Ad-Dhohaa

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

وَ الضُّحٰی ۙ﴿۱﴾

093.001 Waaldduha

1. Bij de glorie van de dag. Bij het morgenlicht!

وَ الَّیۡلِ اِذَا سَجٰی ۙ﴿۲﴾

093.002 Waallayli itha saja

2. En bij de nacht als het donker is. Bij de nacht wanneer het stil is!

مَا وَدَّعَکَ رَبُّکَ وَ مَا قَلٰی ؕ﴿۳﴾

093.003 Ma waddaAAaka rabbuka wama qala

3. Uw Heer heeft u niet verlaten, noch is Hij mishaagd over u. Jouw Heer heeft je niet verlaten, noch gehaat.

وَ لَلۡاٰخِرَۃُ خَیۡرٌ لَّکَ مِنَ الۡاُوۡلٰی ؕ﴿۴﴾

093.004 Walal-akhiratu khayrun laka mina al-oola

4. Voorwaar, het komende uur zal beter zijn voor u dan het vorige. En het hiernamaals is echt beter voor jou dan het tegenwoordige bestaan.

وَ لَسَوۡفَ یُعۡطِیۡکَ رَبُّکَ فَتَرۡضٰی ؕ﴿۵﴾

093.005 Walasawfa yuAAteeka rabbuka fatarda

5. En voorwaar uw Heer zal u geven, en u zult tevreden zijn. Jouw Heer zal jou zeker geven en dan ben jij voldaan.

اَلَمۡ یَجِدۡکَ یَتِیۡمًا فَاٰوٰی ۪﴿۶﴾

093.006 Alam yajidka yateeman faawa

6. Vond Hij u niet als wees, en beschermde u? Heeft Hij jou niet als wees gevonden en onderdak gegeven?

وَ وَجَدَکَ ضَآلًّا فَہَدٰی ۪﴿۷﴾

093.007 Wawajadaka dallan fahada

7. En vond Hij u niet zoekende en leidde Hij u? Jou dwalend gevonden en jou de weg gewezen?

وَ وَجَدَکَ عَآئِلًا فَاَغۡنٰی ؕ﴿۸﴾

093.008 Wawajadaka AAa-ilan faaghna

8. En vond Hij u niet in armoede en verrijkte u? Jou behoeftig gevonden en rijk gemaakt?

فَاَمَّا الۡیَتِیۡمَ فَلَا تَقۡہَرۡ ؕ﴿۹﴾

093.009 Faamma alyateema fala taqhar

9. Daarom verdruk de wees niet, De wees dus, verdruk hem niet.

وَ اَمَّا السَّآئِلَ فَلَا تَنۡہَرۡ ﴿ؕ۱۰﴾

093.010 Waamma alssa-ila fala tanhar

10. En snauw de bedelaar niet af. De bedelaar, verjaag hem niet.

وَ اَمَّا بِنِعۡمَۃِ رَبِّکَ فَحَدِّثۡ ﴿۱۱﴾

093.011 Waamma biniAAmati rabbika fahaddith

11. Maar maak de gunst van uw Heer bekend. En de genade van jouw Heer, vertel daarvan!


www.kuran.nl