Al-Lail

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

وَ الَّیۡلِ اِذَا یَغۡشٰی ۙ﴿۱﴾

092.001 Waallayli itha yaghsha

1. Bij de nacht als hij bedekt. Bij de nacht wanneer hij toedekt!

وَ النَّہَارِ اِذَا تَجَلّٰی ۙ﴿۲﴾

092.002 Waalnnahari itha tajalla

2. En bij de dag wanneer hij schittert, Bij de dag wanneer hij verschijnt!

وَ مَا خَلَقَ الذَّکَرَ وَ الۡاُنۡثٰۤی ۙ﴿۳﴾

092.003 Wama khalaqa alththakara waal-ontha

3. En bij de schepping van man en vrouw. Bij Hem die het mannelijke en het vrouwelijke heeft geschapen!

اِنَّ سَعۡیَکُمۡ لَشَتّٰی ؕ﴿۴﴾

092.004 Inna saAAyakum lashatta

4. Voorzeker, uw streven is verschillend. Jullie streven is echt velerlei.

فَاَمَّا مَنۡ اَعۡطٰی وَ اتَّقٰی ۙ﴿۵﴾

092.005 Faamma man aAAta waittaqa

5. Wat hem betreft die geeft en God vreest, Hij dan die geeft en godvrezend is

وَ صَدَّقَ بِالۡحُسۡنٰی ۙ﴿۶﴾

092.006 Wasaddaqa bialhusna

6. En het goede aanvaardt, en aan het allermooiste gelooft,

فَسَنُیَسِّرُہٗ لِلۡیُسۡرٰی ؕ﴿۷﴾

092.007 Fasanuyassiruhu lilyusra

7. Wij zullen zijn weg effenen tot welslagen. hem leggen Wij een gemakkelijke taak op.

وَ اَمَّا مَنۡۢ بَخِلَ وَ اسۡتَغۡنٰی ۙ﴿۸﴾

092.008 Waamma man bakhila waistaghna

8. Maar hij, die vrekkig en onverschillig is, Hij dan die gierig en zelfgenoegzaam is

وَ کَذَّبَ بِالۡحُسۡنٰی ۙ﴿۹﴾

092.009 Wakaththaba bialhusna

9. En het beste verwerpt, en die het allermooiste loochent,

فَسَنُیَسِّرُہٗ لِلۡعُسۡرٰی ﴿ؕ۱۰﴾

092.010 Fasanuyassiruhu lilAAusra

10. Wij zullen hem naar moeilijkheden leiden. hem leggen Wij een moeilijke taak op.

وَ مَا یُغۡنِیۡ عَنۡہُ مَا لُہٗۤ اِذَا تَرَدّٰی ﴿ؕ۱۱﴾

092.011 Wama yughnee AAanhu maluhu itha taradda

11. Wanneer hij te gronde gaat zullen zijn rijkdommen hem niet baten. Zijn bezit baat hem niet als hij in de afgrond stort.

اِنَّ عَلَیۡنَا لَلۡہُدٰی ﴿۫ۖ۱۲﴾

092.012 Inna AAalayna lalhuda

12. Voorwaar, het is aan Ons om te leiden. Het is Onze taak de goede weg te wijzen.

وَ اِنَّ لَنَا لَلۡاٰخِرَۃَ وَ الۡاُوۡلٰی ﴿۱۳﴾

092.013 Wa-inna lana lal-akhirata waal-oola

13. En aan Ons is het Hiernamaals en ook deze wereld. En van Ons is het hiernamaals en het tegenwoordige bestaan.

فَاَنۡذَرۡتُکُمۡ نَارًا تَلَظّٰی ﴿ۚ۱۴﴾

092.014 Faanthartukum naran talaththa

14. Daarom waarschuw Ik u voor het laaiend Vuur; Ik waarschuw jullie dus voor een vuur dat laait.

لَا یَصۡلٰىہَاۤ اِلَّا الۡاَشۡقَی ﴿ۙ۱۵﴾

092.015 La yaslaha illa al-ashqa

15. Niemand zal er binnengaan dan de rampzaligste, Daarin zal slechts de ellendeling braden

الَّذِیۡ کَذَّبَ وَ تَوَلّٰی ﴿ؕ۱۶﴾

092.016 Allathee kaththaba watawalla

16. Die loochent en zich afwendt. die het geloochend en zich afgekeerd heeft.

وَ سَیُجَنَّبُہَا الۡاَتۡقَی ﴿ۙ۱۷﴾

092.017 Wasayujannabuha al-atqa

17. Maar de rechtvaardige zal ver daarvan verwijderd worden. Maar de godvrezende zal daarvan ver gehouden worden

الَّذِیۡ یُؤۡتِیۡ مَالَہٗ یَتَزَکّٰی ﴿ۚ۱۸﴾

092.018 Allathee yu/tee malahu yatazakka

18. Die zijn rijkdommen weggeeft om zich te louteren. hij die zijn bezit gegeven heeft om zich te louteren

وَ مَا لِاَحَدٍ عِنۡدَہٗ مِنۡ نِّعۡمَۃٍ تُجۡزٰۤی ﴿ۙ۱۹﴾

092.019 Wama li-ahadin AAindahu min niAAmatin tujza

19. En niemand heeft Hem een gunst bewezen waarvoor hij moet worden beloond. en niet om voor een weldaad door iemand beloond te worden,

اِلَّا ابۡتِغَآءَ وَجۡہِ رَبِّہِ الۡاَعۡلٰی ﴿ۚ۲۰﴾

092.020 Illa ibtighaa wajhi rabbihi al-aAAla

20. Maar hij die het welbehagen zoekt van zijn Heer, de Verhevene, maar uit zijn verlangen naar het aangezicht van zijn hoogste Heer.

وَ لَسَوۡفَ یَرۡضٰی ﴿٪۲۱﴾

092.021 Walasawfa yarda

21. Weldra zal hij tevreden zijn. En Hij zal tevreden zijn.


www.kuran.nl