Al-Fat'h

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

اِنَّا فَتَحۡنَا لَکَ فَتۡحًا مُّبِیۡنًا ۙ﴿۱﴾

048.001 Inna fatahna laka fathan mubeenan

1. Voorwaar, Wij hebben u een klaarblijkelijke overwinning verleend. Wij hebben jou een duidelijk succes laten behalen,

لِّیَغۡفِرَ لَکَ اللّٰہُ مَا تَقَدَّمَ مِنۡ ذَنۡۢبِکَ وَ مَا تَاَخَّرَ وَ یُتِمَّ نِعۡمَتَہٗ عَلَیۡکَ وَ یَہۡدِیَکَ صِرَاطًا مُّسۡتَقِیۡمًا ۙ﴿۲﴾

048.002 Liyaghfira laka Allahu ma taqaddama min thanbika wama taakhkhara wayutimma niAAmatahu AAalayka wayahdiyaka siratan mustaqeeman

2. Zodat Allah u tegen uw voorafgaande en toekomstige (aan u toegeschrevene) zonden moge behoeden en dat Hij Zijn gunst aan u moge vervolmaken en u op het juiste pad moge leiden, opdat Allah jou je vroegere en je latere zonden vergeeft, Zijn genade aan jou volledig bewijst en jou op een juiste weg leidt

وَّ یَنۡصُرَکَ اللّٰہُ نَصۡرًا عَزِیۡزًا ﴿۳﴾

048.003 Wayansuraka Allahu nasran AAazeezan

3. En dat Allah u met een machtige hulp moge ondersteunen. en opdat Allah jou op een geweldige manier hulp verleent.

ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡزَلَ السَّکِیۡنَۃَ فِیۡ قُلُوۡبِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ لِیَزۡدَادُوۡۤا اِیۡمَانًا مَّعَ اِیۡمَانِہِمۡ ؕ وَ لِلّٰہِ جُنُوۡدُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ۙ﴿۴﴾

048.004 Huwa allathee anzala alssakeenata fee quloobi almu/mineena liyazdadoo eemanan maAAa eemanihim walillahi junoodu alssamawati waal-ardi wakana Allahu AAaleeman hakeeman

4. Hij is het, Die rust in het hart van de gelovigen heeft nedergezonden, opdat zij geloof aan hun geloof mogen toevoegen - en aan Allah behoren de scharen van de hemelen en van de aarde en Allah is Alwetend, Alwijs. Hij is het die de kalmte in de harten van de gelovigen heeft laten neerdalen opdat zij bij hun geloof nog in geloof toenemen -- van Allah zijn de troepen van de hemelen en de aarde en Allah is wetend en wijs --

لِّیُدۡخِلَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ الۡمُؤۡمِنٰتِ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا وَ یُکَفِّرَ عَنۡہُمۡ سَیِّاٰتِہِمۡ ؕ وَ کَانَ ذٰلِکَ عِنۡدَ اللّٰہِ فَوۡزًا عَظِیۡمًا ۙ﴿۵﴾

048.005 Liyudkhila almu/mineena waalmu/minati jannatin tajree min tahtiha al-anharu khalideena feeha wayukaffira AAanhum sayyi-atihim wakana thalika AAinda Allahi fawzan AAatheeman

5. Zodat Hij de gelovige mannen en vrouwen in tuinen moge toelaten waar doorheen rivieren vloeien om daarin te vertoeven, en hun feilen van hen moge wegnemen; dat is in de ogen van Allah de grootste zegepraal. om de gelovige mannen en vrouwen tuinen te laten binnengaan waar de rivieren onderdoor stromen terwijl zij daar altijd in blijven en om hun hun slechte daden kwijt te schelden -- dat is een geweldige triomf bij Allah --

وَّ یُعَذِّبَ الۡمُنٰفِقِیۡنَ وَ الۡمُنٰفِقٰتِ وَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ وَ الۡمُشۡرِکٰتِ الظَّآنِّیۡنَ بِاللّٰہِ ظَنَّ السَّوۡءِ ؕ عَلَیۡہِمۡ دَآئِرَۃُ السَّوۡءِ ۚ وَ غَضِبَ اللّٰہُ عَلَیۡہِمۡ وَ لَعَنَہُمۡ وَ اَعَدَّ لَہُمۡ جَہَنَّمَ ؕ وَ سَآءَتۡ مَصِیۡرًا ﴿۶﴾

