Loqmaan

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

الٓـمّٓ ۚ﴿۱﴾

031.001 Alif-lam-meem

Alief Lam Mim. A[lif] L[aam] M[iem].

تِلۡکَ اٰیٰتُ الۡکِتٰبِ الۡحَکِیۡمِ ۙ﴿۲﴾

031.002 Tilka ayatu alkitabi alhakeemi

Dit zijn de Verzen van het wijze Boek. Dit zijn de tekenen van het wijze boek;

ہُدًی وَّ رَحۡمَۃً لِّلۡمُحۡسِنِیۡنَ ۙ﴿۳﴾

031.003 Hudan warahmatan lilmuhsineena

Als Leiding en Barmhartigheid voor de weldoeners. een leidraad en barmhartigheid voor hen die goed doen,

الَّذِیۡنَ یُقِیۡمُوۡنَ الصَّلٰوۃَ وَ یُؤۡتُوۡنَ الزَّکٰوۃَ وَ ہُمۡ بِالۡاٰخِرَۃِ ہُمۡ یُوۡقِنُوۡنَ ؕ﴿۴﴾

031.004 Allatheena yuqeemoona alssalata wayu/toona alzzakata wahum bial-akhirati hum yooqinoona

Degenen die de shalat onderhouden en de zakat geven, en zij zijn overtuigd van het Hiernamaals. die de salaat verrichten en de zakaat geven terwijl zij van het hiernamaals vast overtuigd zijn.

اُولٰٓئِکَ عَلٰی ہُدًی مِّنۡ رَّبِّہِمۡ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُفۡلِحُوۡنَ ﴿۵﴾

031.005 Ola-ika AAala hudan min rabbihim waola-ika humu almuflihoona

Zij zijn het die de Leiding van hun Heer volgen en zij zijn de welslagenden. Zij volgen de leidraad van hun Heer en zij zijn het die het welgaat.

وَ مِنَ النَّاسِ مَنۡ یَّشۡتَرِیۡ لَہۡوَ الۡحَدِیۡثِ لِیُضِلَّ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ ٭ۖ وَّ یَتَّخِذَہَا ہُزُوًا ؕ اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ عَذَابٌ مُّہِیۡنٌ ﴿۶﴾

031.006 Wamina alnnasi man yashtaree lahwa alhadeethi liyudilla AAan sabeeli Allahi bighayri AAilmin wayattakhithaha huzuwan ola-ika lahum AAathabun muheenun

En er zijn er onder de mensen die onzinnige praat kopen om te doen afdwalen van de Weg van Allah, zonder kennis, en die het (de Islam) bespotten. Zij zijn degenen voor wie er een vernederende bestraffing is. Onder de mensen zijn er die kletspraat verkopen om zonder kennis van Allah's weg af te laten dwalen en er de spot mee te drijven. Zij zijn het voor wie er een vernederende bestraffing is.

وَ اِذَا تُتۡلٰی عَلَیۡہِ اٰیٰتُنَا وَلّٰی مُسۡتَکۡبِرًا کَاَنۡ لَّمۡ یَسۡمَعۡہَا کَاَنَّ فِیۡۤ اُذُنَیۡہِ وَقۡرًا ۚ فَبَشِّرۡہُ بِعَذَابٍ اَلِیۡمٍ ﴿۷﴾

031.007 Wa-itha tutla AAalayhi ayatuna walla mustakbiran kaan lam yasmaAAha kaanna fee othunayhi waqran fabashshirhu biAAathabin aleemin

En wanneer onze Verzen aan hem worden voorgedragen, dan wendt hij zich er hoogmoedig van af, alsof hij ze niet hoort. Het is alsof er in zijn oren doofheid is. Verkondig hem daarom een pijnlijke bestraffing. En wanneer aan hem Onze tekenen worden voorgelezen dan keert hij zich hoogmoedig om alsof hij ze niet gehoord heeft, alsof in zijn oren hardhorendheid is. Verkondig hem dan een pijnlijke bestraffing.

اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ لَہُمۡ جَنّٰتُ النَّعِیۡمِ ۙ﴿۸﴾

031.008 Inna allatheena amanoo waAAamiloo alssalihati lahum jannatu alnnaAAeemi

Voorwaar, degenen die geloven en goede werken verrichten: voor hen zijn er de Tuinen van gelukzaligheid (het Paradijs). Zij die geloven en de deugdelijke daden doen, voor hen zijn de tuinen van de gelukzaligheid,

خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقًّا ؕ وَ ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۹﴾

031.009 Khalideena feeha waAAda Allahi haqqan wahuwa alAAazeezu alhakeemu

Zij Zijn eeuwig levenden daarin, als een belofte van Allah die waar is, en Hij is de Almachtige, de Alwijze. waarin zij altijd zullen blijven. Dat is in waarheid Allah's toezegging. Hij is de machtige, de wijze.

خَلَقَ السَّمٰوٰتِ بِغَیۡرِ عَمَدٍ تَرَوۡنَہَا وَ اَلۡقٰی فِی الۡاَرۡضِ رَوَاسِیَ اَنۡ تَمِیۡدَ بِکُمۡ وَ بَثَّ فِیۡہَا مِنۡ کُلِّ دَآبَّۃٍ ؕ وَ اَنۡزَلۡنَا مِنَ السَّمَآءِ مَآءً فَاَنۡۢبَتۡنَا فِیۡہَا مِنۡ کُلِّ زَوۡجٍ کَرِیۡمٍ ﴿۱۰﴾

031.010 Khalaqa alssamawati bighayri AAamadin tarawnaha waalqa fee al-ardi rawasiya an tameeda bikum wabaththa feeha min kulli dabbatin waanzalna mina alssama-i maan faanbatna feeha min kulli zawjin kareemin

Hij schiep de hemelen en de aarde, zonder pilaren die jullie kunnen zien, en Hij plaatste op de aarde bergen opdat zij jullie niet zou doen wankelen, en Hij verspreidde daarop allerlei soorten dieren. En Wij zenden water uit de hemel, waarna Wij er allerlei soorten rijke gewassen op doen groeien. Hij heeft de hemelen zonder steun die je kunt zien geschapen en Hij heeft op de aarde stevige bergen aangebracht zodat zij jullie niet aan het wankelen zou brengen. En Hij heeft er allerlei dieren op verspreid. En Wij hebben uit de hemel water laten neerdalen en Wij hebben er allerlei voortreffelijke soorten op laten groeien.

ہٰذَا خَلۡقُ اللّٰہِ فَاَرُوۡنِیۡ مَاذَا خَلَقَ الَّذِیۡنَ مِنۡ دُوۡنِہٖ ؕ بَلِ الظّٰلِمُوۡنَ فِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ﴿٪۱۱﴾

031.011 Hatha khalqu Allahi faaroonee matha khalaqa allatheena min doonihi bali alththalimoona fee dalalin mubeenin

Dat is de schepping van Allah. Toont Mij wat degenen buiten Allah hebben geschapen. Maar de onrechtplegers verkeren in duidelijke dwaling. Dit is Allah's schepping. Laat mij dan zien wat zij geschapen hebben die er buiten Hem nog zouden zijn. Welnee, de onrechtplegers verkeren in duidelijke dwaling.

وَ لَقَدۡ اٰتَیۡنَا لُقۡمٰنَ الۡحِکۡمَۃَ اَنِ اشۡکُرۡ لِلّٰہِ ؕ وَ مَنۡ یَّشۡکُرۡ فَاِنَّمَا یَشۡکُرُ لِنَفۡسِہٖ ۚ وَ مَنۡ کَفَرَ فَاِنَّ اللّٰہَ غَنِیٌّ حَمِیۡدٌ ﴿۱۲﴾

031.012 Walaqad atayna luqmana alhikmata ani oshkur lillahi waman yashkur fa-innama yashkuru linafsihi waman kafara fa-inna Allaha ghaniyyun hameedun

En voorzeker, Wij hebben Loeqman de wijsheid geschonken: wees Allah dankbaar. En wie dankbaar is, is slechts dankbaar voor zichzelf; en wie ondankbaar is: voorwaar, Allah is Behoefteloos, Geprezen. Wij hadden aan Loekmaan de wijsheid gegeven, dat hij aan Allah dank moest betuigen. En wie dank betuigt doet dat slechts in zijn eigen voordeel en wie ondankbaar is, Allah is behoefteloos en lofwaardig.

