Volgende Vorige

 
 JOB................................................................................4
163 Waarlijk Wij hebben u de openbaring gezonden zoals Wij Noach en de profeten na hem openbaring zonden en Wij gaven een openbaring aan Abraham en Ismaël en Izaäk en Jacob en de stammen en aan Jezus Job Jonas Aäron en Salomo en Wij gaven David een psalmen Nisa 4
84 En Wij gaven hem Izaäk en Jacob Wij leidden elk hunner en voordien leidden Wij Noach en van zijn afstammelingen David Salomo Job Jozef Mozes en Aäron Zo belonen Wij de goeden Anaam 6
83 En gedenk Job toen hij tot zijn Heer riep zeggende Kwelling heeft mij terneer geworpen en U bent de Genadigste der genadigen Anmbijaa 21
41 Herinnert u Onze dienaar Job toen hij tot zijn Heer riep Satan heeft mij met kommer en smart geslagen Saad 38
 
 JODEN..............................................................................24
62 Voorzeker de gelovigen de Joden de Christenen en de Sabianen - wie onder hen ook in Allah en de laatste Dag geloven en goede daden verrichten zullen hun beloning bij hun Heer ontvangen en er zal geen vrees over hen komen noch zullen zij treuren Baqarah 2
96 Voorzeker u zult hen Joden het meest van alle mensen verlangend naar het leven vinden zelfs meer dan de afgodendienaren Ieder van hen wenst dat hem een leven van duizend jaren geschonken moge worden maar al ware hem zulk een lang leven vergund dan zou het hem tegen de straf toch niet beschermen Allah ziet hetgeen zij doen Baqarah 2
111 En zij zeggen Niemand behalve de Joden en de Christenen zal ooit de Eemel binnengaan Dat zijn hun ijdele wensen Zeg Toont uw bewijs als u waarachtig bent Baqarah 2
113 De Joden zeggen De Christenen hebben geen ware grondslag en de Christenen zeggen De Joden hebben geen ware grondslag terwijl zij beiden hetzelfde Boek lezen Hetzelfde zeggen degenen die geen kennis hebben Maar Allah zal op de Dag der Opstanding uitspraak doen in hun geschil Baqarah 2
113 De Joden zeggen De Christenen hebben geen ware grondslag en de Christenen zeggen De Joden hebben geen ware grondslag terwijl zij beiden hetzelfde Boek lezen Hetzelfde zeggen degenen die geen kennis hebben Maar Allah zal op de Dag der Opstanding uitspraak doen in hun geschil Baqarah 2
120 En de Joden en de Christenen zullen u nooit welgezind zijn tenzij u hun godsdienst belijdt Zeg Voorzeker Allah's leiding is de Merkelijke leiding En indien u hun wensen volgt nadat de kennis tot u is gekomen zult u aan Allah Vriend noch Helper hebben Baqarah 2
135 En zij zeggen Weest Joden of Christenen dan zult u worden geleid Zeg hun Nee maar volg de godsdienst van Abraham de oprechte hij behoorde niet tot de afgodendienaren Baqarah 2
140 Zegt u dat Abraham en Ismaël en Izaäk en Jacob en de stammen Joden of Christenen waren Zeg Weet u het beter of Allah En wie is onrechtvaardiger dan hij die een getuigenis verbergt die hij van Allah heeft En Allah is niet onbekend met hetgeen u doet Baqarah 2
75 Onder de mensen van het Boek is hij die als u hem een schat toevertrouwt u deze zal teruggeven en er zijn er onder die als u hun een dinar toevertrouwt deze niet aan u zullen teruggeven tenzij u er voortdurend om vraagt Dat komt omdat zij de Joden zeggen Wij zijn niet aansprakelijk voor de zaak van de ongeletterden Daarmede uiten zij tegen beter weten in een leugen tegen Allah Imraan 3
46 Er zijn onder de Joden die woorden uit hun verband rukken En zij zeggen Wij horen en gehoorzamen niet en luistert u zonder te horen en Raainaa terwijl zij woorden verdraaien en het geloof zoeken te schenden En indien zij gezegd hadden Wij horen en wij gehoorzamen en hoort toe en Kijk ons aan het dit beter en oprechter voor hen zijn geweest Maar Allah heeft hen wegens hun ongeloof vervloekt zij geloven dus slechts weinig Nisa 4
160 En wegens de onrechtvaardigheid van de Joden en hun weerhouden van Allah's weg verboden Wij hen de reine dingen die ben voordien waren toegestaan Nisa 4