048.006 WayuAAaththiba almunafiqeena waalmunafiqati waalmushrikeena waalmushrikati alththanneena biAllahi thanna alssaw-i AAalayhim da-iratu alssaw-i waghadiba Allahu AAalayhim walaAAanahum waaAAadda lahum jahannama wasaat maseeran

6. En dat Hij de huichelaars en huichelaarsters en de afgodendienaren en -dienaressen moge straffen, die boze gedachten jegens Allah koesteren. Over dezulken zal tegenspoed en de toorn van Allah komen. Hij heeft hen vervloekt en de hel voor hen gereed gemaakt. En dit is een slechte bestemming. en om de huichelaars en de huichelaarsters en de veelgodendienaars en -dienaressen die over Allah slechte gedachten hebben te straffen. Voor hen is de wending ten slechte, Allah is op hen vertoornd, Hij vervloekt hen en heeft voor hen de hel klaargemaakt; dat is een slechte bestemming.

وَ لِلّٰہِ جُنُوۡدُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَزِیۡزًا حَکِیۡمًا ﴿۷﴾

048.007 Walillahi junoodu alssamawati waal-ardi wakana Allahu AAazeezan hakeeman

7. Aan Allah behoren de scharen van de hemelen en van de aarde; Allah is de Almachtige, de Alwijze. Van Allah zijn de troepen van de hemelen en de aarde en Allah is wetend en wijs.

اِنَّاۤ اَرۡسَلۡنٰکَ شَاہِدًا وَّ مُبَشِّرًا وَّ نَذِیۡرًا ۙ﴿۸﴾

048.008 Inna arsalnaka shahidan wamubashshiran wanatheeran

8. Wij hebben u als getuige en drager van blijde. tijdingen en als waarschuwer gezonden. Wij hebben jou gezonden als getuige, als verkondiger van goed nieuws en als waarschuwer,

لِّتُؤۡمِنُوۡا بِاللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ وَ تُعَزِّرُوۡہُ وَ تُوَقِّرُوۡہُ ؕ وَ تُسَبِّحُوۡہُ بُکۡرَۃً وَّ اَصِیۡلًا ﴿۹﴾

048.009 Litu/minoo biAllahi warasoolihi watuAAazziroohu watuwaqqiroohu watusabbihoohu bukratan waaseelan

9. Opdat u in Allah en Zijn boodschapper zult geloven, hem steunen en eren en Hem 's morgens en 's avonds zult verheerlijken. opdat jullie geloven in Allah en Zijn gezant, Hem bijstaan, Hem vereren en Hem 's ochtends en 's avonds prijzen.

اِنَّ الَّذِیۡنَ یُبَایِعُوۡنَکَ اِنَّمَا یُبَایِعُوۡنَ اللّٰہَ ؕ یَدُ اللّٰہِ فَوۡقَ اَیۡدِیۡہِمۡ ۚ فَمَنۡ نَّکَثَ فَاِنَّمَا یَنۡکُثُ عَلٰی نَفۡسِہٖ ۚ وَ مَنۡ اَوۡفٰی بِمَا عٰہَدَ عَلَیۡہُ اللّٰہَ فَسَیُؤۡتِیۡہِ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿٪۱۰﴾

048.010 Inna allatheena yubayiAAoonaka innama yubayiAAoona Allaha yadu Allahi fawqa aydeehim faman nakatha fa-innama yankuthu AAala nafsihi waman awfa bima AAahada AAalayhu Allaha fasayu/teehi ajran AAatheeman

10. Voorwaar, zij die u trouw zweren, zweren trouw aan Allah; Allah's hand rust op hun handen. Maar wie zijn eed schendt, doet dit tot zijn eigen nadeel en wie zijn belofte aan Allah vervult, Hij zal hem een grote beloning geven. Zij die jou trouw zweren, zweren Allah trouw. Allah's hand is op hun handen gelegd. En wie [die eed] breekt, die breekt hem tot zijn eigen nadeel. Maar wie de verbintenis die hij met Allah gesloten heeft nakomt, die zal Hij een geweldig loon geven.

