Volgende Vorige

 
 PEN................................................................................3
68 De Pen Al Qalam Qalam 68
1 Noen Bij de pen en bij hetgeen zij schrijven Qalam 68
4 Die de mens door middel van de pen onderwees Alaq 96
 
 PENNEN.............................................................................1
27 En als alle bomen op aarde pennen waren en de oceaan met nog zeven oceanen aangevuld inkt was de woorden van Allah zouden niet kunnen worden uitgeput Voorwaar Allah is Almachtig Alwijs Loqmaan 31
 
 PERIODE............................................................................10
231 En wanneer u van uw vrouwen scheidt en zij het einde van de haar voorgeschreven periode bereiken behoudt haar dan op een behoorlijke manier of zendt haar op een betamelijke manier weg maar behoudt haar niet tot haar nadeel waardoor u de perken te buiten gaat Wie zulks doet doet gewis zijn eigen ziel onrecht En drijft niet de spot met Allah's geboden en gedenkt Allah's gunst aan u en gedenkt het Boek en de wijsheid die Hij u heeft nedergezonden waarmede Hij u vermaant En vreest Allah en weet dat Allah de Kenner is van alle dingen Baqarah 2
282 O u die gelooft wanneer u van elkander leent voor een vastgestelde periode schrijft het dan op Laat een schrijver het naar waarheid in uw bijzijn optekenen en geen schrijver moet weigeren te schrijven zoals Allah hem heeft onderwezen laat hem daarom schrijven en laat de schuldenaar dicteren en hij moet Allah zijn Heer vrezen en niets daaraan afdoen Maar indien de schuldenaar weinig verstand heeft of zwak is of zelf niet kan dicteren laat dan zijn zaakwaarnemer eerlijk dicteren En roept van onder uw mannen twee getuigen en als er geen twee mannen zijn dan één man en twee vrouwen van degenen die u als getuigen aanstaan zodat wanneer één der twee vrouwen zich zou vergissen de ene de andere indachtig moge maken En de getuigen mogen niet weigeren wanneer zij worden gedaagd En wordt het schrijven niet moe of het weinig of veel zij betreffende de vervaltijd Dit is in Allah's ogen eerder rechtvaardig het maakt het getuigenis zekerder en weerhoudt u van twijfel Maar wanneer het contante handel is die u onderling drijft zal het geen blaam voor u zijn als u het niet neerschrijft En hebt getuigen wanneer u aan elkander verkoopt en de schrijver en de getuigen mag geen leed worden aangedaan En indien u zulks doet zal het zeker overtreding van u zijn Vreest Allah Allah schenkt u kennis en Allah weet alle dingen goed Baqarah 2
142 En Wij maakten met Mozes een overeenkomst van dertig nachten en vulden ze met tien nachten aan Aldus werd de periode die door zijn Heer was vastgesteld tot veertig nachten aangevuld En Mozes zeide tot zijn broeder Aäron Wees mijn plaatsvervanger onder mijn volk in mijn afwezigheid en beheer wel en volg de weg der onruststokers niet Aaraaf 7
3 En vraagt vergiffenis aan uw Heer en wendt u tot Hem Hij zal u voor een vastgestelde periode van het goede voorzien En Hij schenkt Zijn genade aan ieder die zich hiervoor verdienstelijk maakt En als u afwendt dan vrees ik voorzeker voor u de straf van de grote Dag Hoed 11
38 En Wij zonden inderdaad boodschappers vòòr u en Wij gaven hun vrouwen en kinderen En het is een boodschapper niet mogelijk een teken te brengen dan door het gebod van Allah Voor elke periode is er een Goddelijk besluit Ar Rad 13
10 Hun boodschappers antwoordden Bestaat er twijfel over Allah Schepper der hemelen en der aarde Hij roept u opdat Hij uw zonden moge vergeven en u uitstel moge verlenen voor een vastgestelde periode Zij zeiden U bent slechts mensen als wij u wenst ons afkerig te maken van hetgeen onze vaderen aanbaden Brengt ons daarom een duidelijk bewijs Ibrahiem 14
44 En waarschuw de mensen voor de Dag waarop kastijding over hen zal komen dan zullen de onrechtvaardigen zeggen Onze Heer schenk ons uitstel voor een korte periode Wij zullen Uw roep beantwoorden en de boodschappers volgen Heeft u voorheen niet gezworen dat er voor u geen ondergang was Ibrahiem 14
