Al-Modjaadalahaa

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

قَدۡ سَمِعَ اللّٰہُ قَوۡلَ الَّتِیۡ تُجَادِلُکَ فِیۡ زَوۡجِہَا وَ تَشۡتَکِیۡۤ اِلَی اللّٰہِ ٭ۖ وَ اللّٰہُ یَسۡمَعُ تَحَاوُرَکُمَا ؕ اِنَّ اللّٰہَ سَمِیۡعٌۢ بَصِیۡرٌ ﴿۱﴾

058.001 Qad samiAAa Allahu qawla allatee tujadiluka fee zawjiha watashtakee ila Allahi waAllahu yasmaAAu tahawurakuma inna Allaha sameeAAun baseerun

1. Allah heeft het woord gehoord van degene die met u aangaande haar man twistte en tot Allah klaagde. En Allah heeft uw gesprek gehoord. Voorwaar, Allah is Alhorend, Alziende. Allah heeft haar wel horen spreken die met jou over haar echtgenoot twist en tot Allah klaagt. Allah hoort namelijk jullie gesprek; Allah is horend en doorziend.

اَلَّذِیۡنَ یُظٰہِرُوۡنَ مِنۡکُمۡ مِّنۡ نِّسَآئِہِمۡ مَّا ہُنَّ اُمَّہٰتِہِمۡ ؕ اِنۡ اُمَّہٰتُہُمۡ اِلَّا الِّٰٓیۡٔ وَلَدۡنَہُمۡ ؕ وَ اِنَّہُمۡ لَیَقُوۡلُوۡنَ مُنۡکَرًا مِّنَ الۡقَوۡلِ وَ زُوۡرًا ؕ وَ اِنَّ اللّٰہَ لَعَفُوٌّ غَفُوۡرٌ ﴿۲﴾

058.002 Allatheena yuthahiroona minkum min nisa-ihim ma hunna ommahatihim in ommahatuhum illa alla-ee waladnahum wa-innahum layaqooloona munkaran mina alqawli wazooran wa-inna Allaha laAAafuwwun ghafoorun

2. Degenen onder u, die hun vrouwen moeders noemen - dezen zijn hun moeders niet; hun moeders zijn alleen degenen die hen baarden, - en voorzeker zij zeggen iets onbetamelijks en een leugen; maar Allah is Verdraagzaam, Vergevensgezind. Zij die zich uit jullie midden van hun vrouwen scheiden [door uit te spreken dat zij als hun moeders zijn] -- zij zijn niet [werkelijk] hun moeders, want hun moeders zijn slechts zij die hen gebaard hebben en zij zeggen iets verwerpelijks en onwaars, maar Allah is lankmoedig en vergevend --

وَ الَّذِیۡنَ یُظٰہِرُوۡنَ مِنۡ نِّسَآئِہِمۡ ثُمَّ یَعُوۡدُوۡنَ لِمَا قَالُوۡا فَتَحۡرِیۡرُ رَقَبَۃٍ مِّنۡ قَبۡلِ اَنۡ یَّتَمَآسَّا ؕ ذٰلِکُمۡ تُوۡعَظُوۡنَ بِہٖ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرٌ ﴿۳﴾

058.003 Waallatheena yuthahiroona min nisa-ihim thumma yaAAoodoona lima qaloo fatahreeru raqabatin min qabli an yatamassa thalikum tooAAathoona bihi waAllahu bima taAAmaloona khabeerun

3. Degenen, die hun vrouwen moeders noemen en willen terugnemen wat zij zeiden, moeten hiervoor een slaaf bevrijden voordat zij elkander aanraken. Dit is een vermaning voor u. En Allah is goed op de hoogte van hetgeen u doet. zij dus die zich van hun vrouwen scheiden [door uit te spreken dat zij als hun moeders zijn] en dan terugkomen op wat zij zeggen, [zijn verplicht tot] vrijlating van een slaaf voordat zij elkaar aanraken. Daartoe worden jullie aangespoord; Allah is welingelicht over wat jullie doen.

