Al-Waaqiah

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

اِذَا وَقَعَتِ الۡوَاقِعَۃُ ۙ﴿۱﴾

056.001 Itha waqaAAati alwaqiAAatu

1. Als de Gebeurtenis plaats vindt Wanneer het aanstaande komt,

لَیۡسَ لِوَقۡعَتِہَا کَاذِبَۃٌ ۘ﴿۲﴾

056.002 Laysa liwaqAAatiha kathibatun

2. Zal er niets dit plaatsvinden kunnen tegenhouden - waarvan niemand de komst kan loochenen,

خَافِضَۃٌ رَّافِعَۃٌ ۙ﴿۳﴾

056.003 Khafidatun rafiAAatun

3. Enigen zal het vernederen, anderen zal het verheffen. vernedert en verhoogt het.

اِذَا رُجَّتِ الۡاَرۡضُ رَجًّا ۙ﴿۴﴾

056.004 Itha rujjati al-ardu rajjan

4. Wanneer de aarde hevig zal worden geschokt, Wanneer de aarde hevig door elkaar wordt geschud

وَّ بُسَّتِ الۡجِبَالُ بَسًّا ۙ﴿۵﴾

056.005 Wabussati aljibalu bassan

5. En de bergen verbrijzeld, en de bergen geheel worden verbrijzeld

فَکَانَتۡ ہَبَآءً مُّنۡۢبَثًّا ۙ﴿۶﴾

056.006 Fakanat habaan munbaththan

6. Zullen deze als stof worden verstrooid, en dan verspreid stof worden,

وَّ کُنۡتُمۡ اَزۡوَاجًا ثَلٰثَۃً ؕ﴿۷﴾

056.007 Wakuntum azwajan thalathatan

7. En u zult in drie soorten worden verdeeld. dan zullen jullie er in drie groepen zijn:

فَاَصۡحٰبُ الۡمَیۡمَنَۃِ ۬ۙ مَاۤ اَصۡحٰبُ الۡمَیۡمَنَۃِ ؕ﴿۸﴾

056.008 Faas-habu almaymanati ma as-habu almaymanati

8. De mensen aan de rechter kant - hoe (gelukkig zijn) de mensen aan de rechter kant! Zij dan die aan de rechterkant staan -- wie zijn zij die aan de rechterkant staan?

وَ اَصۡحٰبُ الۡمَشۡـَٔمَۃِ ۬ۙ مَاۤ اَصۡحٰبُ الۡمَشۡـَٔمَۃِ ؕ﴿۹﴾

056.009 Waas-habu almash-amati ma as-habu almash-amati

9. En de mensen aan de linker kant - hoe (ongelukkig) zijn de mensen aan de linker kant! En zij die aan de sinistere kant staan -- wie zijn zij die aan de sinistere kant staan?