سَیَقُوۡلُ لَکَ الۡمُخَلَّفُوۡنَ مِنَ الۡاَعۡرَابِ شَغَلَتۡنَاۤ اَمۡوَالُنَا وَ اَہۡلُوۡنَا فَاسۡتَغۡفِرۡ لَنَا ۚ یَقُوۡلُوۡنَ بِاَلۡسِنَتِہِمۡ مَّا لَیۡسَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ ؕ قُلۡ فَمَنۡ یَّمۡلِکُ لَکُمۡ مِّنَ اللّٰہِ شَیۡئًا اِنۡ اَرَادَ بِکُمۡ ضَرًّا اَوۡ اَرَادَ بِکُمۡ نَفۡعًا ؕ بَلۡ کَانَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرًا ﴿۱۱﴾

048.011 Sayaqoolu laka almukhallafoona mina al-aAArabi shaghalatna amwaluna waahloona faistaghfir lana yaqooloona bi-alsinatihim ma laysa fee quloobihim qul faman yamliku lakum mina Allahi shay-an in arada bikum darran aw arada bikum nafAAan bal kana Allahu bima taAAmaloona khabeeran

11. Degenen onder de bewoners van de woestijn die achterbleven, zullen tot u zeggen: "Onze bezittingen en onze gezinnen hielden ons bezig (zodat wij u niet konden helpen); vraag daarom voor ons vergiffenis." Zij zeggen met hun tong hetgeen niet in hun hart is. Zeg: "Wie kan u iets baten tegen Allah indien Hij voor u voordeel of nadeel beoogt? "Nee, Allah is goed onderricht van hetgeen u doet. Zij van de bedoe´enen die achtergelaten zijn zullen tot jou zeggen: "Onze bezittingen en onze families hielden ons bezig. Vraag dus vergeving voor ons." Met hun tongen zeggen zij wat niet in hun harten is. Zeg: "Wie zou voor jullie tegen Allah ook maar iets kunnen uitrichten als Hij jullie schade wenst te berokkenen of als Hij jullie voordeel wenst te geven?" Integendeel, Allah is over wat jullie doen welingelicht.

بَلۡ ظَنَنۡتُمۡ اَنۡ لَّنۡ یَّنۡقَلِبَ الرَّسُوۡلُ وَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ اِلٰۤی اَہۡلِیۡہِمۡ اَبَدًا وَّ زُیِّنَ ذٰلِکَ فِیۡ قُلُوۡبِکُمۡ وَ ظَنَنۡتُمۡ ظَنَّ السَّوۡءِ ۚۖ وَ کُنۡتُمۡ قَوۡمًۢا بُوۡرًا ﴿۱۲﴾

048.012 Bal thanantum an lan yanqaliba alrrasoolu waalmu/minoona ila ahleehim abadan wazuyyina thalika fee quloobikum wathanantum thanna alssaw-i wakuntum qawman booran

12. Nee, u dacht dat de boodschapper en de gelovigen nooit tot hun gezinnen zouden terugkeren en dat was voor uw hart schoonschijnend gemaakt maar u hadt een slechte gedachte gekoesterd, daarom werdt u een volk dat ten gronde gaat." Ja zeker, jullie dachten dat de gezant en de gelovigen nooit meer naar hun families zouden terugkeren. En in jullie harten leek dat aantrekkelijk. Jullie hadden slechte gedachten en jullie waren verloren mensen.

وَ مَنۡ لَّمۡ یُؤۡمِنۡۢ بِاللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ فَاِنَّاۤ اَعۡتَدۡنَا لِلۡکٰفِرِیۡنَ سَعِیۡرًا ﴿۱۳﴾

048.013 Waman lam yu/min biAllahi warasoolihi fa-inna aAAtadna lilkafireena saAAeeran

13. En voor degenen, die niet in Allah en Zijn boodschapper geloven hebben Wij voorzeker een laaiend Vuur bereid. En wie niet in Allah en Zijn gezant gelooft? Wij hebben voor de ongelovigen een vuurgloed klaargemaakt.

وَ لِلّٰہِ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ یَغۡفِرُ لِمَنۡ یَّشَآءُ وَ یُعَذِّبُ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۱۴﴾

048.014 Walillahi mulku alssamawati waal-ardi yaghfiru liman yashao wayuAAaththibu man yashao wakana Allahu ghafooran raheeman

14. Van Allah is het koninkrijk van de hemelen en van de aarde. Hij vergeeft en straft wie Hij wil. En Allah is Vergevensgezind, Genadevol. En Allah heeft de heerschappij over de hemelen en de aarde. Hij vergeeft aan wie Hij wil en Hij bestraft wie Hij wil. En Allah is vergevend en barmhartig.

