| KUSSENS............................................................................2 | |
| 76 Rustend op groene kussens en prachtige tapijten | Rahmaan 55 |
| 15 En kussens gerangschikt | Ghaasjijahh 88 |
| KUST...............................................................................1 | |
| 49 Als een gunst van zijn Heer hem niet had bereikt dan zou hij zeker op een dorre kust geworpen zijn terwijl hij vernederd werd | Qalam 68 |
| KWAAD..............................................................................79 | |
| 81 Voorzeker die kwaad doet en door zijn zonden is omringd - zij zijn de bewoners van het Vuur daarin zullen zij verblijven | Baqarah 2 |
| 90 Kwaad is datgene waarvoor zij hun ziel hebben verkocht daar zij verwerpen hetgeen Allah heeft geopenbaard er afkerig van zijnde dat Allah Zijn genade doet dalen over diegenen Zijner dienaren die Hij wil Daardoor brachten zij toorn op toorn over zich en er is een vernederende kastijding voor de ongelovigen | Baqarah 2 |
| 169 Hij gebiedt u alleen wat kwaad en wat onrein is en dat u over Allah zegt wat u niet weet | Baqarah 2 |
| 108 Dit zijn de tekenen van Allah welke wij u naar waarheid voordragen Allah wenst de werelden geen kwaad toe | Imraan 3 |
| 110 U Moslims bent het beste volk dat voor de mensheid ter lering is verwekt u gebiedt wat goed is verbiedt wat kwaad is en gelooft in Allah En indien de mensen van het Boek hadden geloofd zou het zeker beter voor hen zijn geweest Sommigen hunner zijn gelovigen maar de meesten hunner zijn overtreders | Imraan 3 |
| 174 Daarom keerden zij met de gunst en genade van Allah terug geen kwaad had hen aangeraakt en zij volgden Allah's welbehagen en Allah is de Heer van grote overvloed | Imraan 3 |
| 187 En toen Allah een verbond sloot met degenen die het Boek gegeven was zei Hij U zult dit aan de mensen bekend maken en het niet verbergen Maar zij verwaarloosden dat voor luttel gewin Kwaad was hetgeen zij in ruil namen | Imraan 3 |
| 17 Waarlijk berouw bestaat bij Allah alleen van degenen die in onwetendheid kwaad doen en dan daarna berouw hebben Dezen zijn het tot wie Allah Zich met barmhartigheid wendt en Allah is Alwetend Alwijs | Nisa 4 |
| 18 Er is geen aanvaarding van berouw voor degene die kwaad doet totdat de dood hem in het gezicht staart en hij zegt Ik heb berouw' noch voor degenen die als ongelovigen sterven Dezen zijn het voor wie Wij een pijnlijke straf hebben bereid | Nisa 4 |
| 19 O u die gelooft het is u niet geoorloofd vrouwen te erven tegen haar wil noch moogt u haar tegenhouden opdat u een gedeelte van wat u haar heeft gegeven moogt terugnemen tenzij zij schuldig zijn aan een schandelijk kwaad en blijft met haar vriendelijk omgaan en als u afkeer van haar heeft kan het zijn dat u afkeer heeft van iets waarin Allah veel goeds kan hebben gelegd | Nisa 4 |
| 79 Welk goed ook tot u komt dat komt van Allah en welk kwaad u overkomt komt door uzelf En wij hebben u als boodschapper tot de mensheid gezonden Allah is als Getuige toereikend | Nisa 4 |
| 110 Wie kwaad doet of zijn ziel onrecht aandoet en daarna Allah om vergiffenis vraagt zal Allah Vergevensgezind Genadevol vinden | Nisa 4 |
| 123 Niet naar uw wensen de ongelovigen noch naar de wensen van de mensen van het Boek Wie kwaad doet zal er voor worden gestraft en hij zal buiten Allah vriend noch helper vinden | Nisa 4 |
| 149 Of u een goede daad openlijk verricht of deze verbergt of een kwaad vergeeft Allah is voorzeker de Inschikkelijke de Almachtige | Nisa 4 |