18 De Joden en de Christenen zeggen Wij zijn Allah's kinderen en Zijn geliefden Zeg Waarom straft Hij u dan voor uw zonden Nee u bent mensen onder degenen die Hij schiep Hij vergeeft wie Hij wil en Hij straft wie Hij wil En aan Allah behoort het koninkrijk der hemelen en der aarde en wat daartussen is en tot Hem is de terugkeer Maidah 5
41 O u boodschapper laat degenen die gemakkelijk in het ongeloof vervallen u niet verdrieten nl zij die met hun mond zeggen Wij geloven maar in hun hart hebben zij niet geloofd En onder de Joden zijn er die naar een leugen zouden willen luisteren dezen luisteren terwille van een ander volk dat niet tot u is gekomen Zij verdraaien woorden nadat zij op hun juiste plaatsen waren gezet en zeggen Als u dit wordt gegeven neemt het dan aan maar als het u niet wordt gegeven past dan op En wie Allah wenst te beproeven u zult hem tegen Allah stellig niets baten Dit zijn degenen wier hart het Allah niet heeft behaagd te louteren er zal voor hen schande in deze wereld en een grote straf in het Hiernamaals zijn Maidah 5
44 Waarlijk Wij zonden de Torah neder waarin leiding en licht was waarmede de profeten die gehoorzaam waren recht spraken voor de Joden en de Rabbijnen en de wetgeleerden omdat hun de bewaking van Allah's Boek was opgelegd en zij waren daarvan getuigen Vreest daarom de mensen niet doch vreest Mij en ruilt Mijn tekenen niet in tegen het wereldse En wie niet rechtspreken volgens hetgeen Allah heeft nedergezonden zij zijn ongelovigen Maidah 5
51 O u die gelooft neemt de Joden en de Christenen niet tot vrienden Zij zijn elkanders vrienden En wie uwer hen tot vrienden neemt is inderdaad één hunner Voorwaar Allah leidt het overtredende volk niet Maidah 5
64 En de Joden zeggen De hand van Allah is gebonden Hun handen zijn gebonden en zij zijn vervloekt voor hetgeen zij zeggen Nee Zijn handen zijn wijd open Hij geeft zoals Hij wil En hetgeen u van uw Heer is nedergezonden zal velen hunner in opstandigheid en ongeloof doen toenemen En Wij hebben vijandschap en haat onder hen gezaaid tot aan de Dag der Opstanding Telkens wanneer zij het oorlogsvuur ontsteken dooft Allah het en zij pogen wanorde te scheppen op aarde en Allah heeft de onruststokers niet lief Maidah 5
69 Voorzeker de gelovigen en de Joden en de Sabianen en de Christenen die in Allah en de laatste Dag geloven en goede daden verrichten - over hen zal geen vrees komen noch zullen zij treuren Maidah 5
82 Waarlijk u zult de Joden en de afgodendienaren het meest vijandig jegens de gelovigen vinden En u zult degenen die zeggen Wij zijn Christenen het vriendschappelijkst vinden jegens de gelovigen Dit is wijl er onder hen geleerden en monniken zijn en wijl zij niet trots zijn Maidah 5
146 Wij verboden de Joden alle dieren die klauwen hebben en Wij verboden hun het vet van runderen schapen en geiten anders dan wat hun ruggen of hun ingewanden dragen of hetgeen met een been is gemengd Dit is de vergelding welke Wij hun voor hun opstandigheid gaven En Wij zijn voorzeker Waarachtig Anaam 6
167 En toen verkondigde uw Heer dat Hij dezulken zou zenden die hen de Joden met een marteling zouden kwellen tot de dag der Opstanding Voorzeker uw Heer is vlug in vergelding en Hij is Vergevensgezind Genadevol Aaraaf 7
30 En de Joden zeggen Ezra is de zoon van Allah en de Christenen zeggen De Messias is de zoon van Allah Dit is hetgeen zij met hun mond zeggen Zij spreken de woorden na van degenen die vòòr hen ongelovig waren Allah's vloek zij over hen hoe zijn zij afgekeerd Taubah 9
118 En Wij verboden voordien de Joden al hetgeen Wij u hebben vermeld En Wij deden hun geen onrecht aan maar zij handelden onrechtvaardig jegens zichzelf An Nah 16
17 Voorzeker de gelovigen de Joden de Sabianen de Christenen de Magiërs en de afgodendienaren Allah zal tussen hen richten op de Dag der Opstanding want Allah is Getuige over alle dingen Hadj 22
6 Zeg O u Joden als u denkt dat u met uitsluiting van andere mensen de vrienden van Allah bent wenst dan de dood als u de waarheid spreekt Djoemah 62
 
