بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَنِ الرَّحِيمِ
|
054.001 Iqtarabati alssaAAatu wainshaqqa alqamaru |
1. Het Uur is nabij, en de Maan is opengespleten. |
|
054.002 Wa-in yaraw ayatan yuAAridoo wayaqooloo sihrun mustamirrun |
2. Maar als zij (de ongelovigen) een teken zien wenden zij zich er van af en zeggen: "Een voortdurende toverkunst." |
|
054.003 Wakaththaboo waittabaAAoo ahwaahum wakullu amrin mustaqirrun |
3. Zij verloochenen en volgen hun eigen begeerten. Maar elke verordening (Gods) zal plaats hebben. |
|
054.004 Walaqad jaahum mina al-anba-i ma feehi muzdajarun |
4. En er zijn reeds tijdingen tot hen gekomen waarin een waarschuwing ligt. |
|
054.005 Hikmatun balighatun fama tughnee alnnuthuru |
5. Volmaakte wijsheid; maar de waarschuwingen helpen hen niet. |
|
054.006 Fatawalla AAanhum yawma yadAAu alddaAAi ila shay-in nukurin |
6. Wend u daarom van hen af. De Dag waarop de aankondiger hen zal roepen tot iets onaangenaams, |
|
054.007 KhushshaAAan absaruhum yakhrujoona mina al-ajdathi kaannahum jaradun muntashirun |
7. Dan zullen zij met nedergeslagen ogen uit hun graven komen als verstrooide sprinkhanen, |
|
054.008 MuhtiAAeena ila alddaAAi yaqoolu alkafiroona hatha yawmun AAasirun |
8. Zich naar de omroeper haastend. De ongelovigen zullen zeggen "Dit is een moeilijke dag." |
|
054.009 Kaththabat qablahum qawmu noohin fakaththaboo AAabdana waqaloo majnoonun waizdujira |
9. voor hen verloochende het volk van Noach, zij verloochenden Onze dienaar en zeiden: "Een waanzinnige." En hij werd verdreven. |
|
054.010 FadaAAa rabbahu annee maghloobun faintasir |
10. Daarom bad hij tot zijn Heer: "Ik ben gewis verslagen, sta mij bij." |
|
054.011 Fafatahna abwaba alssama-i bima-in munhamirin |
11. Toen openden Wij de poorten van de hemel voor het stromende water. |
|
054.012 Wafajjarna al-arda AAuyoonan failtaqa almao AAala amrin qad qudira |
12. En Wij spleten de aarde door bronnen, waar door de wateren elkander ontmoetten volgens een vastgesteld plan. |
|
054.013 Wahamalnahu AAala thati alwahin wadusurin |
13. En Wij droegen hem op iets, bestaande uit planken en spijkers. |
|
054.014 Tajree bi-aAAyunina jazaan liman kana kufira |
14. Het dreef onder Onze ogen voort als een beloning voor hem, die verworpen was. |
|
054.015 Walaqad taraknaha ayatan fahal min muddakirin |
15. En Wij maakten dit tot een teken. Is er iemand die er lering uit trekt? |
|
054.016 Fakayfa kana AAathabee wanuthuri |
16. Hoe vreselijk was Mijn straf en Mijn waarschuwing! |
|
054.017 Walaqad yassarna alqur-ana lilththikri fahal min muddakirin |
17. En Wij hebben inderdaad de Kuran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is er iemand die er lering uit trekt? |
|
054.018 Kaththabat AAadun fakayfa kana AAathabee wanuthuri |
18. Aad verloochende eveneens. Hoe (ernstig) was Mijn straf en Mijn waarschuwing! |
|
054.019 Inna arsalna AAalayhim reehan sarsaran fee yawmi nahsin mustamirrin |
19. Wij zonden een woedende wind tegen hen, op een kwade, onvergetelijke dag. |
|
054.020 TanziAAu alnnasa kaannahum aAAjazu nakhlin munqaAAirin |
20. Die mensen wegtrok als waren zij de stammen van ontwortelde palmbomen. |
|
054.021 Fakayfa kana AAathabee wanuthuri |
21. Hoe groot was toen Mijn straf en Mijn waarschuwing! |
|
054.022 Walaqad yassarna alqur-ana lilththikri fahal min muddakirin |
22. En Wij hebben inderdaad de Kuran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is er iemand die er lering uit trekt? |
|
054.023 Kaththabat thamoodu bialnnuthuri |
23. Ook (het volk van) Samoed verloochende de waarschuwers. |
|
054.024 Faqaloo abasharan minna wahidan nattabiAAuhu inna ithan lafee dalalin wasuAAurin |
24. En zij zeiden: "Moeten wij een man uit ons midden volgen? Dan zouden wij inderdaad verdwaald en krankzinnig zijn. |
|
054.025 Aolqiya alththikru AAalayhi min baynina bal huwa kaththabun ashirun |
25. Is de vermaning hem alleen gegeven? Nee, hij is een grote leugenaar en misdadiger." |
|
054.026 SayaAAlamoona ghadan mani alkaththabu al-ashiru |
26. Morgen zullen zij weten wie de grote leugenaar en misdadiger is! |
|
054.027 Inna mursiloo alnnaqati fitnatan lahum fairtaqibhum waistabir |
27. Wij zullen de kameel zenden om hen op de proef te stellen. Let daarom op hen en heb geduld. |
