجَنَّۃَ فَقَدۡ فَازَ ؕ وَ مَا الۡحَیٰوۃُ الدُّنۡیَاۤ اِلَّا مَتَاعُ الۡغُرُوۡرِ ﴿۱۸۵﴾

003.185 Kullu nafsin tha-iqatu almawti wa-innama tuwaffawna ojoorakum yawma alqiyamati faman zuhziha AAani alnnari waodkhila aljannata faqad faza wama alhayatu alddunya illa mataAAu alghuroori

3:185 Iedere ziel zal de dood beproeven en pas op de Dag desoordeels zullen jullie jullie beloningen volledig uitbetaald krijgen. Wie dan weg getrokken wordt van het Vuur en toegelaten wordt tot het Paradijs, dan zeker hij is succesvol. En het wereldse leven is niet anders dan een illusie van vermaak.

لَتُبۡلَوُنَّ فِیۡۤ اَمۡوَالِکُمۡ وَ اَنۡفُسِکُمۡ ۟ وَ لَتَسۡمَعُنَّ مِنَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ وَ مِنَ الَّذِیۡنَ اَشۡرَکُوۡۤا اَذًی کَثِیۡرًا ؕ وَ اِنۡ تَصۡبِرُوۡا وَ تَتَّقُوۡا فَاِنَّ ذٰلِکَ مِنۡ عَزۡمِ الۡاُمُوۡرِ ﴿۱۸۶﴾

003.186 Latublawunna fee amwalikum waanfusikum walatasmaAAunna mina allatheena ootoo alkitaba min qablikum wamina allatheena ashrakoo athan katheeran wa-in tasbiroo watattaqoo fa-inna thalika min AAazmi al-omoori

3:186 Jullie zullen zeker beproefd worden in jullie eigendommen en in julliezelf. En jullie zullen zeker vele pijnlijke dingen horen van degenen aan wie het Boek voorafgaand aan jullie gegeven was en van degenen die deelgenoten aan Allah toekennen. En als jullie geduldig zijn en (Allah) vrezen: voorwaar, dat behoort tot de aanbevolen daden.

وَ اِذۡ اَخَذَ اللّٰہُ مِیۡثَاقَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ لَتُبَیِّنُنَّہٗ لِلنَّاسِ وَ لَا تَکۡتُمُوۡنَہٗ ۫ فَنَبَذُوۡہُ وَرَآءَ ظُہُوۡرِہِمۡ وَ اشۡتَرَوۡا بِہٖ ثَمَنًا قَلِیۡلًا ؕ فَبِئۡسَ مَا یَشۡتَرُوۡنَ ﴿۱۸۷﴾

003.187 Wa-ith akhatha Allahu meethaqa allatheena ootoo alkitaba latubayyinunnahu lilnnasi wala taktumoonahu fanabathoohu waraa thuhoorihim waishtaraw bihi thamanan qaleelan fabi/sa ma yashtaroona

3:187 En gedenk toen Allah een verbond aanging met degenen aan wie het Boek gegeven was:"Maak het voor de mensheid duidelijk en verberg het niet." Toen verwierpen zij het achter hun ruggen en zij verruilde het tegen een kleine prijs. En zeer slecht is hetgeen wat zij hebben gekocht.

لَا تَحۡسَبَنَّ الَّذِیۡنَ یَفۡرَحُوۡنَ بِمَاۤ اَتَوۡا وَّ یُحِبُّوۡنَ اَنۡ یُّحۡمَدُوۡا بِمَا لَمۡ یَفۡعَلُوۡا فَلَا تَحۡسَبَنَّہُمۡ بِمَفَازَۃٍ مِّنَ الۡعَذَابِ ۚ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۱۸۸﴾

003.188 La tahsabanna allatheena yafrahoona bima ataw wayuhibboona an yuhmadoo bima lam yafAAaloo fala tahsabannahum bimafazatin mina alAAathabi walahum AAathabun aleemun

3:188 En denk niet dat degenen die blij zijn met wat zij vericht hebben en die houden om geprezen te worden voor hetgeen zij niet doen (of gedaan hebben), denk dus niet, dat zij aan de bestraffing zullen ontsnappen. En voor hen is er een pijnlijke bestraffing.

وَ لِلّٰہِ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۱۸۹﴾

003.189 Walillahi mulku alssamawati waal-ardi waAllahu AAala kulli shay-in qadeerun

3:189 En aan Allah behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde toe. En Allah is op elk gebied Almachtig.

