Volgende Vorige

 
 GABRIËL............................................................................5
97 Zeg Al wie een vijand van Gabriël is - want waarlijk hij openbaarde het op Allah's bevel aan uw hart vervullende datgene wat voordien kwam een leidraad zijnde en een blijde mare voor de gelovlgen - Baqarah 2
98 Al wie een vijand is van Allah en Zijn engelen en Zijn boodschappers en Gabriël en Michaël waarlijk Allah is een vijand van zulke ongelovigen Baqarah 2
193 De Heilige Geest Gabriël heeft het nedergebracht Sjoaraa 26
4 Als u beide vrouwen u tot Allah wendt en uw hart is reeds hiertoe geneigd dan is het wel - Maar indien u samenspant tegen hem de profeet dan is Allah zeker zijn Beschermer bovendien zijn Gabriël de rechtvaardigen onder de gelovigen en de engelen zijn helpers Tahriem 66
23 En hij zag hem Gabriël aan de heldere horizon Takwier 81
 
 GADE...............................................................................4
35 En Wij zeiden O Adam verblijf u met uw gade in de tuin en eet overvloedig waar u ook wilt doch nader deze boom niet anders zult u tot de zondaren behoren Baqarah 2
189 Hij is het Die u uit een enkele ziel heeft geschapen en daaruit haar gade maakte opdat deze troost in haar mocht vinden En nadat hij haar bekend heeft draagt zij een lichte last en gaat er mede rond En wanneer deze zwaar wordt bidden zij beiden tot Allah hun Heer Als U ons een goed kind geeft zullen wij zeker tot de dankbaren behoren Aaraaf 7
11 En zij zei tot zijn zuster Ga hem achterna Zij sloeg hem van verre gade en de anderen bemerkten het niet Qasas 28
175 En sla hen gade want zij zullen het weldra inzien Saaffaat 37
 
 GAF................................................................................18
251 Zo versloegen zij hen door het gebod van Allah en David doodde Djaloet en Allah gaf hem heerschappij en wijsheid en onderwees hem hetgeen Hij wilde Had Allah sommige mensen niet door anderen laten terugdrijven dan zou de aarde verdorven zijn Maar Allah is genadig jegens de werelden Baqarah 2
148 Daarom gaf Allah hun de beloning van deze wereld alsmede een goede beloning in de volgende en Allah heeft degenen die goeddoen lief Imraan 3
153 Toen u wegvluchtte en naar niemand omkeek terwijl de boodschapper u van verre nariep gaf Hij u smart op smart opdat u niet zult treuren over hetgeen was verloren noch over hetgeen met u gebeurde En Allah is goed op de hoogte van hetgeen u doet Imraan 3
20 En toen Mozes tot zijn volk zei O mijn volk herinner u Allah's gunst aan u toen Hij profeten onder u aanstelde en u koningen aanwees en Hij u gaf wat Hij aan niemand onder de volkeren heeft gegeven Maidah 5
93 Daarna wendde hij zich van hen af en zei O mijn volk ik heb u inderdaad de boodschap van mijn Heer overgebracht en ik gaf u oprechte raad Hoe moet ik dan om een ongelovig volk treuren Aaraaf 7
10 Allah gaf het slechts als verblijdend nieuws en opdat uw hart daardoor mocht worden gerustgesteld Want hulp komt alleen van Allah voorzeker Allah is Almachtig Alwijs Anfaal 8
71 Maar als zij voornemens zijn u ontrouw te worden zijn zij reeds voorheen Allah ontrouw geweest daarom gaf Hij u macht over hen Allah is Alwetend Alwijs Anfaal 8
76 Maar toen Hij hun van Zijn overvloed gaf werden zij er vrekkig mede en wendden zich om en waren afkerig Taubah 9
31 En toen zij van hun plannen hoorde nodigde zij haar uit en bereidde haar een maaltijd en gaf ieder een mes en zei dan tot Jozef Ga naar hen toe En toen zij hem zagen achtten zij hem grotelijks en zij sneden zich in de handen en zeiden Allah zij verheerlijkt Dit is geen mens dit is een edele engel Jozef 12
34 En Hij gaf u al hetgeen u van Hem vraagt en als u de gunsten van Allah telt zult u ze stellig niet kunnen opsommen Voorwaar de mens is zeer onrechtvaardig zeer ondankbaar Ibrahiem 14
78 En Allah bracht u terwijl u niets wist uit de baarmoeder van uw moeder voort en gaf u oren ogen en hart opdat u dankbaar moogt zijn An Nah 16
50 Hij antwoordde Onze Heer is Hij Die aan alles een eigen vorm gaf en het daarna leidde Taa Haa 20
89 Konden zij dan niet zien dat het kalf hun geen antwoord gaf en geen macht had om hun kwaad of goed te doen Taa Haa 20
13 Toen Loqmaan tot zijn zoon terwijl hij hem raad gaf zei O mijn lieve zoon ken geen medegoden aan Allah toe afgoderij is inderdaad een grote ongerechtigheid Loqmaan 31
9 Dan vormde Hij hem en ademde hem van Zijn geest in En Hij gaf u oren ogen en hart Maar u betoont weinig dankbaarheid Sadjdah 32
3 Toen de profeet een woord aan een zijner vrouwen toevertrouwde en zij het daarna ruchtbaar maakte aan een andere deelde Allah hem dit mede Hij maakte een deel er van bekend en verzweeg een deel ervan En toen hij het haar vertelde zei zij Wie gaf u hiervan kennis Hij zei De Alwetende de van alles op de hoogte heeft mij er bericht van gegeven Tahriem 66
23 Zeg Hij is het Die u schiep en u oren ogen en hart gaf weinig dank betuigt u er voor Molk 67
7 Die u schiep daarna voltooide en u de juiste verhoudingen gaf Infitaar 82
 