فَمَنۡ لَّمۡ یَجِدۡ فَصِیَامُ شَہۡرَیۡنِ مُتَتَابِعَیۡنِ مِنۡ قَبۡلِ اَنۡ یَّتَمَآسَّا ۚ فَمَنۡ لَّمۡ یَسۡتَطِعۡ فَاِطۡعَامُ سِتِّیۡنَ مِسۡکِیۡنًا ؕ ذٰلِکَ لِتُؤۡمِنُوۡا بِاللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ ؕ وَ تِلۡکَ حُدُوۡدُ اللّٰہِ ؕ وَ لِلۡکٰفِرِیۡنَ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۴﴾

058.004 Faman lam yajid fasiyamu shahrayni mutatabiAAayni min qabli an yatamassa faman lam yastatiAA fa-itAAamu sitteena miskeenan thalika litu/minoo biAllahi warasoolihi watilka hudoodu Allahi walilkafireena AAathabun aleemun

4. Maar wie geen slaaf vindt, laat hem twee achtereenvolgende maanden vasten, voordat zij elkander aanraken. En wie dat niet doen kan, moet zestig arme mensen voeden. Dit is een bevel, opdat u moogt geloven aan Allah en Zijn boodschapper. Dit zijn de verordeningen van Allah; en er is een pijnlijke straf voor de ongelovigen. En als iemand [daarvoor] geen mogelijkheid vindt dan [is hij verplicht tot] een vasten van twee maanden achter elkaar voordat zij elkaar aanraken. En als iemand [daartoe] niet in staat is, dan [is hij verplicht] aan zestig behoeftigen voedsel te geven. Dat is opdat jullie in Allah en Zijn gezant geloven en dat zijn Allah's bepalingen. En voor de ongelovigen is er een pijnlijke bestraffing.

اِنَّ الَّذِیۡنَ یُحَآدُّوۡنَ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ کُبِتُوۡا کَمَا کُبِتَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ وَ قَدۡ اَنۡزَلۡنَاۤ اٰیٰتٍۭ بَیِّنٰتٍ ؕ وَ لِلۡکٰفِرِیۡنَ عَذَابٌ مُّہِیۡنٌ ۚ﴿۵﴾

058.005 Inna allatheena yuhaddoona Allaha warasoolahu kubitoo kama kubita allatheena min qablihim waqad anzalna ayatin bayyinatin walilkafireena AAathabun muheenun

5. Degenen, die tegen Allah en Zijn boodschapper ingaan, zullen zeker vernederd worden zoals degenen die hen vooraf gingen vernederd werden; want Wij hebben reeds duidelijke tekenen nedergezonden. En de ongelovigen zullen een onterende straf ontvangen. Zij die zich tegen Allah en Zijn gezant verzetten worden te schande gemaakt zoals zij die er voor hen waren te schande zijn gemaakt. Wij hebben immers duidelijke tekenen neergezonden. En voor de ongelovigen is er een vernederende bestraffing,

یَوۡمَ یَبۡعَثُہُمُ اللّٰہُ جَمِیۡعًا فَیُنَبِّئُہُمۡ بِمَا عَمِلُوۡا ؕ اَحۡصٰہُ اللّٰہُ وَ نَسُوۡہُ ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ شَہِیۡدٌ ٪﴿۶﴾

058.006 Yawma yabAAathuhumu Allahu jameeAAan fayunabbi-ohum bima AAamiloo ahsahu Allahu wanasoohu waAllahu AAala kulli shay-in shaheedun

6. De Dag, waarop Allah hen allen tezamen zal opwekken, zal Hij hun over alles wat zij deden, inlichten. Allah heeft het opgetekend, terwijl zij het vergeten zijn. En Allah is Getuige van alle dingen. op de dag dat Allah hen allen opwekt. Hij zal hun dan meedelen wat zij gedaan hebben. Allah heeft het opgesomd, maar zij hebben het vergeten. Allah is van alles getuige.

