4 An-Nisa

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ اتَّقُوۡا رَبَّکُمُ الَّذِیۡ خَلَقَکُمۡ مِّنۡ نَّفۡسٍ وَّاحِدَۃٍ وَّ خَلَقَ مِنۡہَا زَوۡجَہَا وَ بَثَّ مِنۡہُمَا رِجَالًا کَثِیۡرًا وَّ نِسَآءً ۚ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ الَّذِیۡ تَسَآءَلُوۡنَ بِہٖ وَ الۡاَرۡحَامَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلَیۡکُمۡ رَقِیۡبًا ﴿۱﴾

004.001 Ya ayyuha alnnasu ittaqoo rabbakumu allathee khalaqakum min nafsin wahidatin wakhalaqa minha zawjaha wabaththa minhuma rijalan katheeran wanisaan waittaqoo Allaha allathee tasaaloona bihi waal-arhama inna Allaha kana AAalaykum raqeeban

4:1 O mensheid! Vrees jullie Heer, (Hij is) Degene Die jullie vanuit één enkele Nafs (Adam) creëerde. En Die daaruit zijn echtgenote schiep en (vervolgens) uit beiden vele mannen en vrouwen deed verspreiden. En vrees Allah bij wie jullie je rechten ten opzichte van elkaar en van de baarmoeders (nakomelingen) toe claimen. Voorzeker, Allah is altijd Waakzaam over jullie.

وَ اٰتُوا الۡیَتٰمٰۤی اَمۡوَالَہُمۡ وَ لَا تَتَبَدَّلُوا الۡخَبِیۡثَ بِالطَّیِّبِ ۪ وَ لَا تَاۡکُلُوۡۤا اَمۡوَالَہُمۡ اِلٰۤی اَمۡوَالِکُمۡ ؕ اِنَّہٗ کَانَ حُوۡبًا کَبِیۡرًا ﴿۲﴾

004.002 Waatoo alyatama amwalahum wala tatabaddaloo alkhabeetha bialttayyibi wala ta/kuloo amwalahum ila amwalikum innahu kana hooban kabeeran

4:2 En geef de wezen (wanneer zij volwassen worden) hun rijkdommen terug. En verruil het slechte van jullie niet met het goede van hen. En consumeer hun rijkdommen niet door het te vermengen met jullie eigendommen. Voorwaar, het is een grote zonde.

وَ اِنۡ خِفۡتُمۡ اَلَّا تُقۡسِطُوۡا فِی الۡیَتٰمٰی فَانۡکِحُوۡا مَا طَابَ لَکُمۡ مِّنَ النِّسَآءِ مَثۡنٰی وَ ثُلٰثَ وَ رُبٰعَ ۚ فَاِنۡ خِفۡتُمۡ اَلَّا تَعۡدِلُوۡا فَوَاحِدَۃً اَوۡ مَا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُکُمۡ ؕ ذٰلِکَ اَدۡنٰۤی اَلَّا تَعُوۡلُوۡا ؕ﴿۳﴾

004.003 Wa-in khiftum alla tuqsitoo fee alyatama fainkihoo ma taba lakum mina alnnisa-i mathna wathulatha warubaAAa fa-in khiftum alla taAAdiloo fawahidatan aw ma malakat aymanukum thalika adna alla taAAooloo

4:3 En als jullie vrezen dat jullie niet in staat zijn rechtvaardig te handelen tegen over de (vrouwelijke) wezen, trouw dan met andere vrouwen (van jullie keuze) die geschikt zijn voor jullie, twee, drie of vier. Maar als jullie vrezen dat jullie niet rechtvaardig kunnen handelen naar hen toe, trouw dan met één vrouw of wat jullie rechterhanden (aan slavinnen of gevangenen) bezitten. Dit is meer deugdelijk zodat jullie (de vrouwelijke wezen) niet zullen onderdrukken.

وَ اٰتُوا النِّسَآءَ صَدُقٰتِہِنَّ نِحۡلَۃً ؕ فَاِنۡ طِبۡنَ لَکُمۡ عَنۡ شَیۡءٍ مِّنۡہُ نَفۡسًا فَکُلُوۡہُ ہَنِیۡٓــًٔا مَّرِیۡٓــًٔا ﴿۴﴾

004.004 Waatoo alnnisaa saduqatihinna nihlatan fa-in tibna lakum AAan shay-in minhu nafsan fakuloohu hanee-an maree-an

4:4 En geef de vrouwen hun bruidsschatten op een vriendelijke manier. Maar als zij iets ervan aan jullie vrijwillig teruggeven, eet het dan in tevredenheid en gemak.

وَ لَا تُؤۡتُوا السُّفَہَآءَ اَمۡوَالَکُمُ الَّتِیۡ جَعَلَ اللّٰہُ لَکُمۡ قِیٰمًا وَّ ارۡزُقُوۡہُمۡ فِیۡہَا وَ اکۡسُوۡہُمۡ وَ قُوۡلُوۡا لَہُمۡ قَوۡلًا مَّعۡرُوۡفًا ﴿۵﴾

004.005 Wala tu/too alssufahaa amwalakumu allatee jaAAala Allahu lakum qiyaman waorzuqoohum feeha waoksoohum waqooloo lahum qawlan maAAroofan

4:5 En geef niet jullie eigendommen, die Allah voor jullie als onderhoud heeft gemaakt, aan degene die zwak van begrip zijn, maar onderhoud hun ermee, voorzie hun van kleding en spreek vriendelijk tot hen.

وَ ابۡتَلُوا الۡیَتٰمٰی حَتّٰۤی اِذَا بَلَغُوا النِّکَاحَ ۚ فَاِنۡ اٰنَسۡتُمۡ مِّنۡہُمۡ رُشۡدًا فَادۡفَعُوۡۤا اِلَیۡہِمۡ اَمۡوَالَہُمۡ ۚ وَ لَا تَاۡکُلُوۡہَاۤ اِسۡرَافًا وَّ بِدَارًا اَنۡ یَّکۡبَرُوۡا ؕ وَ مَنۡ کَانَ غَنِیًّا فَلۡیَسۡتَعۡفِفۡ ۚ وَ مَنۡ کَانَ فَقِیۡرًا فَلۡیَاۡکُلۡ بِالۡمَعۡرُوۡفِ ؕ فَاِذَا دَفَعۡتُمۡ اِلَیۡہِمۡ اَمۡوَالَہُمۡ فَاَشۡہِدُوۡا عَلَیۡہِمۡ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ حَسِیۡبًا ﴿۶﴾

004.006 Waibtaloo alyatama hatta itha balaghoo alnnikaha fa-in anastum minhum rushdan faidfaAAoo ilayhim amwalahum wala ta/kulooha israfan wabidaran an yakbaroo waman kana ghaniyyan falyastaAAfif waman kana faqeeran falya/kul bialmaAAroofi fa-itha dafaAAtum ilayhim amwalahum faashhidoo AAalayhim wakafa biAllahi haseeban

4:6 En beoordeel de wezen (op zelfstandigheid) totdat zij de huwbare leeftijd bereiken. Als jullie hun verstandig hebben bevonden, geef dan hun rijkdommen terug. En eet er niet overdreven en haastig van, vrezend dat zij (snel) zullen opgroeien. En wie rijk is, hij moet zich ervan onthouden. En wie arm is, laat hem dan op een gepaste manier ervan eten. Wanneer jullie hun rijkdommen teruggeven, neem dan getuigens (die dit toezien). En Allah alleen is voldoende als Rekenaar/Boekhouder.

لِلرِّجَالِ نَصِیۡبٌ مِّمَّا تَرَکَ الۡوَالِدٰنِ وَ الۡاَقۡرَبُوۡنَ ۪ وَ لِلنِّسَآءِ نَصِیۡبٌ مِّمَّا تَرَکَ الۡوَالِدٰنِ وَ الۡاَقۡرَبُوۡنَ مِمَّا قَلَّ مِنۡہُ اَوۡ کَثُرَ ؕ نَصِیۡبًا مَّفۡرُوۡضًا ﴿۷﴾

004.007 Lilrrijali naseebun mimma taraka alwalidani waal-aqraboona walilnnisa-i naseebun mimma taraka alwalidani waal-aqraboona mimma qalla minhu aw kathura naseeban mafroodan

4:7 Voor de mannen is er een deel bestemd wat achtergelaten is door de ouders en de dichtstbijzijnde familieleden (na het overlijden). En voor de vrouwen is er een (ander) deel bestemd wat achtergelaten is door de ouders en de dichtstbijzijnde familieleden. Of het weinig of veel is, het is een verplichte aandeel.

وَ اِذَا حَضَرَ الۡقِسۡمَۃَ اُولُوا الۡقُرۡبٰی وَ الۡیَتٰمٰی وَ الۡمَسٰکِیۡنُ فَارۡزُقُوۡہُمۡ مِّنۡہُ وَ قُوۡلُوۡا لَہُمۡ قَوۡلًا مَّعۡرُوۡفًا ﴿۸﴾

004.008 Wa-itha hadara alqismata oloo alqurba waalyatama waalmasakeenu faorzuqoohum minhu waqooloo lahum qawlan maAAroofan

4:8 En wanneer bij de verdeling familieleden (die geen erfrecht hebben), wezen of armen aanwezig zijn, voorzie hun dan ervan. En spreek vriendelijk tot hen.

وَ لۡیَخۡشَ الَّذِیۡنَ لَوۡ تَرَکُوۡا مِنۡ خَلۡفِہِمۡ ذُرِّیَّۃً ضِعٰفًا خَافُوۡا عَلَیۡہِمۡ ۪ فَلۡیَتَّقُوا اللّٰہَ وَ لۡیَقُوۡلُوۡا قَوۡلًا سَدِیۡدًا ﴿۹﴾

004.009 Walyakhsha allatheena law tarakoo min khalfihim thurriyyatan diAAafan khafoo AAalayhim falyattaqoo Allaha walyaqooloo qawlan sadeedan

4:9 En laat de degenen (voogd/uitvoerder van de verdeling) bevreesd zijn, net zo bevreesd als of zij zelf een zwak nageslacht zouden achterlaten. Laten zij dus Allah vrezen en de juiste woorden uitspreken.

اِنَّ الَّذِیۡنَ یَاۡکُلُوۡنَ اَمۡوَالَ الۡیَتٰمٰی ظُلۡمًا اِنَّمَا یَاۡکُلُوۡنَ فِیۡ بُطُوۡنِہِمۡ نَارًا ؕ وَ سَیَصۡلَوۡنَ سَعِیۡرًا ﴿۱۰﴾

004.010 Inna allatheena ya/kuloona amwala alyatama thulman innama ya/kuloona fee butoonihim naran wasayaslawna saAAeeran

4:10 Voorwaar, degenen die de rijkdommen van de wezen op een onrechtmatige manier consumeren, verteren slechts vuur in hun buiken. En zij zullen verbrand worden door een razende vuur.

یُوۡصِیۡکُمُ اللّٰہُ فِیۡۤ اَوۡلَادِکُمۡ ٭ لِلذَّکَرِ مِثۡلُ حَظِّ الۡاُنۡثَیَیۡنِ ۚ فَاِنۡ کُنَّ نِسَآءً فَوۡقَ اثۡنَتَیۡنِ فَلَہُنَّ ثُلُثَا مَا تَرَکَ ۚ وَ اِنۡ کَانَتۡ وَاحِدَۃً فَلَہَا النِّصۡفُ ؕ وَ لِاَبَوَیۡہِ لِکُلِّ وَاحِدٍ مِّنۡہُمَا السُّدُسُ مِمَّا تَرَکَ اِنۡ کَانَ لَہٗ وَلَدٌ ۚ فَاِنۡ لَّمۡ یَکُنۡ لَّہٗ وَلَدٌ وَّ وَرِثَہٗۤ اَبَوٰہُ فَلِاُمِّہِ الثُّلُثُ ۚ فَاِنۡ کَانَ لَہٗۤ اِخۡوَۃٌ فَلِاُمِّہِ السُّدُسُ مِنۡۢ بَعۡدِ وَصِیَّۃٍ یُّوۡصِیۡ بِہَاۤ اَوۡ دَیۡنٍ ؕ اٰبَآؤُکُمۡ وَ اَبۡنَآؤُکُمۡ لَا تَدۡرُوۡنَ اَیُّہُمۡ اَقۡرَبُ لَکُمۡ نَفۡعًا ؕ فَرِیۡضَۃً مِّنَ اللّٰہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ﴿۱۱﴾

004.011 Yooseekumu Allahu fee awladikum lilththakari mithlu haththi alonthayayni fa-in kunna nisaan fawqa ithnatayni falahunna thulutha ma taraka wa-in kanat wahidatan falaha alnnisfu wali-abawayhi likulli wahidin minhuma alssudusu mimma taraka in kana lahu waladun fa-in lam yakun lahu waladun wawarithahu abawahu fali-ommihi alththuluthu fa-in kana lahu ikhwatun fali-ommihi alssudusu min baAAdi wasiyyatin yoosee biha aw daynin abaokum waabnaokum la tadroona ayyuhum aqrabu lakum nafAAan fareedatan mina Allahi inna Allaha kana AAaleeman hakeeman

4:11 Allah gebied jullie (het volgende) met betrekking tot (het erfrecht van) jullie kinderen. Voor de man is er een gelijke deel als dat voor twee vrouwen. Maar als er alleen vrouwen zijn, meer dan twee, dan is er voor hun twee-derde van wat hij achterlaat. En als er alleen één (vrouw) is, dan is er voor haar de helft. En voor zijn ouders, is er voor elk één-zesde deel van wat er over is, als hij (de overledene) een kind heeft. Maar als hij geen nageslacht (kinderen) had en zijn ouders leven nog, dan is er voor zijn moeder één-derde. En als hij broers en zusters heeft, dan is er één-zesde voor zijn moeder, na aftrek van wilsbeschikkingen die hij opgemaakt had in een testament of van beschikking door schulden. Jouw ouders en jouw kinderen, jullie weten niet welke van hen dichterbij staan in jullie voordeel. (Dit is een) verplichting van Allah. Voorzeker, Allah is alwetend.

وَ لَکُمۡ نِصۡفُ مَا تَرَکَ اَزۡوَاجُکُمۡ اِنۡ لَّمۡ یَکُنۡ لَّہُنَّ وَلَدٌ ۚ فَاِنۡ کَانَ لَہُنَّ وَلَدٌ فَلَکُمُ الرُّبُعُ مِمَّا تَرَکۡنَ مِنۡۢ بَعۡدِ وَصِیَّۃٍ یُّوۡصِیۡنَ بِہَاۤ اَوۡ دَیۡنٍ ؕ وَ لَہُنَّ الرُّبُعُ مِمَّا تَرَکۡتُمۡ اِنۡ لَّمۡ یَکُنۡ لَّکُمۡ وَلَدٌ ۚ فَاِنۡ کَانَ لَکُمۡ وَلَدٌ فَلَہُنَّ الثُّمُنُ مِمَّا تَرَکۡتُمۡ مِّنۡۢ بَعۡدِ وَصِیَّۃٍ تُوۡصُوۡنَ بِہَاۤ اَوۡ دَیۡنٍ ؕ وَ اِنۡ کَانَ رَجُلٌ یُّوۡرَثُ کَلٰلَۃً اَوِ امۡرَاَۃٌ وَّ لَہٗۤ اَخٌ اَوۡ اُخۡتٌ فَلِکُلِّ وَاحِدٍ مِّنۡہُمَا السُّدُسُ ۚ فَاِنۡ کَانُوۡۤا اَکۡثَرَ مِنۡ ذٰلِکَ فَہُمۡ شُرَکَآءُ فِی الثُّلُثِ مِنۡۢ بَعۡدِ وَصِیَّۃٍ یُّوۡصٰی بِہَاۤ اَوۡ دَیۡنٍ ۙ غَیۡرَ مُضَآرٍّ ۚ وَصِیَّۃً مِّنَ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَلِیۡمٌ ﴿ؕ۱۲﴾ تِلۡکَ حُدُوۡدُ اللّٰہِ ؕ وَ مَنۡ یُّطِعِ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ یُدۡخِلۡہُ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ وَ ذٰلِکَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿۱۳﴾

004.012 Walakum nisfu ma taraka azwajukum in lam yakun lahunna waladun fa-in kana lahunna waladun falakumu alrrubuAAu mimma tarakna min baAAdi wasiyyatin yooseena biha aw daynin walahunna alrrubuAAu mimma taraktum in lam yakun lakum waladun fa-in kana lakum waladun falahunna alththumunu mimma taraktum min baAAdi wasiyyatin toosoona biha aw daynin wa-in kana rajulun yoorathu kalalatan awi imraatun walahu akhun aw okhtun falikulli wahidin minhuma alssudusu fa-in kanoo akthara min thalika fahum shurakao fee alththuluthi min baAAdi wasiyyatin yoosa biha aw daynin ghayra mudarrin wasiyyatan mina Allahi waAllahu AAaleemun haleemun

4:12 En voor jou is de helft van wat er door jullie vrouwen wordt achtergelaten, indien zij geen kind hebben. Maar als zij een kind hebben, dan is er voor jou één-vierde van wat zij achterlaten na aftrek van wilsbeschikkingen die zij opgemaakt hebben (in een testament) of van beschikking door schulden. En voor hun (achtergelaten echtgenotes) is er één vierde van wat jullie achterlaten als jullie geen kind hebben. Maar als jullie een kind hebben, dan is er voor hun één-achtste van wat jullie achterlaten na aftrek van wilsbeschikkingen die jullie opgemaakt hebben (in een testament) of van beschikking door schulden. En als er van een man of vrouw geërfd wordt, die geen ouders en kind heeft maar wel een broer of een zuster, dan is er voor elk één-zesde deel. Maar als er meer dan twee zijn, dan is er voor hun samen één-derde deel na aftrek van wilsbeschikkingen en schulden, zonder (iemand) te benadelen. Dit is als gebod van Allah en Allah is Alwetend, verdraagzaam (Haliem).

تِلۡکَ حُدُوۡدُ اللّٰہِ ؕ وَ مَنۡ یُّطِعِ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ یُدۡخِلۡہُ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ وَ ذٰلِکَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿۱۳﴾

004.013 Tilka hudoodu Allahi waman yutiAAi Allaha warasoolahu yudkhilhu jannatin tajree min tahtiha al-anharu khalideena feeha wathalika alfawzu alAAatheemu

4:13 Dit zijn de grenzen van Allah en wie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt, Hij zal hem toelaten tot de Tuinen waaronder rivieren stromen. Zij zullen er voor altijd in vertoeven. En dat is een zeer groot succes.

وَ مَنۡ یَّعۡصِ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ وَ یَتَعَدَّ حُدُوۡدَہٗ یُدۡخِلۡہُ نَارًا خَالِدًا فِیۡہَا ۪ وَ لَہٗ عَذَابٌ مُّہِیۡنٌ ﴿٪۱۴﴾

004.014 Waman yaAAsi Allaha warasoolahu wayataAAadda hudoodahu yudkhilhu naran khalidan feeha walahu AAathabun muheenun

4:14 En wie Allah en Zijn Boodschapper niet gehoorzaamt en Zijn Grenzen overtreedt, Hij zal hem toekennen tot het Vuur en zal er voor altijd in vertoeven. En voor hem is er een vernederende bestraffing.

وَ الّٰتِیۡ یَاۡتِیۡنَ الۡفَاحِشَۃَ مِنۡ نِّسَآئِکُمۡ فَاسۡتَشۡہِدُوۡا عَلَیۡہِنَّ اَرۡبَعَۃً مِّنۡکُمۡ ۚ فَاِنۡ شَہِدُوۡا فَاَمۡسِکُوۡ ہُنَّ فِی الۡبُیُوۡتِ حَتّٰی یَتَوَفّٰہُنَّ الۡمَوۡتُ اَوۡ یَجۡعَلَ اللّٰہُ لَہُنَّ سَبِیۡلًا ﴿۱۵﴾

004.015 Waallatee ya/teena alfahishata min nisa-ikum faistashhidoo AAalayhinna arbaAAatan minkum fa-in shahidoo faamsikoohunna fee albuyooti hatta yatawaffahunna almawtu aw yajAAala Allahu lahunna sabeelan

4:15 En degene onder jullie vrouwen die ontucht plegen (met elkaar), neem dan vier getuigen onder jullie tegen hen. En als zij getuigen (dat er sprake is van ontucht), sluit ze op in hun huizen totdat de dood tot hen komt of totdat Allah een weg voor hen verschaft.

وَ الَّذٰنِ یَاۡتِیٰنِہَا مِنۡکُمۡ فَاٰذُوۡہُمَا ۚ فَاِنۡ تَابَا وَ اَصۡلَحَا فَاَعۡرِضُوۡا عَنۡہُمَا ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ تَوَّابًا رَّحِیۡمًا ﴿۱۶﴾

004.016 Waallathani ya/tiyaniha minkum faathoohuma fa-in taba waaslaha faaAAridoo AAanhuma inna Allaha kana tawwaban raheeman

4:16 En de twee (mannen) die ontucht plegen onder jullie (mannen onder elkaar) straf hen beide. Maar als zij (de daad) berouwen en zich herstellen, laat beide van hen met rust. Voorzeker Allah is de Meest Vergevensgezind, Meest Barmhartig.

اِنَّمَا التَّوۡبَۃُ عَلَی اللّٰہِ لِلَّذِیۡنَ یَعۡمَلُوۡنَ السُّوۡٓءَ بِجَہَالَۃٍ ثُمَّ یَتُوۡبُوۡنَ مِنۡ قَرِیۡبٍ فَاُولٰٓئِکَ یَتُوۡبُ اللّٰہُ عَلَیۡہِمۡ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ﴿۱۷﴾

004.017 Innama alttawbatu AAala Allahi lillatheena yaAAmaloona alssoo-a bijahalatin thumma yatooboona min qareebin faola-ika yatoobu Allahu AAalayhim wakana Allahu AAaleeman hakeeman

4:17 Het accepteren van berouw door Allah is alleen voor degenen die de zonden in onwetendheid begaan en die dan op een korte termijn (voordat de dood komt of Allah's teken komt, bijvoorbeeld de zonsopkomst vanuit het westen) berouwen. Zij zullen de vergeving van Allah op hun hebben en Allah is Alwetend, Alwijs.