1 O profeet indien u van de vrouwen scheidt scheidt dan van haar voor de vastgestelde periode en berekent de periode en vreest Allah uw Heer Verdrijft haar niet uit haar vertrekken noch behoeven zij uit zichzelf weg te gaan vòòr de bepaalde termijn tenzij zij zich openlijk onbetamelijk gedragen Dit zijn Allah's vastgestelde grenzen en wie de door Allah bepaalde grenzen overschrijdt doet zeker zijn eigen ziel onrecht aan U weet niet misschien zal Allah daarna iets beters teweegbrengen Talaaq 65
1 O profeet indien u van de vrouwen scheidt scheidt dan van haar voor de vastgestelde periode en berekent de periode en vreest Allah uw Heer Verdrijft haar niet uit haar vertrekken noch behoeven zij uit zichzelf weg te gaan vòòr de bepaalde termijn tenzij zij zich openlijk onbetamelijk gedragen Dit zijn Allah's vastgestelde grenzen en wie de door Allah bepaalde grenzen overschrijdt doet zeker zijn eigen ziel onrecht aan U weet niet misschien zal Allah daarna iets beters teweegbrengen Talaaq 65
4 En indien u twijfelt aangaande diegenen uwer vrouwen die geen menstruatie meer verwachten haar wacht periode is drie maanden hetzelfde geldt ook voor degenen die haar menstruatie nog niet hebben gehad En de wachtperiode voor de zwangeren duurt tot zij verlost zijn En degenen die Allah vrezen zal Hij van het nodige voorzien door Zijn gebod Talaaq 65
 
 PERKAMENT..........................................................................2
7 En al hadden Wij u een boek op perkament nedergezonden en al hadden zij het met hun handen betast zouden de ongelovigen toch hebben gezegd Dit is niets dan klaarblijkelijke tovenarij Anaam 6
3 Op uitgebreide perkament Toer 52
 
 PERKEN.............................................................................8
231 En wanneer u van uw vrouwen scheidt en zij het einde van de haar voorgeschreven periode bereiken behoudt haar dan op een behoorlijke manier of zendt haar op een betamelijke manier weg maar behoudt haar niet tot haar nadeel waardoor u de perken te buiten gaat Wie zulks doet doet gewis zijn eigen ziel onrecht En drijft niet de spot met Allah's geboden en gedenkt Allah's gunst aan u en gedenkt het Boek en de wijsheid die Hij u heeft nedergezonden waarmede Hij u vermaant En vreest Allah en weet dat Allah de Kenner is van alle dingen Baqarah 2
81 U nadert met wellust mannen in plaats van vrouwen Nee u bent een volk dat de perken te buiten gaat Aaraaf 7
24 Ga naar Pharao hij heeft inderdaad de perken overschreden Taa Haa 20
43 Gaat u beiden tot Pharao want hij is alle perken te buiten gegaan Taa Haa 20
7 Maar degenen die deze perken te buiten gaan zullen overtreders zijn Al Mominoen 23
21 Zij die Onze ontmoeting niet verwachten zeggen Waarom zijn geen engelen tot ons nedergezonden of waarom kunnen wij onze Heer niet zien Voorzeker zij schatten zich te hoog en zijn de perken ver te buiten gegaan Forqaan 25
166 En verlaat u uw vrouwen die uw Heer voor u heeft geschapen Nee u bent een volk dat de perken te buiten gaat Sjoaraa 26
19 Zij antwoordden Uw onheil is bij u Zegt u dit omdat u vermaand bent Nee u bent een volk dat alle perken te buiten gaat Jaa Sien 36
 
 PERSEN.............................................................................2
36 En er gingen met hem twee jonge mannen de gevangenis binnen Een hunner zei Ik zag mij wijn persen En de andere zei Ik zag mij in een droom brood op mijn hoofd dragen waarvan de vogelen aten Geef ons de verklaring er van voorzeker wij zien dat u tot de goeden behoort Jozef 12
49 Dan zal er nadien een jaar komen waarin de mensen zullen worden geholpen en waarin zij vruchten zullen persen Jozef 12
 
 PERSONEN...........................................................................2
48 En er waren negen personen in de stad die onrust in het land stichtten en zich niet wilden verbeteren Naml 27
