5 Al-Maidah (De Tafel)

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اَوۡفُوۡا بِالۡعُقُوۡدِ ۬ؕ اُحِلَّتۡ لَکُمۡ بَہِیۡمَۃُ الۡاَنۡعَامِ اِلَّا مَا یُتۡلٰی عَلَیۡکُمۡ غَیۡرَ مُحِلِّی الصَّیۡدِ وَ اَنۡتُمۡ حُرُمٌ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یَحۡکُمُ مَا یُرِیۡدُ ﴿۱﴾

005.001 Ya ayyuha allatheena amanoo awfoo bialAAuqoodi ohillat lakum baheematu al-anAAami illa ma yutla AAalaykum ghayra muhillee alssaydi waantum hurumun inna Allaha yahkumu ma yureedu

5:1 O jullie die geloven! Kom de contracten na. Viervoetige vee-dieren zijn voor jullie wettig gemaakt, behalve wat voor jullie ontzegt is. Het is niet toegestaan te jagen gedurende de Ihraam-staat (gewijde staat tijdens de bedevaart). Voorzeker, Allah bepaalt wat Hij wilt.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تُحِلُّوۡا شَعَآئِرَ اللّٰہِ وَ لَا الشَّہۡرَ الۡحَرَامَ وَ لَا الۡہَدۡیَ وَ لَا الۡقَلَآئِدَ وَ لَاۤ آٰمِّیۡنَ الۡبَیۡتَ الۡحَرَامَ یَبۡتَغُوۡنَ فَضۡلًا مِّنۡ رَّبِّہِمۡ وَ رِضۡوَانًا ؕ وَ اِذَا حَلَلۡتُمۡ فَاصۡطَادُوۡا ؕ وَ لَا یَجۡرِمَنَّکُمۡ شَنَاٰنُ قَوۡمٍ اَنۡ صَدُّوۡکُمۡ عَنِ الۡمَسۡجِدِ الۡحَرَامِ اَنۡ تَعۡتَدُوۡا ۘ وَ تَعَاوَنُوۡا عَلَی الۡبِرِّ وَ التَّقۡوٰی ۪ وَ لَا تَعَاوَنُوۡا عَلَی الۡاِثۡمِ وَ الۡعُدۡوَانِ ۪ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ شَدِیۡدُ الۡعِقَابِ ﴿۲﴾

005.002 Ya ayyuha allatheena amanoo la tuhilloo shaAAa-ira Allahi wala alshshahra alharama wala alhadya wala alqala-ida wala ammeena albayta alharama yabtaghoona fadlan min rabbihim waridwanan wa-itha halaltum faistadoo wala yajrimannakum shanaanu qawmin an saddookum AAani almasjidi alharami an taAAtadoo wataAAawanoo AAala albirri waalttaqwa wala taAAawanoo AAala al-ithmi waalAAudwani waittaqoo Allaha inna Allaha shadeedu alAAiqabi

5:2 O jullie die geloven! Ontheilig Allah's rituelen niet, noch de Heilige maand, noch de offerdieren en noch de halsbanden (van de offerdieren). En onteert niet de mensen die naar het heilige huis (Kabaa) gaan, zoekend naar de gunsten en de tevredenheid van hun Heer. En wanneer jullie uit de Ihraam-staat zijn, mogen jullie jagen. En laat geen woede in julliezelf opwekken door de mensen die jullie tegenhouden van de Heilige Moskee Haram, anders zullen jullie zonden begaan. En help elkaar in het begaan van goedheid en in vroomheid. Echter help elkaar niet in zondigheid en in het begaan van overtreding. En vrees Allah, voorzeker Allah is streng in de bestraffing.

حُرِّمَتۡ عَلَیۡکُمُ الۡمَیۡتَۃُ وَ الدَّمُ وَ لَحۡمُ الۡخِنۡزِیۡرِ وَ مَاۤ اُہِلَّ لِغَیۡرِ اللّٰہِ بِہٖ وَ الۡمُنۡخَنِقَۃُ وَ الۡمَوۡقُوۡذَۃُ وَ الۡمُتَرَدِّیَۃُ وَ النَّطِیۡحَۃُ وَ مَاۤ اَکَلَ السَّبُعُ اِلَّا مَا ذَکَّیۡتُمۡ ۟ وَ مَا ذُبِحَ عَلَی النُّصُبِ وَ اَنۡ تَسۡتَقۡسِمُوۡا بِالۡاَزۡلَامِ ؕ ذٰلِکُمۡ فِسۡقٌ ؕ اَلۡیَوۡمَ یَئِسَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡ دِیۡنِکُمۡ فَلَا تَخۡشَوۡہُمۡ وَ اخۡشَوۡنِ ؕ اَلۡیَوۡمَ اَکۡمَلۡتُ لَکُمۡ دِیۡنَکُمۡ وَ اَتۡمَمۡتُ عَلَیۡکُمۡ نِعۡمَتِیۡ وَ رَضِیۡتُ لَکُمُ الۡاِسۡلَامَ دِیۡنًا ؕ فَمَنِ اضۡطُرَّ فِیۡ مَخۡمَصَۃٍ غَیۡرَ مُتَجَانِفٍ لِّاِثۡمٍ ۙ فَاِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۳﴾

005.003 Hurrimat AAalaykumu almaytatu waalddamu walahmu alkhinzeeri wama ohilla lighayri Allahi bihi waalmunkhaniqatu waalmawqoothatu waalmutaraddiyatu waalnnateehatu wama akala alssabuAAu illa ma thakkaytum wama thubiha AAala alnnusubi waan tastaqsimoo bial-azlami thalikum fisqun alyawma ya-isa allatheena kafaroo min deenikum fala takhshawhum waikhshawni alyawma akmaltu lakum deenakum waatmamtu AAalaykum niAAmatee waradeetu lakumu al-islama deenan famani idturra fee makhmasatin ghayra mutajanifin li-ithmin fa-inna Allaha ghafoorun raheemun

5:3 Het (eten van) kadaver (dode dieren) is onwettig voor jullie verklaart. Zo ook het bloed, zwijn, varkensvlees, en alles wat toegewijd is aan iets anders dan Allah. En wat gewurgd, verongelukt, of gevallen is of wat doorboord is door hoorns, of dat waar wilde dieren aan gegeten hebben, (dit alles is verboden verklaart) behalve als jullie het slachten (voordat het levenloos is). En wat op een altaar geofferd is of wat verkregen, opgeëist is op basis van rituelen of bijgeloof (zoals het verloten van pijlen), dit is een ernstige zonde. Op deze dag verliezen de ongelovigen de moed om jullie Dien (levenswijze) te bestrijden. Dus vrees hen niet, maar vrees Mij. Op deze dag heb ik voor jullie, jullie Dien (levenswijze) vervolmaakt, Mijn gunsten op jullie voltooid en de Islam als een levenswijze voor jullie voorgeschreven. Echter wie door honger wordt gedwongen en niet neigt naar het begaan van zonde, dan voorzeker Allah is meest Vergevensgezind, meest Barmhartig.

یَسۡـَٔلُوۡنَکَ مَاذَاۤ اُحِلَّ لَہُمۡ ؕ قُلۡ اُحِلَّ لَکُمُ الطَّیِّبٰتُ ۙ وَ مَا عَلَّمۡتُمۡ مِّنَ الۡجَوَارِحِ مُکَلِّبِیۡنَ تُعَلِّمُوۡنَہُنَّ مِمَّا عَلَّمَکُمُ اللّٰہُ ۫ فَکُلُوۡا مِمَّاۤ اَمۡسَکۡنَ عَلَیۡکُمۡ وَ اذۡکُرُوا اسۡمَ اللّٰہِ عَلَیۡہِ ۪ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ سَرِیۡعُ الۡحِسَابِ ﴿۴﴾

005.004 Yas-aloonaka matha ohilla lahum qul ohilla lakumu alttayyibatu wama AAallamtum mina aljawarihi mukallibeena tuAAallimoonahunna mimma AAallamakumu Allahu fakuloo mimma amsakna AAalaykum waothkuroo isma Allahi AAalayhi waittaqoo Allaha inna Allaha sareeAAu alhisabi

5:4 Zij vragen jou wat wettig voor hen gemaakt is. Zeg: "Wettig zijn de goede dingen en wat jullie verkrijgen door middel van de jachtdieren, doordat jullie hen het jagen geleerd hebben zoals Allah het jullie geleerd heeft. Dus eet wat zij voor jullie vangen, en noem de naam Allah erover. En vrees Allah! Voorzeker, Allah is snel in afrekenen.

اَلۡیَوۡمَ اُحِلَّ لَکُمُ الطَّیِّبٰتُ ؕ وَ طَعَامُ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ حِلٌّ لَّکُمۡ ۪ وَ طَعَامُکُمۡ حِلٌّ لَّہُمۡ ۫ وَ الۡمُحۡصَنٰتُ مِنَ الۡمُؤۡمِنٰتِ وَ الۡمُحۡصَنٰتُ مِنَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ اِذَاۤ اٰتَیۡتُمُوۡہُنَّ اُجُوۡرَہُنَّ مُحۡصِنِیۡنَ غَیۡرَ مُسٰفِحِیۡنَ وَ لَا مُتَّخِذِیۡۤ اَخۡدَانٍ ؕ وَ مَنۡ یَّکۡفُرۡ بِالۡاِیۡمَانِ فَقَدۡ حَبِطَ عَمَلُہٗ ۫ وَ ہُوَ فِی الۡاٰخِرَۃِ مِنَ الۡخٰسِرِیۡنَ ﴿۵﴾

005.005 Alyawma ohilla lakumu alttayyibatu wataAAamu allatheena ootoo alkitaba hillun lakum wataAAamukum hillun lahum waalmuhsanatu mina almu/minati waalmuhsanatu mina allatheena ootoo alkitaba min qablikum itha ataytumoohunna ojoorahunna muhsineena ghayra musafiheena wala muttakhithee akhdanin waman yakfur bial-eemani faqad habita AAamaluhu wahuwa fee al-akhirati mina alkhasireena

5:5 Op deze dag is het goede (van voedsel) voor jullie toegestaan en het voedsel van de mensen van het boek (die de eenheid van Allah, de Tauhied erkennen, het niet erkennen van de éénheid van Allah wordt gezien als ongelovigheid, zie 5:17). Zo ook is jullie voedsel voor hen toegestaan. En toegestaan zijn de kuise vrouwen onder de gelovigen en onder de mensen van het boek (die geloven in de Tauhied), alleen nadat jullie hen hun bruidsschat gegeven hebben en met ze het huwelijk zijn aangegaan (openbaar erkenning van het bruidspaar) en niet (toegestaan is met hen) als vriendinnen samen te wonen. En wie Zijn wetten (van Allah) verwerpt, voorzeker zijn daden (door het maken van zijn eigen wetten) zullen leiden tot verspilling, verderf, en hij zal in het hiernamaals tot de verliezers behoren.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا قُمۡتُمۡ اِلَی الصَّلٰوۃِ فَاغۡسِلُوۡا وُجُوۡہَکُمۡ وَ اَیۡدِیَکُمۡ اِلَی الۡمَرَافِقِ وَ امۡسَحُوۡا بِرُءُوۡسِکُمۡ وَ اَرۡجُلَکُمۡ اِلَی الۡکَعۡبَیۡنِ ؕ وَ اِنۡ کُنۡتُمۡ جُنُبًا فَاطَّہَّرُوۡا ؕ وَ اِنۡ کُنۡتُمۡ مَّرۡضٰۤی اَوۡ عَلٰی سَفَرٍ اَوۡ جَآءَ اَحَدٌ مِّنۡکُمۡ مِّنَ الۡغَآئِطِ اَوۡ لٰمَسۡتُمُ النِّسَآءَ فَلَمۡ تَجِدُوۡا مَآءً فَتَیَمَّمُوۡا صَعِیۡدًا طَیِّبًا فَامۡسَحُوۡا بِوُجُوۡہِکُمۡ وَ اَیۡدِیۡکُمۡ مِّنۡہُ ؕ مَا یُرِیۡدُ اللّٰہُ لِیَجۡعَلَ عَلَیۡکُمۡ مِّنۡ حَرَجٍ وَّ لٰکِنۡ یُّرِیۡدُ لِیُطَہِّرَکُمۡ وَ لِیُتِمَّ نِعۡمَتَہٗ عَلَیۡکُمۡ لَعَلَّکُمۡ تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۶﴾

005.006 Ya ayyuha allatheena amanoo itha qumtum ila alssalati faighsiloo wujoohakum waaydiyakum ila almarafiqi waimsahoo biruoosikum waarjulakum ila alkaAAbayni wa-in kuntum junuban faittahharoo wa-in kuntum marda aw AAala safarin aw jaa ahadun minkum mina algha-iti aw lamastumu alnnisaa falam tajidoo maan fatayammamoo saAAeedan tayyiban faimsahoo biwujoohikum waaydeekum minhu ma yureedu Allahu liyajAAala AAalaykum min harajin walakin yureedu liyutahhirakum waliyutimma niAAmatahu AAalaykum laAAallakum tashkuroona

5:6 O gelovigen! Wanneer jullie staan voor het gebed (de salaat), was dan jullie gezichten en jullie handen tot aan de ellebogen. En wrijf jullie hoofden en was de voeten tot aan de enkels. Maar wanneer jullie onrein (Djoenoeb) zijn, reinig jezelf (dan eerst). Echter als jullie ziek zijn of op reis zijn of naar het toilet zijn gegaan of met vrouwen gemeenschap hebben gehad en jullie vinden geen water, verricht dan de Tayyamum met schone aarde en wrijf jullie gezichten en handen ermee. Allah wil het voor jullie niet moeilijk maken. Hij wil jullie reinigen en Zijn Gunsten op jullie vervolmaken, zodat jullie aangemoedigd, geïnspireerd worden om dankbaar te zijn.

وَ اذۡکُرُوۡا نِعۡمَۃَ اللّٰہِ عَلَیۡکُمۡ وَ مِیۡثَاقَہُ الَّذِیۡ وَاثَقَکُمۡ بِہٖۤ ۙ اِذۡ قُلۡتُمۡ سَمِعۡنَا وَ اَطَعۡنَا ۫ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌۢ بِذَاتِ الصُّدُوۡرِ ﴿۷﴾

005.007 Waothkuroo niAAmata Allahi AAalaykum wameethaqahu allathee wathaqakum bihi ith qultum samiAAna waataAAna waittaqoo Allaha inna Allaha AAaleemun bithati alssudoori

5:7 En gedenk Allah's Gunsten op jullie en het verbond welke Hij aan jullie vast maakte toen jullie zeiden: "We hebben gehoord en we gehoorzamen." En vrees Allah! Voorzeker, Allah is Alwetend wat zich in de harten bevindt.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا کُوۡنُوۡا قَوّٰمِیۡنَ لِلّٰہِ شُہَدَآءَ بِالۡقِسۡطِ ۫ وَ لَا یَجۡرِمَنَّکُمۡ شَنَاٰنُ قَوۡمٍ عَلٰۤی اَلَّا تَعۡدِلُوۡا ؕ اِعۡدِلُوۡا ۟ ہُوَ اَقۡرَبُ لِلتَّقۡوٰی ۫ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ خَبِیۡرٌۢ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۸﴾

005.008 Ya ayyuha allatheena amanoo koonoo qawwameena lillahi shuhadaa bialqisti wala yajrimannakum shanaanu qawmin AAala alla taAAdiloo iAAdiloo huwa aqrabu lilttaqwa waittaqoo Allaha inna Allaha khabeerun bima taAAmaloona

5:8 O jullie die geloven! Wees standvastig in het getuigen van rechtvaardigheid voor Allah. En laat de haat van mensen jullie niet doen afwenden om rechtvaardig te handelen. Wees rechtvaardig! Dat is dicht bij de Taqwa (godvrezendheid, vroomheid). En vrees Allah! Voorwaar, Allah is Alwetend van wat jullie doen.