وَ لَیۡسَتِ التَّوۡبَۃُ لِلَّذِیۡنَ یَعۡمَلُوۡنَ السَّیِّاٰتِ ۚ حَتّٰۤی اِذَا حَضَرَ اَحَدَہُمُ الۡمَوۡتُ قَالَ اِنِّیۡ تُبۡتُ الۡـٰٔنَ وَ لَا الَّذِیۡنَ یَمُوۡتُوۡنَ وَ ہُمۡ کُفَّارٌ ؕ اُولٰٓئِکَ اَعۡتَدۡنَا لَہُمۡ عَذَابًا اَلِیۡمًا ﴿۱۸﴾

004.018 Walaysati alttawbatu lillatheena yaAAmaloona alssayyi-ati hatta itha hadara ahadahumu almawtu qala innee tubtu al-ana wala allatheena yamootoona wahum kuffarun ola-ika aAAtadna lahum AAathaban aleeman

4:18 En er is geen aanvaarding voor berouw voor degen die zonden begaan (en doorgaan) totdat de dood één van hen treft en Hij zegt:"Voorzeker ik heb nu berouw." En niet voor degenen die dood gaan terwijl zij ongelovig zijn. Voor hen hebben Wij een pijnlijke straf voorbereid.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا یَحِلُّ لَکُمۡ اَنۡ تَرِثُوا النِّسَآءَ کَرۡہًا ؕ وَ لَا تَعۡضُلُوۡہُنَّ لِتَذۡہَبُوۡا بِبَعۡضِ مَاۤ اٰتَیۡتُمُوۡہُنَّ اِلَّاۤ اَنۡ یَّاۡتِیۡنَ بِفَاحِشَۃٍ مُّبَیِّنَۃٍ ۚ وَ عَاشِرُوۡہُنَّ بِالۡمَعۡرُوۡفِ ۚ فَاِنۡ کَرِہۡتُمُوۡہُنَّ فَعَسٰۤی اَنۡ تَکۡرَہُوۡا شَیۡئًا وَّ یَجۡعَلَ اللّٰہُ فِیۡہِ خَیۡرًا کَثِیۡرًا ﴿۱۹﴾

004.019 Ya ayyuha allatheena amanoo la yahillu lakum an tarithoo alnnisaa karhan wala taAAduloohunna litathhaboo bibaAAdi ma ataytumoohunna illa an ya/teena bifahishatin mubayyinatin waAAashiroohunna bialmaAAroofi fa-in karihtumoohunna faAAasa an takrahoo shay-an wayajAAala Allahu feehi khayran katheeran

4:19 O jullie die geloven! Het is niet wettig dat jullie de vrouwen met dwang toe-eigenen. En ook niet dat jullie hen beperkingen opleggen zodat jullie een deel van wat jullie aan hen gegeven hadden ontnemen, behalve als zij open onzedelijkheid plegen. En leef met hun in vriendelijkheid. Maar als jullie een afkeer van hen hebben, misschien hebben jullie een afkeer van iets waar Allah veel goeds in heeft verschaft.

وَ اِنۡ اَرَدۡتُّمُ اسۡتِبۡدَالَ زَوۡجٍ مَّکَانَ زَوۡجٍ ۙ وَّ اٰتَیۡتُمۡ اِحۡدٰہُنَّ قِنۡطَارًا فَلَا تَاۡخُذُوۡا مِنۡہُ شَیۡئًا ؕ اَتَاۡخُذُوۡنَہٗ بُہۡتَانًا وَّ اِثۡمًا مُّبِیۡنًا ﴿۲۰﴾

004.020 Wa-in aradtumu istibdala zawjin makana zawjin waataytum ihdahunna qintaran fala ta/khuthoo minhu shay-an ata/khuthoonahu buhtanan wa-ithman mubeenan

4:20 En als jullie een echtgenote willen vervangen voor een andere vrouw, ontneem dan niets van haar (eigendommen), zelfs als jullie haar een hoop van goud hebben gegeven. Zouden jullie het ontnemen door haar te lasteren of door een duidelijke zonde te plegen?

وَ کَیۡفَ تَاۡخُذُوۡنَہٗ وَ قَدۡ اَفۡضٰی بَعۡضُکُمۡ اِلٰی بَعۡضٍ وَّ اَخَذۡنَ مِنۡکُمۡ مِّیۡثَاقًا غَلِیۡظًا ﴿۲۱﴾

004.021 Wakayfa ta/khuthoonahu waqad afda baAAdukum ila baAAdin waakhathna minkum meethaqan ghaleethan

4:21 En hoe kunnen jullie het (terug)nemen, terwijl jullie tot elkander zijn gekomen en zij een sterke verbond met jullie hebben gesloten?

وَ لَا تَنۡکِحُوۡا مَا نَکَحَ اٰبَآؤُکُمۡ مِّنَ النِّسَآءِ اِلَّا مَا قَدۡ سَلَفَ ؕ اِنَّہٗ کَانَ فَاحِشَۃً وَّ مَقۡتًا ؕ وَ سَآءَ سَبِیۡلًا ﴿۲۲﴾

004.022 Wala tankihoo ma nakaha abaokum mina alnnisa-i illa ma qad salafa innahu kana fahishatan wamaqtan wasaa sabeelan

4:22 En huw niet de vrouwen waarvan jullie vaders mee gehuwd waren, ondanks dat het vroeger gebeurt is. Voorzeker, het was een onzedelijke, een hatelijke en een onheilse/gruwelijke weg.

حُرِّمَتۡ عَلَیۡکُمۡ اُمَّہٰتُکُمۡ وَ بَنٰتُکُمۡ وَ اَخَوٰتُکُمۡ وَ عَمّٰتُکُمۡ وَ خٰلٰتُکُمۡ وَ بَنٰتُ الۡاَخِ وَ بَنٰتُ الۡاُخۡتِ وَ اُمَّہٰتُکُمُ الّٰتِیۡۤ اَرۡضَعۡنَکُمۡ وَ اَخَوٰتُکُمۡ مِّنَ الرَّضَاعَۃِ وَ اُمَّہٰتُ نِسَآئِکُمۡ وَ رَبَآئِبُکُمُ الّٰتِیۡ فِیۡ حُجُوۡرِکُمۡ مِّنۡ نِّسَآئِکُمُ الّٰتِیۡ دَخَلۡتُمۡ بِہِنَّ ۫ فَاِنۡ لَّمۡ تَکُوۡنُوۡا دَخَلۡتُمۡ بِہِنَّ فَلَا جُنَاحَ عَلَیۡکُمۡ ۫ وَ حَلَآئِلُ اَبۡنَآئِکُمُ الَّذِیۡنَ مِنۡ اَصۡلَابِکُمۡ ۙ وَ اَنۡ تَجۡمَعُوۡا بَیۡنَ الۡاُخۡتَیۡنِ اِلَّا مَا قَدۡ سَلَفَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿ۙ۲۳﴾

004.023 Hurrimat AAalaykum ommahatukum wabanatukum waakhawatukum waAAammatukum wakhalatukum wabanatu al-akhi wabanatu al-okhti waommahatukumu allatee ardaAAnakum waakhawatukum mina alrradaAAati waommahatu nisa-ikum waraba-ibukumu allatee fee hujoorikum min nisa-ikumu allatee dakhaltum bihinna fa-in lam takoonoo dakhaltum bihinna fala junaha AAalaykum wahala-ilu abna-ikumu allatheena min aslabikum waan tajmaAAoo bayna al-okhtayni illa ma qad salafa inna Allaha kana ghafooran raheeman

4:23 Verboden voor jullie zijn (voor het aangaan van een huwelijk met) jullie moeders, dochters, zusters, tantes van vaders- en moederskant, dochters van broers en zusters (nichtjes), de moeders die jullie zoogden, de zoog-zusters (de vrouwen die gezoogd zijn door jullie zoogmoeder), de moeders van jullie vrouwen en jullie stiefdochters die onder jullie voogdij vallen, waarvan jullie met hun moeders gemeenschap hebben gehad. Maar als jullie nog geen gemeenschap met hun hebben gehad, dan is er geen zonde op jullie (voor het huwen van de stiefdochter). En de (ex-)vrouwen van jullie zonen die uit jullie voortkomen. En (verboden is) dat jullie twee zusters huwen. Hetgeen wat vroeger gebeurde is nu verleden tijd. Voorzeker, Allah is meest Vergevensgezind, meest Barmhartig.

وَّ الۡمُحۡصَنٰتُ مِنَ النِّسَآءِ اِلَّا مَا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُکُمۡ ۚ کِتٰبَ اللّٰہِ عَلَیۡکُمۡ ۚ وَ اُحِلَّ لَکُمۡ مَّا وَرَآءَ ذٰلِکُمۡ اَنۡ تَبۡتَغُوۡا بِاَمۡوَالِکُمۡ مُّحۡصِنِیۡنَ غَیۡرَ مُسٰفِحِیۡنَ ؕ فَمَا اسۡتَمۡتَعۡتُمۡ بِہٖ مِنۡہُنَّ فَاٰتُوۡہُنَّ اُجُوۡرَہُنَّ فَرِیۡضَۃً ؕ وَ لَا جُنَاحَ عَلَیۡکُمۡ فِیۡمَا تَرٰضَیۡتُمۡ بِہٖ مِنۡۢ بَعۡدِ الۡفَرِیۡضَۃِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ﴿۲۴﴾

004.024 Waalmuhsanatu mina alnnisa-i illa ma malakat aymanukum kitaba Allahi AAalaykum waohilla lakum ma waraa thalikum an tabtaghoo bi-amwalikum muhsineena ghayra musafiheena fama istamtaAAtum bihi minhunna faatoohunna ojoorahunna fareedatan wala junaha AAalaykum feema taradaytum bihi min baAAdi alfareedati inna Allaha kana AAaleeman hakeeman

4:24 En verboden zijn de getrouwde vrouwen, behalve degenen die jullie rechtmatig bezitten. Dit is het gebod (decreet) van Allah op jullie. En toegestaan (om te huwen) is voor jullie hetgeen wat buiten deze (vrouwen) valt, op voorwaarde dat jullie streven met jullie bezittingen (Mahr) verlangend naar zedelijkheid (huwelijk) en niet lustigheid/losbandigheid. En omdat jullie voordeel uit hen halen, geef hen hun bruidsschat als een verplichting. En er is geen zonde op jullie als jullie onderling het eens worden over de bruidsschat, nadat deze was vast gesteld. Voorwaar, Allah is Alwetend, Alwijs.

وَ مَنۡ لَّمۡ یَسۡتَطِعۡ مِنۡکُمۡ طَوۡلًا اَنۡ یَّنۡکِحَ الۡمُحۡصَنٰتِ الۡمُؤۡمِنٰتِ فَمِنۡ مَّا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُکُمۡ مِّنۡ فَتَیٰتِکُمُ الۡمُؤۡمِنٰتِ ؕ وَ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِاِیۡمَانِکُمۡ ؕ بَعۡضُکُمۡ مِّنۡۢ بَعۡضٍ ۚ فَانۡکِحُوۡہُنَّ بِاِذۡنِ اَہۡلِہِنَّ وَ اٰتُوۡہُنَّ اُجُوۡرَہُنَّ بِالۡمَعۡرُوۡفِ مُحۡصَنٰتٍ غَیۡرَ مُسٰفِحٰتٍ وَّ لَا مُتَّخِذٰتِ اَخۡدَانٍ ۚ فَاِذَاۤ اُحۡصِنَّ فَاِنۡ اَتَیۡنَ بِفَاحِشَۃٍ فَعَلَیۡہِنَّ نِصۡفُ مَا عَلَی الۡمُحۡصَنٰتِ مِنَ الۡعَذَابِ ؕ ذٰلِکَ لِمَنۡ خَشِیَ الۡعَنَتَ مِنۡکُمۡ ؕ وَ اَنۡ تَصۡبِرُوۡا خَیۡرٌ لَّکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۲۵﴾

004.025 Waman lam yastatiAA minkum tawlan an yankiha almuhsanati almu/minati famin ma malakat aymanukum min fatayatikumu almu/minati waAllahu aAAlamu bi-eemanikum baAAdukum min baAAdin fainkihoohunna bi-ithni ahlihinna waatoohunna ojoorahunna bialmaAAroofi muhsanatin ghayra masafihatin wala muttakhithati akhdanin fa-itha ohsinna fa-in atayna bifahishatin faAAalayhinna nisfu ma AAala almuhsanati mina alAAathabi thalika liman khashiya alAAanata minkum waan tasbiroo khayrun lakum waAllahu ghafoorun raheemun

4:25 En wie onder jullie niet financieel in staat is om de vrije, kuise, gelovige vrouw te huwen, trouw dan (met iemand) uit de gelovige slavinnen die jullie rechterhanden (mensen in de gemeenschap) bezitten. En Allah kent jullie geloofsovertuiging (Imaan) het best. Jullie komen uit elkaar voort. Huw hen dus met de toestemming van hun eigenaar en geef hen hun bruidsschatten op een eerlijke wijze, zodat ze kuis zijn en niet behoren tot lust objecten of behoren tot geheime minnaressen/liefdes. Wanneer zij dan getrouwd zijn en dan overspel plegen, dan is er voor hen de halve straf wat opgelegd was aan de vrije kuise vrouw (50 zweepslagen). Dat (het trouwen van een slavin) is (bedoeld) voor wie bang is om een zonde te begaan en geduldig zijn is beter voor jullie. En Allah is meest Vergevensgezind, Meest Genadevol.

یُرِیۡدُ اللّٰہُ لِیُبَیِّنَ لَکُمۡ وَ یَہۡدِیَکُمۡ سُنَنَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ وَ یَتُوۡبَ عَلَیۡکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۲۶﴾

004.026 Yureedu Allahu liyubayyina lakum wayahdiyakum sunana allatheena min qablikum wayatooba AAalaykum waAllahu AAaleemun hakeemun

4:26 Allah Wenst jullie het duidelijk te maken en jullie te leiden naar de (goede) handelwijze van (de generaties) voor jullie en jullie berouw te Aanvaarden. En Allah is Alwetend, Alwijs.

وَ اللّٰہُ یُرِیۡدُ اَنۡ یَّتُوۡبَ عَلَیۡکُمۡ ۟ وَ یُرِیۡدُ الَّذِیۡنَ یَتَّبِعُوۡنَ الشَّہَوٰتِ اَنۡ تَمِیۡلُوۡا مَیۡلًا عَظِیۡمًا ﴿۲۷﴾

004.027 WaAllahu yureedu an yatooba AAalaykum wayureedu allatheena yattabiAAoona alshshahawati an tameeloo maylan AAatheeman

4:27 En Allah Wenst jullie berouw te aanvaarden, terwijl degene die de begeerten volgen, wensen dat jullie afwijken met een grote afwijking (van de leiding).

یُرِیۡدُ اللّٰہُ اَنۡ یُّخَفِّفَ عَنۡکُمۡ ۚ وَ خُلِقَ الۡاِنۡسَانُ ضَعِیۡفًا ﴿۲۸﴾

004.028 Yureedu Allahu an yukhaffifa AAankum wakhuliqa al-insanu daAAeefan

4:28 Allah Wenst verlichting (van lasten) voor jullie en de mensheid is zwak geschapen.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَاۡکُلُوۡۤا اَمۡوَالَکُمۡ بَیۡنَکُمۡ بِالۡبَاطِلِ اِلَّاۤ اَنۡ تَکُوۡنَ تِجَارَۃً عَنۡ تَرَاضٍ مِّنۡکُمۡ ۟ وَ لَا تَقۡتُلُوۡۤا اَنۡفُسَکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ بِکُمۡ رَحِیۡمًا ﴿۲۹﴾

004.029 Ya ayyuha allatheena amanoo la ta/kuloo amwalakum baynakum bialbatili illa an takoona tijaratan AAan taradin minkum wala taqtuloo anfusakum inna Allaha kana bikum raheeman

4:29 O jullie die geloven, eet niet op een onrechtvaardige manier van elkaars eigendommen. Maar laat er handel wezen met wederzijdse goedkeuring tussen jullie. En dood julliezelf niet (door onrechtmatige handel). Voorzeker, Allah is Meest Barmhartig naar jullie toe.

وَ مَنۡ یَّفۡعَلۡ ذٰلِکَ عُدۡوَانًا وَّ ظُلۡمًا فَسَوۡفَ نُصۡلِیۡہِ نَارًا ؕ وَ کَانَ ذٰلِکَ عَلَی اللّٰہِ یَسِیۡرًا ﴿۳۰﴾

004.030 Waman yafAAal thalika AAudwanan wathulman fasawfa nusleehi naran wakana thalika AAala Allahi yaseeran

4:30 En wie dat in agressie en in onrecht doet, dan zullen Wij hem spoedig in de Hel werpen. En dat is voor Allah gemakkelijk.

اِنۡ تَجۡتَنِبُوۡا کَبَآئِرَ مَا تُنۡہَوۡنَ عَنۡہُ نُکَفِّرۡ عَنۡکُمۡ سَیِّاٰتِکُمۡ وَ نُدۡخِلۡکُمۡ مُّدۡخَلًا کَرِیۡمًا ﴿۳۱﴾

004.031 In tajtaniboo kaba-ira ma tunhawna AAanhu nukaffir AAankum sayyi-atikum wanudkhilkum mudkhalan kareeman

4:31 Als jullie van grote zonden afwenden, die verboden voor jullie zijn, dan zullen Wij jullie slechte daden van jullie verwijderen. En Wij zullen jullie toelaten tot een nobele ingang (het Paradijs).

وَ لَا تَتَمَنَّوۡا مَا فَضَّلَ اللّٰہُ بِہٖ بَعۡضَکُمۡ عَلٰی بَعۡضٍ ؕ لِلرِّجَالِ نَصِیۡبٌ مِّمَّا اکۡتَسَبُوۡا ؕ وَ لِلنِّسَآءِ نَصِیۡبٌ مِّمَّا اکۡتَسَبۡنَ ؕ وَ سۡئَلُوا اللّٰہَ مِنۡ فَضۡلِہٖ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمًا ﴿۳۲﴾

004.032 Wala tatamannaw ma faddala Allahu bihi baAAdakum AAala baAAdin lilrrijali naseebun mimma iktasaboo walilnnisa-i naseebun mimma iktasabna wais-aloo Allaha min fadlihi inna Allaha kana bikulli shay-in AAaleeman

4:32 En begeer niet hetgeen wat Allah aan sommige boven anderen geschonken heeft. Voor mannen is er een aandeel van wat zij verdienen en voor vrouwen is er een aandeel van wat zij verdienen. En vraag Allah van Zijn gunsten. Voorzeker, Allah is Alwetend over alles.

وَ لِکُلٍّ جَعَلۡنَا مَوَالِیَ مِمَّا تَرَکَ الۡوَالِدٰنِ وَ الۡاَقۡرَبُوۡنَ ؕ وَ الَّذِیۡنَ عَقَدَتۡ اَیۡمَانُکُمۡ فَاٰتُوۡہُمۡ نَصِیۡبَہُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ شَہِیۡدًا ﴿۳۳﴾

004.033 Walikullin jaAAalna mawaliya mimma taraka alwalidani waal-aqraboona waallatheena AAaqadat aymanukum faatoohum naseebahum inna Allaha kana AAala kulli shay-in shaheedan

4:33 En voor een ieder hebben Wij een erfenis vastgesteld van wat zijn ouders en verwanten nalaten. En degenen met wie jullie een plechtig verbond hebben gesloten, geef hen hun aandeel. Voorwaar, Allah is Getuige van alle zaken.

اَلرِّجَالُ قَوّٰمُوۡنَ عَلَی النِّسَآءِ بِمَا فَضَّلَ اللّٰہُ بَعۡضَہُمۡ عَلٰی بَعۡضٍ وَّ بِمَاۤ اَنۡفَقُوۡا مِنۡ اَمۡوَالِہِمۡ ؕ فَالصّٰلِحٰتُ قٰنِتٰتٌ حٰفِظٰتٌ لِّلۡغَیۡبِ بِمَا حَفِظَ اللّٰہُ ؕ وَ الّٰتِیۡ تَخَافُوۡنَ نُشُوۡزَہُنَّ فَعِظُوۡہُنَّ وَ اہۡجُرُوۡہُنَّ فِی الۡمَضَاجِعِ وَ اضۡرِبُوۡہُنَّ ۚ فَاِنۡ اَطَعۡنَکُمۡ فَلَا تَبۡغُوۡا عَلَیۡہِنَّ سَبِیۡلًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلِیًّا کَبِیۡرًا ﴿۳۴﴾

004.034 Alrrijalu qawwamoona AAala alnnisa-i bima faddala Allahu baAAdahum AAala baAAdin wabima anfaqoo min amwalihim faalssalihatu qanitatun hafithatun lilghaybi bima hafitha Allahu waallatee takhafoona nushoozahunna faAAithoohunna waohjuroohunna fee almadajiAAi waidriboohunna fa-in ataAAnakum fala tabghoo AAalayhinna sabeelan inna Allaha kana AAaliyyan kabeeran

4:34 De mannen zijn de beschermers en onderhouders van de vrouwen, omdat Allah de één boven de andere bevoorrecht heeft (gerelateerd dat alle profeten mannen waren [12:109], en dat alleen mannen het gebed kunnen leiden, wanneer gezamenlijk gebeden wordt). En omdat zij van hun rijkdommen besteden (voor het onderhouden van de vrouwen). Dus de oprechte vrouwen zijn de gehoorzame vrouwen, wakend over dat wat Allah bevolen heeft te waken. En van wie (de vrouwen) jullie slecht gedrag vrezen, vermaan hun dan en negeer hen in bed en sla hen. Als zij dan gehoorzamen, zoek dan geen tegenwerking voor hun. Voorwaar, Allah is Meest Verheven, de Aller Grootste.

وَ اِنۡ خِفۡتُمۡ شِقَاقَ بَیۡنِہِمَا فَابۡعَثُوۡا حَکَمًا مِّنۡ اَہۡلِہٖ وَ حَکَمًا مِّنۡ اَہۡلِہَا ۚ اِنۡ یُّرِیۡدَاۤ اِصۡلَاحًا یُّوَفِّقِ اللّٰہُ بَیۡنَہُمَا ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلِیۡمًا خَبِیۡرًا ﴿۳۵﴾

004.035 Wa-in khiftum shiqaqa baynihima faibAAathoo hakaman min ahlihi wahakaman min ahliha in yureeda islahan yuwaffiqi Allahu baynahuma inna Allaha kana AAaleeman khabeeran

4:35 En als jullie ruzie/onenigheid/breuk tussen hen vrezen, stuur dan een bemiddelaar van zijn familie en een bemiddelaar van haar familie. Als zij dan beide verzoening wensen, Allah zal verzoening tussen beide teweeg brengen. Voorzeker, Allah is de Al-weter, Bewust van alles.