اَلَمۡ تَرَ اَنَّ اللّٰہَ یَعۡلَمُ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ مَا یَکُوۡنُ مِنۡ نَّجۡوٰی ثَلٰثَۃٍ اِلَّا ہُوَ رَابِعُہُمۡ وَ لَا خَمۡسَۃٍ اِلَّا ہُوَ سَادِسُہُمۡ وَ لَاۤ اَدۡنٰی مِنۡ ذٰلِکَ وَ لَاۤ اَکۡثَرَ اِلَّا ہُوَ مَعَہُمۡ اَیۡنَ مَا کَانُوۡا ۚ ثُمَّ یُنَبِّئُہُمۡ بِمَا عَمِلُوۡا یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۷﴾

058.007 Alam tara anna Allaha yaAAlamu ma fee alssamawati wama fee al-ardi ma yakoonu min najwa thalathatin illa huwa rabiAAuhum wala khamsatin illa huwa sadisuhum wala adna min thalika wala akthara illa huwa maAAahum ayna ma kanoo thumma yunabbi-ohum bima AAamiloo yawma alqiyamati inna Allaha bikulli shay-in AAaleemun

7. Ziet u niet, dat Allah alles weet wat in de hemelen en op aarde is? Er is geen geheim gesprek van drie (personen) zonder dat Hij de vierde is, noch van vijf, zonder dat Hij de zesde is, noch van minder noch van meer, zonder dat Hij met hen is, waar zij ook mogen zijn. Dan zal Hij hun op de Dag van de Opstanding mededelen wat zij deden. Voorzeker, Allah heeft kennis van alle dingen. Heb jij dan niet gezien dat Allah weet wat er in de hemelen en wat er op de aarde is? Er is geen vertrouwelijk gesprek van drie of Allah is de vierde, en niet van vijf of Hij is de zesde en ook als het er minder zijn of meer, dan is Hij met hen waar zij ook zijn. Dan zal Hij hun op de opstandingsdag meedelen wat zij gedaan hebben. Allah is alwetend.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ نُہُوۡا عَنِ النَّجۡوٰی ثُمَّ یَعُوۡدُوۡنَ لِمَا نُہُوۡا عَنۡہُ وَ یَتَنٰجَوۡنَ بِالۡاِثۡمِ وَ الۡعُدۡوَانِ وَ مَعۡصِیَتِ الرَّسُوۡلِ ۫ وَ اِذَا جَآءُوۡکَ حَیَّوۡکَ بِمَا لَمۡ یُحَیِّکَ بِہِ اللّٰہُ ۙ وَ یَقُوۡلُوۡنَ فِیۡۤ اَنۡفُسِہِمۡ لَوۡ لَا یُعَذِّبُنَا اللّٰہُ بِمَا نَقُوۡلُ ؕ حَسۡبُہُمۡ جَہَنَّمُ ۚ یَصۡلَوۡنَہَا ۚ فَبِئۡسَ الۡمَصِیۡرُ ﴿۸﴾

058.008 Alam tara ila allatheena nuhoo AAani alnnajwa thumma yaAAoodoona lima nuhoo AAanhu wayatanajawna bial-ithmi waalAAudwani wamaAAsiyati alrrasooli wa-itha jaooka hayyawka bima lam yuhayyika bihi Allahu wayaqooloona fee anfusihim lawla yuAAaththibuna Allahu bima naqoolu hasbuhum jahannamu yaslawnaha fabi/sa almaseeru

8. Heeft u degenen niet waargenomen, wie de geheime samenzwering was verboden maar die daarna terugkeerden naar hetgeen hun verboden was en heimelijk beraadslagen in zonde, overtreding en ongehoorzaamheid jegens de boodschapper? En als zij tot u komen, groeten zij u met een groet, waar Allah u niet mee begroet; maar onder elkander zeggen zij: "Waarom straft Allah ons niet voor hetgeen uw (tegen de profeet) zeggen?" Genoegzaam voor hen is de hel waarin zij zullen branden; en deze is een slechte bestemming! Heb jij dan niet gezien naar hen aan wie het verboden was vertrouwelijke gesprekken te voeren en die dan terugkeren tot wat hun verboden was en dat zij vertrouwelijke gesprekken houden over zonde, overtreding en ongehoorzaamheid aan de gezant? En als jij bij hen komt groeten zij jou zoals Allah jou niet groet en zij zeggen bij zichzelf: "Als Allah ons maar niet bestraft voor wat wij zeggen." Voor hen is de hel goed genoeg, waarin zij zullen braden en dat is pas een slechte bestemming!

