بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَنِ الرَّحِيمِ
|
072.001 Qul oohiya ilayya annahu istamaAAa nafarun mina aljinni faqaloo inna samiAAna qur-anan AAajaban |
1. Zeg: "Het is aan mij geopenbaard dat een groep der djinn heeft geluisterd (naar de Koran), en zij zeiden: 'Waarlijk, wij hebben een wonderbaarlijke verkondiging gehoord! |
|
072.002 Yahdee ila alrrushdi faamanna bihi walan nushrika birabbina ahadan |
2. Die tot rechtschapenheid leidt; daarom hebben wij er in geloofd, en wij zullen stellig niemand met onze Heer vereenzelvigen. |
|
072.003 Waannahu taAAala jaddu rabbina ma ittakhatha sahibatan wala waladan |
3. En de Majesteit van onze Heer is hoog verheven. Hij heeft noch echtgenote noch zoon. |
|
072.004 Waannahu kana yaqoolu safeehuna AAala Allahi shatatan |
4. En voorzeker, de dwaas onder ons placht over Allah leugen te spreken. |
|
072.005 Waanna thananna an lan taqoola al-insu waaljinnu AAala Allahi kathiban |
5. Maarwij hadden gemeend dat mensen en djinn nooit een leugen over Allah zouden uiten. |
|
072.006 Waannahu kana rijalun mina al-insi yaAAoothoona birijalin mina aljinni fazadoohum rahaqan |
6. Voorzeker, waren er enige mensen die toevlucht bij sommige djinn zochten, waardoor zij hun zonden vermeerderden. |
|
072.007 Waannahum thannoo kama thanantum an lan yabAAatha Allahu ahadan |
7. En zij meenden inderdaad, zoals u meende, dat Allah nooit een boodschapper zou zenden. |
|
072.008 Waanna lamasna alssamaa fawajadnaha muli-at harasan shadeedan washuhuban |
8. En wij trachtten de hemel te bespieden en wij vonden deze vol sterke wachters en vlammen. |
|
072.009 Waanna kunna naqAAudu minha maqaAAida lilssamAAi faman yastamiAAi al-ana yajid lahu shihaban rasadan |
9. En voorzeker, wij plachten op enige plaatsen te zitten om de gesprekken te beluisteren. Maar wie nu luistert, vindt een vlam die op hem wacht. |
|
072.010 Waanna la nadree asharrun oreeda biman fee al-ardi am arada bihim rabbuhum rashadan |
10. Wij weten daardoor niet of voor degenen die op aarde zijn, een ramp wordt bedoeld of dat hun Heer hen op het goede pad wil leiden. |
|
072.011 Waanna minna alssalihoona waminna doona thalika kunna tara-iqa qidadan |
11. Er zijn onder ons die rechtvaardig zijn en er zijn onder ons die anders zijn en wij volgen verschillende wegen. |
|
072.012 Wanna thananna an lan nuAAjiza Allaha fee al-ardi walan nuAAjizahu haraban |
12. En wij beseffen dat wij Allah's (plan) op aarde onmogelijk kunnen verijdelen, noch kunnen wij Hem door de vlucht ontlopen. |
|
072.013 Waanna lamma samiAAna alhuda amanna bihi faman yu/min birabbihi fala yakhafu bakhsan wala rahaqan |
13. En toen wij de leiding hoorden, geloofden wij er in. En hij, die gelooft in zijn Heer, heeft geen vrees voor verlies of onrecht. |
|
072.014 Waanna minna almuslimoona waminna alqasitoona faman aslama faola-ika taharraw rashadan |
14. En er zijn onder ons Moslims en er zijn onder ons die van de rechte weg zijn afgeweken. En zij die zich onderwerpen - hebben de rechte weg gezocht. |
|
072.015 Waama alqasitoona fakanoo lijahannama hataban |
15. En zij die van de rechte weg afwijken, zullen brandstof der hel zijn.'" |
|
072.016 Waallawi istaqamoo AAala alttareeqati laasqaynahum maan ghadaqan |
16. Indien zij zich aan het rechte pad houden zullen Wij hun water in overvloed te drinken geven, |
|
072.017 Linaftinahum feehi waman yuAArid AAan thikri rabbihi yasluk-hu AAathaban saAAadan |
17. Om hen daarmee op de proef te stellen. En wie zich van de gedachte aan zijn Heer afwendt, Hij zal hem een toenemende straf toedienen. |
|
072.018 Waanna almasajida lillahi fala tadAAoo maAAa Allahi ahadan |
18. En zeg: "Alle bedehuizen behoren aan Allah; roept daarom niemand naast Allah aan." |
|
072.019 Waannahu lamma qama AAabdu Allahi yadAAoohu kadoo yakoonoona AAalayhi libadan |
19. En toen de dienaar van Allah opstond om Hem te aanbidden, vielen zij hem bijna aan. |
|
072.020 Qul innama adAAoo rabbee wala oshriku bihi ahadan |
20. Zeg: "Ik bid alleen tot mijn Heer en ik vereenzelvig niemand met Hem." |
|
072.021 Qul innee la amliku lakum darran wala rashadan |
21. Zeg: "Ik heb (uit mijzelf) geen macht u goed of kwaad te doen." |
|
072.022 Qul innee lan yujeeranee mina Allahi ahadun walan ajida min doonihi multahadan |
22. Zeg: "Voorzeker, niemand kan mij tegen Allah beschermen, noch kan ik een andere schuilplaats vinden buiten Hem - |
|
072.023 Illa balaghan mina Allahi warisalatihi waman yaAAsi Allaha warasoolahu fa-inna lahu nara jahannama khalideena feeha abadan |
23. (Mij is) slechts de verkondiging van Allah's boodschap opgedragen." En voor degenen die Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzamen is het Vuur der hel, waarin zij lange tijd zullen vertoeven, |
|
072.024 Hatta itha raaw ma yooAAadoona fasayaAAlamoona man adAAafu nasiran waaqallu AAadadan |
24. Tot zij de straf zien waarmee zij worden bedreigd, maar dan zullen zij ook weten wie zwakkere helpers en kleiner aantal heeft. |
|
072.025 Qul in adree aqareebun ma tooAAadoona am yajAAalu lahu rabbee amadan |
25. Zeg hun: "Ik weet niet of hetgeen waarmede u bedreigd wordt nabij is of wel dat mijn Heer het zal uitstellen voor een lange tijd." |
|
072.026 AAalimu alghaybi fala yuthhiru AAala ghaybihi ahadan |
26. Hij is de Kenner van het onzienlijke en Hij geeft niemand overvloedig kennis van Zijn geheimen. |
|
072.027 Illa mani irtada min rasoolin fa-innahu yasluku min bayni yadayhi wamin khalfihi rasadan |
27. Behalve hem die Hij als boodschapper kiest. Dan doet Hij een wacht voor hem en achter hem gaan, |
|
072.028 LiyaAAlama an qad ablaghoo risalati rabbihim waahata bima ladayhim waahsa kulla shay-in AAadadan |
28. Opdat Hij moge weten dat zij (Zijn boodschappers) de boodschappen van hun Heer hebben overgebracht. En Hij omvat alles wat met hen is - en Hij heeft alles berekend. |
www.kuran.nl