وَعَدَ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ ۙ لَہُمۡ مَّغۡفِرَۃٌ وَّ اَجۡرٌ عَظِیۡمٌ ﴿۹﴾

005.009 WaAAada Allahu allatheena amanoo waAAamiloo alssalihati lahum maghfiratun waajrun AAatheemun

5:9 En Allah beloofde aan degenen die geloven en goede daden doen, dat er voor hen vergeving en een geweldige beloning is.

وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَاۤ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ الۡجَحِیۡمِ ﴿۱۰﴾

005.010 Waallatheena kafaroo wakaththaboo bi-ayatina ola-ika as-habu aljaheemi

5:10 En voor degenen die niet geloofden en onze Tekenen verwierpen, zij zijn de metgezellen van de hel.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا اذۡکُرُوۡا نِعۡمَتَ اللّٰہِ عَلَیۡکُمۡ اِذۡ ہَمَّ قَوۡمٌ اَنۡ یَّبۡسُطُوۡۤا اِلَیۡکُمۡ اَیۡدِیَہُمۡ فَکَفَّ اَیۡدِیَہُمۡ عَنۡکُمۡ ۚ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ ؕ وَ عَلَی اللّٰہِ فَلۡیَتَوَکَّلِ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۱۱﴾

005.011 Ya ayyuha allatheena amanoo othkuroo niAAmata Allahi AAalaykum ith hamma qawmun an yabsutoo ilaykum aydiyahum fakaffa aydiyahum AAankum waittaqoo Allaha waAAala Allahi falyatawakkali almu/minoona

5:11 O gelovigen! Gedenk de gunsten van Allah op jullie, toen een volk besloot jullie te bevechten, maar Hij (Allah) hield hun handen tegen. En vrees Allah! Laat de gelovigen dus hun vertrouwen stellen in Allah.

وَ لَقَدۡ اَخَذَ اللّٰہُ مِیۡثَاقَ بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ ۚ وَ بَعَثۡنَا مِنۡہُمُ اثۡنَیۡ عَشَرَ نَقِیۡبًا ؕ وَ قَالَ اللّٰہُ اِنِّیۡ مَعَکُمۡ ؕ لَئِنۡ اَقَمۡتُمُ الصَّلٰوۃَ وَ اٰتَیۡتُمُ الزَّکٰوۃَ وَ اٰمَنۡتُمۡ بِرُسُلِیۡ وَ عَزَّرۡتُمُوۡہُمۡ وَ اَقۡرَضۡتُمُ اللّٰہَ قَرۡضًا حَسَنًا لَّاُکَفِّرَنَّ عَنۡکُمۡ سَیِّاٰتِکُمۡ وَ لَاُدۡخِلَنَّکُمۡ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ ۚ فَمَنۡ کَفَرَ بَعۡدَ ذٰلِکَ مِنۡکُمۡ فَقَدۡ ضَلَّ سَوَآءَ السَّبِیۡلِ ﴿۱۲﴾

005.012 Walaqad akhatha Allahu meethaqa banee isra-eela wabaAAathna minhumu ithnay AAashara naqeeban waqala Allahu innee maAAakum la-in aqamtumu alssalata waataytumu alzzakata waamantum birusulee waAAazzartumoohum waaqradtumu Allaha qardan hasanan laokaffiranna AAankum sayyi-atikum walaodkhilannakum jannatin tajree min tahtiha al-anharu faman kafara baAAda thalika minkum faqad dalla sawaa alssabeeli

5:12 Voorzeker. Allah sloot een verbond met de kinderen van Israël en We kenden vanuit henzelf, twaalf leiders aan hen toe. En Allah zei: "Voorzeker Ik ben met jullie, als jullie het gebed onderhouden, de zakaat geven, geloven in Mijn profeten, hun helpen en een goede lening aan Allah verschaffen, Voorzeker, dan zal Ik jullie slechte daden verwijderen en jullie in tuinen toelaten waar rivieren onder stromen. Maar wie hierna (na het aangaan van dit verbond) van jullie niet gelooft, dan is hij zeker verdwaald van het rechte pad."

فَبِمَا نَقۡضِہِمۡ مِّیۡثَاقَہُمۡ لَعَنّٰہُمۡ وَ جَعَلۡنَا قُلُوۡبَہُمۡ قٰسِیَۃً ۚ یُحَرِّفُوۡنَ الۡکَلِمَ عَنۡ مَّوَاضِعِہٖ ۙ وَ نَسُوۡا حَظًّا مِّمَّا ذُکِّرُوۡا بِہٖ ۚ وَ لَا تَزَالُ تَطَّلِعُ عَلٰی خَآئِنَۃٍ مِّنۡہُمۡ اِلَّا قَلِیۡلًا مِّنۡہُمۡ فَاعۡفُ عَنۡہُمۡ وَ اصۡفَحۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یُحِبُّ الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۱۳﴾

005.013 Fabima naqdihim meethaqahum laAAannahum wajaAAalna quloobahum qasiyatan yuharrifoona alkalima AAan mawadiAAihi wanasoo haththan mimma thukkiroo bihi wala tazalu tattaliAAu AAala kha-inatin minhum illa qaleelan minhum faoAAfu AAanhum waisfah inna Allaha yuhibbu almuhsineena

5:13 Dus omdat zij hun verbond verbraken, hebben Wij hen vervloekt en Wij maakten hun harten hard. Zij verdraaien de woorden van hun plaatsen, en zij vergaten een deel waar zij mee vermaand werden. En je zult constant bedrog bij hen ontdekken, op enkele van hen na. Echter vergeef hen en zie het (hun slechte daden) door de vingers. Voorzeker, Allah houdt van de mensen die goed doen.

وَ مِنَ الَّذِیۡنَ قَالُوۡۤا اِنَّا نَصٰرٰۤی اَخَذۡنَا مِیۡثَاقَہُمۡ فَنَسُوۡا حَظًّا مِّمَّا ذُکِّرُوۡا بِہٖ ۪ فَاَغۡرَیۡنَا بَیۡنَہُمُ الۡعَدَاوَۃَ وَ الۡبَغۡضَآءَ اِلٰی یَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ ؕ وَ سَوۡفَ یُنَبِّئُہُمُ اللّٰہُ بِمَا کَانُوۡا یَصۡنَعُوۡنَ ﴿۱۴﴾

005.014 Wamina allatheena qaloo inna nasara akhathna meethaqahum fanasoo haththan mimma thukkiroo bihi faaghrayna baynahumu alAAadawata waalbaghdaa ila yawmi alqiyamati wasawfa yunabbi-ohumu Allahu bima kanoo yasnaAAoona

5:14 En van degenen die zeiden: "Wij zijn Christenen", accepteerde Wij (ook) hun verbond, maar zij vergaten een deel van hetgeen waarmee zij vermaand werden. Dus wekken Wij vijandschap en haat tussen hen op tot aan de dagdesoordeels. Spoedig zal Allah hen inlichten over hetgeen zij deden.

یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ قَدۡ جَآءَکُمۡ رَسُوۡلُنَا یُبَیِّنُ لَکُمۡ کَثِیۡرًا مِّمَّا کُنۡتُمۡ تُخۡفُوۡنَ مِنَ الۡکِتٰبِ وَ یَعۡفُوۡا عَنۡ کَثِیۡرٍ ۬ؕ قَدۡ جَآءَکُمۡ مِّنَ اللّٰہِ نُوۡرٌ وَّ کِتٰبٌ مُّبِیۡنٌ ﴿ۙ۱۵﴾

005.015 Ya ahla alkitabi qad jaakum rasooluna yubayyinu lakum katheeran mimma kuntum tukhfoona mina alkitabi wayaAAfoo AAan katheerin qad jaakum mina Allahi noorun wakitabun mubeenun

5:15 O mensen van het Boek! Voorzeker, Onze boodschapper is tot jullie gekomen en hij maakt het jullie duidelijk wat jullie van het Boek verbergen en wat jullie over het hoofd zien. Voorzeker, er is een licht (de Profeet) van Allah en een duidelijke boek (Koran) tot jullie gekomen.

یَّہۡدِیۡ بِہِ اللّٰہُ مَنِ اتَّبَعَ رِضۡوَانَہٗ سُبُلَ السَّلٰمِ وَ یُخۡرِجُہُمۡ مِّنَ الظُّلُمٰتِ اِلَی النُّوۡرِ بِاِذۡنِہٖ وَ یَہۡدِیۡہِمۡ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۱۶﴾

005.016 Yahdee bihi Allahu mani ittabaAAa ridwanahu subula alssalami wayukhrijuhum mina alththulumati ila alnnoori bi-ithnihi wayahdeehim ila siratin mustaqeemin

5:16 Allah leidt degenen die Zijn tevredenheid zoeken ermee (de Koran en Sunnah) naar de vrede, brengt hen van duisternis naar het licht en leidt hen naar het rechte pad, met Zijn toestemming.

لَقَدۡ کَفَرَ الَّذِیۡنَ قَالُوۡۤا اِنَّ اللّٰہَ ہُوَ الۡمَسِیۡحُ ابۡنُ مَرۡیَمَ ؕ قُلۡ فَمَنۡ یَّمۡلِکُ مِنَ اللّٰہِ شَیۡئًا اِنۡ اَرَادَ اَنۡ یُّہۡلِکَ الۡمَسِیۡحَ ابۡنَ مَرۡیَمَ وَ اُمَّہٗ وَ مَنۡ فِی الۡاَرۡضِ جَمِیۡعًا ؕ وَ لِلّٰہِ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ مَا بَیۡنَہُمَا ؕ یَخۡلُقُ مَا یَشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۱۷﴾

005.017 Laqad kafara allatheena qaloo inna Allaha huwa almaseehu ibnu maryama qul faman yamliku mina Allahi shay-an in arada an yuhlika almaseeha ibna maryama waommahu waman fee al-ardi jameeAAan walillahi mulku alssamawati waal-ardi wama baynahuma yakhluqu ma yashao waAllahu AAala kulli shay-in qadeerun

5:17 Voorzeker, ongelovig zijn degenen die zeggen: "Allah, Hij is de messias, zoon van Maryam (Maria)." Zeg: "Wie heeft er dan enig macht tegen Allah, als Hij besluit om de messias, zoon van Maryam en zijn moeder, te samen met wat er in en op de aarde is, te vernietigen?" En voor Allah is de heerschappij van de hemelen en de aarde en wat er tussen bevindt. Hij creëert wat Hij wilt en Allah is over alles Almachtig.

وَ قَالَتِ الۡیَہُوۡدُ وَ النَّصٰرٰی نَحۡنُ اَبۡنٰٓؤُا اللّٰہِ وَ اَحِبَّآؤُہٗ ؕ قُلۡ فَلِمَ یُعَذِّبُکُمۡ بِذُنُوۡبِکُمۡ ؕ بَلۡ اَنۡتُمۡ بَشَرٌ مِّمَّنۡ خَلَقَ ؕ یَغۡفِرُ لِمَنۡ یَّشَآءُ وَ یُعَذِّبُ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ لِلّٰہِ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ مَا بَیۡنَہُمَا ۫ وَ اِلَیۡہِ الۡمَصِیۡرُ ﴿۱۸﴾

005.018 Waqalati alyahoodu waalnnasara nahnu abnao Allahi waahibbaohu qul falima yuAAaththibukum bithunoobikum bal antum basharun mimman khalaqa yaghfiru liman yashao wayuAAaththibu man yashao walillahi mulku alssamawati waal-ardi wama baynahuma wa-ilayhi almaseeru

5:18 En de Joden en de Christenen zeggen: "Wij zijn de kinderen en de geliefden van Allah." Zeg: "Waarom straft Hij jullie voor jullie zonden? Nee! Jullie zijn mensen, een creatie van Zijn schepping. Hij vergeeft wie Hij wilt en bestraft wie Hij wilt." En alleen voor Allah is de heerschappij van de hemelen en de aarde en wat er tussen bevindt. En tot Hem is de uiteindelijke terugkeer.

یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ قَدۡ جَآءَکُمۡ رَسُوۡلُنَا یُبَیِّنُ لَکُمۡ عَلٰی فَتۡرَۃٍ مِّنَ الرُّسُلِ اَنۡ تَقُوۡلُوۡا مَا جَآءَنَا مِنۡۢ بَشِیۡرٍ وَّ لَا نَذِیۡرٍ ۫ فَقَدۡ جَآءَکُمۡ بَشِیۡرٌ وَّ نَذِیۡرٌ ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۱۹﴾

005.019 Ya ahla alkitabi qad jaakum rasooluna yubayyinu lakum AAala fatratin mina alrrusuli an taqooloo ma jaana min basheerin wala natheerin faqad jaakum basheerun wanatheerun waAllahu AAala kulli shay-in qadeerun

5:19 O mensen van het Boek! Voorzeker, na een onderbreking van Profeten is onze Boodschapper tot jullie gekomen om jullie duidelijkheid te verschaffen en zodat jullie niet kunnen zeggen: "Er is geen drager van het goede nieuws tot ons gekomen, noch een waarschuwer." Echter, voorzeker er is (nu) een drager van het goede nieuws en een waarschuwer tot jullie gekomen. En Allah is over alles Almachtig.

وَ اِذۡ قَالَ مُوۡسٰی لِقَوۡمِہٖ یٰقَوۡمِ اذۡکُرُوۡا نِعۡمَۃَ اللّٰہِ عَلَیۡکُمۡ اِذۡ جَعَلَ فِیۡکُمۡ اَنۡۢبِیَآءَ وَ جَعَلَکُمۡ مُّلُوۡکًا ٭ۖ وَّ اٰتٰىکُمۡ مَّا لَمۡ یُؤۡتِ اَحَدًا مِّنَ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۲۰﴾

005.020 Wa-ith qala moosa liqawmihi ya qawmi othkuroo niAAmata Allahi AAalaykum ith jaAAala feekum anbiyaa wajaAAalakum mulookan waatakum ma lam yu/ti ahadan mina alAAalameena

5:20 En (gedenk) toen Moesa (Mozes) tot zijn volk zei: "O mijn mensen, gedenk Allah's gunsten op jullie, toen Hij Profeten onder jullie plaatsten en jullie koningen maakten en Hij jullie gaf wat Hij niemand van de werelden gaf."

یٰقَوۡمِ ادۡخُلُوا الۡاَرۡضَ الۡمُقَدَّسَۃَ الَّتِیۡ کَتَبَ اللّٰہُ لَکُمۡ وَ لَا تَرۡتَدُّوۡا عَلٰۤی اَدۡبَارِکُمۡ فَتَنۡقَلِبُوۡا خٰسِرِیۡنَ ﴿۲۱﴾

005.021 Ya qawmi odkhuloo al-arda almuqaddasata allatee kataba Allahu lakum wala tartaddoo AAala adbarikum fatanqaliboo khasireena

5:21 "O mijn mensen! Betreed het heilige land wat door Allah voor jullie toegewezen is. En keer jullie ruggen er niet van af, jullie zullen anders als verliezers terugkeren."

قَالُوۡا یٰمُوۡسٰۤی اِنَّ فِیۡہَا قَوۡمًا جَبَّارِیۡنَ ٭ۖ وَ اِنَّا لَنۡ نَّدۡخُلَہَا حَتّٰی یَخۡرُجُوۡا مِنۡہَا ۚ فَاِنۡ یَّخۡرُجُوۡا مِنۡہَا فَاِنَّا دٰخِلُوۡنَ ﴿۲۲﴾

005.022 Qaloo ya moosa inna feeha qawman jabbareena wa-inna lan nadkhulaha hatta yakhrujoo minha fa-in yakhrujoo minha fa-inna dakhiloona

5:22 Zij zeiden: "O Moesa! Er zijn daar zeer sterke mensen met veel kracht. Voorzeker wij zullen het nooit betreden, totdat zij eruit vertrekken. En als zij eruit vertrekken, dan zullen wij het met zekerheid betreden."