وَ اِذۡ قَالَ لُقۡمٰنُ لِابۡنِہٖ وَ ہُوَ یَعِظُہٗ یٰبُنَیَّ لَا تُشۡرِکۡ بِاللّٰہِ ؕؔ اِنَّ الشِّرۡکَ لَظُلۡمٌ عَظِیۡمٌ ﴿۱۳﴾

031.013 Wa-ith qala luqmanu liibnihi wahuwa yaAAithuhu ya bunayya la tushrik biAllahi inna alshshirka lathulmun AAatheemun

En (gedenkt) toen Loeqman tot zijn zoon zei, hem raad gevende: "o mijn zoon, ken Allah geen deelgenoten toe: voorwaar, het toekennen van deelgenoten (aan Allah) is zeker een geweldig onrecht." Toen Loekmaan zijn zoon vermanend toesprak: "Mijn zoon, bedrijf geen veelgodendienst, want veelgodendienst is een geweldig misdrijf."

وَ وَصَّیۡنَا الۡاِنۡسَانَ بِوَالِدَیۡہِ ۚ حَمَلَتۡہُ اُمُّہٗ وَہۡنًا عَلٰی وَہۡنٍ وَّ فِصٰلُہٗ فِیۡ عَامَیۡنِ اَنِ اشۡکُرۡ لِیۡ وَ لِوَالِدَیۡکَ ؕ اِلَیَّ الۡمَصِیۡرُ ﴿۱۴﴾

031.014 Wawassayna al-insana biwalidayhi hamalat-hu ommuhu wahnan AAala wahnin wafisaluhu fee AAamayni ani oshkur lee waliwalidayka ilayya almaseeru

En Wij bevolen de mens (goedheid) jegens zijn ouders. Zijn moeder droeg heen in zwakheid op zwakheid, en het zogen van hem duurde twee jaren. Wees daarom Mij en jouw ouders dankbaar. Tot Mij is de terugkeer. En Wij hebben de mens met betrekking tot zijn ouders opgedragen -- zijn moeder heeft hem immers in grote zwakheid gedragen en totdat hij gespeend werd waren het nog twee jaar --: "Jij moet Mij en jouw ouders dank betuigen. Bij Mij is de bestemming.

وَ اِنۡ جَاہَدٰکَ عَلٰۤی اَنۡ تُشۡرِکَ بِیۡ مَا لَیۡسَ لَکَ بِہٖ عِلۡمٌ ۙ فَلَا تُطِعۡہُمَا وَ صَاحِبۡہُمَا فِی الدُّنۡیَا مَعۡرُوۡفًا ۫ وَّ اتَّبِعۡ سَبِیۡلَ مَنۡ اَنَابَ اِلَیَّ ۚ ثُمَّ اِلَیَّ مَرۡجِعُکُمۡ فَاُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۵﴾

031.015 Wa-in jahadaka AAala an tushrika bee ma laysa laka bihi AAilmun fala tutiAAhuma wasahibhuma fee alddunya maAAroofan waittabiAA sabeela man anaba ilayya thumma ilayya marjiAAukum faonabbi-okum bima kuntum taAAmaloona

En als zij jou dwingen dat jij iets aan Mij toekent, zonder dat jij er kennis over hebt: gehoorzaam ham dan niet. En vergezel hen vriendelijk op de wereld. En volg de Weg van degenen die zich tot Mij hebben gewend. Daarna is tot Mij jullie terugkeer. Dan zal Ik jullie op de hoogte brengen van wat jullie plachten te doen. Als zij er echter bij jou op aandringen aan Mij metgezellen toe te voegen, waarvan jij geen kennis hebt, gehoorzaam hun dan niet. En ga in het tegenwoordige leven behoorlijk met hen om en volg de weg van wie zich schuldbewust tot Mij wendt. Daarna zal tot Mij jullie terugkeer zijn. Ik zal jullie dan meedelen wat jullie aan het doen waren."

