16 An-Nahl (De Bij)

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

اَتٰۤی اَمۡرُ اللّٰہِ فَلَا تَسۡتَعۡجِلُوۡہُ ؕ سُبۡحٰنَہٗ وَ تَعٰلٰی عَمَّا یُشۡرِکُوۡنَ ﴿۱﴾

016.001 Ata amru Allahi fala tastaAAjiloohu subhanahu wataAAala AAamma yushrikoona

16:1 Het bevel van Allah (voor de dag des oordeels) is al uitgevoerd ("Ata"), dus wees er niet haastig over. Heilig en hoog verheven is Hij boven alles wat ze aan Hem toekennen! (Notitie: Ata betekent dat al plaats gevonden heeft. Gezien Allah niet gebonden is aan tijd, heeft de dag des oordeels voor Allah al plaats gevonden. Het bevel voor de hele gebeurtenis van de dag des oordeels is dus al gegeven.)

یُنَزِّلُ الۡمَلٰٓئِکَۃَ بِالرُّوۡحِ مِنۡ اَمۡرِہٖ عَلٰی مَنۡ یَّشَآءُ مِنۡ عِبَادِہٖۤ اَنۡ اَنۡذِرُوۡۤا اَنَّہٗ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّاۤ اَنَا فَاتَّقُوۡنِ ﴿۲﴾

016.002 Yunazzilu almala-ikata bialrroohi min amrihi AAala man yashao min AAibadihi an anthiroo annahu la ilaha illa ana faittaqooni

16:2 Hij zendt de engelen en de Roeh (Djibriel/GabriŰl) neer op Zijn bevel, naar de dienaren waarvan Hij het wilt: "Waarschuw dat er geen de´teit is behalve Ik, dus vrees Mij."

خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ بِالۡحَقِّ ؕ تَعٰلٰی عَمَّا یُشۡرِکُوۡنَ ﴿۳﴾

016.003 Khalaqa alssamawati waal-arda bialhaqqi taAAala AAamma yushrikoona

16:3 Hij heeft de hemelen en aarde in waarheid geschapen. Verheven is Hij boven datgeen wat ze (aan Hem) toekennen!

خَلَقَ الۡاِنۡسَانَ مِنۡ نُّطۡفَۃٍ فَاِذَا ہُوَ خَصِیۡمٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۴﴾

016.004 Khalaqa al-insana min nutfatin fa-itha huwa khaseemun mubeenun

16:4 Hij schiep de mens van een Nutfa (een druppel, zie 23:12-14). Aanschouw! Vervolgens, wordt hij een duidelijke tegenstander.

وَ الۡاَنۡعَامَ خَلَقَہَا ۚ لَکُمۡ فِیۡہَا دِفۡءٌ وَّ مَنَافِعُ وَ مِنۡہَا تَاۡکُلُوۡنَ ﴿۪۵﴾

016.005 Waal-anAAama khalaqaha lakum feeha dif-on wamanafiAAu waminha ta-kuloona

16:5 En de vee heeft hij voor jullie geschapen. In hen is er warmte en andere voordelen, en jullie eten ervan.

وَ لَکُمۡ فِیۡہَا جَمَالٌ حِیۡنَ تُرِیۡحُوۡنَ وَ حِیۡنَ تَسۡرَحُوۡنَ ﴿۪۶﴾

016.006 Walakum feeha jamalun heena tureehoona waheena tasrahoona

16:6 En voor jullie is er in hen schoonheid wanneer jullie hen stallen en wanneer jullie hen naar buiten brengen.

وَ تَحۡمِلُ اَثۡقَالَکُمۡ اِلٰی بَلَدٍ لَّمۡ تَکُوۡنُوۡا بٰلِغِیۡہِ اِلَّا بِشِقِّ الۡاَنۡفُسِ ؕ اِنَّ رَبَّکُمۡ لَرَءُوۡفٌ رَّحِیۡمٌ ۙ﴿۷﴾

016.007 Watahmilu athqalakum ila baladin lam takoonoo baligheehi illa bishiqqi al-anfusi inna rabbakum laraoofun raheemun

16:7 En ze dragen jullie lasten naar een land, die jullie zelf alleen met grote moeite zouden kunnen bereiken. Voorzeker, jou Heer is Ar-Raoef (de meest Vriendelijke), Ar-Rahiem (de Erbarmer).

وَّ الۡخَیۡلَ وَ الۡبِغَالَ وَ الۡحَمِیۡرَ لِتَرۡکَبُوۡہَا وَ زِیۡنَۃً ؕ وَ یَخۡلُقُ مَا لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۸﴾

016.008 Waalkhayla waalbighala waalhameera litarkabooha wazeenatan wayakhluqu ma la taAAlamoona

16:8 En (Hij heeft) paarden, muilezels, muildieren en ezels voor jullie (geschapen), om erop te rijden en als versiering. En Hij schept wat jullie (nog) niet kennen.

وَ عَلَی اللّٰہِ قَصۡدُ السَّبِیۡلِ وَ مِنۡہَا جَآئِرٌ ؕ وَ لَوۡ شَآءَ لَہَدٰىکُمۡ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿٪۹﴾

016.009 WaAAala Allahi qasdu alssabeeli waminha ja-irun walaw shaa lahadakum ajmaAAeena

16:9 En het is Allah die wijst naar het (rechte) pad. En (toch kiezen velen) de wegen die krom zijn. En als Hij het wilde, dan had Hij jullie zeker allen geleid.

ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡزَلَ مِنَ السَّمَآءِ مَآءً لَّکُمۡ مِّنۡہُ شَرَابٌ وَّ مِنۡہُ شَجَرٌ فِیۡہِ تُسِیۡمُوۡنَ ﴿۱۰﴾

016.010 Huwa allathee anzala mina alssama-i maan lakum minhu sharabun waminhu shajarun feehi tuseemoona

16:10 Hij is Degene Die water uit de hemel neer zendt voor jullie. Jullie drinken ervan en de vegetatie, waarop jullie je vee doen grazen, groeit ervan.

یُنۡۢبِتُ لَکُمۡ بِہِ الزَّرۡعَ وَ الزَّیۡتُوۡنَ وَ النَّخِیۡلَ وَ الۡاَعۡنَابَ وَ مِنۡ کُلِّ الثَّمَرٰتِ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیَۃً لِّقَوۡمٍ یَّتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۱۱﴾

016.011 Yunbitu lakum bihi alzzarAAa waalzzaytoona waalnnakheela waal-aAAnaba wamin kulli alththamarati inna fee thalika laayatan liqawmin yatafakkaroona

16:11 Hij laat er mee de gewassen, de olijven, de dadelpalmen, de druiven en allerlei fruit voor jullie groeien. Voorzeker, daarin is zeker een teken voor mensen die nadenken.

وَ سَخَّرَ لَکُمُ الَّیۡلَ وَ النَّہَارَ ۙ وَ الشَّمۡسَ وَ الۡقَمَرَ ؕ وَ النُّجُوۡمُ مُسَخَّرٰتٌۢ بِاَمۡرِہٖ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّعۡقِلُوۡنَ ﴿ۙ۱۲﴾

016.012 Wasakhkhara lakumu allayla waalnnahara waalshshamsa waalqamara waalnnujoomu musakhkharatun bi-amrihi inna fee thalika laayatin liqawmin yaAAqiloona

16:12 En Hij maakte de nacht, de dag, de zon, de maan, en de sterren ten dienste voor jullie door Zijn bevel. Voorzeker, in dat zijn zeker tekenen voor mensen met begrip.

وَ مَا ذَرَاَ لَکُمۡ فِی الۡاَرۡضِ مُخۡتَلِفًا اَلۡوَانُہٗ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیَۃً لِّقَوۡمٍ یَّذَّکَّرُوۡنَ ﴿۱۳﴾

016.013 Wama tharaa lakum fee al-ardi mukhtalifan alwanuhu inna fee thalika laayatan liqawmin yaththakkaroona

16:13 En ook in de verschillende kleuren (van zijn creatie) op de aarde die Hij voor jullie heeft gemaakt. Voorzeker, daarin is zeker een teken voor mensen die (Allah) gedenken.

وَ ہُوَ الَّذِیۡ سَخَّرَ الۡبَحۡرَ لِتَاۡکُلُوۡا مِنۡہُ لَحۡمًا طَرِیًّا وَّ تَسۡتَخۡرِجُوۡا مِنۡہُ حِلۡیَۃً تَلۡبَسُوۡنَہَا ۚ وَ تَرَی الۡفُلۡکَ مَوَاخِرَ فِیۡہِ وَ لِتَبۡتَغُوۡا مِنۡ فَضۡلِہٖ وَ لَعَلَّکُمۡ تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۱۴﴾

016.014 Wahuwa allathee sakhkhara albahra lita/kuloo minhu lahman tariyyan watastakhrijoo minhu hilyatan talbasoonaha watara alfulka mawakhira feehi walitabtaghoo min fadlihi walaAAallakum tashkuroona

16:14 En Hij is Degene Die de zee ten dienste voor jullie heeft gesteld, zodat jullie er vers vlees van kunnen eten en dat jullie sieraden kunnen maken om te dragen. En jullie zien de schepen erop varen. (Hij heeft de zee ten dienste gesteld) zodat jullie kunnen zoeken naar Zijn gunsten en dankbaar kunnen zijn.

وَ اَلۡقٰی فِی الۡاَرۡضِ رَوَاسِیَ اَنۡ تَمِیۡدَ بِکُمۡ وَ اَنۡہٰرًا وَّ سُبُلًا لَّعَلَّکُمۡ تَہۡتَدُوۡنَ ﴿ۙ۱۵﴾

016.015 Waalqa fee al-ardi rawasiya an tameeda bikum waanharan wasubulan laAAallakum tahtadoona

16:15 En Hij plaatste op de aarde bergen die stevig erop staan zodat het (de aarde) niet met jullie beeft (zie 79:32). En (ook) rivieren en wegen, zodat jullie erop kunnen navigeren.

وَ عَلٰمٰتٍ ؕ وَ بِالنَّجۡمِ ہُمۡ یَہۡتَدُوۡنَ ﴿۱۶﴾

016.016 WaAAalamatin wabialnnajmi hum yahtadoona

16:16 En (Hij maakte) herkenningspunten op land en met de sterren, zodat jullie kunnen navigeren.

اَفَمَنۡ یَّخۡلُقُ کَمَنۡ لَّا یَخۡلُقُ ؕ اَفَلَا تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۱۷﴾

016.017 Afaman yakhluqu kaman la yakhluqu afala tathakkaroona

16:17 Is dan Degene Die schept gelijk aan degene die niet schept? Denken jullie dan niet na?

وَ اِنۡ تَعُدُّوۡا نِعۡمَۃَ اللّٰہِ لَا تُحۡصُوۡہَا ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَغَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۸﴾

016.018 Wa-in taAAuddoo niAAmata Allahi la tuhsooha inna Allaha laghafoorun raheemun

16:18 En als jullie de gunsten van Allah zouden willen tellen, dan zul je daar niet toe instaat zijn. Voorzeker, Allah is Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (de Erbarmer). (Notitie: zie ook 14:34)

وَ اللّٰہُ یَعۡلَمُ مَا تُسِرُّوۡنَ وَ مَا تُعۡلِنُوۡنَ ﴿۱۹﴾

016.019 WaAllahu yaAAlamu ma tusirroona wama tuAAlinoona

16:19 En Allah weet wat jullie verbergen en wat jullie kenbaar maken.

وَ الَّذِیۡنَ یَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ لَا یَخۡلُقُوۡنَ شَیۡئًا وَّ ہُمۡ یُخۡلَقُوۡنَ ﴿ؕ۲۰﴾

016.020 Waallatheena yadAAoona min dooni Allahi la yakhluqoona shay-an wahum yukhlaqoona

16:20 En degenen die ze naast Allah aanroepen scheppen niets, echter ze zijn zelf geschapen.

اَمۡوَاتٌ غَیۡرُ اَحۡیَآءٍ ۚ وَ مَا یَشۡعُرُوۡنَ ۙ اَیَّانَ یُبۡعَثُوۡنَ ﴿٪۲۱﴾

016.021 Amwatun ghayru ahya-in wama yashAAuroona ayyana yubAAathoona

16:21 Ze zijn dood, niet levend! En ze (de afgoden) weten niet wanneer ze tot leven worden opgewekt.