قَالَ رَجُلٰنِ مِنَ الَّذِیۡنَ یَخَافُوۡنَ اَنۡعَمَ اللّٰہُ عَلَیۡہِمَا ادۡخُلُوۡا عَلَیۡہِمُ الۡبَابَ ۚ فَاِذَا دَخَلۡتُمُوۡہُ فَاِنَّکُمۡ غٰلِبُوۡنَ ۬ۚ وَ عَلَی اللّٰہِ فَتَوَکَّلُوۡۤا اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿۲۳﴾

005.023 Qala rajulani mina allatheena yakhafoona anAAama Allahu AAalayhima odkhuloo AAalayhimu albaba fa-itha dakhaltumoohu fa-innakum ghaliboona waAAala Allahi fatawakkaloo in kuntum mu/mineena

5:23 Twee mannen die Allah vreesden en die Allah beide begunstigd had, zeiden: "Val hen aan bij de poort, wanneer jullie dan binnen zijn, zullen jullie zeker de overwinnaars zijn. En zet jullie vertrouwen in Allah als jullie gelovig zijn."

قَالُوۡا یٰمُوۡسٰۤی اِنَّا لَنۡ نَّدۡخُلَہَاۤ اَبَدًا مَّا دَامُوۡا فِیۡہَا فَاذۡہَبۡ اَنۡتَ وَ رَبُّکَ فَقَاتِلَاۤ اِنَّا ہٰہُنَا قٰعِدُوۡنَ ﴿۲۴﴾

005.024 Qaloo ya moosa inna lan nadkhulaha abadan ma damoo feeha fa-ithhab anta warabbuka faqatila inna hahuna qaAAidoona

5:24 Zij zeiden; "O Moesa! wij zullen het nooit betreden, zolang zij zich daar bevinden. Dus ga jij met jouw Heer en vecht beide. Wij wachten hier."

قَالَ رَبِّ اِنِّیۡ لَاۤ اَمۡلِکُ اِلَّا نَفۡسِیۡ وَ اَخِیۡ فَافۡرُقۡ بَیۡنَنَا وَ بَیۡنَ الۡقَوۡمِ الۡفٰسِقِیۡنَ ﴿۲۵﴾

005.025 Qala rabbi innee la amliku illa nafsee waakhee faofruq baynana wabayna alqawmi alfasiqeena

5:25 Hij (Moesa) zei: "O mijn Heer! Ik heb alleen macht over mijzelf en mijn broeder, maak dus een scheiding tussen ons en de provocerend ongehoorzame mensen."

قَالَ فَاِنَّہَا مُحَرَّمَۃٌ عَلَیۡہِمۡ اَرۡبَعِیۡنَ سَنَۃً ۚ یَتِیۡہُوۡنَ فِی الۡاَرۡضِ ؕ فَلَا تَاۡسَ عَلَی الۡقَوۡمِ الۡفٰسِقِیۡنَ ﴿۲۶﴾

005.026 Qala fa-innaha muharramatun AAalayhim arbaAAeena sanatan yateehoona fee al-ardi fala ta/sa AAala alqawmi alfasiqeena

5:26 Hij (Allah) zei: "Dan voorzeker, het (heilige land) is verboden voor hen voor veertig jaren. Zei zullen (voor deze periode) dwalen op de aarde. Treur daarom niet over de provocerend ongehoorzame mensen”.

وَ اتۡلُ عَلَیۡہِمۡ نَبَاَ ابۡنَیۡ اٰدَمَ بِالۡحَقِّ ۘ اِذۡ قَرَّبَا قُرۡبَانًا فَتُقُبِّلَ مِنۡ اَحَدِہِمَا وَ لَمۡ یُتَقَبَّلۡ مِنَ الۡاٰخَرِ ؕ قَالَ لَاَقۡتُلَنَّکَ ؕ قَالَ اِنَّمَا یَتَقَبَّلُ اللّٰہُ مِنَ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۲۷﴾

005.027 Waotlu AAalayhim nabaa ibnay adama bialhaqqi ith qarraba qurbanan fatuqubbila min ahadihima walam yutaqabbal mina al-akhari qala laaqtulannaka qala innama yataqabbalu Allahu mina almuttaqeena

5:27 En lees het verhaal in waarheid voor van de twee zonen van Adam. Toen beide een offer deden, was het slecht van één van hen geaccepteerd. De ene zei: "Ik ga jou zeker doden." (De andere) zei: "Allah aanvaard alleen van de godvrezende."

لَئِنۡۢ بَسَطۡتَّ اِلَیَّ یَدَکَ لِتَقۡتُلَنِیۡ مَاۤ اَنَا بِبَاسِطٍ یَّدِیَ اِلَیۡکَ لِاَقۡتُلَکَ ۚ اِنِّیۡۤ اَخَافُ اللّٰہَ رَبَّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۲۸﴾

005.028 La-in basatta ilayya yadaka litaqtulanee ma ana bibasitin yadiya ilayka li-aqtulaka innee akhafu Allaha rabba alAAalameena

5:28 Wanneer jij je hand naar me wendt om me te doden, dan zal ik niet mijn handen naar jou toewenden om jouw te doden. Ik vrees Allah, de Heer van de werelden."

اِنِّیۡۤ اُرِیۡدُ اَنۡ تَبُوۡٓاَ بِاِثۡمِیۡ وَ اِثۡمِکَ فَتَکُوۡنَ مِنۡ اَصۡحٰبِ النَّارِ ۚ وَ ذٰلِکَ جَزٰٓؤُا الظّٰلِمِیۡنَ ﴿ۚ۲۹﴾

005.029 Innee oreedu an taboo-a bi-ithmee wa-ithmika fatakoona min as-habi alnnari wathalika jazao alththalimeena

5:29 Voorzeker, ik wil dat je mijn zonde en jouw zonde op je neemt en dat je dan tot de bewoners van de Hel wordt. En dat is de vergelding voor de onrechtvaardige”.

فَطَوَّعَتۡ لَہٗ نَفۡسُہٗ قَتۡلَ اَخِیۡہِ فَقَتَلَہٗ فَاَصۡبَحَ مِنَ الۡخٰسِرِیۡنَ ﴿۳۰﴾

005.030 FatawwaAAat lahu nafsuhu qatla akheehi faqatalahu faasbaha mina alkhasireena

5:30 Toen zette zijn Nafs (Al-Ammarah) (zijn ego) hem toe om zijn broer te doden. Dus vermoorde hij hem en werd één van de verliezers.

فَبَعَثَ اللّٰہُ غُرَابًا یَّبۡحَثُ فِی الۡاَرۡضِ لِیُرِیَہٗ کَیۡفَ یُوَارِیۡ سَوۡءَۃَ اَخِیۡہِ ؕ قَالَ یٰوَیۡلَتٰۤی اَعَجَزۡتُ اَنۡ اَکُوۡنَ مِثۡلَ ہٰذَا الۡغُرَابِ فَاُوَارِیَ سَوۡءَۃَ اَخِیۡ ۚ فَاَصۡبَحَ مِنَ النّٰدِمِیۡنَ ﴿ۚۛۙ۳۱﴾

005.031 FabaAAatha Allahu ghuraban yabhathu fee al-ardi liyuriyahu kayfa yuwaree saw-ata akheehi qala ya waylata aAAajaztu an akoona mithla hatha alghurabi faowariya saw-ata akhee faasbaha mina alnnadimeena

5:31 Toen zond Allah een kraai, die in de grond groef om hem te laten zien hoe hij het dode lichaam van zijn broeder kon bergen. Hij zei: "Wee mij! Ben ik niet in staat, om net als de kraai te graven en het dode lichaam van mijn broer te bergen?" Toen krijg hij spijt (voor de beperking die hij had na zijn daad, echter hij had geen berouw voor het doden).

مِنۡ اَجۡلِ ذٰلِکَ ۚۛؔ کَتَبۡنَا عَلٰی بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ اَنَّہٗ مَنۡ قَتَلَ نَفۡسًۢا بِغَیۡرِ نَفۡسٍ اَوۡ فَسَادٍ فِی الۡاَرۡضِ فَکَاَنَّمَا قَتَلَ النَّاسَ جَمِیۡعًا ؕ وَ مَنۡ اَحۡیَاہَا فَکَاَنَّمَاۤ اَحۡیَا النَّاسَ جَمِیۡعًا ؕ وَ لَقَدۡ جَآءَتۡہُمۡ رُسُلُنَا بِالۡبَیِّنٰتِ ۫ ثُمَّ اِنَّ کَثِیۡرًا مِّنۡہُمۡ بَعۡدَ ذٰلِکَ فِی الۡاَرۡضِ لَمُسۡرِفُوۡنَ ﴿۳۲﴾

005.032 Min ajli thalika katabna AAala banee isra-eela annahu man qatala nafsan bighayri nafsin aw fasadin fee al-ardi fakaannama qatala alnnasa jameeAAan waman ahyaha fakaannama ahya alnnasa jameeAAan walaqad jaat-hum rusuluna bialbayyinati thumma inna katheeran minhum baAAda thalika fee al-ardi lamusrifoona

5:32 Sindsdien, hebben Wij voor de kinderen van Israël bepaald dat, hij die een 'Nafs' (persoon) dood, het is alsof hij de gehele mensheid heeft gedood. Behalve als het gaat om een vergelding van het doden van een andere 'Nafs' of voor het tegengaan van het verspreiden van corruptie op aarde. En wie een 'Nafs' heeft gered, het is alsof hij de gehele mensheid heeft gered. En voorzeker, Onze profeten kwamen met duidelijke bewijzen tot hen. Ondanks dat, zijn velen van hen toch buitensporig op de aarde.

اِنَّمَا جَزٰٓؤُا الَّذِیۡنَ یُحَارِبُوۡنَ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ وَ یَسۡعَوۡنَ فِی الۡاَرۡضِ فَسَادًا اَنۡ یُّقَتَّلُوۡۤا اَوۡ یُصَلَّبُوۡۤا اَوۡ تُقَطَّعَ اَیۡدِیۡہِمۡ وَ اَرۡجُلُہُمۡ مِّنۡ خِلَافٍ اَوۡ یُنۡفَوۡا مِنَ الۡاَرۡضِ ؕ ذٰلِکَ لَہُمۡ خِزۡیٌ فِی الدُّنۡیَا وَ لَہُمۡ فِی الۡاٰخِرَۃِ عَذَابٌ عَظِیۡمٌ ﴿ۙ۳۳﴾

005.033 Innama jazao allatheena yuhariboona Allaha warasoolahu wayasAAawna fee al-ardi fasadan an yuqattaloo aw yusallaboo aw tuqattaAAa aydeehim waarjuluhum min khilafin aw yunfaw mina al-ardi thalika lahum khizyun fee alddunya walahum fee al-akhirati AAathabun AAatheemun

5:33 De enige vergelding voor degenen die oorlog voeren tegen Allah en Zijn profeten, en corruptie verspreiden op aarde, is de dood, het kruisigen, of het hakken van hun handen en voeten van tegenovergestelde zijden of verbanning uit het land. Dat is voor hen een vernedering op de wereld en in het hiernamaals is er voor hen een geweldige straf.

اِلَّا الَّذِیۡنَ تَابُوۡا مِنۡ قَبۡلِ اَنۡ تَقۡدِرُوۡا عَلَیۡہِمۡ ۚ فَاعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۳۴﴾

005.034 Illa allatheena taboo min qabli an taqdiroo AAalayhim faiAAlamoo anna Allaha ghafoorun raheemun

5:34 Behalve voor degenen die berouwen voordat jullie hen overmeesteren. Weet dat Allah meest Vergevensgezind, meest Barmhartig is.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا اتَّقُوا اللّٰہَ وَ ابۡتَغُوۡۤا اِلَیۡہِ الۡوَسِیۡلَۃَ وَ جَاہِدُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِہٖ لَعَلَّکُمۡ تُفۡلِحُوۡنَ ﴿۳۵﴾

005.035 Ya ayyuha allatheena amanoo ittaqoo Allaha waibtaghoo ilayhi alwaseelata wajahidoo fee sabeelihi laAAallakum tuflihoona

5:35 O gelovigen! Vrees Allah, zoek naar middelen en werk hard op Zijn weg, zodat jullie succes kunnen behalen.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَوۡ اَنَّ لَہُمۡ مَّا فِی الۡاَرۡضِ جَمِیۡعًا وَّ مِثۡلَہٗ مَعَہٗ لِیَفۡتَدُوۡا بِہٖ مِنۡ عَذَابِ یَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ مَا تُقُبِّلَ مِنۡہُمۡ ۚ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۳۶﴾

005.036 Inna allatheena kafaroo law anna lahum ma fee al-ardi jameeAAan wamithlahu maAAahu liyaftadoo bihi min AAathabi yawmi alqiyamati ma tuqubbila minhum walahum AAathabun aleemun

5:36 Als de ongelovigen alles wat op aarde is en nog het gelijke daarvan zouden hebben om zich vrij te kopen van de straf op de Dag van de Dag van de Opstanding, dan zou het niet van hen geaccepteerd worden. En er is voor hen een pijnlijke straf.

یُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ یَّخۡرُجُوۡا مِنَ النَّارِ وَ مَا ہُمۡ بِخٰرِجِیۡنَ مِنۡہَا ۫ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ مُّقِیۡمٌ ﴿۳۷﴾

005.037 Yureedoona an yakhrujoo mina alnnari wama hum bikharijeena minha walahum AAathabun muqeemun

5:37 Zij zullen wensen dat zij uit het vuur zijn, maar zullen er niet uit komen. En voor hen is er een altijddurende straf

وَ السَّارِقُ وَ السَّارِقَۃُ فَاقۡطَعُوۡۤا اَیۡدِیَہُمَا جَزَآءًۢ بِمَا کَسَبَا نَکَالًا مِّنَ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ عَزِیۡزٌ حَکِیۡمٌ ﴿۳۸﴾

005.038 Waalssariqu waalssariqatu faiqtaAAoo aydiyahuma jazaan bima kasaba nakalan mina Allahi waAllahu AAazeezun hakeemun

5:38 En hak de handen van de mannelijke en vrouwelijk dief, dit is een vergelding voor wat zij verdienen, een volmaakte straf van Allah. En Allah is Almachtig, Alwijs.

فَمَنۡ تَابَ مِنۡۢ بَعۡدِ ظُلۡمِہٖ وَ اَصۡلَحَ فَاِنَّ اللّٰہَ یَتُوۡبُ عَلَیۡہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۳۹﴾

005.039 Faman taba min baAAdi thulmihi waaslaha fa-inna Allaha yatoobu AAalayhi inna Allaha ghafoorun raheemun

5:39 Echter, wie berouw toont na zijn misdaad en zich betert, dan voorzeker Allah zal zich als Vergevensgezinde tot hem keren. Voorzeker Allah is meest Vergevensgezind, meest Barmhartig.

اَلَمۡ تَعۡلَمۡ اَنَّ اللّٰہَ لَہٗ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ یُعَذِّبُ مَنۡ یَّشَآءُ وَ یَغۡفِرُ لِمَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۴۰﴾

005.040 Alam taAAlam anna Allaha lahu mulku alssamawati waal-ardi yuAAaththibu man yashao wayaghfiru liman yashao waAllahu AAala kulli shay-in qadeerun

5:40 Weet jij dan niet dat de Heerschappij van de hemelen en de aarde aan Allah toebehoort? Hij straft wie Hij wilt en Hij vergeeft wie Hij wilt. En Allah is over alles Almachtig.