یٰبُنَیَّ اِنَّہَاۤ اِنۡ تَکُ مِثۡقَالَ حَبَّۃٍ مِّنۡ خَرۡدَلٍ فَتَکُنۡ فِیۡ صَخۡرَۃٍ اَوۡ فِی السَّمٰوٰتِ اَوۡ فِی الۡاَرۡضِ یَاۡتِ بِہَا اللّٰہُ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَطِیۡفٌ خَبِیۡرٌ ﴿۱۶﴾

031.016 Ya bunayya innaha in taku mithqala habbatin min khardalin fatakun fee sakhratin aw fee alssamawati aw fee al-ardi ya/ti biha Allahu inna Allaha lateefun khabeerun

(Loeqman zei:) "o, mijn zoon, ook al is er iets dat slechts, het gewicht van een mosterdzaadje heeft, dat zich in een rots bevindt, of in de hemelen, of in de aarde: Allah zal het tevoorschijn brengen. Voorwaar, Allah is Zachtmoedig, Alwetend. "Mijn zoon, al gaat het om het gewicht van een mosterdzaadje en al was het in een rots of in de hemelen of op de aarde, Allah zal het brengen. Allah is welwillend en welingelicht.

یٰبُنَیَّ اَقِمِ الصَّلٰوۃَ وَ اۡمُرۡ بِالۡمَعۡرُوۡفِ وَ انۡہَ عَنِ الۡمُنۡکَرِ وَ اصۡبِرۡ عَلٰی مَاۤ اَصَابَکَ ؕ اِنَّ ذٰلِکَ مِنۡ عَزۡمِ الۡاُمُوۡرِ ﴿ۚ۱۷﴾

031.017 Ya bunayya aqimi alssalata wa/mur bialmaAAroofi wainha AAani almunkari waisbir AAala ma asabaka inna thalika min AAazmi al-omoori

O mijn zoon, onderhoud de shalat en roep op tot het goede en weerhoud van het verwerpelijke. En wees geduldig met wat jou treft. Voorwaar, dat behoort tot de aanbevolen daden. Mijn zoon, verricht de salaat, gebied het behoorlijke en verbied het verwerpelijke. En verdraag geduldig wat je treft, dat is een zaak van vastbeslotenheid.

وَ لَا تُصَعِّرۡ خَدَّکَ لِلنَّاسِ وَ لَا تَمۡشِ فِی الۡاَرۡضِ مَرَحًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُحِبُّ کُلَّ مُخۡتَالٍ فَخُوۡرٍ ﴿ۚ۱۸﴾

031.018 Wala tusaAAAAir khaddaka lilnnasi wala tamshi fee al-ardi marahan inna Allaha la yuhibbu kulla mukhtalin fakhoorin

En wend jouw gezicht niet af van de mensen en loop niet trots op aarde: voorwaar, Allah houdt van geen enkele verwaande opschepper. Wend je wang niet hoogmoedig van de mensen af en loop niet verwaand op de aarde rond. Allah bemint geen enkele ingebeelde en verwaande.

وَ اقۡصِدۡ فِیۡ مَشۡیِکَ وَ اغۡضُضۡ مِنۡ صَوۡتِکَ ؕ اِنَّ اَنۡکَرَ الۡاَصۡوَاتِ لَصَوۡتُ الۡحَمِیۡرِ ﴿٪۱۹﴾

031.019 Waiqsid fee mashyika waoghdud min sawtika inna ankara al-aswati lasawtu alhameeri

En wees gematigd in jouw (manier van) lopen en spreek met een zachte stem: voorwaar, de meest verafschuwde van de stemmen is zeker de stem van de ezel." En wees gematigd in je lopen en spreek met zachte stem. De afschuwelijkste stem is immers de stem van ezels."