 GANG...............................................................................1
12 En wanneer de mens een moeilijkheid overkomt bidt hij tot Ons op zijn zijde liggende of zittende of staande maar wanneer Wij zijn last van hem hebben verwijderd gaat hij zijn gang alsof hij Ons nooit vòòr de verwijdering van zijn moeilijkheid had aangeroepen Zo werd in de ogen der buitensporigen schoonschijnend gemaakt wat zij deden Jonas 10
 
 GAREN..............................................................................1
92 En weest niet zoals zij die haar garen in stukken breekt nadat zij het sterk heeft gemaakt U maakt uw eden onderling tot een middel van bedrog uit vrees dat het ene volk machtiger dan het andere zou worden Voorzeker Allah beproeft u daarmee en op de Dag der Opstanding zal Hij het u duidelijk maken waarover u verschildet An Nah 16
 
 GASTEN.............................................................................5
78 Zijn volk kwam haastig naar hem toe Ook voordien plachten zij kwaad te doen Hij Lot zei O mijn volk dit zijn mijn dochters zij zijn te rein voor u Vrees daarom Allah en onteer mij niet wegens mijn gasten Is er onder u geen weldenkend man Hoed 11
51 En vertel hun van Abrahams gasten Hidjr 15
68 Hij zei Dit zijn mijn gasten maakt mij daarom niet te schande Hidjr 15
24 Heeft het verhaal van Abrahams geëerde gasten u bereikt Zaarijaat 51
37 En zij trachtten hem van zijn gasten af te keren Daarom verblindden Wij hun ogen en zeiden Ondergaat nu Mijn straf en Mijn waarschuwing Qamar 54
 
 GASTHEER...........................................................................1
59 En toen hij hen van levensmiddelen had voorzien zei hij Brengt mij uw broeder van vaderskant Ziet u niet dat ik u met volle maat geef en dat ik een goed gastheer ben Jozef 12
 
 GASTVRIJHEID.......................................................................1
77 Aldus vervolgden zij hun weg totdat zij bij de inwoners ener stad kwamen aan wie zij om eten vroegen maar dezen weigerden hun gastvrijheid te betonen Nu vonden zij daar een muur die op het punt stond in te storten en hij herstelde deze Mozes zei Indien u wilde hadt u er loon voor kunnen vragen Kahf 18
 
 GAT................................................................................3
57 Als zij een schuilplaats of grotten of zelfs een gat konden vinden om er binnen te gaan zouden zij er zich zeker met grote spoed heenwenden Taubah 9
71 Aldus vertrokken beiden totdat zij in een boot stapten en hij maakte er een gat in Waarop Mozes uitriep Heeft u er een gat in gemaakt teneinde de opvarenden er van te doen verdrinken Voorwaar u heeft iets gruwelijks bedreven Kahf 18
71 Aldus vertrokken beiden totdat zij in een boot stapten en hij maakte er een gat in Waarop Mozes uitriep Heeft u er een gat in gemaakt teneinde de opvarenden er van te doen verdrinken Voorwaar u heeft iets gruwelijks bedreven Kahf 18
 