یٰۤاَیُّہَا الرَّسُوۡلُ لَا یَحۡزُنۡکَ الَّذِیۡنَ یُسَارِعُوۡنَ فِی الۡکُفۡرِ مِنَ الَّذِیۡنَ قَالُوۡۤا اٰمَنَّا بِاَفۡوَاہِہِمۡ وَ لَمۡ تُؤۡمِنۡ قُلُوۡبُہُمۡ ۚۛ وَ مِنَ الَّذِیۡنَ ہَادُوۡا ۚۛ سَمّٰعُوۡنَ لِلۡکَذِبِ سَمّٰعُوۡنَ لِقَوۡمٍ اٰخَرِیۡنَ ۙ لَمۡ یَاۡتُوۡکَ ؕ یُحَرِّفُوۡنَ الۡکَلِمَ مِنۡۢ بَعۡدِ مَوَاضِعِہٖ ۚ یَقُوۡلُوۡنَ اِنۡ اُوۡتِیۡتُمۡ ہٰذَا فَخُذُوۡہُ وَ اِنۡ لَّمۡ تُؤۡتَوۡہُ فَاحۡذَرُوۡا ؕ وَ مَنۡ یُّرِدِ اللّٰہُ فِتۡنَتَہٗ فَلَنۡ تَمۡلِکَ لَہٗ مِنَ اللّٰہِ شَیۡئًا ؕ اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ لَمۡ یُرِدِ اللّٰہُ اَنۡ یُّطَہِّرَ قُلُوۡبَہُمۡ ؕ لَہُمۡ فِی الدُّنۡیَا خِزۡیٌ ۚۖ وَّ لَہُمۡ فِی الۡاٰخِرَۃِ عَذَابٌ عَظِیۡمٌ ﴿۴۱﴾

005.041 Ya ayyuha alrrasoolu la yahzunka allatheena yusariAAoona fee alkufri mina allatheena qaloo amanna bi-afwahihim walam tu/min quloobuhum wamina allatheena hadoo sammaAAoona lilkathibi sammaAAoona liqawmin akhareena lam ya/tooka yuharrifoona alkalima min baAAdi mawadiAAihi yaqooloona in ooteetum hatha fakhuthoohu wa-in lam tu/tawhu faihtharoo waman yuridi Allahu fitnatahu falan tamlika lahu mina Allahi shay-an ola-ika allatheena lam yuridi Allahu an yutahhira quloobahum lahum fee alddunya khizyun walahum fee al-akhirati AAathabun AAatheemun

5:41 O profeet! Wordt niet verdrietig om degenen die haasten naar het ongeloof. Hun monden zeggen: "Wij geloven", echter hun harten geloven niet. En de joden, zij luisteren naar de valsheid van mensen die niet tot jou zijn gekomen (die de verkondiging niet kent). Zij trekken de woorden uit hun verband, zeggende: "Als dit (de wetgeving, openbaring) al eerder tot jullie gegeven is, neem het. Echter, als het niet eerder gegeven is, wees dan op jullie hoede." En als Allah iemand wilt beproeven, je zult geen enkel invloed kunnen hebben om hem te helpen tegen Allah. Zij zijn degenen waar Allah nooit hun harten van zuivert! Voor hen is er vernedering op de wereld en voor hen is er in het Hiernamaals een geweldige straf!

سَمّٰعُوۡنَ لِلۡکَذِبِ اَکّٰلُوۡنَ لِلسُّحۡتِ ؕ فَاِنۡ جَآءُوۡکَ فَاحۡکُمۡ بَیۡنَہُمۡ اَوۡ اَعۡرِضۡ عَنۡہُمۡ ۚ وَ اِنۡ تُعۡرِضۡ عَنۡہُمۡ فَلَنۡ یَّضُرُّوۡکَ شَیۡئًا ؕ وَ اِنۡ حَکَمۡتَ فَاحۡکُمۡ بَیۡنَہُمۡ بِالۡقِسۡطِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یُحِبُّ الۡمُقۡسِطِیۡنَ ﴿۴۲﴾

005.042 SammaAAoona lilkathibi akkaloona lilssuhti fa-in jaooka faohkum baynahum aw aAArid AAanhum wa-in tuAArid AAanhum falan yadurrooka shay-an wa-in hakamta faohkum baynahum bialqisti inna Allaha yuhibbu almuqsiteena

5:42 Luisteraars van de valsheid, vreters van het verbodene! Als zij dus tot jou komen, oordeel tussen hen of wendt je van hen af. En indien jij van hen afkeert, dan zullen zij nooit kwaad tegen jou kunnen doen. En indien jij oordeelt, oordeel dan tussen hen met rechtvaardigheid. Voorzeker, Allah houdt van degenen die rechtvaardig zijn.

وَ کَیۡفَ یُحَکِّمُوۡنَکَ وَ عِنۡدَہُمُ التَّوۡرٰىۃُ فِیۡہَا حُکۡمُ اللّٰہِ ثُمَّ یَتَوَلَّوۡنَ مِنۡۢ بَعۡدِ ذٰلِکَ ؕ وَ مَاۤ اُولٰٓئِکَ بِالۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۴۳﴾

005.043 Wakayfa yuhakkimoonaka waAAindahumu alttawratu feeha hukmu Allahi thumma yatawallawna min baAAdi thalika wama ola-ika bialmu/mineena

5:43 Om welke reden wijzen zij jou toe als rechter, terwijl zij de Thora hebben met Allah's wetten erin en zij ondanks dat er toch van (Allah's wetten) afkeren? Zij behoren niet tot gelovigen!

اِنَّاۤ اَنۡزَلۡنَا التَّوۡرٰىۃَ فِیۡہَا ہُدًی وَّ نُوۡرٌ ۚ یَحۡکُمُ بِہَا النَّبِیُّوۡنَ الَّذِیۡنَ اَسۡلَمُوۡا لِلَّذِیۡنَ ہَادُوۡا وَ الرَّبّٰنِیُّوۡنَ وَ الۡاَحۡبَارُ بِمَا اسۡتُحۡفِظُوۡا مِنۡ کِتٰبِ اللّٰہِ وَ کَانُوۡا عَلَیۡہِ شُہَدَآءَ ۚ فَلَا تَخۡشَوُا النَّاسَ وَ اخۡشَوۡنِ وَ لَا تَشۡتَرُوۡا بِاٰیٰتِیۡ ثَمَنًا قَلِیۡلًا ؕ وَ مَنۡ لَّمۡ یَحۡکُمۡ بِمَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡکٰفِرُوۡنَ ﴿۴۴﴾

005.044 Inna anzalna alttawrata feeha hudan wanoorun yahkumu biha alnnabiyyoona allatheena aslamoo lillatheena hadoo waalrrabbaniyyoona waal-ahbaru bima istuhfithoo min kitabi Allahi wakanoo AAalayhi shuhadaa fala takhshawoo alnnasa waikhshawni wala tashtaroo bi-ayatee thamanan qaleelan waman lam yahkum bima anzala Allahu faola-ika humu alkafiroona

5:44 Voorzeker, Wij hebben de Thora neergezonden met leiding en licht erin. De profeten, die zich aan Allah overgegeven hadden, oordeelden ermee onder de joden. Zo ook de rabbijnen en de schriftgeleerden oordeelden met wat ze van het Boek van Allah gekregen hadden. En ze (de joden) waren er getuigen van. Dus vrees de mensen niet, maar vrees Mij (Allah). En verkoop Mijn tekenen/verzen niet voor een geringe prijs. En wie niet volgens Allah's wetten oordeelt, zij zijn de ongelovigen.

وَ کَتَبۡنَا عَلَیۡہِمۡ فِیۡہَاۤ اَنَّ النَّفۡسَ بِالنَّفۡسِ ۙ وَ الۡعَیۡنَ بِالۡعَیۡنِ وَ الۡاَنۡفَ بِالۡاَنۡفِ وَ الۡاُذُنَ بِالۡاُذُنِ وَ السِّنَّ بِالسِّنِّ ۙ وَ الۡجُرُوۡحَ قِصَاصٌ ؕ فَمَنۡ تَصَدَّقَ بِہٖ فَہُوَ کَفَّارَۃٌ لَّہٗ ؕ وَ مَنۡ لَّمۡ یَحۡکُمۡ بِمَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الظّٰلِمُوۡنَ ﴿۴۵﴾

005.045 Wakatabna AAalayhim feeha anna alnnafsa bialnnafsi waalAAayna bialAAayni waal-anfa bial-anfi waalothuna bialothuni waalssinna bialssinni waaljurooha qisasun faman tasaddaqa bihi fahuwa kaffaratun lahu waman lam yahkum bima anzala Allahu faola-ika humu alththalimoona

5:45 En Wij bepaalde voor hen erin, het leven voor een leven, een oog voor een oog, een neus voor een neus, een oor voor een oor, een tand voor een tand en vergeldingen voor wonden. Maar als het kwijt wordt gescholden, dan is er een boete voor hem. En wie niet oordeelt volgens Allah's wetten, zij zijn dan de onrechtplegers.

وَ قَفَّیۡنَا عَلٰۤی اٰثَارِہِمۡ بِعِیۡسَی ابۡنِ مَرۡیَمَ مُصَدِّقًا لِّمَا بَیۡنَ یَدَیۡہِ مِنَ التَّوۡرٰىۃِ ۪ وَ اٰتَیۡنٰہُ الۡاِنۡجِیۡلَ فِیۡہِ ہُدًی وَّ نُوۡرٌ ۙ وَّ مُصَدِّقًا لِّمَا بَیۡنَ یَدَیۡہِ مِنَ التَّوۡرٰىۃِ وَ ہُدًی وَّ مَوۡعِظَۃً لِّلۡمُتَّقِیۡنَ ﴿ؕ۴۶﴾

005.046 Waqaffayna AAala atharihim biAAeesa ibni maryama musaddiqan lima bayna yadayhi mina alttawrati waataynahu al-injeela feehi hudan wanoorun wamusaddiqan lima bayna yadayhi mina alttawrati wahudan wamawAAithatan lilmuttaqeena

5:46 En op de voetstappen (van Moesa), zonden Wij Isa (Jezus), zoon van Maryam. Hij bevestigde wat voor zijn tijd geopenbaard was van de Thora. En Wij gaven hem de Indjiel (Gospel) waarin leiding, licht, en de bevestiging was van wat voor zijn tijd in de Thora geopenbaard was aan leiding, licht en van de vermaning voor Mataqoens.

وَ لۡیَحۡکُمۡ اَہۡلُ الۡاِنۡجِیۡلِ بِمَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ فِیۡہِ ؕ وَ مَنۡ لَّمۡ یَحۡکُمۡ بِمَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡفٰسِقُوۡنَ ﴿۴۷﴾

005.047 Walyahkum ahlu al-injeeli bima anzala Allahu feehi waman lam yahkum bima anzala Allahu faola-ika humu alfasiqoona

5:47 En laat de Mensen van de Indjil (Christenen) oordelen met wat Allah daarin geopenbaard heeft. En wie niet oordeelt volgens Allah's wetten\openbaring, zij zijn provocerend ongehoorzaam.

وَ اَنۡزَلۡنَاۤ اِلَیۡکَ الۡکِتٰبَ بِالۡحَقِّ مُصَدِّقًا لِّمَا بَیۡنَ یَدَیۡہِ مِنَ الۡکِتٰبِ وَ مُہَیۡمِنًا عَلَیۡہِ فَاحۡکُمۡ بَیۡنَہُمۡ بِمَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ وَ لَا تَتَّبِعۡ اَہۡوَآءَہُمۡ عَمَّا جَآءَکَ مِنَ الۡحَقِّ ؕ لِکُلٍّ جَعَلۡنَا مِنۡکُمۡ شِرۡعَۃً وَّ مِنۡہَاجًا ؕ وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ لَجَعَلَکُمۡ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً وَّ لٰکِنۡ لِّیَبۡلُوَکُمۡ فِیۡ مَاۤ اٰتٰىکُمۡ فَاسۡتَبِقُوا الۡخَیۡرٰتِ ؕ اِلَی اللّٰہِ مَرۡجِعُکُمۡ جَمِیۡعًا فَیُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ فِیۡہِ تَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿ۙ۴۸﴾

005.048 Waanzalna ilayka alkitaba bialhaqqi musaddiqan lima bayna yadayhi mina alkitabi wamuhayminan AAalayhi faohkum baynahum bima anzala Allahu wala tattabiAA ahwaahum AAamma jaaka mina alhaqqi likullin jaAAalna minkum shirAAatan waminhajan walaw shaa Allahu lajaAAalakum ommatan wahidatan walakin liyabluwakum feema atakum faistabiqoo alkhayrati ila Allahi marjiAAukum jameeAAan fayunabbi-okum bima kuntum feehi takhtalifoona

5:48 En Wij hebben aan jou het Boek (de Koran) in Waarheid neergezonden, ter bevestiging van de voorafgaande boeken en als een waker erover. Dus oordeel, tussen hen met wat Allah neergezonden heeft. En wanneer de waarheid tot jou is gekomen, volg hun ijdele verlangens niet. Wij hebben voor jullie een wet en een duidelijke weg gemaakt. En als Allah het wilde, zou Hij jullie tot één gemeenschap maken. Echter, Hij test jullie in hetgeen van wat jullie hebben gekregen. Dus wedijver, concurreer met elkaar in het doen van goed. Tot Allah zullen jullie allen terugkeren. Hij zal jullie inlichten waar jullie in verschilden.

وَ اَنِ احۡکُمۡ بَیۡنَہُمۡ بِمَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ وَ لَا تَتَّبِعۡ اَہۡوَآءَہُمۡ وَ احۡذَرۡہُمۡ اَنۡ یَّفۡتِنُوۡکَ عَنۡۢ بَعۡضِ مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ اِلَیۡکَ ؕ فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَاعۡلَمۡ اَنَّمَا یُرِیۡدُ اللّٰہُ اَنۡ یُّصِیۡبَہُمۡ بِبَعۡضِ ذُنُوۡبِہِمۡ ؕ وَ اِنَّ کَثِیۡرًا مِّنَ النَّاسِ لَفٰسِقُوۡنَ ﴿۴۹﴾

005.049 Waani ohkum baynahum bima anzala Allahu wala tattabiAA ahwaahum waihtharhum an yaftinooka AAan baAAdi ma anzala Allahu ilayka fa-in tawallaw faiAAlam annama yureedu Allahu an yuseebahum bibaAAdi thunoobihim wa-inna katheeran mina alnnasi lafasiqoona

5:49 En (de Koran is neergezonden) zodat jij oordeelt onder hen met wat Allah neergezonden heeft. En volg niet hun ijdele verlangens en wees op je hoede voor hen, zodat ze jou niet weg verleiden van iets wat Allah aan je geopenbaard heeft. En indien ze zich afwenden, weet dan dat Allah hen wilt straffen voor sommige van hun zonden. En veel van ze zijn provocerend ongehoorzaam.

اَفَحُکۡمَ الۡجَاہِلِیَّۃِ یَبۡغُوۡنَ ؕ وَ مَنۡ اَحۡسَنُ مِنَ اللّٰہِ حُکۡمًا لِّقَوۡمٍ یُّوۡقِنُوۡنَ ﴿۵۰﴾

005.050 Afahukma aljahiliyyati yabghoona waman ahsanu mina Allahu hukman liqawmin yooqinoona

5:50 Wensen zij dan de wet van de onwetendheid (door het afwenden van Allah's openbaring)? En wie is er beter dan Allah in het oordelen voor een volk dat standvastig gelooft.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَتَّخِذُوا الۡیَہُوۡدَ وَ النَّصٰرٰۤی اَوۡلِیَآءَ ۘؔ بَعۡضُہُمۡ اَوۡلِیَآءُ بَعۡضٍ ؕ وَ مَنۡ یَّتَوَلَّہُمۡ مِّنۡکُمۡ فَاِنَّہٗ مِنۡہُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۵۱﴾

005.051 Ya ayyuha allatheena amanoo la tattakhithoo alyahooda waalnnasara awliyaa baAAduhum awliyao baAAdin waman yatawallahum minkum fa-innahu minhum inna Allaha la yahdee alqawma alththalimeena

5:51 O gelovigen! Neem de Joden en de Christenen niet als Awliya (beschermers, bondgenoten, helpers, vrienden, geallieerde, etc). Sommige zijn Awliya van elkaar. En wie ze als Awliya neemt, dan is hij net als hen. Voorzeker, Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.