سَیَقُوۡلُ الۡمُخَلَّفُوۡنَ اِذَا انۡطَلَقۡتُمۡ اِلٰی مَغَانِمَ لِتَاۡخُذُوۡہَا ذَرُوۡنَا نَتَّبِعۡکُمۡ ۚ یُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ یُّبَدِّلُوۡا کَلٰمَ اللّٰہِ ؕ قُلۡ لَّنۡ تَتَّبِعُوۡنَا کَذٰلِکُمۡ قَالَ اللّٰہُ مِنۡ قَبۡلُ ۚ فَسَیَقُوۡلُوۡنَ بَلۡ تَحۡسُدُوۡنَنَا ؕ بَلۡ کَانُوۡا لَا یَفۡقَہُوۡنَ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۱۵﴾

048.015 Sayaqoolu almukhallafoona itha intalaqtum ila maghanima lita/khuthooha tharoona nattabiAAkum yureedoona an yubaddiloo kalama Allahi qul lan tattabiAAoona kathalikum qala Allahu min qablu fasayaqooloona bal tahsudoonana bal kanoo la yafqahoona illa qaleelan

15. Zij, die werden achtergelaten zullen zeggen, wanneer u zult uitgaan op een expeditie waarbij u gemakkelijk buit kunt maken: "Sta ons toe u te volgen." Zij wensen de uitspraak van Allah te veranderen. Zeg: "U zult ons zeker niet volgen. Allah heeft het voorheen zo bepaald." Dan zullen zij zeggen: "Nee, doch u benijdt ons." Nee, zij begrijpen slechts weinig. Wanneer jullie uittrekken om buit te behalen zullen de achtergelatenen zeggen: "Laat ons jullie volgen" in hun wens Allah's woorden te veranderen. Zeg: "Jullie zullen ons niet volgen. Zo heeft Allah het van tevoren gezegd." En zij zullen zeggen: "Welnee, jullie misgunnen het ons." Integendeel, zij begrijpen slechts weinig.

قُلۡ لِّلۡمُخَلَّفِیۡنَ مِنَ الۡاَعۡرَابِ سَتُدۡعَوۡنَ اِلٰی قَوۡمٍ اُولِیۡ بَاۡسٍ شَدِیۡدٍ تُقَاتِلُوۡنَہُمۡ اَوۡ یُسۡلِمُوۡنَ ۚ فَاِنۡ تُطِیۡعُوۡا یُؤۡتِکُمُ اللّٰہُ اَجۡرًا حَسَنًا ۚ وَ اِنۡ تَتَوَلَّوۡا کَمَا تَوَلَّیۡتُمۡ مِّنۡ قَبۡلُ یُعَذِّبۡکُمۡ عَذَابًا اَلِیۡمًا ﴿۱۶﴾

048.016 Qul lilmukhallafeena mina al-aAArabi satudAAawna ila qawmin olee ba/sin shadeedin tuqatiloonahum aw yuslimoona fa-in tuteeAAoo yu/tikumu Allahu ajran hasanan wa-in tatawallaw kama tawallaytum min qablu yuAAaththibkum AAathaban aleeman

16. Zeg tot de Arabieren van de woestijn die werden achtergelaten: "U zult tegen een volk van geduchte krijgslieden worden opgeroepen om te vechten totdat zij zich overgeven. Dan, als u gehoorzaamt, zal Allah u een goede beloning geven, maar indien u omkeert zoals u voorheen deedt, zal Hij u door een pijnlijke straf kastijden." Zeg tot de bedoe´enen die achtergelaten zijn: "Jullie zullen worden opgeroepen [tot de strijd] tegen mensen van geweldige sterkte. Jullie zullen tegen hen strijden of zij geven zich over [aan Allah]. En als jullie gehoorzamen zal Allah jullie een goed loon geven, maar als jullie je afkeren, zoals jullie je vroeger hebben afgekeerd, dan zal Hij jullie met een pijnlijke bestraffing straffen."