|
054.028 Wanabbi/hum anna almaa qismatun baynahum kullu shirbin muhtadarun |
28. En zeg hun, dat het water tussen hen is verdeeld en dat de tijd van elke drinkbeurt in acht moet worden genomen. |
|
054.029 Fanadaw sahibahum fataAAata faAAaqara |
29. Maar zij riepen hun metgezel, deze nam het (kameel) en verlamde het. |
|
054.030 Fakayfa kana AAathabee wanuthuri |
30. Hoe vreselijk was toen Mijn straf en Mijn waarschuwing! |
|
054.031 Inna arsalna AAalayhim sayhatan wahidatan fakanoo kahasheemi almuhtathiri |
31. Wij zonden een enkele straf tegen hen en zij werden als droog, vertrapt stro. |
|
054.032 Walaqad yassarna alqur-ana lilththikri fahal min muddakirin |
32. En Wij hebben inderdaad de Kuran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is er iemand die er lering uit trekt? |
|
054.033 Kaththabat qawmu lootin bialnnuthuri |
33. Het volk van Lot verloochende de waarschuwers ook. |
|
054.034 Inna arsalna AAalayhim hasiban illa ala lootin najjaynahum bisaharin |
34. En Wij zonden een storm van stenen over hen allen met uitzondering van de familie van Lot, die Wij bij de dageraad verlosten, |
|
054.035 NiAAmatan min AAindina kathalika najzee man shakara |
35. Als een gunst van Ons. Zo belonen Wij hen die dank betuigen. |
|
054.036 Walaqad antharahum batshatana fatamaraw bialnnuthuri |
36. En Lot had hen inderdaad voor Onze straf gewaarschuwd maar zij trokken de waarschuwingen in twijfel. |
|
054.037 Walaqad rawadoohu AAan dayfihi fatamasna aAAyunahum fathooqoo AAathabee wanuthuri |
37. En zij trachtten hem van zijn gasten af te keren. Daarom verblindden Wij hun ogen en zeiden: "Ondergaat nu Mijn straf en Mijn waarschuwing." |
|
054.038 Walaqad sabbahahum bukratan AAathabun mustaqirrun |
38. En de volgende morgen vroeg kwam er een blijvende straf over hen. |
|
054.039 Fathooqoo AAathabee wanuthuri |
39. "Ondergaat nu Mijn straf en Mijn waarschuwing." |
|
054.040 Walaqad yassarna alqur-ana lilththikri fahal min muddakirin |
40. En Wij hebben inderdaad de Kuran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is er iemand die er lering uit trekt? |
|
054.041 Walaqad jaa ala firAAawna alnnuthuru |
41. Er kwamen ook waarschuwers tot het volk van Pharao. |
|
054.042 Kaththaboo bi-ayatina kulliha faakhathnahum akhtha AAazeezin muqtadirin |
42. Zij verwierpen al Onze tekenen, daarom grepen Wij hen gelijk het grijpen van een krachtige en machtige. |
|
054.043 Akuffarukum khayrun min ola-ikum am lakum baraatun fee alzzuburi |
43. Zijn uw ongelovigen beter dan dezen? Of bent u vrijgesteld in de geschriften? |
|
054.044 Am yaqooloona nahnu jameeAAun muntasirun |
44. Zeggen zij: "Wij zijn een overwinnende schare?" |
|
054.045 Sayuhzamu aljamAAu wayuwalloona alddubura |
45. De scharen zullen allen op de vlucht worden gejaagd en zij zullen hun rug tonen. |
|
054.046 Bali alssaAAatu mawAAiduhum waalssaAAatu adha waamarru |
46. Nee, het Uur is hun vastgestelde tijd en het Uur zal uiterst rampzalig en bitter zijn. |
|
054.047 Inna almujrimeena fee dalalin wasuAAurin |
47. Voorzeker, de overtreders zullen in dwaling verkeren en zich in een vlammend Vuur bevinden. |
|
054.048 Yawma yushaboona fee alnnari AAala wujoohihim thooqoo massa saqara |
48. De Dag, waarop zij met hun aangezicht in het Vuur zullen worden gesleurd, zal er tot hen worden gezegd: "Voelt de aanraking der hel." |
|
054.049 Inna kulla shay-in khalaqnahu biqadarin |
49. Voorwaar, Wij hebben alles naar maat geschapen. |
|
054.050 Wama amruna illa wahidatun kalamhin bialbasari |
50. En Ons gebod komt in één oogwenk. |
|
054.051 Walaqad ahlakna ashyaAAakum fahal min muddakirin |
51. En Wij hebben inderdaad uw gelijken vernietigd. Is er iemand die er lering uit trekt? |
|
054.052 Wakullu shay-in faAAaloohu fee alzzuburi |
52. En al hetgeen zij deden staat in de geschriften. |
|
054.053 Wakullu sagheerin wakabeerin mustatarun |
53. En alles, groot of klein, is nedergeschreven. |
|
054.054 Inna almuttaqeena fee jannatin wanaharin |
54. Voorwaar, de rechtvaardigen zullen te midden van tuinen en rivieren zijn. |
|
054.055 Fee maqAAadi sidqin AAinda maleekin muqtadirin |
55. Op de juiste plaats in de tegenwoordigheid van de Almachtige Koning. |
www.kuran.nl