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا تَنَاجَیۡتُمۡ فَلَا تَتَنَاجَوۡا بِالۡاِثۡمِ وَ الۡعُدۡوَانِ وَ مَعۡصِیَتِ الرَّسُوۡلِ وَ تَنَاجَوۡا بِالۡبِرِّ وَ التَّقۡوٰی ؕ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ الَّذِیۡۤ اِلَیۡہِ تُحۡشَرُوۡنَ ﴿۹﴾

058.009 Ya ayyuha allatheena amanoo itha tanajaytum fala tatanajaw bial-ithmi waalAAudwani wamaAAsiyati alrrasooli watanajaw bialbirri waalttaqwa waittaqoo Allaha allathee ilayhi tuhsharoona

9. O. u die gelooft, als u tezamen beraadslaagt, spreekt dan niet over zonde, overtreding en ongehoorzaamheid jegens de boodschapper, maar beraadslaagt over deugd en rechtvaardigheid, en vreest Allah tot Wie u zult worden verzameld. Jullie die geloven! Wanneer jullie vertrouwelijk met elkaar spreken spreekt dan niet vertrouwelijk over zonde, overtreding en ongehoorzaamheid aan de gezant, maar spreekt vertrouwelijk over vroomheid en godvrezendheid. En vreest Allah tot wie jullie verzameld zullen worden.

اِنَّمَا النَّجۡوٰی مِنَ الشَّیۡطٰنِ لِیَحۡزُنَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ لَیۡسَ بِضَآرِّہِمۡ شَیۡئًا اِلَّا بِاِذۡنِ اللّٰہِ ؕ وَ عَلَی اللّٰہِ فَلۡیَتَوَکَّلِ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۱۰﴾

058.010 Innama alnnajwa mina alshshaytani liyahzuna allatheena amanoo walaysa bidarrihim shay-an illa bi-ithni Allahi waAAala Allahi falyatawakkali almu/minoona

10. Geheime samenzwering gaat alleen uit van Satan, opdat hij verdriet moge veroorzaken aan de gelovigen maar het kan hun niet schaden dan met Allah's toelating. Laat dus de gelovigen in Allah hun vertrouwen stellen. Vertrouwelijke gesprekken zijn van de satan om hen die geloven bedroefd te maken. Maar hij kan hen in niets schaden als het niet met Allah's toestemming is. En op Allah moeten de gelovigen dus hun vertrouwen stellen.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا قِیۡلَ لَکُمۡ تَفَسَّحُوۡا فِی الۡمَجٰلِسِ فَافۡسَحُوۡا یَفۡسَحِ اللّٰہُ لَکُمۡ ۚ وَ اِذَا قِیۡلَ انۡشُزُوۡا فَانۡشُزُوۡا یَرۡفَعِ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا مِنۡکُمۡ ۙ وَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡعِلۡمَ دَرَجٰتٍ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرٌ ﴿۱۱﴾

058.011 Ya ayyuha allatheena amanoo itha qeela lakum tafassahoo fee almajalisi faifsahoo yafsahi Allahu lakum wa-itha qeela onshuzoo faonshuzoo yarfaAAi Allahu allatheena amanoo minkum waallatheena ootoo alAAilma darajatin waAllahu bima taAAmaloona khabeerun