لَیۡسَ عَلَی الۡاَعۡمٰی حَرَجٌ وَّ لَا عَلَی الۡاَعۡرَجِ حَرَجٌ وَّ لَا عَلَی الۡمَرِیۡضِ حَرَجٌ ؕ وَ مَنۡ یُّطِعِ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ یُدۡخِلۡہُ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ ۚ وَ مَنۡ یَّتَوَلَّ یُعَذِّبۡہُ عَذَابًا اَلِیۡمًا ﴿٪۱۷﴾

048.017 Laysa AAala al-aAAma harajun wala AAala al-aAAraji harajun wala AAala almareedi harajun waman yutiAAi Allaha warasoolahu yudkhilhu jannatin tajree min tahtiha al-anharu waman yatawalla yuAAaththibhu AAathaban aleeman

17. Er rust geen schuld op de blinde, noch op de lamme, noch op de zieke. En wie Allah en Zijn boodschapper gehoorzaamt, hem zal Hij in tuinen toelaten waar doorheen rivieren stromen: maar wie zich omkeert, hem zal Hij door een smartelijke straf straffen. De blinde treft geen blaam, de kreupele treft geen blaam en de zieke treft geen blaam en wie Allah en Zijn gezant gehoorzaamt die zal Hij tuinen laten binnengaan waar de rivieren onderdoor stromen, maar wie zich afkeert, die zal Hij met een pijnlijke bestraffing straffen.

لَقَدۡ رَضِیَ اللّٰہُ عَنِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ اِذۡ یُبَایِعُوۡنَکَ تَحۡتَ الشَّجَرَۃِ فَعَلِمَ مَا فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ فَاَنۡزَلَ السَّکِیۡنَۃَ عَلَیۡہِمۡ وَ اَثَابَہُمۡ فَتۡحًا قَرِیۡبًا ﴿ۙ۱۸﴾

048.018 Laqad radiya Allahu AAani almu/mineena ith yubayiAAoonaka tahta alshshajarati faAAalima ma fee quloobihim faanzala alsakeenata AAalayhim waathabahum fathan qareeban

18. Voorzeker, Allah had aan de gelovigen welgevallen, toen zij u onder de boom trouw zwoeren en Hij wist wat in hun hart was en Hij zond op hen kalmte neder en Hij beloonde hen met een spoedige overwinning. Allah was met de gelovigen ingenomen toen zij jou onder de boom trouw zwoeren en Hij weet wat er in hun harten is en Hij liet dus de kalmte op hen neerdalen en beloonde hen met een spoedig succes

وَّ مَغَانِمَ کَثِیۡرَۃً یَّاۡخُذُوۡنَہَا ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَزِیۡزًا حَکِیۡمًا ﴿۱۹﴾

048.019 Wamaghanima katheeratan ya/khuthoonaha wakana Allahu AAazeezan hakeeman

19. En een grote buit die zij konden bemachtigen. En Allah is Almachtig, Alwijs; en veel buit die zij zullen behalen. En Allah is machtig en wijs.

وَعَدَکُمُ اللّٰہُ مَغَانِمَ کَثِیۡرَۃً تَاۡخُذُوۡنَہَا فَعَجَّلَ لَکُمۡ ہٰذِہٖ وَ کَفَّ اَیۡدِیَ النَّاسِ عَنۡکُمۡ ۚ وَ لِتَکُوۡنَ اٰیَۃً لِّلۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ یَہۡدِیَکُمۡ صِرَاطًا مُّسۡتَقِیۡمًا ﴿ۙ۲۰﴾

048.020 WaAAadakumu Allahu maghanima katheeratan ta/khuthoonaha faAAajjala lakum hathihi wakaffa aydiya alnnasi AAankum walitakoona ayatan lilmu/mineena wayahdiyakum siratan mustaqeeman

20. Allah heeft u een grote buit beloofd die u moogt nemen en Hij heeft u deze voorlopig gegeven en heeft de handen van de vijanden van u weerhouden opdat het een teken moge zijn voor de gelovigen en dat Hij u op het rechte pad moge leiden. Allah heeft jullie veel buit toegezegd die jullie zullen behalen. Hij heeft dus een deel voor jullie verhaast en de handen van de mensen van jullie afgehouden. En wel opdat het een teken voor de gelovigen zou zijn en het hen op een juiste weg zou leiden.

وَّ اُخۡرٰی لَمۡ تَقۡدِرُوۡا عَلَیۡہَا قَدۡ اَحَاطَ اللّٰہُ بِہَا ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرًا ﴿۲۱﴾

048.021 Waokhra lam taqdiroo AAalayha qad ahata Allahu biha wakana Allahu AAala kulli shay-in qadeeran

21. En een andere overwinning, die u nog niet heeft kunnen behalen, maar Allah heeft deze in zijn hand; Allah heeft macht over alle dingen. En ook een ander deel, dat jullie nog niet hebben kunnen behalen, is door Allah reeds omsingeld; Allah is almachtig.