وَ السّٰبِقُوۡنَ السّٰبِقُوۡنَ ﴿ۚۙ۱۰﴾

056.010 Waalssabiqoona alssabiqoona

10. De voorbijstrevenden (in het geloof) zullen de eersten zijn, Maar de eerstgekomenen zijn het eerst gekomen;

اُولٰٓئِکَ الۡمُقَرَّبُوۡنَ ﴿ۚ۱۱﴾

056.011 Ola-ika almuqarraboona

11. Dezen zijn de gunstelingen die God dicht zullen naderen. zij zijn het die in de nabijheid [van Allah] zijn gebracht,

فِیۡ جَنّٰتِ النَّعِیۡمِ ﴿۱۲﴾

056.012 Fee jannati alnnaAAeemi

12. In tuinen van verrukking. in de tuinen van de gelukzaligheid:

ثُلَّۃٌ مِّنَ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿ۙ۱۳﴾

056.013 Thullatun mina al-awwaleena

13. Het zijn een groot aantal van de eersten. een groep van hen die er eertijds waren

وَ قَلِیۡلٌ مِّنَ الۡاٰخِرِیۡنَ ﴿ؕ۱۴﴾

056.014 Waqaleelun mina al-akhireena

14. En weinigen uit later tijd. en weinig van hen die er later waren,

عَلٰی سُرُرٍ مَّوۡضُوۡنَۃٍ ﴿ۙ۱۵﴾

056.015 AAala sururin mawdoonatin

15. Op sofa's doorvlochten met goud en edelgesteenten op rustbanken met inlegwerk,

مُّتَّکِـِٕیۡنَ عَلَیۡہَا مُتَقٰبِلِیۡنَ ﴿۱۶﴾

056.016 Muttaki-eena AAalayha mutaqabileena

16. Daarop nederliggende, naar elkander toegewend! waarop zij tegenover elkaar zittend achteroverleunen.

یَطُوۡفُ عَلَیۡہِمۡ وِلۡدَانٌ مُّخَلَّدُوۡنَ ﴿ۙ۱۷﴾

056.017 Yatoofu AAalayhim wildanun mukhalladoona

17. Daar zullen jonge mannen onder hen rondgaan die niet zullen verouderen Bij hen gaan altijd jong blijvende jongelingen rond

بِاَکۡوَابٍ وَّ اَبَارِیۡقَ ۬ۙ وَ کَاۡسٍ مِّنۡ مَّعِیۡنٍ ﴿ۙ۱۸﴾

056.018 Bi-akwabin waabareeqa waka/sin min maAAeenin

18. Met bekers, kannen en kopjes gevuld uit een zilveren bron - met bekers en kruiken en een drinkbeker [waarin een drank is] uit een bron,

لَّا یُصَدَّعُوۡنَ عَنۡہَا وَ لَا یُنۡزِفُوۡنَ ﴿ۙ۱۹﴾

056.019 La yusaddaAAoona AAanha wala yunzifoona

19. Zij zullen daarvan geen hoofdpijn krijgen noch zullen zij dronken worden - waarvan zij geen hoofdpijn krijgen en waarvan zij niet beneveld raken,

وَ فَاکِہَۃٍ مِّمَّا یَتَخَیَّرُوۡنَ ﴿ۙ۲۰﴾

056.020 Wafakihatin mimma yatakhayyaroona

20. En met fruit dat zij het liefst hebben - en vruchten die zij voor zich uitkiezen

وَ لَحۡمِ طَیۡرٍ مِّمَّا یَشۡتَہُوۡنَ ﴿ؕ۲۱﴾

056.021 Walahmi tayrin mimma yashtahoona

21. En met vlees van vogelen dat zij begeren. en vlees van gevogelte, wat zij maar begeren.

وَ حُوۡرٌ عِیۡنٌ ﴿ۙ۲۲﴾

056.022 Wahoorun AAeenun

22. En er zullen schonen zijn met grote, mooie ogen, En er zijn gezellinnen met sprekende grote ogen,

کَاَمۡثَالِ اللُّؤۡلُؤَ الۡمَکۡنُوۡنِ ﴿ۚ۲۳﴾

056.023 Kaamthali allu/lui almaknooni

23. Als verscholen paarlen. die als welbewaarde parels zijn.

جَزَآءًۢ بِمَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۲۴﴾

056.024 Jazaan bima kanoo yaAAmaloona

24. Als beloning voor hetgeen zij plachten te doen. Als beloning voor wat zij gedaan hebben.

لَا یَسۡمَعُوۡنَ فِیۡہَا لَغۡوًا وَّ لَا تَاۡثِیۡمًا ﴿ۙ۲۵﴾

056.025 La yasmaAAoona feeha laghwan wala ta/theeman

25. Zij zullen daar geen ijdele gesprekken of zondige taal horen, Zij horen er geen onzinnig geklets noch verleiding tot zonde,

اِلَّا قِیۡلًا سَلٰمًا سَلٰمًا ﴿۲۶﴾

056.026 Illa qeelan salaman salaman

26. Maar het woord "vrede, vrede." alleen maar het gezegde: Vrede, vrede!

وَ اَصۡحٰبُ الۡیَمِیۡنِ ۬ۙ مَاۤ اَصۡحٰبُ الۡیَمِیۡنِ ﴿ؕ۲۷﴾

056.027 Waas-habu alyameeni ma as-habu alyameeni

27. En zij die rechts zullen staan - hoe (gelukkig) zijn deze die rechts staan! En zij die rechts staan -- wie zijn zij die rechts staan?