فَتَرَی الَّذِیۡنَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ مَّرَضٌ یُّسَارِعُوۡنَ فِیۡہِمۡ یَقُوۡلُوۡنَ نَخۡشٰۤی اَنۡ تُصِیۡبَنَا دَآئِرَۃٌ ؕ فَعَسَی اللّٰہُ اَنۡ یَّاۡتِیَ بِالۡفَتۡحِ اَوۡ اَمۡرٍ مِّنۡ عِنۡدِہٖ فَیُصۡبِحُوۡا عَلٰی مَاۤ اَسَرُّوۡا فِیۡۤ اَنۡفُسِہِمۡ نٰدِمِیۡنَ ﴿ؕ۵۲﴾

005.052 Fatara allatheena fee quloobihim maradun yusariAAoona feehim yaqooloona nakhsha an tuseebana da-iratun faAAasa Allahu an ya/tiya bialfathi aw amrin min AAindihi fayusbihoo AAala ma asarroo fee anfusihim nadimeena

5:52 En jij ziet degenen waarvan er een ziekte in hart is (hypocrieten), zich haasten naar hen (Joden en Christenen). Ze zeggen: "We vrezen voor een tegenslag." Maar misschien brengt Allah juist de overwinning of een bepaling van Hem (ten nadelen van hen). Ze zullen dan voor hetgeen ze verborgen hielden (de hypocrisie) spijt krijgen.

وَ یَقُوۡلُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اَہٰۤؤُلَآءِ الَّذِیۡنَ اَقۡسَمُوۡا بِاللّٰہِ جَہۡدَ اَیۡمَانِہِمۡ ۙ اِنَّہُمۡ لَمَعَکُمۡ ؕ حَبِطَتۡ اَعۡمَالُہُمۡ فَاَصۡبَحُوۡا خٰسِرِیۡنَ ﴿۵۳﴾

005.053 Wayaqoolu allatheena amanoo ahaola-i allatheena aqsamoo biAllahi jahda aymanihim innahum lamaAAakum habitat aAAmaluhum faasbahoo khasireena

5:53 En de geloven zullen (onderling, tegen elkaar) zeggen: "Waren het deze die zweerden bij Allah, met hun sterkste eed, dat zij met jullie zouden zijn? Hun daden zijn waardeloos geworden en zij behoren tot de verliezers."

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا مَنۡ یَّرۡتَدَّ مِنۡکُمۡ عَنۡ دِیۡنِہٖ فَسَوۡفَ یَاۡتِی اللّٰہُ بِقَوۡمٍ یُّحِبُّہُمۡ وَ یُحِبُّوۡنَہٗۤ ۙ اَذِلَّۃٍ عَلَی الۡمُؤۡمِنِیۡنَ اَعِزَّۃٍ عَلَی الۡکٰفِرِیۡنَ ۫ یُجَاہِدُوۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ لَا یَخَافُوۡنَ لَوۡمَۃَ لَآئِمٍ ؕ ذٰلِکَ فَضۡلُ اللّٰہِ یُؤۡتِیۡہِ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ وَاسِعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۵۴﴾

005.054 Ya ayyuha allatheena amanoo man yartadda minkum AAan deenihi fasawfa ya/tee Allahu biqawmin yuhibbuhum wayuhibboonahu athillatin AAala almu/mineena aAAizzatin AAala alkafireena yujahidoona fee sabeeli Allahi wala yakhafoona lawmata la-imin thalika fadlu Allahi yu/teehi man yashao waAllahu wasiAAun AAaleemun

5:54 O jullie die (claimen te) geloven (Christenen en Joden)! Wie zich van Zijn Dien (de rechtvaardige levenswijze die Allah voorgeschreven heeft) afkeert, weet dan dat Allah spoedig een volk zal voortbrengen dat Hem zal behagen en dat (het volk) van Hem zal houden. En dat het zachtmoedig tot de gelovigen en streng/ernstig tegenover de ongelovigen zal zijn. Strevend op de weg van Allah en niet vrezend voor enig kritiek. Dat is de gunst van Allah, Hij schenkt het aan wie Hij het wilt. En Allah is Allesomvattend, Alwetend.

اِنَّمَا وَلِیُّکُمُ اللّٰہُ وَ رَسُوۡلُہٗ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا الَّذِیۡنَ یُقِیۡمُوۡنَ الصَّلٰوۃَ وَ یُؤۡتُوۡنَ الزَّکٰوۃَ وَ ہُمۡ رٰکِعُوۡنَ ﴿۵۵﴾

005.055 Innama waliyyukumu Allahu warasooluhu waallatheena amanoo allatheena yuqeemoona alssalata wayu/toona alzzakata wahum rakiAAoona

5:55 Alleen Allah, Zijn boodschapper en de gelovigen die het gebed onderhouden en zakaat geven tijdens het prostreren (Sadin Ali), zijn jullie Awliya (bondgenoten, helpers, vrienden, geallieerde).

وَ مَنۡ یَّتَوَلَّ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا فَاِنَّ حِزۡبَ اللّٰہِ ہُمُ الۡغٰلِبُوۡنَ ﴿۵۶﴾

005.056 Waman yatawalla Allaha warasoolahu waallatheena amanoo fa-inna hizba Allahi humu alghaliboona

5:56 En wie Allah, zijn boodschapper en de gelovigen tot Awliya nemen, weet dan voorzeker dat Allah's partij de overwinnaar is.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَتَّخِذُوا الَّذِیۡنَ اتَّخَذُوۡا دِیۡنَکُمۡ ہُزُوًا وَّ لَعِبًا مِّنَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ وَ الۡکُفَّارَ اَوۡلِیَآءَ ۚ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿۵۷﴾

005.057 Ya ayyuha allatheena amanoo la tattakhithoo allatheena ittakhathoo deenakum huzuwan walaAAiban mina allatheena ootoo alkitaba min qablikum waalkuffara awliyaa waittaqoo Allaha in kuntum mu/mineena

5:57 O gelovigen! Neem geen Awliyas onder de mensen van het Boek, die het geloof belachelijk en er grapjes over maken. En vrees Allah (alleen), als jullie geloven.

وَ اِذَا نَادَیۡتُمۡ اِلَی الصَّلٰوۃِ اتَّخَذُوۡہَا ہُزُوًا وَّ لَعِبًا ؕ ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ قَوۡمٌ لَّا یَعۡقِلُوۡنَ ﴿۵۸﴾

005.058 Wa-itha nadaytum ila alssalati ittakhathooha huzuwan walaAAiban thalika bi-annahum qawmun la yaAAqiloona

5:58 En wanneer jullie oproepen tot het gebed, dan maken ze het (de oproep) belachelijk en er grapjes over. Dat is omdat ze tot de mensen behoren die niet begrijpen.

قُلۡ یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ ہَلۡ تَنۡقِمُوۡنَ مِنَّاۤ اِلَّاۤ اَنۡ اٰمَنَّا بِاللّٰہِ وَ مَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡنَا وَ مَاۤ اُنۡزِلَ مِنۡ قَبۡلُ ۙ وَ اَنَّ اَکۡثَرَکُمۡ فٰسِقُوۡنَ ﴿۵۹﴾

005.059 Qul ya ahla alkitabi hal tanqimoona minna illa an amanna biAllahi wama onzila ilayna wama onzila min qablu waanna aktharakum fasiqoona

5:59 Zeg: "O mensen van het boek! Haten jullie ons omdat we alleen geloven in Allah en geloven wat aan ons en wat vroeger geopenbaard is? De meeste van jullie zijn provocerende misdadigers!"

قُلۡ ہَلۡ اُنَبِّئُکُمۡ بِشَرٍّ مِّنۡ ذٰلِکَ مَثُوۡبَۃً عِنۡدَ اللّٰہِ ؕ مَنۡ لَّعَنَہُ اللّٰہُ وَ غَضِبَ عَلَیۡہِ وَ جَعَلَ مِنۡہُمُ الۡقِرَدَۃَ وَ الۡخَنَازِیۡرَ وَ عَبَدَ الطَّاغُوۡتَ ؕ اُولٰٓئِکَ شَرٌّ مَّکَانًا وَّ اَضَلُّ عَنۡ سَوَآءِ السَّبِیۡلِ ﴿۶۰﴾

005.060 Qul hal onabbi-okum bisharrin min thalika mathoobatan AAinda Allahi man laAAanahu Allahu waghadiba AAalayhi wajaAAala minhumu alqiradata waalkhanazeera waAAabada alttaghooti ola-ika sharrun makanan waadallu AAan sawa-i alssabeeli

5:60 Zeg: "Zal ik jullie informeren over iets erger? Dat is de vergelding van Allah. Wie vervloekt is door Allah, en op wie Allah boos is, en wie tot apen en zwijnen, varkens zijn gemaakt en wie valse deïteiten aanbidden, zij zijn degenen die zich bevinden in de slechtste toestand. En ze zijn ver afgedwaald van het rechte pad.

وَ اِذَا جَآءُوۡکُمۡ قَالُوۡۤا اٰمَنَّا وَ قَدۡ دَّخَلُوۡا بِالۡکُفۡرِ وَ ہُمۡ قَدۡ خَرَجُوۡا بِہٖ ؕ وَ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِمَا کَانُوۡا یَکۡتُمُوۡنَ ﴿۶۱﴾

005.061 Wa-itha jaookum qaloo amanna waqad dakhaloo bialkufri wahum qad kharajoo bihi waAllahu aAAlamu bima kanoo yaktumoona

5:61 En wanneer ze bij jullie komen, zeggen ze: "Wij geloven.” Echter, voorzeker, zij kwamen met ongeloof (in hun hart) en zij vertrokken met ongeloof. En Allah heeft de volledige kennis van hetgeen zij verborgen houden.

وَ تَرٰی کَثِیۡرًا مِّنۡہُمۡ یُسَارِعُوۡنَ فِی الۡاِثۡمِ وَ الۡعُدۡوَانِ وَ اَکۡلِہِمُ السُّحۡتَ ؕ لَبِئۡسَ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۶۲﴾

005.062 Watara katheeran minhum yusariAAoona fee al-ithmi waalAAudwani waaklihimu alssuhta labi/sa ma kanoo yaAAmaloona

5:62 En jij ziet velen van hen zich haasten naar zonden, overtredingen en het vreten van het verbodene. Slecht is wat ze verrichten!

لَوۡ لَا یَنۡہٰہُمُ الرَّبّٰنِیُّوۡنَ وَ الۡاَحۡبَارُ عَنۡ قَوۡلِہِمُ الۡاِثۡمَ وَ اَکۡلِہِمُ السُّحۡتَ ؕ لَبِئۡسَ مَا کَانُوۡا یَصۡنَعُوۡنَ ﴿۶۳﴾

005.063 Lawla yanhahumu alrrabbaniyyoona waal-ahbaru AAan qawlihimu al-ithma waaklihimu alssuhta labi/sa ma kanoo yasnaAAoona

5:63 Waarom verbieden de rabbijnen en de schriftgeleerden hen (het volk) niet van de zondige uitspraken en het eten van het verbodene? Slecht is wat ze (het volk) doen!

وَ قَالَتِ الۡیَہُوۡدُ یَدُ اللّٰہِ مَغۡلُوۡلَۃٌ ؕ غُلَّتۡ اَیۡدِیۡہِمۡ وَ لُعِنُوۡا بِمَا قَالُوۡا ۘ بَلۡ یَدٰہُ مَبۡسُوۡطَتٰنِ ۙ یُنۡفِقُ کَیۡفَ یَشَآءُ ؕ وَ لَیَزِیۡدَنَّ کَثِیۡرًا مِّنۡہُمۡ مَّاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکَ مِنۡ رَّبِّکَ طُغۡیَانًا وَّ کُفۡرًا ؕ وَ اَلۡقَیۡنَا بَیۡنَہُمُ الۡعَدَاوَۃَ وَ الۡبَغۡضَآءَ اِلٰی یَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ ؕ کُلَّمَاۤ اَوۡقَدُوۡا نَارًا لِّلۡحَرۡبِ اَطۡفَاَہَا اللّٰہُ ۙ وَ یَسۡعَوۡنَ فِی الۡاَرۡضِ فَسَادًا ؕ وَ اللّٰہُ لَا یُحِبُّ الۡمُفۡسِدِیۡنَ ﴿۶۴﴾

005.064 Waqalati alyahoodu yadu Allahi maghloolatun ghullat aydeehim waluAAinoo bima qaloo bal yadahu mabsootatani yunfiqu kayfa yashao walayazeedanna katheeran minhum ma onzila ilayka min rabbika tughyanan wakufran waalqayna baynahumu alAAadawata waalbaghdaa ila yawmi alqiyamati kullama awqadoo naran lilharbi atfaaha Allahu wayasAAawna fee al-ardi fasadan waAllahu la yuhibbu almufsideena

5:64 En de Joden zeiden: "De hand van Allah is geketend” (in het niet kunnen bestraffen van de Joden vanwege het contract of in het voorzien van hun behoeften). Hun handen zijn geketend! En ze zijn vervloekt voor wat ze zeiden. Nee! Zijn handen strekken zich (elke dag) uit (in het voorzien of in het bestraffen). Hij geeft hoe Hij het wilt. En veel van hen nemen toe in provocerende verzet en ongeloof tegen wat Wij aan jou neergezonden hebben (Koran). En Wij hebben vijandschap en haat tot aan de Dag der wederopstanding tussen hen gegooid. Telkens wanneer zij het vuur voor het begaan van een oorlog (tegen de gelovigen) ontsteken, wordt het gedoofd door Allah. En ze doen moeite (proberen) om corruptie op aarde te verspreiden. En Allah houdt niet van de verderfzaaiers.

وَ لَوۡ اَنَّ اَہۡلَ الۡکِتٰبِ اٰمَنُوۡا وَ اتَّقَوۡا لَکَفَّرۡنَا عَنۡہُمۡ سَیِّاٰتِہِمۡ وَ لَاَدۡخَلۡنٰہُمۡ جَنّٰتِ النَّعِیۡمِ ﴿۶۵﴾

005.065 Walaw anna ahla alkitabi amanoo waittaqaw lakaffarna AAanhum sayyi-atihim walaadkhalnahum jannati alnnaAAeemi

5:65 En als de mensen van het Boek gelooft en (Allah) gevreesd hadden, dan hadden Wij met zekerheid hun slechte daden verwijderd en hen toegelaten tot de tuinen van gelukzaligheid.

وَ لَوۡ اَنَّہُمۡ اَقَامُوا التَّوۡرٰىۃَ وَ الۡاِنۡجِیۡلَ وَ مَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡہِمۡ مِّنۡ رَّبِّہِمۡ لَاَکَلُوۡا مِنۡ فَوۡقِہِمۡ وَ مِنۡ تَحۡتِ اَرۡجُلِہِمۡ ؕ مِنۡہُمۡ اُمَّۃٌ مُّقۡتَصِدَۃٌ ؕ وَ کَثِیۡرٌ مِّنۡہُمۡ سَآءَ مَا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۶۶﴾

005.066 Walaw annahum aqamoo alttawrata waal-injeela wama onzila ilayhim min rabbihim laakaloo min fawqihim wamin tahti arjulihim minhum ommatun muqtasidatun wakatheerun minhum saa ma yaAAmaloona

5:66 En als zij zich stevig vastgehouden hadden aan de Thora, de Indjiel en aan wat aan hen van hun Heer neergezonden was, dan zouden zij van boven hen en van onder hun voeten, gegeten hebben (in het paradijs). Onder hen (de mensen van het boek) is er een gemeenschap die bescheiden is. Maar veel hen, slecht is wat zij doen!

یٰۤاَیُّہَا الرَّسُوۡلُ بَلِّغۡ مَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکَ مِنۡ رَّبِّکَ ؕ وَ اِنۡ لَّمۡ تَفۡعَلۡ فَمَا بَلَّغۡتَ رِسَالَتَہٗ ؕ وَ اللّٰہُ یَعۡصِمُکَ مِنَ النَّاسِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۶۷﴾

005.067 Ya ayyuha alrrasoolu balligh ma onzila ilayka min rabbika wa-in lam tafAAal fama ballaghta risalatahu waAllahu yaAAsimuka mina alnnasi inna Allaha la yahdee alqawma alkafireena

5:67 O Boodschapper! Verkondig wat aan jou van jouw Heer is neergezonden. En als jij dat niet doet, dan heb jij Zijn Boodschap niet overgebracht. En Allah zal jou beschermen tegen de mensen. Voorzeker, Allah leidt het ongelovige volk niet.