اِلٰـہُکُمۡ اِلٰہٌ وَّاحِدٌ ۚ فَالَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡاٰخِرَۃِ قُلُوۡبُہُمۡ مُّنۡکِرَۃٌ وَّ ہُمۡ مُّسۡتَکۡبِرُوۡنَ ﴿۲۲﴾

016.022 Ilahukum ilahun wahidun faallatheena la yu/minoona bial-akhirati quloobuhum munkiratun wahum mustakbiroona

16:22 Jullie de´teit\god is ÚÚn de´teit. Maar degenen die niet in het hiernamaals geloven, hun harten weigeren (de waarheid te zien), ze zijn hoogmoedig.

لَاجَرَمَ اَنَّ اللّٰہَ یَعۡلَمُ مَا یُسِرُّوۡنَ وَ مَا یُعۡلِنُوۡنَ ؕ اِنَّہٗ لَا یُحِبُّ الۡمُسۡتَکۡبِرِیۡنَ ﴿۲۳﴾

016.023 La jarama anna Allaha yaAAlamu ma yusirroona wama yuAAlinoona innahu la yuhibbu almustakbireena

16:23 Zonder enige twijfel, Allah weet wat ze verbergen en wat ze kenbaar maken. Voorzeker, Hij houdt niet van degene die hoogmoedig is.

وَ اِذَا قِیۡلَ لَہُمۡ مَّا ذَاۤ اَنۡزَلَ رَبُّکُمۡ ۙ قَالُوۡۤا اَسَاطِیۡرُ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿ۙ۲۴﴾

016.024 Wa-itha qeela lahum matha anzala rabbukum qaloo asateeru al-awwaleena

16:24 En wanneer er aan hen gevraagd wordt: "Wat heeft jullie Heer geopenbaard?", zeggen ze: "(Het zijn alleen) Fabels van de oude generaties."

لِیَحۡمِلُوۡۤا اَوۡزَارَہُمۡ کَامِلَۃً یَّوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ۙ وَ مِنۡ اَوۡزَارِ الَّذِیۡنَ یُضِلُّوۡنَہُمۡ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ ؕ اَلَا سَآءَ مَا یَزِرُوۡنَ ﴿٪۲۵﴾

016.025 Liyahmiloo awzarahum kamilatan yawma alqiyamati wamin awzari allatheena yudilloonahum bighayri AAilmin ala saa ma yaziroona

16:25 Op de dag van de opstanding zullen ze hun eigen lasten in zijn volledigheid dragen en daarboven op nog de lasten van degenen zonder kennis die ze misleid hebben. Zonder enige twijfel, kwaad is wat ze dragen! (Notitie: zie ook 29:13)

قَدۡ مَکَرَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ فَاَتَی اللّٰہُ بُنۡیَانَہُمۡ مِّنَ الۡقَوَاعِدِ فَخَرَّ عَلَیۡہِمُ السَّقۡفُ مِنۡ فَوۡقِہِمۡ وَ اَتٰىہُمُ الۡعَذَابُ مِنۡ حَیۡثُ لَا یَشۡعُرُوۡنَ ﴿۲۶﴾

016.026 Qad makara allatheena min qablihim faata Allahu bunyanahum mina alqawaAAidi fakharra AAalayhimu alssaqfu min fawqihim waatahumu alAAathabu min haythu la yashAAuroona

16:26 Waarlijk, oude generaties maakten complotten (tegen de boodschappers). Echter, Allah kwam tot hun bouwwerk (hun complot) en nam hun fundamenten, zodat het dak (van hun plan) op hen viel. Vervolgens kwam de straf op hen vanwaar ze het niet verwachtten.

ثُمَّ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ یُخۡزِیۡہِمۡ وَ یَقُوۡلُ اَیۡنَ شُرَکَآءِیَ الَّذِیۡنَ کُنۡتُمۡ تُشَآقُّوۡنَ فِیۡہِمۡ ؕ قَالَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡعِلۡمَ اِنَّ الۡخِزۡیَ الۡیَوۡمَ وَ السُّوۡٓءَ عَلَی الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿ۙ۲۷﴾

016.027 Thumma yawma alqiyamati yukhzeehim wayaqoolu ayna shuraka-iya allatheena kuntum tushaqqoona feehim qala allatheena ootoo alAAilma inna alkhizya alyawma waalssoo-a AAala alkafireena

16:27 Op de dag van de opstanding zal Hij hen vernederen en zeggen: "Waar zijn de deelgenoten, die jullie probeerden te rechtvaardigen (tegenover de boodschappers en de gelovigen)? Degenen met kennis zullen zeggen: "Voorzeker, op deze dag rust de vernedering en het kwaad op de ongelovigen."

الَّذِیۡنَ تَتَوَفّٰىہُمُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ ظَالِمِیۡۤ اَنۡفُسِہِمۡ ۪ فَاَلۡقَوُا السَّلَمَ مَا کُنَّا نَعۡمَلُ مِنۡ سُوۡٓءٍ ؕ بَلٰۤی اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌۢ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۲۸﴾

016.028 Allatheena tatawaffahumu almala-ikatu thalimee anfusihim faalqawoo alssalama ma kunna naAAmalu min soo-in bala inna Allaha AAaleemun bima kuntum taAAmaloona

16:28 Degenen waarvan de engelen hun zielen wegnemen terwijl ze zich zelf onrecht aandoen, zullen zich zelf overgeven (aan Allah en zeggen): "We deden gaan kwaad." (Er zal vervolgens gezegd worden:) "Nee! Voorzeker, Allah is de Al-Aliem (de Al-Wetende) over wat jullie deden.

فَادۡخُلُوۡۤا اَبۡوَابَ جَہَنَّمَ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ فَلَبِئۡسَ مَثۡوَی الۡمُتَکَبِّرِیۡنَ ﴿۲۹﴾

016.029 Faodkhuloo abwaba jahannama khalideena feeha falabi/sa mathwa almutakabbireena

16:29 Dus gaat de poorten van de hel binnen. Blijf er voor altijd in! Zeer ellendig is het verblijf van de hoogmoedige.

وَ قِیۡلَ لِلَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا مَاذَاۤ اَنۡزَلَ رَبُّکُمۡ ؕ قَالُوۡا خَیۡرًا ؕ لِلَّذِیۡنَ اَحۡسَنُوۡا فِیۡ ہٰذِہِ الدُّنۡیَا حَسَنَۃٌ ؕ وَ لَدَارُ الۡاٰخِرَۃِ خَیۡرٌ ؕ وَ لَنِعۡمَ دَارُ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿ۙ۳۰﴾

016.030 Waqeela lillatheena ittaqaw matha anzala rabbukum qaloo khayran lillatheena ahsanoo fee hathihi alddunya hasanatun waladaru al-akhirati khayrun walaniAAma daru almuttaqeena

16:30 En wanneer er aan degenen die Allah vrezen gevraagd wordt: "Wat heeft jullie Heer geopenbaard?", dan zullen ze zeggen: "Het goede." Voor degenen die goed doen is het goede in deze wereld, maar het huis van het hiernamaals is beter. En voorzeker, voortreffelijk is het huis voor de Moettaqoen (godvrezende, 2:2-5).

جَنّٰتُ عَدۡنٍ یَّدۡخُلُوۡنَہَا تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ لَہُمۡ فِیۡہَا مَا یَشَآءُوۡنَ ؕ کَذٰلِکَ یَجۡزِی اللّٰہُ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿ۙ۳۱﴾

016.031 Jannatu AAadnin yadkhuloonaha tajree min tahtiha al-anharu lahum feeha ma yashaoona kathalika yajzee Allahu almuttaqeena

16:31 Tuinen van Adn (Eden), daar zullen naar binnen gaan! Daaronder zullen rivieren stromen. Voor hen is er alles wat ze erin wensen. Zo beloont Allah de Moettaqoen.

الَّذِیۡنَ تَتَوَفّٰىہُمُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ طَیِّبِیۡنَ ۙ یَقُوۡلُوۡنَ سَلٰمٌ عَلَیۡکُمُ ۙ ادۡخُلُوا الۡجَنَّۃَ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۳۲﴾

016.032 Allatheena tatawaffahumu almala-ikatu tayyibeena yaqooloona salamun AAalaykumu odkhuloo aljannata bima kuntum taAAmaloona

16:32 Dat zijn degenen die rein zijn wanneer de engelen hun zielen wegnemen, zeggende: "Vrede zij met jullie. Betreedt het paradijs voor datgeen wat jullie deden."

ہَلۡ یَنۡظُرُوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡ تَاۡتِیَہُمُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ اَوۡ یَاۡتِیَ اَمۡرُ رَبِّکَ ؕ کَذٰلِکَ فَعَلَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ؕ وَ مَا ظَلَمَہُمُ اللّٰہُ وَ لٰکِنۡ کَانُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ یَظۡلِمُوۡنَ ﴿۳۳﴾

016.033 Hal yanthuroona illa an ta/tiyahumu almala-ikatu aw ya/tiya amru rabbika kathalika faAAala allatheena min qablihim wama thalamahumu Allahu walakin kanoo anfusahum yathlimoona

16:33 Wachten ze alleen dat de engelen tot hen komen of het bevel van jouw Heer (de straf)? Zo deden ook degenen die voor hen waren (oude generaties). En Allah heeft hen geen onrecht aangedaan, maar ze hebben zichzelf onrecht aangedaan.

فَاَصَابَہُمۡ سَیِّاٰتُ مَا عَمِلُوۡا وَ حَاقَ بِہِمۡ مَّا کَانُوۡا بِہٖ یَسۡتَہۡزِءُوۡنَ ﴿٪۳۴﴾

016.034 Faasabahum sayyi-atu ma AAamiloo wahaqa bihim ma kanoo bihi yastahzi-oona

16:34 Dus trof Het kwaad hen voor wat ze deden, en datgeen waarmee ze spotten omsingelde hen.

وَ قَالَ الَّذِیۡنَ اَشۡرَکُوۡا لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ مَا عَبَدۡنَا مِنۡ دُوۡنِہٖ مِنۡ شَیۡءٍ نَّحۡنُ وَ لَاۤ اٰبَآؤُنَا وَ لَا حَرَّمۡنَا مِنۡ دُوۡنِہٖ مِنۡ شَیۡءٍ ؕ کَذٰلِکَ فَعَلَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ۚ فَہَلۡ عَلَی الرُّسُلِ اِلَّا الۡبَلٰغُ الۡمُبِیۡنُ ﴿۳۵﴾

016.035 Waqala allatheena ashrakoo law shaa Allahu ma AAabadna min doonihi min shay-in nahnu wala abaona wala harramna min doonihi min shay-in kathalika faAAala allatheena min qablihim fahal AAala alrrusuli illa albalaghu almubeenu

16:35 En degenen die deelgenoten toekennen (aan Allah), zeiden: "Als Allah het wilde, dan zouden wij en onze voorvaders, niets naast hem hebben aanbeden. Noch zouden We iets, behalve wat Hij bevolen heeft, verboden hebben verklaard (zie 7:32)." Het zelfde zeiden degenen die voor hen waren (de oude generaties). Dus, rust er iets anders dan de duidelijke verkondiging op de boodschappers?

وَ لَقَدۡ بَعَثۡنَا فِیۡ کُلِّ اُمَّۃٍ رَّسُوۡلًا اَنِ اعۡبُدُوا اللّٰہَ وَ اجۡتَنِبُوا الطَّاغُوۡتَ ۚ فَمِنۡہُمۡ مَّنۡ ہَدَی اللّٰہُ وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ حَقَّتۡ عَلَیۡہِ الضَّلٰلَۃُ ؕ فَسِیۡرُوۡا فِی الۡاَرۡضِ فَانۡظُرُوۡا کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۳۶﴾

016.036 Walaqad baAAathna fee kulli ommatin rasoolan ani oAAbudoo Allaha waijtaniboo alttaghoota faminhum man hada Allahu waminhum man haqqat AAalayhi alddalalatu faseeroo fee al-ardi faonthuroo kayfa kana AAaqibatu almukaththibeena

16:36 En voorzeker, Wij hebben voor elke gemeenschap een boodschapper gestuurd, zeggende: "Aanbidt Allah alleen en vermijdt de Thagoet (alles wat met de afgoden te maken heeft, zoals bijgeloof, deelgenoten, etc)." Vervolgens leidde Allah enkele van hen en op de andere was de dwaling gerechtvaardigd. Reis dus over land en zee en zie hoe het einde was van de verwerpers (van de waarschuwing).