اَلَمۡ تَرَوۡا اَنَّ اللّٰہَ سَخَّرَ لَکُمۡ مَّا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ وَ اَسۡبَغَ عَلَیۡکُمۡ نِعَمَہٗ ظَاہِرَۃً وَّ بَاطِنَۃً ؕ وَ مِنَ النَّاسِ مَنۡ یُّجَادِلُ فِی اللّٰہِ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ وَّ لَا ہُدًی وَّ لَا کِتٰبٍ مُّنِیۡرٍ ﴿۲۰﴾

031.020 Alam taraw anna Allaha sakhkhara lakum ma fee alssamawati wama fee al-ardi waasbagha AAalaykum niAAamahu thahiratan wabatinatan wamina alnnasi man yujadilu fee Allahi bighayri AAilmin wala hudan wala kitabin muneerin

Zien jullie niet dat Allah wat zich in de hemelen en op de aarde bevindt aan jullie dienstbaar heeft gemaakt? En Hij heeft Zijn gunsten voor jullie vervolmaakt, zichtbaar en onzichtbaar. En er zijn er onder de mensen die over Allah redetwisten zonder kennis, zonder Leiding en zonder verlichtend Boek. Hebben jullie niet gezien dat Allah voor jullie wat er in de hemelen en wat er op de aarde is dienstbaar heeft gemaakt en dat Hij Zijn weldaden aan jullie uiterlijk en innerlijk vervolmaakt? Er zijn mensen die zonder kennis, zonder leidraad en zonder verlichtend boek over Allah twisten.

وَ اِذَا قِیۡلَ لَہُمُ اتَّبِعُوۡا مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ قَالُوۡا بَلۡ نَتَّبِعُ مَا وَجَدۡنَا عَلَیۡہِ اٰبَآءَنَا ؕ اَوَ لَوۡ کَانَ الشَّیۡطٰنُ یَدۡعُوۡہُمۡ اِلٰی عَذَابِ السَّعِیۡرِ ﴿۲۱﴾

031.021 Wa-itha qeela lahumu ittabiAAoo ma anzala Allahu qaloo bal nattabiAAu ma wajadna AAalayhi abaana awa law kana alshshaytanu yadAAoohum ila AAathabi alssaAAeeri

En wanneer tot hen wordt gezegd: "Volgt wat Allah heeft neergezonden," dan zeggen zij: "Nee, wij volgen dat wat wij bij onze vaderen aantroffen." Zelfs als de Satan hen tot de bestraffing van de Hel roept? En als tot hen gezegd wordt: "Volgt wat Allah heeft neergezonden na", zeggen zij: "Welnee, wij volgen dat na waarvan wij merken dat onze vaderen zich eraan hielden." Ook dan soms, als de satans hen tot de bestraffing van de vuurgloed oproepen?

وَ مَنۡ یُّسۡلِمۡ وَجۡہَہٗۤ اِلَی اللّٰہِ وَ ہُوَ مُحۡسِنٌ فَقَدِ اسۡتَمۡسَکَ بِالۡعُرۡوَۃِ الۡوُثۡقٰی ؕ وَ اِلَی اللّٰہِ عَاقِبَۃُ الۡاُمُوۡرِ ﴿۲۲﴾

031.022 Waman yuslim wajhahu ila Allahi wahuwa muhsinun faqadi istamsaka bialAAurwati alwuthqa wa-ila Allahi AAaqibatu al-omoori

En wie zich geheel aan Allah overgeeft terwijl hij een weldoener is: waarlijk, die heeft het stevige houvast gegrepen. En bij Allah is het einde van de dingen. En wie zich geheel aan Allah overgeeft en goed doet, die houdt de stevigste handgreep vast. En de uiteindelijke beschikkingen berusten bij Allah.