7 Ziet u niet dat Allah alles weet wat in de hemelen en op aarde is Er is geen geheim gesprek van drie personen zonder dat Hij de vierde is noch van vijf zonder dat Hij de zesde is noch van minder noch van meer zonder dat Hij met hen is waar zij ook mogen zijn Dan zal Hij hun op de Dag der Opstanding mededelen wat zij deden Voorzeker Allah heeft kennis van alle dingen Modjaadalah 58
 
 PERSOON............................................................................13
95 Diegenen der gelovigen die niets doen met uitzondering der onbekwamen zijn niet gelijk aan degenen die met hun rijkdommen en hun persoon terwille van Allah strijden Allah heeft degenen die met hun rijkdommen en hun persoon strijden doen uitmunten boven de rustenden en aan ieder heeft Allah het goede beloofd Allah zal de strijders boven de stilzittenden doen uitblinken door een grote beloning Nisa 4
95 Diegenen der gelovigen die niets doen met uitzondering der onbekwamen zijn niet gelijk aan degenen die met hun rijkdommen en hun persoon terwille van Allah strijden Allah heeft degenen die met hun rijkdommen en hun persoon strijden doen uitmunten boven de rustenden en aan ieder heeft Allah het goede beloofd Allah zal de strijders boven de stilzittenden doen uitblinken door een grote beloning Nisa 4
72 Voorzeker degenen die hebben geloofd en hun huizen verlieten en met hun bezittingen en hun persoon voor de zaak van Allah hebben gestreden en degenen die schuilplaats verstrekten en hielpen zijn vrienden van elkander Maar degenen die geloven en die hun huizen niet verlieten u bent in het geheel niet verantwoordelijk voor hun bescherming tenzij zij hun huizen verlaten Maar als zij hulp inzake het geloof zoeken dan is het uw plicht hen te helpen behalve tegen een volk met welk u een verbond heeft Allah ziet wat u doet Anfaal 8
20 Zij die geloven en van hun woonplaatsen verhuizen en met hun bezit en met hun persoon voor de zaak van Allah strijden hebben in de ogen van Allah de hoogste rang Dezen zullen zegevieren Taubah 9
41 Gaat voort licht of zwaar streeft met uw bezit en uw persoon voor de zaak van Allah Dit is beter voor u als u het slechts weet Taubah 9
44 Degenen die in Allah en de laatste Dag geloven zullen u niet om toestemming vragen om te worden vrijgesteld van het strijden met hun bezit en hun persoon Allah kent de rechtvaardigen goed Taubah 9
81 Zij die achter de boodschapper van Allah bleven verheugden zich over hun thuiszitten en waren er afkerig van met hun eigendommen en hun persoon voor de zaak van Allah te strijden En zij zeiden Trekt niet uit in de hitte Zeg Het Vuur der hel is heter Konden zij dit slechts begrijpen Taubah 9
88 Maar de boodschapper en de gelovigen met hem strijden met hun bezit en hun persoon en zij zijn het die het goede zullen ontvangen en zij zullen slagen Taubah 9
111 Voorzeker Allah heeft van de gelovigen hun persoon en hun bezittingen gekocht in ruil voor het paradijs - zij vechten voor de zaak van Allah en zij doden en worden gedood - een onfeilbare belofte in de Torah en het Evangelie en de Koran En wie is getrouwer aan zijn belofte dan Allah - Verheugt u dan in de verbintenis die u met Hem heeft gesloten en dat is de grote zegepraal Taubah 9
24 Is deze beter die voor zijn persoon bescherming zoekt op de Dag der Opstanding voor de vreselijke straf - terwijl tot de onrechtvaardigen zal worden gezegd Ondergaat nu wat u verdiende Zomar 39
6 O u gelovigen indien een slecht persoon u nieuws brengt onderzoekt het nauwkeurig opdat u sommige mensen niet in onwetendheid schaadt en naderhand spijt krijgt van hetgeen u had gedaan Hodjoraat 49
15 De ware gelovigen zijn slechts degenen die in Allah en Zijn boodschapper geloven en daarna niet twijfelen maar met hun bezittingen en persoon voor de zaak van Allah strijden Zij zijn de waarachtigen Hodjoraat 49