اِنۡ تَحۡرِصۡ عَلٰی ہُدٰىہُمۡ فَاِنَّ اللّٰہَ لَا یَہۡدِیۡ مَنۡ یُّضِلُّ وَ مَا لَہُمۡ مِّنۡ نّٰصِرِیۡنَ ﴿۳۷﴾

016.037 In tahris AAala hudahum fa-inna Allaha la yahdee man yudillu wama lahum min nasireena

16:37 Als jij (Mohamed v.z.m.h.) verlangt naar leiding voor hun, weet dan dat Allah degene niet leidt die Hij laat dwalen, noch zijn er enige helpers voor hen.

وَ اَقۡسَمُوۡا بِاللّٰہِ جَہۡدَ اَیۡمَانِہِمۡ ۙ لَا یَبۡعَثُ اللّٰہُ مَنۡ یَّمُوۡتُ ؕ بَلٰی وَعۡدًا عَلَیۡہِ حَقًّا وَّ لٰکِنَّ اَکۡثَرَ النَّاسِ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿ۙ۳۸﴾

016.038 Waaqsamoo biAllahi jahda aymanihim la yabAAathu Allahu man yamootu bala waAAdan AAalayhi haqqan walakinna akthara alnnasi la yaAAlamoona

16:38 En ze zweren bij Allah met hun duurste eed, dat Allah iemand die dood is niet zal herrijzen. Nee! Het is een belofte die Hij in waarheid op Hemzelf heeft toegekend. Maar de meeste mensen weten het niet.

لِیُبَیِّنَ لَہُمُ الَّذِیۡ یَخۡتَلِفُوۡنَ فِیۡہِ وَ لِیَعۡلَمَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اَنَّہُمۡ کَانُوۡا کٰذِبِیۡنَ ﴿۳۹﴾

016.039 Liyubayyina lahumu allathee yakhtalifoona feehi waliyaAAlama allatheena kafaroo annahum kanoo kathibeena

16:39 Zodat Hij datgeen waarin ze verschillen (in geloofsopvatting) hen verduidelijkt, en dat de ongelovigen beseffen dat ze leugenaars waren (omdat ze de waarheid bedekte). (Notitie: Ieder mens heeft de getuigenis afgelegd over de eenheid van Allah, zie 7:172. Ieder mens gelooft dus van nature\instinct, echter de ongelovigen bedekken of onderdrukken het. In bepaalde situatie zullen ze Allah erkennen en Hem zelfs aanroepen, zie ook 10:22, 17:67, 39:38).

اِنَّمَا قَوۡلُنَا لِشَیۡءٍ اِذَاۤ اَرَدۡنٰہُ اَنۡ نَّقُوۡلَ لَہٗ کُنۡ فَیَکُوۡنُ ﴿٪۴۰﴾

016.040 Innama qawluna lishay-in itha aradnahu an naqoola lahu kun fayakoonu

16:40 Waarlijk! Het woord van ons dat Wij uitspreken, als Wij iets willen, is alleen: "Wees!" en het is (er). (Notitie: "Koen fa Ya koen")

وَ الَّذِیۡنَ ہَاجَرُوۡا فِی اللّٰہِ مِنۡۢ بَعۡدِ مَا ظُلِمُوۡا لَـنُبَوِّئَنَّہُمۡ فِی الدُّنۡیَا حَسَنَۃً ؕ وَ لَاَجۡرُ الۡاٰخِرَۃِ اَکۡبَرُ ۘ لَوۡ کَانُوۡا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿ۙ۴۱﴾

016.041 Waallatheena hajaroo fee Allahi min baAAdi ma thulimoo lanubawwi-annahum fee alddunya hasanatan walaajru al-akhirati akbaru law kanoo yaAAlamoona

16:41 En voor degenen die emigreerden voor de weg van Allah, omdat hen onrecht is aangedaan, zullen Wij een goede positie op de wereld geven. Echter, de beloning van het hiernamaals is groter. Wisten ze het maar!

الَّذِیۡنَ صَبَرُوۡا وَ عَلٰی رَبِّہِمۡ یَتَوَکَّلُوۡنَ ﴿۴۲﴾

016.042 Allatheena sabaroo waAAala rabbihim yatawakkaloona

16:42 (Dat zijn) degenen die geduldig zijn en hun vertrouwen in Heer stellen.

وَ مَاۤ اَرۡسَلۡنَا مِنۡ قَبۡلِکَ اِلَّا رِجَالًا نُّوۡحِیۡۤ اِلَیۡہِمۡ فَسۡـَٔلُوۡۤا اَہۡلَ الذِّکۡرِ اِنۡ کُنۡتُمۡ لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿ۙ۴۳﴾

016.043 Wama arsalna min qablika illa rijalan noohee ilayhim fais-aloo ahla alththikri in kuntum la taAAlamoona

16:43 En voorafgaand aan jou zonden Wij alleen mannen (als boodschappers). Vraag dus de mensen die (Allah) gedenken (Joden, Christenen, Sabiers, etc) als jullie het niet weten.

بِالۡبَیِّنٰتِ وَ الزُّبُرِ ؕ وَ اَنۡزَلۡنَاۤ اِلَیۡکَ الذِّکۡرَ لِتُبَیِّنَ لِلنَّاسِ مَا نُزِّلَ اِلَیۡہِمۡ وَ لَعَلَّہُمۡ یَتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۴۴﴾

016.044 Bialbayyinati waalzzuburi waanzalna ilayka alththikra litubayyina lilnnasi ma nuzzila ilayhim walaAAallahum yatafakkaroona

16:44 (Wij zonden hen met) duidelijke bewijzen en de Zaboer (Psalmen). En Wij doen de herinnering (ervan) op jou neerdalen, zodat jij de mensen duidelijk kan maken wat er aan hen (de voormalige boodschappers) neergezonden was, zodat ze erover kunnen nadenken.

اَفَاَمِنَ الَّذِیۡنَ مَکَرُوا السَّیِّاٰتِ اَنۡ یَّخۡسِفَ اللّٰہُ بِہِمُ الۡاَرۡضَ اَوۡ یَاۡتِیَہُمُ الۡعَذَابُ مِنۡ حَیۡثُ لَا یَشۡعُرُوۡنَ ﴿ۙ۴۵﴾

016.045 Afaamina allatheena makaroo alssayyi-ati an yakhsifa Allahu bihimu al-arda aw ya/tiyahumu alAAathabu min haythu la yashAAuroona

16:45 Voelen degenen die kwade plannen maakten, zich veilig voor (de straf) dat Allah hen met de land zal doen wegzinken of dat de straf komt vanwaar ze het niet verwacht hadden?

اَوۡ یَاۡخُذَہُمۡ فِیۡ تَقَلُّبِہِمۡ فَمَا ہُمۡ بِمُعۡجِزِیۡنَ ﴿ۙ۴۶﴾

016.046 Aw ya/khuthahum fee taqallubihim fama hum bimuAAjizeena

16:46 Of (voelen ze veilig) dat Hij hen grijpt tijdens hun dagelijkse verplaatsingen, zodat ze niet instaat zullen zijn om te ontsnappen?

اَوۡ یَاۡخُذَہُمۡ عَلٰی تَخَوُّفٍ ؕ فَاِنَّ رَبَّکُمۡ لَرَءُوۡفٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۴۷﴾

016.047 Aw ya/khuthahum AAala takhawwufin fa-inna rabbakum laraoofun raheemun

16:47 Of dat Hij hen grijpt wanneer ze alert en bang zijn. Echter, voorzeker, jullie Heer is Al-Raoef (vol van vriendelijkheid), Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige).

اَوَ لَمۡ یَرَوۡا اِلٰی مَا خَلَقَ اللّٰہُ مِنۡ شَیۡءٍ یَّتَفَیَّؤُا ظِلٰلُہٗ عَنِ الۡیَمِیۡنِ وَ الشَّمَآئِلِ سُجَّدًا لِّلّٰہِ وَ ہُمۡ دٰخِرُوۡنَ ﴿۴۸﴾

016.048 Awa lam yaraw ila ma khalaqa Allahu min shay-in yatafayyao thilaluhu AAani alyameeni waalshshama-ili sujjadan lillahi wahum dakhiroona

16:48 Kijken ze niet naar datgeen wat Allah heeft geschapen? Hun schaduwen buigen naar rechts en naar links, prostrerend in nederigheid voor Allah.

وَ لِلّٰہِ یَسۡجُدُ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ مِنۡ دَآبَّۃٍ وَّ الۡمَلٰٓئِکَۃُ وَ ہُمۡ لَا یَسۡتَکۡبِرُوۡنَ ﴿۴۹﴾

016.049 Walillahi yasjudu ma fee alssamawati wama fee al-ardi min dabbatin waalmala-ikatu wahum la yastakbiroona

16:49 Voor Allah prostreert alles wat in de hemelen en op de aarde bevindt, van bewegende dieren tot aan de engelen. En ze zijn niet hoogmoedig. (Notitie: Er is niets wat stil staat, alles beweegt, van een elektron\proton\neutron of zelfs kleiner dan dat tot aan de grootste objecten zoals planeten en sterren.)

یَخَافُوۡنَ رَبَّہُمۡ مِّنۡ فَوۡقِہِمۡ وَ یَفۡعَلُوۡنَ مَا یُؤۡمَرُوۡنَ ﴿٪ٛ۵۰﴾

016.050 Yakhafoona rabbahum min fawqihim wayafAAaloona ma yu/maroona

16:50 Ze vrezen hun Heer boven hen en ze doen wat hun bevolen is. (Notitie: elk object is gebonden aan door Allah opgelegde wet. Ze kunnen niet buiten deze wet handelen, behalve de mens en de djiens. Zij hebben voor de vrije wil gekozen, zie 33:72.)

وَ قَالَ اللّٰہُ لَا تَتَّخِذُوۡۤا اِلٰـہَیۡنِ اثۡنَیۡنِ ۚ اِنَّمَا ہُوَ اِلٰہٌ وَّاحِدٌ ۚ فَاِیَّایَ فَارۡہَبُوۡنِ ﴿۵۱﴾

016.051 Waqala Allahu la tattakhithoo ilahayni ithnayni innama huwa ilahun wahidun fa-iyyaya fairhabooni

16:51 En Allah zei: "Neem geen twee goden\de´teiten (ter aanbidding). Voorzeker, Hij is alleen ÚÚn De´teit. Dus vrees Mij alleen!" (Notitie: zie ook 21:22)

وَ لَہٗ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ لَہُ الدِّیۡنُ وَاصِبًا ؕ اَفَغَیۡرَ اللّٰہِ تَتَّقُوۡنَ ﴿۵۲﴾

016.052 Walahu ma fee alssamawati waal-ardi walahu alddeenu wasiban afaghayra Allahi tattaqoona

16:52 En aan Hem behoort wat er in de hemelen en op de aarde is. En aan hem behoort de voortdurende gehoorzaamheid van de opgelegde wetten (Dien) toe. Is er dan iemand anders dan Allah die jullie vrezen?"

وَ مَا بِکُمۡ مِّنۡ نِّعۡمَۃٍ فَمِنَ اللّٰہِ ثُمَّ اِذَا مَسَّکُمُ الضُّرُّ فَاِلَیۡہِ تَجۡـَٔرُوۡنَ ﴿ۚ۵۳﴾

016.053 Wama bikum min niAAmatin famina Allahi thumma itha massakumu alddurru fa-ilayhi taj-aroona

16:53 En wat jullie dan ook aan gunsten bezitten, het komt door Allah. En Wanneer tegenslag jullie aanraakt, dan smeken jullie Hem (alleen) om hulp.

ثُمَّ اِذَا کَشَفَ الضُّرَّ عَنۡکُمۡ اِذَا فَرِیۡقٌ مِّنۡکُمۡ بِرَبِّہِمۡ یُشۡرِکُوۡنَ ﴿ۙ۵۴﴾

016.054 Thumma itha kashafa alddurra AAankum itha fareequn minkum birabbihim yushrikoona

16:54 Vervolgens, op het moment dat Hij de tegenslag van jullie verwijdert, aanschouw!, een groep van jullie kennen dan deelgenoten toe aan hun Heer.