وَ مَنۡ کَفَرَ فَلَا یَحۡزُنۡکَ کُفۡرُہٗ ؕ اِلَیۡنَا مَرۡجِعُہُمۡ فَنُنَبِّئُہُمۡ بِمَا عَمِلُوۡا ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌۢ بِذَاتِ الصُّدُوۡرِ ﴿۲۳﴾

031.023 Waman kafara fala yahzunka kufruhu ilayna marjiAAuhum fanunabbi-ohum bima AAamiloo inna Allaha AAaleemun bithati alssudoori

En wie niet gelooft, laat diens ongeloof jou niet bedroeven, tot ons is hun terugkeer. Daarop zullen Wij hun op de hoogte brengen van wat zij bedreven. Voorwaar, Allah is Alwetend over wat zich in de hanen bevindt. En als iemand ongelovig is, laat dan zijn ongeloof jou niet bedroefd maken. Tot Ons is hun terugkeer en Wij zullen hun meedelen wat zij deden. Allah weet wat er binnen in de harten is.

نُمَتِّعُہُمۡ قَلِیۡلًا ثُمَّ نَضۡطَرُّہُمۡ اِلٰی عَذَابٍ غَلِیۡظٍ ﴿۲۴﴾

031.024 NumattiAAuhum qaleelan thumma nadtarruhum ila AAathabin ghaleethin

Wij doen hen een weinig genieten en vervolgens dwingen Wij hen naar een zware bestraffing, Wij zullen hen nog kort laten genieten, maar dan zullen Wij hen naar een harde bestraffing drijven.

وَ لَئِنۡ سَاَلۡتَہُمۡ مَّنۡ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ لَیَقُوۡلُنَّ اللّٰہُ ؕ قُلِ الۡحَمۡدُ لِلّٰہِ ؕ بَلۡ اَکۡثَرُہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۲۵﴾

031.025 Wala-in saaltahum man khalaqa alssamawati waal-arda layaqoolunna Allahu quli alhamdu lillahi bal aktharuhum la yaAAlamoona

En als jij hun vraagt wie de hemelen en de aardde geschapen heeft, dan zeggen zij zeker: "Allah." Zeg: "Alle lof zij Allah." Maar de meesten van hen weten het niet. En als jij hun vraagt wie de hemelen en de aarde geschapen heeft zeggen zij: "Allah." Zeg: "Lof zij Allah!" Maar de meesten van hen weten het niet.

لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ ہُوَ الۡغَنِیُّ الۡحَمِیۡدُ ﴿۲۶﴾

031.026 Lillahi ma fee alssamawati waal-ardi inna Allaha huwa alghaniyyu alhameedu

Aan Allah behoort wat zich in de hemelen en op de aarde bevindt. Voorwaar, Hij is de Behoefteloze, de Geprezene. Van Allah is wat er in de hemelen en op de aarde is. Allah is de behoefteloze, de lofwaardige.

وَ لَوۡ اَنَّ مَا فِی الۡاَرۡضِ مِنۡ شَجَرَۃٍ اَقۡلَامٌ وَّ الۡبَحۡرُ یَمُدُّہٗ مِنۡۢ بَعۡدِہٖ سَبۡعَۃُ اَبۡحُرٍ مَّا نَفِدَتۡ کَلِمٰتُ اللّٰہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَزِیۡزٌ حَکِیۡمٌ ﴿۲۷﴾

031.027 Walaw annama fee al-ardi min shajaratin aqlamun waalbahru yamudduhu min baAAdihi sabAAatu abhurin ma nafidat kalimatu Allahi inna Allaha AAazeezun hakeemun

En als alle bomen op de aarde pennen waren en de zee (inkt), waarna er nog zeven zeen (met inkt) aan toegevoegd zouden worden, dan nog zouden de Woorden van Allah niet zijn uitgeput. Voorwaar, Allah is Almachtig, Alwijs. Zelfs al waren de bomen die er op de aarde zijn pennen en al werd de zee [als inkt gebruikt en] daarna nog eens met zeven zeen aangevuld, dan waren Allah's woorden nog niet uitgeput. Allah is machtig en wijs.

مَا خَلۡقُکُمۡ وَ لَا بَعۡثُکُمۡ اِلَّا کَنَفۡسٍ وَّاحِدَۃٍ ؕ اِنَّ اللّٰہَ سَمِیۡعٌۢ بَصِیۡرٌ ﴿۲۸﴾

031.028 Ma khalqukum wala baAAthukum illa kanafsin wahidatin inna Allaha sameeAAun baseerun

De schepping van jullie en jullie opwekking is (voor Allah) slechts als die van n ziel. Voorwaar, Allah is Alhorend, Alziend. Jullie schepping en jullie opwekking is niet anders dan als van n persoon. Allah is horend en doorziend.

