Ar-Rahmaan

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

اَلرَّحۡمٰنُ ۙ﴿۱﴾

055.001 Alrrahmanu

1. De Barmhartige De Erbarmer,

عَلَّمَ الۡقُرۡاٰنَ ؕ﴿۲﴾

055.002 AAallama alqur-ana

2. Heeft de Kuran onderwezen. Hij onderwees de Koran,

خَلَقَ الۡاِنۡسَانَ ۙ﴿۳﴾

055.003 Khalaqa al-insana

3. Hij heeft de mens geschapen Hij schiep de mens,

عَلَّمَہُ الۡبَیَانَ ﴿۴﴾

055.004 AAallamahu albayana

4. En heeft hem de uiteenzetting (er van) geleerd. Hij onderwees hem de uiteenzetting.

اَلشَّمۡسُ وَ الۡقَمَرُ بِحُسۡبَانٍ ﴿۪۵﴾

055.005 Alshshamsu waalqamaru bihusbanin

5. De zon en de maan doorlopen hun banen volgens het plan. De zon en de maan gaan volgens een berekening.

وَّ النَّجۡمُ وَ الشَّجَرُ یَسۡجُدٰنِ ﴿۶﴾

055.006 Waalnnajmu waalshshajaru yasjudani

6. En planten en bomen aanbidden Hem. De ster en de bomen buigen zich eerbiedig neer.

وَ السَّمَآءَ رَفَعَہَا وَ وَضَعَ الۡمِیۡزَانَ ۙ﴿۷﴾

055.007 Waalssamaa rafaAAaha wawadaAAa almeezana

7. Hij heeft de hemel hoog er boven verheven en een evenwicht bepaald De hemel heeft Hij opgeheven en Hij heeft de weegschaal opgesteld,

اَلَّا تَطۡغَوۡا فِی الۡمِیۡزَانِ ﴿۸﴾

055.008 Alla tatghaw fee almeezani

8. Opdat u het evenwicht niet zult verstoren. opdat jullie bij het wegen niet over de schreef gaan,

وَ اَقِیۡمُوا الۡوَزۡنَ بِالۡقِسۡطِ وَ لَا تُخۡسِرُوا الۡمِیۡزَانَ ﴿۹﴾

055.009 Waaqeemoo alwazna bialqisti wala tukhsiroo almeezana

9. Houdt de weegschaal naar recht en doet aan de maat niet tekort. maar het gewicht rechtvaardig vaststellen en de weegschaal niet te weinig laten wegen.

وَ الۡاَرۡضَ وَضَعَہَا لِلۡاَنَامِ ﴿ۙ۱۰﴾

055.010 Waal-arda wadaAAaha lil-anami

10. En Hij heeft de aarde voor Zijn schepselen gemaakt: En de aarde heeft Hij voor de schepselen klaargezet.

فِیۡہَا فَاکِہَۃٌ ۪ۙ وَّ النَّخۡلُ ذَاتُ الۡاَکۡمَامِ ﴿ۖ۱۱﴾

055.011 Feeha fakihatun waalnnakhlu thatu al-akmami

11. Daarop zijn vruchten en palmbomen met scheden, Daarop zijn vruchten en palmen met hulzen

وَ الۡحَبُّ ذُو الۡعَصۡفِ وَ الرَّیۡحَانُ ﴿ۚ۱۲﴾

055.012 Waalhabbu thoo alAAasfi waalrrayhani

12. En gebolsterd graan en geurige bloemen, en zaadkorrels aan halmen en welriekende planten.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۱۳﴾

055.013 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

13. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

خَلَقَ الۡاِنۡسَانَ مِنۡ صَلۡصَالٍ کَالۡفَخَّارِ ﴿ۙ۱۴﴾

055.014 Khalaqa al-insana min salsalin kaalfakhkhari

14. Hij schiep de mens uit droge klei, als aardewerk. Hij schiep de mens uit steenaarde zoals aardewerk.

وَ خَلَقَ الۡجَآنَّ مِنۡ مَّارِجٍ مِّنۡ نَّارٍ ﴿ۚ۱۵﴾

055.015 Wakhalaqa aljanna min marijin min narin

15. En Hij schiep de djinn uit de vlam van Vuur. En de djinn schiep Hij uit de gloed van het vuur.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۱۶﴾