11. O, u die gelooft, als er u gezegd wordt: "Maakt plaats in vergaderingen, maakt dan plaats; Allah zal rijkelijk plaats voor u maken. En als er gezegd wordt "Staat op" staat dan op; Allah zal de gelovigen onder u en hen die kennis werd gegeven in rang verheffen. En Allah is goed op de hoogte van hetgeen u doet. Jullie die geloven! Wanneer men tot jullie zegt: "Maakt plaats bij de samenkomsten" maakt dan plaats opdat Allah voor jullie plaats maakt. En wanneer men tot jullie zegt: "Staat op" staat dan op, opdat Allah aan hen die uit jullie midden geloven en aan wie de kennis is gegeven hogere rangen geeft. Allah is welingelicht over wat jullie doen.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا نَاجَیۡتُمُ الرَّسُوۡلَ فَقَدِّمُوۡا بَیۡنَ یَدَیۡ نَجۡوٰىکُمۡ صَدَقَۃً ؕ ذٰلِکَ خَیۡرٌ لَّکُمۡ وَ اَطۡہَرُ ؕ فَاِنۡ لَّمۡ تَجِدُوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۲﴾

058.012 Ya ayyuha allatheena amanoo itha najaytumu alrrasoola faqaddimoo bayna yaday najwakum sadaqatan thalika khayrun lakum waatharu fa-in lam tajidoo fa-inna Allaha ghafoorun raheemun

12. O, u die gelooft, indien u de boodschapper (in het bijzonder) wiltraadplegen, geeft dan een liefdegift vr uw raadpleging. Dat is beter voor u en reiner. Maar als u niets bezit dan is Allah Vergevensgezind, Genadevol. Jullie die geloven! Wanneer jullie vertrouwelijk met de gezant willen spreken, brengt dan voorafgaand aan jullie vertrouwelijke gesprekken een aalmoes. Dat is beter voor jullie en reiner. Maar als jullie niets te geven vinden dan is Allah vergevend en barmhartig.

ءَاَشۡفَقۡتُمۡ اَنۡ تُقَدِّمُوۡا بَیۡنَ یَدَیۡ نَجۡوٰىکُمۡ صَدَقٰتٍ ؕ فَاِذۡ لَمۡ تَفۡعَلُوۡا وَ تَابَ اللّٰہُ عَلَیۡکُمۡ فَاَقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ وَ اٰتُوا الزَّکٰوۃَ وَ اَطِیۡعُوا اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ ؕ وَ اللّٰہُ خَبِیۡرٌۢ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿٪۱۳﴾

058.013 Aashfaqtum an tuqaddimoo bayna yaday najwakum sadaqatin fa-ith lam tafAAaloo wataba Allahu AAalaykum faaqeemoo alssalata waatoo alzzakata waateeAAoo Allaha warasoolahu waAllahu khabeerun bima taAAmaloona

13. Bent u bezorgd inzake het geven van liefdegiften voor uw bijzondere raadpleging? Indien u dat niet doet en Allah heeft zich met barmhartigheid tot u gewend, houdt dan het Gebed en betaalt de Zakaat en gehoorzaamt Allah en Zijn boodschapper. En Allah is goed op de hoogte van hetgeen u doet. Schrikken jullie ervoor terug dat jullie voorafgaand aan jullie vertrouwelijke gesprekken aalmoezen moeten brengen? En wanneer jullie het niet doen en Allah zich genadig tot jullie wendt, verricht dan de salaat, geeft de zakaat en gehoorzaamt Allah en Zijn gezant. Maar Allah is welingelicht over wat jullie doen.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ تَوَلَّوۡا قَوۡمًا غَضِبَ اللّٰہُ عَلَیۡہِمۡ ؕ مَا ہُمۡ مِّنۡکُمۡ وَ لَا مِنۡہُمۡ ۙ وَ یَحۡلِفُوۡنَ عَلَی الۡکَذِبِ وَ ہُمۡ یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۱۴﴾

058.014 Alam tara ila allatheena tawallaw qawman ghadiba Allahu AAalayhim ma hum minkum wala minhum wayahlifoona AAala alkathibi wahum yaAAlamoona

14. Hebt u degenen niet gezien, die zich bevrienden met een volk, waarop Allah vertoornd was? Zij zijn noch de uwen noch de hunnen, zij zweren bij de leugen tegen beter weten in. Heb jij dan niet gezien naar hen die mensen op wie Allah vertoornd is als medestanders nemen? Zij horen niet bij jullie en ook niet bij hen. Zij zweren willens en wetens meineden.