| 76 Zeg Aanbidt u naast Allah datgene wat geen macht heeft u goed of kwaad te doen En het is Allah Die Alhorend Alwetend is | Maidah 5 |
| 54 Wanneer degenen die in Onze tekenen geloven tot u komen zeg dan Vrede zij u Uw Heer heeft barmhartigheid op zich genomen dus wie uwer in onwetendheid kwaad doet en daarna berouw heeft en zich verbetert voor hem is Hij Vergevensgezind Genadevol | Anaam 6 |
| 131 Wanneer er goeds tot hen kwam zeiden zij Dit komt ons toe En als hen kwaad overkwam schreven zij de tegenspoed toe aan Mozes en zijn metgezellen Let op Hun tegenspoed was eveneens van Allah Maar de meesten hunner weten het niet | Aaraaf 7 |
| 153 Maar diegenen die kwaad doen en daarna berouw tonen en geloven voorzeker uw Heer is dan Vergevensgezind Genadevol | Aaraaf 7 |
| 188 Zeg Ik heb buiten hetgeen Allah wil geen macht over goed of kwaad voor mijzelf En als ik het onzienlijke kende zou ik een overvloed van goed hebben bemachtigd en het kwade zou mij niet hebben gedeerd Ik ben slechts een waarschuwer en een drager van goede tijding voor een volk dat gelooft | Aaraaf 7 |
| 25 En behoedt u voor het onheil dat niet alleen degenen die onder u kwaad doen zal treffen En weet dat Allah streng is in het straffen | Anfaal 8 |
| 13 En Wij vernietigden de geslachten die vòòr u bestonden toen zij kwaad verrichtten en er kwamen tot hen boodschappers met duidelijke tekenen maar zij wilden niet geloven Zo vergelden Wij het schuldige volk | Jonas 10 |
| 27 En degenen die boze daden verrichten de vergelding van het kwaad zal het gelijke daaraan zijn en de schaamte zal hen bedekken Zij zullen niemand hebben om hen tegen Allah te beschermen En het zal zijn alsof hun gezicht met de duisternis van de nacht bedekt ware Dezen zullen de bewoners van het Vuur zijn zij zullen daarin vertoeven | Jonas 10 |
| 52 Dan zal er tot degenen die kwaad deden worden gezegd Ondergaat de blijvende straf Er wordt u niets vergolden dan hetgeen u verdiende | Jonas 10 |
| 54 Wij kunnen alleen zeggen dat sommige onzer Goden u met kwaad hebben bezocht Hij antwoordde Voorzeker ik roep Allah tot getuige en getuigt u ook dat ik niets met uw afgoden uitstaande heb | Hoed 11 |
| 64 En o mijn volk dit is de kamelin van Allah als teken voor u laat haar daarom met rust opdat zij zich in vrijheid op Allah's aarde moge voeden en doe haar geen kwaad anders zal de eerste de beste straf u treffen | Hoed 11 |
| 67 De straf achterhaalde degenen die kwaad hadden gesticht en zij lagen uitgestrekt in hun huizen | Hoed 11 |
| 78 Zijn volk kwam haastig naar hem toe Ook voordien plachten zij kwaad te doen Hij Lot zei O mijn volk dit zijn mijn dochters zij zijn te rein voor u Vrees daarom Allah en onteer mij niet wegens mijn gasten Is er onder u geen weldenkend man | Hoed 11 |
| 102 Zo is de greep van uw Heer wanneer Hij de steden grijpt terwijl zij kwaad verrichten Voorzeker Zijn greep is smartelijk en hard | Hoed 11 |
| 24 En zij nam een besluit betreffende hem en hij nam een besluit betreffende haar Als hij geen duidelijk teken van zijn Heer had gezien kon hij zo'n vastberadenheid niet hebben getoond Zo kwam het dat Wij het kwaad en de onbetamelijkheid van hem mochten afwenden Voorzeker hij was een Onzer uitverkoren dienaren | Jozef 12 |