وَ لَوۡ قٰتَلَکُمُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَوَلَّوُا الۡاَدۡبَارَ ثُمَّ لَا یَجِدُوۡنَ وَلِیًّا وَّ لَا نَصِیۡرًا ﴿۲۲﴾

048.022 Walaw qatalakumu allatheena kafaroo lawallawoo al-adbara thumma la yajidoona waliyyan wala naseeran

22. Indien de ongelovigen u bestrijden zullen zij u zeker de rug toekeren; daarbij zullen zij beschermer noch helper vinden. En als zij die ongelovig zijn tegen jullie gestreden hadden, dan zouden zij jullie de rug hebben toegekeerd. Dan zouden zij geen beschermer en geen helper gevonden hebben,

سُنَّۃَ اللّٰہِ الَّتِیۡ قَدۡ خَلَتۡ مِنۡ قَبۡلُ ۚۖ وَ لَنۡ تَجِدَ لِسُنَّۃِ اللّٰہِ تَبۡدِیۡلًا ﴿۲۳﴾

048.023 Sunnata Allahi allatee qad khalat min qablu walan tajida lisunnati Allahi tabdeelan

23. Zo is de handelwijze van Allah zoals die ook vroeger is geweest want u zult in Allah's handelwijze geen verandering vinden. volgens Allah's gebruikelijke behandeling van hen die voor jullie tijd zijn heengegaan en jij zult in Allah's gebruikelijke behandeling geen wijziging vinden.

وَ ہُوَ الَّذِیۡ کَفَّ اَیۡدِیَہُمۡ عَنۡکُمۡ وَ اَیۡدِیَکُمۡ عَنۡہُمۡ بِبَطۡنِ مَکَّۃَ مِنۡۢ بَعۡدِ اَنۡ اَظۡفَرَکُمۡ عَلَیۡہِمۡ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ بَصِیۡرًا ﴿۲۴﴾

048.024 Wahuwa allathee kaffa aydiyahum AAankum waaydiyakum AAanhum bibatni makkata min baAAdi an athfarakum AAalayhim wakana Allahu bima taAAmaloona baseeran

24. En Hij is het, Die in het dal van Mekka hun handen van u en uw handen van hen afhield, nadat Hij u de overwinning over hen had gegeven. En Allah ziet hetgeen u doet. Hij is het namelijk die in het dal van Mekka hun handen van jullie en jullie handen van hen afgehouden heeft, nadat Hij jullie over hen had laten zegevieren. Allah doorziet wel wat jullie doen.

ہُمُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ صَدُّوۡکُمۡ عَنِ الۡمَسۡجِدِ الۡحَرَامِ وَ الۡہَدۡیَ مَعۡکُوۡفًا اَنۡ یَّبۡلُغَ مَحِلَّہٗ ؕ وَ لَوۡ لَا رِجَالٌ مُّؤۡمِنُوۡنَ وَ نِسَآءٌ مُّؤۡمِنٰتٌ لَّمۡ تَعۡلَمُوۡہُمۡ اَنۡ تَطَـُٔوۡہُمۡ فَتُصِیۡبَکُمۡ مِّنۡہُمۡ مَّعَرَّۃٌۢ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ ۚ لِیُدۡخِلَ اللّٰہُ فِیۡ رَحۡمَتِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ ۚ لَوۡ تَزَیَّلُوۡا لَعَذَّبۡنَا الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡہُمۡ عَذَابًا اَلِیۡمًا ﴿۲۵﴾

048.025 Humu allatheena kafaroo wasaddookum AAani almasjidi alharami waalhadya maAAkoofan an yablugha mahillahu walawla rijalun mu/minoona wanisaon mu/minatun lam taAAlamoohum an tataoohum fatuseebakum minhum maAAarratun bighayri AAilmin liyudkhila Allahu fee rahmatihi man yashao law tazayyaloo laAAaththabna allatheena kafaroo minhum AAathaban aleeman