لِیَکۡفُرُوۡا بِمَاۤ اٰتَیۡنٰہُمۡ ؕ فَتَمَتَّعُوۡا ۟ فَسَوۡفَ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۵۵﴾

016.055 Liyakfuroo bima ataynahum fatamattaAAoo fasawfa taAAlamoona

16:55 Het is alsof ze de ondankbaarheid tonen voor datgeen wat Wij hen hebben gegeven. Geniet maar! Spoedig zullen jullie weten!

وَ یَجۡعَلُوۡنَ لِمَا لَا یَعۡلَمُوۡنَ نَصِیۡبًا مِّمَّا رَزَقۡنٰہُمۡ ؕ تَاللّٰہِ لَتُسۡـَٔلُنَّ عَمَّا کُنۡتُمۡ تَفۡتَرُوۡنَ ﴿۵۶﴾

016.056 WayajAAaloona lima la yaAAlamoona naseeban mimma razaqnahum taAllahi latus-alunna AAamma kuntum taftaroona

16:56 Ze verdelen een deel van de voorzieningen (voedsel, etc) die wij hen hebben gegeven, (op basis van bijgeloof en bedrog) terwijl ze het (zelf) niet weten. Bij Allah! Jullie zullen zeker worden ondervraagd over datgeen wat jullie verzinnen. (Notitie: De leiders\verzamelaars laten een deel van het voedsel verdelen op basis van bedrog en bijgeloof, terwijl het volk het zelf niet weet. Zie 6:136 voor verdeling op basis van bedrog en 6:139 voor verdeling op basis van bijgeloof.)

وَ یَجۡعَلُوۡنَ لِلّٰہِ الۡبَنٰتِ سُبۡحٰنَہٗ ۙ وَ لَہُمۡ مَّا یَشۡتَہُوۡنَ ﴿۵۷﴾

016.057 WayajAAaloona lillahi albanati subhanahu walahum ma yashtahoona

16:57 En ze kennen dochters aan Allah toe. Heilig en hoogverheven is Hij! En ze kennen datgeen wat ze zelf verlangen aan zichzelf toe (zonen). (Notitie: De Arabieren hadden geen voorkeur op dochters. Dus kenden ze dochters aan Allah toe, terwijl ze voor zich zelf de zonen toekenden.)

وَ اِذَا بُشِّرَ اَحَدُہُمۡ بِالۡاُنۡثٰی ظَلَّ وَجۡہُہٗ مُسۡوَدًّا وَّ ہُوَ کَظِیۡمٌ ﴿ۚ۵۸﴾

016.058 Wa-itha bushshira ahaduhum bialontha thalla wajhuhu muswaddan wahuwa katheemun

16:58 En wanneer ÚÚn van hen het goede nieuws (de geboorte) van een meisje krijgt wordt zijn gezicht somber en onderdrukt hij het verdriet.

یَتَوَارٰی مِنَ الۡقَوۡمِ مِنۡ سُوۡٓءِ مَا بُشِّرَ بِہٖ ؕ اَیُمۡسِکُہٗ عَلٰی ہُوۡنٍ اَمۡ یَدُسُّہٗ فِی التُّرَابِ ؕ اَلَا سَآءَ مَا یَحۡکُمُوۡنَ ﴿۵۹﴾

016.059 Yatawara mina alqawmi min soo-i ma bushshira bihi ayumsikuhu AAala hoonin am yadussuhu fee altturabi ala saa ma yahkumoona

16:59 Hij verbergt zich voor de mensen, vanwege het slechte nieuws. (Hij denkt,) moet hij haar in schande houden of moet hij het begraven tot stof? Aanschouw! Zeer slecht is wat ze beslissen! (Notitie: Ze waren bang dat de meisjes hen te schande zouden maken, als ze hun eer en kuisheid niet zouden bewaken. Meisjes vochten noch in oorlog, noch verdienden ze de kost. Ze kosten alleen maar geld. Bovendien konden ze gevangen worden genomen bij oorlogen\gevechten tussen de stammen, met als gevolg dat de hele stam vernederd werd.)

لِلَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡاٰخِرَۃِ مَثَلُ السَّوۡءِ ۚ وَ لِلّٰہِ الۡمَثَلُ الۡاَعۡلٰی ؕ وَ ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿٪۶۰﴾

016.060 Lillatheena la yu/minoona bial-akhirati mathalu alssaw-i walillahi almathalu al-aAAla wahuwa alAAazeezu alhakeemu

16:60 Degenen die niet in het hiernamaals geloven (hun beslissingen) zijn gerelateerd aan het kwaad. Terwijl (de beslissing gemaakt) voor Allah is gerelateerd aan het Hoogste.

وَ لَوۡ یُؤَاخِذُ اللّٰہُ النَّاسَ بِظُلۡمِہِمۡ مَّا تَرَکَ عَلَیۡہَا مِنۡ دَآبَّۃٍ وَّ لٰکِنۡ یُّؤَخِّرُہُمۡ اِلٰۤی اَجَلٍ مُّسَمًّی ۚ فَاِذَا جَآءَ اَجَلُہُمۡ لَا یَسۡتَاۡخِرُوۡنَ سَاعَۃً وَّ لَا یَسۡتَقۡدِمُوۡنَ ﴿۶۱﴾

016.061 Walaw yu-akhithu Allahu alnnasa bithulmihim ma taraka AAalayha min dabbatin walakin yu-akhkhiruhum ila ajalin musamman fa-itha jaa ajaluhum la yasta/khiroona saAAatan wala yastaqdimoona

16:61 En als Allah de mensheid grijpt voor hun slechte daden, dan zou Hij geen enkel bewegend wezen erop (op de aarde) achterlaten. Echter, Hij geeft hen uitstel tot een bepaalde termijn. Wanneer hun tijd dan komt, dan kunnen ze het geen uur uitstellen, noch kunnen ze het verhaasten.

وَ یَجۡعَلُوۡنَ لِلّٰہِ مَا یَکۡرَہُوۡنَ وَ تَصِفُ اَلۡسِنَتُہُمُ الۡکَذِبَ اَنَّ لَہُمُ الۡحُسۡنٰی ؕ لَا جَرَمَ اَنَّ لَہُمُ النَّارَ وَ اَنَّہُمۡ مُّفۡرَطُوۡنَ ﴿۶۲﴾

016.062 WayajAAaloona lillahi ma yakrahoona watasifu alsinatuhumu alkathiba anna lahumu alhusna la jarama anna lahumu alnnara waannahum mufratoona

16:62 En ze kennen datgeen waar ze een afkeer aan hebben, aan Allah toe. Hun tongen verklaren de leugen dat voor hun (alleen) het beste zal zijn (voor zowel het wereldse leven als het hiernamaals). Geen enkel twijfel dat voor hen het vuur is waar ze in achtergelaten worden. (Notitie: zie ook 18:35-36)

تَاللّٰہِ لَقَدۡ اَرۡسَلۡنَاۤ اِلٰۤی اُمَمٍ مِّنۡ قَبۡلِکَ فَزَیَّنَ لَہُمُ الشَّیۡطٰنُ اَعۡمَالَہُمۡ فَہُوَ وَلِیُّہُمُ الۡیَوۡمَ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۶۳﴾

016.063 TaAllahi laqad arsalna ila omamin min qablika fazayyana lahumu alshshaytanu aAAmalahum fahuwa waliyyuhumu alyawma walahum AAathabun aleemun

16:63 Bij Allah! Voorzeker, Wij hebben profeten gezonden naar gemeenschappen voorafgaand aan jou. Echter, de satan maakte hun daden doen schoon schijnen (waardoor ze de waarschuwing niet serieus namen). Dus zo is hij ook hun Awliya (meester, vriend, beschermer) vandaag de dag, en voor hen is er een pijnlijke straf.

وَ مَاۤ اَنۡزَلۡنَا عَلَیۡکَ الۡکِتٰبَ اِلَّا لِتُبَیِّنَ لَہُمُ الَّذِی اخۡتَلَفُوۡا فِیۡہِ ۙ وَ ہُدًی وَّ رَحۡمَۃً لِّقَوۡمٍ یُّؤۡمِنُوۡنَ ﴿۶۴﴾

016.064 Wama anzalna AAalayka alkitaba illa litubayyina lahumu allathee ikhtalafoo feehi wahudan warahmatan liqawmin yu/minoona

16:64 En Wij hebben het boek op jou doen neerdalen alleen, zodat jij het hen duidelijk kan maken waarin ze verschillen, en als leiding en barmhartigheid voor een volk dat gelooft.

وَ اللّٰہُ اَنۡزَلَ مِنَ السَّمَآءِ مَآءً فَاَحۡیَا بِہِ الۡاَرۡضَ بَعۡدَ مَوۡتِہَا ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیَۃً لِّقَوۡمٍ یَّسۡمَعُوۡنَ ﴿٪۶۵﴾

016.065 WaAllahu anzala mina alssama-i maan faahya bihi al-arda baAAda mawtiha inna fee thalika laayatan liqawmin yasmaAAoona

16:65 En Allah zendt water uit de hemel, vervolgens doet Hij de aarde ermee leven na haar dood. Voorzeker, daarin is zeker een teken voor mensen die luisteren.

وَ اِنَّ لَکُمۡ فِی الۡاَنۡعَامِ لَعِبۡرَۃً ؕ نُسۡقِیۡکُمۡ مِّمَّا فِیۡ بُطُوۡنِہٖ مِنۡۢ بَیۡنِ فَرۡثٍ وَّ دَمٍ لَّبَنًا خَالِصًا سَآئِغًا لِّلشّٰرِبِیۡنَ ﴿۶۶﴾

016.066 Wa-inna lakum fee al-anAAami laAAibratan nusqeekum mimma fee butoonihi min bayni farthin wadamin labanan khalisan sa-ighan lilshsharibeena

16:66 En voorzeker, voor jullie is er in het vee een les. Wij geven jullie te drinken van datgeen wat in hun buiken is, tussen de darmen en het bloed, pure melk, smakelijk voor de drinkers.

وَ مِنۡ ثَمَرٰتِ النَّخِیۡلِ وَ الۡاَعۡنَابِ تَتَّخِذُوۡنَ مِنۡہُ سَکَرًا وَّ رِزۡقًا حَسَنًا ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیَۃً لِّقَوۡمٍ یَّعۡقِلُوۡنَ ﴿۶۷﴾

016.067 Wamin thamarati alnnakheeli waal-aAAnabi tattakhithoona minhu sakaran warizqan hasanan inna fee thalika laayatan liqawmin yaAAqiloona

16:67 En van de vruchten van de dadelpalm en van de druiven maken jullie een sterke drank en goede voorzieningen. Voorzeker, daarin is een teken voor een volk met begrip.

وَ اَوۡحٰی رَبُّکَ اِلَی النَّحۡلِ اَنِ اتَّخِذِیۡ مِنَ الۡجِبَالِ بُیُوۡتًا وَّ مِنَ الشَّجَرِ وَ مِمَّا یَعۡرِشُوۡنَ ﴿ۙ۶۸﴾

016.068 Waawha rabbuka ila alnnahli ani ittakhithee mina aljibali buyootan wamina alshshajari wamimma yaAArishoona

16:68 En jouw Heer inspireerde de bij: "Maak je habitat (verblijfplaats) in de bergen, in de bomen en in wat ze (de mensen) bouwen (bijenkorf, bijenkast, etc).

ثُمَّ کُلِیۡ مِنۡ کُلِّ الثَّمَرٰتِ فَاسۡلُکِیۡ سُبُلَ رَبِّکِ ذُلُلًا ؕ یَخۡرُجُ مِنۡۢ بُطُوۡنِہَا شَرَابٌ مُّخۡتَلِفٌ اَلۡوَانُہٗ فِیۡہِ شِفَآءٌ لِّلنَّاسِ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیَۃً لِّقَوۡمٍ یَّتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۶۹﴾

016.069 Thumma kulee min kulli alththamarati faoslukee subula rabbiki thululan yakhruju min butooniha sharabun mukhtalifun alwanuhu feehi shifaon lilnnasi inna fee thalika laayatan liqawmin yatafakkaroona

16:69 Eet dan van alle vruchten en volg de wegen die jouw Heer makkelijk maakte." Uit hun buiken komt er een drank van verschillende kleuren. Het bevat een genezing voor de mensen. Voorzeker, daarin is zeker een teken voor een volk dat nadenkt.