| 51 Hij de koning zei tot de vrouwen Wat was het geval met u toen u Jozef tegen zijn wil zocht te verleiden Zij zeiden Allah zij verheerlijkt Wij hebben geen kwaad van hem geweten De vrouw van de Aziez zei Nu is de waarheid aan het licht gekomen Ik was het die hem tegen zijn wil zocht te verleiden en hij behoort zeker tot de waarachtigen | Jozef 12 |
| 16 Zeg Wie is de Heer der hemelen en der aarde Zeg Allah Zeg Heeft u naast Hem dan helpers genomen die voor zich over goed noch kwaad macht hebben Zeg Kunnen de blinde en de ziende gelijk zijn Of kan de duisternis gelijk zijn aan het licht Of schrijven zij aan Allah medegoden toe die iets op Zijn schepping lijkende hebben geschapen zodat beide scheppingen hun gelijk voorkomen Zeg Allah is de Schepper aller dingen en Hij is de Ene de Opperste | Ar Rad 13 |
| 12 En waarom zouden wij niet in Allah vertrouwen wanneer Hij ons onze wegen heeft getoond En wij zullen voorzeker al het kwaad dat u ons doet met geduld dragen Laat daarom allen die willen vertrouwen in Allah hun vertrouwen stellen | Ibrahiem 14 |
| 28 Degenen die de engelen doen sterven terwijl zij hun ziel onrecht aandoen zullen onderdanigheid aanbieden en zeggen Wij deden geen kwaad Nee Allah weet wat u deedt | An Nah 16 |
| 85 En wanneer degenen die kwaad verrichten de straf in werkelijkheid zien zal deze voor hen niet worden verlicht noch zal hun uitstel worden verleend | An Nah 16 |
| 90 Voorwaar Allah gelast u goed met goed te vergelden en wel te doen aan anderen en te geven als aan verwanten en verbiedt onbetamelijkheid kwaad en opstand Hij raadt u aan dat u er lering uit trekt | An Nah 16 |
| 119 Uw Heer is voorzeker - voor degenen die in onwetendheid kwaad doen en daarna berouw hebben en goed maken - Vergevensgezind Genadevol | An Nah 16 |
| 7 Zeggende Indien u goed doet doet u goed voor uzelf en indien u kwaad doet is het tegen uzelf En toen de tijd was gekomen voor de tweede bedreiging zonden Wij andere volkeren om u met schande te treffen zodat zij de Moskee zouden binnendringen zoals zij er de eerste keer binnen gingen om alles wat zij veroverd hadden te verwoesten | Israa 17 |
| 56 Zeg Roept degenen aan die u naast Hem inbeeldt maar dezen hebben geen macht om het kwaad van u te verwijderen of het te veranderen | Israa 17 |
| 59 En niets weerhoudt Ons van het zenden van tekenen behalve dat de vroegere volkeren ze hebben verloochend En Wij gaven aan de Samoed de kamelin als een zichtbaar teken maar zij deden haar kwaad Wij zenden slechts tekenen om te waarschuwen | Israa 17 |
| 83 En wanneer Wij de mens gunsten bewijzen wendt hij zich af en gaat terzijde en wanneer kwaad hem achterhaalt wordt hij wanhopig | Israa 17 |
| 87 Hij zei Wat betreft degene die kwaad doet hem zullen wij straffen daarna zal hij worden teruggebracht tot zijn Heer die hem straffen zal met een gestrengere straf | Kahf 18 |
| 89 Konden zij dan niet zien dat het kalf hun geen antwoord gaf en geen macht had om hun kwaad of goed te doen | Taa Haa 20 |
| 120 Maar Satan fluisterde hem kwaad in hij zei O Adam zal ik u voeren tot de Boom der Eeuwigheid en een koninkrijk dat nimmer zal vergaan | Taa Haa 20 |
| 35 Iedere ziel zal de dood ondergaan en Wij beproeven u met kwaad en goed en tot Ons zult u terugkeren | Anmbijaa 21 |
| 36 Wanneer de ongelovigen u zien spotten zij slechts met u zij zeggen Is dit degene die kwaad spreekt van uw Goden terwijl zij het zijn die de verkondiging van de Barmhartige verwerpen | Anmbijaa 21 |
| 70 En zij wensten hem kwaad te doen maar Wij deden hen de grootste verliezers zijn | Anmbijaa 21 |