اَعَدَّ اللّٰہُ لَہُمۡ عَذَابًا شَدِیۡدًا ؕ اِنَّہُمۡ سَآءَ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۵﴾

058.015 aAAadda Allahu lahum AAathaban shadeedan innahum saa ma kanoo yaAAmaloona

15. Allah heeft voor hen een zware straf bereid. Slecht is inderdaad hetgeen zij doen. Allah heeft voor hen een strenge bestraffing klaargemaakt. Het is slecht wat zij aan het doen waren.

اِتَّخَذُوۡۤا اَیۡمَانَہُمۡ جُنَّۃً فَصَدُّوۡا عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ فَلَہُمۡ عَذَابٌ مُّہِیۡنٌ ﴿۱۶﴾

058.016 Ittakhathoo aymanahum junnatan fasaddoo AAan sabeeli Allahi falahum AAathabun muheenun

16. Zij hebben van hun eden een schild gemaakt en zij leiden anderen van het pad van Allah af; voor hen zal er een vernederende straf zijn. Zij hebben hun eden als bescherming gebruikt en zo de weg van Allah versperd. Voor hen is er dus een vernederende bestraffing.

لَنۡ تُغۡنِیَ عَنۡہُمۡ اَمۡوَالُہُمۡ وَ لَاۤ اَوۡلَادُہُمۡ مِّنَ اللّٰہِ شَیۡئًا ؕ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ النَّارِ ؕ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۱۷﴾

058.017 Lan tughniya AAanhum amwaluhum wala awladuhum mina Allahi shay-an ola-ika as-habu alnnari hum feeha khalidoona

17. Noch hun bezittingen, noch hun kinderen zullen hen tegen Allah iets baten, dit zijn de bewoners van het Vuur en zij zullen daarin vertoeven. Hun zullen hun bezittingen en hun kinderen bij Allah volstrekt niet baten. Zij zijn het die in het vuur thuishoren, waarin zij altijd zullen blijven,

یَوۡمَ یَبۡعَثُہُمُ اللّٰہُ جَمِیۡعًا فَیَحۡلِفُوۡنَ لَہٗ کَمَا یَحۡلِفُوۡنَ لَکُمۡ وَ یَحۡسَبُوۡنَ اَنَّہُمۡ عَلٰی شَیۡءٍ ؕ اَلَاۤ اِنَّہُمۡ ہُمُ الۡکٰذِبُوۡنَ ﴿۱۸﴾

058.018 Yawma yabAAathuhumu Allahu jameeAAan fayahlifoona lahu kama yahlifoona lakum wayahsaboona annahum AAala shay-in ala innahum humu alkathiboona

18. De Dag waarop Allah hen allen zal opwekken, zullen zij tot Hem zweren zoals zij dit tot u deden en zij zullen denken dat zij iets bereiken. Ziet toe, zij zijn zeker leugenaars. op de dag dat Allah hen allen opwekt. Zij zullen dan tot Hem zweren zoals zij tot jullie zweren en zij gaan ervan uit dat het ergens op gebaseerd is. Toch zijn zij de leugenaars.

اِسۡتَحۡوَذَ عَلَیۡہِمُ الشَّیۡطٰنُ فَاَنۡسٰہُمۡ ذِکۡرَ اللّٰہِ ؕ اُولٰٓئِکَ حِزۡبُ الشَّیۡطٰنِ ؕ اَلَاۤ اِنَّ حِزۡبَ الشَّیۡطٰنِ ہُمُ الۡخٰسِرُوۡنَ ﴿۱۹﴾

058.019 Istahwatha AAalayhimu alshshaytanu faansahum thikra Allahi ola-ika hizbu alshshaytani ala inna hizba alshshaytani humu alkhasiroona

19. Satan heeft hen volledig in zijn macht, en heeft hen de gedachtenis aan Allah doen vergeten. Zij behoren tot Satans partij. Ziet toe, Satans partij is de verliezer. De satan heeft hen overmeesterd en hun Allah's vermaning laten vergeten. Zij zijn de partij van de satan. En de partij van de satan, dat zijn de verliezers.