 JOENOS.............................................................................1
10 Jonas Joenos Jonas 10
 
 JOESOF.............................................................................1
12 Jozef Joesof Jozef 12
 
 JOHANNES...........................................................................5
39 En de engelen riepen tot hem terwijl hij in de kamer stond te bidden Allah geeft u de blijde tijding over Johannes die Allah's woord zal vervullen - en hij zal edel kuis en een profeet onder de rechtvaardigen zijn Imraan 3
85 En Zacharia Johannes Jezus en Elias Elk hunner behoorde tot de deugdzamen Anaam 6
7 God antwoordde O Zacharia Wij brengen u blijde tijding omtrent een zoon wiens naam Yahya Johannes zal zijn Wij hebben voordien niemand aan hem gelijk gemaakt Marjam 19
12 O Yahya Johannes houd u krachtig aan het Boek Wij schonken hem wijsheid terwijl hij nog een kind was Marjam 19
90 Toen verhoorden Wij zijn gebed en beloofden hem Johannes en Wij maakten zijn vrouw geschikt een kind te krijgen Zij plachten met elkander te wedijveren in goede werken en zij riepen Ons in hoop en vrees aan en waren nederig voor Ons Anmbijaa 21
 
 JONAS..............................................................................6
163 Waarlijk Wij hebben u de openbaring gezonden zoals Wij Noach en de profeten na hem openbaring zonden en Wij gaven een openbaring aan Abraham en Ismaël en Izaäk en Jacob en de stammen en aan Jezus Job Jonas Aäron en Salomo en Wij gaven David een psalmen Nisa 4
86 En Ismaël Elisa Jonas en Lot elk hunner verhieven Wij boven de volkeren Anaam 6
10 Jonas Joenos Jonas 10
98 Waarom heeft behalve het volk van Jonas geen stad geloofd zodat hun geloof hen zou hebben kunnen helpen Toen zij geloofden verwijderden Wij de straf der schande in het tegenwoordige leven van hen en Wij lieten hen voor een wijle genieten Jonas 10
87 En Zonnoen Jonas toen hij in toorn heenging en dacht dat Wij geen macht over hem hadden en in de duisternis uitriep zeggende Er is geen God dan U Heilig bent U Ik behoorde inderdaad tot de onrechtvaardigen Anmbijaa 21
139 En Jonas was voorzeker ook een der boodchappers Saaffaat 37
 
 JONG...............................................................................2
68 Zij zeiden Bid voor ons tot uw Heer opdat Hij het ons duidelijk make wat voor een koe dit moet zijn Hij antwoordde Hij zegt dat het een koe moet zijn noch oud noch jong volwassen tussen beide in - doet nu wat u geboden is Baqarah 2
24 En wees teder voor hen in erbarming En zeg Mijn Heer ontferm u over hen daar zij mij opvoedden toen ik jong was Israa 17
 