| 71 En zij aanbidden naast Allah waartoe Hij geen machtiging heeft nedergezonden en waaromtrent zij geen kennis bezitten En voor degenen die kwaad bedrijven is er geen helper | Hadj 22 |
| 11 Waarlijk zij die de lastering voortbrachten waren een grote groep uit uw midden beschouwt dit niet als een kwaad voor u - integendeel het is goed voor u Elk hunner zal de straf voor de zonde die hij heeft begaan ontvangen en hij die onder hen het voornaamste deel ervan op zich nam zal een grotere straf ontvangen | An Noer 24 |
| 23 Zij die kuise gelovige vrouwen die geen kwaad kennen belasteren zijn in deze wereld en in het Hiernamaals vervloekt Voor hen is er een grote kastijding | An Noer 24 |
| 61 Het doet de blinden de lammen de zieken of uzelven geen kwaad dat u in uw eigen huizen eet of in de huizen van uw broeders of in de huizen van uw zusters of in de huizen van uw vaders broeders of in de huizen van uw vaders zusters of in de huizen van uw moeders broeders of in de huizen van uw moeders zusters of in dat huis waarvan u de sleutel in uw bezit heeft of in het huis van een uwer vrienden Het doet u geen kwaad of u tezamen of afzonderlijk eet Wanneer u de huizen betreedt groet dan elkander met een groet van uw Heer die vol van zegen en reinheid is Zo maakt Allah u de geboden duidelijk opdat u het moogt begrijpen | An Noer 24 |
| 61 Het doet de blinden de lammen de zieken of uzelven geen kwaad dat u in uw eigen huizen eet of in de huizen van uw broeders of in de huizen van uw zusters of in de huizen van uw vaders broeders of in de huizen van uw vaders zusters of in de huizen van uw moeders broeders of in de huizen van uw moeders zusters of in dat huis waarvan u de sleutel in uw bezit heeft of in het huis van een uwer vrienden Het doet u geen kwaad of u tezamen of afzonderlijk eet Wanneer u de huizen betreedt groet dan elkander met een groet van uw Heer die vol van zegen en reinheid is Zo maakt Allah u de geboden duidelijk opdat u het moogt begrijpen | An Noer 24 |
| 3 Toch hebben zij de mensen naast Hem goden genomen die niets kunnen scheppen maar zelf geschapen zijn en die geen macht hebben om zichzelf goed of kwaad te doen noch macht hebben over dood leven of opstanding | Forqaan 25 |
| 156 En doe haar geen kwaad anders zal de straf van een grote Dag u achterhalen | Sjoaraa 26 |
| 11 Noch degene die kwaad doet en daarna het kwade door goed vereffent want waarlijk Ik ben dan Vergevensgezind Genadevol | Naml 27 |
| 14 En zij verwierpen deze onrechtvaardig en aanmatigend terwijl hun zielen er van overtuigd waren Ziet hoe kwaad het einde was van de onruststokers | Naml 27 |
| 47 Zij antwoordden Wij voorzien kwaad wegens u en degenen die met u zijn Hij zei Uw kwade verwachting is bij Allah Nee u bent een volk dat beproefd wordt | Naml 27 |
| 84 Zij die goed doen worden er beter voor beloond maar zij die kwaad doen worden slechts vergolden naar datgene wat zij deden | Qasas 28 |
| 45 Verkondig hetgeen u in het Boek is geopenbaard en onderhoud uw gebed Voorwaar het gebed weerhoudt van ondeugd en kwaad En Allah gedachtig te zijn is inderdaad het hoogste Allah weet wat u doet | Ankaboet 29 |
| 10 Dan was het einde bitter voor hen die kwaad deden omdat zij de tekenen van Allah loochenden en er over spotten | Roem 30 |
| 36 En wanneer Wij de mensen barmhartigheid doen smaken verheugen zij zich daarin maar als een kwaad hen overkomt door hun eigen werken ziet dan wanhopen zij | Roem 30 |