وَ اعۡبُدُوا اللّٰہَ وَ لَا تُشۡرِکُوۡا بِہٖ شَیۡئًا وَّ بِالۡوَالِدَیۡنِ اِحۡسَانًا وَّ بِذِی الۡقُرۡبٰی وَ الۡیَتٰمٰی وَ الۡمَسٰکِیۡنِ وَ الۡجَارِ ذِی الۡقُرۡبٰی وَ الۡجَارِ الۡجُنُبِ وَ الصَّاحِبِ بِالۡجَنۡۢبِ وَ ابۡنِ السَّبِیۡلِ ۙ وَ مَا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُحِبُّ مَنۡ کَانَ مُخۡتَالًا فَخُوۡرَا ﴿ۙ۳۶﴾

004.036 WaoAAbudoo Allaha wala tushrikoo bihi shay-an wabialwalidayni ihsanan wabithee alqurba waalyatama waalmasakeeni waaljari thee alqurba waaljari aljunubi waalssahibi bialjanbi waibni alssabeeli wama malakat aymanukum inna Allaha la yuhibbu man kana mukhtalan fakhooran

4:36 En aanbidt Allah en ken Hem in niets een deelgenoot toe. En wees goed voor de ouders en de verwanten en de wezen en de behoeftigen en de verwante buren en de niet-verwante buren en de vrienden en de reiziger en de slaven waarover jullie beschikken. Allah Houdt niet van degene die hoogmoedig en opschepperig is.

ۣالَّذِیۡنَ یَبۡخَلُوۡنَ وَ یَاۡمُرُوۡنَ النَّاسَ بِالۡبُخۡلِ وَ یَکۡتُمُوۡنَ مَاۤ اٰتٰہُمُ اللّٰہُ مِنۡ فَضۡلِہٖ ؕ وَ اَعۡتَدۡنَا لِلۡکٰفِرِیۡنَ عَذَابًا مُّہِیۡنًا ﴿ۚ۳۷﴾

004.037 Allatheena yabkhaloona waya/muroona alnnasa bialbukhli wayaktumoona ma atahumu Allahu min fadlihi waaAAtadna lilkafireena AAathaban muheenan

4:37 Zij zijn degenen die gierig zijn en die de mensheid hebzucht opdragen en verstoppen wat Allah van zijn gunst aan hun gegeven heeft. En voor de ongelovigen hebben Wij een vernederende bestraffing gereedgemaakt.

وَ الَّذِیۡنَ یُنۡفِقُوۡنَ اَمۡوَالَہُمۡ رِئَآءَ النَّاسِ وَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ لَا بِالۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ ؕ وَ مَنۡ یَّکُنِ الشَّیۡطٰنُ لَہٗ قَرِیۡنًا فَسَآءَ قَرِیۡنًا ﴿۳۸﴾

004.038 Waallatheena yunfiqoona amwalahum ri-aa alnnasi wala yu/minoona biAllahi wala bialyawmi al-akhiri waman yakuni alshshaytanu lahu qareenan fasaa qareenan

4:38 En zij zijn degenen die spenderen om door de mensen gezien te worden. En zij geloven niet in Allah en niet in de dag des oordeels. En wie dan ook de Satan als vriend neemt, dan is onheil\ellende\kwaad zijn metgezel.

وَ مَاذَا عَلَیۡہِمۡ لَوۡ اٰمَنُوۡا بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ وَ اَنۡفَقُوۡا مِمَّا رَزَقَہُمُ اللّٰہُ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ بِہِمۡ عَلِیۡمًا ﴿۳۹﴾

004.039 Wamatha AAalayhim law amanoo biAllahi waalyawmi al-akhiri waanfaqoo mimma razaqahumu Allahu wakana Allahu bihim AAaleeman

4:39 En wat zou het hen schaden indien zij in Allah en de Laatste Dag zouden geloven, en uitgeven van hetgeen waar Allah hen mee voorzien heeft. En Allah is Al-wetend over hen.

اِنَّ اللّٰہَ لَا یَظۡلِمُ مِثۡقَالَ ذَرَّۃٍ ۚ وَ اِنۡ تَکُ حَسَنَۃً یُّضٰعِفۡہَا وَ یُؤۡتِ مِنۡ لَّدُنۡہُ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿۴۰﴾

004.040 Inna Allaha la yathlimu mithqala tharratin wa-in taku hasanatan yudaAAifha wayu/ti min ladunhu ajran AAatheeman

4:40 Voorwaar, Allah doet geen onrecht aan zelfs niet als het gewicht van een atoom. Maar als er iets goeds is (in een daad) verdubbelt Hij het en geeft een grote beloning vanuit Zijn kant.

فَکَیۡفَ اِذَا جِئۡنَا مِنۡ کُلِّ اُمَّۃٍۭ بِشَہِیۡدٍ وَّ جِئۡنَا بِکَ عَلٰی ہٰۤؤُلَآءِ شَہِیۡدًا ﴿ؕ؃۴۱﴾

004.041 Fakayfa itha ji/na min kulli ommatin bishaheedin waji/na bika AAala haola-i shaheedan

4:41 En hoe zal het (op de dag des oordeels) zijn, wanneer Wij een getuige (een profeet) brengen voor elke volk en Wij jou (de profeet) als getuige nemen tegen deze mensen (de volk van de profeet).

یَوۡمَئِذٍ یَّوَدُّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ عَصَوُا الرَّسُوۡلَ لَوۡ تُسَوّٰی بِہِمُ الۡاَرۡضُ ؕ وَ لَا یَکۡتُمُوۡنَ اللّٰہَ حَدِیۡثًا ﴿۴۲﴾

004.042 Yawma-ithin yawaddu allatheena kafaroo waAAasawoo alrrasoola law tusawwa bihimu al-ardu wala yaktumoona Allaha hadeethan

4:42 Op die Dag wensen degenen die niet geloofden en de profeet niet gehoorzaamden, dat zij gelijk met de aarde waren (niet levend waren). En zij zullen niets voor Allah kunnen verbergen.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَقۡرَبُوا الصَّلٰوۃَ وَ اَنۡتُمۡ سُکٰرٰی حَتّٰی تَعۡلَمُوۡا مَا تَقُوۡلُوۡنَ وَ لَا جُنُبًا اِلَّا عَابِرِیۡ سَبِیۡلٍ حَتّٰی تَغۡتَسِلُوۡا ؕ وَ اِنۡ کُنۡتُمۡ مَّرۡضٰۤی اَوۡ عَلٰی سَفَرٍ اَوۡ جَآءَ اَحَدٌ مِّنۡکُمۡ مِّنَ الۡغَآئِطِ اَوۡ لٰمَسۡتُمُ النِّسَآءَ فَلَمۡ تَجِدُوۡا مَآءً فَتَیَمَّمُوۡا صَعِیۡدًا طَیِّبًا فَامۡسَحُوۡا بِوُجُوۡہِکُمۡ وَ اَیۡدِیۡکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَفُوًّا غَفُوۡرًا ﴿۴۳﴾

004.043 Ya ayyuha allatheena amanoo la taqraboo alssalata waantum sukara hatta taAAlamoo ma taqooloona wala junuban illa AAabiree sabeelin hatta taghtasiloo wa-in kuntum marda aw AAala safarin aw jaa ahadun minkum mina algha-iti aw lamastumu alnnisaa falam tajidoo maan fatayammamoo saAAeedan tayyiban faimsahoo biwujoohikum waaydeekum inna Allaha kana AAafuwwan ghafooran

4:43 O jullie die geloven, nader niet de salaat als jullie onder invloed zijn (van alcohol, drugs, etc), totdat jullie weer beseffen wat jullie zeggen. En ook niet als jullie onrein zijn, behalve degenen die op reis zijn, totdat jullie je gereinigd hebben. En als jullie ziek zijn, of op reis zijn, of jullie van het toilet komen, of jullie de vrouwen hebben aangeraakt (geslachtsgemeenschap), en jullie kunnen geen water vinden, verricht dan de tayammum met schone aarde en veeg ermee jullie gezichten en handen. Allah is Genadig, Vergevensgezind.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ اُوۡتُوۡا نَصِیۡبًا مِّنَ الۡکِتٰبِ یَشۡتَرُوۡنَ الضَّلٰلَۃَ وَ یُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ تَضِلُّوا السَّبِیۡلَ ﴿ؕ۴۴﴾

004.044 Alam tara ila allatheena ootoo naseeban mina alkitabi yashtaroona alddalalata wayureedoona an tadilloo alssabeela

4:44 Heb jij degenen niet gezien aan wie een gedeelte van het Boek werd gegeven? Zij kochten de dwaling en wensen dat jullie dwalen van de weg.

وَ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِاَعۡدَآئِکُمۡ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ وَلِیًّا ٭۫ وَّ کَفٰی بِاللّٰہِ نَصِیۡرًا ﴿۴۵﴾

004.045 WaAllahu aAAlamu bi-aAAda-ikum wakafa biAllahi waliyyan wakafa biAllahi naseeran

4:45 En Allah kent jullie vijanden beter en Allah is voldoende als een Beschermer en Allah is voldoende als een Helper.

مِنَ الَّذِیۡنَ ہَادُوۡا یُحَرِّفُوۡنَ الۡکَلِمَ عَنۡ مَّوَاضِعِہٖ وَ یَقُوۡلُوۡنَ سَمِعۡنَا وَ عَصَیۡنَا وَ اسۡمَعۡ غَیۡرَ مُسۡمَعٍ وَّ رَاعِنَا لَـیًّۢا بِاَلۡسِنَتِہِمۡ وَ طَعۡنًا فِی الدِّیۡنِ ؕ وَ لَوۡ اَنَّہُمۡ قَالُوۡا سَمِعۡنَا وَ اَطَعۡنَا وَ اسۡمَعۡ وَ انۡظُرۡنَا لَکَانَ خَیۡرًا لَّہُمۡ وَ اَقۡوَمَ ۙ وَ لٰکِنۡ لَّعَنَہُمُ اللّٰہُ بِکُفۡرِہِمۡ فَلَا یُؤۡمِنُوۡنَ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۴۶﴾

004.046 Mina allatheena hadoo yuharrifoona alkalima AAan mawadiAAihi wayaqooloona samiAAna waAAasayna waismaAA ghayra musmaAAin waraAAina layyan bi-alsinatihim wataAAnan fee alddeeni walaw annahum qaloo samiAAna waataAAna waismaAA waonthurna lakana khayran lahum waaqwama walakin laAAanahumu Allahu bikufrihim fala yu/minoona illa qaleelan

4:46 Onder de Joden, zijn er die woorden van hun plaatsen verdraaien en zeggen:"We horen, maar wij gehoorzamen niet. En (zij zeggen) Hoor, maar luistert niet, en "Ra'ina", draaiend met hun tongen en belasteren de rechtvaardige levenswijze (wensen dat jullie dwalen van die weg). Als zij hadden gezegd :"Wij horen en wij gehoorzamen," en "Hoor en kijk naar ons" (verwijzend naar de verrichten goede daden), dan zou dat zeker beter zijn geweest voor hen en meer standvastig. Maar Allah heeft hen vanwege hun ongeloof vervloekt en zij geloven niet, behalve een klein deel van hun.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ اٰمِنُوۡا بِمَا نَزَّلۡنَا مُصَدِّقًا لِّمَا مَعَکُمۡ مِّنۡ قَبۡلِ اَنۡ نَّطۡمِسَ وُجُوۡہًا فَنَرُدَّہَا عَلٰۤی اَدۡبَارِہَاۤ اَوۡ نَلۡعَنَہُمۡ کَمَا لَعَنَّاۤ اَصۡحٰبَ السَّبۡتِ ؕ وَ کَانَ اَمۡرُ اللّٰہِ مَفۡعُوۡلًا ﴿۴۷﴾

004.047 Ya ayyuha allatheena ootoo alkitaba aminoo bima nazzalna musaddiqan lima maAAakum min qabli an natmisa wujoohan fanaruddaha AAala adbariha aw nalAAanahum kama laAAanna as-haba alssabti wakana amru Allahi mafAAoolan

4:47 O jullie aan wie het boek gegeven is! Geloof in wat Wij hebben neergezonden (de koran), het bevestigt wat jullie al hebben. Geloof in het, voordat We gezichten verminken en op jullie achterwerk plaatsen of voordat We hen vervloeken zoals We de mensen van de Sabbat vervloekten. En de opdracht van Allah wordt altijd uitgevoerd.

اِنَّ اللّٰہَ لَا یَغۡفِرُ اَنۡ یُّشۡرَکَ بِہٖ وَ یَغۡفِرُ مَا دُوۡنَ ذٰلِکَ لِمَنۡ یَّشَآءُ ۚ وَ مَنۡ یُّشۡرِکۡ بِاللّٰہِ فَقَدِ افۡتَرٰۤی اِثۡمًا عَظِیۡمًا ﴿۴۸﴾

004.048 Inna Allaha la yaghfiru an yushraka bihi wayaghfiru ma doona thalika liman yashao waman yushrik biAllahi faqadi iftara ithman AAatheeman

4:48 Voorwaar, Allah vergeeft niet dat er aan Hem deelgenoten toegekend wordt, maar buiten dit vergeeft Hij wie Hij wilt. En wie aan Allah deelgenoten toekent, dan heeft hij waarlijk een zeer grote zonde begaan, door wat hij verzonnen heeft.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ یُزَکُّوۡنَ اَنۡفُسَہُمۡ ؕ بَلِ اللّٰہُ یُزَکِّیۡ مَنۡ یَّشَآءُ وَ لَا یُظۡلَمُوۡنَ فَتِیۡلًا ﴿۴۹﴾

004.049 Alam tara ila allatheena yuzakkoona anfusahum bali Allahu yuzakkee man yashao wala yuthlamoona fateelan

4:49 Heb jij dan degenen niet gezien, die de heiligheid toe-eigenen? Nee, het is Allah! Hij zuivert wie Hij wilt. En geen enkel onrecht zal hun aangedaan worden, zelfs niet iets wat gelijk is aan een haar van een dadelpit.

اُنۡظُرۡ کَیۡفَ یَفۡتَرُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ ؕ وَ کَفٰی بِہٖۤ اِثۡمًا مُّبِیۡنًا ﴿۵۰﴾

004.050 Onthur kayfa yaftaroona AAala Allahi alkathiba wakafa bihi ithman mubeenan

4:50 Zie hoe zij de leugen (m.b.t. de deelgenoten) over Allah verzinnen en zelfs dat (iets zeggen over Allah waar geen bewijs voor is) is al een zeer grote zonde!

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ اُوۡتُوۡا نَصِیۡبًا مِّنَ الۡکِتٰبِ یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡجِبۡتِ وَ الطَّاغُوۡتِ وَ یَقُوۡلُوۡنَ لِلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ہٰۤؤُلَآءِ اَہۡدٰی مِنَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا سَبِیۡلًا ﴿۵۱﴾

004.051 Alam tara ila allatheena ootoo naseeban mina alkitabi yu/minoona bialjibti waalttaghooti wayaqooloona lillatheena kafaroo haola-i ahda mina allatheena amanoo sabeelan

4:51 Heb jij dan degenen niet gezien, aan wie een gedeelte van het Boek gegeven was? Zij geloven in de Djibt (bijgeloof) en de Thaghoet (aanbidding van iets anders dan Allah, bijvoorbeeld idolen, satan, en djins). En zij zeggen over degenen die niet geloven: "Deze (de ongelovigen) volgen een beter weg dan gelovigen".

اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ لَعَنَہُمُ اللّٰہُ ؕ وَ مَنۡ یَّلۡعَنِ اللّٰہُ فَلَنۡ تَجِدَ لَہٗ نَصِیۡرًا ﴿ؕ۵۲﴾

004.052 Ola-ika allatheena laAAanahumu Allahu waman yalAAani Allahu falan tajida lahu naseeran

4:52 Deze zijn het die Allah heeft vervloekt! En wie door Allah vervloekt is, dan zal je nooit een helper voor hem kunnen vinden.

اَمۡ لَہُمۡ نَصِیۡبٌ مِّنَ الۡمُلۡکِ فَاِذًا لَّا یُؤۡتُوۡنَ النَّاسَ نَقِیۡرًا ﴿ۙ۵۳﴾

004.053 Am lahum naseebun mina almulki fa-ithan la yu/toona alnnasa naqeeran

4:53 Of hebben zij een aandeel in de Heerschappij? Als dat het geval was dan zouden zij zelfs het gelijke van een holte in een dadelpit niet aan de mensheid/mensen hebben gegeven.

اَمۡ یَحۡسُدُوۡنَ النَّاسَ عَلٰی مَاۤ اٰتٰہُمُ اللّٰہُ مِنۡ فَضۡلِہٖ ۚ فَقَدۡ اٰتَیۡنَاۤ اٰلَ اِبۡرٰہِیۡمَ الۡکِتٰبَ وَ الۡحِکۡمَۃَ وَ اٰتَیۡنٰہُمۡ مُّلۡکًا عَظِیۡمًا ﴿۵۴﴾

004.054 Am yahsudoona alnnasa AAala ma atahumu Allahu min fadlihi faqad atayna ala ibraheema alkitaba waalhikmata waataynahum mulkan AAatheeman

4:54 Of zijn zij jaloers op de mensen om wat Allah hen van Zijn goedgunstigheid (Boek, wijsheid, koninkrijk) gegeven heeft? Maar waarlijk, Wij hebben al eerder aan de familie van Ibrahiem het Boek en de Wijsheid gegeven (Mohammed v.z.m.h, is een nakomeling van Ibrahiem). En Wij gaven hen (Ibrahiem en zijn nakomelingen) al eerder een geweldig heerschappij\koninkrijk.

فَمِنۡہُمۡ مَّنۡ اٰمَنَ بِہٖ وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ صَدَّ عَنۡہُ ؕ وَ کَفٰی بِجَہَنَّمَ سَعِیۡرًا ﴿۵۵﴾

004.055 Faminhum man amana bihi waminhum man sadda AAanhu wakafa bijahannama saAAeeran

4:55 En zo ook waren er onder hen (de mensen van hun koninkrijk) die er in geloofden en onder hen waren er die zich afkeerde (van de boodschap). En de Hel is voldoende als laaiend vuur.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بِاٰیٰتِنَا سَوۡفَ نُصۡلِیۡہِمۡ نَارًا ؕ کُلَّمَا نَضِجَتۡ جُلُوۡدُہُمۡ بَدَّلۡنٰہُمۡ جُلُوۡدًا غَیۡرَہَا لِیَذُوۡقُوا الۡعَذَابَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَزِیۡزًا حَکِیۡمًا ﴿۵۶﴾

004.056 Inna allatheena kafaroo bi-ayatina sawfa nusleehim naran kullama nadijat julooduhum baddalnahum juloodan ghayraha liyathooqoo alAAathaba inna Allaha kana AAazeezan hakeeman

4:56 Voorzeker, degenen die niet in Onze Tekenen geloofden, spoedig zullen Wij hen branden in een Vuur. Ieder keer zullen hun huiden worden gebraden. Wij zullen hun huiden (namelijk) vervangen, zodat ze (telkens) de bestraffing mogen voelen. Voorzeker, Allah is Almachtig, Alwijs.

وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ سَنُدۡخِلُہُمۡ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ؕ لَہُمۡ فِیۡہَاۤ اَزۡوَاجٌ مُّطَہَّرَۃٌ ۫ وَّ نُدۡخِلُہُمۡ ظِلًّا ظَلِیۡلًا ﴿۵۷﴾

004.057 Waallatheena amanoo waAAamiloo alssalihati sanudkhiluhum jannatin tajree min tahtiha al-anharu khalideena feeha abadan lahum feeha azwajun mutahharatun wanudkhiluhum thillan thaleelan

4:57 En degenen die geloofden en goede daden verrichtten, Wij zullen hun toelaten in Tuinen waaronder rivieren stromen. Ze zullen daar eeuwig in vertoeven, voor hun zullen er reine echtgenotes zijn, en wij zullen hen tot schaduwen op schaduwen toelaten.

اِنَّ اللّٰہَ یَاۡمُرُکُمۡ اَنۡ تُؤَدُّوا الۡاَمٰنٰتِ اِلٰۤی اَہۡلِہَا ۙ وَ اِذَا حَکَمۡتُمۡ بَیۡنَ النَّاسِ اَنۡ تَحۡکُمُوۡا بِالۡعَدۡلِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ نِعِمَّا یَعِظُکُمۡ بِہٖ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ سَمِیۡعًۢا بَصِیۡرًا ﴿۵۸﴾

004.058 Inna Allaha ya/murukum an tu-addoo al-amanati ila ahliha wa-itha hakamtum bayna alnnasi an tahkumoo bialAAadli inna Allaha niAAimma yaAAithukum bihi inna Allaha kana sameeAAan baseeran

4:58 Voorzeker, Allah gebiedt jullie het toevertrouwde aan haar eigenaren te geven. En wanneer jullie onder de mensen oordelen, oordeel dan met rechtvaardigheid. Voorzeker, hiermee adviseert Allah het beste voor jullie. Voorwaar, Allah is Alhorend. Alziend.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اَطِیۡعُوا اللّٰہَ وَ اَطِیۡعُوا الرَّسُوۡلَ وَ اُولِی الۡاَمۡرِ مِنۡکُمۡ ۚ فَاِنۡ تَنَازَعۡتُمۡ فِیۡ شَیۡءٍ فَرُدُّوۡہُ اِلَی اللّٰہِ وَ الرَّسُوۡلِ اِنۡ کُنۡتُمۡ تُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ ؕ ذٰلِکَ خَیۡرٌ وَّ اَحۡسَنُ تَاۡوِیۡلًا ﴿٪۵۹﴾

004.059 Ya ayyuha allatheena amanoo ateeAAoo Allaha waateeAAoo alrrasoola waolee al-amri minkum fa-in tanazaAAtum fee shay-in faruddoohu ila Allahi waalrrasooli in kuntum tu/minoona biAllahi waalyawmi al-akhiri thalika khayrun waahsanu ta/weelan

4:59 O gelovigen, gehoorzaam Allah en gehoorzaam de Boodschapper en (gehoorzaam) degenen met autoriteit die onder jullie bevinden. Wanneer jullie dan oneens zijn met iets, refereer het naar Allah en de Boodschapper, indien jullie geloven in Allah en in de Laatste Dag. Dat is het beste voor de uiteindelijke bepaling.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ یَزۡعُمُوۡنَ اَنَّہُمۡ اٰمَنُوۡا بِمَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکَ وَ مَاۤ اُنۡزِلَ مِنۡ قَبۡلِکَ یُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ یَّتَحَاکَمُوۡۤا اِلَی الطَّاغُوۡتِ وَ قَدۡ اُمِرُوۡۤا اَنۡ یَّکۡفُرُوۡا بِہٖ ؕ وَ یُرِیۡدُ الشَّیۡطٰنُ اَنۡ یُّضِلَّہُمۡ ضَلٰلًۢا بَعِیۡدًا ﴿۶۰﴾

004.060 Alam tara ila allatheena yazAAumoona annahum amanoo bima onzila ilayka wama onzila min qablika yureedoona an yatahakamoo ila alttaghooti waqad omiroo an yakfuroo bihi wayureedu alshshaytanu an yudillahum dalalan baAAeedan

4:60 Heb jij dan degenen niet gezien, die claimen dat zij geloven in het geen wat aan jou geopenbaard is en wat eerder (aan de profeten) voor jou geopenbaard is? Zij wensen volgens de Thaghoet (het recht wat niet bepaald is door Allah) te oordelen, en zij waren echter bevolen om het te verwerpen. En de satan wenst hun te misleiden, dwalend en ver weg van het pad.

