بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَنِ الرَّحِيمِ
|
063.001 Itha jaaka almunafiqoona qaloo nashhadu innaka larasoolu Allahi waAllahu yaAAlamu innaka larasooluhu waAllahu yashhadu inna almunafiqeena lakathiboona |
1. Wanneer de huichelaars tot u komen, zeggen zij: "Wij getuigen dat u inderdaad de boodschapper van Allah bent." Allah weet dat u Zijn boodschapper bent, en Allah getuigt dat de huichelaars inderdaad leugenaars zijn. |
|
063.002 Ittakhathoo aymanahum junnatan fasaddoo AAan sabeeli Allahi innahum saa ma kanoo yaAAmaloona |
2. Zij hebben hun eden tot een schild gemaakt; zo leiden zij mensen van Allah's weg af. Hetgeen zij doen is zeker slecht. |
|
063.003 Thalika bi-annahum amanoo thumma kafaroo fatubiAAa AAala quloobihim fahum la yafqahoona |
3. Dat is omdat zij het geloof omhelsden en daarna verwierpen. Derhalve is een zegel op hun hart gedrukt en zij begrijpen niet (meer). |
|
063.004 Wa-itha raaytahum tuAAjibuka ajsamuhum wa-in yaqooloo tasmaAA liqawlihim kaannahum khushubun musannadatun yahsaboona kulla sayhatin AAalayhim humu alAAaduwwu faihtharhum qatalahumu Allahu anna yu/fakoona |
4. En wanneer u hen ziet, behaagt hun uterlijk u en indien zij spreken luistert u naar hen. Zij lijken op aangeklede stukken hout. Zij denken dat ieder gerucht tegen hen is. Zij zijn (uw) vijanden, neemt u daarom voor hen in acht. Allah's vloek zij over hen! Hoe ver zijn zij afgewend (van de Waarheid)! |
|
063.005 Wa-itha qeela lahum taAAalaw yastaghfir lakum rasoolu Allahi lawwaw ruoosahum waraaytahum yasuddoona wahum mustakbiroona |
5. En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Komt, de boodschapper van Allah zal voor u om vergiffenis vragen," dan wenden zij hun hoofd af en u ziet hen zich hoogmoedig terugtrekken. |
|
063.006 Sawaon AAalayhim astaghfarta lahum am lam tastaghfir lahum lan yaghfira Allahu lahum inna Allaha la yahdee alqawma alfasiqeena |
6. Het is hetzelfde of u wel of niet voor hen om vergiffenis vraagt, Allah zal hen stellig niet vergeven. Voorzeker, Allah leidt het opstandige volk niet. |
|
063.007 Humu allatheena yaqooloona la tunfiqoo AAala man AAinda rasooli Allahi hatta yanfaddoo walillahi khaza-inu alssamawati waal-ardi walakinna almunafiqeena la yafqahoona |
7. Zij zijn het die zeggen, "Besteedt niets voor degenen die met de boodschapper van Allah zijn zodat deze weglopen"- terwijl aan Allah de schatten der hemelen en der aarde behoren; maar de huichelaars begrijpen dit niet. |
|
063.008 Yaqooloona la-in rajaAAna ila almadeenati layukhrijanna al-aAAazzu minha al-athalla walillahi alAAizzatu walirasoolihi walilmu/mineena walakinna almunafiqeena la yaAAlamoona |
8. Zij zeggen: "Als wij naar Madinah terugkeren zal de aanzienlijkste er zeker de minste uitdrijven;" maar eer behoort aan Allah, Zijn boodschapper en de gelovigen; de huichelaars echter weten het niet. |
|
063.009 Ya ayyuha allatheena amanoo la tulhikum amwalukum wala awladukum AAan thikri Allahi waman yafAAal thalika faola-ika humu alkhasiroona |
9. O, u die gelooft, laat uw rijkdommen en uw kinderen u niet afleiden van de gedachtenis aan Allah. En wie dat doet behoort tot de verliezers. |
|
063.010 Waanfiqoo min ma razaqnakum min qabli an ya/tiya ahadakumu almawtu fayaqoola rabbi lawla akhkhartanee ila ajalin qareebin faassaddaqa waakun mina alssaliheena |
10. En besteedt uit datgene waarvan Wij u voorzien hebben voordat de dood één uwer overvalt en deze zegt: "Mijn Heer! Waarom heeft U mij niet voor een wijle uitstel verleend, opdat ik aalmoezen zou kunnen geven en tot de rechtvaardigen behoren?" |
|
063.011 Walan yu-akhkhira Allahu nafsan itha jaa ajaluha waAllahu khabeerun bima taAAmaloona |
11. En Allah geeft niemand uitstel wanneer zijn tijd is gekomen; en Allah is volkomen op de hoogte van hetgeen u doet. |
www.kuran.nl