فِیۡ سِدۡرٍ مَّخۡضُوۡدٍ ﴿ۙ۲۸﴾

056.028 Fee sidrin makhdoodin

28. Zij zullen zich bevinden tussen doornloze lotusbomen Te midden van lotusbomen zonder doornen zijn zij,

وَّ طَلۡحٍ مَّنۡضُوۡدٍ ﴿ۙ۲۹﴾

056.029 Watalhin mandoodin

29. En trossen bananen, en opeengepakte bananen,

وَّ ظِلٍّ مَّمۡدُوۡدٍ ﴿ۙ۳۰﴾

056.030 Wathillin mamdoodin

30. En dekkende schaduwen, uitgestrekte schaduw,

وَّ مَآءٍ مَّسۡکُوۡبٍ ﴿ۙ۳۱﴾

056.031 Wama-in maskoobin

31. En stromende wateren, vrij stromend water

وَّ فَاکِہَۃٍ کَثِیۡرَۃٍ ﴿ۙ۳۲﴾

056.032 Wafakihatin katheeratin

32. En overvloedig fruit, en veel vruchten,

لَّا مَقۡطُوۡعَۃٍ وَّ لَا مَمۡنُوۡعَۃٍ ﴿ۙ۳۳﴾

056.033 La maqtooAAatin wala mamnooAAatin

33. Noch afgesneden, noch verboden, zonder ophouden en niet onbereikbaar,

وَّ فُرُشٍ مَّرۡفُوۡعَۃٍ ﴿ؕ۳۴﴾

056.034 Wafurushin marfooAAatin

34. En edele vrouwen. op verhoogde rustbedden.

اِنَّاۤ اَنۡشَاۡنٰہُنَّ اِنۡشَآءً ﴿ۙ۳۵﴾

056.035 Inna ansha/nahunna inshaan

35. Voorwaar, Wij hebben dezen tot een wonderligke schepping gemaakt, Wij hebben haar laten ontstaan.

فَجَعَلۡنٰہُنَّ اَبۡکَارًا ﴿ۙ۳۶﴾

056.036 FajaAAalnahunna abkaran

36. Wij maakten haar maagden, En Wij hebben haar tot maagden gemaakt,

عُرُبًا اَتۡرَابًا ﴿ۙ۳۷﴾

056.037 AAuruban atraban

37. Beminnelijk, van gelijke leeftijd. als vurig beminnende even oude gezellinnen

لِّاَصۡحٰبِ الۡیَمِیۡنِ ﴿ؕ٪۳۸﴾

056.038 Li-as-habi alyameeni

38. Tot degenen aan de rechter kant. voor hen die rechts staan:

ثُلَّۃٌ مِّنَ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿ۙ۳۹﴾

056.039 Thullatun mina al-awwaleena

39. (Behoort) een groot aantal van de eersten (gelovigen). Een groep van hen die er eertijds waren

وَ ثُلَّۃٌ مِّنَ الۡاٰخِرِیۡنَ ﴿ؕ۴۰﴾

056.040 Wathullatun mina al-akhireena

40. En een groot aantal uit latere tijden. en weinig van hen die er later waren.

وَ اَصۡحٰبُ الشِّمَالِ ۬ۙ مَاۤ اَصۡحٰبُ الشِّمَالِ ﴿ؕ۴۱﴾

056.041 Waas-habu alshshimali ma as-habu alshshimali

41. De mensen aan de linker kant - hoe (ongelukkig) zijn degenen die aan de linker kant staan! En zij die links staan -- wie zijn zij die links staan?