وَ اِذَا قِیۡلَ لَہُمۡ تَعَالَوۡا اِلٰی مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ وَ اِلَی الرَّسُوۡلِ رَاَیۡتَ الۡمُنٰفِقِیۡنَ یَصُدُّوۡنَ عَنۡکَ صُدُوۡدًا ﴿ۚ۶۱﴾

004.061 Wa-itha qeela lahum taAAalaw ila ma anzala Allahu wa-ila alrrasooli raayta almunafiqeena yasuddoona AAanka sudoodan

4:61 En wanneer tot hen wordt gezegd: "Komt naar wat Allah heeft neergezonden en naar de Boodschapper" dan zie je de hypocrieten in afkeer van jou weggaan.

فَکَیۡفَ اِذَاۤ اَصَابَتۡہُمۡ مُّصِیۡبَۃٌۢ بِمَا قَدَّمَتۡ اَیۡدِیۡہِمۡ ثُمَّ جَآءُوۡکَ یَحۡلِفُوۡنَ ٭ۖ بِاللّٰہِ اِنۡ اَرَدۡنَاۤ اِلَّاۤ اِحۡسَانًا وَّ تَوۡفِیۡقًا ﴿۶۲﴾

004.062 Fakayfa itha asabat-hum museebatun bima qaddamat aydeehim thumma jaooka yahlifoona biAllahi in aradna illa ihsanan watawfeeqan

4:62 Hoe komt het dat, wanneer zij getroffen worden door een ramp wat veroorzaakt is door hun handen, zij naar jou komen en zeggen zwerend bij Allah :"Wij hadden alleen maar goede intenties en we wilde alleen verzoenen/bemiddelen".

اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ یَعۡلَمُ اللّٰہُ مَا فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ ٭ فَاَعۡرِضۡ عَنۡہُمۡ وَ عِظۡہُمۡ وَ قُلۡ لَّہُمۡ فِیۡۤ اَنۡفُسِہِمۡ قَوۡلًۢا بَلِیۡغًا ﴿۶۳﴾

004.063 Ola-ika allatheena yaAAlamu Allahu ma fee quloobihim faaAArid AAanhum waAAithhum waqul lahum fee anfusihim qawlan baleeghan

4:63 Zij zijn degenen! Allah weet zich wat in hun harten bevindt. Dus wend je van hen af en vermaan hen met een woord met betrekking tot hun ziel dat diep raakt.

وَ مَاۤ اَرۡسَلۡنَا مِنۡ رَّسُوۡلٍ اِلَّا لِیُطَاعَ بِاِذۡنِ اللّٰہِ ؕ وَ لَوۡ اَنَّہُمۡ اِذۡ ظَّلَمُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ جَآءُوۡکَ فَاسۡتَغۡفَرُوا اللّٰہَ وَ اسۡتَغۡفَرَ لَہُمُ الرَّسُوۡلُ لَوَجَدُوا اللّٰہَ تَوَّابًا رَّحِیۡمًا ﴿۶۴﴾

004.064 Wama arsalna min rasoolin illa liyutaAAa bi-ithni Allahi walaw annahum ith thalamoo anfusahum jaooka faistaghfaroo Allaha waistaghfara lahumu alrrasoolu lawajadoo Allaha tawwaban raheeman

4:64 En Wij zonden slechts een boodschapper om, met de toestemming van Allah, gehoorzaamd te worden. En waren zij maar, wanneer zij zichzelf onrecht aandeden, naar jou toegekomen en Allah om vergiffenis gevraagd, dan had de boodschapper vergiffenis voor hen gevraagd. Ze zouden Allah gevonden hebben, de Vergevensgezinde, de Meest Barmhartige.

فَلَا وَ رَبِّکَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ حَتّٰی یُحَکِّمُوۡکَ فِیۡمَا شَجَرَ بَیۡنَہُمۡ ثُمَّ لَا یَجِدُوۡا فِیۡۤ اَنۡفُسِہِمۡ حَرَجًا مِّمَّا قَضَیۡتَ وَ یُسَلِّمُوۡا تَسۡلِیۡمًا ﴿۶۵﴾

004.065 Fala warabbika la yu/minoona hatta yuhakkimooka feema shajara baynahum thumma la yajidoo fee anfusihim harajan mimma qadayta wayusallimoo tasleeman

4:65 Maar nee, (Ik zweer) bij jouw Heer, zij zullen niet geloven totdat jij oordeelt over wat hen bemoeilijkt. Zij zullen dan geen ongemak in hunzelf vinden nadat je besloten hebt. En geef je over in volledige overgave tot Allah.

وَ لَوۡ اَنَّا کَتَبۡنَا عَلَیۡہِمۡ اَنِ اقۡتُلُوۡۤا اَنۡفُسَکُمۡ اَوِ اخۡرُجُوۡا مِنۡ دِیَارِکُمۡ مَّا فَعَلُوۡہُ اِلَّا قَلِیۡلٌ مِّنۡہُمۡ ؕ وَ لَوۡ اَنَّہُمۡ فَعَلُوۡا مَا یُوۡعَظُوۡنَ بِہٖ لَکَانَ خَیۡرًا لَّہُمۡ وَ اَشَدَّ تَثۡبِیۡتًا ﴿ۙ۶۶﴾

004.066 Walaw anna katabna AAalayhim ani oqtuloo anfusakum awi okhrujoo min diyarikum ma faAAaloohu illa qaleelun minhum walaw annahum faAAaloo ma yooAAathoona bihi lakana khayran lahum waashadda tathbeetan

4:66 En indien Wij besloten hadden, "Doodt jezelf" of "Verlaat jullie huizen," dan zouden zij het niet doen, behalve weinigen van hen. Maar als zij, wat hen geadviseerd werd, hadden gedaan, dan zou dat zeker beter zijn geweest voor henzelf en had hun standvastiger/sterker/stabieler gemaakt.

وَّ اِذًا لَّاٰتَیۡنٰہُمۡ مِّنۡ لَّدُنَّـاۤ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿ۙ۶۷﴾

004.067 Wa-ithan laataynahum min ladunna ajran AAatheeman

4:67 En Wij zouden hun van Onze Zijde een geweldige beloning hebben gegeven.

وَّ لَہَدَیۡنٰہُمۡ صِرَاطًا مُّسۡتَقِیۡمًا ﴿۶۸﴾

004.068 Walahadaynahum siratan mustaqeeman

4:68 En Wij zouden hen op de rechte Pad geleid hebben.

وَ مَنۡ یُّطِعِ اللّٰہَ وَ الرَّسُوۡلَ فَاُولٰٓئِکَ مَعَ الَّذِیۡنَ اَنۡعَمَ اللّٰہُ عَلَیۡہِمۡ مِّنَ النَّبِیّٖنَ وَ الصِّدِّیۡقِیۡنَ وَ الشُّہَدَآءِ وَ الصّٰلِحِیۡنَ ۚ وَ حَسُنَ اُولٰٓئِکَ رَفِیۡقًا ﴿ؕ۶۹﴾

004.069 Waman yutiAAi Allaha waalrrasoola faola-ika maAAa allatheena anAAama Allahu AAalayhim mina alnnabiyyeena waalssiddeeqeena waalshshuhada-i waalssaliheena wahasuna ola-ika rafeeqan

4:69 En wie Allah en de Boodschapper gehoorzaamt, zij zijn die behoren tot de groep op wie Allah zijn gunsten heeft geschonken, (de groep van) de Profeten, de rechtvaardigen, de martelaren, en de oprechten. Zij zijn de beste metgezellen!

ذٰلِکَ الۡفَضۡلُ مِنَ اللّٰہِ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ عَلِیۡمًا ﴿۷۰﴾

004.070 Thalika alfadlu mina Allahi wakafa biAllahi AAaleeman

4:70 Dat is de goedgunstigheid van Allah en het is sufficiënt dat Allah (alleen) Alwetend is.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا خُذُوۡا حِذۡرَکُمۡ فَانۡفِرُوۡا ثُبَاتٍ اَوِ انۡفِرُوۡا جَمِیۡعًا ﴿۷۱﴾

004.071 Ya ayyuha allatheena amanoo khuthoo hithrakum fainfiroo thubatin awi infiroo jameeAAan

4:71 O geloven, neem jullie voorzorgsmaatregelen en ga verder in groepen of gezamenlijk met zijn allen.

وَ اِنَّ مِنۡکُمۡ لَمَنۡ لَّیُبَطِّئَنَّ ۚ فَاِنۡ اَصَابَتۡکُمۡ مُّصِیۡبَۃٌ قَالَ قَدۡ اَنۡعَمَ اللّٰہُ عَلَیَّ اِذۡ لَمۡ اَکُنۡ مَّعَہُمۡ شَہِیۡدًا ﴿۷۲﴾

004.072 Wa-inna minkum laman layubatti-anna fa-in asabatkum museebatun qala qad anAAama Allahu AAalayya ith lam akun maAAahum shaheedan

4:72 En voorzeker, onder jullie zijn er die vertraagt zijn\achterblijven\dralen en wanneer er dan een ramp over jullie komt, zegt hij: "Waarlijk, Allah heeft me begunstigd, omdat ik me niet onder hen bevond".

وَ لَئِنۡ اَصَابَکُمۡ فَضۡلٌ مِّنَ اللّٰہِ لَیَقُوۡلَنَّ کَاَنۡ لَّمۡ تَکُنۡۢ بَیۡنَکُمۡ وَ بَیۡنَہٗ مَوَدَّۃٌ یّٰلَیۡتَنِیۡ کُنۡتُ مَعَہُمۡ فَاَفُوۡزَ فَوۡزًا عَظِیۡمًا ﴿۷۳﴾

004.073 Wala-in asabakum fadlun mina Allahi layaqoolanna kaan lam takun baynakum wabaynahu mawaddatun ya laytanee kuntu maAAahum faafooza fawzan AAatheeman

4:73 En wanneer jullie een beloning van Allah krijgen, zou hij zeker zeggen net als dat er geen relatie tussen hem en jullie was: "O! Was ik maar met hun geweest, dan zou ik een grote triomf hebben verkregen".

فَلۡیُقَاتِلۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ الَّذِیۡنَ یَشۡرُوۡنَ الۡحَیٰوۃَ الدُّنۡیَا بِالۡاٰخِرَۃِ ؕ وَ مَنۡ یُّقَاتِلۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ فَیُقۡتَلۡ اَوۡ یَغۡلِبۡ فَسَوۡفَ نُؤۡتِیۡہِ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿۷۴﴾

004.074 Falyuqatil fee sabeeli Allahi allatheena yashroona alhayata alddunya bial-akhirati waman yuqatil fee sabeeli Allahi fayuqtal aw yaghlib fasawfa nu/teehi ajran AAatheeman

4:74 Laat dan degenen, die het wereldse leven verkopen voor het Hiernamaals, vechten op de Weg van Allah. En wie vecht op de Weg van Allah en hij wordt gedood of hij verkrijgt de overwinning, Wij zullen hem spoedig een geweldige beloning verschaffen.

وَ مَا لَکُمۡ لَا تُقَاتِلُوۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ الۡمُسۡتَضۡعَفِیۡنَ مِنَ الرِّجَالِ وَ النِّسَآءِ وَ الۡوِلۡدَانِ الَّذِیۡنَ یَقُوۡلُوۡنَ رَبَّنَاۤ اَخۡرِجۡنَا مِنۡ ہٰذِہِ الۡقَرۡیَۃِ الظَّالِمِ اَہۡلُہَا ۚ وَ اجۡعَلۡ لَّنَا مِنۡ لَّدُنۡکَ وَلِیًّا ۚۙ وَّ اجۡعَلۡ لَّنَا مِنۡ لَّدُنۡکَ نَصِیۡرًا ﴿ؕ۷۵﴾

004.075 Wama lakum la tuqatiloona fee sabeeli Allahi waalmustadAAafeena mina alrrijali waalnnisa-i waalwildani allatheena yaqooloona rabbana akhrijna min hathihi alqaryati alththalimi ahluha waijAAal lana min ladunka waliyyan waijAAal lana min ladunka naseeran

4:75 En wat is er dat jou weerhoudt van vechten op de weg van Allah, voor (de onderdrukking van) degenen onder de mannen die zwak zijn, voor de vrouwen, en voor de kinderen? Zij zijn degenen die zeggen: "Onze Heer haal ons uit deze stad, de mensen ervan zijn onderdrukkers en ken ons van U een beschermer toe en ken ons van U een helper toe".

اَلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا یُقَاتِلُوۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ۚ وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا یُقَاتِلُوۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِ الطَّاغُوۡتِ فَقَاتِلُوۡۤا اَوۡلِیَآءَ الشَّیۡطٰنِ ۚ اِنَّ کَیۡدَ الشَّیۡطٰنِ کَانَ ضَعِیۡفًا ﴿۷۶﴾

004.076 Allatheena amanoo yuqatiloona fee sabeeli Allahi waallatheena kafaroo yuqatiloona fee sabeeli alttaghooti faqatiloo awliyaa alshshaytani inna kayda alshshaytani kana daAAeefan

4:76 Degenen die geloven, zij vechten op de Weg van Allah en degenen die niet geloven, zij vechten op de weg van de Thaghoet. Vecht dus tegen de vrienden van de Satan. Voorwaar, de strategie/plan van de Satan is zwak.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ قِیۡلَ لَہُمۡ کُفُّوۡۤا اَیۡدِیَکُمۡ وَ اَقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ وَ اٰتُوا الزَّکٰوۃَ ۚ فَلَمَّا کُتِبَ عَلَیۡہِمُ الۡقِتَالُ اِذَا فَرِیۡقٌ مِّنۡہُمۡ یَخۡشَوۡنَ النَّاسَ کَخَشۡیَۃِ اللّٰہِ اَوۡ اَشَدَّ خَشۡیَۃً ۚ وَ قَالُوۡا رَبَّنَا لِمَ کَتَبۡتَ عَلَیۡنَا الۡقِتَالَ ۚ لَوۡ لَاۤ اَخَّرۡتَنَاۤ اِلٰۤی اَجَلٍ قَرِیۡبٍ ؕ قُلۡ مَتَاعُ الدُّنۡیَا قَلِیۡلٌ ۚ وَ الۡاٰخِرَۃُ خَیۡرٌ لِّمَنِ اتَّقٰی ۟ وَ لَا تُظۡلَمُوۡنَ فَتِیۡلًا ﴿۷۷﴾

004.077 Alam tara ila allatheena qeela lahum kuffoo aydiyakum waaqeemoo alssalata waatoo alzzakata falamma kutiba AAalayhimu alqitalu itha fareequn minhum yakhshawna alnnasa kakhashyati Allahi aw ashadda khashyatan waqaloo rabbana lima katabta AAalayna alqitala lawla akhkhartana ila ajalin qareebin qul mataAAu alddunya qaleelun waal-akhiratu khayrun limani ittaqa wala tuthlamoona fateelan

4:77 Heb jij dan degenen niet gezien tot wie er gezegd werd :"Hou je handen in bedwang en onderhoudt de salaat en geef de zakaat?" Toen het vechten op hen werd bevolen, vreesden een groep onder hen mensen zoals ze Allah vreesden of zelfs nog intenser. En zij zeiden :"Onze heer, waarom heeft U het vechten op ons bevolen? Waarom stelt U het niet voor een korte periode uit"? Zeg :"Het genot van de wereld is klein en het Hiernamaals is beter voor wie Allah vreest. En er zal jullie geen onrecht aangedaan worden, zelfs niet als het gelijke van een haar op een dadelpit.

اَیۡنَ مَا تَکُوۡنُوۡا یُدۡرِکۡکُّمُ الۡمَوۡتُ وَ لَوۡ کُنۡتُمۡ فِیۡ بُرُوۡجٍ مُّشَیَّدَۃٍ ؕ وَ اِنۡ تُصِبۡہُمۡ حَسَنَۃٌ یَّقُوۡلُوۡا ہٰذِہٖ مِنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ۚ وَ اِنۡ تُصِبۡہُمۡ سَیِّئَۃٌ یَّقُوۡلُوۡا ہٰذِہٖ مِنۡ عِنۡدِکَ ؕ قُلۡ کُلٌّ مِّنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ؕ فَمَالِ ہٰۤؤُلَآءِ الۡقَوۡمِ لَا یَکَادُوۡنَ یَفۡقَہُوۡنَ حَدِیۡثًا ﴿۷۸﴾

004.078 Aynama takoonoo yudrikkumu almawtu walaw kuntum fee buroojin mushayyadatin wa-in tusibhum hasanatun yaqooloo hathihi min AAindi Allahi wa-in tusibhum sayyi-atun yaqooloo hathihi min AAindika qul kullun min AAindi Allahi famali haola-i alqawmi la yakadoona yafqahoona hadeethan

4:78 Waar jullie je ook bevinden de dood zal jullie bereiken, zelfs als jullie in hoge torens bevinden. En als zij iet goeds ondervinden, zeggen zij:"Dit is van Allah". En als er enig kwaad hen treft, zeggen zij :"Dit is van jou." Zeg: "Alles is van Allah". Wat is er met deze mensen, het blijkt dat zij geen enkel uitspraak begrijpen?

مَاۤ اَصَابَکَ مِنۡ حَسَنَۃٍ فَمِنَ اللّٰہِ ۫ وَ مَاۤ اَصَابَکَ مِنۡ سَیِّئَۃٍ فَمِنۡ نَّفۡسِکَ ؕ وَ اَرۡسَلۡنٰکَ لِلنَّاسِ رَسُوۡلًا ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ شَہِیۡدًا ﴿۷۹﴾

004.079 Ma asabaka min hasanatin famina Allahi wama asabaka min sayyi-atin famin nafsika waarsalnaka lilnnasi rasoolan wakafa biAllahi shaheedan

4:79 Wat jou van het goede overkomt, is van Allah. En wat jou van het kwaad overkomt, het is van jezelf. En Wij hebben jou als een Boodschapper naar de mensen gezonden. En Allah is sufficiënt als (enige) Getuige.

مَنۡ یُّطِعِ الرَّسُوۡلَ فَقَدۡ اَطَاعَ اللّٰہَ ۚ وَ مَنۡ تَوَلّٰی فَمَاۤ اَرۡسَلۡنٰکَ عَلَیۡہِمۡ حَفِیۡظًا ﴿ؕ۸۰﴾

004.080 Man yutiAAi alrrasoola faqad ataAAa Allaha waman tawalla fama arsalnaka AAalayhim hafeethan

4:80 Wie de Boodschapper gehoorzaamt, dan Zeker, hij gehoorzaamt Allah. En wie zich afkeert, wij hebben jou niet als een beschermer over hen gestuurd.

وَ یَقُوۡلُوۡنَ طَاعَۃٌ ۫ فَاِذَا بَرَزُوۡا مِنۡ عِنۡدِکَ بَیَّتَ طَآئِفَۃٌ مِّنۡہُمۡ غَیۡرَ الَّذِیۡ تَقُوۡلُ ؕ وَ اللّٰہُ یَکۡتُبُ مَا یُبَیِّتُوۡنَ ۚ فَاَعۡرِضۡ عَنۡہُمۡ وَ تَوَکَّلۡ عَلَی اللّٰہِ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ وَکِیۡلًا ﴿۸۱﴾

004.081 Wayaqooloona taAAatun fa-itha barazoo min AAindika bayyata ta-ifatun minhum ghayra allathee taqoolu waAllahu yaktubu ma yubayyitoona faaAArid AAanhum watawakkal AAala Allahi wakafa biAllahi wakeelan

4:81 En zij zeggen: "We beloven gehoorzaamheid". Wanneer zij jou dan verlaten, (weet dan dat) 's nachts een groep onder hen iets anders plannen over wat jij heb gezegd. Maar Allah registreert wat zij bij nacht plannen. Dus wend je van hen af en zet je vertrouwen in Allah. Allah is sufficiënt als enige Getuige.

اَفَلَا یَتَدَبَّرُوۡنَ الۡقُرۡاٰنَ ؕ وَ لَوۡ کَانَ مِنۡ عِنۡدِ غَیۡرِ اللّٰہِ لَوَجَدُوۡا فِیۡہِ اخۡتِلَافًا کَثِیۡرًا ﴿۸۲﴾

004.082 Afala yatadabbaroona alqur-ana walaw kana min AAindi ghayri Allahi lawajadoo feehi ikhtilafan katheeran

4:82 Denken zij dan niet diep na over de Kuran? En als deze niet van Allah was geweest, dan hadden jullie zeker veel tegenstrijdigheden erin gevonden.

وَ اِذَا جَآءَہُمۡ اَمۡرٌ مِّنَ الۡاَمۡنِ اَوِ الۡخَوۡفِ اَذَاعُوۡا بِہٖ ؕ وَ لَوۡ رَدُّوۡہُ اِلَی الرَّسُوۡلِ وَ اِلٰۤی اُولِی الۡاَمۡرِ مِنۡہُمۡ لَعَلِمَہُ الَّذِیۡنَ یَسۡتَنۡۢبِطُوۡنَہٗ مِنۡہُمۡ ؕ وَ لَوۡ لَا فَضۡلُ اللّٰہِ عَلَیۡکُمۡ وَ رَحۡمَتُہٗ لَاتَّبَعۡتُمُ الشَّیۡطٰنَ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۸۳﴾

004.083 Wa-itha jaahum amrun mina al-amni awi alkhawfi athaAAoo bihi walaw raddoohu ila alrrasooli wa-ila olee al-amri minhum laAAalimahu allatheena yastanbitoonahu minhum walawla fadlu Allahi AAalaykum warahmatuhu laittabaAAtumu alshshaytana illa qaleelan

4:83 En wanneer er een berichtgeving van veiligheid of angst tot hen komt, verspreiden zij het. Maar als zij het voorgelegd hadden aan de Boodschapper en aan degenen met autoriteit, dan hadden degenen met kennis (ulaimah) de juiste conclusie eruit (de berichtgeving) getrokken. En als het niet lag aan Allah's Goedgunstigheid en zijn Genade, dan zouden jullie met zekerheid de satan volgen, op enkele van jullie na.

فَقَاتِلۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ۚ لَا تُکَلَّفُ اِلَّا نَفۡسَکَ وَ حَرِّضِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ۚ عَسَی اللّٰہُ اَنۡ یَّکُفَّ بَاۡسَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ؕ وَ اللّٰہُ اَشَدُّ بَاۡسًا وَّ اَشَدُّ تَنۡکِیۡلًا ﴿۸۴﴾

004.084 Faqatil fee sabeeli Allahi la tukallafu illa nafsaka waharridi almu/mineena AAasa Allahu an yakuffa ba/sa allatheena kafaroo waAllahu ashaddu ba/san waashaddu tankeelan

4:84 Dus Strijd op de Weg van Allah, jij bent slechts verantwoordelijk voor jezelf, en moedig de gelovigen aan (om standvastig te zijn en te strijden). Allah zal de macht van de ongelovigen ontnemen. En Allah is groter in Macht en harder in bestraffing.