 GAVE...............................................................................5
99 En er werd hun in dit leven en op de Dag der Opstanding een vloek opgelegd Slecht is de gave die zal worden gegeven Hoed 11
108 Maar degenen die gelukkig zullen blijken te zijn zullen in de Hemel vertoeven zolang de Hemelen en de Aarde bestaan met uitzondering van hetgeen uw Heer moge behagen een gave die niet zal worden afgesneden Hoed 11
39 Wij zeiden Dit is Onze gave Wees vrijgevig of spaarzaam er zal daarover geen oordeel zijn Saad 38
35 Maar het is niemand gegeven behalve de geduldigen noch is het iemand gegeven behalve zij die een grote gave hebben Fussilat 41
36 Een beloning van uw Heer een toereikende gave Naba 78
 
 GAVEN..............................................................................72
53 En toen gaven Wij Mozes het Boek en het oordeel des onderscheids opdat u recht geleid zult worden Baqarah 2
87 Voorwaar Wij gaven Mozes het Boek en deden boodschappers de een na de ander zijn voetsporen volgen En Wij gaven aan Jezus zoon van Maria duidelijke tekenen en versterkten hem met de geest der heiligheid Telkens als een boodschapper tot u kwam met hetgeen uw ziel niet behaagde heeft u laatdunkend gedragen sommigen hunner heeft u verloochend en anderen gedood Baqarah 2
87 Voorwaar Wij gaven Mozes het Boek en deden boodschappers de een na de ander zijn voetsporen volgen En Wij gaven aan Jezus zoon van Maria duidelijke tekenen en versterkten hem met de geest der heiligheid Telkens als een boodschapper tot u kwam met hetgeen uw ziel niet behaagde heeft u laatdunkend gedragen sommigen hunner heeft u verloochend en anderen gedood Baqarah 2
212 Het leven dezer wereld is voor de ongelovigen schoonschijnend gemaakt en zij bespotten de gelovigen Maar de godvrezenden zullen boven hen verheven zijn op de dag der opstanding Allah schenkt Zijn gaven overvloedig aan wie Hij wil Baqarah 2
253 Van deze boodschappers hebben wij sommigen boven anderen verheven tot sommigen hunner sprak Allah en sommigen hunner verhief Hij in rang En Wij gaven Jezus zoon van Maria duidelijke tekenen en versterkten hem met de geest der heiligheid En indien Allah wilde zouden zij die na hem kwamen elkander niet hebben bestreden nadat de duidelijke tekenen tot hen waren gekomen maar zij twistten daar sommigen hunner geloofden en anderen verwierpen En indien Allah wilde zouden zij elkander niet hebben bestreden maar Allah doet wat Hij wil Baqarah 2
169 En denkt niet over degenen die terwille van Allah zijn gedood als doden Nee zij zijn levend en bij hun Heer worden hun gaven geschonken Imraan 3
54 Of benijden zij de mensen om hetgeen Allah hun vanuit Zijn overvloed heeft gegeven Waarlijk Wij gaven aan de kinderen van Abraham het Boek en de Wijsheid en Wij gaven hun ook een groot koninkrijk Nisa 4
54 Of benijden zij de mensen om hetgeen Allah hun vanuit Zijn overvloed heeft gegeven Waarlijk Wij gaven aan de kinderen van Abraham het Boek en de Wijsheid en Wij gaven hun ook een groot koninkrijk Nisa 4
163 Waarlijk Wij hebben u de openbaring gezonden zoals Wij Noach en de profeten na hem openbaring zonden en Wij gaven een openbaring aan Abraham en Ismaël en Izaäk en Jacob en de stammen en aan Jezus Job Jonas Aäron en Salomo en Wij gaven David een psalmen Nisa 4
163 Waarlijk Wij hebben u de openbaring gezonden zoals Wij Noach en de profeten na hem openbaring zonden en Wij gaven een openbaring aan Abraham en Ismaël en Izaäk en Jacob en de stammen en aan Jezus Job Jonas Aäron en Salomo en Wij gaven David een psalmen Nisa 4