اِنَّ فِیۡ خَلۡقِ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ اخۡتِلَافِ الَّیۡلِ وَ النَّہَارِ لَاٰیٰتٍ لِّاُولِی الۡاَلۡبَابِ ﴿۱۹۰﴾ۚۙ

003.190 Inna fee khalqi alssamawati waal-ardi waikhtilafi allayli waalnnahari laayatin li-olee al-albabi

3:190 Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en in het afwisselen van de nacht en de dag, daar zijn zeker Tekenen voor bezitters van verstand.

الَّذِیۡنَ یَذۡکُرُوۡنَ اللّٰہَ قِیٰمًا وَّ قُعُوۡدًا وَّ عَلٰی جُنُوۡبِہِمۡ وَ یَتَفَکَّرُوۡنَ فِیۡ خَلۡقِ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ۚ رَبَّنَا مَا خَلَقۡتَ ہٰذَا بَاطِلًا ۚ سُبۡحٰنَکَ فَقِنَا عَذَابَ النَّارِ ﴿۱۹۱﴾

003.191 Allatheena yathkuroona Allaha qiyaman waquAAoodan waAAala junoobihim wayatafakkaroona fee khalqi alssamawati waal-ardi rabbana ma khalaqta hatha batilan subhanaka faqina AAathaba alnnari

3:191 Degenen die Allah gedenken terwijl zij staan, zitten of liggen op hun zijde, en zij denken over de schepping van de hemelen en de aarde na, zeggend:"Onze Heer U heeft dit alles niet als nutteloos geschapen. Glorie behoort tot U, bescherm ons van de bestraffing van het Vuur."

رَبَّنَاۤ اِنَّکَ مَنۡ تُدۡخِلِ النَّارَ فَقَدۡ اَخۡزَیۡتَہٗ ؕ وَ مَا لِلظّٰلِمِیۡنَ مِنۡ اَنۡصَارٍ ﴿۱۹۲﴾

003.192 Rabbana innaka man tudkhili alnnara faqad akhzaytahu wama lilththalimeena min ansarin

3:192 Onze Heer, degenen die U tot de Hel toelaat, U heeft hem dan zeer zeker vernederd en voor de onrechtplegers is er geen helpers.

رَبَّنَاۤ اِنَّنَا سَمِعۡنَا مُنَادِیًا یُّنَادِیۡ لِلۡاِیۡمَانِ اَنۡ اٰمِنُوۡا بِرَبِّکُمۡ فَاٰمَنَّا ٭ۖ رَبَّنَا فَاغۡفِرۡ لَنَا ذُنُوۡبَنَا وَ کَفِّرۡ عَنَّا سَیِّاٰتِنَا وَ تَوَفَّنَا مَعَ الۡاَبۡرَارِ ﴿۱۹۳﴾ۚ

003.193 Rabbana innana samiAAna munadiyan yunadee lil-eemani an aminoo birabbikum faamanna rabbana faighfir lana thunoobana wakaffir AAanna sayyi-atina watawaffana maAAa al-abrari

3:193 Onze Heer, voorwaar, wij hebben een oproeper gehoord die tot het geloof oproept: "Geloof in jullie Heer," Dus geloven wij. Onze Heer, vergeef dus onze zonden voor ons en verwijder van ons onze slechte daden, en laat ons sterven met de vromen.

رَبَّنَا وَ اٰتِنَا مَا وَعَدۡتَّنَا عَلٰی رُسُلِکَ وَ لَا تُخۡزِنَا یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ اِنَّکَ لَا تُخۡلِفُ الۡمِیۡعَادَ ﴿۱۹۴﴾

003.194 Rabbana waatina ma waAAadtana AAala rusulika wala tukhzina yawma alqiyamati innaka la tukhlifu almeeAAada

3:194 Onze Heer, schenk ons wat U via Uw Boodschappers belooft hebt en onteer ons niet op de Dag van de Opstanding. Voorwaar, U verbreekt de belofte niet".

فَاسۡتَجَابَ لَہُمۡ رَبُّہُمۡ اَنِّیۡ لَاۤ اُضِیۡعُ عَمَلَ عَامِلٍ مِّنۡکُمۡ مِّنۡ ذَکَرٍ اَوۡ اُنۡثٰی ۚ بَعۡضُکُمۡ مِّنۡۢ بَعۡضٍ ۚ فَالَّذِیۡنَ ہَاجَرُوۡا وَ اُخۡرِجُوۡا مِنۡ دِیَارِہِمۡ وَ اُوۡذُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِیۡ وَ قٰتَلُوۡا وَ قُتِلُوۡا لَاُکَفِّرَنَّ عَنۡہُمۡ سَیِّاٰتِہِمۡ وَ لَاُدۡخِلَنَّہُمۡ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ ۚ ثَوَابًا مِّنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ عِنۡدَہٗ حُسۡنُ الثَّوَابِ ﴿۱۹۵﴾