وَ اللّٰہُ خَلَقَکُمۡ ثُمَّ یَتَوَفّٰىکُمۡ ۟ۙ وَ مِنۡکُمۡ مَّنۡ یُّرَدُّ اِلٰۤی اَرۡذَلِ الۡعُمُرِ لِکَیۡ لَا یَعۡلَمَ بَعۡدَ عِلۡمٍ شَیۡئًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌ قَدِیۡرٌ ﴿٪۷۰﴾

016.070 WaAllahu khalaqakum thumma yatawaffakum waminkum man yuraddu ila arthali alAAumuri likay la yaAAlama baAAda AAilmin shay-an inna Allaha AAaleemun qadeerun

16:70 En Allah schiep jullie, vervolgens zal Hij jullie doen sterven. Sommige van jullie worden terug gebracht tot de zwakste levensfase, zodat hij niets meer weet na geweten te hebben. Allah is Al-Aliem (Al-wetend), Al-Kadier (Al-Machtig). (Notitie: Allah heeft ons vanuit de zwakste levensfase, sterk gemaakt. Vervolgens wordt het proces omgedraaid; vanuit de sterke levensfase worden we weer naar de zwakste levensfase gebracht, zie 30:54 en 22:5.)

وَ اللّٰہُ فَضَّلَ بَعۡضَکُمۡ عَلٰی بَعۡضٍ فِی الرِّزۡقِ ۚ فَمَا الَّذِیۡنَ فُضِّلُوۡا بِرَآدِّیۡ رِزۡقِہِمۡ عَلٰی مَا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُہُمۡ فَہُمۡ فِیۡہِ سَوَآءٌ ؕ اَفَبِنِعۡمَۃِ اللّٰہِ یَجۡحَدُوۡنَ ﴿۷۱﴾

016.071 WaAllahu faddala baAAdakum AAala baAAdin fee alrrizqi fama allatheena fuddiloo biraddee rizqihim AAala ma malakat aymanuhum fahum feehi sawaon afabiniAAmati Allahi yajhadoona

16:71 En Allah heeft sommigen van jullie meer in voorzieningen begunstigd dan anderen. Echter degenen die meer begunstigd zijn (de rijken) geven niet hun voorzieningen uit aan de slaven die ze bezitten, omdat ze niet willen dat ze gelijk worden. Ontkennen ze dan (dat het) de gunsten van Allah (zijn)? (Notitie: De mens wordt beproeft door de voorzieningen die hij bezit. Als hij dankbaar is en Allah vreest, zal hij aalmoezen geven en het niet alleen voor zichzelf besteden. Hij zoekt Allah's aanzicht door middel van het uitgeven, zie 2:272 en hij investeert het voor het hiernamaals, zie 2:261. Deze vers, 16:71, zegt dat de rijken niet uitgeven omdat ze niet willen dat andere gelijk aan hen worden. Ze rechtvaardigen dit, doordat ze zeggen dat de rijkdom die ze hebben verkregen alleen door hun kennis komt en dat ze het volledig recht hebben om te doen wat ze ermee willen doen, zie 28:78. Ze ontkennen dus dat het gunsten zijn die geschonken zijn door Allah. Allah laat de mensen dwalen door de hoogmoed dat ontstaan is door de rijkdom. Allah zeg daarom kijk er niet verlangend naar uit, het is een beproeving, zie 15:88 en 20:131. Het waren de rijken die steeds de boodschap verwierpen, zie 34:34. Op de boodschapper rust alleen het verkondigen van de boodschap, zodat ze op de dag des oordeels niet kunnen zeggen dat ze het niet wisten. Op de dag des oordeels zullen ze zichzelf willen vrijkopen met al hun rijkdommen, 13:18 39:47, 47:47.)

وَ اللّٰہُ جَعَلَ لَکُمۡ مِّنۡ اَنۡفُسِکُمۡ اَزۡوَاجًا وَّ جَعَلَ لَکُمۡ مِّنۡ اَزۡوَاجِکُمۡ بَنِیۡنَ وَ حَفَدَۃً وَّ رَزَقَکُمۡ مِّنَ الطَّیِّبٰتِ ؕ اَفَبِالۡبَاطِلِ یُؤۡمِنُوۡنَ وَ بِنِعۡمَتِ اللّٰہِ ہُمۡ یَکۡفُرُوۡنَ ﴿ۙ۷۲﴾

016.072 WaAllahu jaAAala lakum min anfusikum azwajan wajaAAala lakum min azwajikum baneena wahafadatan warazaqakum mina alttayyibati afabialbatili yu/minoona wabiniAAmati Allahi hum yakfuroona

16:72 En Allah heeft voor jullie uit julliezelf echtgenotes gemaakt. En vanuit jullie echtgenotes heeft Hij zonen en kleinzonen voor jullie gemaakt. Hij heeft jullie voorzien van de goede dingen. Geloven ze dan in leugens en niet in de gunsten van Allah?

وَ یَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مَا لَا یَمۡلِکُ لَہُمۡ رِزۡقًا مِّنَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ شَیۡئًا وَّ لَا یَسۡتَطِیۡعُوۡنَ ﴿ۚ۷۳﴾

016.073 WayaAAbudoona min dooni Allahi ma la yamliku lahum rizqan mina alssamawati waal-ardi shay-an wala yastateeAAoona

16:73 En ze aanbidden iets anders dan Allah, dat hen in niets kan voorzien uit de hemelen of uit de aarde. Ze kunnen helemaal niets.

فَلَا تَضۡرِبُوۡا لِلّٰہِ الۡاَمۡثَالَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یَعۡلَمُ وَ اَنۡتُمۡ لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۷۴﴾

016.074 Fala tadriboo lillahi al-amthala inna Allaha yaAAlamu waantum la taAAlamoona

16:74 Ken dus geen gelijke toe aan Allah. Voorzeker, Allah weet en jullie weten niet.

ضَرَبَ اللّٰہُ مَثَلًا عَبۡدًا مَّمۡلُوۡکًا لَّا یَقۡدِرُ عَلٰی شَیۡءٍ وَّ مَنۡ رَّزَقۡنٰہُ مِنَّا رِزۡقًا حَسَنًا فَہُوَ یُنۡفِقُ مِنۡہُ سِرًّا وَّ جَہۡرًا ؕ ہَلۡ یَسۡتَوٗنَ ؕ اَلۡحَمۡدُ لِلّٰہِ ؕ بَلۡ اَکۡثَرُہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۷۵﴾

016.075 Daraba Allahu mathalan AAabdan mamlookan la yaqdiru AAala shay-in waman razaqnahu minna rizqan hasanan fahuwa yunfiqu minhu sirran wajahran hal yastawoona alhamdu lillahi bal aktharuhum la yaAAlamoona

16:75 Allah geeft een gelijkenis van een slaaf die eigendom is en daardoor geen macht heeft over iets. En degene (zijn meester), die Wij goed voorzien hebben, zodat hij ervan in het geheim of openlijk uitgeeft. Kunnen ze (de slaaf en de meester) gelijk zijn? Alle dank en eer behoort aan Allah! Nee! De meeste van hen weten het niet. (Notitie: Als de meester en de slaaf niet gelijk zijn, hoe kunnen ze dan de deelgenoten met Allah rechtvaardigen? Dit gezien het feit dat Allah de eigenaar is van alles en dus alles wat geschapen is, zijn slaaf is.)

وَ ضَرَبَ اللّٰہُ مَثَلًا رَّجُلَیۡنِ اَحَدُہُمَاۤ اَبۡکَمُ لَا یَقۡدِرُ عَلٰی شَیۡءٍ وَّ ہُوَ کَلٌّ عَلٰی مَوۡلٰىہُ ۙ اَیۡنَمَا یُوَجِّہۡہُّ لَایَاۡتِ بِخَیۡرٍ ؕ ہَلۡ یَسۡتَوِیۡ ہُوَ ۙ وَ مَنۡ یَّاۡمُرُ بِالۡعَدۡلِ ۙ وَ ہُوَ عَلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿٪۷۶﴾

016.076 Wadaraba Allahu mathalan rajulayni ahaduhuma abkamu la yaqdiru AAala shay-in wahuwa kallun AAala mawlahu aynama yuwajjihhu la ya/ti bikhayrin hal yastawee huwa waman ya/muru bialAAadli wahuwa AAala siratin mustaqeemin

16:76 En Allah geeft een gelijkenis van twee mannen. EÚn van hen is dom en heeft geen macht over iets, hij is een last voor zijn meester. Hoe hij hem ook aanstuurt, er komt niets goeds uit hem. Is hij dan gelijk aan degene die oproep tot rechtvaardigheid en die op een rechte pad is? (Notitie: Hoe komt het dan dat de domme stenen afgoden worden gelijkgesteld aan de Almachtige Allah, die de rechtvaardigheid voorschrijft en naar het rechte pad leidt?)

وَ لِلّٰہِ غَیۡبُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ مَاۤ اَمۡرُ السَّاعَۃِ اِلَّا کَلَمۡحِ الۡبَصَرِ اَوۡ ہُوَ اَقۡرَبُ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۷۷﴾

016.077 Walillahi ghaybu alssamawati waal-ardi wama amru alssaAAati illa kalamhi albasari aw huwa aqrabu inna Allaha AAala kulli shay-in qadeerun

16:77 Aan Allah behoort het ongeziene van de hemelen en de aarde. En de zaak van het uur is slechts als een een oogwenk of zelf korter dan dat. Allah is over alles Al-Kadier (AL-Machtig). (Notitie: Allah verklaart hier dat het uitvoeren van de dag des oordeels geen tijd kost.)

وَ اللّٰہُ اَخۡرَجَکُمۡ مِّنۡۢ بُطُوۡنِ اُمَّہٰتِکُمۡ لَا تَعۡلَمُوۡنَ شَیۡئًا ۙ وَّ جَعَلَ لَکُمُ السَّمۡعَ وَ الۡاَبۡصَارَ وَ الۡاَفۡـِٕدَۃَ ۙ لَعَلَّکُمۡ تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۷۸﴾

016.078 WaAllahu akhrajakum min butooni ommahatikum la taAAlamoona shay-an wajaAAala lakumu alssamAAa waal-absara waal-af-idata laAAallakum tashkuroona

16:78 En Allah bracht jullie voort uit de buiken van jullie moeders, terwijl jullie niets wisten. En Hij maakte voor jullie het gehoor, het zicht en de harten zodat jullie dankbaar kunnen zijn. (Notitie: zie ook 67:23)

اَلَمۡ یَرَوۡا اِلَی الطَّیۡرِ مُسَخَّرٰتٍ فِیۡ جَوِّ السَّمَآءِ ؕ مَا یُمۡسِکُہُنَّ اِلَّا اللّٰہُ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یُّؤۡمِنُوۡنَ ﴿۷۹﴾

016.079 Alam yaraw ila alttayri musakhkharatin fee jawwi alssama-i ma yumsikuhunna illa Allahu inna fee thalika laayatin liqawmin yu/minoona

16:79 Zien ze niet dat de vogels vliegen in de lucht? Niemand houdt hen vast behalve Allah. In dat zijn tekenen voor mensen die geloven. (Zie ook 67:19)

وَ اللّٰہُ جَعَلَ لَکُمۡ مِّنۡۢ بُیُوۡتِکُمۡ سَکَنًا وَّ جَعَلَ لَکُمۡ مِّنۡ جُلُوۡدِ الۡاَنۡعَامِ بُیُوۡتًا تَسۡتَخِفُّوۡنَہَا یَوۡمَ ظَعۡنِکُمۡ وَ یَوۡمَ اِقَامَتِکُمۡ ۙ وَ مِنۡ اَصۡوَافِہَا وَ اَوۡبَارِہَا وَ اَشۡعَارِہَاۤ اَثَاثًا وَّ مَتَاعًا اِلٰی حِیۡنٍ ﴿۸۰﴾

016.080 WaAllahu jaAAala lakum min buyootikum sakanan wajaAAala lakum min juloodi al-anAAami buyootan tastakhiffoonaha yawma thaAAnikum wayawma iqamatikum wamin aswafiha waawbariha waashAAariha athathan wamataAAan ila heenin

16:80 En Allah heeft een rustplaats van jullie huizen voor jullie gemaakt. En van de huiden van de vee heeft Hij voor jullie tenten gemaakt, die jullie licht (en handig) vinden tijdens jullie reizen en wanneer jullie je stationeren. En van hun wol, hun vacht, hun haar zijn er gebruiksvoorwerpen en (andere) tijdelijke voorzieningen.