قُلۡ یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لَسۡتُمۡ عَلٰی شَیۡءٍ حَتّٰی تُقِیۡمُوا التَّوۡرٰىۃَ وَ الۡاِنۡجِیۡلَ وَ مَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکُمۡ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ ؕ وَ لَیَزِیۡدَنَّ کَثِیۡرًا مِّنۡہُمۡ مَّاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکَ مِنۡ رَّبِّکَ طُغۡیَانًا وَّ کُفۡرًا ۚ فَلَا تَاۡسَ عَلَی الۡقَوۡمِ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۶۸﴾

005.068 Qul ya ahla alkitabi lastum AAala shay-in hatta tuqeemoo alttawrata waal-injeela wama onzila ilaykum min rabbikum walayazeedanna katheeran minhum ma onzila ilayka min rabbika tughyanan wakufran fala ta/sa AAala alqawmi alkafireena

5:68 Zeg: "O mensen van het Boek! Jullie bevinden zich nergens totdat jullie je stevig vast houden aan de Thora, de Indjiel en wat er aan jullie van jullie Heer is neergezonden (Koran)." En veel van hen nemen toe in provocerende verzet en ongeloof tegen wat Wij aan jou neergezonden hebben. Dus wordt niet verdrietig om degenen die haasten naar het ongeloof.

اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ الَّذِیۡنَ ہَادُوۡا وَ الصّٰبِـُٔوۡنَ وَ النَّصٰرٰی مَنۡ اٰمَنَ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ وَ عَمِلَ صَالِحًا فَلَا خَوۡفٌ عَلَیۡہِمۡ وَ لَا ہُمۡ یَحۡزَنُوۡنَ ﴿۶۹﴾

005.069 Inna allatheena amanoo waallatheena hadoo waalssabi-oona waalnnasara man amana biAllahi waalyawmi al-akhiri waAAamila salihan fala khawfun AAalayhim wala hum yahzanoona

5:69 Degenen (van de moslims) die geloven (in de éénheid van Allah), en ook van de Joden, de Sabiërs, de Christenen of wie dan ook in (de éénheid van) Allah gelooft (dus geen enige vorm van partnerschap aan Hem toekent) en in de laatste Dag gelooft en goede daden verricht, dan rust er geen angst op hen, noch zullen zij treuren.

لَقَدۡ اَخَذۡنَا مِیۡثَاقَ بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ وَ اَرۡسَلۡنَاۤ اِلَیۡہِمۡ رُسُلًا ؕ کُلَّمَا جَآءَہُمۡ رَسُوۡلٌۢ بِمَا لَا تَہۡوٰۤی اَنۡفُسُہُمۡ ۙ فَرِیۡقًا کَذَّبُوۡا وَ فَرِیۡقًا یَّقۡتُلُوۡنَ ﴿۷۰﴾

005.070 Laqad akhathna meethaqa banee isra-eela waarsalna ilayhim rusulan kullama jaahum rasoolun bima la tahwa anfusuhum fareeqan kaththaboo wafareeqan yaqtuloona

5:70 Voorzeker, Wij sloten een verbond met de Kinderen van Israël en Wij zonden Boodschappers naar hen. Iedere keer wanneer er een Boodschapper tot hen kwam met datgeen wat hun Nafs (ego) niet verlangende, verwierpen ze sommigen (van de Boodschappers en maakte ze hen uit als leugenaars) en andere werden vermoord.

وَ حَسِبُوۡۤا اَلَّا تَکُوۡنَ فِتۡنَۃٌ فَعَمُوۡا وَ صَمُّوۡا ثُمَّ تَابَ اللّٰہُ عَلَیۡہِمۡ ثُمَّ عَمُوۡا وَ صَمُّوۡا کَثِیۡرٌ مِّنۡہُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ بَصِیۡرٌۢ بِمَا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۷۱﴾

005.071 Wahasiboo alla takoona fitnatun faAAamoo wasammoo thumma taba Allahu AAalayhim thumma AAamoo wasammoo katheerun minhum waAllahu baseerun bima yaAAmaloona

5:71 En zij dachten dat ze niet beproeft zou worden, dus werden ze blind en doof (door hun arrogantie en hoogmoedigheid). Vervolgens wende Allah tot hen (in het verschaffen van vergiffenis door hun berouw). Echter, werden velen van hen weer blind en doof. En Allah is de Alles-ziener van het geen zij doen.

لَقَدۡ کَفَرَ الَّذِیۡنَ قَالُوۡۤا اِنَّ اللّٰہَ ہُوَ الۡمَسِیۡحُ ابۡنُ مَرۡیَمَ ؕ وَ قَالَ الۡمَسِیۡحُ یٰبَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ اعۡبُدُوا اللّٰہَ رَبِّیۡ وَ رَبَّکُمۡ ؕ اِنَّہٗ مَنۡ یُّشۡرِکۡ بِاللّٰہِ فَقَدۡ حَرَّمَ اللّٰہُ عَلَیۡہِ الۡجَنَّۃَ وَ مَاۡوٰىہُ النَّارُ ؕ وَ مَا لِلظّٰلِمِیۡنَ مِنۡ اَنۡصَارٍ ﴿۷۲﴾

005.072 Laqad kafara allatheena qaloo inna Allaha huwa almaseehu ibnu maryama waqala almaseehu ya banee isra-eela oAAbudoo Allaha rabbee warabbakum innahu man yushrik biAllahi faqad harrama Allahu AAalayhi aljannata wama/wahu alnnaru wama lilththalimeena min ansarin

5:72 Voorzeker, ongelovig zijn degenen die zeggen: "De messias, de zoon van Maryam, hij is Allah." Terwijl de messias zei: "O kinderen van Israël! Aanbidt Allah, mijn Heer en jullie Heer." Degenen die partnerschap toekent aan Allah, weet dan met zekerheid dat Allah voor hem het Paradijs heeft voorboden. En zijn verblijf plaats is het vuur. En voor de verderfzaaiers, onrechtplegers zijn er geen helper

لَقَدۡ کَفَرَ الَّذِیۡنَ قَالُوۡۤا اِنَّ اللّٰہَ ثَالِثُ ثَلٰثَۃٍ ۘ وَ مَا مِنۡ اِلٰہٍ اِلَّاۤ اِلٰہٌ وَّاحِدٌ ؕ وَ اِنۡ لَّمۡ یَنۡتَہُوۡا عَمَّا یَقُوۡلُوۡنَ لَیَمَسَّنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۷۳﴾

005.073 Laqad kafara allatheena qaloo inna Allaha thalithu thalathatin wama min ilahin illa ilahun wahidun wa-in lam yantahoo AAamma yaqooloona layamassanna allatheena kafaroo minhum AAathabun aleemun

5:73 Voorzeker, ongelovig zijn degenen die zeggen: "Allah is de derde van de drie." En er zijn geen goden/deïteiten behalve Allah, de enige deïteit. En als ze niet stoppen met wat ze zeggen, dan zal er zeker een pijnlijke straf voor hen zijn.

اَفَلَا یَتُوۡبُوۡنَ اِلَی اللّٰہِ وَ یَسۡتَغۡفِرُوۡنَہٗ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۷۴﴾

005.074 Afala yatooboona ila Allahi wayastaghfiroonahu waAllahu ghafoorun raheemun

5:74 Wat verhindert hen dat ze niet terugkeren in berouw tot Allah, zoekend naar Zijn vergiffenis? En Allah is zeer Vergevensgezind, meest Barmhartig.

مَا الۡمَسِیۡحُ ابۡنُ مَرۡیَمَ اِلَّا رَسُوۡلٌ ۚ قَدۡ خَلَتۡ مِنۡ قَبۡلِہِ الرُّسُلُ ؕ وَ اُمُّہٗ صِدِّیۡقَۃٌ ؕ کَانَا یَاۡکُلٰنِ الطَّعَامَ ؕ اُنۡظُرۡ کَیۡفَ نُبَیِّنُ لَہُمُ الۡاٰیٰتِ ثُمَّ انۡظُرۡ اَنّٰی یُؤۡفَکُوۡنَ ﴿۷۵﴾

005.075 Ma almaseehu ibnu maryama illa rasoolun qad khalat min qablihi alrrusulu waommuhu siddeeqatun kana ya/kulani alttaAAama onthur kayfa nubayyinu lahumu al-ayati thumma onthur anna yu/fakoona

5:75 Niets dan een boodschapper is de messias, zoon van Maryam! Voorzeker, voor zijn tijd waren er andere Boodschappers. En zijn moeder was oprecht, beide aten voedsel. Zie hoe Wij de tekenen aan hen duidelijk maken en zie hoe ze misleid zijn.

قُلۡ اَتَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مَا لَا یَمۡلِکُ لَکُمۡ ضَرًّا وَّ لَا نَفۡعًا ؕ وَ اللّٰہُ ہُوَ السَّمِیۡعُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۷۶﴾

005.076 Qul ataAAbudoona min dooni Allahi ma la yamliku lakum darran wala nafAAan waAllahu huwa alssameeAAu alAAaleemu

5:76 Zeg: "Aanbidden jullie iets naast Allah wat geen macht heeft om jullie te schaden of jullie van enig nut kan voorzien? Terwijl Allah, Hij is de Al-horende, de Alwetende!

قُلۡ یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لَا تَغۡلُوۡا فِیۡ دِیۡنِکُمۡ غَیۡرَ الۡحَقِّ وَ لَا تَتَّبِعُوۡۤا اَہۡوَآءَ قَوۡمٍ قَدۡ ضَلُّوۡا مِنۡ قَبۡلُ وَ اَضَلُّوۡا کَثِیۡرًا وَّ ضَلُّوۡا عَنۡ سَوَآءِ السَّبِیۡلِ ﴿۷۷﴾

005.077 Qul ya ahla alkitabi la taghloo fee deenikum ghayra alhaqqi wala tattabiAAoo ahwaa qawmin qad dalloo min qablu waadalloo katheeran wadalloo AAan sawa-i alssabeeli

5:77 Zeg: "O mensen van het boek! Overdrijf niet in jullie Dien (levenswijze) op basis van leugens. En volg niet dezelfde verlangens van een volk dat heen is gegaan en dat afgedwaald was van het rechte pad."

لُعِنَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡۢ بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ عَلٰی لِسَانِ دَاوٗدَ وَ عِیۡسَی ابۡنِ مَرۡیَمَ ؕ ذٰلِکَ بِمَا عَصَوۡا وَّ کَانُوۡا یَعۡتَدُوۡنَ ﴿۷۸﴾

005.078 LuAAina allatheena kafaroo min banee isra-eela AAala lisani dawooda waAAeesa ibni maryama thalika bima AAasaw wakanoo yaAAtadoona

5:78 De ongelovigen onder het joodse volk werden vervloekt door de tong van Dawoed (David) en die van Isa de zoon van Maryam, omdat ze ongehoorzaamden en zondigden.

کَانُوۡا لَا یَتَنَاہَوۡنَ عَنۡ مُّنۡکَرٍ فَعَلُوۡہُ ؕ لَبِئۡسَ مَا کَانُوۡا یَفۡعَلُوۡنَ ﴿۷۹﴾

005.079 Kanoo la yatanahawna AAan munkarin faAAaloohu labi/sa ma kanoo yafAAaloona

5:79 Ze weerhielden elkaar niet van de slechte daden die zij verrichten. Zeer slecht was het wat zij deden!

تَرٰی کَثِیۡرًا مِّنۡہُمۡ یَتَوَلَّوۡنَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ؕ لَبِئۡسَ مَا قَدَّمَتۡ لَہُمۡ اَنۡفُسُہُمۡ اَنۡ سَخِطَ اللّٰہُ عَلَیۡہِمۡ وَ فِی الۡعَذَابِ ہُمۡ خٰلِدُوۡنَ ﴿۸۰﴾

005.080 Tara katheeran minhum yatawallawna allatheena kafaroo labi/sa ma qaddamat lahum anfusuhum an sakhita Allahu AAalayhim wafee alAAathabi hum khalidoona

5:80 Je ziet dat velen van hen (joodse volk) de ongelovigen (van Quraish) als beschermers/bondgenoten nemen. Zeer slecht is wat hun Nafs voor hen voortbracht, zo slecht dat Allah zelfs op hen boos werd. In de bestraffing zullen zij eeuwig vertoeven!

وَ لَوۡ کَانُوۡا یُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ النَّبِیِّ وَ مَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡہِ مَا اتَّخَذُوۡہُمۡ اَوۡلِیَآءَ وَ لٰکِنَّ کَثِیۡرًا مِّنۡہُمۡ فٰسِقُوۡنَ ﴿۸۱﴾

005.081 Walaw kanoo yu/minoona biAllahi waalnnabiyyi wama onzila ilayhi ma ittakhathoohum awliyaa walakinna katheeran minhum fasiqoona

5:81 Hadden zij maar in Allah, de profeet (Mohammed v.z.m.h.) en wat er aan hem geopenbaard is gelooft, dan zouden zij hen niet als bondgenoten genomen hebben. Maar velen van hen zijn provocerend ongehoorzaam.

لَتَجِدَنَّ اَشَدَّ النَّاسِ عَدَاوَۃً لِّلَّذِیۡنَ اٰمَنُوا الۡیَہُوۡدَ وَ الَّذِیۡنَ اَشۡرَکُوۡا ۚ وَ لَتَجِدَنَّ اَقۡرَبَہُمۡ مَّوَدَّۃً لِّلَّذِیۡنَ اٰمَنُوا الَّذِیۡنَ قَالُوۡۤا اِنَّا نَصٰرٰی ؕ ذٰلِکَ بِاَنَّ مِنۡہُمۡ قِسِّیۡسِیۡنَ وَ رُہۡبَانًا وَّ اَنَّہُمۡ لَا یَسۡتَکۡبِرُوۡنَ ﴿۸۲﴾

005.082 Latajidanna ashadda alnnasi AAadawatan lillatheena amanoo alyahooda waallatheena ashrakoo walatajidanna aqrabahum mawaddatan lillatheena amanoo allatheena qaloo inna nasara thalika bi-anna minhum qisseeseena waruhbanan waannahum la yastakbiroona

5:82 Zeer zeker zul je van de mensheid, de joden en de polytheïsten het sterkst in vijandschap vinden tegen de gelovigen . En zeer zeker zul je de zachtheid tegen de gelovigen vinden bij degenen die zeggen: "Wij zijn de helpers (61:14) (van de eenheid van Allah)". Dat (de zachtheid) is omdat er onder hen priesters en monniken (vrome aanbidders) zijn en omdat zij niet hoogmoedig zijn.

وَ اِذَا سَمِعُوۡا مَاۤ اُنۡزِلَ اِلَی الرَّسُوۡلِ تَرٰۤی اَعۡیُنَہُمۡ تَفِیۡضُ مِنَ الدَّمۡعِ مِمَّا عَرَفُوۡا مِنَ الۡحَقِّ ۚ یَقُوۡلُوۡنَ رَبَّنَاۤ اٰمَنَّا فَاکۡتُبۡنَا مَعَ الشّٰہِدِیۡنَ ﴿۸۳﴾

005.083 Wa-itha samiAAoo ma onzila ila alrrasooli tara aAAyunahum tafeedu mina alddamAAi mimma AAarafoo mina alhaqqi yaqooloona rabbana amanna faoktubna maAAa alshshahideena

5:83 En wanneer ze luisteren naar datgeen wat aan de profeet geopenbaard is, zie je hun ogen overvloeien van tranen, omdat ze de waarheid herkennen. Ze zeggen: "Onze Heer, we geloven, registreer ons als getuigen (van Uw eenheid).

وَ مَا لَنَا لَا نُؤۡمِنُ بِاللّٰہِ وَ مَا جَآءَنَا مِنَ الۡحَقِّ ۙ وَ نَطۡمَعُ اَنۡ یُّدۡخِلَنَا رَبُّنَا مَعَ الۡقَوۡمِ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۸۴﴾

005.084 Wama lana la nu/minu biAllahi wama jaana mina alhaqqi wanatmaAAu an yudkhilana rabbuna maAAa alqawmi alssaliheena

5:84 En waarom zouden wij niet in Allah en de waarheid die tot ons is gekomen (Koran), geloven? En we hopen dat ons Heer ons verenigt met het rechtvaardige volk."