46 En Wij deden Jezus zoon van Maria in hun voetsporen treden vervullende hetgeen vòòr hem in de Torah was geopenbaard en Wij gaven hem het Evangelie dat licht en leiding bevatte bevestigende hetgeen daarvòòr in de Torah was en een leiding en een vermaning voor de godvrezenden Maidah 5
20 Degenen wie Wij het Boek gaven erkennen hem de Profeet zoals zij hun kinderen erkennen Maar zij die hun ziel hebben tekort gedaan willen niet geloven Anaam 6
83 En dit is onze bewijsgrond die Wij Abraham tegen zijn volk gaven Wij verheffen graadsgewijze wie Wij willen Voorzeker Uw Heer is Alwijs Alwetend Anaam 6
84 En Wij gaven hem Izaäk en Jacob Wij leidden elk hunner en voordien leidden Wij Noach en van zijn afstammelingen David Salomo Job Jozef Mozes en Aäron Zo belonen Wij de goeden Anaam 6
89 Dezen zijn het wie Wij het Boek en de heerschappij en het profetenambt gaven Maar nu dezen er ondankbaar voor zijn hebben Wij deze aan een volk toevertrouwd dat er niet ondankbaar voor zal zijn Anaam 6
114 Zal ik als rechter iemand anders zoeken dan Allah terwijl Hij het is Die u het Boek heeft nedergezonden dat uitvoerig is verklaard En degenen wie Wij het Boek gaven weten dat het van uw Heer is nedergezonden met de waarheid behoort daarom niet tot degenen die twijfelen Anaam 6
122 Is hij die dood was en wie Wij het leven gaven en voor wie Wij een licht maakten waardoor hij onder de mensen wandelt gelijk aan hem wiens toestand zodanig is dat hij in de duisternissen verblijft waaruit hij niet kan wegkomen Zo werd voor de ongelovigen schoonschijnend gemaakt hetgeen zij deden Anaam 6
146 Wij verboden de Joden alle dieren die klauwen hebben en Wij verboden hun het vet van runderen schapen en geiten anders dan wat hun ruggen of hun ingewanden dragen of hetgeen met een been is gemengd Dit is de vergelding welke Wij hun voor hun opstandigheid gaven En Wij zijn voorzeker Waarachtig Anaam 6
154 En Wij gaven Mozes het Boek als voltooiing van de gunst aan hem die goed wilde doen en een uitleg van alle dingen en een leidraad en een barmhartigheid opdat zij in de ontmoeting van hun Heer mochten geloven Anaam 6
175 En vertel hun het verhaal van de man die Wij Onze Ayat gaven maar hij wendde zich af daarom volgde Satan hem en hij werd verleidAaraaf 7
54 En niets verhindert dat hun gaven worden aangenomen behalve dat zij in Allah en de boodschapper niet geloven En zij komen slechts in luiheid tot het gebed en zij geven niet dan onwillig Taubah 9
71 En zijn vrouw stond er bij en verwonderde zich waarop Wij haar de blijde tijding van de geboorte van Izaak gaven en na Izaak van Jacob Hoed 11
110 En Wij gaven Mozes voorzeker het Boek maar men werd er oneens over en ware het niet door een woord dat reeds van uw Heer was uitgegaan de zaak zou voorzeker voor hen zijn beslist en waarlijk zij zijn er in een verontrustende twijfel over Hoed 11
38 En Wij zonden inderdaad boodschappers vòòr u en Wij gaven hun vrouwen en kinderen En het is een boodschapper niet mogelijk een teken te brengen dan door het gebod van Allah Voor elke periode is er een Goddelijk besluit Ar Rad 13
81 En Wij gaven hun Onze tekenen maar zij keerden er zich van af Hidjr 15
43 En Wij zonden vòòr u slechts mannen aan wie Wij een openbaring gaven - vraagt daarom aan degenen die de vermaning bezitten als u het niet weet - met duidelijke tekenen en geschriften An Nah 16
2 Wij gaven Mozes het Boek en maakten het tot een richtsnoer voor de kinderen van Israël zeggende Neemt niemand buiten Mij als Voogd Israa 17
6 Nadien gaven Wij u macht over hen en Wij hielpen u met rijkdommen en kinderen en maakten u groter in getal Israa 17
20 Aan iedereen - zowel aan dezen als genen - verstrekken Wij onze gaven De gaven van uw Heer zijn niet beperkt Israa 17
