Al-Djomo'ah

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

یُسَبِّحُ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ الۡمَلِکِ الۡقُدُّوۡسِ الۡعَزِیۡزِ الۡحَکِیۡمِ ﴿۱﴾

062.001 Yusabbihu lillahi ma fee alssamawati wama fee al-ardi almaliki alquddoosi alAAazeezi alhakeemi

1 Alles wat zich in de hemelen en op aarde bevindt verheerlijkt Allah, de Koning, de Heilige, de Almachtige, de Alwijze. Wat er in de hemelen is en wat er op de aarde is prijst Allah, de koning, de allerheiligste, de machtige en de wijze.

ہُوَ الَّذِیۡ بَعَثَ فِی الۡاُمِّیّٖنَ رَسُوۡلًا مِّنۡہُمۡ یَتۡلُوۡا عَلَیۡہِمۡ اٰیٰتِہٖ وَ یُزَکِّیۡہِمۡ وَ یُعَلِّمُہُمُ الۡکِتٰبَ وَ الۡحِکۡمَۃَ ٭ وَ اِنۡ کَانُوۡا مِنۡ قَبۡلُ لَفِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ۙ﴿۲﴾

062.002 Huwa allathee baAAatha fee al-ommiyyeena rasoolan minhum yatloo AAalayhim ayatihi wayuzakkeehim wayuAAallimuhumu alkitaba waalhikmata wa-in kanoo min qablu lafee dalalin mubeenin

2 Hij is het Die onder de ongeletterden een boodschapper heeft gezonden, die Zijn tekenen onder hen verkondigt, hen zuivert en hun het Boek en de wijsheid verschaft, terwijl zij voorheen in grote dwaling verkeerden. Hij is het die bij de ongeletterden een gezant uit hun midden heeft laten opstaan die aan hen Zijn tekenen voorleest, die hen loutert en die hun het boek en de wijsheid onderwijst, ook al verkeerden zij vroeger in duidelijke dwaling,

وَّ اٰخَرِیۡنَ مِنۡہُمۡ لَمَّا یَلۡحَقُوۡا بِہِمۡ ؕ وَ ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۳﴾

062.003 Waakhareena minhum lamma yalhaqoo bihim wahuwa alAAazeezu alhakeemu

3 En hem gestuurd heeft voor anderen die hen nog niet verenigd hebben. Hij is de Almachtige, de Alwijze. en ook anderen dan hen die zich nog niet bij hen gevoegd hebben. Hij is de machtige, de wijze.

ذٰلِکَ فَضۡلُ اللّٰہِ یُؤۡتِیۡہِ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ ذُو الۡفَضۡلِ الۡعَظِیۡمِ ﴿۴﴾

062.004 Thalika fadlu Allahi yu/teehi man yashao waAllahu thoo alfadli alAAatheemi

4 Dat is Allah's gunst, Hij schenkt haar aan wie Hij wil. En Allah is grootste in het verschaffen van gunsten. Dat is Allah's goedgunstigheid die Hij geeft aan wie Hij wil; Allah is vol van geweldige goedgunstigheid.

مَثَلُ الَّذِیۡنَ حُمِّلُوا التَّوۡرٰىۃَ ثُمَّ لَمۡ یَحۡمِلُوۡہَا کَمَثَلِ الۡحِمَارِ یَحۡمِلُ اَسۡفَارًا ؕ بِئۡسَ مَثَلُ الۡقَوۡمِ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۵﴾

062.005 Mathalu allatheena hummiloo alttawrata thumma lam yahmilooha kamathali alhimari yahmilu asfaran bi/sa mathalu alqawmi allatheena kaththaboo bi-ayati Allahi waAllahu la yahdee alqawma alththalimeena

5 De gelijkenis van degenen die belast zijn met de Torah en die falen in het naleven ervan, is dat met die van een ezel die beladen is met boeken. Nog slechter is de gelijkenis van mensen die een leugen doen op de Tekenen van Allah. Allah leidt niet deregelijke misdadigers naar het rechte pad. Zij aan wie de Taura is opgelegd en die het daarna toch niet konden dragen lijken bijvoorbeeld op een ezel die boeken draagt. Het voorbeeld van de mensen die Allah's tekenen loochenen dat is pas slecht. Allah wijst de mensen die onrecht plegen de goede richting niet.

قُلۡ یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ ہَادُوۡۤا اِنۡ زَعَمۡتُمۡ اَنَّکُمۡ اَوۡلِیَآءُ لِلّٰہِ مِنۡ دُوۡنِ النَّاسِ فَتَمَنَّوُا الۡمَوۡتَ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۶﴾

062.006 Qul ya ayyuha allatheena hadoo in zaAAamtum annakum awliyao lillahi min dooni alnnasi fatamannawoo almawta in kuntum sadiqeena

6 Zeg: "O jullie die Joden zijn geworden, als jullie denken dat jullie Allah's favourieten zijn boven alle andere mensen, wens dan de dood als jullie waarheidsgetrouw zijn in jullie bewering." Zeg: "Jullie die het jodendom aanhangen! Als jullie beweren dat jullie Allah's vrienden zijn en de andere mensen niet, wenst dan de dood als jullie gelijk hebben."