25. Zij zijn het die niet geloofden en u van de Heilige Moskee afhielden en de offeranden verhinderden hun bestemming te bereiken. En ware het niet om de gelovige mannen en vrouwen die u niet kent en die u hadt kunnen vertrappen zodat wegens hen een blaam aan u kon hebben gekleefd zonder dat u het wist, (zou Hij u hebben toegestaan te vechten, maar Hij deed dat niet) opdat Hij in Zijn barmhartigheid zou opnemen wie Hij wil. Als zij gescheiden waren zouden Wij de ongelovigen onder hen voorzeker met een smartelijke straf hebben gestraft. Zij zijn het die ongelovig zijn en die jullie de weg naar de heilige moskee versperren, terwijl de offergave verhinderd wordt zijn bestemming [om geslacht te worden] te bereiken. En als jullie gelovige mannen en vrouwen die er waren, maar die jullie niet kenden, niet onder de voet gelopen zouden hebben en jullie vanwege hen dus door iets afschuwelijks getroffen zouden worden? Het was opdat Allah wie Hij wil in Zijn barmhartigheid zou laten binnengaan. Als zij zich onderscheiden hadden, dan zouden Wij hen uit hun midden die ongelovig zijn met een pijnlijke bestraffing gestraft hebben.

اِذۡ جَعَلَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا فِیۡ قُلُوۡبِہِمُ الۡحَمِیَّۃَ حَمِیَّۃَ الۡجَاہِلِیَّۃِ فَاَنۡزَلَ اللّٰہُ سَکِیۡنَتَہٗ عَلٰی رَسُوۡلِہٖ وَ عَلَی الۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ اَلۡزَمَہُمۡ کَلِمَۃَ التَّقۡوٰی وَ کَانُوۡۤا اَحَقَّ بِہَا وَ اَہۡلَہَا ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمًا ﴿٪۲۶﴾

048.026 Ith jaAAala allatheena kafaroo fee quloobihimu alhamiyyata hamiyyata aljahiliyyati faanzala Allahu sakeenatahu AAala rasoolihi waAAala almu/mineena waalzamahum kalimata alttaqwa wakanoo ahaqqa biha waahlaha wakana Allahu bikulli shay-in AAaleeman

26. Toen de ongelovigen verwaandheid in hun hart verborgen- de verwaandheid van de onwetendheid - zond Allah Zijn kalmte over Zijn boodschapper en over de gelovigen neder en deed hen het woord van de rechtvaardigheid nakomen. En zij hadden er recht op en waren het waardig. Allah heeft kennis van alle dingen. Toen zij die ongelovig zijn de minachting -- de minachting van de tijd van onwetendheid -- in hun harten lieten ontvlammen en Allah Zijn kalmte op Zijn gezant en op de gelovigen liet neerdalen en maakte dat zij zich aan het woord van de godvrezendheid hielden; zij hadden daar het meeste recht op en waren het waardig. En Allah is alwetend.

لَقَدۡ صَدَقَ اللّٰہُ رَسُوۡلَہُ الرُّءۡیَا بِالۡحَقِّ ۚ لَتَدۡخُلُنَّ الۡمَسۡجِدَ الۡحَرَامَ اِنۡ شَآءَ اللّٰہُ اٰمِنِیۡنَ ۙ مُحَلِّقِیۡنَ رُءُوۡسَکُمۡ وَ مُقَصِّرِیۡنَ ۙ لَا تَخَافُوۡنَ ؕ فَعَلِمَ مَا لَمۡ تَعۡلَمُوۡا فَجَعَلَ مِنۡ دُوۡنِ ذٰلِکَ فَتۡحًا قَرِیۡبًا ﴿۲۷﴾

048.027 Laqad sadaqa Allahu rasoolahu alrru/ya bialhaqqi latadkhulunna almasjida alharama in shaa Allahu amineena muhalliqeena ruoosakum wamuqassireena la takhafoona faAAalima ma lam taAAlamoo fajaAAala min dooni thalika fathan qareeban

27. Voorwaar, Allah vervulde het visioen van Zijn boodschapper naar waarheid. Voorzeker u zult de Heilige Moskee (te Mekka) in vrede binnengaan met haar geknipt of geschoren zonder vrees. Dus Hij wist wat u onbekend was en Hij heeft u hiervoor een nabijzijnde overwinning toegezegd. Allah heeft voor Zijn gezant het visioen in werkelijkheid waargemaakt. Jullie zullen als Allah het wil de heilige moskee met geschoren hoofden en bijgeknipt veilig binnengaan zonder bang te zijn. Hij weet immers wat jullie niet weten en Hij verleende daarnaast een spoedig succes.