فَاَثَابَہُمُ اللّٰہُ بِمَا قَالُوۡا جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ وَ ذٰلِکَ جَزَآءُ الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۸۵﴾

005.085 Faathabahumu Allahu bima qaloo jannatin tajree min tahtiha al-anharu khalideena feeha wathalika jazao almuhsineena

5:85 Dus beloont Allah hen voor wat ze zeiden met tuinen waaronder rivieren stromen, waar zij eeuwig in zullen vertoeven. En dat is de beloning van de mensen die goed doen.

وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَاۤ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ الۡجَحِیۡمِ ﴿۸۶﴾

005.086 Waallatheena kafaroo wakaththaboo bi-ayatina ola-ika as-habu aljaheemi

5:86 En degenen die niet geloven (in de eenheid) en onze tekenen loochenen (ignoreren, ontkennen), zij zijn de bewoners van de Hel.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تُحَرِّمُوۡا طَیِّبٰتِ مَاۤ اَحَلَّ اللّٰہُ لَکُمۡ وَ لَا تَعۡتَدُوۡا ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُحِبُّ الۡمُعۡتَدِیۡنَ ﴿۸۷﴾

005.087 Ya ayyuha allatheena amanoo la tuharrimoo tayyibati ma ahalla Allahu lakum wala taAAtadoo inna Allaha la yuhibbu almuAAtadeena

5:87 O jullie die geloven! Maak de Taiyibat (de goede dingen gerelateerd zijn aan voedsel, daden, personen, etc) die door Allah voor jullie wettig zijn gemaakt, niet onwettig. Allah houdt niet van de overtreders (mensen die buiten de grenzen gaan).

وَ کُلُوۡا مِمَّا رَزَقَکُمُ اللّٰہُ حَلٰلًا طَیِّبًا ۪ وَّ اتَّقُوا اللّٰہَ الَّذِیۡۤ اَنۡتُمۡ بِہٖ مُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۸۸﴾

005.088 Wakuloo mimma razaqakumu Allahu halalan tayyiban waittaqoo Allaha allathee antum bihi mu/minoona

5:88 En eet van de dingen, waarmee Allah jullie verschaft heeft, wettig en goed. En vrees Allah, Degene waarin jullie geloven.

لَا یُؤَاخِذُکُمُ اللّٰہُ بِاللَّغۡوِ فِیۡۤ اَیۡمَانِکُمۡ وَ لٰکِنۡ یُّؤَاخِذُکُمۡ بِمَا عَقَّدۡتُّمُ الۡاَیۡمَانَ ۚ فَکَفَّارَتُہٗۤ اِطۡعَامُ عَشَرَۃِ مَسٰکِیۡنَ مِنۡ اَوۡسَطِ مَا تُطۡعِمُوۡنَ اَہۡلِیۡکُمۡ اَوۡ کِسۡوَتُہُمۡ اَوۡ تَحۡرِیۡرُ رَقَبَۃٍ ؕ فَمَنۡ لَّمۡ یَجِدۡ فَصِیَامُ ثَلٰثَۃِ اَیَّامٍ ؕ ذٰلِکَ کَفَّارَۃُ اَیۡمَانِکُمۡ اِذَا حَلَفۡتُمۡ ؕ وَ احۡفَظُوۡۤا اَیۡمَانَکُمۡ ؕ کَذٰلِکَ یُبَیِّنُ اللّٰہُ لَکُمۡ اٰیٰتِہٖ لَعَلَّکُمۡ تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۸۹﴾

005.089 La yu-akhithukumu Allahu biallaghwi fee aymanikum walakin yu-akhithukum bima AAaqqadtumu al-aymana fakaffaratuhu itAAamu AAasharati masakeena min awsati ma tutAAimoona ahleekum aw kiswatuhum aw tahreeru raqabatin faman lam yajid fasiyamu thalathati ayyamin thalika kaffaratu aymanikum itha halaftum waihfathoo aymanakum kathalika yubayyinu Allahu lakum ayatihi laAAallakum tashkuroona

5:89 Allah zal jullie niet ter verantwoording roepen voor gedachteloze uitingen. Maar Hij brengt jullie wel ter verantwoording voor de intenties die gebonden zijn (aan daden, overeenkomsten, beloftes, etc). Bij het niet nakomen is de boete, het voeden van tien armen met hetgeen waarmee je jou familie normaal mee voed, of het kleden van hen of het vrijlaten van een slaaf (die je bezit). Maar wie geen middelen daartoe vindt, dan (is het voor hem) het vasten voor drie dagen. Dit is de boete van het niet nakomen van jullie intenties in jullie beloftes. En waak over jullie intenties. Allah maakt Zijn tekenen voor jullie duidelijk, zodat jullie dankbaar zullen zijn.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِنَّمَا الۡخَمۡرُ وَ الۡمَیۡسِرُ وَ الۡاَنۡصَابُ وَ الۡاَزۡلَامُ رِجۡسٌ مِّنۡ عَمَلِ الشَّیۡطٰنِ فَاجۡتَنِبُوۡہُ لَعَلَّکُمۡ تُفۡلِحُوۡنَ ﴿۹۰﴾

005.090 Ya ayyuha allatheena amanoo innama alkhamru waalmaysiru waal-ansabu waal-azlamu rijsun min AAamali alshshaytani faijtaniboohu laAAallakum tuflihoona

5:90 O gelovigen! De bedwelmde middelen (wijn, drugs, etc), kansspel, (offers op) altaar en praktijken gerelateerd aan bijgeloof (verloten van pijlen om bijvoorbeeld keuzes te maken), deze behoren tot het verderfelijke werk van de satan (en leidt dus tot verderf). Vermijdt deze, zodat jullie succes kunnen verkrijgen.

اِنَّمَا یُرِیۡدُ الشَّیۡطٰنُ اَنۡ یُّوۡقِعَ بَیۡنَکُمُ الۡعَدَاوَۃَ وَ الۡبَغۡضَآءَ فِی الۡخَمۡرِ وَ الۡمَیۡسِرِ وَ یَصُدَّکُمۡ عَنۡ ذِکۡرِ اللّٰہِ وَ عَنِ الصَّلٰوۃِ ۚ فَہَلۡ اَنۡتُمۡ مُّنۡتَہُوۡنَ ﴿۹۱﴾

005.091 Innama yureedu alshshaytanu an yooqiAAa baynakumu alAAadawata waalbaghdaa fee alkhamri waalmaysiri wayasuddakum AAan thikri Allahi waAAani alssalati fahal antum muntahoona

5:91 De Satan wilt alleen vijandschap en haat onder jullie veroorzaken door middel van bedwelmde middelen en kansspel. En hij verhindert jullie van het gedenken van Allah en van het gebed. Zullen jullie degenen zijn die zich daarvan onthouden?

وَ اَطِیۡعُوا اللّٰہَ وَ اَطِیۡعُوا الرَّسُوۡلَ وَ احۡذَرُوۡا ۚ فَاِنۡ تَوَلَّیۡتُمۡ فَاعۡلَمُوۡۤا اَنَّمَا عَلٰی رَسُوۡلِنَا الۡبَلٰغُ الۡمُبِیۡنُ ﴿۹۲﴾

005.092 WaateeAAoo Allaha waateeAAoo alrrasoola waihtharoo fa-in tawallaytum faiAAlamoo annama AAala rasoolina albalaghu almubeenu

5:92 En gehoorzaam Allah en gehoorzaam de Boodschapper en wees op jullie hoede! En als jullie je afwenden, weet dan dat op Onze boodschapper alleen de duidelijke verkondiging rust.

لَیۡسَ عَلَی الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ جُنَاحٌ فِیۡمَا طَعِمُوۡۤا اِذَا مَا اتَّقَوۡا وَّ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ ثُمَّ اتَّقَوۡا وَّ اٰمَنُوۡا ثُمَّ اتَّقَوۡا وَّ اَحۡسَنُوۡا ؕ وَ اللّٰہُ یُحِبُّ الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۹۳﴾

005.093 Laysa AAala allatheena amanoo waAAamiloo alssalihati junahun feema taAAimoo itha ma ittaqaw waamanoo waAAamiloo alssalihati thumma ittaqaw waamanoo thumma ittaqaw waahsanoo waAllahu yuhibbu almuhsineena

5:93 Op de gelovigen die goede daden doen rust geen zonde voor wat ze (voorheen) aten, indien ze Allah vrezen (door weg te blijven van de verboden dingen), geloven en goede daden doen (eigenschap van een moslim) en vervolgens (toenemen) in het vrezen van Allah en (nog meer) geloven (eigenschap van een momien) en vervolgens nog meer in Allah geloven en meer van het goede doen (eigenschappen van een mohsinien).

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَیَبۡلُوَنَّکُمُ اللّٰہُ بِشَیۡءٍ مِّنَ الصَّیۡدِ تَنَالُہٗۤ اَیۡدِیۡکُمۡ وَ رِمَاحُکُمۡ لِیَعۡلَمَ اللّٰہُ مَنۡ یَّخَافُہٗ بِالۡغَیۡبِ ۚ فَمَنِ اعۡتَدٰی بَعۡدَ ذٰلِکَ فَلَہٗ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۹۴﴾

005.094 Ya ayyuha allatheena amanoo layabluwannakumu Allahu bishay-in mina alssaydi tanaluhu aydeekum warimahukum liyaAAlama Allahu man yakhafuhu bialghaybi famani iAAtada baAAda thalika falahu AAathabun aleemun

5:94 O gelovigen! Allah zal jullie zeker beproeven door middel van een dier dat makkelijk met jullie handen of speren gedood kan worden (terwijl jullie in de gewijde staat zijn). Opdat Allah het duidelijk maakt wie Hem vreest zonder Hem te zien. En wie hierin (de beproeving) overtreedt, dan is er voor hem een pijnlijke straf.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَقۡتُلُوا الصَّیۡدَ وَ اَنۡتُمۡ حُرُمٌ ؕ وَ مَنۡ قَتَلَہٗ مِنۡکُمۡ مُّتَعَمِّدًا فَجَزَآءٌ مِّثۡلُ مَا قَتَلَ مِنَ النَّعَمِ یَحۡکُمُ بِہٖ ذَوَا عَدۡلٍ مِّنۡکُمۡ ہَدۡیًۢا بٰلِغَ الۡکَعۡبَۃِ اَوۡ کَفَّارَۃٌ طَعَامُ مَسٰکِیۡنَ اَوۡ عَدۡلُ ذٰلِکَ صِیَامًا لِّیَذُوۡقَ وَبَالَ اَمۡرِہٖ ؕ عَفَا اللّٰہُ عَمَّا سَلَفَ ؕ وَ مَنۡ عَادَ فَیَنۡتَقِمُ اللّٰہُ مِنۡہُ ؕ وَ اللّٰہُ عَزِیۡزٌ ذُو انۡتِقَامٍ ﴿۹۵﴾

005.095 Ya ayyuha allatheena amanoo la taqtuloo alssayda waantum hurumun waman qatalahu minkum mutaAAammidan fajazaon mithlu ma qatala mina alnnaAAami yahkumu bihi thawa AAadlin minkum hadyan baligha alkaAAbati aw kaffaratun taAAamu masakeena aw AAadlu thalika siyaman liyathooqa wabala amrihi AAafa Allahu AAamma salafa waman AAada fayantaqimu Allahu minhu waAllahu AAazeezun thoo intiqamin

5:95 O gelovigen! Doodt geen dier terwijl jullie in de gewijde staat zijn. En wie het met opzet doodt, dan is de boete het offeren van iets vergelijkbaar aan vee dat bepaald is door twee rechtvaardige mannen en waarbij het offer de Kaaba moet bereiken. Of de boetedoening van het voeden van armen (het aantal wordt bepaald door de twee rechtvaardige mannen) of (wanneer er geen middelen gevonden worden dan) de boetedoening van het vasten (het aantal wordt bepaald door de twee rechtvaardige mannen), (dit alles) zodat hij de gevolgen van zijn daad proeft. Allah vergeeft wat er al eerder gebeurt is, echter wie zich terugkeert (in het begaan van de daad), Allah zal hem wreken, vergelden. En Allah is Almachtig, bezitter van de Vergelding.

اُحِلَّ لَکُمۡ صَیۡدُ الۡبَحۡرِ وَ طَعَامُہٗ مَتَاعًا لَّکُمۡ وَ لِلسَّیَّارَۃِ ۚ وَ حُرِّمَ عَلَیۡکُمۡ صَیۡدُ الۡبَرِّ مَا دُمۡتُمۡ حُرُمًا ؕ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ الَّذِیۡۤ اِلَیۡہِ تُحۡشَرُوۡنَ ﴿۹۶﴾

005.096 Ohilla lakum saydu albahri wataAAamuhu mataAAan lakum walilssayyarati wahurrima AAalaykum saydu albarri ma dumtum huruman waittaqoo Allaha allathee ilayhi tuhsharoona

5:96 Het is wettig voor jullie, op zee te vangen en zijn voedsel als provisie te gebruiken voor jullie zelf of voor de (mede)reizigers (terwijl jullie in de gewijde staat zijn). Echter het jagen op land in gewijde staat is onwettig. En wees bewust van Allah de Enige, tot Hem zullen jullie verzameld worden.

جَعَلَ اللّٰہُ الۡکَعۡبَۃَ الۡبَیۡتَ الۡحَرَامَ قِیٰمًا لِّلنَّاسِ وَ الشَّہۡرَ الۡحَرَامَ وَ الۡہَدۡیَ وَ الۡقَلَآئِدَ ؕ ذٰلِکَ لِتَعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ یَعۡلَمُ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ وَ اَنَّ اللّٰہَ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۹۷﴾

005.097 JaAAala Allahu alkaAAbata albayta alharama qiyaman lilnnasi waalshshahra alharama waalhadya waalqala-ida thalika litaAAlamoo anna Allaha yaAAlamu ma fee alssamawati wama fee al-ardi waanna Allaha bikulli shay-in AAaleemun

5:97 Allah heeft de Kaaba, het heilige huis, als toevluchtsoord (m.b.t. veiligheid en voorzieningen) voor de mensheid gemaakt, net zoals de bepalingen van de heilige maanden, de offerdieren en de halsbanden, merktekenen (van de offerdieren dat aangeeft dat het dier bedoeld is voor de offer). Dit zodat jullie kunnen beseffen dat Allah weet wat er in de hemelen en aarde is, en dat Allah over alles Alwetend is. (Notitie: 16:112 geeft aan dat de voorzieningen van Kaaba gepaard gaat met dankbaarheid en daden).

اِعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ شَدِیۡدُ الۡعِقَابِ وَ اَنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿ؕ۹۸﴾

005.098 IAAlamoo anna Allaha shadeedu alAAiqabi waanna Allaha ghafoorun raheemun

5:98 Weet dat Allah zeer streng is in de bestraffing en dat Allah meest Vergevensgezind, Meest Barmhartig is.

مَا عَلَی الرَّسُوۡلِ اِلَّا الۡبَلٰغُ ؕ وَ اللّٰہُ یَعۡلَمُ مَا تُبۡدُوۡنَ وَ مَا تَکۡتُمُوۡنَ ﴿۹۹﴾

005.099 Ma AAala alrrasooli illa albalaghu waAllahu yaAAlamu ma tubdoona wama taktumoona

5:99 Op de Boodschapper rust alleen de verkondiging. En Allah weet wat jullie onthullen (van jullie gedachten of daden) en wat jullie (ervan) verbergen.