20 Aan iedereen - zowel aan dezen als genen - verstrekken Wij onze gaven De gaven van uw Heer zijn niet beperkt Israa 17
59 En niets weerhoudt Ons van het zenden van tekenen behalve dat de vroegere volkeren ze hebben verloochend En Wij gaven aan de Samoed de kamelin als een zichtbaar teken maar zij deden haar kwaad Wij zenden slechts tekenen om te waarschuwen Israa 17
60 En toen Wij tot u zeiden Voorzeker uw Heer heeft het volk in Zijn hand Wij gaven het visioen dat Wij u toonden slechts als een beproeving voor de mensen evenals de gevloekte boom in de Koran En Wij waarschuwen hen maar het doet hen slechts in grotere overtreding toenemen Israa 17
13 Wij zullen u hun geschiedenis in waarheid verhalen Zij waren jongelingen die in hun Heer geloofden en Wij gaven hun meer leiding Kahf 18
59 Hen volgden de bozen op die het gebed verwaarloosden en hun hartstochten gehoor gaven Weldra zullen zij hun ondergang tegemoet gaan Marjam 19
115 En waarlijk wij gaven voorheen Adam een bevel maar hij vergat het en Wij vonden in hem geen voornemen daartoe Taa Haa 20
84 Wij verhoorden daarom zijn gebed en bevrijdden hem van moeilijkheden en gaven hem de zijnen en het gelijke er van daarnevens als een bewijs Onzer barmhartigheid en als een herinnering voor de vromen Anmbijaa 21
35 Wij gaven Mozes het Boek der Wet en stelden zijn broeder Aäron tot helper aan Forqaan 25
39 Wij gaven aan ieder hunner allerlei voorbeelden en Wij vernietigden allen Forqaan 25
59 Zo geschiedde het en Wij gaven die als een erfenis aan de kinderen van Israël Sjoaraa 26
15 En Wij gaven kennis aan David en Salomo en zij zeiden Alle eer behoort aan Allah Die ons boven vele van Zijn gelovige dienaren heeft verheven Naml 27
36 Toen de gezant der koningin tot Salomo kwam zei deze Schenkt u mij rijkdommen Maar datgene wat Allah mij geschonken heeft is beter dan wat Hij u heeft gegeven Nee u verheft u op uw gaven Naml 27
13 Zo gaven Wij hem aan zijn moeder terug opdat haar oog getroost mocht worden en opdat zij niet behoefde te treuren en opdat zij mocht weten dat de belofte van Allah waar is Maar de meeste mensen kennen de Waarheid niet Qasas 28
14 En toen hij volwassen werd en zijn volle kracht had bereikt gaven wij hem wijsheid en kennis zo belonen Wij hen die goed doen Qasas 28
41 En Wij gaven hun leiders die tot het Vuur uitnodigen en op de Dag der Opstanding zullen zij niet worden geholpen Qasas 28
43 En Wij gaven het Boek aan Mozes nadat Wij de vroegere geslachten hadden vernietigd als een duidelijk bewijs voor de mensen en als een leiding en een genade opdat zij er lering uit mochten trekken Qasas 28
52 Zij aan wie Wij het Boek voordien gaven geloven er in Qasas 28
27 En Wij gaven hem Izaak en Jacob en Wij plaatsten het profetenambt en het Boek onder zijn nageslacht en Wij gaven hem zijn beloning in dit leven en in het Hiernamaals zal hij zeker tot de rechtvaardigen behoren Ankaboet 29
27 En Wij gaven hem Izaak en Jacob en Wij plaatsten het profetenambt en het Boek onder zijn nageslacht en Wij gaven hem zijn beloning in dit leven en in het Hiernamaals zal hij zeker tot de rechtvaardigen behoren Ankaboet 29
23 Voorzeker Wij gaven Mozes het Boek - twijfel dus niet aan de ontmoeting met Hem - en Wij maakten dit tot een richtsnoer voor de kinderen van Israël Sadjdah 32
44 En Wij gaven hun geen boek dat zij bestudeerden noch zonden Wij hun een waarschuwer vòòr u Saba 34
45 Zij die vòòr hen waren verloochenden ook - en zij hebben zelfs geen tiende bereikt van hetgeen Wij hun gaven - zij verloochenden Mijn Boodschappers en hoe streng was dan Mijn afkeuring Saba 34