مَنۡ یَّشۡفَعۡ شَفَاعَۃً حَسَنَۃً یَّکُنۡ لَّہٗ نَصِیۡبٌ مِّنۡہَا ۚ وَ مَنۡ یَّشۡفَعۡ شَفَاعَۃً سَیِّئَۃً یَّکُنۡ لَّہٗ کِفۡلٌ مِّنۡہَا ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ مُّقِیۡتًا ﴿۸۵﴾

004.085 Man yashfaAA shafaAAatan hasanatan yakun lahu naseebun minha waman yashfaAA shafaAAatan sayyi-atan yakun lahu kiflun minha wakana Allahu AAala kulli shay-in muqeetan

4:85 En wie een goede bemiddeling doet, hij krijgt een goede aandeel daarvoor. En wie een slechte bemiddeling doet, hij krijgt een deel van de last ervan. En Allah overziet alles.

وَ اِذَا حُیِّیۡتُمۡ بِتَحِیَّۃٍ فَحَیُّوۡا بِاَحۡسَنَ مِنۡہَاۤ اَوۡ رُدُّوۡہَا ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ حَسِیۡبًا ﴿۸۶﴾

004.086 Wa-itha huyyeetum bitahiyyatin fahayyoo bi-ahsana minha aw ruddooha inna Allaha kana AAala kulli shay-in haseeban

4:86 En wanneer jullie begroet worden, groet dan met een betere groet of beantwoord deze gelijkwaardig. Voorzeker, Allah stelt over elk iets een rekening op.

اَللّٰہُ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ؕ لَیَجۡمَعَنَّکُمۡ اِلٰی یَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ لَا رَیۡبَ فِیۡہِ ؕ وَ مَنۡ اَصۡدَقُ مِنَ اللّٰہِ حَدِیۡثًا ﴿٪۸۷﴾

004.087 Allahu la ilaha illa huwa layajmaAAannakum ila yawmi alqiyamati la rayba feehi waman asdaqu mina Allahi hadeethan

4:87 Allah, er is geen dëiteit dan Hij! Voorzeker, Hij zal jullie verzamelen op de dag des oordeels. Er is geen twijfel hier over. En wie is er meer waarheidsgetrouw in zijn uitspraak dan Allah?

فَمَا لَکُمۡ فِی الۡمُنٰفِقِیۡنَ فِئَتَیۡنِ وَ اللّٰہُ اَرۡکَسَہُمۡ بِمَا کَسَبُوۡا ؕ اَتُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ تَہۡدُوۡا مَنۡ اَضَلَّ اللّٰہُ ؕ وَ مَنۡ یُّضۡلِلِ اللّٰہُ فَلَنۡ تَجِدَ لَہٗ سَبِیۡلًا ﴿۸۸﴾

004.088 Fama lakum fee almunafiqeena fi-atayni waAllahu arkasahum bima kasaboo atureedoona an tahdoo man adalla Allahu waman yudlili Allahu falan tajida lahu sabeelan

4:88 En wat is er met jullie met betrekking tot de hypocrieten, zijn jullie twee-partijdig geworden? Terwijl Allah hen doet terug vallen (in dwaling) omdat zij dat (de dwaalspoor) gekocht hebben. Willen jullie hen te leiden terwijl Allah hen laat dwalen? En (weet dat) wie Allah laat dwalen, nooit zal er een weg voor hem zijn (tot het rechte pad).

وَدُّوۡا لَوۡ تَکۡفُرُوۡنَ کَمَا کَفَرُوۡا فَتَکُوۡنُوۡنَ سَوَآءً فَلَا تَتَّخِذُوۡا مِنۡہُمۡ اَوۡلِیَآءَ حَتّٰی یُہَاجِرُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ؕ فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَخُذُوۡہُمۡ وَ اقۡتُلُوۡہُمۡ حَیۡثُ وَجَدۡتُّمُوۡہُمۡ ۪ وَ لَا تَتَّخِذُوۡا مِنۡہُمۡ وَلِیًّا وَّ لَا نَصِیۡرًا ﴿ۙ۸۹﴾

004.089 Waddoo law takfuroona kama kafaroo fatakoonoona sawaan fala tattakhithoo minhum awliyaa hatta yuhajiroo fee sabeeli Allahi fa-in tawallaw fakhuthoohum waoqtuloohum haythu wajadtumoohum wala tattakhithoo minhum waliyyan wala naseeran

4:89 Zij (de hypocrieten) verlangen dat jullie niet geloven (het licht bedekken) zoals zij niet geloven en dan zullen jullie gelijk zijn als hen. Dus sluit geen verbond totdat ze uitwijken tot de weg van Allah. Maar als zij zich afkeren, grijp hen en doodt hen waar jullie hen vinden. En neem geen vriend of een helper uit hen.

اِلَّا الَّذِیۡنَ یَصِلُوۡنَ اِلٰی قَوۡمٍۭ بَیۡنَکُمۡ وَ بَیۡنَہُمۡ مِّیۡثَاقٌ اَوۡ جَآءُوۡکُمۡ حَصِرَتۡ صُدُوۡرُہُمۡ اَنۡ یُّقَاتِلُوۡکُمۡ اَوۡ یُقَاتِلُوۡا قَوۡمَہُمۡ ؕ وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ لَسَلَّطَہُمۡ عَلَیۡکُمۡ فَلَقٰتَلُوۡکُمۡ ۚ فَاِنِ اعۡتَزَلُوۡکُمۡ فَلَمۡ یُقَاتِلُوۡکُمۡ وَ اَلۡقَوۡا اِلَیۡکُمُ السَّلَمَ ۙ فَمَا جَعَلَ اللّٰہُ لَکُمۡ عَلَیۡہِمۡ سَبِیۡلًا ﴿۹۰﴾

004.090 Illa allatheena yasiloona ila qawmin baynakum wabaynahum meethaqun aw jaookum hasirat sudooruhum an yuqatilookum aw yuqatiloo qawmahum walaw shaa Allahu lasallatahum AAalaykum falaqatalookum fa-ini iAAtazalookum falam yuqatilookum waalqaw ilaykumu alssalama fama jaAAala Allahu lakum AAalayhim sabeelan

4:90 Behalve degenen die tot een groep behoren waarmee jullie een verdrag hebben. Of degenen die naar jullie komen en hun harten in bedwang houden om jullie of hun eigen mensen, te bevechten. En als Allah het had gewild, had hij hen meer macht over jullie gegeven, dan hadden zij jullie met zekerheid bevochten. Dus als zij dan terugtrekken en zich jullie niet bevechten en vrede verschaffen, dan heeft Allah geen weg tegen hen gemaakt (om hen te doden).

سَتَجِدُوۡنَ اٰخَرِیۡنَ یُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ یَّاۡمَنُوۡکُمۡ وَ یَاۡمَنُوۡا قَوۡمَہُمۡ ؕ کُلَّمَا رُدُّوۡۤا اِلَی الۡفِتۡنَۃِ اُرۡکِسُوۡا فِیۡہَا ۚ فَاِنۡ لَّمۡ یَعۡتَزِلُوۡکُمۡ وَ یُلۡقُوۡۤا اِلَیۡکُمُ السَّلَمَ وَ یَکُفُّوۡۤا اَیۡدِیَہُمۡ فَخُذُوۡہُمۡ وَ اقۡتُلُوۡہُمۡ حَیۡثُ ثَقِفۡتُمُوۡہُمۡ ؕ وَ اُولٰٓئِکُمۡ جَعَلۡنَا لَکُمۡ عَلَیۡہِمۡ سُلۡطٰنًا مُّبِیۡنًا ﴿۹۱﴾

004.091 Satajidoona akhareena yureedoona an ya/manookum waya/manoo qawmahum kulla ma ruddoo ila alfitnati orkisoo feeha fa-in lam yaAAtazilookum wayulqoo ilaykumu alssalama wayakuffoo aydiyahum fakhuthoohum waoqtuloohum haythu thaqiftumoohum waola-ikum jaAAalna lakum AAalayhim sultanan mubeenan

4:91 Jullie zullen anderen (mensen) tegenkomen, die wensen dat zij veilig zijn voor jullie en hun eigen mensen. Iedere keer dat zij verleid worden keren zij zich terug in de verleiding. Dus als zij zich niet van jullie afkeren en geen vrede verschaffen en jullie bevechten, grijp hen en dood hen waar jullie hen ook aantreffen. Wij hebben jullie een duidelijke autoriteit over hen gegeven.

وَ مَا کَانَ لِمُؤۡمِنٍ اَنۡ یَّقۡتُلَ مُؤۡمِنًا اِلَّا خَطَـًٔا ۚ وَ مَنۡ قَتَلَ مُؤۡمِنًا خَطَـًٔا فَتَحۡرِیۡرُ رَقَبَۃٍ مُّؤۡمِنَۃٍ وَّ دِیَۃٌ مُّسَلَّمَۃٌ اِلٰۤی اَہۡلِہٖۤ اِلَّاۤ اَنۡ یَّصَّدَّقُوۡا ؕ فَاِنۡ کَانَ مِنۡ قَوۡمٍ عَدُوٍّ لَّکُمۡ وَ ہُوَ مُؤۡمِنٌ فَتَحۡرِیۡرُ رَقَبَۃٍ مُّؤۡمِنَۃٍ ؕ وَ اِنۡ کَانَ مِنۡ قَوۡمٍۭ بَیۡنَکُمۡ وَ بَیۡنَہُمۡ مِّیۡثَاقٌ فَدِیَۃٌ مُّسَلَّمَۃٌ اِلٰۤی اَہۡلِہٖ وَ تَحۡرِیۡرُ رَقَبَۃٍ مُّؤۡمِنَۃٍ ۚ فَمَنۡ لَّمۡ یَجِدۡ فَصِیَامُ شَہۡرَیۡنِ مُتَتَابِعَیۡنِ ۫ تَوۡبَۃً مِّنَ اللّٰہِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ﴿۹۲﴾

004.092 Wama kana limu/minin an yaqtula mu/minan illa khataan waman qatala mu/minan khataan fatahreeru raqabatin mu/minatin wadiyatun musallamatun ila ahlihi illa an yassaddaqoo fa-in kana min qawmin AAaduwwin lakum wahuwa mu/minun fatahreeru raqabatin mu/minatin wa-in kana min qawmin baynakum wabaynahum meethaqun fadiyatun musallamatun ila ahlihi watahreeru raqabatin mu/minatin faman lam yajid fasiyamu shahrayni mutatabiAAayni tawbatan mina Allahi wakana Allahu AAaleeman hakeeman

4:92 En het is niet voor een gelovige om een gelovige te doden, echter het kan gebeuren door een vergissing. En wie een gelovige per vergissing doodt, dan is het voor hem om een gelovige slaaf vrij te laten en bloedgeld te betalen aan zijn familie, behalve als zij het als liefdadigheid kwijtschelden. Wanneer de gedode tot een vijandig familie behoorde, maar echter gelovig was, dan is het voor hem slechts een gelovige slaaf vrij te laten. Wanneer de gedode tot een groep/familie behoorde waarmee er een vredesverdrag is, dan is het voor hem om bloedgeld te betalen en een gelovige slaaf vrij te laten. En wie niet vindt, dan zal hij twee aaneengesloten maanden vasten, zoekend naar de vergeving van Allah en Allah is Alwetend, Alwijs

وَ مَنۡ یَّقۡتُلۡ مُؤۡمِنًا مُّتَعَمِّدًا فَجَزَآؤُہٗ جَہَنَّمُ خٰلِدًا فِیۡہَا وَ غَضِبَ اللّٰہُ عَلَیۡہِ وَ لَعَنَہٗ وَ اَعَدَّ لَہٗ عَذَابًا عَظِیۡمًا ﴿۹۳﴾

004.093 Waman yaqtul mu/minan mutaAAammidan fajazaohu jahannamu khalidan feeha waghadiba Allahu AAalayhi walaAAanahu waaAAadda lahu AAathaban AAatheeman

4:93 En wie een gelovige doelbewust doodt, dan is zijn vergelding/straf de Hel, eeuwig levend erin. En de toorn van Allah zal op hem rusten, Hij zal hem vervloeken, en Hij heeft een zeer grote straf voor hem voorbereid.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا ضَرَبۡتُمۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ فَتَبَیَّنُوۡا وَ لَا تَقُوۡلُوۡا لِمَنۡ اَلۡقٰۤی اِلَیۡکُمُ السَّلٰمَ لَسۡتَ مُؤۡمِنًا ۚ تَبۡتَغُوۡنَ عَرَضَ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۫ فَعِنۡدَ اللّٰہِ مَغَانِمُ کَثِیۡرَۃٌ ؕ کَذٰلِکَ کُنۡتُمۡ مِّنۡ قَبۡلُ فَمَنَّ اللّٰہُ عَلَیۡکُمۡ فَتَبَیَّنُوۡا ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرًا ﴿۹۴﴾

004.094 Ya ayyuha allatheena amanoo itha darabtum fee sabeeli Allahi fatabayyanoo wala taqooloo liman alqa ilaykumu alssalama lasta mu/minan tabtaghoona AAarada alhayati alddunya faAAinda Allahi maghanimu katheeratun kathalika kuntum min qablu famanna Allahu AAalaykum fatabayyanoo inna Allaha kana bima taAAmaloona khabeeran

4:94 O geloven! Wanneer jullie op de weg van Allah bevinden, onderzoek! En zeg niet tegen degene die jullie met vrede (Salam) begroeten: "Je bent geen gelovige!", zoekend naar de tijdelijke profijten van het wereldse leven. Echter, bij Allah zijn er schatten in overvloed. Zo waren jullie vroeger ook, daarna heeft Allah jullie begunstigd (met Islam). Dus onderzoek! Voorzeker, Allah is met grote precisie op de hoogte van wat jullie doen.

لَا یَسۡتَوِی الۡقٰعِدُوۡنَ مِنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ غَیۡرُ اُولِی الضَّرَرِ وَ الۡمُجٰہِدُوۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ بِاَمۡوَالِہِمۡ وَ اَنۡفُسِہِمۡ ؕ فَضَّلَ اللّٰہُ الۡمُجٰہِدِیۡنَ بِاَمۡوَالِہِمۡ وَ اَنۡفُسِہِمۡ عَلَی الۡقٰعِدِیۡنَ دَرَجَۃً ؕ وَ کُلًّا وَّعَدَ اللّٰہُ الۡحُسۡنٰی ؕ وَ فَضَّلَ اللّٰہُ الۡمُجٰہِدِیۡنَ عَلَی الۡقٰعِدِیۡنَ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿ۙ۹۵﴾

004.095 La yastawee alqaAAidoona mina almu/mineena ghayru olee alddarari waalmujahidoona fee sabeeli Allahi bi-amwalihim waanfusihim faddala Allahu almujahideena bi-amwalihim waanfusihim AAala alqaAAideena darajatan wakullan waAAada Allahu alhusna wafaddala Allahu almujahideena AAala alqaAAideena ajran AAatheeman

4:95 De zittenden (niet actieve) onder de gelovigen, behalve de invalide, zijn niet gelijk aan de gelovigen, die strijden met hun eigendommen en hun leven op de de weg van Allah. Allah heeft hen, die strijden met hun eigendommen en hun leven, hoger in rang begunstigd dan degenen die passief zijn. Maar aan beide heeft Allah het beste beloofd (het paradijs). En Allah heeft de strijders boven de zitters bevoorrecht met een geweldige beloning.

دَرَجٰتٍ مِّنۡہُ وَ مَغۡفِرَۃً وَّ رَحۡمَۃً ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿٪۹۶﴾

004.096 Darajatin minhu wamaghfiratan warahmatan wakana Allahu ghafooran raheeman

4:96 Rangen, vergeving en Barmhartigheid van Hem! En Allah is enorm Vergevensgezind, Meest Barmhartig.

اِنَّ الَّذِیۡنَ تَوَفّٰہُمُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ ظَالِمِیۡۤ اَنۡفُسِہِمۡ قَالُوۡا فِیۡمَ کُنۡتُمۡ ؕ قَالُوۡا کُنَّا مُسۡتَضۡعَفِیۡنَ فِی الۡاَرۡضِ ؕ قَالُوۡۤا اَلَمۡ تَکُنۡ اَرۡضُ اللّٰہِ وَاسِعَۃً فَتُہَاجِرُوۡا فِیۡہَا ؕ فَاُولٰٓئِکَ مَاۡوٰىہُمۡ جَہَنَّمُ ؕ وَ سَآءَتۡ مَصِیۡرًا ﴿ۙ۹۷﴾

004.097 Inna allatheena tawaffahumu almala-ikatu thalimee anfusihim qaloo feema kuntum qaloo kunna mustadAAafeena fee al-ardi qaloo alam takun ardu Allahi wasiAAatan fatuhajiroo feeha faola-ika ma/wahum jahannamu wasaat maseeran

4:97 Voorzeker, er wordt gezegd tegen degenen waar de engelen de zielen van nemen, en die zichzelf onrecht aandeden: "In welke toestand waren jullie?" Zij zeggen: "We werden onderdrukt in het wereldse leven op de aarde." Zij (de engelen) zullen zeggen:" Was Allah's aarde niet groot genoeg, zodat jullie niet konden emigreren? Hun verblijfplaats is in de Hel en het is een slechte eindbestemming.

اِلَّا الۡمُسۡتَضۡعَفِیۡنَ مِنَ الرِّجَالِ وَ النِّسَآءِ وَ الۡوِلۡدَانِ لَا یَسۡتَطِیۡعُوۡنَ حِیۡلَۃً وَّ لَا یَہۡتَدُوۡنَ سَبِیۡلًا ﴿ۙ۹۸﴾

004.098 Illa almustadAAafeena mina alrrijali waalnnisa-i waalwildani la yastateeAAoona heelatan wala yahtadoona sabeelan

4:98 Behalve de onderdrukten onder de mannen, de vrouwen en de kinderen die niet in staat zijn om het (de emigratie) voor te bereiden en die daarin niet begeleid werden tot een weg.

فَاُولٰٓئِکَ عَسَی اللّٰہُ اَنۡ یَّعۡفُوَ عَنۡہُمۡ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَفُوًّا غَفُوۡرًا ﴿۹۹﴾

004.099 Faola-ika AAasa Allahu an yaAAfuwa AAanhum wakana Allahu AAafuwwan ghafooran

4:99 Zij zijn het die Allah misschien zal vergeven. En Allah is Genadig, meest Vergevensgezind.

وَ مَنۡ یُّہَاجِرۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ یَجِدۡ فِی الۡاَرۡضِ مُرٰغَمًا کَثِیۡرًا وَّ سَعَۃً ؕ وَ مَنۡ یَّخۡرُجۡ مِنۡۢ بَیۡتِہٖ مُہَاجِرًا اِلَی اللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ ثُمَّ یُدۡرِکۡہُ الۡمَوۡتُ فَقَدۡ وَقَعَ اَجۡرُہٗ عَلَی اللّٰہِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۱۰۰﴾

004.100 Waman yuhajir fee sabeeli Allahi yajid fee al-ardi muraghaman katheeran wasaAAatan waman yakhruj min baytihi muhajiran ila Allahi warasoolihi thumma yudrik-hu almawtu faqad waqaAAa ajruhu AAala Allahi wakana Allahu ghafooran raheeman

4:100 En wie emigreert op de weg van Allah, zullen vele overvloedige vluchtplaatsen op de aarde vinden. En wie zijn huis verlaat, als een emigrant naar Allah en zijn Boodschapper toe en overlijdt, dan zeer zeker zijn beloning zit te wachten bij Allah. En Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.

وَ اِذَا ضَرَبۡتُمۡ فِی الۡاَرۡضِ فَلَیۡسَ عَلَیۡکُمۡ جُنَاحٌ اَنۡ تَقۡصُرُوۡا مِنَ الصَّلٰوۃِ ٭ۖ اِنۡ خِفۡتُمۡ اَنۡ یَّفۡتِنَکُمُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ؕ اِنَّ الۡکٰفِرِیۡنَ کَانُوۡا لَکُمۡ عَدُوًّا مُّبِیۡنًا ﴿۱۰۱﴾

004.101 Wa-itha darabtum fee al-ardi falaysa AAalaykum junahun an taqsuroo mina alssalati in khiftum an yaftinakumu allatheena kafaroo inna alkafireena kanoo lakum AAaduwwan mubeenan

4:101 En wanneer jullie op aarde reizen, dan is er geen enig verwijt dat jullie het gebed verkorten omdat jullie vrezen dat de ongelovigen jullie kwaad zullen doen. Voorzeker, de ongelovigen zijn voor jullie een duidelijke vijand.

وَ اِذَا کُنۡتَ فِیۡہِمۡ فَاَقَمۡتَ لَہُمُ الصَّلٰوۃَ فَلۡتَقُمۡ طَآئِفَۃٌ مِّنۡہُمۡ مَّعَکَ وَ لۡیَاۡخُذُوۡۤا اَسۡلِحَتَہُمۡ ۟ فَاِذَا سَجَدُوۡا فَلۡیَکُوۡنُوۡا مِنۡ وَّرَآئِکُمۡ ۪ وَ لۡتَاۡتِ طَآئِفَۃٌ اُخۡرٰی لَمۡ یُصَلُّوۡا فَلۡیُصَلُّوۡا مَعَکَ وَ لۡیَاۡخُذُوۡا حِذۡرَہُمۡ وَ اَسۡلِحَتَہُمۡ ۚ وَدَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَوۡ تَغۡفُلُوۡنَ عَنۡ اَسۡلِحَتِکُمۡ وَ اَمۡتِعَتِکُمۡ فَیَمِیۡلُوۡنَ عَلَیۡکُمۡ مَّیۡلَۃً وَّاحِدَۃً ؕ وَ لَا جُنَاحَ عَلَیۡکُمۡ اِنۡ کَانَ بِکُمۡ اَذًی مِّنۡ مَّطَرٍ اَوۡ کُنۡتُمۡ مَّرۡضٰۤی اَنۡ تَضَعُوۡۤا اَسۡلِحَتَکُمۡ ۚ وَ خُذُوۡا حِذۡرَکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ اَعَدَّ لِلۡکٰفِرِیۡنَ عَذَابًا مُّہِیۡنًا ﴿۱۰۲﴾

004.102 Wa-itha kunta feehim faaqamta lahumu alssalata faltaqum ta-ifatun minhum maAAaka walya/khuthoo aslihatahum fa-itha sajadoo falyakoonoo min wara-ikum walta/ti ta-ifatun okhra lam yusalloo falyusalloo maAAaka walya/khuthoo hithrahum waaslihatahum wadda allatheena kafaroo law taghfuloona AAan aslihatikum waamtiAAatikum fayameeloona AAalaykum maylatan wahidatan wala junaha AAalaykum in kana bikum athan min matarin aw kuntum marda an tadaAAoo aslihatakum wakhuthoo hithrakum inna Allaha aAAadda lilkafireena AAathaban muheenan

4:102 En wanneer jij (Mohammed v.z.m.h.) bij hen bent en het gebed zal leiden, laat een groep met jou samen staan voor het verrichten van het gebed, met de strijdmiddelen aan. Nadat zij geprostreerd hebben (eerste Rakaah) verlaten zij het gebed (en nemen de positie in als bewaker) achter jou. En laat vervolgens de andere groep die nog niet heeft gebeden met jou (de tweede Rakaah) bidden. En laat hen hun voorzorgsmaatregelen treffen en hun strijdmiddelen dragen. De ongelovigen wensen dat jullie de strijdmiddelen en goederen verwaarlozen, zodat zij jullie kunnen overmeesteren door één aanval. Indien er enig probleem is door regen of als jullie ziek zijn is er geen verwijt op jullie dat jullie je strijdmiddelen af doen.Maar treft jullie voorzorgsmaatregelen. Voorzeker, Allah heeft een vernederende straf voor de ongelovigen voorbereid.

