Al-Boroej

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

وَ السَّمَآءِ ذَاتِ الۡبُرُوۡجِ ۙ﴿۱﴾

085.001 Waalssama-i thati alburooji

1. Bij de hemel met zijn constellaties. Bij de hemel vol sterrenbeelden!

وَ الۡیَوۡمِ الۡمَوۡعُوۡدِ ۙ﴿۲﴾

085.002 Waalyawmi almawAAoodi

2. En bij de beloofde Dag. Bij de aangezegde dag!

وَ شَاہِدٍ وَّ مَشۡہُوۡدٍ ؕ﴿۳﴾

085.003 Washahidin wamashhoodin

3. En bij de getuige en hetgeen waarover hij getuigenis aflegt. Bij een getuige en wat getuigd wordt!

قُتِلَ اَصۡحٰبُ الۡاُخۡدُوۡدِ ۙ﴿۴﴾

085.004 Qutila as-habu alukhdoodi

4. Vervloekt zijn degenen die groeven maakten - Doodvallen mogen de makers van de kuil,

النَّارِ ذَاتِ الۡوَقُوۡدِ ۙ﴿۵﴾

085.005 Alnnari thati alwaqoodi

5. Daarin vuur stookten - van het vuur met veel brandstof.

اِذۡ ہُمۡ عَلَیۡہَا قُعُوۡدٌ ۙ﴿۶﴾

085.006 Ith hum AAalayha quAAoodun

6. Ziet! Zij zaten er bij, Toen zij erbij zaten

وَّ ہُمۡ عَلٰی مَا یَفۡعَلُوۡنَ بِالۡمُؤۡمِنِیۡنَ شُہُوۡدٌ ؕ﴿۷﴾

085.007 Wahum AAala ma yafAAaloona bialmu/mineena shuhoodun

7. En waren getuigen van wat zij de gelovigen aandeden. en getuige waren van wat zij de gelovigen aandeden!

وَ مَا نَقَمُوۡا مِنۡہُمۡ اِلَّاۤ اَنۡ یُّؤۡمِنُوۡا بِاللّٰہِ الۡعَزِیۡزِ الۡحَمِیۡدِ ۙ﴿۸﴾

085.008 Wama naqamoo minhum illa an yu/minoo biAllahi alAAazeezi alhameedi

8. En zij wreekten zich slechts op hen omdat zij in Allah geloofden, de Almachtige, de Geprezene. Zij koesterden alleen maar wrok tegen hen omdat zij geloofden in Allah, de machtige, de lofwaardige,

الَّذِیۡ لَہٗ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ شَہِیۡدٌ ؕ﴿۹﴾

085.009 Allathee lahu mulku alssamawati waal-ardi waAllahu AAala kulli shay-in shaheedun

9. Aan Wie het koninkrijk van de hemelen en van de aarde behoort; en Allah is Getuige van alle dingen. die de heerschappij over de hemelen en de aarde heeft. En Allah is van alles getuige.

اِنَّ الَّذِیۡنَ فَتَنُوا الۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ الۡمُؤۡمِنٰتِ ثُمَّ لَمۡ یَتُوۡبُوۡا فَلَہُمۡ عَذَابُ جَہَنَّمَ وَ لَہُمۡ عَذَابُ الۡحَرِیۡقِ ﴿ؕ۱۰﴾

085.010 Inna allatheena fatanoo almu/mineena waalmu/minati thumma lam yatooboo falahum AAathabu jahannama walahum AAathabu alhareeqi

10. En zij, die de gelovige mannen en vrouwen vervolgen en dan geen berouw hebben, voor hen is de straf van de hel, en hen wacht de straf van het branden. Zij die gelovige mannen en vrouwen aan verzoeking blootstellen en dan geen berouw tonen, voor hen is de bestraffing van de hel, voor hen is de bestraffing met het vuur.

اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ لَہُمۡ جَنّٰتٌ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ ۬ؕؑ ذٰلِکَ الۡفَوۡزُ الۡکَبِیۡرُ ﴿ؕ۱۱﴾

085.011 Inna allatheena amanoo waAAamiloo alssalihati lahum jannatun tajree min tahtiha al-anharu thalika alfawzu alkabeeru

11. Voorzeker, de gelovigen die goede werken doen, zullen tuinen hebben waardoor rivieren stromen. Dat is de grote zegepraal. Zij die geloven en de deugdelijke daden doen, voor hen zijn er tuinen waar de rivieren onderdoor stromen. Dat is de grote triomf!

اِنَّ بَطۡشَ رَبِّکَ لَشَدِیۡدٌ ﴿ؕ۱۲﴾

085.012 Inna batsha rabbika lashadeedun

12. Waarlijk, de greep van uw Heer is hard. Het geweld van jouw Heer is hevig.

اِنَّہٗ ہُوَ یُبۡدِئُ وَ یُعِیۡدُ ﴿ۚ۱۳﴾

085.013 Innahu huwa yubdi-o wayuAAeedu

13. Hij is het Die schept en weder voortbrengt; Hij is het die [de schepping] laat beginnen en die [haar] herhaalt.

وَ ہُوَ الۡغَفُوۡرُ الۡوَدُوۡدُ ﴿ۙ۱۴﴾

085.014 Wahuwa alghafooru alwadoodu

14. En Hij is de Vergevende, de Liefderijke; Hij is de vergevende, de liefdevolle,

ذُو الۡعَرۡشِ الۡمَجِیۡدُ ﴿ۙ۱۵﴾

085.015 Thoo alAAarshi almajeedi

15. De Heer van de Troon, de Roemrijke; de Heer van de grote troon

فَعَّالٌ لِّمَا یُرِیۡدُ ﴿ؕ۱۶﴾

085.016 FaAAAAalun lima yureedu

16. Uitvoerder van wat Hij wil. die doet wat Hij wenst.

ہَلۡ اَتٰىکَ حَدِیۡثُ الۡجُنُوۡدِ ﴿ۙ۱۷﴾

085.017 Hal ataka hadeethu aljunoodi

17. Heeft het verhaal van de heerscharen u dan niet bereikt, Is het verhaal van de troepenmachten tot jou gekomen?

فِرۡعَوۡنَ وَ ثَمُوۡدَ ﴿ؕ۱۸﴾

085.018 FirAAawna wathamooda

18. Van Pharao en de Samoed? Van Fir'aun en de Thamoed?

بَلِ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا فِیۡ تَکۡذِیۡبٍ ﴿ۙ۱۹﴾

085.019 Bali allatheena kafaroo fee taktheebin

19. Ja, maar de ongelovigen loochenen het. Welnee, zij die ongelovig zijn blijven steeds loochenen.

وَّ اللّٰہُ مِنۡ وَّرَآئِہِمۡ مُّحِیۡطٌ ﴿ۚ۲۰﴾

085.020 WaAllahu min wara-ihim muheetun

20. En Allah omsingelt hen van achteraf. Maar Allah omvat hen van achteren.

بَلۡ ہُوَ قُرۡاٰنٌ مَّجِیۡدٌ ﴿ۙ۲۱﴾

085.021 Bal huwa qur-anun majeedun

21. Voorwaar, het is een glorierijke Kuran, Ja zeker, het is een glorierijke Koran,

فِیۡ لَوۡحٍ مَّحۡفُوۡظٍ ﴿٪۲۲﴾

085.022 Fee lawhin mahfoothin

22. Op een beschermde tafel. op een goedbewaard paneel.


www.kuran.nl