فِیۡ سَمُوۡمٍ وَّ حَمِیۡمٍ ﴿ۙ۴۲﴾

056.042 Fee samoomin wahameemin

42. Te midden van verschroeiende winden en kokend water. In een verzengende gloed en in gloeiend water staan zij

وَّ ظِلٍّ مِّنۡ یَّحۡمُوۡمٍ ﴿ۙ۴۳﴾

056.043 Wathillin min yahmoomin

43. En in de schaduw van zwarte rook, en in de schaduw van zwarte rook,

لَّا بَارِدٍ وَّ لَا کَرِیۡمٍ ﴿۴۴﴾

056.044 La baridin wala kareemin

44. Noch koel, noch verfrissend. die niet koud is noch weldadig.

اِنَّہُمۡ کَانُوۡا قَبۡلَ ذٰلِکَ مُتۡرَفِیۡنَ ﴿ۚۖ۴۵﴾

056.045 Innahum kanoo qabla thalika mutrafeena

45. Voordien waren zij inderdaad in weelde (op aarde), Voordien leefden zij in luxe

وَ کَانُوۡا یُصِرُّوۡنَ عَلَی الۡحِنۡثِ الۡعَظِیۡمِ ﴿ۚ۴۶﴾

056.046 Wakanoo yusirroona AAala alhinthi alAAatheemi

46. En volhardden in grote zonde. en volhardden in de geweldige zonde.

وَ کَانُوۡا یَقُوۡلُوۡنَ ۬ۙ اَئِذَا مِتۡنَا وَ کُنَّا تُرَابًا وَّ عِظَامًا ءَاِنَّا لَمَبۡعُوۡثُوۡنَ ﴿ۙ۴۷﴾

056.047 Wakanoo yaqooloona a-itha mitna wakunna turaban waAAithaman a-inna lamabAAoothoona

47. En zij plachten te zeggen: "Als wij dood zijn en stof en beenderen zijn geworden, zullen wij inderdaad herrijzen? Zij zeiden: "Wanneer wij gestorven zijn en stof en botten geworden, zullen wij dan opgewekt worden?

اَوَ اٰبَآؤُنَا الۡاَوَّلُوۡنَ ﴿۴۸﴾

056.048 Awa abaona al-awwaloona

48. En ook onze voorvaderen?" En onze vaderen dan, die er eertijds waren?"

قُلۡ اِنَّ الۡاَوَّلِیۡنَ وَ الۡاٰخِرِیۡنَ ﴿ۙ۴۹﴾

056.049 Qul inna al-awwaleena waal-akhireena

49. Zeg: "Ja, de vroegeren en de lateren Zeg: "Zij die er eertijds waren en zij die er later waren

لَمَجۡمُوۡعُوۡنَ ۬ۙ اِلٰی مِیۡقَاتِ یَوۡمٍ مَّعۡلُوۡمٍ ﴿۵۰﴾

056.050 LamajmooAAoona ila meeqati yawmin maAAloomin

50. Zullen tezamen worden verzameld op de vastgestelde tijd van een bepaalde Dag." zullen bijeengebracht worden op de afgesproken tijd van een vastgestelde dag.