 JONGE..............................................................................5
36 En er gingen met hem twee jonge mannen de gevangenis binnen Een hunner zei Ik zag mij wijn persen En de andere zei Ik zag mij in een droom brood op mijn hoofd dragen waarvan de vogelen aten Geef ons de verklaring er van voorzeker wij zien dat u tot de goeden behoort Jozef 12
60 Enigen hunner zeiden Wij hoorden een jonge man over hen spreken hij heet Abraham Anmbijaa 21
31 En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij ook haar ogen neergeslagen houden en hun passies beheersen en dat zij haar schoonheid niet tonen dan hetgeen ervan zichtbaar moet zijn en dat zij haar hoofddoeken over haar boezem laten hangen en dat zij haar schoonheid niet tonen behalve aan haar echtgenoot of haar vader of de vader van haar echtgenoot of haar zonen of de zonen van haar echtgenoot of haar broeders of de zonen van haar broeders of de zonen van haar zusters of haar vrouwen of haar slaven of zulke mannelijke bedienden die geen geslachtsdrang hebben of de jonge kinderen die van de naaktheid van een vrouw niets afweten En laat haar niet met haar voeten slaan opdat hetgeen zij van haar schoonheid bedekken openbaar moge worden En wendt u allen tezamen tot Allah o gelovigen opdat u moogt slagen An Noer 24
17 Daar zullen jonge mannen onder hen rondgaan die niet zullen verouderen Waaqiah 56
19 En jonge mensen die niet verouderen zullen om hen rondgaan om hen te bedienen Wanneer u hen ziet denkt u dat zij verstrooide paarlen zijn Dahr 76
 
 JONGELING..........................................................................2
19 Er kwam een karavaan langs en deze zond een waterputter die zijn emmer nederliet O goed nieuws zei hij Hier is een jongeling En zij verborgen hem als een stuk koopwaar en Allah wist goed wat zij deden Jozef 12
80 En wat de jongeling betreft zijn ouders waren gelovigen en wij vreesden dat hij schande over hen zou brengen door zijn opstandigheid en ongeloof Kahf 18
 
 JONGELINGEN........................................................................3
83 En niemand geloofde Mozes dan enige jongelingen van onder zijn volk uit vrees voor Pharao en zijn leiders in geval hij hen zou vervolgen En waarlijk Pharao was een tiran in het land en behoorde tot de buitensporigen Jonas 10
10 Toen de jongelingen hun toevlucht zochten in de grot zeiden zij Onze Heer verleen ons Uw genade en bereid ons een weg naar vrede en voorspoed uit onze beproeving Kahf 18
13 Wij zullen u hun geschiedenis in waarheid verhalen Zij waren jongelingen die in hun Heer geloofden en Wij gaven hun meer leiding Kahf 18
 
 JOOD...............................................................................1
67 Abraham was noch een Jood noch een Christen maar hij was een oprecht Moslim En hij behoorde niet tot de afgodendienaren Imraan 3
 
 JOU................................................................................2
4 En degenen die geloven in hetgeen wat aan jou Mohammed is geopenbaard en in hetgeen wat vòòr jou is geopenbaard openbaringen aan voorgaande profeten en die overtuigd zijn in het bestaan van het Hiernamaals Baqarah 2
4 En degenen die geloven in hetgeen wat aan jou Mohammed is geopenbaard en in hetgeen wat vòòr jou is geopenbaard openbaringen aan voorgaande profeten en die overtuigd zijn in het bestaan van het Hiernamaals Baqarah 2
 