فَاِذَا قَضَیۡتُمُ الصَّلٰوۃَ فَاذۡکُرُوا اللّٰہَ قِیٰمًا وَّ قُعُوۡدًا وَّ عَلٰی جُنُوۡبِکُمۡ ۚ فَاِذَا اطۡمَاۡنَنۡتُمۡ فَاَقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ ۚ اِنَّ الصَّلٰوۃَ کَانَتۡ عَلَی الۡمُؤۡمِنِیۡنَ کِتٰبًا مَّوۡقُوۡتًا ﴿۱۰۳﴾

004.103 Fa-itha qadaytumu alssalata faothkuroo Allaha qiyaman waquAAoodan waAAala junoobikum fa-itha itma/nantum faaqeemoo alssalata inna alssalata kanat AAala almu/mineena kitaban mawqootan

4:103 Wanneer jullie dan klaar zijn met het gebed, gedenk Allah staande, zittende en liggend op jullie zij. Wanneer jullie echter in veiligheid verkeren, verricht dan het volledig gebed. Voorzeker, de gebeden zijn voor de gelovigen op vast gestelde tijden voorgeschreven.

وَ لَا تَہِنُوۡا فِی ابۡتِغَآءِ الۡقَوۡمِ ؕ اِنۡ تَکُوۡنُوۡا تَاۡلَمُوۡنَ فَاِنَّہُمۡ یَاۡلَمُوۡنَ کَمَا تَاۡلَمُوۡنَ ۚ وَ تَرۡجُوۡنَ مِنَ اللّٰہِ مَا لَا یَرۡجُوۡنَ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ﴿۱۰۴﴾

004.104 Wala tahinoo fee ibtigha-i alqawmi in takoonoo ta/lamoona fa-innahum ya/lamoona kama ta/lamoona watarjoona mina Allahi ma la yarjoona wakana Allahu AAaleeman hakeeman

4:104 Wees niet zwak in de vervolgingen (van ongelovigen). Als jullie lijden, dan voorzeker zij lijden ook, net zoals jullie lijden. Echter jullie hopen van Allah hetgeen waar zij niet op hopen. En Allah is Alwetend, Alwijs.

اِنَّاۤ اَنۡزَلۡنَاۤ اِلَیۡکَ الۡکِتٰبَ بِالۡحَقِّ لِتَحۡکُمَ بَیۡنَ النَّاسِ بِمَاۤ اَرٰىکَ اللّٰہُ ؕ وَ لَا تَکُنۡ لِّلۡخَآئِنِیۡنَ خَصِیۡمًا ﴿۱۰۵﴾ۙ

004.105 Inna anzalna ilayka alkitaba bialhaqqi litahkuma bayna alnnasi bima araka Allahu wala takun lilkha-ineena khaseeman

4:105 Voorzeker, Wij hebben aan jou het Boek (wetten) met de Waarheid neergezonden, zodat je kan oordelen onder de mensen met hetgeen Allah jou heeft laten zien. En wees geen pleiter voor de bedrieger.

وَّ اسۡتَغۡفِرِ اللّٰہَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۱۰۶﴾ۚ

004.106 Waistaghfiri Allaha inna Allaha kana ghafooran raheeman

4:106 En zoek naar vergeving bij Allah. Voorzeker, Allah is meest Vergevensgezind, Meest Barmhartig.

وَ لَا تُجَادِلۡ عَنِ الَّذِیۡنَ یَخۡتَانُوۡنَ اَنۡفُسَہُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُحِبُّ مَنۡ کَانَ خَوَّانًا اَثِیۡمًا ﴿۱۰۷﴾ۚۙ

004.107 Wala tujadil AAani allatheena yakhtanoona anfusahum inna Allaha la yuhibbu man kana khawwanan atheeman

4:107 En pleit niet voor degenen die zichzelf bedrogen. Voorzeker, Allah houdt niet van iemand die een verrader en zondaar is.

یَّسۡتَخۡفُوۡنَ مِنَ النَّاسِ وَ لَا یَسۡتَخۡفُوۡنَ مِنَ اللّٰہِ وَ ہُوَ مَعَہُمۡ اِذۡ یُبَیِّتُوۡنَ مَا لَا یَرۡضٰی مِنَ الۡقَوۡلِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ بِمَا یَعۡمَلُوۡنَ مُحِیۡطًا ﴿۱۰۸﴾

004.108 Yastakhfoona mina alnnasi wala yastakhfoona mina Allahi wahuwa maAAahum ith yubayyitoona ma la yarda mina alqawli wakana Allahu bima yaAAmaloona muheetan

4:108 Zij (de hypocrieten) proberen zich te verbergen van de mensen, maar zij kunnen zich niet van Allah verbergen. Hij is met hen wanneer zij complotten smeden in de nacht, hetgeen wat Allah afkeurt. En Allah is Allesomvattend over wat zij doen.

ہٰۤاَنۡتُمۡ ہٰۤؤُلَآءِ جٰدَلۡتُمۡ عَنۡہُمۡ فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۟ فَمَنۡ یُّجَادِلُ اللّٰہَ عَنۡہُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ اَمۡ مَّنۡ یَّکُوۡنُ عَلَیۡہِمۡ وَکِیۡلًا ﴿۱۰۹﴾

004.109 Haantum haola-i jadaltum AAanhum fee alhayati alddunya faman yujadilu Allaha AAanhum yawma alqiyamati am man yakoonu AAalayhim wakeelan

4:109 Jullie zijn degenen die pleitten voor hen in het werelds leven, echter wie zal voor hen tegen Allah pleiten op de Dag van de Opstanding? Wie zal hun advocaat zijn?

وَ مَنۡ یَّعۡمَلۡ سُوۡٓءًا اَوۡ یَظۡلِمۡ نَفۡسَہٗ ثُمَّ یَسۡتَغۡفِرِ اللّٰہَ یَجِدِ اللّٰہَ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۱۱۰﴾

004.110 Waman yaAAmal soo-an aw yathlim nafsahu thumma yastaghfiri Allaha yajidi Allaha ghafooran raheeman

4:110 En wie kwaad doet of zijn ziel onrecht aandoet en vervolgens vergeving zoekt bij Allah, hij zal Allah meest Vergevensgezind, meest Barmhartig vinden.

وَ مَنۡ یَّکۡسِبۡ اِثۡمًا فَاِنَّمَا یَکۡسِبُہٗ عَلٰی نَفۡسِہٖ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ﴿۱۱۱﴾

004.111 Waman yaksib ithman fa-innama yaksibuhu AAala nafsihi wakana Allahu AAaleeman hakeeman

4:111 En wie een zonden verdient/begaat, dan wordt het alleen op zijn eigen ziel toegerekend. En Allah is Alwetend, Alwijs

وَ مَنۡ یَّکۡسِبۡ خَطِیۡٓىـَٔۃً اَوۡ اِثۡمًا ثُمَّ یَرۡمِ بِہٖ بَرِیۡٓــًٔا فَقَدِ احۡتَمَلَ بُہۡتَانًا وَّ اِثۡمًا مُّبِیۡنًا ﴿۱۱۲﴾

004.112 Waman yaksib khatee-atan aw ithman thumma yarmi bihi baree-an faqadi ihtamala buhtanan wa-ithman mubeenan

4:112 En wie schuldig is aan een fout of zonde, maar vervolgens het toekent aan een onschuldige, dan heeft hij zichzelf met zekerheid belast van een grote last en een grote zonde.

وَ لَوۡ لَا فَضۡلُ اللّٰہِ عَلَیۡکَ وَ رَحۡمَتُہٗ لَہَمَّتۡ طَّآئِفَۃٌ مِّنۡہُمۡ اَنۡ یُّضِلُّوۡکَ ؕ وَ مَا یُضِلُّوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡفُسَہُمۡ وَ مَا یَضُرُّوۡنَکَ مِنۡ شَیۡءٍ ؕ وَ اَنۡزَلَ اللّٰہُ عَلَیۡکَ الۡکِتٰبَ وَ الۡحِکۡمَۃَ وَ عَلَّمَکَ مَا لَمۡ تَکُنۡ تَعۡلَمُ ؕ وَ کَانَ فَضۡلُ اللّٰہِ عَلَیۡکَ عَظِیۡمًا ﴿۱۱۳﴾

004.113 Walawla fadlu Allahi AAalayka warahmatuhu lahammat ta-ifatun minhum an yudillooka wama yudilloona illa anfusahum wama yadurroonaka min shay-in waanzala Allahu AAalayka alkitaba waalhikmata waAAallamaka ma lam takun taAAlamu wakana fadlu Allahi AAalayka AAatheeman

4:113 En als het niet lag aan de genade van Allah en zijn Barmhartigheid op jou, dan zou een groep van hen jou proberen te misleiden. Echter, zij misleiden slechts zichzelf en zij kunnen jullie in niets schaden. En Allah heeft jou het Boek en de Wijsheid (Sunnah) gegeven en heeft jou onderwezen wat jij niet wist. En de gunst van Allah op jou is zeer groot.

لَا خَیۡرَ فِیۡ کَثِیۡرٍ مِّنۡ نَّجۡوٰىہُمۡ اِلَّا مَنۡ اَمَرَ بِصَدَقَۃٍ اَوۡ مَعۡرُوۡفٍ اَوۡ اِصۡلَاحٍۭ بَیۡنَ النَّاسِ ؕ وَ مَنۡ یَّفۡعَلۡ ذٰلِکَ ابۡتِغَآءَ مَرۡضَاتِ اللّٰہِ فَسَوۡفَ نُؤۡتِیۡـہِ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿۱۱۴﴾

004.114 La khayra fee katheerin min najwahum illa man amara bisadaqatin aw maAAroofin aw islahin bayna alnnasi waman yafAAal thalika ibtighaa mardati Allahi fasawfa nu/teehi ajran AAatheeman

4:114 Er is geen goedheid in veel van hun geheime gesprekken, behalve van degenen die liefdadigheid of goedheid bevelen of van degenen die verzoeningen treffen tussen de mensen. Wie dat doet zoekend naar Allah's tevredenheid, spoedig zullen Wij hem dan een grote beloning geven.

وَ مَنۡ یُّشَاقِقِ الرَّسُوۡلَ مِنۡۢ بَعۡدِ مَا تَبَیَّنَ لَہُ الۡہُدٰی وَ یَتَّبِعۡ غَیۡرَ سَبِیۡلِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ نُوَلِّہٖ مَا تَوَلّٰی وَ نُصۡلِہٖ جَہَنَّمَ ؕ وَ سَآءَتۡ مَصِیۡرًا ﴿۱۱۵﴾

004.115 Waman yushaqiqi alrrasoola min baAAdi ma tabayyana lahu alhuda wayattabiAA ghayra sabeeli almu/mineena nuwallihi ma tawalla wanuslihi jahannama wasaat maseeran

4:115 En wie zich verzet tegen de Boodschapper nadat de leiding hem duidelijk is geworden en hij een andere weg dan dat van de gelovigen volgt, Wij zullen hem verder doen wenden naar waar hij zich toe gekeerd heeft. En Wij zullen hem in de Hel branden en afgrijselijk is het als een bestemming!

اِنَّ اللّٰہَ لَا یَغۡفِرُ اَنۡ یُّشۡرَکَ بِہٖ وَ یَغۡفِرُ مَا دُوۡنَ ذٰلِکَ لِمَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ مَنۡ یُّشۡرِکۡ بِاللّٰہِ فَقَدۡ ضَلَّ ضَلٰلًۢا بَعِیۡدًا ﴿۱۱۶﴾

004.116 Inna Allaha la yaghfiru an yushraka bihi wayaghfiru ma doona thalika liman yashao waman yushrik biAllahi faqad dalla dalalan baAAeedan

4:116 Met de grootste zekerheid, Allah vergeeft niet dat er partners aan Hem wordt toegekend. Buiten dat vergeeft Hij wie Hij wilt. En wie partners aan Allah toekent, dan is het zeker dat hij verdwaald is, ver weg dwalend (van het juiste pad).

اِنۡ یَّدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِہٖۤ اِلَّاۤ اِنٰثًا ۚ وَ اِنۡ یَّدۡعُوۡنَ اِلَّا شَیۡطٰنًا مَّرِیۡدًا ﴿۱۱۷﴾ۙ

004.117 In yadAAoona min doonihi illa inathan wa-in yadAAoona illa shaytanan mareedan

4:117 Zij roepen niets anders aan dan vrouwelijke deïteiten op. Zei roepen niets anders de opstandige satan aan.

لَّعَنَہُ اللّٰہُ ۘ وَ قَالَ لَاَتَّخِذَنَّ مِنۡ عِبَادِکَ نَصِیۡبًا مَّفۡرُوۡضًا ﴿۱۱۸﴾ۙ

004.118 LaAAanahu Allahu waqala laattakhithanna min AAibadika naseeban mafroodan

4:118 Hij was vervloekt door Allah en hij (de satan) zei: "ik zal zeker van uw slaven een deel aantrekken."

وَّ لَاُضِلَّنَّہُمۡ وَ لَاُمَنِّیَنَّہُمۡ وَ لَاٰمُرَنَّہُمۡ فَلَیُبَتِّکُنَّ اٰذَانَ الۡاَنۡعَامِ وَ لَاٰمُرَنَّہُمۡ فَلَیُغَیِّرُنَّ خَلۡقَ اللّٰہِ ؕ وَ مَنۡ یَّتَّخِذِ الشَّیۡطٰنَ وَلِیًّا مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ فَقَدۡ خَسِرَ خُسۡرَانًا مُّبِیۡنًا ﴿۱۱۹﴾ؕ

004.119 Walaodillannahum walaomanniyannahum walaamurannahum falayubattikunna athana al-anAAami walaamurannahum falayughayyirunna khalqa Allahi waman yattakhithi alshshaytana waliyyan min dooni Allahi faqad khasira khusranan mubeenan

4:119 "En ik zal hun zeker misleiden en zeker hun verlangens in hun opwekken. En ik zal hun zeker bevelen zodat zij de oren van de vee afsnijden. En ik zal hun zeker bevelen, zodat zij Allah's creatie veranderen." En wie de satan als vriend neemt in de plaats van Allah, dan lijdt Hij zeker een zeer grote verlies.

یَعِدُہُمۡ وَ یُمَنِّیۡہِمۡ ؕ وَ مَا یَعِدُہُمُ الشَّیۡطٰنُ اِلَّا غُرُوۡرًا ﴿۱۲۰﴾

004.120 YaAAiduhum wayumanneehim wama yaAAiduhumu alshshaytanu illa ghurooran

4:120 Hij (de satan) kent beloftes aan hen toe en wekt verlangens in hun op. En de satan belooft hen niets ander dan bedrog.

اُولٰٓئِکَ مَاۡوٰىہُمۡ جَہَنَّمُ ۫ وَ لَا یَجِدُوۡنَ عَنۡہَا مَحِیۡصًا ﴿۱۲۱﴾

004.121 Ola-ika ma/wahum jahannamu wala yajidoona AAanha maheesan

4:121 Zij, hun verblijfplaats is de hel! En zullen er geen enig vluchtweg erin vinden.

وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ سَنُدۡخِلُہُمۡ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ؕ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقًّا ؕ وَ مَنۡ اَصۡدَقُ مِنَ اللّٰہِ قِیۡلًا ﴿۱۲۲﴾

004.122 Waallatheena amanoo waAAamiloo alssalihati sanudkhiluhum jannatin tajree min tahtiha al-anharu khalideena feeha abadan waAAda Allahi haqqan waman asdaqu mina Allahi qeelan

4:122 En Wij zullen degenen die geloven en goede werken verrichten toelaten tot tuinen waarin de rivieren vanonder stromen. Zij zullen daarin eeuwig verblijven. Een ware belofte van Allah en wie is waarachter dan Allah in uitspraken.

لَیۡسَ بِاَمَانِیِّکُمۡ وَ لَاۤ اَمَانِیِّ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ ؕ مَنۡ یَّعۡمَلۡ سُوۡٓءًا یُّجۡزَ بِہٖ ۙ وَ لَا یَجِدۡ لَہٗ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَلِیًّا وَّ لَا نَصِیۡرًا ﴿۱۲۳﴾

004.123 Laysa bi-amaniyyikum wala amaniyyi ahli alkitabi man yaAAmal soo-an yujza bihi wala yajid lahu min dooni Allahi waliyyan wala naseeran

4:123 De bepaling zijn niet volgens jullie verlangens en ook niet volgens de verlangens van de mensen van het Boek. Wie slecht doet zal er voor bestraft worden. En hij zal buiten Allah om, noch een beschermer, noch een helper vinden.

وَ مَنۡ یَّعۡمَلۡ مِنَ الصّٰلِحٰتِ مِنۡ ذَکَرٍ اَوۡ اُنۡثٰی وَ ہُوَ مُؤۡمِنٌ فَاُولٰٓئِکَ یَدۡخُلُوۡنَ الۡجَنَّۃَ وَ لَا یُظۡلَمُوۡنَ نَقِیۡرًا ﴿۱۲۴﴾

004.124 Waman yaAAmal mina alssalihati min thakarin aw ontha wahuwa mu/minun faola-ika yadkhuloona aljannata wala yuthlamoona naqeeran

4:124 En wie goede daden begaat, hetzij man als vrouw, en gelovig is, zij zijn het die Het Paradijs zullen betreden. En er zal geen onrecht op hen gedaan worden, zelfs niet als het gelijke van een holte in een dadelpit.

وَ مَنۡ اَحۡسَنُ دِیۡنًا مِّمَّنۡ اَسۡلَمَ وَجۡہَہٗ لِلّٰہِ وَ ہُوَ مُحۡسِنٌ وَّ اتَّبَعَ مِلَّۃَ اِبۡرٰہِیۡمَ حَنِیۡفًا ؕ وَ اتَّخَذَ اللّٰہُ اِبۡرٰہِیۡمَ خَلِیۡلًا ﴿۱۲۵﴾

004.125 Waman ahsanu deenan mimman aslama wajhahu lillahi wahuwa muhsinun waittabaAAa millata ibraheema haneefan waittakhatha Allahu ibraheema khaleelan

4:125 En wie is er beter in Dien (manier van leven) dan degenen die zijn gezicht onderwerpt aan Allah, goede daden verricht en de weg van Ibrahiem (Abraham) de oprechte, volgt? En Allah nam Ibrahiem als een vriend.

وَ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ بِکُلِّ شَیۡءٍ مُّحِیۡطًا ﴿۱۲۶﴾

004.126 Walillahi ma fee alssamawati wama fee al-ardi wakana Allahu bikulli shay-in muheetan

4:126 En aan Allah behoort wat erin de hemelen en op de aarde is en Allah is over alles Alomvattend.

وَ یَسۡتَفۡتُوۡنَکَ فِی النِّسَآءِ ؕ قُلِ اللّٰہُ یُفۡتِیۡکُمۡ فِیۡہِنَّ ۙ وَ مَا یُتۡلٰی عَلَیۡکُمۡ فِی الۡکِتٰبِ فِیۡ یَتٰمَی النِّسَآءِ الّٰتِیۡ لَاتُؤۡ تُوۡنَہُنَّ مَا کُتِبَ لَہُنَّ وَ تَرۡغَبُوۡنَ اَنۡ تَنۡکِحُوۡہُنَّ وَ الۡمُسۡتَضۡعَفِیۡنَ مِنَ الۡوِلۡدَانِ ۙ وَ اَنۡ تَقُوۡمُوۡا لِلۡیَتٰمٰی بِالۡقِسۡطِ ؕ وَ مَا تَفۡعَلُوۡا مِنۡ خَیۡرٍ فَاِنَّ اللّٰہَ کَانَ بِہٖ عَلِیۡمًا ﴿۱۲۷﴾

004.127 Wayastaftoonaka fee alnnisa-i quli Allahu yufteekum feehinna wama yutla AAalaykum fee alkitabi fee yatama alnnisa-i allatee la tu/toonahunna ma kutiba lahunna watarghaboona an tankihoohunna waalmustadAAafeena mina alwildani waan taqoomoo lilyatama bialqisti wama tafAAaloo min khayrin fa-inna Allaha kana bihi AAaleeman

4:127 En zij vragen jou om wettelijke uitspraken met betrekking tot de vrouwen. Zeg: "Allah geeft de wetten over hen en attendeert jullie op wat er (al eerder) aan jullie van het Boek (zie vers 4:3) is geopenbaard over de vrouwelijke wezen. Jullie geven hen (de vrouwelijke wezen) niet hetgeen wat is bevolen om hen te geven. En Jullie verlangen met hen (de vrouwelijke wezen) trouwen. En herinner de geboden met betrekking tot de zwakken onder de kinderen. En het is bevolen om voor de rechten van de wezen op te komen." En wat jullie aan het goede verrichten, voorzeker Allah is erover Al-wetend.

وَ اِنِ امۡرَاَۃٌ خَافَتۡ مِنۡۢ بَعۡلِہَا نُشُوۡزًا اَوۡ اِعۡرَاضًا فَلَا جُنَاحَ عَلَیۡہِمَاۤ اَنۡ یُّصۡلِحَا بَیۡنَہُمَا صُلۡحًا ؕ وَ الصُّلۡحُ خَیۡرٌ ؕ وَ اُحۡضِرَتِ الۡاَنۡفُسُ الشُّحَّ ؕ وَ اِنۡ تُحۡسِنُوۡا وَ تَتَّقُوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ کَانَ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرًا ﴿۱۲۸﴾

004.128 Wa-ini imraatun khafat min baAAliha nushoozan aw iAAradan fala junaha AAalayhima an yusliha baynahuma sulhan waalssulhu khayrun waohdirati al-anfusu alshshuhha wa-in tuhsinoo watattaqoo fa-inna Allaha kana bima taAAmaloona khabeeran

4:128 En wanneer een vrouw van haar echtgenoot slecht gedrag of afkerigheid vreest, dan is er geen verwijt/zonde op beide van hen als zij het goed maken met elkaar. Verzoening is het beste. Echter gierigheid overheerst in de zielen. Maar als jullie goed doen en Allah vrezen, dan voorzeker Allah is bewust over alles wat jullie doen.