32 Dan gaven Wij het Boek als erfdeel aan diegenen Onzer dienaren die Wij uitkozen En onder hen zijn er die zich zelven te kort doen anderen die de middenweg bewandelen en nog anderen die in goedheid en deugd uitmunten naar Allah's gebod Dat is de grote genade Faatir 35
37 En zij zullen er in schreeuwen zeggende Onze Heer haal ons er uit wij zullen goede werken doen anders dan wij vroeger deden Men zal hun antwoorden Gaven Wij u niet een leven lang genoeg dat wie wilde nadenken daarin kon nadenken bovendien kwam een waarschuwer tot u Ondergaat daarom de straf want voor de boosdoeners is er geen helper Faatir 35
101 Dan gaven Wij hem de blijde tijding van een verdraagzame zoon Saaffaat 37
112 Wij gaven hem het blijde nieuws van Izaäk een profeet onder de rechtvaardigen Saaffaat 37
117 En Wij gaven hun het duidelijke boek Saaffaat 37
148 En zij geloofden daarom gaven Wij hun voor een korte tijd de voorziening van dit leven Saaffaat 37
20 En Wij versterkten zijn koninkrijk en gaven hem wijsheid en een beslissend oordeel Saad 38
25 Daarom gaven Wij hem bescherming en inderdaad had hij een dichte toenadering en een voortreffelijk toevlucht tot Ons Saad 38
53 En Wij gaven Mozes de leiding en deden de kinderen van Israël het Boek erven Momin 40
17 En wat de Samoed betreft Wij gaven leiding maar zij verkozen blindheid boven het rechte pad daarom trof hen de bliksem van de straf der vernedering voor hetgeen Zij hadden verdiend Fussilat 41
45 En Wij gaven Mozes het Boek maar men verschilde er over van mening en indien het woord van uw Heer er niet aan was voorafgegaan zou er zeker over hen geoordeeld zijn want waarlijk zij verkeerden er in een verontrustende twijfel over Fussilat 41
33 En Wij gaven hun tekenen waar een duidelijke beproeving in lag Dochaan 44
16 Wij gaven het Boek en de heerschappij en het profetenambt aan de kinderen van Israël en Wij hadden hen van goede dingen voorzien Wij begunstigden hen boven de andere volkeren Djaasijah 45
17 En Wij gaven hun duidelijke uitleg over de godsdienst En zij werden onenig slechts nadat kennis tot hen was gekomen door onderlinge afgunst Voorwaar uw Heer zal op de Dag der Opstanding over hen uitspraak doen omtrent datgene waarover zij het met elkaar oneens waren Djaasijah 45
28 Daarop begon hij hen te vrezen Zij zeiden Vrees niet en zij gaven hem blijde tijding over een wijze zoon Zaarijaat 51
18 Genietende van de gaven die hun Heer hun heeft geschonken en hun Heer heeft hen voor de marteling van het Vuur behoed Toer 52
55 Over welke gaven van uw Heer wilt u dan redetwisten Nadjm 53
27 Dan deden Wij Onze boodschappers in hun voetsporen treden en Wij deden Jezus de zoon van Maria opvolgen en Wij gaven hem het Evangelie En Wij legden zachtmoedigheid en barmhartigheid in het hart zijner volgelingen Maar het kloosterleven schreven Wij hun niet voor maar zij vonden dit zelf uit om Allah's welbehagen te zoeken Zij namen dit echter niet in acht zoals het behoorde Toen gaven Wij de gelovigen onder hen een beloning maar velen onder hen waren overtreders Hadied 57
27 Dan deden Wij Onze boodschappers in hun voetsporen treden en Wij deden Jezus de zoon van Maria opvolgen en Wij gaven hem het Evangelie En Wij legden zachtmoedigheid en barmhartigheid in het hart zijner volgelingen Maar het kloosterleven schreven Wij hun niet voor maar zij vonden dit zelf uit om Allah's welbehagen te zoeken Zij namen dit echter niet in acht zoals het behoorde Toen gaven Wij de gelovigen onder hen een beloning maar velen onder hen waren overtreders Hadied 57
15 Hij is het Die de aarde aan u onderworpen heeft wandelt dus op haar paden en geniet van haar gaven En tot Hem zal de Opstanding zijn Molk 67
8 Op die Dag zult u worden ondervraagd over de gaven Takaasor 101

Volgende Terug naar het Begin