055.016 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

16. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

رَبُّ الۡمَشۡرِقَیۡنِ وَ رَبُّ الۡمَغۡرِبَیۡنِ ﴿ۚ۱۷﴾

055.017 Rabbu almashriqayni warabbu almaghribayni

17. De Heer van de twee Oosten en de Heer van de twee Westen! De Heer van de beide oostkanten en de beide westkanten.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۱۸﴾

055.018 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

18. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

مَرَجَ الۡبَحۡرَیۡنِ یَلۡتَقِیٰنِ ﴿ۙ۱۹﴾

055.019 Maraja albahrayni yaltaqiyani

19. Hij heeft de twee zeeŽn gescheiden, die elkander eens zullen ontmoeten. Hij heeft de beide zeeŽn vrij laten stromen zodat zij elkaar ontmoeten,

بَیۡنَہُمَا بَرۡزَخٌ لَّا یَبۡغِیٰنِ ﴿ۚ۲۰﴾

055.020 Baynahuma barzakhun la yabghiyani

20. Daartussen is een versperring geplaatst welke zij niet kunnen passeren. met tussen beide een versperring om niet te ver te gaan.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۲۱﴾

055.021 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

21. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

یَخۡرُجُ مِنۡہُمَا اللُّؤۡلُؤُ وَ الۡمَرۡجَانُ ﴿ۚ۲۲﴾

055.022 Yakhruju minhuma allu/luo waalmarjanu

22. Er komen paarlen en koraal uit beide (zeeŽn) vandaan. Daaruit komen parels en koraal.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۲۳﴾

055.023 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

23. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

وَ لَہُ الۡجَوَارِ الۡمُنۡشَئٰتُ فِی الۡبَحۡرِ کَالۡاَعۡلَامِ ﴿ۚ۲۴﴾

055.024 Walahu aljawari almunshaatu fee albahri kaal-aAAlami

24. En van Hem zijn de bergenhoge schepen op zee. En van Hem zijn de schepen die met volle zeilen als bergen op de zee varen.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿٪۲۵﴾

055.025 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

25. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

کُلُّ مَنۡ عَلَیۡہَا فَانٍ ﴿ۚۖ۲۶﴾

055.026 Kullu man AAalayha fanin

26. Al hetgeen is, zal vergaan. Een ieder die er op de aarde is zal vergaan,

وَّ یَبۡقٰی وَجۡہُ رَبِّکَ ذُو الۡجَلٰلِ وَ الۡاِکۡرَامِ ﴿ۚ۲۷﴾

055.027 Wayabqa wajhu rabbika thoo aljalali waal-ikrami

27. En er blijft alleen het Aangezicht van uw Heer, de Bezitter van Heerlijkheid en Eer. maar jouw Heers gelaat van majesteit en eer blijft bestaan.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۲۸﴾

055.028 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

28. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

یَسۡـَٔلُہٗ مَنۡ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ کُلَّ یَوۡمٍ ہُوَ فِیۡ شَاۡنٍ ﴿ۚ۲۹﴾

055.029 Yas-aluhu man fee alssamawati waal-ardi kulla yawmin huwa fee sha/nin

29. Van Hem smeken allen, die in de hemelen en op aarde zijn, (gunsten) af. Elk dag toont Hij een andere Heerlijkheid. Allen in de hemelen en op de aarde wenden zich met vragen tot Hem. Elke dag houdt Hij zich met iets bezig.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۳۰﴾