ہُوَ الَّذِیۡۤ اَرۡسَلَ رَسُوۡلَہٗ بِالۡہُدٰۦ وَ دِیۡنِ الۡحَقِّ لِیُظۡہِرَہٗ عَلَی الدِّیۡنِ کُلِّہٖ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ شَہِیۡدًا ﴿ؕ۲۸﴾

048.028 Huwa allathee arsala rasoolahu bialhuda wadeeni alhaqqi liyuthhirahu AAala alddeeni kullihi wakafa biAllahi shaheedan

28. Hij is het, Die Zijn boodschapper met leiding en de godsdienst van de Waarheid heeft gezonden, opdat Hij hem moge doen zegevieren over alle (andere) godsdiensten. En Allah is als Getuige voldoende. Hij is het die Zijn gezant met de leidraad en de ware godsdienst gezonden heeft om hem te laten zegevieren over de gehele godsdienst. En Allah is goed genoeg als getuige.

مُحَمَّدٌ رَّسُوۡلُ اللّٰہِ ؕ وَ الَّذِیۡنَ مَعَہٗۤ اَشِدَّآءُ عَلَی الۡکُفَّارِ رُحَمَآءُ بَیۡنَہُمۡ تَرٰىہُمۡ رُکَّعًا سُجَّدًا یَّبۡتَغُوۡنَ فَضۡلًا مِّنَ اللّٰہِ وَ رِضۡوَانًا ۫ سِیۡمَاہُمۡ فِیۡ وُجُوۡہِہِمۡ مِّنۡ اَثَرِ السُّجُوۡدِ ؕ ذٰلِکَ مَثَلُہُمۡ فِی التَّوۡرٰىۃِ ۚۖۛ وَ مَثَلُہُمۡ فِی الۡاِنۡجِیۡلِ ۚ۟ۛ کَزَرۡعٍ اَخۡرَجَ شَطۡـَٔہٗ فَاٰزَرَہٗ فَاسۡتَغۡلَظَ فَاسۡتَوٰی عَلٰی سُوۡقِہٖ یُعۡجِبُ الزُّرَّاعَ لِیَغِیۡظَ بِہِمُ الۡکُفَّارَ ؕ وَعَدَ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ مِنۡہُمۡ مَّغۡفِرَۃً وَّ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿٪۲۹﴾

048.029 Muhammadun rasoolu Allahi waallatheena maAAahu ashiddao AAala alkuffari ruhamao baynahum tarahum rukkaAAan sujjadan yabtaghoona fadlan mina Allahi waridwanan seemahum fee wujoohihim min athari alssujoodi thalika mathaluhum fee alttawrati wamathaluhum fee al-injeeli kazarAAin akhraja shat-ahu faazarahu faistaghlatha faistawa AAala sooqihi yuAAjibu alzzurraAAa liyagheetha bihimu alkuffara waAAada Allahu allatheena amanoo waAAamiloo alssalihati minhum maghfiratan waajran AAatheeman

29. Mohammed is de boodschapper van Allah. En zij, die met hem zijn, zijn hard tegen de ongelovigen en zachtmoedig onder elkander. U ziet hen zich buigen en nederwerpen (in gebed), Allah's genade en Zijn welbehagen zoekende - Op hun aangezicht zijn de sporen van het zich ter aarde werpen. Dit is hun beschrijving in de Torah. En hun beschrijving in het Evangelie is als het zaad van koren, dat zijn scheut uitspruit, en dien versterkt, waardoor zij dik wordt en op eigen stengel komt te staan, tot vreugde van de zaaiers en woede van de ongelovigen. Allah heeft aan de gelovigen die goede werken doen, vergiffenis en een grote beloning beloofd. Mohammed is de gezant van Allah. En zij die met hem zijn zijn streng tegen de ongelovigen, maar onderling barmhartig. Jij ziet hen buigen en zich eerbiedig neerbuigen in hun streven naar goedgunstigheid van Allah en welgevallen. Hun kenteken is op hun gezicht als gevolg van het zich eerbiedig neerbuigen. Zo worden zij gekenschetst in de Taura en in de Indjiel worden zij gekenschetst als zaad dat zijn loten laat ontspruiten en dan sterker laat worden. Dan worden zij dikker en staan stevig op hun stengels zodat zij de zaaiers bevallen. Zo wil Hij door hen de ongelovigen woedend maken. Allah heeft degenen onder hen die geloven en de deugdelijke daden doen vergeving toegezegd en een geweldig loon.


www.kuran.nl