11 Dat u in Allah en Zijn boodschapper gelooft en voor de zaak van Allah met uw bezit en uw persoon strijdt Dat is beter voor u als u het weet Saff 61
 
 PHARAO.............................................................................79
103 Toen zonden Wij na hen de vorige boodschappers Mozes met Onze tekenen naar Pharao en zijn leiders maar zij geloofden er niet in Ziet hoe het einde was van de onruststokers Aaraaf 7
104 En Mozes zei O Pharao ik ben waarlijk een boodschapper van de Heer der Werelden Aaraaf 7
109 De leiders van het volk van Pharao zeiden Dit is gewis een vaardige tovenaar Aaraaf 7
113 En de tovenaars kwamen tot Pharao en zeiden Wij zullen natuurlijk als wij de overhand krijgen een beloning ontvangen Aaraaf 7
114 Hij Pharao antwoordde Ja en u zult tot de gunstelingen behoren Aaraaf 7
123 Pharao zei Heeft u vòòr ik het u toestond in Hem geloofd Dit is voorzeker een complot dat u in de stad heeft gesmeed opdat u haar bewoners er uit moogt verdrijven maar u zult het weldra te weten komen Aaraaf 7
127 En de leiders van het volk van Pharao zeiden Wilt u Mozes en zijn volk in het land wanorde laten scheppen en u en uw goden laten verzaken Hij antwoordde Wij zullen hun zonen doden en hun vrouwen sparen Zeker wij hebben macht over hen Aaraaf 7
130 En Wij straften het volk van Pharao door droogte en met schaarste van vruchten opdat zij er lering uit mochten trekken Aaraaf 7
137 En Wij deden de mensen die voor zwak werden gehouden de oostelijke en westelijke gedeelten van het land welke Wij zegenden erven En het genadevolle woord van uw Heer werd voor de kinderen Israëls vervuld omdat zij geduldig waren geweest en Wij vernietigden al hetgeen Pharao en zijn volk hadden gebouwd en al hetgeen zij hadden opgericht Aaraaf 7
52 Zoals het volk van Pharao en degenen die vòòr hen waren zij verwierpen de tekenen van Allah daarom strafte Allah hen voor hun zonden Voorzeker Allah is Machtig Streng in het straffen Anfaal 8
54 Zoals het volk van Pharao en degenen die vòòr hen waren zij verloochenden de tekenen van hun Heer daarom vernietigden Wij hen voor hun zonden En Wij verdronken het volk van Pharao want zij waren allen onrechtvaardig Anfaal 8
54 Zoals het volk van Pharao en degenen die vòòr hen waren zij verloochenden de tekenen van hun Heer daarom vernietigden Wij hen voor hun zonden En Wij verdronken het volk van Pharao want zij waren allen onrechtvaardig Anfaal 8
75 Dan zonden Wij na hen Mozes en Aäron met Onze tekenen naar Pharao en zijn leiders maar zij handelden aanmatigend En zij waren een misdadig volk Jonas 10
79 En Pharao zei Brengt mij elke bedreven tovenaar Jonas 10
83 En niemand geloofde Mozes dan enige jongelingen van onder zijn volk uit vrees voor Pharao en zijn leiders in geval hij hen zou vervolgen En waarlijk Pharao was een tiran in het land en behoorde tot de buitensporigen Jonas 10
83 En niemand geloofde Mozes dan enige jongelingen van onder zijn volk uit vrees voor Pharao en zijn leiders in geval hij hen zou vervolgen En waarlijk Pharao was een tiran in het land en behoorde tot de buitensporigen Jonas 10
88 En Mozes zei Onze Heer U heeft Pharao en zijn leiders versieringen en rijkdommen in het tegenwoordige leven geschonken zodat zij Onze Heer van Uw pad afleiden Onze Heer vernietig hun bezittingen en verhard hun hart want zij zullen niet geloven voordat zij de pijnlijke straf zien Jonas 10
90 En Wij brachten de kinderen Israëls over de zee Pharao en zijn scharen vervolgden hen op een onrechtvaardige en aanvallende wijze totdat hij toen hij bijna verdronk zei Ik geloof dat er geen God is dan Hij in Wie de kinderen Israëls geloven en ik behoor tot de Moslims Jonas 10
97 Naar Pharao en zijn leiders zij volgden het gebod van Pharao maar het gebod van Pharao was in het geheel niet verstandig Hoed 11
97 Naar Pharao en zijn leiders zij volgden het gebod van Pharao maar het gebod van Pharao was in het geheel niet verstandig Hoed 11