055.030 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

30. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

سَنَفۡرُغُ لَکُمۡ اَیُّہَ الثَّقَلٰنِ ﴿ۚ۳۱﴾

055.031 Sanafrughu lakum ayyuha alththaqalani

31. Spoedig zullen wij met u afrekenen, o u twee groepen (de Mensheid en de Djins)! Wij zullen Ons bezighouden met jullie, die beiden zwaar wegen.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۳۲﴾

055.032 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

32. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

یٰمَعۡشَرَ الۡجِنِّ وَ الۡاِنۡسِ اِنِ اسۡتَطَعۡتُمۡ اَنۡ تَنۡفُذُوۡا مِنۡ اَقۡطَارِ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ فَانۡفُذُوۡا ؕ لَا تَنۡفُذُوۡنَ اِلَّا بِسُلۡطٰنٍ ﴿ۚ۳۳﴾

055.033 Ya maAAshara aljinni waal-insi ini istataAAtum an tanfuthoo min aqtari alssamawati waal-ardi faonfuthoo la tanfuthoona illa bisultanin

33. O, groep van djinn en mensen; als u de grenzen van de hemelen en van de aarde wilt overschrijden, probeert dit dan. Maar u zult dit zonder gezag stellig niet kunnen doen. O djinn en mensen, hier bijeen! Als jullie uit de gebieden van de hemelen en de aarde weg kunnen komen, maakt dan dat jullie wegkomen! Maar jullie kunnen slechts met een machtiging wegkomen.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۳۴﴾

055.034 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

34. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

یُرۡسَلُ عَلَیۡکُمَا شُوَاظٌ مِّنۡ نَّارٍ ۬ۙ وَّ نُحَاسٌ فَلَا تَنۡتَصِرٰنِ ﴿ۚ۳۵﴾

055.035 Yursalu AAalaykuma shuwathun min narin wanuhasun fala tantasirani

35. Er zullen vurige vlammen en gesmolten koper tegen u worden gezonden en u zult u niet kunnen verweren. Laaiend vuur en gloeiend koper zal over jullie worden uitgestort en jullie zullen geen hulp vinden.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۳۶﴾

055.036 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

36. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

فَاِذَا انۡشَقَّتِ السَّمَآءُ فَکَانَتۡ وَرۡدَۃً کَالدِّہَانِ ﴿ۚ۳۷﴾

055.037 Fa-itha inshaqqati alssamao fakanat wardatan kaalddihani

37. En wanneer de hemel uiteengespleten en rossig wordt als een roodgeverfde huid. Als dan de hemel barst en rood wordt als scharlaken leer.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۳۸﴾

055.038 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

38. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

فَیَوۡمَئِذٍ لَّا یُسۡـَٔلُ عَنۡ ذَنۡۢبِہٖۤ اِنۡسٌ وَّ لَا جَآنٌّ ﴿ۚ۳۹﴾

055.039 Fayawma-ithin la yus-alu AAan thanbihi insun wala jannun

39. Op die Dag zullen mens noch djinn worden ondervraagd over hun zonden. Op die dag zullen mensen noch djinn naar hun zonden worden gevraagd.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۴۰﴾

055.040 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

40. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

یُعۡرَفُ الۡمُجۡرِمُوۡنَ بِسِیۡمٰہُمۡ فَیُؤۡخَذُ بِالنَّوَاصِیۡ وَ الۡاَقۡدَامِ ﴿ۚ۴۱﴾

055.041 YuAArafu almujrimoona biseemahum fayu/khathu bialnnawasee waal-aqdami

41. De schuldigen zullen aan hun kenmerken worden herkend en zij zullen worden gegrepen bij haren en voeten. De boosdoeners zullen herkend worden aan hun kenmerk en men zal hen bij de kuif en de voeten grijpen.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۴۲﴾