 JOZEF..............................................................................37
84 En Wij gaven hem Izaäk en Jacob Wij leidden elk hunner en voordien leidden Wij Noach en van zijn afstammelingen David Salomo Job Jozef Mozes en Aäron Zo belonen Wij de goeden Anaam 6
12 Jozef Joesof Jozef 12
4 Toen Jozef tot zijn vader zei O mijn vader in mijn droom zag ik elf sterren en de zon en de maan en ik zag ze zich voor mij nederwerpen Jozef 12
7 Voorzeker er zijn voor de zoekers naar waarheid tekenen in de geschiedenis van Jozef en zijn broeders Jozef 12
8 Toen zij zeiden Voorwaar Jozef en zijn broeder zijn onze vader liever dan wij ofschoon wij een sterke groep zijn Voorzeker onze vader dwaalt openlijk Jozef 12
9 Doodt Jozef of verdrijft hem naar een ver land zodat uw vaders gunst uitsluitend voor u moge zijn waarna u een rechtvaardig volk zult worden Jozef 12
10 Eén hunner zei Doodt Jozef niet maar als u iets moet doen werpt hem dan op de bodem van een diepe put iemand uit een karavaan zal hem opnemen Jozef 12
11 Zij zeiden O onze vader waarom vertrouwt u ons niet aangaande Jozef hoewel wij hem welgezind zijn Jozef 12
17 En zeiden O onze vader wij hielden een wedloop en lieten Jozef met onze goederen achter en de wolf verslond hem maar zelfs al spreken wij de waarheid zult u ons niet geloven Jozef 12
21 En de Egyptenaar die hem kocht zei tot zijn vrouw Maak zijn verblijf behoorlijk Het is waarschijnlijk dat hij ons van nut kan zijn of dat wij hem als zoon aannemen En zo vestigden Wij Jozef in het land opdat Wij hem in het verklaren der dingen mochten onderwijzen Allah heeft macht over Zijn gebod maar de meeste mensen weten het niet Jozef 12
26 Hij Jozef zei Zij is het die mij tegen mijn wil zocht te verleiden En een familielid van haar getuigde Als zijn hemd van voren is gescheurd heeft zij de waarheid gesproken en behoort hij tot de leugenaars Jozef 12
29 O Jozef wend u hiervan af en u vrouw vraag vergiffenis voor uw zonde U behoort zeker tot de schuldigen Jozef 12
31 En toen zij van hun plannen hoorde nodigde zij haar uit en bereidde haar een maaltijd en gaf ieder een mes en zei dan tot Jozef Ga naar hen toe En toen zij hem zagen achtten zij hem grotelijks en zij sneden zich in de handen en zeiden Allah zij verheerlijkt Dit is geen mens dit is een edele engel Jozef 12
33 Hij Jozef zei O mijn Heer ik zou de gevangenis verkiezen boven hetgeen waartoe zij mij roepen tenzij U haar list van mij afwendt zal ik mij tot haar neigen en tot de onwetenden behoren Jozef 12
45 En degene van de twee die bevrijd was herinnerde zich na enige tijd Jozef en zei toen Ik zal u de verklaring er van laten weten zend mij daarom Jozef 12
46 O Jozef u man der waarheid leg ons de betekenis uit van zeven vette koeien die door zeven magere worden verslonden en van zeven groene korenaren en andere verwelkte aren opdat ik tot het volk moge terugkeren zodat zij mogen weten Jozef 12
50 En de koning zei Brengt hem tot mij Maar toen de boodschapper tot hem Jozef kwam zei hij Ga terug naar uw heer en vraag hem hoe het met de vrouwen is gesteld die zich in de handen sneden voorzeker mijn Heer kent haar sluwe plan goed Jozef 12
51 Hij de koning zei tot de vrouwen Wat was het geval met u toen u Jozef tegen zijn wil zocht te verleiden Zij zeiden Allah zij verheerlijkt Wij hebben geen kwaad van hem geweten De vrouw van de Aziez zei Nu is de waarheid aan het licht gekomen Ik was het die hem tegen zijn wil zocht te verleiden en hij behoort zeker tot de waarachtigen Jozef 12
54 En de koning zei Brengt hem bij mij ik wil hem voor mijzelf houden En toen hij tot hem Jozef had gesproken zei hij U bent van deze dag af een man van positie en vertrouwen bij ons Jozef 12