وَ اللّٰہُ جَعَلَ لَکُمۡ مِّمَّا خَلَقَ ظِلٰلًا وَّ جَعَلَ لَکُمۡ مِّنَ الۡجِبَالِ اَکۡنَانًا وَّ جَعَلَ لَکُمۡ سَرَابِیۡلَ تَقِیۡکُمُ الۡحَرَّ وَ سَرَابِیۡلَ تَقِیۡکُمۡ بَاۡسَکُمۡ ؕ کَذٰلِکَ یُتِمُّ نِعۡمَتَہٗ عَلَیۡکُمۡ لَعَلَّکُمۡ تُسۡلِمُوۡنَ ﴿۸۱﴾

016.081 WaAllahu jaAAala lakum mimma khalaqa thilalan wajaAAala lakum mina aljibali aknanan wajaAAala lakum sarabeela taqeekumu alharra wasarabeela taqeekum ba/sakum kathalika yutimmu niAAmatahu AAalaykum laAAallakum tuslimoona

16:81 En Allah heeft voor jullie schaduwen gemaakt van hetgeen Hij heeft geschapen. En Hij heeft onderdak/schuilplaatsen voor jullie in de bergen gemaakt. En Hij heeft voor jullie kleding gemaakt om jullie te beschermen tegen de hitte en kleding die jullie beschermt tegen het geweld tussen jullie. Zo vervolmaakt Hij Zijn gunsten op jullie, zodat jullie je kunnen overgeven (aan Hem).

فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَاِنَّمَا عَلَیۡکَ الۡبَلٰغُ الۡمُبِیۡنُ ﴿۸۲﴾

016.082 Fa-in tawallaw fa-innama AAalayka albalaghu almubeenu

16:82 Als ze dus afwenden (van de boodschap), dan rust op jou alleen de duidelijke verkondiging.

یَعۡرِفُوۡنَ نِعۡمَتَ اللّٰہِ ثُمَّ یُنۡکِرُوۡنَہَا وَ اَکۡثَرُہُمُ الۡکٰفِرُوۡنَ ﴿٪۸۳﴾

016.083 YaAArifoona niAAmata Allahi thumma yunkiroonaha waaktharuhumu alkafiroona

16:83 Ze herkennen de gunst van Allah. Vervolgens ontkennen ze het (dat het een gunst van Allah is). De meeste van hen zijn ongelovig. (Notitie: ze zijn bewust van de gunsten van Allah, echter ze weigeren het te erkennen dat het een gunst van Allah is. Dit is een eigenschap van een "Kafier" (ongelovige), ze proberen de waarheid te bedekken. Zie ook 16:39)

وَ یَوۡمَ نَبۡعَثُ مِنۡ کُلِّ اُمَّۃٍ شَہِیۡدًا ثُمَّ لَا یُؤۡذَنُ لِلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ لَا ہُمۡ یُسۡتَعۡتَبُوۡنَ ﴿۸۴﴾

016.084 Wayawma nabAAathu min kulli ommatin shaheedan thumma la yu/thanu lillatheena kafaroo wala hum yustaAAtaboona

16:84 En de dag waarop Wij doen herrijzen, zullen Wij van elke gemeenschap een getuige (een profeet) naar voren brengen. Degenen die niet geloofden krijgen geen toestemming (om te pleiten), noch krijgen ze de kans om het goed te maken. (Zie ook 4:41)

وَ اِذَا رَاَ الَّذِیۡنَ ظَلَمُوا الۡعَذَابَ فَلَا یُخَفَّفُ عَنۡہُمۡ وَ لَا ہُمۡ یُنۡظَرُوۡنَ ﴿۸۵﴾

016.085 Wa-itha raa allatheena thalamoo alAAathaba fala yukhaffafu AAanhum wala hum yuntharoona

16:85 En wanneer de misdadigers de straf zien, zal het niet lichter voor hen worden gemaakt, noch zullen ze uitstel krijgen.

وَ اِذَا رَاَ الَّذِیۡنَ اَشۡرَکُوۡا شُرَکَآءَہُمۡ قَالُوۡا رَبَّنَا ہٰۤؤُلَآءِ شُرَکَآؤُنَا الَّذِیۡنَ کُنَّا نَدۡعُوۡا مِنۡ دُوۡنِکَ ۚ فَاَلۡقَوۡا اِلَیۡہِمُ الۡقَوۡلَ اِنَّکُمۡ لَکٰذِبُوۡنَ ﴿ۚ۸۶﴾

016.086 Wa-itha raa allatheena ashrakoo shurakaahum qaloo rabbana haola-i shurakaona allatheena kunna nadAAoo min doonika faalqaw ilayhimu alqawla innakum lakathiboona

16:86 En wanneer degenen die deelgenoten toekenden (aan Allah) hun afgoden zien, zullen ze zeggen: "Onze Heer! Dit zijn onze bemiddelaars, die wij naast U aanriepen." Echter, zij zullen hun woorden terug werpen, zeggende: "Voorzeker, jullie zijn leugenaars!"

وَ اَلۡقَوۡا اِلَی اللّٰہِ یَوۡمَئِذِۣ السَّلَمَ وَ ضَلَّ عَنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۸۷﴾

016.087 Waalqaw ila Allahi yawma-ithin alssalama wadalla AAanhum ma kanoo yaftaroona

16:87 Op die dag zullen ze hun onderwerping aan Allah aanbieden. En alles wat ze hadden verzonnen is verworpen.

اَلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ صَدُّوۡا عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ زِدۡنٰہُمۡ عَذَابًا فَوۡقَ الۡعَذَابِ بِمَا کَانُوۡا یُفۡسِدُوۡنَ ﴿۸۸﴾

016.088 Allatheena kafaroo wasaddoo AAan sabeeli Allahi zidnahum AAathaban fawqa alAAathabi bima kanoo yufsidoona

16:88 (Zij waren) degenen die niet geloofden en de mensen op de Weg van Allah verhinderden. Wij zullen hun straf met extra straf vermeerderen omdat ze verderf zaaiden.

وَ یَوۡمَ نَبۡعَثُ فِیۡ کُلِّ اُمَّۃٍ شَہِیۡدًا عَلَیۡہِمۡ مِّنۡ اَنۡفُسِہِمۡ وَ جِئۡنَا بِکَ شَہِیۡدًا عَلٰی ہٰۤؤُلَآءِ ؕ وَ نَزَّلۡنَا عَلَیۡکَ الۡکِتٰبَ تِبۡیَانًا لِّکُلِّ شَیۡءٍ وَّ ہُدًی وَّ رَحۡمَۃً وَّ بُشۡرٰی لِلۡمُسۡلِمِیۡنَ ﴿٪۸۹﴾

016.089 Wayawma nabAAathu fee kulli ommatin shaheedan AAalayhim min anfusihim waji/na bika shaheedan AAala haola-i wanazzalna AAalayka alkitaba tibyanan likulli shay-in wahudan warahmatan wabushra lilmuslimeena

16:89 En de dag waarop Wij doen herrijzen, zullen Wij van elke gemeenschap een getuige (een profeet) naar voren brengen van hunzelf (eigen volk). Wij zullen jou (Mohammed v.z.m.h.) als een getuige brengen over deze (volk). Wij zonden aan jou het boek (de Koran) als een verduidelijking voor alles en als leiding, barmhartigheid en het goede nieuws voor de Moslims (degenen die zich aan Allah overgegeven hebben). (Notitie: Zie ook 22:78 m.b.t. de getuigenis)

اِنَّ اللّٰہَ یَاۡمُرُ بِالۡعَدۡلِ وَ الۡاِحۡسَانِ وَ اِیۡتَآیِٔ ذِی الۡقُرۡبٰی وَ یَنۡہٰی عَنِ الۡفَحۡشَآءِ وَ الۡمُنۡکَرِ وَ الۡبَغۡیِ ۚ یَعِظُکُمۡ لَعَلَّکُمۡ تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۹۰﴾

016.090 Inna Allaha ya/muru bialAAadli waal-ihsani wa-eeta-i thee alqurba wayanha AAani alfahsha-i waalmunkari waalbaghyi yaAAithukum laAAallakum tathakkaroona

16:90 Voorzeker, Allah beveelt rechtvaardigheid, het goede en het uitgeven aan de verwanten. Hij verbiedt de zedeloosheid, het slechte, en de onderdrukking. Hij waarschuwt jullie zodat jullie erover kunnen waken.

وَ اَوۡفُوۡا بِعَہۡدِ اللّٰہِ اِذَا عٰہَدۡتُّمۡ وَ لَا تَنۡقُضُوا الۡاَیۡمَانَ بَعۡدَ تَوۡکِیۡدِہَا وَ قَدۡ جَعَلۡتُمُ اللّٰہَ عَلَیۡکُمۡ کَفِیۡلًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ یَعۡلَمُ مَا تَفۡعَلُوۡنَ ﴿۹۱﴾

016.091 Waawfoo biAAahdi Allahi itha AAahadtum wala tanqudoo al-aymana baAAda tawkeediha waqad jaAAaltumu Allaha AAalaykum kafeelan inna Allaha yaAAlamu ma tafAAaloona

16:91 En onderhoudt het verbond met Allah, wanneer je een verbond bent aangegaan. Verbreek geen beloftes, na het bekrachtigd te hebben. En voorzeker jullie hebben Allah als onderpand gemaakt (van de beloftes). Voorzeker, Allah weet wat jullie doen.

وَ لَا تَکُوۡنُوۡا کَالَّتِیۡ نَقَضَتۡ غَزۡلَہَا مِنۡۢ بَعۡدِ قُوَّۃٍ اَنۡکَاثًا ؕ تَتَّخِذُوۡنَ اَیۡمَانَکُمۡ دَخَلًۢا بَیۡنَکُمۡ اَنۡ تَکُوۡنَ اُمَّۃٌ ہِیَ اَرۡبٰی مِنۡ اُمَّۃٍ ؕ اِنَّمَا یَبۡلُوۡکُمُ اللّٰہُ بِہٖ ؕ وَ لَیُبَیِّنَنَّ لَکُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ مَا کُنۡتُمۡ فِیۡہِ تَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۹۲﴾

016.092 Wala takoonoo kaallatee naqadat ghazlaha min baAAdi quwwatin ankathan tattakhithoona aymanakum dakhalan baynakum an takoona ommatun hiya arba min ommatin innama yablookumu Allahu bihi walayubayyinanna lakum yawma alqiyamati ma kuntum feehi takhtalifoona

16:92 En wees niet zoals een vrouw die haar gesponnen garen weer splijt in losse draden nadat ze het eerst sterk had gemaakt. Jullie leggen je eed af om elkaar te bedriegen omdat de ene gemeenschap meer heeft dan de andere gemeenschap. Allah beproeft jullie alleen ermee. Op de dag van opstanding zal Hij jullie duidelijk maken waarin jullie verschillenden.

وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ لَجَعَلَکُمۡ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً وَّ لٰکِنۡ یُّضِلُّ مَنۡ یَّشَآءُ وَ یَہۡدِیۡ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ لَتُسۡـَٔلُنَّ عَمَّا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۹۳﴾

016.093 Walaw shaa Allahu lajaAAalakum ommatan wahidatan walakin yudillu man yashao wayahdee man yashao walatus-alunna AAamma kuntum taAAmaloona

16:93 En als Allah het wilde, had Hij jullie zeker tot ÚÚn gemeenschap gemaakt. Echter, Hij doet dwalen wie Hij wilt en Hij leidt wie Hij wilt. En jullie zullen zeker allen ondervraagd worden over datgeen wat jullie deden.

وَ لَا تَتَّخِذُوۡۤا اَیۡمَانَکُمۡ دَخَلًۢا بَیۡنَکُمۡ فَتَزِلَّ قَدَمٌۢ بَعۡدَ ثُبُوۡتِہَا وَ تَذُوۡقُوا السُّوۡٓءَ بِمَا صَدَدۡتُّمۡ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ۚ وَ لَکُمۡ عَذَابٌ عَظِیۡمٌ ﴿۹۴﴾

016.094 Wala tattakhithoo aymanakum dakhalan baynakum fatazilla qadamun baAAda thubootiha watathooqoo alssoo-a bima sadadtum AAan sabeeli Allahi walakum AAathabun AAatheemun

16:94 En gebruik jullie eden niet voor het bedriegen van elkaar. Anders zal een voet uitglijden, nadat het stevig stond. Jullie zullen dan de kwade gevolgen proeven voor het hinderen van mensen op de weg van Allah. Er zal een grote straf voor jullie zijn. (Notitie: wanneer beloftes worden gedaan door gelovigen op basis van bedrog (zoals misleiden, liegen of stelen), dan wordt er een vertekend beeld gegeven van het geloof en van de gelovigheid. Mensen worden dus verhindert om naar het rechte pad te komen.)