055.042 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

42. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

ہٰذِہٖ جَہَنَّمُ الَّتِیۡ یُکَذِّبُ بِہَا الۡمُجۡرِمُوۡنَ ﴿ۘ۴۳﴾

055.043 Hathihi jahannamu allatee yukaththibu biha almujrimoona

43. Dit is de hel door de schuldigen verloochend. Dit is de hel waarvan de boosdoeners het bestaan loochenden.

یَطُوۡفُوۡنَ بَیۡنَہَا وَ بَیۡنَ حَمِیۡمٍ اٰنٍ ﴿ۚ۴۴﴾

055.044 Yatoofoona baynaha wabayna hameemin anin

44. Zij zullen daar tussen vuur en fel kokend water rondgaan. Zij lopen tussen haar en gloeiend heet water heen en weer.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿٪۴۵﴾

055.045 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

45. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

وَ لِمَنۡ خَافَ مَقَامَ رَبِّہٖ جَنَّتٰنِ ﴿ۚ۴۶﴾

055.046 Waliman khafa maqama rabbihi jannatani

46. Maar er zullen voor hem die het verschijnen voor zijn Heer vreest, twee tuinen zijn, Maar voor wie vreest om voor zijn Heer te staan zijn er twee tuinen.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿ۙ۴۷﴾

055.047 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

47. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

ذَوَاتَاۤ اَفۡنَانٍ ﴿ۚ۴۸﴾

055.048 Thawata afnanin

48. Van verschillende soort. Vol met allerlei zijtakken.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۴۹﴾

055.049 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

49. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

فِیۡہِمَا عَیۡنٰنِ تَجۡرِیٰنِ ﴿ۚ۵۰﴾

055.050 Feehima AAaynani tajriyani

50. In beide zullen twee fonteinen stromen. Daarin zijn twee bronnen die stromen.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۵۱﴾

055.051 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

51. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

فِیۡہِمَا مِنۡ کُلِّ فَاکِہَۃٍ زَوۡجٰنِ ﴿ۚ۵۲﴾

055.052 Feehima min kulli fakihatin zawjani

52. Daarin zullen alle vruchten tweesoortig zijn. Daarin zijn er van elke vrucht twee soorten.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۵۳﴾

055.053 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

53. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

مُتَّکِـِٕیۡنَ عَلٰی فُرُشٍۭ بَطَآئِنُہَا مِنۡ اِسۡتَبۡرَقٍ ؕ وَ جَنَا الۡجَنَّتَیۡنِ دَانٍ ﴿ۚ۵۴﴾

055.054 Muttaki-eena AAala furushin bata-inuha min istabraqin wajana aljannatayni danin

54. Zij zullen zich nedervlijen op divans met tapijten waarvan de voeringen van dikke zijde zullen zijn. En het fruit van de tuinen zal dicht bij de hand liggen. Zij leunen achterover op rustbedden die aan de binnenkant met brokaat zijn gevoerd en de vruchten van de beide tuinen hangen dichtbij.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۵۵﴾

055.055 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

55. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

فِیۡہِنَّ قٰصِرٰتُ الطَّرۡفِ ۙ لَمۡ یَطۡمِثۡہُنَّ اِنۡسٌ قَبۡلَہُمۡ وَ لَا جَآنٌّ ﴿ۚ۵۶﴾

055.056 Feehinna qasiratu alttarfi lam yatmithhunna insun qablahum wala jannun

56. Daarin zullen kuise meisjes zijn met zedige blik, door mens noch djinn ooit aangeraakt. Daarbij zijn er gezellinnen met afgewende blikken die voor hun tijd door mensen noch djinn waren aangeraakt.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿ۚ۵۷﴾

055.057 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

57. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

کَاَنَّہُنَّ الۡیَاقُوۡتُ وَ الۡمَرۡجَانُ ﴿ۚ۵۸﴾

055.058 Kaannahunna alyaqootu waalmarjanu

58. Als waren zij robijnen en koralen. Alsof zij saffieren en koralen zijn.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۵۹﴾