وَ لَنۡ تَسۡتَطِیۡعُوۡۤا اَنۡ تَعۡدِلُوۡا بَیۡنَ النِّسَآءِ وَ لَوۡ حَرَصۡتُمۡ فَلَا تَمِیۡلُوۡا کُلَّ الۡمَیۡلِ فَتَذَرُوۡہَا کَالۡمُعَلَّقَۃِ ؕ وَ اِنۡ تُصۡلِحُوۡا وَ تَتَّقُوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ کَانَ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۱۲۹﴾

004.129 Walan tastateeAAoo an taAAdiloo bayna alnnisa-i walaw harastum fala tameeloo kulla almayli fatatharooha kaalmuAAallaqati wa-in tuslihoo watattaqoo fa-inna Allaha kana ghafooran raheeman

4:129 En nooit zullen jullie tussen de vrouwen (de echtgenotes) rechtvaardig kunnen handelen, zelfs niet als jullie het heel graag zouden willen! Maar wendt niet met volledige neiging (tot één of enkelen), zodat je haar (de anderen) buitensluit. En als jullie verzoenen en Allah vrezen, dan voorzeker Allah is de meest Vergevensgezinde, de meest Barmhartige.

وَ اِنۡ یَّتَفَرَّقَا یُغۡنِ اللّٰہُ کُلًّا مِّنۡ سَعَتِہٖ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ وَاسِعًا حَکِیۡمًا ﴿۱۳۰﴾

004.130 Wa-in yatafarraqa yughni Allahu kullan min saAAatihi wakana Allahu wasiAAan hakeeman

4:130 En wanneer zij scheiden, dan zal elk van hen door Allah met Zijn schatten verrijkt worden. En Allah is Alles-doordringend, Alwijs.

وَ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ لَقَدۡ وَصَّیۡنَا الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ وَ اِیَّاکُمۡ اَنِ اتَّقُوا اللّٰہَ ؕ وَ اِنۡ تَکۡفُرُوۡا فَاِنَّ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ غَنِیًّا حَمِیۡدًا ﴿۱۳۱﴾

004.131 Walillahi ma fee alssamawati wama fee al-ardi walaqad wassayna allatheena ootoo alkitaba min qablikum wa-iyyakum ani ittaqoo Allaha wa-in takfuroo fa-inna lillahi ma fee alssamawati wama fee al-ardi wakana Allahu ghaniyyan hameedan

4:131 En alles in de hemelen en op aarde behoort aan Allah toe. En voorzeker, net zoals bij jullie, hebben Wij voorgeschreven om Allah te vrezen aan hen aan wie Wij het Boek hebben gegeven voor jullie tijd. Maar als jullie niet geloven, weet dan dat alles wat in de hemelen en op aarde is, aan Allah toebehoort. En Allah is vrij van behoeftigheid, Prijzenswaardig.

وَ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ وَکِیۡلًا ﴿۱۳۲﴾

004.132 Walillahi ma fee alssamawati wama fee al-ardi wakafa biAllahi wakeelan

4:132 En aan Allah behoort wat er in de hemelen en op de aarde is. En Allah is voldoende als Beheerder (van alles).

اِنۡ یَّشَاۡ یُذۡہِبۡکُمۡ اَیُّہَا النَّاسُ وَ یَاۡتِ بِاٰخَرِیۡنَ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلٰی ذٰلِکَ قَدِیۡرًا ﴿۱۳۳﴾

004.133 In yasha/ yuthhibkum ayyuha alnnasu waya/ti bi-akhareena wakana Allahu AAala thalika qadeeran

4:133 Als Hij het wilt, O mensen, kan Hij jullie wegvagen en anderen voor in de plaats brengen. En Allah heeft over dat de volledige macht.

مَنۡ کَانَ یُرِیۡدُ ثَوَابَ الدُّنۡیَا فَعِنۡدَ اللّٰہِ ثَوَابُ الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ سَمِیۡعًۢا بَصِیۡرًا ﴿۱۳۴﴾

004.134 Man kana yureedu thawaba alddunya faAAinda Allahi thawabu alddunya waal-akhirati wakana Allahu sameeAAan baseeran

4:134 Wie naar de wereldse beloningen verlangt, weet dan dat de beloningen van de wereld en van het hiernamaals zich bij Allah bevinden. En Allah is Alhorend, Alziend.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا کُوۡنُوۡا قَوّٰمِیۡنَ بِالۡقِسۡطِ شُہَدَآءَ لِلّٰہِ وَ لَوۡ عَلٰۤی اَنۡفُسِکُمۡ اَوِ الۡوَالِدَیۡنِ وَ الۡاَقۡرَبِیۡنَ ۚ اِنۡ یَّکُنۡ غَنِیًّا اَوۡ فَقِیۡرًا فَاللّٰہُ اَوۡلٰی بِہِمَا ۟ فَلَا تَتَّبِعُوا الۡہَوٰۤی اَنۡ تَعۡدِلُوۡا ۚ وَ اِنۡ تَلۡوٗۤا اَوۡ تُعۡرِضُوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ کَانَ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرًا ﴿۱۳۵﴾

004.135 Ya ayyuha allatheena amanoo koonoo qawwameena bialqisti shuhadaa lillahi walaw AAala anfusikum awi alwalidayni waal-aqrabeena in yakun ghaniyyan aw faqeeran faAllahu awla bihima fala tattabiAAoo alhawa an taAAdiloo wa-in talwoo aw tuAAridoo fa-inna Allaha kana bima taAAmaloona khabeeran

4:135 O jullie die geloven, wees bewakers over gerechtigheid door rechtvaardig te getuigen tot Allah, zelfs als het tegen julliezelf, of tegen de ouders of tegen familieleden is. Of hij nu rijk of arm is, Allah maakt er geen onderscheid in (op basis van rechtvaardigheid). Volgt dus niet de verlangens, zodat u niet afwijkt. En als je afwijkt of je afhoudt van de waarheid, voorzeker weet dan dat Allah is Al-bewust van wat jullie doen.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اٰمِنُوۡا بِاللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ وَ الۡکِتٰبِ الَّذِیۡ نَزَّلَ عَلٰی رَسُوۡلِہٖ وَ الۡکِتٰبِ الَّذِیۡۤ اَنۡزَلَ مِنۡ قَبۡلُ ؕ وَ مَنۡ یَّکۡفُرۡ بِاللّٰہِ وَ مَلٰٓئِکَتِہٖ وَ کُتُبِہٖ وَ رُسُلِہٖ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ فَقَدۡ ضَلَّ ضَلٰلًۢا بَعِیۡدًا ﴿۱۳۶﴾

004.136 Ya ayyuha allatheena amanoo aminoo biAllahi warasoolihi waalkitabi allathee nazzala AAala rasoolihi waalkitabi allathee anzala min qablu waman yakfur biAllahi wamala-ikatihi wakutubihi warusulihi waalyawmi al-akhiri faqad dalla dalalan baAAeedan

4:136 O jullie die geloven! Geloof in Allah, in Zijn profeet en het Boek wat hij aan zijn profeet openbaart, en het Boek wat ervoor was geopenbaard. En wie niet gelooft in Allah, in Zijn engelen, in Zijn Boeken, in Zijn Profeten en in de laatste Dag, dan is het zeker dat hij verdwaald is, ver weg dwalend (van het juiste pad).

اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا ثُمَّ کَفَرُوۡا ثُمَّ اٰمَنُوۡا ثُمَّ کَفَرُوۡا ثُمَّ ازۡدَادُوۡا کُفۡرًا لَّمۡ یَکُنِ اللّٰہُ لِیَغۡفِرَ لَہُمۡ وَ لَا لِیَہۡدِیَہُمۡ سَبِیۡلًا ﴿۱۳۷﴾ؕ

004.137 Inna allatheena amanoo thumma kafaroo thumma amanoo thumma kafaroo thumma izdadoo kufran lam yakuni Allahu liyaghfira lahum wala liyahdiyahum sabeelan

4:137 Degenen die geloofden en dan niet geloofden en vervolgens weer geloofden en daarna weer niet geloofden en uiteindelijk in ongeloof toenamen, Allah zal hen niet vergeven, noch zal Hij hen leiden tot het juiste pad.

بَشِّرِ الۡمُنٰفِقِیۡنَ بِاَنَّ لَہُمۡ عَذَابًا اَلِیۡمَۨا ﴿۱۳۸﴾ۙ

004.138 Bashshiri almunafiqeena bi-anna lahum AAathaban aleeman

4:138 Geef het nieuws\berichtgeving aan de hypocrieten dat er voor hen een pijnlijke straf is.

الَّذِیۡنَ یَتَّخِذُوۡنَ الۡکٰفِرِیۡنَ اَوۡلِیَآءَ مِنۡ دُوۡنِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ؕ اَیَبۡتَغُوۡنَ عِنۡدَہُمُ الۡعِزَّۃَ فَاِنَّ الۡعِزَّۃَ لِلّٰہِ جَمِیۡعًا ﴿۱۳۹﴾ؕ

004.139 Allatheena yattakhithoona alkafireena awliyaa min dooni almu/mineena ayabtaghoona AAindahumu alAAizzata fa-inna alAAizzata lillahi jameeAAan

4:139 Zoeken degenen (van de gelovigen) eer bij de ongelovigen door hen als bondgenoten te nemen in plaats van de gelovigen? Voorzeker, weet dan dat al het eer aan Allah toebehoort.

وَ قَدۡ نَزَّلَ عَلَیۡکُمۡ فِی الۡکِتٰبِ اَنۡ اِذَا سَمِعۡتُمۡ اٰیٰتِ اللّٰہِ یُکۡفَرُ بِہَا وَ یُسۡتَہۡزَاُ بِہَا فَلَا تَقۡعُدُوۡا مَعَہُمۡ حَتّٰی یَخُوۡضُوۡا فِیۡ حَدِیۡثٍ غَیۡرِہٖۤ ۫ۖ اِنَّکُمۡ اِذًا مِّثۡلُہُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ جَامِعُ الۡمُنٰفِقِیۡنَ وَ الۡکٰفِرِیۡنَ فِیۡ جَہَنَّمَ جَمِیۡعَۨا ﴿۱۴۰﴾ۙ

004.140 Waqad nazzala AAalaykum fee alkitabi an itha samiAAtum ayati Allahi yukfaru biha wayustahzao biha fala taqAAudoo maAAahum hatta yakhoodoo fee hadeethin ghayrihi innakum ithan mithluhum inna Allaha jamiAAu almunafiqeena waalkafireena fee jahannama jameeAAan

4:140 En voorzeker, Hij heeft in het Boek aan jullie geopenbaard dat wanneer jullie horen dat de tekenen van Allah verworpen en bespot worden, wees dan niet met hen totdat zij overgaan op een ander gespreksonderwerp. Anders zullen jullie gelijk aan hen zijn. Voorzeker, Allah zal de hypocrieten en de ongelovigen in de hel verzamelen.

الَّذِیۡنَ یَتَرَبَّصُوۡنَ بِکُمۡ ۚ فَاِنۡ کَانَ لَکُمۡ فَتۡحٌ مِّنَ اللّٰہِ قَالُوۡۤا اَلَمۡ نَکُنۡ مَّعَکُمۡ ۫ۖ وَ اِنۡ کَانَ لِلۡکٰفِرِیۡنَ نَصِیۡبٌ ۙ قَالُوۡۤا اَلَمۡ نَسۡتَحۡوِذۡ عَلَیۡکُمۡ وَ نَمۡنَعۡکُمۡ مِّنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ؕ فَاللّٰہُ یَحۡکُمُ بَیۡنَکُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ وَ لَنۡ یَّجۡعَلَ اللّٰہُ لِلۡکٰفِرِیۡنَ عَلَی الۡمُؤۡمِنِیۡنَ سَبِیۡلًا ﴿۱۴۱﴾

004.141 Allatheena yatarabbasoona bikum fa-in kana lakum fathun mina Allahi qaloo alam nakun maAAakum wa-in kana lilkafireena naseebun qaloo alam nastahwith AAalaykum wanamnaAAkum mina almu/mineena faAllahu yahkumu baynakum yawma alqiyamati walan yajAAala Allahu lilkafireena AAala almu/mineena sabeelan

4:141 (De hypocrieten zijn) degenen die wachten op jouw voorval. Wanneer Allah jou een overwinning geeft, zeggen zij: "Waren wij niet met jullie?" Echter wanneer er voor de ongelovigen een succes is, zeggen zij (tegen de ongelovigen): "Hadden wij niet meer macht over jullie en hebben wij jullie niet beschermd tegen de gelovigen?" En Allah zal tussen jullie op de dag der Opstanding oordelen. En weet dat Allah nooit een weg maakt voor de ongelovigen tegen de gelovigen.

اِنَّ الۡمُنٰفِقِیۡنَ یُخٰدِعُوۡنَ اللّٰہَ وَ ہُوَ خَادِعُہُمۡ ۚ وَ اِذَا قَامُوۡۤا اِلَی الصَّلٰوۃِ قَامُوۡا کُسَالٰی ۙ یُرَآءُوۡنَ النَّاسَ وَ لَا یَذۡکُرُوۡنَ اللّٰہَ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۱۴۲﴾۫ۙ

004.142 Inna almunafiqeena yukhadiAAoona Allaha wahuwa khadiAAuhum wa-itha qamoo ila alssalati qamoo kusala yuraoona alnnasa wala yathkuroona Allaha illa qaleelan

4:142 Voorzeker, de hypocrieten zoeken een manier om Allah te bedriegen, echter het is Hij (Allah) die hen misleid. En wanneer zij voor het gebed staan, staan zij er futloos bij. Ze staan er alleen bij om door de mensen gezien te worden. En zij gedenken Allah slechts weinig.

مُّذَبۡذَبِیۡنَ بَیۡنَ ذٰلِکَ ٭ۖ لَاۤ اِلٰی ہٰۤؤُلَآءِ وَ لَاۤ اِلٰی ہٰۤؤُلَآءِ ؕ وَ مَنۡ یُّضۡلِلِ اللّٰہُ فَلَنۡ تَجِدَ لَہٗ سَبِیۡلًا ﴿۱۴۳﴾

004.143 Muthabthabeena bayna thalika la ila haola-i wala ila haola-i waman yudlili Allahu falan tajida lahu sabeelan

4.143 Dwalend\twijfelen\zwevend tussen dat en dit, niet behorend tot die of deze. En wie Allah liet dwalen, nooit zal jij een weg voor hen vinden.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَتَّخِذُوا الۡکٰفِرِیۡنَ اَوۡلِیَآءَ مِنۡ دُوۡنِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَؕ اَتُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ تَجۡعَلُوۡا لِلّٰہِ عَلَیۡکُمۡ سُلۡطٰنًا مُّبِیۡنًا ﴿۱۴۴﴾

004.144 Ya ayyuha allatheena amanoo la tattakhithoo alkafireena awliyaa min dooni almu/mineena atureedoona an tajAAaloo lillahi AAalaykum sultanan mubeenan

4:144 O jullie die geloven! Neem in plaats van de gelovigen, de ongelovigen niet als helpers. Wil jij dat Allah een duidelijke bewijs tegen jullie zelf maakt (zoekend naar eer bij de hypocrieten).

اِنَّ الۡمُنٰفِقِیۡنَ فِی الدَّرۡکِ الۡاَسۡفَلِ مِنَ النَّارِ ۚ وَ لَنۡ تَجِدَ لَہُمۡ نَصِیۡرًا ﴿۱۴۵﴾ۙ

004.145 Inna almunafiqeena fee alddarki al-asfali mina alnnari walan tajida lahum naseeran

4:145 Voorwaar, de hypocrieten zullen zich in het diepste deel van het vuur bevinden. Nooit zal er een helper voor hen zijn!

اِلَّا الَّذِیۡنَ تَابُوۡا وَ اَصۡلَحُوۡا وَ اعۡتَصَمُوۡا بِاللّٰہِ وَ اَخۡلَصُوۡا دِیۡنَہُمۡ لِلّٰہِ فَاُولٰٓئِکَ مَعَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ؕ وَ سَوۡفَ یُؤۡتِ اللّٰہُ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿۱۴۶﴾

004.146 Illa allatheena taboo waaslahoo waiAAtasamoo biAllahi waakhlasoo deenahum lillahi faola-ika maAAa almu/mineena wasawfa yu/ti Allahu almu/mineena ajran AAatheeman

4:146 Behalve degenen van hen die berouw hebben en zich verbeteren en zich vasthouden aan Allah en oprecht zijn in hun Dien (levenswijze) naar Allah toe. Zij behoren dan tot de gelovigen. En spoedig zullen de gelovigen een grote beloning krijgen van Allah.

مَا یَفۡعَلُ اللّٰہُ بِعَذَابِکُمۡ اِنۡ شَکَرۡتُمۡ وَ اٰمَنۡتُمۡ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ شَاکِرًا عَلِیۡمًا ﴿۱۴۷﴾

004.147 Ma yafAAalu Allahu biAAathabikum in shakartum waamantum wakana Allahu shakiran AAaleeman

4:147 Waarom zal Allah jullie bestraffen als jullie dankbaar en gelovig zijn? En Allah is Al-waarderend, Alwetend.

لَا یُحِبُّ اللّٰہُ الۡجَہۡرَ بِالسُّوۡٓءِ مِنَ الۡقَوۡلِ اِلَّا مَنۡ ظُلِمَ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ سَمِیۡعًا عَلِیۡمًا ﴿۱۴۸﴾

004.148 La yuhibbu Allahu aljahra bialssoo-i mina alqawli illa man thulima wakana Allahu sameeAAan AAaleeman

4:148 Allah houdt niet van het uiten van slechte woorden in het openbaar (schelden\vloeken). Het is slechts gerechtigd bij wie onrecht aangedaan is. En Allah is Alhorend, Alwetend.

اِنۡ تُبۡدُوۡا خَیۡرًا اَوۡ تُخۡفُوۡہُ اَوۡ تَعۡفُوۡا عَنۡ سُوۡٓءٍ فَاِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَفُوًّا قَدِیۡرًا ﴿۱۴۹﴾

004.149 In tubdoo khayran aw tukhfoohu aw taAAfoo AAan soo-in fa-inna Allaha kana AAafuwwan qadeeran

4:149 Wanneer jullie een goede daad openlijk of in het verborgen doen, of het toegedaan kwaad vergeven, voorzeker weet dan dat Allah Vergevensgezind, Almachtig is.

اِنَّ الَّذِیۡنَ یَکۡفُرُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ رُسُلِہٖ وَ یُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ یُّفَرِّقُوۡا بَیۡنَ اللّٰہِ وَ رُسُلِہٖ وَ یَقُوۡلُوۡنَ نُؤۡمِنُ بِبَعۡضٍ وَّ نَکۡفُرُ بِبَعۡضٍ ۙ وَّ یُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ یَّتَّخِذُوۡا بَیۡنَ ذٰلِکَ سَبِیۡلًا ﴿۱۵۰﴾ۙ

004.150 Inna allatheena yakfuroona biAllahi warusulihi wayureedoona an yufarriqoo bayna Allahi warusulihi wayaqooloona nu/minu bibaAAdin wanakfuru bibaAAdin wayureedoona an yattakhithoo bayna thalika sabeelan

4:150 Voorzeker, degenen die niet gelovigen in Allah en Zijn Profeten, wensen dat zij een onderscheid kunnen maken in Allah en Zijn profeten. En ze zeggen: "Wij geloven in enkelen (van de Profeten) en geloven niet in anderen (van hen)." En zij wensen dat zij er een weg in (hun ongeloof) kunnen vinden.

اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡکٰفِرُوۡنَ حَقًّا ۚ وَ اَعۡتَدۡنَا لِلۡکٰفِرِیۡنَ عَذَابًا مُّہِیۡنًا ﴿۱۵۱﴾

004.151 Ola-ika humu alkafiroona haqqan waaAAtadna lilkafireena AAathaban muheenan

4:151 Zij zijn de waarlijk ongelovigen. En Wij hebben voor de ongelovigen een vernederende bestraffing voorbereid.

وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا بِاللّٰہِ وَ رُسُلِہٖ وَ لَمۡ یُفَرِّقُوۡا بَیۡنَ اَحَدٍ مِّنۡہُمۡ اُولٰٓئِکَ سَوۡفَ یُؤۡتِیۡہِمۡ اُجُوۡرَہُمۡ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۱۵۲﴾

004.152 Waallatheena amanoo biAllahi warusulihi walam yufarriqoo bayna ahadin minhum ola-ika sawfa yu/teehim ojoorahum wakana Allahu ghafooran raheeman

4:152 En degenen die geloven in Allah en in Zijn Profeten, en zij maken geen onderscheid in geen van enkel van hen (de Profeten), zij, spoedig zullen Wij hen hun beloning geven! En Allah is meest Vergevensgezind, Meest Barmhartig.

یَسۡـَٔلُکَ اَہۡلُ الۡکِتٰبِ اَنۡ تُنَزِّلَ عَلَیۡہِمۡ کِتٰبًا مِّنَ السَّمَآءِ فَقَدۡ سَاَلُوۡا مُوۡسٰۤی اَکۡبَرَ مِنۡ ذٰلِکَ فَقَالُوۡۤا اَرِنَا اللّٰہَ جَہۡرَۃً فَاَخَذَتۡہُمُ الصّٰعِقَۃُ بِظُلۡمِہِمۡ ۚ ثُمَّ اتَّخَذُوا الۡعِجۡلَ مِنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَتۡہُمُ الۡبَیِّنٰتُ فَعَفَوۡنَا عَنۡ ذٰلِکَ ۚ وَ اٰتَیۡنَا مُوۡسٰی سُلۡطٰنًا مُّبِیۡنًا ﴿۱۵۳﴾

004.153 Yas-aluka ahlu alkitabi an tunazzila AAalayhim kitaban mina alssama-i faqad saaloo moosa akbara min thalika faqaloo arina Allaha jahratan faakhathat-humu alssaAAiqatu bithulmihim thumma ittakhathoo alAAijla min baAAdi ma jaat-humu albayyinatu faAAafawna AAan thalika waatayna moosa sultanan mubeenan

4:153 En de mensen van het Schrift (Taurah en Indjiel) vragen jou om voor hen een (fysieke) boek vanuit de hemel te brengen. Voorzeker, weet dan dat zij Moesa om iets groter hadden gevraagd, ze zeiden: "Laat ons Allah openlijk zien." Vervolgens trof de bliksem hen voor hun buitensporigheid. Ondanks dit en ondanks dat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen, namen ze daarna het kalf ter aanbidding. Vervolgens vergaven Wij hen dat en Wij gaven Moesa (Mozes) een duidelijk autoriteit/macht/gezag (over hen).