وَ لَا تَشۡتَرُوۡا بِعَہۡدِ اللّٰہِ ثَمَنًا قَلِیۡلًا ؕ اِنَّمَا عِنۡدَ اللّٰہِ ہُوَ خَیۡرٌ لَّکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۵﴾

016.095 Wala tashtaroo biAAahdi Allahi thamanan qaleelan innama AAinda Allahi huwa khayrun lakum in kuntum taAAlamoona

16:95 En verruil het verbond met Allah niet voor een kleine prijs. Voorzeker, wat bij Allah is, is beter voor jullie. Wisten jullie het maar!

مَا عِنۡدَکُمۡ یَنۡفَدُ وَ مَا عِنۡدَ اللّٰہِ بَاقٍ ؕ وَ لَنَجۡزِیَنَّ الَّذِیۡنَ صَبَرُوۡۤا اَجۡرَہُمۡ بِاَحۡسَنِ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۹۶﴾

016.096 Ma AAindakum yanfadu wama AAinda Allahi baqin walanajziyanna allatheena sabaroo ajrahum bi-ahsani ma kanoo yaAAmaloona

16:96 Wat jullie hebben (gedurende het wereldse leven) zal opraken, echter wat bij Allah is zal voor altijd zijn (het hiernamaals). Wij zullen zeker de beloning van de geduldigen uitbetalen in overeenstemming met het beste van wat ze vroeger deden.

مَنۡ عَمِلَ صَالِحًا مِّنۡ ذَکَرٍ اَوۡ اُنۡثٰی وَ ہُوَ مُؤۡمِنٌ فَلَنُحۡیِیَنَّہٗ حَیٰوۃً طَیِّبَۃً ۚ وَ لَنَجۡزِیَنَّہُمۡ اَجۡرَہُمۡ بِاَحۡسَنِ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۹۷﴾

016.097 Man AAamila salihan min thakarin aw ontha wahuwa mu/minun falanuhyiyannahu hayatan tayyibatan walanajziyannahum ajrahum bi-ahsani ma kanoo yaAAmaloona

16:97 Wie goede daden verricht, hetzij man of vrouw, en gelooft, dan voorzeker, Wij zullen hem een goed leven geven en Wij zullen hun beloningen uitbetalen voor de beste daden die ze deden. (Notitie: Deze vers benadrukt de gelijke beloning voor manen en vrouwen.)

فَاِذَا قَرَاۡتَ الۡقُرۡاٰنَ فَاسۡتَعِذۡ بِاللّٰہِ مِنَ الشَّیۡطٰنِ الرَّجِیۡمِ ﴿۹۸﴾

016.098 Fa-itha qara/ta alqur-ana faistaAAith biAllahi mina alshshaytani alrrajeemi

16:98 En wanneer jullie de Koran reciteren, zoek dan toevlucht bij Allah tegen de vervloekte Satan.

اِنَّہٗ لَیۡسَ لَہٗ سُلۡطٰنٌ عَلَی الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَلٰی رَبِّہِمۡ یَتَوَکَّلُوۡنَ ﴿۹۹﴾

016.099 Innahu laysa lahu sultanun AAala allatheena amanoo waAAala rabbihim yatawakkaloona

16:99 Voorzeker, hij heeft geen gezag over de geloven en op hun Heer stellen ze hun vertrouwen.

اِنَّمَا سُلۡطٰنُہٗ عَلَی الَّذِیۡنَ یَتَوَلَّوۡنَہٗ وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ بِہٖ مُشۡرِکُوۡنَ ﴿۱۰۰﴾٪

016.100 Innama sultanuhu AAala allatheena yatawallawnahu waallatheena hum bihi mushrikoona

16:100 Voorzeker, hij heeft alleen gezag over degenen die hem als Awliya (beschermer, vriend, etc) nemen. En (ook) over degenen die deelgenoten aan Hem toekennen.

وَ اِذَا بَدَّلۡنَاۤ اٰیَۃً مَّکَانَ اٰیَۃٍ ۙ وَّ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِمَا یُنَزِّلُ قَالُوۡۤا اِنَّمَاۤ اَنۡتَ مُفۡتَرٍ ؕ بَلۡ اَکۡثَرُہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۱۰۱﴾

016.101 Wa-itha baddalna ayatan makana ayatin waAllahu aAAlamu bima yunazzilu qaloo innama anta muftarin bal aktharuhum la yaAAlamoona

16:101 En wanneer Wij een vers door een ander vers vervangen, en Allah is Al-Wetend over wat Hij neerzendt, zeggen ze: "Jij verzint het alleen." Nee! De meeste van hen hebben geen kennis. (Notitie: "Op bepaalde onderwerpen, zoals de verzen m.b.t. alcoholische dranken, slavernij, vechten, etc, is de koran als een soort medicijn geopenbaard. Die kleine doseringen gaf totdat de samenleving genezen was van onrecht en verderf. Bijvoorbeeld, zie 4:43 waarin vermeld wordt dat het gebed niet verricht kan worden als je dronken bent, en in 5:90 waarin alcohol nu sterk wordt afgeraden en uiteindelijk verboden wordt verklaard.)

قُلۡ نَزَّلَہٗ رُوۡحُ الۡقُدُسِ مِنۡ رَّبِّکَ بِالۡحَقِّ لِیُـثَبِّتَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ ہُدًی وَّ بُشۡرٰی لِلۡمُسۡلِمِیۡنَ ﴿۱۰۲﴾

016.102 Qul nazzalahu roohu alqudusi min rabbika bialhaqqi liyuthabbita allatheena amanoo wahudan wabushra lilmuslimeena

16:102 Zeg: "De 'Roeh' (Djiebriel/GabriŰl) heeft het in waarheid van jou Heer neergezonden (in jouw hart, zie 2:97), om de gelovigen sterk te maken en als leiding en brenger van het goede nieuws aan de Moslims (mensen die zich overhebben gegeven)."

وَ لَقَدۡ نَعۡلَمُ اَنَّہُمۡ یَقُوۡلُوۡنَ اِنَّمَا یُعَلِّمُہٗ بَشَرٌ ؕ لِسَانُ الَّذِیۡ یُلۡحِدُوۡنَ اِلَیۡہِ اَعۡجَمِیٌّ وَّ ہٰذَا لِسَانٌ عَرَبِیٌّ مُّبِیۡنٌ ﴿۱۰۳﴾

016.103 Walaqad naAAlamu annahum yaqooloona innama yuAAallimuhu basharun lisanu allathee yulhidoona ilayhi aAAjamiyyun wahatha lisanun AAarabiyyun mubeenun

16:103 Voorzeker, Wij weten dat ze zeggen: "Het is alleen een mens dat hem onderwijst." De taal van degene die ze bedoelen (dat hij hem onderwijst) is "Ajemie" (niet Arabisch), terwijl het (de Koran) een duidelijk Arabische taal is. (Notitie: zie ook 41:44)

اِنَّ الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ ۙ لَا یَہۡدِیۡہِمُ اللّٰہُ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۱۰۴﴾

016.104 Inna allatheena la yu/minoona bi-ayati Allahi la yahdeehimu Allahu walahum AAathabun aleemun

16:104 Voorzeker, degenen die niet in de verzen van Allah geloven, zal niet worden geleid door Allah en voor hen is er een pijnlijke straf.

اِنَّمَا یَفۡتَرِی الۡکَذِبَ الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ ۚ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡکٰذِبُوۡنَ ﴿۱۰۵﴾

016.105 Innama yaftaree alkathiba allatheena la yu/minoona bi-ayati Allahi waola-ika humu alkathiboona

16:105 Het zijn alleen leugens die degenen die niet in de verzen van Allah geloven verzinnen. Zij zijn degenen die de waarheid bedekken.

مَنۡ کَفَرَ بِاللّٰہِ مِنۡۢ بَعۡدِ اِیۡمَانِہٖۤ اِلَّا مَنۡ اُکۡرِہَ وَ قَلۡبُہٗ مُطۡمَئِنٌّۢ بِالۡاِیۡمَانِ وَ لٰکِنۡ مَّنۡ شَرَحَ بِالۡکُفۡرِ صَدۡرًا فَعَلَیۡہِمۡ غَضَبٌ مِّنَ اللّٰہِ ۚ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ عَظِیۡمٌ ﴿۱۰۶﴾

016.106 Man kafara biAllahi min baAAdi eemanihi illa man okriha waqalbuhu mutma-innun bial-eemani walakin man sharaha bialkufri sadran faAAalayhim ghadabun mina Allahi walahum AAathabun AAatheemun

16:106 Wie niet in Allah gelooft na gelooft te hebben, behalve degene die gedwongen wordt terwijl zijn hart het geloof bevat, dus degene die zijn hart opent voor het ongeloof, op hen rust de woede van Allah en voor hen is er een gigantische straf.

ذٰلِکَ بِاَنَّہُمُ اسۡتَحَبُّوا الۡحَیٰوۃَ الدُّنۡیَا عَلَی الۡاٰخِرَۃِ ۙ وَ اَنَّ اللّٰہَ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۱۰۷﴾

016.107 Thalika bi-annahumu istahabboo alhayata alddunya AAala al-akhirati waanna Allaha la yahdee alqawma alkafireena

16:107 Dat is omdat ze de voorkeur geven aan het wereldse leven in plaats van het hiernamaals. Allah leidt niet de mensen die niet (willen) geloven.

اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ طَبَعَ اللّٰہُ عَلٰی قُلُوۡبِہِمۡ وَ سَمۡعِہِمۡ وَ اَبۡصَارِہِمۡ ۚ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡغٰفِلُوۡنَ ﴿۱۰۸﴾

016.108 Ola-ika allatheena tabaAAa Allahu AAala quloobihim wasamAAihim waabsarihim waola-ika humu alghafiloona

16:108 Dat zijn degenen waarvan Allah hun harten, hun gehoor en hun zicht heeft verzegeld. Zij zijn degenen die geen acht slaan (op de tekenen van Allah).

لَاجَرَمَ اَنَّہُمۡ فِی الۡاٰخِرَۃِ ہُمُ الۡخٰسِرُوۡنَ ﴿۱۰۹﴾

016.109 La jarama annahum fee al-akhirati humu alkhasiroona

16:109 Geen enkel twijfel, zij zijn in het hiernamaals de verliezers.

ثُمَّ اِنَّ رَبَّکَ لِلَّذِیۡنَ ہَاجَرُوۡا مِنۡۢ بَعۡدِ مَا فُتِنُوۡا ثُمَّ جٰہَدُوۡا وَ صَبَرُوۡۤا ۙ اِنَّ رَبَّکَ مِنۡۢ بَعۡدِہَا لَغَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۱۰﴾٪

016.110 Thumma inna rabbaka lillatheena hajaroo min baAAdi ma futinoo thumma jahadoo wasabaroo inna rabbaka min baAAdiha laghafoorun raheemun

16:110 Dan, waarlijk! Jou Heer is voor degenen die geŰmigreerd zijn nadat ze op de proef zijn gesteld, en vervolgens hard hebben gestreden (op de weg van Allah) en geduldig waren, voorzeker, jou Heer is daarna (voor hen) de Gafoer (de meest vergevensgezinde), Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige).

یَوۡمَ تَاۡتِیۡ کُلُّ نَفۡسٍ تُجَادِلُ عَنۡ نَّفۡسِہَا وَ تُوَفّٰی کُلُّ نَفۡسٍ مَّا عَمِلَتۡ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۱۱۱﴾

016.111 Yawma ta/tee kullu nafsin tujadilu AAan nafsiha watuwaffa kullu nafsin ma AAamilat wahum la yuthlamoona

16:111 Op de dag wanneer elke Nafs (persoon, eigen ik) zal pleiten voor zichzelf, zal hij volledig worden uitbetaald voor wat hij deed. En hen zal geen onrecht worden aangedaan.