وَ لَا یَتَمَنَّوۡنَہٗۤ اَبَدًۢا بِمَا قَدَّمَتۡ اَیۡدِیۡہِمۡ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌۢ بِالظّٰلِمِیۡنَ ﴿۷﴾

062.007 Wala yatamannawnahu abadan bima qaddamat aydeehim waAllahu AAaleemun bialththalimeena

7 Maar zij zullen de dood nooit wensen vanwege de (slechte) daden die zij hebben begaan. Allah is zeer bekend met de (handelwijze van de) onrechtvaardigen. Maar dat zullen zij nooit wensen, wegens wat hun handen eerder hebben gedaan. Allah kent de onrechtplegers.

قُلۡ اِنَّ الۡمَوۡتَ الَّذِیۡ تَفِرُّوۡنَ مِنۡہُ فَاِنَّہٗ مُلٰقِیۡکُمۡ ثُمَّ تُرَدُّوۡنَ اِلٰی عٰلِمِ الۡغَیۡبِ وَ الشَّہَادَۃِ فَیُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ٪﴿۸﴾

062.008 Qul inna almawta allathee tafirroona minhu fa-innahu mulaqeekum thumma turaddoona ila AAalimi alghaybi waalshshahadati fayunabbi-okum bima kuntum taAAmaloona

8 Zeg: "De dood waarvan jullie vluchten zal jullie zeker treffen. Dan zullen jullie teruggebracht worden tot de Kenner van het onzichtbare en zichtbare. Daarna zal Hij jullie hetgeen laten weten wat jullie hebben gedaan." Zeg: "De dood waarvoor jullie vluchten zal jullie inhalen. Dan zullen jullie naar de Kenner van het verborgene en het waarneembare worden teruggebracht. Hij zal jullie dan meedelen wat jullie aan het doen waren."

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا نُوۡدِیَ لِلصَّلٰوۃِ مِنۡ یَّوۡمِ الۡجُمُعَۃِ فَاسۡعَوۡا اِلٰی ذِکۡرِ اللّٰہِ وَ ذَرُوا الۡبَیۡعَ ؕ ذٰلِکُمۡ خَیۡرٌ لَّکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹﴾

062.009 Ya ayyuha allatheena amanoo itha noodiya lilssalati min yawmi aljumuAAati faisAAaw ila thikri Allahi watharoo albayAAa thalikum khayrun lakum in kuntum taAAlamoona

9 O gelovigen, wanneer op Vrijdag de oproep tot het gebed wordt gedaan, haast u dan Allah gedachtig te zijn en verlaat de handel. Dit is beter voor u, als u het maar wist. Jullie die geloven! Wanneer jullie tot de salaat op de vrijdag [als de dag van de samenkomst] worden opgeroepen, haast jullie dan om Allah te gedenken en laat het zakendoen. Dat is beter voor jullie, als jullie dat maar wisten.

فَاِذَا قُضِیَتِ الصَّلٰوۃُ فَانۡتَشِرُوۡا فِی الۡاَرۡضِ وَ ابۡتَغُوۡا مِنۡ فَضۡلِ اللّٰہِ وَ اذۡکُرُوا اللّٰہَ کَثِیۡرًا لَّعَلَّکُمۡ تُفۡلِحُوۡنَ ﴿۱۰﴾

062.010 Fa-itha qudiyati alssalatu faintashiroo fee al-ardi waibtaghoo min fadli Allahi waothkuroo Allaha katheeran laAAallakum tuflihoona

10 En als het gebed beŽindigd is, verspreidt u dan over het land en zoekt naar Allah's genade, en gedenkt Allah vaak, opdat u moogt slagen. En wanneer de salaat beŽindigd is, gaat dan weer uit elkaar het land in, streeft naar Allah's gunst en gedenk Allah veel; misschien zal het jullie welgaan.

وَ اِذَا رَاَوۡا تِجَارَۃً اَوۡ لَہۡوَۨا انۡفَضُّوۡۤا اِلَیۡہَا وَ تَرَکُوۡکَ قَآئِمًا ؕ قُلۡ مَا عِنۡدَ اللّٰہِ خَیۡرٌ مِّنَ اللَّہۡوِ وَ مِنَ التِّجَارَۃِ ؕ وَ اللّٰہُ خَیۡرُ الرّٰزِقِیۡنَ ﴿٪۱۱﴾

062.011 Wa-itha raaw tijaratan aw lahwan infaddoo ilayha watarakooka qa-iman qul ma AAinda Allahi khayrun mina allahwi wamina alttijarati waAllahu khayru alrraziqeena

11 Maar indien zij koopwaar of enig vermaak zien, gaan zij er haastig heen en laten u staan. Zeg: "Hetgeen bij Allah is, is beter dan vermaak en handel, en Allah is de beste Onderhouder." Maar wanneer zij koopwaar zien of een tijdverdrijf gaan zij erachteraan en zij laten jou staan. Zeg: "Wat bij Allah is, is beter dan tijdverdrijf en koopwaar en Allah is werkelijk de beste voorziener."


www.kuran.nl