اِنَّ الَّذِیۡنَ یُحَآدُّوۡنَ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗۤ اُولٰٓئِکَ فِی الۡاَذَلِّیۡنَ ﴿۲۰﴾

058.020 Inna allatheena yuhaddoona Allaha warasoolahu ola-ika fee al-athalleena

20. Waarlijk, degenen die Allah en Zijn Boodschapper tegenwerken zullen worden vernederd. Zij die zich tegen Allah en Zijn gezant verzetten, zij zijn het die tot de diepst vernederden behoren.

کَتَبَ اللّٰہُ لَاَغۡلِبَنَّ اَنَا وَ رُسُلِیۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ قَوِیٌّ عَزِیۡزٌ ﴿۲۱﴾

058.021 Kataba Allahu laaghlibanna ana warusulee inna Allaha qawiyyun AAazeezun

21. Allah heeft verordend: "Voorwaar Ik en Mijn boodschappers zullen zegevieren." Voorzeker Allah is Sterk, Almachtig. Allah heeft opgeschreven: "Ik en Mijn gezant zullen zeker overwinnen." Allah is krachtig en machtig.

لَا تَجِدُ قَوۡمًا یُّؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ یُوَآدُّوۡنَ مَنۡ حَآدَّ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ وَ لَوۡ کَانُوۡۤا اٰبَآءَہُمۡ اَوۡ اَبۡنَآءَہُمۡ اَوۡ اِخۡوَانَہُمۡ اَوۡ عَشِیۡرَتَہُمۡ ؕ اُولٰٓئِکَ کَتَبَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمُ الۡاِیۡمَانَ وَ اَیَّدَہُمۡ بِرُوۡحٍ مِّنۡہُ ؕ وَ یُدۡخِلُہُمۡ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ رَضِیَ اللّٰہُ عَنۡہُمۡ وَ رَضُوۡا عَنۡہُ ؕ اُولٰٓئِکَ حِزۡبُ اللّٰہِ ؕ اَلَاۤ اِنَّ حِزۡبَ اللّٰہِ ہُمُ الۡمُفۡلِحُوۡنَ ﴿٪۲۲﴾

058.022 La tajidu qawman yu/minoona biAllahi waalyawmi al-akhiri yuwaddoona man hadda Allaha warasoolahu walaw kanoo abaahum aw abnaahum aw ikhwanahum aw AAasheeratahum ola-ika kataba fee quloobihimu al-eemana waayyadahum biroohin minhu wayudkhiluhum jannatin tajree min tahtiha al-anharu khalideena feeha radiya Allahu AAanhum waradoo AAanhu ola-ika hizbu Allahi ala inna hizba Allahi humu almuflihoona

22. U zult geen mensen vinden die in Allah en de Laatste Dag geloven, terwijl zij iemand liefhebben die Allah en Zijn boodschapper tegenwerkt, zelfs al waren dezen hun vader of hun kinderen, of hun broeders, of hun verwanten. Dezen zijn degenen, in wier hart Allah geloof heeft ingegrift en die Hij gesterkt heeft met Zijn Geest. En Hij zal hen toelaten in tuinen waardoor rivieren stromen. Daarin zullen zij vertoeven. Allah heeft welbehagen in hen en zij hebben welbehagen in Hem. Zij behoren tot Allah's partij. Voorwaar, Allah's partij zal zegevieren. Jij zult geen mensen vinden die in Allah en de laatste dag geloven die vriendschappelijk omgaan met hen die zich tegen Allah en Zijn gezant verzetten, ook al zijn het hun vaders of hun zonen of hun broers of hun familieleden. Zij zijn het in wier harten Hij het geloof geschreven heeft en Hij versterkt hen met een geest bij Hem vandaan. En Hij laat hen tuinen binnengaan waar de rivieren onderdoor stromen; daarin zullen zij altijd blijven. Allah is met hen ingenomen en zij zijn met Hem ingenomen. Dat zijn zij, de partij van Allah. En de partij van Allah, dat zijn zij die het welgaat.


www.kuran.nl