Al-Djinn

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

قُلۡ اُوۡحِیَ اِلَیَّ اَنَّہُ اسۡتَمَعَ نَفَرٌ مِّنَ الۡجِنِّ فَقَالُوۡۤا اِنَّا سَمِعۡنَا قُرۡاٰنًا عَجَبًا ۙ﴿۱﴾

072.001 Qul oohiya ilayya annahu istamaAAa nafarun mina aljinni faqaloo inna samiAAna qur-anan AAajaban

1. Zeg: "Het is aan mij geopenbaard dat een groep van de djinn heeft geluisterd (naar de Kuran), en zij zeiden: 'Waarlijk, wij hebben een wonderbaarlijke verkondiging gehoord! Zeg: "Aan mij is geopenbaard dat er een groep djinn geluisterd heeft en dat zij toen zeiden: 'Wij hebben een wonderbaarlijke Koran gehoord

یَّہۡدِیۡۤ اِلَی الرُّشۡدِ فَاٰمَنَّا بِہٖ ؕ وَ لَنۡ نُّشۡرِکَ بِرَبِّنَاۤ اَحَدًا ۙ﴿۲﴾

072.002 Yahdee ila alrrushdi faamanna bihi walan nushrika birabbina ahadan

2. Die tot rechtschapenheid leidt; daarom hebben wij er in geloofd, en wij zullen stellig niemand met onze Heer vereenzelvigen. die naar de rechtschapenheid voert. Wij geloven er dus in en voegen niemand aan onze Heer als metgezel toe.?

وَّ اَنَّہٗ تَعٰلٰی جَدُّ رَبِّنَا مَا اتَّخَذَ صَاحِبَۃً وَّ لَا وَلَدًا ۙ﴿۳﴾

072.003 Waannahu taAAala jaddu rabbina ma ittakhatha sahibatan wala waladan

3. En de Majesteit van onze Heer is hoog verheven. Hij heeft noch echtgenote noch zoon. En: 'Verheven is de majesteit van onze Heer. Hij heeft zich geen metgezellin noch een kind genomen.?

وَّ اَنَّہٗ کَانَ یَقُوۡلُ سَفِیۡہُنَا عَلَی اللّٰہِ شَطَطًا ۙ﴿۴﴾

072.004 Waannahu kana yaqoolu safeehuna AAala Allahi shatatan

4. En voorzeker, de dwaas onder ons placht over Allah leugen te spreken. En: 'De dwaas onder ons zegt over Allah afwijkende dingen.?

وَّ اَنَّا ظَنَنَّاۤ اَنۡ لَّنۡ تَقُوۡلَ الۡاِنۡسُ وَ الۡجِنُّ عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا ۙ﴿۵﴾

072.005 Waanna thananna an lan taqoola al-insu waaljinnu AAala Allahi kathiban

5. Maarwij hadden gemeend dat mensen en djinn nooit een leugen over Allah zouden uiten. En: 'Wij zijn van mening dat mensen noch djinn over Allah leugens zullen mogen zeggen.?

وَّ اَنَّہٗ کَانَ رِجَالٌ مِّنَ الۡاِنۡسِ یَعُوۡذُوۡنَ بِرِجَالٍ مِّنَ الۡجِنِّ فَزَادُوۡہُمۡ رَہَقًا ۙ﴿۶﴾

072.006 Waannahu kana rijalun mina al-insi yaAAoothoona birijalin mina aljinni fazadoohum rahaqan

6. Voorzeker, waren er enige mensen die toevlucht bij sommige djinn zochten, waardoor zij hun zonden vermeerderden. En: 'Er waren mannen van de mensen die hun toevlucht zochten bij mannen van de djinn en zo maakten zij hen kwaadaardiger.?

وَّ اَنَّہُمۡ ظَنُّوۡا کَمَا ظَنَنۡتُمۡ اَنۡ لَّنۡ یَّبۡعَثَ اللّٰہُ اَحَدًا ۙ﴿۷﴾

072.007 Waannahum thannoo kama thanantum an lan yabAAatha Allahu ahadan

7. En zij meenden inderdaad, zoals u meende, dat Allah nooit een boodschapper zou zenden. En: 'Zij dachten evenals jullie dat Allah niemand zou laten opstaan.?