055.059 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

59. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

ہَلۡ جَزَآءُ الۡاِحۡسَانِ اِلَّا الۡاِحۡسَانُ ﴿ۚ۶۰﴾

055.060 Hal jazao al-ihsani illa al-ihsanu

60. De beloning van goedheid kan niet anders dan goedheid zijn. Is de beloning voor goed doen iets anders dan goed doen?

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۶۱﴾

055.061 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

61. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

وَ مِنۡ دُوۡنِہِمَا جَنَّتٰنِ ﴿ۚ۶۲﴾

055.062 Wamin doonihima jannatani

62. En naast deze twee zijn er nog twee tuinen. En daarnaast zijn er nog twee tuinen.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿ۙ۶۳﴾

055.063 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

63. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

مُدۡہَآ مَّتٰنِ ﴿ۚ۶۴﴾

055.064 Mudhammatani

64. Donkergroen van gebladerte, Donkergroene.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿ۚ۶۵﴾

055.065 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

65. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

فِیۡہِمَا عَیۡنٰنِ نَضَّاخَتٰنِ ﴿ۚ۶۶﴾

055.066 Feehima AAaynani naddakhatani

66. Daarin zullen ook twee bronnen zijn die water in overvloed spuiten. Daarin zijn twee bruisende bronnen.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۶۷﴾

055.067 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

67. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

فِیۡہِمَا فَاکِہَۃٌ وَّ نَخۡلٌ وَّ رُمَّانٌ ﴿ۚ۶۸﴾

055.068 Feehima fakihatun wanakhlun warummanun

68. In beide zullen er vruchten, dadels en granaatappels zijn. Daarin zijn vruchten, palmen en granaatappelen.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿ۚ۶۹﴾

055.069 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

69. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

فِیۡہِنَّ خَیۡرٰتٌ حِسَانٌ ﴿ۚ۷۰﴾

055.070 Feehinna khayratun hisanun

70. Daarin zullen goede en schone meisjes zijn. Daarbij zijn er goede en mooie vrouwen.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿ۚ۷۱﴾

055.071 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

71. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

حُوۡرٌ مَّقۡصُوۡرٰتٌ فِی الۡخِیَامِ ﴿ۚ۷۲﴾

055.072 Hoorun maqsooratun fee alkhiyami

72. Schonen in paviljoenen gehuisvest. Met sprekende grote [ogen], in tenten afgezonderd.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿ۚ۷۳﴾

055.073 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

73. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

لَمۡ یَطۡمِثۡہُنَّ اِنۡسٌ قَبۡلَہُمۡ وَ لَا جَآنٌّ ﴿ۚ۷۴﴾

055.074 Lam yatmithhunna insun qablahum wala jannun

74. Die vůůr hen mensen noch djinn hebben aangeraakt. Die voor hun tijd door mensen noch djinn waren aangeraakt.

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿ۚ۷۵﴾

055.075 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

75. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

مُتَّکِـِٕیۡنَ عَلٰی رَفۡرَفٍ خُضۡرٍ وَّ عَبۡقَرِیٍّ حِسَانٍ ﴿ۚ۷۶﴾

055.076 Muttaki-eena AAala rafrafin khudrin waAAabqariyyin hisanin

76. Rustend op groene kussens en prachtige tapijten. Achterovergeleund op groene kussens en onvoorstelbaar mooie [tapijten].

فَبِاَیِّ اٰلَآءِ رَبِّکُمَا تُکَذِّبٰنِ ﴿۷۷﴾

055.077 Fabi-ayyi ala-i rabbikuma tukaththibani

77. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen? Welke weldaden van jullie beider Heer loochenen jullie dan?

تَبٰرَکَ اسۡمُ رَبِّکَ ذِی الۡجَلٰلِ وَ الۡاِکۡرَامِ ﴿٪۷۸﴾

055.078 Tabaraka ismu rabbika thee aljalali waal-ikrami

78. Gezegend zij de naam van uw Heer, de Bezitter van Heerlijkheid en Eer. Gezegend zij de naam van jouw Heer vol majesteit en eer.


www.kuran.nl