اَلَمۡ تَرَ اَنَّ اللّٰہَ یُوۡلِجُ الَّیۡلَ فِی النَّہَارِ وَ یُوۡلِجُ النَّہَارَ فِی الَّیۡلِ وَ سَخَّرَ الشَّمۡسَ وَ الۡقَمَرَ ۫ کُلٌّ یَّجۡرِیۡۤ اِلٰۤی اَجَلٍ مُّسَمًّی وَّ اَنَّ اللّٰہَ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرٌ ﴿۲۹﴾

031.029 Alam tara anna Allaha yooliju allayla fee alnnahari wayooliju alnnahara fee allayli wasakhkhara alshshamsa waalqamara kullun yajree ila ajalin musamman waanna Allaha bima taAAmaloona khabeerun

Zie jij niet dat Allah de nacht in de dag doet overgaan en Hij de dag doet overgaan in de nacht en Hij de zon en de maan dienstbaar heeft gemaakt en dat allen tot een vastgesteld tijdstip bewegen? En voorwaar, Allah is Alwetend over wat jullie doen. Heb jij niet gezien dat Allah de nacht laat overgaan in de dag en de dag laat overgaan in de nacht, dat Hij de zon en de maan dienstbaar gemaakt heeft, dat alles tot een vastgestelde termijn loopt en dat Allah welingelicht is over wat jullie doen?

ذٰلِکَ بِاَنَّ اللّٰہَ ہُوَ الۡحَقُّ وَ اَنَّ مَا یَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِہِ الۡبَاطِلُ ۙ وَ اَنَّ اللّٰہَ ہُوَ الۡعَلِیُّ الۡکَبِیۡرُ ﴿٪۳۰﴾

031.030 Thalika bi-anna Allaha huwa alhaqqu waanna ma yadAAoona min doonihi albatilu waanna Allaha huwa alAAaliyyu alkabeeru

Dat is zo omdat Allah de Waarheid is en omdat wat zij naast Hem aanroepen de valsheid is. En omdat Allah de Verhevene, de Grootste is. Dat is zo omdat Allah de waarheid is en omdat wat zij buiten Hem aanroepen de onwaarheid is en omdat Allah de verhevene, de grote is.

اَلَمۡ تَرَ اَنَّ الۡفُلۡکَ تَجۡرِیۡ فِی الۡبَحۡرِ بِنِعۡمَتِ اللّٰہِ لِیُرِیَکُمۡ مِّنۡ اٰیٰتِہٖ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّکُلِّ صَبَّارٍ شَکُوۡرٍ ﴿۳۱﴾

031.031 Alam tara anna alfulka tajree fee albahri biniAAmati Allahi liyuriyakum min ayatihi inna fee thalika laayatin likulli sabbarin shakoorin

Zie jij niet dat de schepen op de zee varen door de gunst van Allah, opdat Hij jullie van Zijn Tekenen laat zien? Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor iedere gelovige en dankbare. Heb jij niet gezien dat de schepen door Allah's genade op zee varen om jullie iets van Zijn tekenen te tonen? In de schepen zijn zeker tekenen voor ieder die geduldig volhardt en die dank betuigt.

وَ اِذَا غَشِیَہُمۡ مَّوۡجٌ کَالظُّلَلِ دَعَوُا اللّٰہَ مُخۡلِصِیۡنَ لَہُ الدِّیۡنَ ۬ۚ فَلَمَّا نَجّٰہُمۡ اِلَی الۡبَرِّ فَمِنۡہُمۡ مُّقۡتَصِدٌ ؕ وَ مَا یَجۡحَدُ بِاٰیٰتِنَاۤ اِلَّا کُلُّ خَتَّارٍ کَفُوۡرٍ ﴿۳۲﴾