وَ ضَرَبَ اللّٰہُ مَثَلًا قَرۡیَۃً کَانَتۡ اٰمِنَۃً مُّطۡمَئِنَّۃً یَّاۡتِیۡہَا رِزۡقُہَا رَغَدًا مِّنۡ کُلِّ مَکَانٍ فَکَفَرَتۡ بِاَنۡعُمِ اللّٰہِ فَاَذَاقَہَا اللّٰہُ لِبَاسَ الۡجُوۡعِ وَ الۡخَوۡفِ بِمَا کَانُوۡا یَصۡنَعُوۡنَ ﴿۱۱۲﴾

016.112 Wadaraba Allahu mathalan qaryatan kanat aminatan mutma-innatan ya/teeha rizquha raghadan min kulli makanin fakafarat bi-anAAumi Allahi faathaqaha Allahu libasa aljooAAi waalkhawfi bima kanoo yasnaAAoona

16:112 En Allah geeft een gelijkenis van een stad dat veilig en stabiel was, voorzieningen kwamen daar in overvloed naar toe vanuit elke plek (van de wereld). Echter, het erkennende de gunsten van Allah niet. Dus Allah liet hun honger lijden en angst proeven voor datgeen wat ze deden. (Notitie: Deze gelijkenis heeft een betrekking tot de stad Mekka. Mekka kent geen cultivatie, toch zijn alle producten daar verkrijgbaar. Mekka heeft ook een periode honger gekend. Zie 106:4)

وَ لَقَدۡ جَآءَہُمۡ رَسُوۡلٌ مِّنۡہُمۡ فَکَذَّبُوۡہُ فَاَخَذَہُمُ الۡعَذَابُ وَ ہُمۡ ظٰلِمُوۡنَ ﴿۱۱۳﴾

016.113 Walaqad jaahum rasoolun minhum fakaththaboohu faakhathahumu alAAathabu wahum thalimoona

16:113 En voorzeker, er kwam een boodschapper naar hen (dat gekozen was) vanuit henzelf, maar ze verwierpen hem. Dus greep hen de straf omdat ze misdadigers waren.

فَکُلُوۡا مِمَّا رَزَقَکُمُ اللّٰہُ حَلٰلًا طَیِّبًا ۪ وَّ اشۡکُرُوۡا نِعۡمَتَ اللّٰہِ اِنۡ کُنۡتُمۡ اِیَّاہُ تَعۡبُدُوۡنَ ﴿۱۱۴﴾

016.114 Fakuloo mimma razaqakumu Allahu halalan tayyiban waoshkuroo niAAmata Allahi in kuntum iyyahu taAAbudoona

16:114 Eet dus van al het wettige en het goede waarmee Allah jullie voorzien van heeft. En wees Allah dankbaar voor Zijn gunsten. Dit, als jullie Hem werkelijk alleen aanbidden. (Notitie: de afgodendienaren verboden veel dingen op basis van hun afgoden, zie 6:138.)

اِنَّمَا حَرَّمَ عَلَیۡکُمُ الۡمَیۡتَۃَ وَ الدَّمَ وَ لَحۡمَ الۡخِنۡزِیۡرِ وَ مَاۤ اُہِلَّ لِغَیۡرِ اللّٰہِ بِہٖ ۚ فَمَنِ اضۡطُرَّ غَیۡرَ بَاغٍ وَّ لَا عَادٍ فَاِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۱۵﴾

016.115 Innama harrama AAalaykumu almaytata waalddama walahma alkhinzeeri wama ohilla lighayri Allahi bihi famani idturra ghayra baghin wala AAadin fa-inna Allaha ghafoorun raheemun

16:115 Hij heeft alleen het dode dier, het bloed, het vlees van de zwijn\varken, en datgeen wat opgedragen is aan iets anders dan Allah, voor jullie verboden verklaard. Echter als iemand (door noodzaak) er toe gedwongen wordt, zonder moedwillig ongehoorzaam te zijn en niet als overtreder, dan voorzeker (weet dan dat) Allah Gafoer (de Vergevensgezinde) Rahiem (de Erbarmer) is. (Zie ook 2:173)

وَ لَا تَقُوۡلُوۡا لِمَا تَصِفُ اَلۡسِنَتُکُمُ الۡکَذِبَ ہٰذَا حَلٰلٌ وَّ ہٰذَا حَرَامٌ لِّتَفۡتَرُوۡا عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ ؕ اِنَّ الَّذِیۡنَ یَفۡتَرُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ لَا یُفۡلِحُوۡنَ ﴿۱۱۶﴾ؕ

016.116 Wala taqooloo lima tasifu alsinatukumu alkathiba hatha halalun wahatha haramun litaftaroo AAala Allahi alkathiba inna allatheena yaftaroona AAala Allahi alkathiba la yuflihoona

16:116 En zeg niet de leugens die jullie met de tongen beschrijven (aan de mensen): "Dit is wettig en dit is verboden", zodat jullie leugens over Allah verzinnen. Voorzeker, degenen die de leugens over Allah verzinnen zullen niet slagen.

مَتَاعٌ قَلِیۡلٌ ۪ وَّ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۱۱۷﴾

016.117 MataAAun qaleelun walahum AAathabun aleemun

16:117 (Het is alleen) Een kleine genieting (voor hen)! En voor hen is er een pijnlijke straf (op de dag des oordeels).

وَ عَلَی الَّذِیۡنَ ہَادُوۡا حَرَّمۡنَا مَا قَصَصۡنَا عَلَیۡکَ مِنۡ قَبۡلُ ۚ وَ مَا ظَلَمۡنٰہُمۡ وَ لٰکِنۡ کَانُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ یَظۡلِمُوۡنَ ﴿۱۱۸﴾

016.118 WaAAala allatheena hadoo harramna ma qasasna AAalayka min qablu wama thalamnahum walakin kanoo anfusahum yathlimoona

16:118 En voor de joden hebben Wij datgeen verboden wat wij eerder aan jou bericht hebben. Wij deden hen geen onrecht aan maar ze deden hunzelf onrecht aan. (Notitie: zie 6:146)

ثُمَّ اِنَّ رَبَّکَ لِلَّذِیۡنَ عَمِلُوا السُّوۡٓءَ بِجَہَالَۃٍ ثُمَّ تَابُوۡا مِنۡۢ بَعۡدِ ذٰلِکَ وَ اَصۡلَحُوۡۤا ۙ اِنَّ رَبَّکَ مِنۡۢ بَعۡدِہَا لَغَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۱۹﴾٪

016.119 Thumma inna rabbaka lillatheena AAamiloo alssoo-a bijahalatin thumma taboo min baAAdi thalika waaslahoo inna rabbaka min baAAdiha laghafoorun raheemun

16:119 Echter, voorzeker! Jouw Heer is voor degenen die kwaad in onwetendheid deden, en daarna smeekten om vergiffenis en vervolgens zichzelf verbeterden, voorzeker, jouw Heer is daarna Gafoer (vergevensgezinde) Rahiem (de meest Barmhartige) (voor hen).

اِنَّ اِبۡرٰہِیۡمَ کَانَ اُمَّۃً قَانِتًا لِّلّٰہِ حَنِیۡفًا ؕ وَ لَمۡ یَکُ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۱۲۰﴾ۙ

016.120 Inna ibraheema kana ommatan qanitan lillahi haneefan walam yaku mina almushrikeena

16:120 Voorzeker, Ibrahiem was een gemeenschap op zich, gehoorzaam aan Allah, Hanief (zuiver aanbiddend) en hij behoorde niet tot de polythe´sten. (Notitie: alle goede eigenschappen zit in Ibrahiem, vandaar dat hij als een gemeenschap wordt gezien.)

شَاکِرًا لِّاَنۡعُمِہٖ ؕ اِجۡتَبٰہُ وَ ہَدٰىہُ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۱۲۱﴾

016.121 Shakiran li-anAAumihi ijtabahu wahadahu ila siratin mustaqeemin

16:121 (Hij was) dankbaar voor Zijn gunsten. Hij (Allah) koos hem en leidde hem naar het rechte pad.

وَ اٰتَیۡنٰہُ فِی الدُّنۡیَا حَسَنَۃً ؕ وَ اِنَّہٗ فِی الۡاٰخِرَۃِ لَمِنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۱۲۲﴾ؕ

016.122 Waataynahu fee alddunya hasanatan wa-innahu fee al-akhirati lamina alssaliheena

16:122 Wij gaven hem het goede op de wereld. En voorzeker, in het hiernamaals zal hij zeker met de "Saliehien" (de mensen met de hoogste rang in het paradijs) zijn.

ثُمَّ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلَیۡکَ اَنِ اتَّبِعۡ مِلَّۃَ اِبۡرٰہِیۡمَ حَنِیۡفًا ؕ وَ مَا کَانَ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۱۲۳﴾

016.123 Thumma awhayna ilayka ani ittabiAA millata ibraheema haneefan wama kana mina almushrikeena

16:123 Vervolgens openbaarden Wij aan jou (Mohamed v.z.m.h.): "Jij volgt het geloof van Ibrahiem de Hanief (de zuiver aanbiddende), hij was geen polythe´st." (Notitie: zie 3:68)

اِنَّمَا جُعِلَ السَّبۡتُ عَلَی الَّذِیۡنَ اخۡتَلَفُوۡا فِیۡہِ ؕ وَ اِنَّ رَبَّکَ لَیَحۡکُمُ بَیۡنَہُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ فِیۡمَا کَانُوۡا فِیۡہِ یَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۱۲۴﴾

016.124 Innama juAAila alssabtu AAala allatheena ikhtalafoo feehi wa-inna rabbaka layahkumu baynahum yawma alqiyamati feema kanoo feehi yakhtalifoona

16:124 De Sabbat was alleen toegekend voor degenen die erover van mening verschilden. En voorzeker, jouw Heer zal zeker oordelen tussen hen waarin ze verschillenden op de dag van de opstanding.

اُدۡعُ اِلٰی سَبِیۡلِ رَبِّکَ بِالۡحِکۡمَۃِ وَ الۡمَوۡعِظَۃِ الۡحَسَنَۃِ وَ جَادِلۡہُمۡ بِالَّتِیۡ ہِیَ اَحۡسَنُ ؕ اِنَّ رَبَّکَ ہُوَ اَعۡلَمُ بِمَنۡ ضَلَّ عَنۡ سَبِیۡلِہٖ وَ ہُوَ اَعۡلَمُ بِالۡمُہۡتَدِیۡنَ ﴿۱۲۵﴾

016.125 OdAAu ila sabeeli rabbika bialhikmati waalmawAAithati alhasanati wajadilhum biallatee hiya ahsanu inna rabbaka huwa aAAlamu biman dalla AAan sabeelihi wahuwa aAAlamu bialmuhtadeena

16:125 Nodig uit naar de weg van jouw Heer, met de wijsheid (de Koran) en onderbouwde preken. En vermaan hen met een woord dat hun ziel diep raakt. Voorzeker, jouw Heer, Hij weet wie van Zijn weg is afgedwaald en Hij weet wie geleid zijn.

وَ اِنۡ عَاقَبۡتُمۡ فَعَاقِبُوۡا بِمِثۡلِ مَا عُوۡقِبۡتُمۡ بِہٖ ؕ وَ لَئِنۡ صَبَرۡتُمۡ لَہُوَ خَیۡرٌ لِّلصّٰبِرِیۡنَ ﴿۱۲۶﴾

016.126 Wa-in AAaqabtum faAAaqiboo bimithli ma AAooqibtum bihi wala-in sabartum lahuwa khayrun lilssabireena

16:126 En wanneer jullie vergelden, straf dan met hetzelfde hoe jullie bestraft zijn. Maar als jullie geduldig zijn, weet dan dat het zeker beter is om geduldig te zijn.

وَ اصۡبِرۡ وَ مَا صَبۡرُکَ اِلَّا بِاللّٰہِ وَ لَا تَحۡزَنۡ عَلَیۡہِمۡ وَ لَا تَکُ فِیۡ ضَیۡقٍ مِّمَّا یَمۡکُرُوۡنَ ﴿۱۲۷﴾

016.127 Waisbir wama sabruka illa biAllahi wala tahzan AAalayhim wala taku fee dayqin mimma yamkuroona

16:127 En wees geduldig! Jouw geduld komt slecht door Allah. En treur niet voor hen en maak je niet druk voor de complotten die ze maken.

اِنَّ اللّٰہَ مَعَ الَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا وَّ الَّذِیۡنَ ہُمۡ مُّحۡسِنُوۡنَ ﴿۱۲۸﴾٪

016.128 Inna Allaha maAAa allatheena ittaqaw waallatheena hum muhsinoona

16:128 Voorwaar, Allah is met degenen die (Hem) vrezen en met degenen die goed doen.


www.kuran.nl