97 Naar Pharao en zijn leiders zij volgden het gebod van Pharao maar het gebod van Pharao was in het geheel niet verstandig Hoed 11
101 En voorwaar wij schonken Mozes negen duidelijke tekenen Vraag dit aan de kinderen van Israël Toen hij tot hen kwam zei Pharao tot hem Ik geloof O Mozes dat u een betoverd mens bent Israa 17
102 Hij zei Voorzeker u weet dat niemand anders dan de Heer der Hemelen en der aarde deze tekenen heeft gezonden en ik ben zeker dat u o Pharao te gronde gaat Israa 17
24 Ga naar Pharao hij heeft inderdaad de perken overschreden Taa Haa 20
43 Gaat u beiden tot Pharao want hij is alle perken te buiten gegaan Taa Haa 20
49 Pharao zei Wie is uw Heer o Mozes Taa Haa 20
51 Hij Pharao zei Hoe staat het met vroegere geslachten Taa Haa 20
56 En Wij toonden Pharao Onze tekenen maar hij loochende deze en weigerde deze te geloven Taa Haa 20
60 Daarop trok Pharao zich terug en stelde zijn plan vast en kwam vervolgens op de bijeenkomst Taa Haa 20
71 Pharao zei tot hen Gelooft u in Hem eer ik u daartoe verlof geef Hij moet uw meester zijn die u in de toverkunst heeft onderwezen Daarom zal ik uw handen en voeten aan de tegenovergestelde kant afhakken en ik zal u voorzeker aan de stammen van palmbomen kruisigen en u zult met zekerheid weten wie van ons gestrenger en langduriger is in het straffen Taa Haa 20
78 Alsdan achtervolgde hen Pharao met zijn leger en toen overspoelde de zee hen allen Taa Haa 20
79 En Pharao voerde zijn volk op een dwaalspoor hij leidde hen niet op de rechte weg Taa Haa 20
46 Tot Pharao en zijn opperhoofden zij toonden hoogmoed en waren een aanmatigend volk Al Mominoen 23
11 Het volk van Pharao Zullen zij Mij niet vrezen Sjoaraa 26
16 Gaat dus naar Pharao en zegt Wij zijn de boodschappers van de Heer der Werelden Sjoaraa 26
18 Hij Pharao zei Voedden wij u niet onder ons op toen u een kind was En u bleeft onder ons vele jaren van uw leven Sjoaraa 26
23 Pharao zei En wie is de Heer der Werelden Sjoaraa 26
25 Pharao zei tot degenen die om hem heen waren Hoort u het niet Sjoaraa 26
27 Pharao zei Waarlijk de boodschapper die tot u is gezonden is krankzinnig Sjoaraa 26
29 Pharao zei tot hem Indien u een andere God aanneemt dan mij zal ik u zeker in de gevangenis werpen Sjoaraa 26
31 Pharao zei Breng het dan als u tot de waarachtigen behoort Sjoaraa 26
34 Pharao zei tot de vooraanstaanden om zich heen Dit is inderdaad een bedreven tovenaar Sjoaraa 26
41 En toen de tovenaars kwamen vroegen zij aan Pharao Zal er een beloning voor ons zijn als wij de overwinnaars worden Sjoaraa 26
44 Toen gooiden zij hun touwen en hun roeden en zeiden Bij de macht van Pharao wij zullen de overhand krijgen Sjoaraa 26
49 Pharao zei tot hen Gelooft u in hem voordat ik u toestemming geef Hij is zeker uw leider die u tovenarij heeft onderwezen Maar u zult het weldra te weten komen Ik zal zeker uw handen en uw voeten van links en rechts afhakken en u allen doen kruisigen Sjoaraa 26
53 En Pharao zond herauten naar de steden zeggende Sjoaraa 26
12 En stop uw hand in uw boezem zij zal zonder enige schade wit te voorschijn komen Dit behoort tot de negen tekenen voor Pharao en zijn volk want zij zijn een opstandig volk Naml 27
3 Wij dragen u het verhaal van Mozes en Pharao voor in waarheid ten bate van een volk dat wil geloven Qasas 28
4 Waarlijk Pharao handelde aanmatigend in het land en deed het volk er van in partijen scheiden van een groep die hij als zwak beschouwde doodde hij de zonen en spaarde de vrouwen Zeker hij behoorde tot de onheilstichters Qasas 28
6 En hen te vestigen op aarde om Pharao en Hamaan en hun scharen datgene te tonen waarvoor zij vreesden Qasas 28
8 En Pharao's familie nam hem op zodat hij voor hen een vijand en een smart zou worden want Pharao en Hamaan en hun scharen waren boosdoeners Qasas 28
32 Steek uw hand in uw boezem zij zal zonder ziekte wit te voorschijn komen - en wees niet bang voor gevaar - dit zijn twee tekenen van uw Heer aan Pharao en zijn leiders Waarlijk zij zijn een opstandig volk Qasas 28