ثُمَّ اِنَّکُمۡ اَیُّہَا الضَّآلُّوۡنَ الۡمُکَذِّبُوۡنَ ﴿ۙ۵۱﴾

056.051 Thumma innakum ayyuha alddalloona almukaththiboona

51. Dan, o u, die was verdwaald en heeft verloochend, Dan zullen jullie, o dwalers, die zeiden dat het leugens waren

لَاٰکِلُوۡنَ مِنۡ شَجَرٍ مِّنۡ زَقُّوۡمٍ ﴿ۙ۵۲﴾

056.052 Laakiloona min shajarin min zaqqoomin

52. U zult. zeker van de boom van Zaqqoem eten, eten van zakkoembomen

فَمَالِـُٔوۡنَ مِنۡہَا الۡبُطُوۡنَ ﴿ۚ۵۳﴾

056.053 Famali-oona minha albutoona

53. En zult er uw buik mee vullen, en daarvan de buiken vullen.

فَشٰرِبُوۡنَ عَلَیۡہِ مِنَ الۡحَمِیۡمِ ﴿ۚ۵۴﴾

056.054 Fashariboona AAalayhi mina alhameemi

54. En daarna kokend water drinken, En dan zullen jullie daarbij gloeiend water drinken

فَشٰرِبُوۡنَ شُرۡبَ الۡہِیۡمِ ﴿ؕ۵۵﴾

056.055 Fashariboona shurba alheemi

55. (Drinkende,) zoals dorstige kamelen drinken, en dan zullen jullie drinken als een verdorste kameel."

ہٰذَا نُزُلُہُمۡ یَوۡمَ الدِّیۡنِ ﴿ؕ۵۶﴾

056.056 Hatha nuzuluhum yawma alddeeni

56. Dit zal hun onthaal zijn op de Dag des Gerichts. Dit is hun gastverblijf op de oordeelsdag.

نَحۡنُ خَلَقۡنٰکُمۡ فَلَوۡ لَا تُصَدِّقُوۡنَ ﴿۵۷﴾

056.057 Nahnu khalaqnakum falawla tusaddiqoona

57. Wij schiepen u, maar waarom wilde u deWaarheid niet erkennen? Wij zijn het die jullie geschapen hebben. Waarom willen jullie het niet geloven?

اَفَرَءَیۡتُمۡ مَّا تُمۡنُوۡنَ ﴿ؕ۵۸﴾

056.058 Afaraaytum ma tumnoona

58. Zeg mij wat u verwekt, Hoe zien jullie [het zaad] dat jullie uitstorten dan?

ءَاَنۡتُمۡ تَخۡلُقُوۡنَہٗۤ اَمۡ نَحۡنُ الۡخٰلِقُوۡنَ ﴿۵۹﴾

056.059 Aantum takhluqoonahu am nahnu alkhaliqoona

59. Schept u het of zijn Wij de Schepper er van? Zijn jullie het die het scheppen of zijn Wij de schepper?

نَحۡنُ قَدَّرۡنَا بَیۡنَکُمُ الۡمَوۡتَ وَ مَا نَحۡنُ بِمَسۡبُوۡقِیۡنَ ﴿ۙ۶۰﴾

056.060 Nahnu qaddarna baynakumu almawta wama nahnu bimasbooqeena

60. Wij hebben de dood onder u verordend en Wij kunnen niet worden tegengehouden Wij hebben voor jullie de dood verordend en niemand kan Ons voor zijn,

عَلٰۤی اَنۡ نُّبَدِّلَ اَمۡثَالَکُمۡ وَ نُنۡشِئَکُمۡ فِیۡ مَا لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶۱﴾

056.061 AAala an nubaddila amthalakum wanunshi-akum fee ma la taAAlamoona

61. Om anderen als u in uw plaats te stellen en u in een toestand te brengen die u niet kent. wanneer Wij [jullie] door gelijksoortigen willen vervangen en jullie opnieuw laten ontstaan in een vorm die jullie niet kennen.

وَ لَقَدۡ عَلِمۡتُمُ النَّشۡاَۃَ الۡاُوۡلٰی فَلَوۡ لَا تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۶۲﴾

056.062 Walaqad AAalimtumu alnnash-ata al-oola falawla tathakkaroona

62. En zeker kent u de eerste schepping. Waarom trekt u er dan geen lering uit? Jullie kennen toch de eerste totstandkoming; waarom laten jullie je dan niet vermanen?