وَ رَفَعۡنَا فَوۡقَہُمُ الطُّوۡرَ بِمِیۡثَاقِہِمۡ وَ قُلۡنَا لَہُمُ ادۡخُلُوا الۡبَابَ سُجَّدًا وَّ قُلۡنَا لَہُمۡ لَا تَعۡدُوۡا فِی السَّبۡتِ وَ اَخَذۡنَا مِنۡہُمۡ مِّیۡثَاقًا غَلِیۡظًا ﴿۱۵۴﴾

004.154 WarafaAAna fawqahumu alttoora bimeethaqihim waqulna lahumu odkhuloo albaba sujjadan waqulna lahum la taAAdoo fee alssabti waakhathna minhum meethaqan ghaleethan

4:154 En Wij verhieven (de berg) Thoer boven hen vanwege hun verdrag. Wij zeiden tot hen: "Betreed prostrerend de poort binnen. En overtreed de Sabbat niet." En Wij gaven hen een sterk\grondig verdrag.

فَبِمَا نَقۡضِہِمۡ مِّیۡثَاقَہُمۡ وَ کُفۡرِہِمۡ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ وَ قَتۡلِہِمُ الۡاَنۡۢبِیَآءَ بِغَیۡرِ حَقٍّ وَّ قَوۡلِہِمۡ قُلُوۡبُنَا غُلۡفٌ ؕ بَلۡ طَبَعَ اللّٰہُ عَلَیۡہَا بِکُفۡرِہِمۡ فَلَا یُؤۡمِنُوۡنَ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۱۵۵﴾۪

004.155 Fabima naqdihim meethaqahum wakufrihim bi-ayati Allahi waqatlihimu al-anbiyaa bighayri haqqin waqawlihim quloobuna ghulfun bal tabaAAa Allahu AAalayha bikufrihim fala yu/minoona illa qaleelan

4:155 Echter, doordat zij het verdrag verbreken en door hun ongeloof in Allah's Tekenen en doordat zij de Profeten doden zonder enig recht te hebben (heeft Allah hen vervloekt). En (ook) door hun zegging van: "Onze harten zijn bedekt". Nee! Allah heeft een zegel erop geplaatst vanwege hun ongeloof. Daarom gelovigen slechts weinig van hen.

وَّ بِکُفۡرِہِمۡ وَ قَوۡلِہِمۡ عَلٰی مَرۡیَمَ بُہۡتَانًا عَظِیۡمًا ﴿۱۵۶﴾ۙ

004.156 Wabikufrihim waqawlihim AAala maryama buhtanan AAatheeman

4:156 En vanwege hun ongeloof en hun grote laster op Maryam (Maria)!

وَّ قَوۡلِہِمۡ اِنَّا قَتَلۡنَا الۡمَسِیۡحَ عِیۡسَی ابۡنَ مَرۡیَمَ رَسُوۡلَ اللّٰہِ ۚ وَ مَا قَتَلُوۡہُ وَ مَا صَلَبُوۡہُ وَ لٰکِنۡ شُبِّہَ لَہُمۡ ؕ وَ اِنَّ الَّذِیۡنَ اخۡتَلَفُوۡا فِیۡہِ لَفِیۡ شَکٍّ مِّنۡہُ ؕ مَا لَہُمۡ بِہٖ مِنۡ عِلۡمٍ اِلَّا اتِّبَاعَ الظَّنِّ ۚ وَ مَا قَتَلُوۡہُ یَقِیۡنًۢا ﴿۱۵۷﴾ۙ

004.157 Waqawlihim inna qatalna almaseeha AAeesa ibna maryama rasoola Allahi wama qataloohu wama salaboohu walakin shubbiha lahum wa-inna allatheena ikhtalafoo feehi lafee shakkin minhu ma lahum bihi min AAilmin illa ittibaAAa alththanni wama qataloohu yaqeenan

4:157 En voor hun uitspraak: "Voorwaar, wij hebben de Messias, Isa, de zoon van Maryam, de Profeet van Allah, gedood." Echter zij dode hem niet, noch kruisigde zij hem, maar het werd zo tot stand gebracht dat het voor hen erop leek (dat zij Isa gedood hebben). Voorwaar, de sceptici twijfelen erover. Er is voor hen geen enkel kennis erover (de gebeurtenis). Ze volgen slechts de vermoedens. Met zekerheid, ze hebben hem niet gedood!

بَلۡ رَّفَعَہُ اللّٰہُ اِلَیۡہِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَزِیۡزًا حَکِیۡمًا ﴿۱۵۸﴾

004.158 Bal rafaAAahu Allahu ilayhi wakana Allahu AAazeezan hakeeman

4:158 Nee! Hij is omhoog naar Allah toe geheven door Allah zelf. En Allah is Almachtig, Alwijs.

وَ اِنۡ مِّنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ اِلَّا لَیُؤۡمِنَنَّ بِہٖ قَبۡلَ مَوۡتِہٖ ۚ وَ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ یَکُوۡنُ عَلَیۡہِمۡ شَہِیۡدًا ﴿۱۵۹﴾ۚ

004.159 Wa-in min ahli alkitabi illa layu/minanna bihi qabla mawtihi wayawma alqiyamati yakoonu AAalayhim shaheedan

4:159 En iedereen van het Boek zal voordat hij dood gaat, in hem (Isa) geloven. En op de dag der opstanding zal hij (Isa) een getuige zijn tegen hen.

فَبِظُلۡمٍ مِّنَ الَّذِیۡنَ ہَادُوۡا حَرَّمۡنَا عَلَیۡہِمۡ طَیِّبٰتٍ اُحِلَّتۡ لَہُمۡ وَ بِصَدِّہِمۡ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ کَثِیۡرًا ﴿۱۶۰﴾ۙ

004.160 Fabithulmin mina allatheena hadoo harramna AAalayhim tayyibatin ohillat lahum wabisaddihim AAan sabeeli Allahi katheeran

4:160 Vanwege al deze (kwesties), hebben Wij voor de onrechtplegers onder de Joden, de goede dingen onwettig gemaakt, die echter eerst wel voor hen toegestaan waren. En ook vanwege het hinderen op de weg van Allah.

وَّ اَخۡذِہِمُ الرِّبٰوا وَ قَدۡ نُہُوۡا عَنۡہُ وَ اَکۡلِہِمۡ اَمۡوَالَ النَّاسِ بِالۡبَاطِلِ ؕ وَ اَعۡتَدۡنَا لِلۡکٰفِرِیۡنَ مِنۡہُمۡ عَذَابًا اَلِیۡمًا ﴿۱۶۱﴾

004.161 Waakhthihimu alrriba waqad nuhoo AAanhu waaklihim amwala alnnasi bialbatili waaAAtadna lilkafireena minhum AAathaban aleeman

4:161 En (vanwege) het nemen van rente, terwijl het zeker voor hen verboden was. En voor het onrechtmatig consumeren van de rijkdommen van de mens. En Wij hebben voor de ongelovigen onder hen een pijnlijke straf voorbereid.

لٰکِنِ الرّٰسِخُوۡنَ فِی الۡعِلۡمِ مِنۡہُمۡ وَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ یُؤۡمِنُوۡنَ بِمَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکَ وَ مَاۤ اُنۡزِلَ مِنۡ قَبۡلِکَ وَ الۡمُقِیۡمِیۡنَ الصَّلٰوۃَ وَ الۡمُؤۡتُوۡنَ الزَّکٰوۃَ وَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ ؕ اُولٰٓئِکَ سَنُؤۡتِیۡہِمۡ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿۱۶۲﴾٪

004.162 Lakini alrrasikhoona fee alAAilmi minhum waalmu/minoona yu/minoona bima onzila ilayka wama onzila min qablika waalmuqeemeena alssalata waalmu/toona alzzakata waalmu/minoona biAllahi waalyawmi al-akhiri ola-ika sanu/teehim ajran AAatheeman

4:162 Maar degenen van hen die in kennis gegrond zijn en ook de gelovigen, geloven in hetgeen wat aan jou geopenbaard is en in hetgeen wat er voor jouw tijd geopenbaard is. Zo ook geloven, degenen die het gebed (de Salaat) onderhouden, de zakaat geven, in Allah en in de laatste Dag geloven. Zij! Wij zullen aan hen een geweldige beloning geven.

اِنَّاۤ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلَیۡکَ کَمَاۤ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلٰی نُوۡحٍ وَّ النَّبِیّٖنَ مِنۡۢ بَعۡدِہٖ ۚ وَ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلٰۤی اِبۡرٰہِیۡمَ وَ اِسۡمٰعِیۡلَ وَ اِسۡحٰقَ وَ یَعۡقُوۡبَ وَ الۡاَسۡبَاطِ وَ عِیۡسٰی وَ اَیُّوۡبَ وَ یُوۡنُسَ وَ ہٰرُوۡنَ وَ سُلَیۡمٰنَ ۚ وَ اٰتَیۡنَا دَاوٗدَ زَبُوۡرًا ﴿۱۶۳﴾ۚ

004.163 Inna awhayna ilayka kama awhayna ila noohin waalnnabiyyeena min baAAdihi waawhayna ila ibraheema wa-ismaAAeela wa-ishaqa wayaAAqooba waal-asbati waAAeesa waayyooba wayoonusa waharoona wasulaymana waatayna dawooda zabooran

4:163 Voorzeker, Wij openbaren aan jou net zoals Wij aan Noeh (Noach), en aan de profeten na hem, Ibrahiem, Ismail, Izaak, Yakoeb (Jakob), en (de profeten afkomend uit) de stammen, en aan Isa, Ayoeb (Job), Joenoes (Jonas), Haroen (Aron) en Sulaiman (Solomon) geopenbaard hebben. En Wij gaven Dawoed (David) de Zaboer (Psalmen).

وَ رُسُلًا قَدۡ قَصَصۡنٰہُمۡ عَلَیۡکَ مِنۡ قَبۡلُ وَ رُسُلًا لَّمۡ نَقۡصُصۡہُمۡ عَلَیۡکَ ؕ وَ کَلَّمَ اللّٰہُ مُوۡسٰی تَکۡلِیۡمًا ﴿۱۶۴﴾ۚ

004.164 Warusulan qad qasasnahum AAalayka min qablu warusulan lam naqsushum AAalayka wakallama Allahu moosa takleeman

4:164 En de Profeten, waarlijk van sommige hebben Wij aan jou bericht gegeven en van andere weer niet. En Allah voerde een gesprek met Moesa.

رُسُلًا مُّبَشِّرِیۡنَ وَ مُنۡذِرِیۡنَ لِئَلَّا یَکُوۡنَ لِلنَّاسِ عَلَی اللّٰہِ حُجَّۃٌۢ بَعۡدَ الرُّسُلِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَزِیۡزًا حَکِیۡمًا ﴿۱۶۵﴾

004.165 Rusulan mubashshireena wamunthireena li-alla yakoona lilnnasi AAala Allahi hujjatun baAAda alrrusuli wakana Allahu AAazeezan hakeeman

4:165 Profeten, dragers van het goede nieuws en waarschuwers (voor het slechte), zodat er geen weerwoord is naar Allah toe (doordat de boodschap) na de komst van de profeten (duidelijk is gemaakt). En Allah is Almachtig, Alwijs.

لٰکِنِ اللّٰہُ یَشۡہَدُ بِمَاۤ اَنۡزَلَ اِلَیۡکَ اَنۡزَلَہٗ بِعِلۡمِہٖ ۚ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃُ یَشۡہَدُوۡنَ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ شَہِیۡدًا ﴿۱۶۶﴾ؕ

004.166 Lakini Allahu yashhadu bima anzala ilayka anzalahu biAAilmihi waalmala-ikatu yashhadoona wakafa biAllahi shaheedan

4:166 Maar Allah getuig voor wat Hij aan jou geopenbaard heeft. Hij heeft het met Zijn kennis neergezonden. De Engelen getuigen ook ervan. En Allah alleen is voldoende als Getuige.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ صَدُّوۡا عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ قَدۡ ضَلُّوۡا ضَلٰلًۢا بَعِیۡدًا ﴿۱۶۷﴾

004.167 Inna allatheena kafaroo wasaddoo AAan sabeeli Allahi qad dalloo dalalan baAAeedan

4:167 Degenen die niet geloven en de weg van Allah verhinderen, voorzeker zij zijn verdwaald (van het pad), ver weg dwalend.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ ظَلَمُوۡا لَمۡ یَکُنِ اللّٰہُ لِیَغۡفِرَ لَہُمۡ وَ لَا لِیَہۡدِیَہُمۡ طَرِیۡقًا ﴿۱۶۸﴾ۙ

004.168 Inna allatheena kafaroo wathalamoo lam yakuni Allahu liyaghfira lahum wala liyahdiyahum tareeqan

4:168 Degenen die niet geloven en kwaad doen, Allah zal hen niet vergeven, noch zal Hij ze leiden naar een (juiste) pad.

اِلَّا طَرِیۡقَ جَہَنَّمَ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ؕ وَ کَانَ ذٰلِکَ عَلَی اللّٰہِ یَسِیۡرًا ﴿۱۶۹﴾

004.169 Illa tareeqa jahannama khalideena feeha abadan wakana thalika AAala Allahi yaseeran

4:169 Behalve (Hij zal ze leiden) naar het pad dat leidt tot de Hel, eeuwig verblijvend erin. En dat is voor Allah gemakkelijk.

یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ قَدۡ جَآءَکُمُ الرَّسُوۡلُ بِالۡحَقِّ مِنۡ رَّبِّکُمۡ فَاٰمِنُوۡا خَیۡرًا لَّکُمۡ ؕ وَ اِنۡ تَکۡفُرُوۡا فَاِنَّ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ﴿۱۷۰﴾

004.170 Ya ayyuha alnnasu qad jaakumu alrrasoolu bialhaqqi min rabbikum faaminoo khayran lakum wa-in takfuroo fa-inna lillahi ma fee alssamawati waal-ardi wakana Allahu AAaleeman hakeeman

4:170 O mensheid! Voorzeker, er is een profeet tot jullie gekomen met de waarheid van jullie Heer. Dus geloof! Het is beter voor jullie. Echter als jullie niet geloven, weet dan dat alles wat in de hemelen en op aarde is, aan Allah toebehoort. En Allah is Alwetend, Alwijs.

یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لَا تَغۡلُوۡا فِیۡ دِیۡنِکُمۡ وَ لَا تَقُوۡلُوۡا عَلَی اللّٰہِ اِلَّا الۡحَقَّ ؕ اِنَّمَا الۡمَسِیۡحُ عِیۡسَی ابۡنُ مَرۡیَمَ رَسُوۡلُ اللّٰہِ وَ کَلِمَتُہٗ ۚ اَلۡقٰہَاۤ اِلٰی مَرۡیَمَ وَ رُوۡحٌ مِّنۡہُ ۫ فَاٰمِنُوۡا بِاللّٰہِ وَ رُسُلِہٖ ۚ۟ وَ لَا تَقُوۡلُوۡا ثَلٰثَۃٌ ؕ اِنۡتَہُوۡا خَیۡرًا لَّکُمۡ ؕ اِنَّمَا اللّٰہُ اِلٰہٌ وَّاحِدٌ ؕ سُبۡحٰنَہٗۤ اَنۡ یَّکُوۡنَ لَہٗ وَلَدٌ ۘ لَہٗ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ وَکِیۡلًا ﴿۱۷۱﴾

004.171 Ya ahla alkitabi la taghloo fee deenikum wala taqooloo AAala Allahi illa alhaqqa innama almaseehu AAeesa ibnu maryama rasoolu Allahi wakalimatuhu alqaha ila maryama waroohun minhu faaminoo biAllahi warusulihi wala taqooloo thalathatun intahoo khayran lakum innama Allahu ilahun wahidun subhanahu an yakoona lahu waladun lahu ma fee alssamawati wama fee al-ardi wakafa biAllahi wakeelan

4:171 O Mensen van het Boek! Overdrijf niet in jullie Dien (levenswijze) en zeg alleen de waarheid over Allah. De Messias Isa, zoon van Maryam, was (niet meer dan) een Profeet en (Hij is) van Zijn (Allah's) woord ("wees en het is") ontstaan, welke Hij op Maryam geschonken heeft, en hij is (slechts) een ziel van Hem. Dus geloof in Allah en Zijn profeten. En zeg niet: "Drie." Hou op, het is beter voor jullie! Allah is alleen de enige deïteit. Alle Glorie behoort Hem toe en hoog verheven is Hij boven de bewering dat Hij een zoon heeft! Tot Hem behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is. En Allah alleen is voldoende als Toezichthouder van alle kwesties.

لَنۡ یَّسۡتَنۡکِفَ الۡمَسِیۡحُ اَنۡ یَّکُوۡنَ عَبۡدًا لِّلّٰہِ وَ لَا الۡمَلٰٓئِکَۃُ الۡمُقَرَّبُوۡنَ ؕ وَ مَنۡ یَّسۡتَنۡکِفۡ عَنۡ عِبَادَتِہٖ وَ یَسۡتَکۡبِرۡ فَسَیَحۡشُرُہُمۡ اِلَیۡہِ جَمِیۡعًا ﴿۱۷۲﴾

004.172 Lan yastankifa almaseehu an yakoona AAabdan lillahi wala almala-ikatu almuqarraboona waman yastankif AAan AAibadatihi wayastakbir fasayahshuruhum ilayhi jameeAAan

4:172 Nooit zal de Messias zich minachtend voelen om een slaaf van Allah te zijn, noch de Engelen, en noch degenen die dichtbij Allah zijn! En wie zich minachtend voelt voor Zijn aanbidding en hij is arrogant, weet dan dat Wij hen allen tezamen zullen verzamelen.

فَاَمَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ فَیُوَفِّیۡہِمۡ اُجُوۡرَہُمۡ وَ یَزِیۡدُہُمۡ مِّنۡ فَضۡلِہٖ ۚ وَ اَمَّا الَّذِیۡنَ اسۡتَنۡکَفُوۡا وَ اسۡتَکۡبَرُوۡا فَیُعَذِّبُہُمۡ عَذَابًا اَلِیۡمًا ۬ۙ وَّ لَا یَجِدُوۡنَ لَہُمۡ مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَلِیًّا وَّ لَا نَصِیۡرًا ﴿۱۷۳﴾

004.173 Faamma allatheena amanoo waAAamiloo alssalihati fayuwaffeehim ojoorahum wayazeeduhum min fadlihi waamma allatheena istankafoo waistakbaroo fayuAAaththibuhum AAathaban aleeman wala yajidoona lahum min dooni Allahi waliyyan wala naseeran

4:173 Voor degenen die geloven en rechtvaardige daden verrichtten, Hij zal hen hun volledige beloning geven en daarnaast nog meer van Zijn Geschenken. En degenen die zich minachtend voelden (voor Allah's aanbidding) en hoogmoedig waren, zal Hij bestraffen met een pijnlijke bestraf. Zij zullen geen beschermer en helper vinden, naast Allah.

یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ قَدۡ جَآءَکُمۡ بُرۡہَانٌ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ وَ اَنۡزَلۡنَاۤ اِلَیۡکُمۡ نُوۡرًا مُّبِیۡنًا ﴿۱۷۴﴾

004.174 Ya ayyuha alnnasu qad jaakum burhanun min rabbikum waanzalna ilaykum nooran mubeenan

4:174 O mensheid! Voorzeker, er is een duidelijke bewijs van jullie Heer gekomen. En Wij hebben een duidelijke licht voor jullie neergezonden.

فَاَمَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا بِاللّٰہِ وَ اعۡتَصَمُوۡا بِہٖ فَسَیُدۡخِلُہُمۡ فِیۡ رَحۡمَۃٍ مِّنۡہُ وَ فَضۡلٍ ۙ وَّ یَہۡدِیۡہِمۡ اِلَیۡہِ صِرَاطًا مُّسۡتَقِیۡمًا ﴿۱۷۵﴾ؕ

004.175 Faamma allatheena amanoo biAllahi waiAAtasamoo bihi fasayudkhiluhum fee rahmatin minhu wafadlin wayahdeehim ilayhi siratan mustaqeeman

4:175 Dus wat betreft degenen die in Allah geloven en die zich aan Hem vast houden, Hij zal hen toelaten tot Zijn Barmhartigheid en tot Zijn Giften. En Hij zal hen naar Hem toeleiden op een recht pad.

یَسۡتَفۡتُوۡنَکَ ؕ قُلِ اللّٰہُ یُفۡتِیۡکُمۡ فِی الۡکَلٰلَۃِ ؕ اِنِ امۡرُؤٌا ہَلَکَ لَیۡسَ لَہٗ وَلَدٌ وَّ لَہٗۤ اُخۡتٌ فَلَہَا نِصۡفُ مَا تَرَکَ ۚ وَ ہُوَ یَرِثُہَاۤ اِنۡ لَّمۡ یَکُنۡ لَّہَا وَلَدٌ ؕ فَاِنۡ کَانَتَا اثۡنَتَیۡنِ فَلَہُمَا الثُّلُثٰنِ مِمَّا تَرَکَ ؕ وَ اِنۡ کَانُوۡۤا اِخۡوَۃً رِّجَالًا وَّ نِسَآءً فَلِلذَّکَرِ مِثۡلُ حَظِّ الۡاُنۡثَیَیۡنِ ؕ یُبَیِّنُ اللّٰہُ لَکُمۡ اَنۡ تَضِلُّوۡا ؕ وَ اللّٰہُ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۱۷۶﴾

004.176 Yastaftoonaka quli Allahu yufteekum fee alkalalati ini imruon halaka laysa lahu waladun walahu okhtun falaha nisfu ma taraka wahuwa yarithuha in lam yakun laha waladun fa-in kanata ithnatayni falahuma alththuluthani mimma taraka wa-in kanoo ikhwatan rijalan wanisaan falilththakari mithlu haththi alonthayayni yubayyinu Allahu lakum an tadilloo waAllahu bikulli shay-in AAaleemun

4:176 Zij zoeken naar jouw wettelijke uitspraken. Zeg: "Allah geeft de wet met betrekking tot de Kalalah. Wanneer een man overlijdt en geen kinderen heeft, maar wel een zuster, dan is er voor haar de helft van wat hij achtergelaten heeft. Andersom, erft hij (alles) van haar wanneer zij geen kind had. Maar als er twee vrouwen waren, dan is er voor hen twee-derde, van wat hij achterlaat. Maar als er broers en zussen waren, dus mannen en vrouwen, dan zal de man het gelijke hebben als twee vrouwen. Allah maakt het jullie duidelijk, zodat jullie niet zullen dwalen. En Allah is over elke iets Alwetend.


www.kuran.nl