| 17 Zeg Wie is het die u tegen Allah kan beschermen indien Hij u met kwaad wil treffen of barmhartigheid betonen En zij zullen voor zich buiten Allah vriend noch helper vinden | Ahzaab 33 |
| 42 God zal zeggen Heden heeft u geen macht om elkander goed of kwaad te doen En Wij zullen tot de onrechtvaardigen zeggen Ondergaat de straf van het Vuur die u placht te verloochenen | Saba 34 |
| 23 Zal ik anderen tot goden nemen naast Hem Indien de Barmhartige kwaad met mij zou voorhebben zou hun bemiddeling mij niets baten noch kunnen zij mij redden | Jaa Sien 36 |
| 48 De straf voor het kwaad dat zij bedreven zal hun duidelijk worden en wat zij plachten te bespotten zal hen omringen | Zomar 39 |
| 51 En het kwaad dat zij deden trof hen en wat de onrechtvaardigen onder dezen doen zal hen ook treffen en zij kunnen Ons niet ontsnappen | Zomar 39 |
| 61 Allah zal de godvruchtigen vanwege hun geloof redden Geen kwaad zal over hen komen noch zullen zij treuren | Zomar 39 |
| 40 Wie kwaad doet zal naar evenredigheid hiervan worden vergolden maar wie goed doet man of vrouw en gelovig is zal het paradijs binnengaan daarin zullen zij van alles worden voorzien zonder berekening | Momin 40 |
| 58 De blinden en de zienden zijn niet gelijk noch zijn zij die geloven en goede werken doen gelijk aan hen die kwaad doen Gering is de lering die u hieruit trekt | Momin 40 |
| 76 Gaat de poorten der hel binnen daarin vertoevende Kwaad is nu het tehuis voor de laatdunkenden | Momin 40 |
| 46 Wie goed doet doet dit voor zijn eigen ziel en wie kwaad bedrijft het is er tegen En uw Heer is in het geheel niet onrechtvaardig jegens Zijn dienaren | Fussilat 41 |
| 48 Maar indien zij zich afwenden hebben Wij u niet als wachter over hen gezonden Het is alleen uw plicht de boodschap over te brengen En waarlijk wanneer Wij de mens Onze barmhartigheid betuigen verheugt hij zich er in Maar indien hun een kwaad overkomt door hetgeen hun handen hebben bedreven dan voorzeker is de mens ondankbaar | Sjoera 42 |
| 15 Wie goed doet doet dat ten voordele van zijn eigen ziel en wie kwaad doet doet dat tegen zijn eigen ziel Ten slotte zult u tot uw Heer worden teruggebracht | Djaasijah 45 |
| 11 O u die gelooft Laat een volk het andere volk dat waarschijnlijk beter is dan zij niet bespotten noch vrouwen andere vrouwen die misschien beter zijn dan zij En belastert elkander niet noch noemt elkaar bij scheldnamen Kwaad is het geven van een slechte naam na de aanvaarding van het geloof en zij die geen berouw tonen zijn de onrechtvaardigen | Hodjoraat 49 |
| 2 Als zij de overhand over u krijgen zullen zij als vijanden tegenover u handelen en zij zullen hun handen en tong naar u uitsteken om u kwaad te berokkenen en zij wensen vurig dat u ongelovigen zult worden | Momtahanah 60 |
| 6 Herbergt haar van wie u scheidt in de huizen waar u vertoeft overeenkomstig uw middelen en doet haar geen kwaad om het haar moeilijk te maken En als zij zwanger zijn onderhoudt haar tot zij verlost zijn En als zij haar kind voor u zogen geeft haar vergoeding en beraadslaagt tezamen in vriendelijkheid maar als u het lastig voor elkander maakt laat dan een andere vrouw het kind zogen | Talaaq 65 |
| 20 Als hem kwaad overkomt is hij vol weeklagen | Ma-aaridj 70 |
| 21 Zeg Ik heb uit mijzelf geen macht u goed of kwaad te doen | Djinn 72 |
| 7 Zij vervullen de gelofte en vrezen een Dag waarvan het kwaad verstrekkend is | Dahr 76 |
| 8 En wie ter grootte van een atoom kwaad deed zal ook dat aanschouwen | Zalzalah 99 |