وَّ اَنَّا لَمَسۡنَا السَّمَآءَ فَوَجَدۡنٰہَا مُلِئَتۡ حَرَسًا شَدِیۡدًا وَّ شُہُبًا ۙ﴿۸﴾

072.008 Waanna lamasna alssamaa fawajadnaha muli-at harasan shadeedan washuhuban

8. En wij trachtten de hemel te bespieden en wij vonden deze vol sterke wachters en vlammen. En: 'Wij hebben de hemel afgezocht en gemerkt dat hij vol is met strenge wachters en staartsterren.?

وَّ اَنَّا کُنَّا نَقۡعُدُ مِنۡہَا مَقَاعِدَ لِلسَّمۡعِ ؕ فَمَنۡ یَّسۡتَمِعِ الۡاٰنَ یَجِدۡ لَہٗ شِہَابًا رَّصَدًا ۙ﴿۹﴾

072.009 Waanna kunna naqAAudu minha maqaAAida lilssamAAi faman yastamiAAi al-ana yajid lahu shihaban rasadan

9. En voorzeker, wij plachten op enige plaatsen te zitten om de gesprekken te beluisteren. Maar wie nu luistert, vindt een vlam die op hem wacht. En: 'Wij zaten er op allerlei plaatsen te luisteren, maar wie nu wil luisteren die vindt een staartster voor hem op de loer liggen.?

وَّ اَنَّا لَا نَدۡرِیۡۤ اَشَرٌّ اُرِیۡدَ بِمَنۡ فِی الۡاَرۡضِ اَمۡ اَرَادَ بِہِمۡ رَبُّہُمۡ رَشَدًا ﴿ۙ۱۰﴾

072.010 Waanna la nadree asharrun oreeda biman fee al-ardi am arada bihim rabbuhum rashadan

10. Wij weten daardoor niet of voor degenen die op aarde zijn, een ramp wordt bedoeld of dat hun Heer hen op het goede pad wil leiden. En: 'Wij weten niet of er iets slechts wordt beoogd met hen die er op de aarde zijn of dat hun Heer goede levenswandel voor hen beoogt.?

وَّ اَنَّا مِنَّا الصّٰلِحُوۡنَ وَ مِنَّا دُوۡنَ ذٰلِکَ ؕ کُنَّا طَرَآئِقَ قِدَدًا ﴿ۙ۱۱﴾

072.011 Waanna minna alssalihoona waminna doona thalika kunna tara-iqa qidadan

11. Er zijn onder ons die rechtvaardig zijn en er zijn onder ons die anders zijn en wij volgen verschillende wegen. En: 'Sommigen van ons zijn rechtschapen, maar anderen zijn dat niet; wij gaan gescheiden wegen.?

وَّ اَنَّا ظَنَنَّاۤ اَنۡ لَّنۡ نُّعۡجِزَ اللّٰہَ فِی الۡاَرۡضِ وَ لَنۡ نُّعۡجِزَہٗ ہَرَبًا ﴿ۙ۱۲﴾

072.012 Wanna thananna an lan nuAAjiza Allaha fee al-ardi walan nuAAjizahu haraban

12. En wij beseffen dat wij Allah's (plan) op aarde onmogelijk kunnen verijdelen, noch kunnen wij Hem door de vlucht ontlopen. En: 'Wij zijn van mening dat wij in de aarde Allah niet kunnen ontkomen en dat wij Hem ook niet door te vluchten kunnen ontkomen.?

وَّ اَنَّا لَمَّا سَمِعۡنَا الۡہُدٰۤی اٰمَنَّا بِہٖ ؕ فَمَنۡ یُّؤۡمِنۡۢ بِرَبِّہٖ فَلَا یَخَافُ بَخۡسًا وَّ لَا رَہَقًا ﴿ۙ۱۳﴾

072.013 Waanna lamma samiAAna alhuda amanna bihi faman yu/min birabbihi fala yakhafu bakhsan wala rahaqan

13. En toen wij de leiding hoorden, geloofden wij er in. En hij, die gelooft in zijn Heer, heeft geen vrees voor verlies of onrecht. En: 'Toen wij de leidraad hoorden geloofden wij erin; en wie in zijn Heer gelooft is voor geweld noch kwaadaardigheid bang.?