003.195 Faistajaba lahum rabbuhum annee la odeeAAu AAamala AAamilin minkum min thakarin aw ontha baAAdukum min baAAdin faallatheena hajaroo waokhrijoo min diyarihim waoothoo fee sabeelee waqataloo waqutiloo laokaffiranna AAanhum sayyi-atihim walaodkhilannahum jannatin tajree min tahtiha al-anharu thawaban min AAindi Allahi waAllahu AAindahu husnu alththawabi

3:195 Toen reageerde hun Heer: "Voorzeker, Ik zal de daden van een werkende onder jullie niet verloren doen gaan, of het nu een man of een vrouw is, jullie komen uit elkaar voort. Dus degenen die emigreerde, en verjaagd werden uit hun huizen, die benadeeld werden op Mijn weg of die vochten en gedood werden, zeker Ik zal hun kwade daden verwijderen. En Ik zal ze zeker in de tuinen met eronder rivieren toelaten. Een beloning van Allah en bij Allah zijn de beste beloningen."

لَا یَغُرَّنَّکَ تَقَلُّبُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا فِی الۡبِلَادِ ﴿۱۹۶﴾ؕ

003.196 La yaghurrannaka taqallubu allatheena kafaroo fee albiladi

3:196 Laat de handeling van de ongelovigen in het land, je niet bedriegen.

مَتَاعٌ قَلِیۡلٌ ۟ ثُمَّ مَاۡوٰىہُمۡ جَہَنَّمُ ؕ وَ بِئۡسَ الۡمِہَادُ ﴿۱۹۷﴾

003.197 MataAAun qaleelun thumma ma/wahum jahannamu wabi/sa almihadu

3:197 Het is een tijdelijke vermaak, daarna is hun verblijf de hel, een ellendig rustplaats.

لٰکِنِ الَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا رَبَّہُمۡ لَہُمۡ جَنّٰتٌ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا نُزُلًا مِّنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ؕ وَ مَا عِنۡدَ اللّٰہِ خَیۡرٌ لِّلۡاَبۡرَارِ ﴿۱۹۸﴾

003.198 Lakini allatheena ittaqaw rabbahum lahum jannatun tajree min tahtiha al-anharu khalideena feeha nuzulan min AAindi Allahi wama AAinda Allahi khayrun lil-abrari

3:198 Maar degenen die hun Heer vrezen, voor hen zullen er Tuinen zijn met stromende rivieren eronder. Zij zullen voor altijd erin vertoeven, een vriendelijkheid van Allah. En wat bij Allah is, is het beste voor de rechtvaardigen.

وَ اِنَّ مِنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ لَمَنۡ یُّؤۡمِنُ بِاللّٰہِ وَ مَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکُمۡ وَ مَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡہِمۡ خٰشِعِیۡنَ لِلّٰہِ ۙ لَا یَشۡتَرُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ ثَمَنًا قَلِیۡلًا ؕ اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ اَجۡرُہُمۡ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ سَرِیۡعُ الۡحِسَابِ ﴿۱۹۹﴾

003.199 Wa-inna min ahli alkitabi laman yu/minu biAllahi wama onzila ilaykum wama onzila ilayhim khashiAAeena lillahi la yashtaroona bi-ayati Allahi thamanan qaleelan ola-ika lahum ajruhum AAinda rabbihim inna Allaha sareeAAu alhisabi

3:199 En voorzeker, onder de mensen van het Boek, zijn er die in Allah geloven en wat aan jou (Mohammed) geopenbaard is en wat aan hen geopenbaard is. Ze zijn nederig onderdanig tot Allah. Zij verruilen de verzen van Allah niet voor een kleine prijs. Zij, voor hen zijn er beloningen bij hun Heer. Voorzeker, Allah is snel in het afrekenen.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا اصۡبِرُوۡا وَ صَابِرُوۡا وَ رَابِطُوۡا ۟ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ لَعَلَّکُمۡ تُفۡلِحُوۡنَ ﴿۲۰۰﴾٪

003.200 Ya ayyuha allatheena amanoo isbiroo wasabiroo warabitoo waittaqoo Allaha laAAallakum tuflihoona

3:200 O jullie die geloven, wees standvastig, geduldig, behoudend en vrees Allah, zodat jullie succesvol zullen zijn.


www.kuran.nl