56 En zo vestigden Wij Jozef in het land Hij vertoefde er in waar hij ook wilde Wij schenken Onze barmhartigheid aan wie Ons behaagt en Wij laten het loon van de rechtvaardigen niet te gronde gaan Jozef 12
62 En hij Jozef zei tot zijn dienaren Stopt hun geld in de zadeltassen dat zij het mogen herkennen wanneer zij tot hun familie terugkeren opdat zij terug mogen komen Jozef 12
69 En toen zij Jozef bezochten huisvestte deze zijn broeder bij zich En hij zei Ik ben uw broeder treur daarom niet over hetgeen zij hebben gedaan Jozef 12
76 Daarna begon hij met het onderzoek van hun tassen alvorens de tas van zijn broeder te onderzoeken dan nam men hem drinkbeker uit zijn broeders tas Zo maakten Wij plannen voor Jozef Hij kon zijn broeder volgens de wet van de koning van Egypte niet houden tenzij Allah het zo had gewild Wij bevorderen in graden van kennis en eer wie Wij willen Boven elke wetende staat de Alwetende Jozef 12
77 Zij zijn broeders zeiden Als deze heeft gestolen had zijn broeder voorheen ook diefstal gepleegd Maar Jozef hield het in zijn hart geheim en onthulde het hun niet Hij zei U verkeert in een slechte toestand Allah weet het beste wat u beweert Jozef 12
79 Hij Jozef zei Allah verhoede dat wij iemand anders dan hem zouden nemen bij wie wij ons eigendom vonden want dan zouden wij zeker onrechtvaardig zijn Jozef 12
80 En toen zij wanhoopten trokken zij zich terug om in afzondering te beraadslagen De oudste zei Weet u niet dat uw vader een plechtige belofte in de naam van Allah van u heeft genomen en hoe u voorheen in uw plicht tegenover Jozef hebt gefaald Ik zal het land daarom niet verlaten voordat mijn vader het mij toestaat of Allah voor mij beslist en Hij is de beste Beoordelaar Jozef 12
84 En hij wendde zich van hen af en zei O ik heb verdriet over Jozef En zijn ogen werden gevuld met tranen van smart maar hij bedwong zich Jozef 12
85 Zij zeiden Bij Allah u zult niet ophouden over Jozef te praten totdat u bent weggekwijnd of totdat u te gronde gaat Jozef 12
87 O mijn zonen gaat en zoekt naar Jozef en zijn broeder en wanhoopt niet aan de genade van Allah want niemand wanhoopt aan Allah's barmhartigheid dan het ongelovige volk Jozef 12
88 En toen zij opnieuw voor hem Jozef kwamen zeiden zij O Aziez armoede heeft ons en onze familie getroffen en wij hebben een armzalige geldsom meegebracht geef ons daarvoor de volle maat en wees liefdadig Voorzeker Allah beloont de liefdadigen Jozef 12
89 Hij zei Weet u wat u Jozef en zijn broeder aandeedt toen u onwetend was Jozef 12
90 Zij vroegen Bent u dan Jozef Hij zei Ik ben Jozef en dit is mijn broeder Allah is ons inderdaad genadig geweest Voorwaar wie godvrezend en geduldig is - Allah doet het loon der goeden nooit verloren gaan Jozef 12
90 Zij vroegen Bent u dan Jozef Hij zei Ik ben Jozef en dit is mijn broeder Allah is ons inderdaad genadig geweest Voorwaar wie godvrezend en geduldig is - Allah doet het loon der goeden nooit verloren gaan Jozef 12
92 Hij Jozef zei Heden zij er geen verwijt tegen u Moge Allah u vergeven Hij is de Genadigste der genadigen Jozef 12
94 En toen de karavaan uit Egypte vertrok zei hun vader Ik bemerk voorzeker de geur van Jozef zelfs al ziet u mij voor zwakzinnig aan Jozef 12
99 En toen zij tot Jozef kwamen huisvestte hij zijn ouders bij zich en zei Komt zoals het Allah behaagt Egypte in vrede binnen Jozef 12
34 En voordien kwam Jozef tot u met duidelijke tekenen maar u bleeft twijfelen aan hetgeen hij u bracht maar toen hij stierf zei hij Allah zal na hem geen boodschapper meer zenden Alzo laat Allah de buitensporigen en de twijfelaars dwalen Momin 40

Volgende Terug naar het Begin