وَّ اَنَّا مِنَّا الۡمُسۡلِمُوۡنَ وَ مِنَّا الۡقٰسِطُوۡنَ ؕ فَمَنۡ اَسۡلَمَ فَاُولٰٓئِکَ تَحَرَّوۡا رَشَدًا ﴿۱۴﴾

072.014 Waanna minna almuslimoona waminna alqasitoona faman aslama faola-ika taharraw rashadan

14. En er zijn onder ons Moslims en er zijn onder ons die van de rechte weg zijn afgeweken. En zij die zich onderwerpen - hebben de rechte weg gezocht. En: 'Sommigen van ons hebben zich [aan Allah] overgegeven, maar anderen zijn verdoold. Zij die zich [aan Allah] overgeven, zij zijn het die naar goede levenswandel streven,

وَ اَمَّا الۡقٰسِطُوۡنَ فَکَانُوۡا لِجَہَنَّمَ حَطَبًا ﴿ۙ۱۵﴾

072.015 Waama alqasitoona fakanoo lijahannama hataban

15. En zij die van de rechte weg afwijken, zullen brandstof van de hel zijn.'" maar de verdoolden, zij zijn brandhout voor de hel.?

وَّ اَنۡ لَّوِ اسۡتَقَامُوۡا عَلَی الطَّرِیۡقَۃِ لَاَسۡقَیۡنٰہُمۡ مَّآءً غَدَقًا ﴿ۙ۱۶﴾

072.016 Waallawi istaqamoo AAala alttareeqati laasqaynahum maan ghadaqan

16. Indien zij zich aan het rechte pad houden zullen Wij hun water in overvloed te drinken geven, En: 'Als zij op de juiste weg gebleven waren, dan hadden wij hun overvloedig water te drinken gegeven

لِّنَفۡتِنَہُمۡ فِیۡہِ ؕ وَ مَنۡ یُّعۡرِضۡ عَنۡ ذِکۡرِ رَبِّہٖ یَسۡلُکۡہُ عَذَابًا صَعَدًا ﴿ۙ۱۷﴾

072.017 Linaftinahum feehi waman yuAArid AAan thikri rabbihi yasluk-hu AAathaban saAAadan

17. Om hen daarmee op de proef te stellen. En wie zich van de gedachte aan zijn Heer afwendt, Hij zal hem een toenemende straf toedienen. om hen daarmee op de proef te stellen. En wie zich van de vermaning van zijn Heer afwendt, die zal Hij een ondraaglijke bestraffing laten doormaken.?

وَّ اَنَّ الۡمَسٰجِدَ لِلّٰہِ فَلَا تَدۡعُوۡا مَعَ اللّٰہِ اَحَدًا ﴿ۙ۱۸﴾

072.018 Waanna almasajida lillahi fala tadAAoo maAAa Allahi ahadan

18. En zeg: "Alle bedehuizen behoren aan Allah; roept daarom niemand naast Allah aan." En: 'De moskeeŽn behoren Allah toe; roept dus niemand behalve Allah aan.?

وَّ اَنَّہٗ لَمَّا قَامَ عَبۡدُ اللّٰہِ یَدۡعُوۡہُ کَادُوۡا یَکُوۡنُوۡنَ عَلَیۡہِ لِبَدًا ﴿ؕ٪۱۹﴾

072.019 Waannahu lamma qama AAabdu Allahi yadAAoohu kadoo yakoonoona AAalayhi libadan

19. En toen de dienaar van Allah opstond om Hem te aanbidden, vielen zij hem bijna aan. En: 'Toen Allah's dienaar opstond om Hem aan te roepen zaten zij bijna boven op hem.?"

قُلۡ اِنَّمَاۤ اَدۡعُوۡا رَبِّیۡ وَ لَاۤ اُشۡرِکُ بِہٖۤ اَحَدًا ﴿۲۰﴾

072.020 Qul innama adAAoo rabbee wala oshriku bihi ahadan

20. Zeg: "Ik bid alleen tot mijn Heer en ik vereenzelvig niemand met Hem." Zeg: "Ik roep alleen maar mijn Heer aan en ik voeg aan Hem niemand als metgezel toe."

قُلۡ اِنِّیۡ لَاۤ اَمۡلِکُ لَکُمۡ ضَرًّا وَّ لَا رَشَدًا ﴿۲۱﴾

072.021 Qul innee la amliku lakum darran wala rashadan

21. Zeg: "Ik heb (uit mijzelf) geen macht u goed of kwaad te doen." Zeg: "Ik heb geen macht om jullie schade te berokkenen of tot een goede levenswandel te brengen."

قُلۡ اِنِّیۡ لَنۡ یُّجِیۡرَنِیۡ مِنَ اللّٰہِ اَحَدٌ ۬ۙ وَّ لَنۡ اَجِدَ مِنۡ دُوۡنِہٖ مُلۡتَحَدًا ﴿ۙ۲۲﴾

072.022 Qul innee lan yujeeranee mina Allahi ahadun walan ajida min doonihi multahadan

22. Zeg: "Voorzeker, niemand kan mij tegen Allah beschermen, noch kan ik een andere schuilplaats vinden buiten Hem - Zeg: "Niemand zal mij tegen Allah beschermen en buiten Hem zal ik geen schuilplaats vinden.