38 En Pharao zei O leiders ik erken geen God voor u naast mij stook voor mij een vuur O Hamaan om stenen van klei te bakken en bouw een toren opdat ik moge opklimmen naar de God van Mozes want waarlijk ik beschouw hem als een leugenaar Qasas 28
39 Wij vernietigden eveneens Korach en Pharao en Hamaan Mozes kwam tot hen met duidelijke tekenen maar zij handelden hoogmoedig op aarde toch konden zij Ons niet ontsnappen Ankaboet 29
12 Vòòr hen loochende het volk van Noach en Aad en Pharao - de heer der scharen - Saad 38
24 Tot Pharao en Hamaan en Korach maar zij zeiden Hij is een tovenaar en de grootste leugenaar Momin 40
26 En Pharao zei Laat mij Mozes doodslaan en laat hem dan zijn Heer aanroepen Ik vrees dat hij uw godsdienst zal veranderen of in het land onrust zal stoken Momin 40
28 En een gelovig man uit het volk van Pharao die zijn geloof verborg zei Wilt u een man doden omdat hij zegt Mijn Heer is Allah terwijl hij tot u gekomen is met duidelijke tekenen van uw Heer Is hij een leugenaar dan rust zijn leugen op hem maar als hij oprecht is dan zal iets van datgene waarmee hij u bedreigt u overkomen Voorzeker Allah leidt hem die buitensporig en een grote leugenaar is niet Momin 40
29 O mijn volk heden heeft u de oppermacht en u bent de hoogsten in het land Maar wie zal ons beschermen tegen de straf van Allah als zij over ons komt Pharao zei Ik wijs u alleen dat aan wat ik zelf zie en ik leid u slechts naar het pad der rechtschapenheid Momin 40
36 En Pharao zei O Hamaan bouw mij een toren opdat ik de toegangswegen moge naderen Momin 40
37 De toegangswegen der hemelen opdat ik de God van Mozes moge bereiken ofschoon ik zeker weet dat hij een leugenaar is Zo werd voor Pharao zijn slechte daad schoonschijnend gemaakt hij werd van het rechte pad afgeleid en Pharao's plan eindigde slechts in ondergang Momin 40
45 Daarom beschermde Allah hem voor het kwade hunner plannen en een zware straf kwam over het volk van Pharao Momin 40
46 Wij zonden Mozes met Onze tekenen naar Pharao en zijn leiders en hij zei Ik ben waarlijk een boodschapper van de Heer der Werelden Zochrof 43
51 En Pharao riep tot zijn volk O mijn volk Behoort het koninkrijk van Egypte niet aan mij toe En stromen deze rivieren niet op mijn bevel Kunt u dat niet inzien Zochrof 43
17 Wij hebben het volk van Pharao reeds vòòr hen beproefd en er kwam een eerwaardige boodschapper tot hen zeggende Dochaan 44
31 Door Pharao want hij was trots en één der buitensporigen Dochaan 44
13 Het volk van Aad en Pharao en de broeders van Lot eveneens Qaaf 50
38 En in Mozes is eveneens een teken toen Wij hem tot Pharao zonden met openlijk gezag Zaarijaat 51
41 Er kwamen ook waarschuwers tot het volk van Pharao Qamar 54
11 En Allah vergelijkt de gelovigen met de vrouw van Pharao toen zij zei Mijn Heer bouw voor mij een huis bij U in het Paradijs verlos mij van Pharao en zijn daden en verlos mij van het onrechtvaardige volk Tahriem 66
11 En Allah vergelijkt de gelovigen met de vrouw van Pharao toen zij zei Mijn Heer bouw voor mij een huis bij U in het Paradijs verlos mij van Pharao en zijn daden en verlos mij van het onrechtvaardige volk Tahriem 66
9 Ook Pharao en degenen die vòòr hem waren en de steden die verwoest werden begingen grote zonde Haaqqah 69
15 Waarlijk Wij hebben tot u een boodschapper gezonden die een getuige tegen u is gelijk Wij een boodschapper tot Pharao zonden Mozzammil 73
16 Maar Pharao gehoorzaamde de boodschapper niet daarom grepen Wij hem met een verschrikkelijke greep aan Mozzammil 73
17 Ga naar Pharao want hij is opstandig Naziaat 79
20 Toen toonde hij hem Pharao het grote teken Naziaat 79
23 En hij Pharao verzamelde de zijnen en riep uit Naziaat 79
18 Van Pharao en de Samoed Boroej 85
10 En met Pharao de heer der grote scharen Fadjr 89

Volgende Terug naar het Begin