031.032 Wa-itha ghashiyahum mawjun kaalththulali daAAawoo Allaha mukhliseena lahu alddeena falamma najjahum ila albarri faminhum muqtasidun wama yajhadu bi-ayatina illa kullu khattarin kafoorin

En wanneer golven als wolken hen bedekken roepen zij Allah aan, Hem zuiver aanbiddend. Wanneer Wij hen dan hebben gered en aan land hebben gebracht, dan zijn er onder hen die gematigd (tussen geloof en ongeloof) zijn. En niemand anders ontkent onze Tekenen dan iedere verrader en ondankbare. En als golven hen als stapelwolken overdekken roepen zij Allah aan, waarbij zij de godsdienst geheel aan Hem wijden. En wanneer Hij hen gered en aan land gebracht heeft, dan zijn er onder hen gematigden, maar Onze tekenen worden slechts verworpen door ieder die trouweloos en ondankbaar is.

یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ اتَّقُوۡا رَبَّکُمۡ وَ اخۡشَوۡا یَوۡمًا لَّا یَجۡزِیۡ وَالِدٌ عَنۡ وَّلَدِہٖ ۫ وَ لَا مَوۡلُوۡدٌ ہُوَ جَازٍ عَنۡ وَّالِدِہٖ شَیۡئًا ؕ اِنَّ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقٌّ فَلَا تَغُرَّنَّکُمُ الۡحَیٰوۃُ الدُّنۡیَا ٝ وَ لَا یَغُرَّنَّکُمۡ بِاللّٰہِ الۡغَرُوۡرُ ﴿۳۳﴾

031.033 Ya ayyuha alnnasu ittaqoo rabbakum waikhshaw yawman la yajzee walidun AAan waladihi wala mawloodun huwa jazin AAan walidihi shay-an inna waAAda Allahi haqqun fala taghurrannakumu alhayatu alddunya wala yaghurrannakum biAllahi algharooru

O mensen, vrees jullie Heer en wees bevreesd voor een Dag waarop een vader zijn zoon niet van nut kan zijn, noch een zoon zijn vader in iets van nut kan zijn. Voorwaar, de belofte van Allah is waar, Laat daarom het wereldse leven jullie niet verleider en hat de verleider jullie niet van Allah wegleiden. Jullie mensen! Vreest jullie Heer en vreest een dag waarop geen ouder voor zijn kind kan betalen en geen kind ook maar iets voor zijn ouder kan betalen! Allah's aanzegging is waar. Laat het tegenwoordige leven jullie dus niet begoochelen en laat de begoochelaar jullie niet met betrekking tot Allah begoochelen.

اِنَّ اللّٰہَ عِنۡدَہٗ عِلۡمُ السَّاعَۃِ ۚ وَ یُنَزِّلُ الۡغَیۡثَ ۚ وَ یَعۡلَمُ مَا فِی الۡاَرۡحَامِ ؕ وَ مَا تَدۡرِیۡ نَفۡسٌ مَّاذَا تَکۡسِبُ غَدًا ؕ وَ مَا تَدۡرِیۡ نَفۡسٌۢ بِاَیِّ اَرۡضٍ تَمُوۡتُ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌ خَبِیۡرٌ ﴿٪۳۴﴾

031.034 Inna Allaha AAindahu AAilmu alssaAAati wayunazzilu alghaytha wayaAAlamu ma fee al-arhami wama tadree nafsun matha taksibu ghadan wama tadree nafsun bi-ayyi ardin tamootu inna Allaha AAaleemun khabeerun

Voorwaar, Allah beschikt over de kennis van het Uur, en Hij zendt de regen neer, en Hij kent wat zich in de schoten bevindt. En niemand weet wat hij morgen zal doen. En niemand weet op welke grond hij zal sterven. Voorwaar, Allah is van alles op de hoogte, Alwetend. Allah, bij Hem is de kennis van het uur, Hij laat de regen neerdalen en Hij weet wat er in de moederschoten is. Niemand weet wat hij morgen ten uitvoer zal brengen en niemand weet in welk land hij zal sterven. Allah is wetend en welingelicht.


www.kuran.nl