اِلَّا بَلٰغًا مِّنَ اللّٰہِ وَ رِسٰلٰتِہٖ ؕ وَ مَنۡ یَّعۡصِ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ فَاِنَّ لَہٗ نَارَ جَہَنَّمَ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ﴿ؕ۲۳﴾

072.023 Illa balaghan mina Allahi warisalatihi waman yaAAsi Allaha warasoolahu fa-inna lahu nara jahannama khalideena feeha abadan

23. (Mij is) slechts de verkondiging van Allah's boodschap opgedragen." En voor degenen die Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzamen is het Vuur van de hel, waarin zij lange tijd zullen vertoeven, Het is slechts een verkondiging van Allah en van Zijn boodschap. En wie aan Allah en Zijn gezant ongehoorzaam is, voor hem is er het vuur van de hel. Daarin zullen zij altijd en immer blijven.

حَتّٰۤی اِذَا رَاَوۡا مَا یُوۡعَدُوۡنَ فَسَیَعۡلَمُوۡنَ مَنۡ اَضۡعَفُ نَاصِرًا وَّ اَقَلُّ عَدَدًا ﴿۲۴﴾

072.024 Hatta itha raaw ma yooAAadoona fasayaAAlamoona man adAAafu nasiran waaqallu AAadadan

24. Tot zij de straf zien waarmee zij worden bedreigd, maar dan zullen zij ook weten wie zwakkere helpers en kleiner aantal heeft. Als zij dan zien wat hun wordt aangezegd zullen zij weten wie de zwakste helper en het kleinste aantal heeft."

قُلۡ اِنۡ اَدۡرِیۡۤ اَقَرِیۡبٌ مَّا تُوۡعَدُوۡنَ اَمۡ یَجۡعَلُ لَہٗ رَبِّیۡۤ اَمَدًا ﴿۲۵﴾

072.025 Qul in adree aqareebun ma tooAAadoona am yajAAalu lahu rabbee amadan

25. Zeg hun: "Ik weet niet of hetgeen waarmede u bedreigd wordt nabij is of wel dat mijn Heer het zal uitstellen voor een lange tijd." Zeg: "Ik weet niet of wat aangezegd wordt dichtbij is of dat het naar later verschoven is door mijn Heer,

عٰلِمُ الۡغَیۡبِ فَلَا یُظۡہِرُ عَلٰی غَیۡبِہٖۤ اَحَدًا ﴿ۙ۲۶﴾

072.026 AAalimu alghaybi fala yuthhiru AAala ghaybihi ahadan

26. Hij is de Kenner van het onzienlijke en Hij geeft niemand overvloedig kennis van Zijn geheimen. die het verborgene kent en die Zijn verborgenheid aan niemand toont,

اِلَّا مَنِ ارۡتَضٰی مِنۡ رَّسُوۡلٍ فَاِنَّہٗ یَسۡلُکُ مِنۡۢ بَیۡنِ یَدَیۡہِ وَ مِنۡ خَلۡفِہٖ رَصَدًا ﴿ۙ۲۷﴾

072.027 Illa mani irtada min rasoolin fa-innahu yasluku min bayni yadayhi wamin khalfihi rasadan

27. Behalve hem die Hij als boodschapper kiest. Dan doet Hij een wacht vůůr hem en achter hem gaan, behalve aan een gezant aan wie Hij een welbehagen heeft. En Hij laat voor hem en achter hem bewakers op de loer liggen,

لِّیَعۡلَمَ اَنۡ قَدۡ اَبۡلَغُوۡا رِسٰلٰتِ رَبِّہِمۡ وَ اَحَاطَ بِمَا لَدَیۡہِمۡ وَ اَحۡصٰی کُلَّ شَیۡءٍ عَدَدًا ﴿٪۲۸﴾

072.028 LiyaAAlama an qad ablaghoo risalati rabbihim waahata bima ladayhim waahsa kulla shay-in AAadadan

28. Opdat Hij moge weten dat zij (Zijn boodschappers) de boodschappen van hun Heer hebben overgebracht. En Hij omvat alles wat met hen is - en Hij heeft alles berekend. om te weten of zij de boodschap van hun Heer verkondigen. Hij omvat wat bij hen is en Hij heeft alles opgesomd en nauwkeurig geteld."


www.kuran.nl