اَفَرَءَیۡتُمۡ مَّا تَحۡرُثُوۡنَ ﴿ؕ۶۳﴾

056.063 Afaraaytum ma tahruthoona

63. Heeft u gezien wat u zaait? Hoe zien jullie het dan als jullie het land bewerken?

ءَاَنۡتُمۡ تَزۡرَعُوۡنَہٗۤ اَمۡ نَحۡنُ الزّٰرِعُوۡنَ ﴿۶۴﴾

056.064 Aantum tazraAAoonahu am nahnu alzzariAAoona

64. Doen Wij het groeien of doet u dat? Zaaien jullie het in of zijn Wij het die zaaien?

لَوۡ نَشَآءُ لَجَعَلۡنٰہُ حُطَامًا فَظَلۡتُمۡ تَفَکَّہُوۡنَ ﴿۶۵﴾

056.065 Law nashao lajaAAalnahu hutaman fathaltum tafakkahoona

65. Als Wij het willen, kunnen Wij dat alles tot stof maken, dan blijft u jammeren. Als Wij wilden maakten Wij het tot gruis. Dan zouden jullie verbijsterd staan te kijken:

اِنَّا لَمُغۡرَمُوۡنَ ﴿ۙ۶۶﴾

056.066 Inna lamughramoona

66. (Zeggende): "Wij zijn beladen met borgstelling, "Wij zijn met schulden beladen.

بَلۡ نَحۡنُ مَحۡرُوۡمُوۡنَ ﴿۶۷﴾

056.067 Bal nahnu mahroomoona

67. Meer nog, wij zijn van alles beroofd." Nee, ons is alles ontroofd."

اَفَرَءَیۡتُمُ الۡمَآءَ الَّذِیۡ تَشۡرَبُوۡنَ ﴿ؕ۶۸﴾

056.068 Afaraaytumu almaa allathee tashraboona

68. Ziet, het water dat u drinkt, Hoe zien jullie het water dan dat jullie drinken?

ءَاَنۡتُمۡ اَنۡزَلۡتُمُوۡہُ مِنَ الۡمُزۡنِ اَمۡ نَحۡنُ الۡمُنۡزِلُوۡنَ ﴿۶۹﴾

056.069 Aantum anzaltumoohu mina almuzni am nahnu almunziloona

69. Bent u het die het uit de wolken nederzendt, of zijn Wij de Zender? Hebben jullie het uit de wolken neer laten komen of hebben Wij het neer laten dalen?

لَوۡ نَشَآءُ جَعَلۡنٰہُ اُجَاجًا فَلَوۡ لَا تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۷۰﴾

056.070 Law nashao jaAAalnahu ojajan falawla tashkuroona

70. Indien Wij het willen, kunnen Wij het bitter maken. Waarom bent u dan niet dankbaar? Als Wij wilden hadden Wij het pekelig gemaakt; waarom betuigen jullie dan geen dank?

اَفَرَءَیۡتُمُ النَّارَ الَّتِیۡ تُوۡرُوۡنَ ﴿ؕ۷۱﴾

056.071 Afaraaytumu alnnara allatee tooroona

71. En zeg mij; het vuur dat u aansteekt, Hoe zien jullie het vuur dan dat jullie ontsteken?

ءَاَنۡتُمۡ اَنۡشَاۡتُمۡ شَجَرَتَہَاۤ اَمۡ نَحۡنُ الۡمُنۡشِـُٔوۡنَ ﴿۷۲﴾

056.072 Aantum ansha/tum shajarataha am nahnu almunshi-oona

72. Bent u het die de boom er voor doet groeien of zijn Wij het? Hebben jullie de bomen ervoor laten ontstaan of hebben Wij ze laten ontstaan?

نَحۡنُ جَعَلۡنٰہَا تَذۡکِرَۃً وَّ مَتَاعًا لِّلۡمُقۡوِیۡنَ ﴿ۚ۷۳﴾

056.073 Nahnu jaAAalnaha tathkiratan wamataAAan lilmuqweena

73. Wij hebben het tot een aanmaning en een weldaad gemaakt voor de reizigers in de wildernissen. Wij hebben het als een vermaning gemaakt en voor de woestijnbewoners als iets om te gebruiken.

فَسَبِّحۡ بِاسۡمِ رَبِّکَ الۡعَظِیۡمِ ﴿٪ؓ۷۴﴾

056.074 Fasabbih biismi rabbika alAAatheemi

74. Daarom verheerlijk de naam van uw Heer, de Verhevene. Prijs dan de geweldige naam van jouw Heer.

فَلَاۤ اُقۡسِمُ بِمَوٰقِعِ النُّجُوۡمِ ﴿ۙ۷۵﴾

056.075 Fala oqsimu bimawaqiAAi alnnujoomi

75. En Ik roep het verschieten van de sterren tot getuige Niet dan, Ik zweer bij het neervallen van de sterren --

وَ اِنَّہٗ لَقَسَمٌ لَّوۡ تَعۡلَمُوۡنَ عَظِیۡمٌ ﴿ۙ۷۶﴾

056.076 Wa-innahu laqasamun law taAAlamoona AAatheemun

76. En inderdaad is dat een grote eed, indien u het beseft -; en dat is een geweldige eed, als jullie dat maar wisten --

اِنَّہٗ لَقُرۡاٰنٌ کَرِیۡمٌ ﴿ۙ۷۷﴾

056.077 Innahu laqur-anun kareemun

77. Voorzeker, dit is (de) verheven Kuran, dat het werkelijk een voortreffelijke Koran is

فِیۡ کِتٰبٍ مَّکۡنُوۡنٍ ﴿ۙ۷۸﴾

056.078 Fee kitabin maknoonin

78. Een beschermd Boek, in een goedbewaard boek

لَّا یَمَسُّہٗۤ اِلَّا الۡمُطَہَّرُوۡنَ ﴿ؕ۷۹﴾

056.079 La yamassuhu illa almutahharoona

79. Dat niemand zal aanraken behalve zij die zich louteren. dat slechts zij die rein gemaakt zijn zullen aanraken:

تَنۡزِیۡلٌ مِّنۡ رَّبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۸۰﴾

056.080 Tanzeelun min rabbi alAAalameena

80. Een Openbaring van de Heer van de Werelden. Een neerzending door de Heer van de wereldbewoners.

اَفَبِہٰذَا الۡحَدِیۡثِ اَنۡتُمۡ مُّدۡہِنُوۡنَ ﴿ۙ۸۱﴾

056.081 Afabihatha alhadeethi antum mudhinoona

81. Veracht u dan deze aankondiging? Is het dan over dit bericht dat jullie toegeeflijk zijn?

وَ تَجۡعَلُوۡنَ رِزۡقَکُمۡ اَنَّکُمۡ تُکَذِّبُوۡنَ ﴿۸۲﴾

056.082 WatajAAaloona rizqakum annakum tukaththiboona

82. En verzekert u door de ontkenning ervan uw levensonderhoud? Maar jullie maken het tot jullie dagelijkse kost het te loochenen.

فَلَوۡ لَاۤ اِذَا بَلَغَتِ الۡحُلۡقُوۡمَ ﴿ۙ۸۳﴾

056.083 Falawla itha balaghati alhulqooma

83. Waarom dan, wanneer de ziel van (de stervende) zijn keel bereikt Waarom [brengen jullie de levensadem] wanneer hij de keel bereikt niet [terug],

وَ اَنۡتُمۡ حِیۡنَئِذٍ تَنۡظُرُوۡنَ ﴿ۙ۸۴﴾

056.084 Waantum heena-ithin tanthuroona

84. En u ziet toe - op dat ogenblik terwijl jullie op die tijd toekijken?

وَ نَحۡنُ اَقۡرَبُ اِلَیۡہِ مِنۡکُمۡ وَ لٰکِنۡ لَّا تُبۡصِرُوۡنَ ﴿۸۵﴾

056.085 Wanahnu aqrabu ilayhi minkum walakin la tubsiroona

85. Zijn Wij dichter bij hem dan u, maar u ziet dit niet, Maar Wij zijn dichter bij hem dan jullie. Jullie zien het echter niet.

فَلَوۡ لَاۤ اِنۡ کُنۡتُمۡ غَیۡرَ مَدِیۡنِیۡنَ ﴿ۙ۸۶﴾

056.086 Falawla in kuntum ghayra madeeneena

86. Waarom dan, als u niet onderdanig bent, Waarom, als jullie niet geoordeeld zullen worden,

تَرۡجِعُوۡنَہَاۤ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۸۷﴾

056.087 TarjiAAoonaha in kuntum sadiqeena

87. Brengt u haar niet terug indien u waarachtig bent? brengen jullie hem dan niet terug, als jullie gelijk hebben?

فَاَمَّاۤ اِنۡ کَانَ مِنَ الۡمُقَرَّبِیۡنَ ﴿ۙ۸۸﴾

056.088 Faamma in kana mina almuqarrabeena

88. Als hij nu behoort tot degenen, die dicht bij God zijn, En als hij behoort tot hen die in de nabijheid van Allah zijn gebracht,

فَرَوۡحٌ وَّ رَیۡحَانٌ ۬ۙ وَّ جَنَّتُ نَعِیۡمٍ ﴿۸۹﴾

056.089 Farawhun warayhanun wajannatu naAAeemin

89. Dan is voor hem geluk en geur en een tuin van verrukking; dan zijn er een koele bries, welriekende planten en een tuin van gelukzaligheid.

وَ اَمَّاۤ اِنۡ کَانَ مِنۡ اَصۡحٰبِ الۡیَمِیۡنِ ﴿ۙ۹۰﴾

056.090 Waamma in kana min as-habi alyameeni

90. En indien hij behoort tot degenen aan de rechter kant, En als hij behoort tot hen die rechts staan,

فَسَلٰمٌ لَّکَ مِنۡ اَصۡحٰبِ الۡیَمِیۡنِ ﴿ؕ۹۱﴾

056.091 Fasalamun laka min as-habi alyameeni

91. Dan luidt het "Vrede zij u" van degenen aan de rechter kant. dan is er "vrede zij met jou" van hen die rechts staan.

وَ اَمَّاۤ اِنۡ کَانَ مِنَ الۡمُکَذِّبِیۡنَ الضَّآلِّیۡنَ ﴿ۙ۹۲﴾

056.092 Waamma in kana mina almukaththibeena alddalleena

92. Maar als hij behoort tot de dwalenden die (de Waarheid) hadden verloochend, En als hij behoort tot de dwalende loochenaars,

فَنُزُلٌ مِّنۡ حَمِیۡمٍ ﴿ۙ۹۳﴾

056.093 Fanuzulun min hameemin

93. Dan is voor hem een onthaal op kokend water dan is er een gastverblijf in gloeiend water

وَّ تَصۡلِیَۃُ جَحِیۡمٍ ﴿۹۴﴾

056.094 Watasliyatu jaheemin

94. En branden in de hel. en gebraden worden in het hellevuur.

اِنَّ ہٰذَا لَہُوَ حَقُّ الۡیَقِیۡنِ ﴿ۚ۹۵﴾

056.095 Inna hatha lahuwa haqqu alyaqeeni

95. Voorzeker dit is de werkelijkheid. Dit is de vaststaande waarheid.

فَسَبِّحۡ بِاسۡمِ رَبِّکَ الۡعَظِیۡمِ ﴿٪۹۶﴾

056.096 Fasabbih biismi rabbika alAAatheemi

96. Verheerlijk daarom de naam van uw Heer, de Verhevene. Prijs dan de geweldige naam van jouw Heer.


www.kuran.nl