قُلۡ لَّا یَسۡتَوِی الۡخَبِیۡثُ وَ الطَّیِّبُ وَ لَوۡ اَعۡجَبَکَ کَثۡرَۃُ الۡخَبِیۡثِ ۚ فَاتَّقُوا اللّٰہَ یٰۤاُولِی الۡاَلۡبَابِ لَعَلَّکُمۡ تُفۡلِحُوۡنَ ﴿۱۰۰﴾

005.100 Qul la yastawee alkhabeethu waalttayyibu walaw aAAjabaka kathratu alkhabeethi faittaqoo Allaha ya olee al-albabi laAAallakum tuflihoona

5:100 Zeg: "Het slechte en het goede zijn niet aan elkaar gelijk!" Zeg dit zelfs als de overvloed van het kwaad indruk op je maakt. O mensen van begrip, vrees alleen Allah, zodat jullie kunnen groeien in succes. (Notitie: Het slechte is het werk van de satan en van de mensen zelf en zal leiden tot verderf onder de mensen, terwijl het goede en rechtvaardigheid zal leiden tot groei en stabiliteit onder de mensen).

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَسۡـَٔلُوۡا عَنۡ اَشۡیَآءَ اِنۡ تُبۡدَ لَکُمۡ تَسُؤۡکُمۡ ۚ وَ اِنۡ تَسۡـَٔلُوۡا عَنۡہَا حِیۡنَ یُنَزَّلُ الۡقُرۡاٰنُ تُبۡدَ لَکُمۡ ؕ عَفَا اللّٰہُ عَنۡہَا ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ حَلِیۡمٌ ﴿۱۰۱﴾

005.101 Ya ayyuha allatheena amanoo la tas-aloo AAan ashyaa in tubda lakum tasu/kum wa-in tas-aloo AAanha heena yunazzalu alqur-anu tubda lakum AAafa Allahu AAanha waAllahu ghafoorun haleemun

5:101 O gelovigen! Vraag niet naar zaken die na de uitleg jullie zullen bedroeven. Maar wanneer jullie er toch om vragen, terwijl de Koran geopenbaard wordt, zal het (de kwestie) tot jullie duidelijk gemaakt worden (en vastgelegd worden in de Koran en daardoor het een verplichting/wet worden voor de gelovigen). Allah heeft het (eerder) vergeven (m.b.t. het joodse volk). En Allah is Vergevensgezind, Meest Verdraagzaam.

قَدۡ سَاَلَہَا قَوۡمٌ مِّنۡ قَبۡلِکُمۡ ثُمَّ اَصۡبَحُوۡا بِہَا کٰفِرِیۡنَ ﴿۱۰۲﴾

005.102 Qad saalaha qawmun min qablikum thumma asbahoo biha kafireena

5:102 Voorzeker, een volk vóór jullie vroeg ook (naar zaken waarbij de uitleg ervan, hen niet behaagde en), waardoor ze ongelovig werden.

مَا جَعَلَ اللّٰہُ مِنۡۢ بَحِیۡرَۃٍ وَّ لَا سَآئِبَۃٍ وَّ لَا وَصِیۡلَۃٍ وَّ لَا حَامٍ ۙ وَّ لٰکِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا یَفۡتَرُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ ؕ وَ اَکۡثَرُہُمۡ لَا یَعۡقِلُوۡنَ ﴿۱۰۳﴾

005.103 Ma jaAAala Allahu min baheeratin wala sa-ibatin wala waseelatin wala hamin walakinna allatheena kafaroo yaftaroona AAala Allahi alkathiba waaktharuhum la yaAAqiloona

5:103 Allah heeft geen Behirah (bijgeloof m.b.t. een kameel met spleetoor), geen Sa'ibah (bijgeloof m.b.t. los gelaten kamelen), geen Washilah (bijgeloof bij bevalling van meerling bij kamelen) en Ham (bijgeloof m.b.t. hengstkamelen) gemaakt. Deze zijn door degenen die niet geloven verzonnen als leugen tegen Allah (en dus als aanbidding van de satan 36:60) en de meeste van hen gebruiken geen verstand.

وَ اِذَا قِیۡلَ لَہُمۡ تَعَالَوۡا اِلٰی مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ وَ اِلَی الرَّسُوۡلِ قَالُوۡا حَسۡبُنَا مَا وَجَدۡنَا عَلَیۡہِ اٰبَآءَنَا ؕ اَوَ لَوۡ کَانَ اٰبَآؤُہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ شَیۡئًا وَّ لَا یَہۡتَدُوۡنَ ﴿۱۰۴﴾

005.104 Wa-itha qeela lahum taAAalaw ila ma anzala Allahu wa-ila alrrasooli qaloo hasbuna ma wajadna AAalayhi abaana awa law kana abaohum la yaAAlamoona shay-an wala yahtadoona

5:104 En als er tot hen word gezegd: "Kom naar datgeen wat door Allah geopenbaard is en kom naar de boodschapper", zeggen zij: "Het geen wat wij gevonden hebben (aan geloofspraktijken, ethiek en wetten) bij onze voorvaders is voldoende (we hebben niets meer nodig)." Zelfs als hun voorvaders niets wisten (van de waarheid) en ze niet (ertoe) geleid waren?

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا عَلَیۡکُمۡ اَنۡفُسَکُمۡ ۚ لَا یَضُرُّکُمۡ مَّنۡ ضَلَّ اِذَا اہۡتَدَیۡتُمۡ ؕ اِلَی اللّٰہِ مَرۡجِعُکُمۡ جَمِیۡعًا فَیُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۰۵﴾

005.105 Ya ayyuha allatheena amanoo AAalaykum anfusakum la yadurrukum man dalla itha ihtadaytum ila Allahi marjiAAukum jameeAAan fayunabbi-okum bima kuntum taAAmaloona

5:105 O gelovigen! Op jullie rust het waken over jezelf. Wanneer jullie geleid zijn, dan kunnen de dwalenden geen schade op jullie berokkenen. Tot Allah is ieders terugkeer. Hij zal jullie dan berichten\informeren over hetgeen jullie deden. (Notitie: Hier wordt het waken over jezelf bevolen. Selectief deel voor 3:104, 12:108)

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا شَہَادَۃُ بَیۡنِکُمۡ اِذَا حَضَرَ اَحَدَکُمُ الۡمَوۡتُ حِیۡنَ الۡوَصِیَّۃِ اثۡنٰنِ ذَوَا عَدۡلٍ مِّنۡکُمۡ اَوۡ اٰخَرٰنِ مِنۡ غَیۡرِکُمۡ اِنۡ اَنۡتُمۡ ضَرَبۡتُمۡ فِی الۡاَرۡضِ فَاَصَابَتۡکُمۡ مُّصِیۡبَۃُ الۡمَوۡتِ ؕ تَحۡبِسُوۡنَہُمَا مِنۡۢ بَعۡدِ الصَّلٰوۃِ فَیُقۡسِمٰنِ بِاللّٰہِ اِنِ ارۡتَبۡتُمۡ لَا نَشۡتَرِیۡ بِہٖ ثَمَنًا وَّ لَوۡ کَانَ ذَا قُرۡبٰی ۙ وَ لَا نَکۡتُمُ شَہَادَۃَ ۙ اللّٰہِ اِنَّاۤ اِذًا لَّمِنَ الۡاٰثِمِیۡنَ ﴿۱۰۶﴾

005.106 Ya ayyuha allatheena amanoo shahadatu baynikum itha hadara ahadakumu almawtu heena alwasiyyati ithnani thawa AAadlin minkum aw akharani min ghayrikum in antum darabtum fee al-ardi faasabatkum museebatu almawti tahbisoonahuma min baAAdi alssalati fayuqsimani biAllahi ini irtabtum la nashtaree bihi thamanan walaw kana tha qurba wala naktumu shahadata Allahi inna ithan lamina al-athimeena

5:106 O gelovigen! Leg getuigenis af bij het maken van een testament, als de dood tot één van jullie nadert. Neem twee rechtvaardige mannen van jullie gemeenschap of wanneer jullie reizen neem dan twee anderen van buiten jullie gemeenschap als getuigen bij het maken van het testament. Hou hen na de salaat (gebed) vast. En als je (aan hun rechtvaardigheid) twijfelt, laat hen dan beiden zweren bij Allah: "Wij zullen het niet verruilen tegen een prijs, zelfs als het een naaste familielid betreft, en noch zullen wij de getuigenis van Allah verbergen anders zullen we dan zeker tot de zondaren behoren."

فَاِنۡ عُثِرَ عَلٰۤی اَنَّہُمَا اسۡتَحَقَّاۤ اِثۡمًا فَاٰخَرٰنِ یَقُوۡمٰنِ مَقَامَہُمَا مِنَ الَّذِیۡنَ اسۡتَحَقَّ عَلَیۡہِمُ الۡاَوۡلَیٰنِ فَیُقۡسِمٰنِ بِاللّٰہِ لَشَہَادَتُنَاۤ اَحَقُّ مِنۡ شَہَادَتِہِمَا وَ مَا اعۡتَدَیۡنَاۤ ۫ۖ اِنَّاۤ اِذًا لَّمِنَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۱۰۷﴾

005.107 Fa-in AAuthira AAala annahuma istahaqqa ithman faakharani yaqoomani maqamahuma mina allatheena istahaqqa AAalayhimu al-awlayani fayuqsimani biAllahi lashahadatuna ahaqqu min shahadatihima wama iAAtadayna inna ithan lamina alththalimeena

5:107 Echter wanneer er ontdekt is dat de twee schuldig zijn aan zonde, neem dan twee (nieuwe) getuigen uit de mensen die benadeeld zijn door de voormalige twee getuigens. En laat ze beide zweren bij Allah: "Voorzeker ons getuigenis is oprechter dan de andere twee en we zullen niet overtreden anders zullen we tot de onrechtplegers behoren."

ذٰلِکَ اَدۡنٰۤی اَنۡ یَّاۡتُوۡا بِالشَّہَادَۃِ عَلٰی وَجۡہِہَاۤ اَوۡ یَخَافُوۡۤا اَنۡ تُرَدَّ اَیۡمَانٌۢ بَعۡدَ اَیۡمَانِہِمۡ ؕ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ وَ اسۡمَعُوۡا ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الۡفٰسِقِیۡنَ ﴿۱۰۸﴾

005.108 Thalika adna an ya/too bialshshahadati AAala wajhiha aw yakhafoo an turadda aymanun baAAda aymanihim waittaqoo Allaha waismaAAoo waAllahu la yahdee alqawma alfasiqeena

5:108 Dat maakt het waarschijnlijker dat zij (de eerste die getuigden) de getuigenis op basis van de waarheid zullen afleggen. Anders zullen zij bang zijn dat hun (werkelijke) intenties weerlegt zullen worden door de opnieuw afgelegde getuigenis. En vrees Allah en luister. En Allah leidt niet de provocerende ongehoorzame mensen.

یَوۡمَ یَجۡمَعُ اللّٰہُ الرُّسُلَ فَیَقُوۡلُ مَا ذَاۤ اُجِبۡتُمۡ ؕ قَالُوۡا لَا عِلۡمَ لَنَا ؕ اِنَّکَ اَنۡتَ عَلَّامُ الۡغُیُوۡبِ ﴿۱۰۹﴾

005.109 Yawma yajmaAAu Allahu alrrusula fayaqoolu matha ojibtum qaloo la AAilma lana innaka anta AAallamu alghuyoobi

5:109 (Gedenk) de dag (dagdesoordeels) wanneer Allah de boodschappers zal verzamelen en (aan hen) zal vragen: "Wat waren de antwoorden (geloof of ongeloof) die jullie kregen (tijdens de verkondiging)?" Zij zullen zeggen: "Wij hebben er geen kennis over. U bent de Kenner van het ongeziene. (Niemand heeft toegang tot de harten van de mens alleen Allah. Hypocrieten zeggen te geloven, echter hun harten geloven niet, 5:41.)"

اِذۡ قَالَ اللّٰہُ یٰعِیۡسَی ابۡنَ مَرۡیَمَ اذۡکُرۡ نِعۡمَتِیۡ عَلَیۡکَ وَ عَلٰی وَالِدَتِکَ ۘ اِذۡ اَیَّدۡتُّکَ بِرُوۡحِ الۡقُدُسِ ۟ تُکَلِّمُ النَّاسَ فِی الۡمَہۡدِ وَ کَہۡلًا ۚ وَ اِذۡ عَلَّمۡتُکَ الۡکِتٰبَ وَ الۡحِکۡمَۃَ وَ التَّوۡرٰىۃَ وَ الۡاِنۡجِیۡلَ ۚ وَ اِذۡ تَخۡلُقُ مِنَ الطِّیۡنِ کَہَیۡـَٔۃِ الطَّیۡرِ بِاِذۡنِیۡ فَتَنۡفُخُ فِیۡہَا فَتَکُوۡنُ طَیۡرًۢا بِاِذۡنِیۡ وَ تُبۡرِیُٔ الۡاَکۡمَہَ وَ الۡاَبۡرَصَ بِاِذۡنِیۡ ۚ وَ اِذۡ تُخۡرِجُ الۡمَوۡتٰی بِاِذۡنِیۡ ۚ وَ اِذۡ کَفَفۡتُ بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ عَنۡکَ اِذۡ جِئۡتَہُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ فَقَالَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡہُمۡ اِنۡ ہٰذَاۤ اِلَّا سِحۡرٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۱۱۰﴾

005.110 Ith qala Allahu ya AAeesa ibna maryama othkur niAAmatee AAalayka waAAala walidatika ith ayyadtuka biroohi alqudusi tukallimu alnnasa fee almahdi wakahlan wa-ith AAallamtuka alkitaba waalhikmata waalttawrata waal-injeela wa-ith takhluqu mina altteeni kahay-ati alttayri bi-ithnee fatanfukhu feeha fatakoonu tayran bi-ithnee watubri-o al-akmaha waal-abrasa bi-ithnee wa-ith tukhriju almawta bi-ithnee wa-ith kafaftu banee isra-eela AAanka ith ji/tahum bialbayyinati faqala allatheena kafaroo minhum in hatha illa sihrun mubeenun

5:110 Gedenk toen Allah zei: "O Isa, zoon van Maryam! Gedenk Mijn gunst op jou en op jouw moeder, toen ik jou versterkte met de Heilige Geest (Djibril, Gabriël). En dat je tegen de mensen sprak vanuit de wieg en bij volwassenheid. En toen Ik jou het boek (Koran), de wijsheid (Sunnah), de Thora en de Indjiel onderwees. En dat je met Mijn toestemming een vorm maakte van klei wat leek op een vogel, en toen je erin blies het een (echte) vogel werd door Mijn verlof. En dat je de blindgeborenen en de lepralijder door Mijn verlof genas. En dat je de doden deed leven door Mijn verlof. En dat Ik het joodse volk van je weerhield, toen je met duidelijke bewijzen tot hen kwam en dat de ongelovigen van hen zeiden: "Het is duidelijk dat dit niets anders is dan magie."

وَ اِذۡ اَوۡحَیۡتُ اِلَی الۡحَوَارِیّٖنَ اَنۡ اٰمِنُوۡا بِیۡ وَ بِرَسُوۡلِیۡ ۚ قَالُوۡۤا اٰمَنَّا وَ اشۡہَدۡ بِاَنَّنَا مُسۡلِمُوۡنَ ﴿۱۱۱﴾

005.111 Wa-ith awhaytu ila alhawariyyeena an aminoo bee wabirasoolee qaloo amanna waishhad bi-annana muslimoona

5:111 En gedenk toen Ik de metgezellen (van Isa) inspireerde om in Mij en in Mijn Boodschappers te geloven. Ze zeiden: "We geloven en getuigen dat wij met zekerheid moslims zijn.”

اِذۡ قَالَ الۡحَوَارِیُّوۡنَ یٰعِیۡسَی ابۡنَ مَرۡیَمَ ہَلۡ یَسۡتَطِیۡعُ رَبُّکَ اَنۡ یُّنَزِّلَ عَلَیۡنَا مَآئِدَۃً مِّنَ السَّمَآءِ ؕ قَالَ اتَّقُوا اللّٰہَ اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱۱۲﴾

005.112 Ith qala alhawariyyoona ya AAeesa ibna maryama hal yastateeAAu rabbuka an yunazzila AAalayna ma-idatan mina alssama-i qala ittaqoo Allaha in kuntum mu/mineena

5:112 En toen de metgezellen zeiden: "O Isa, zoon van Maryam! Is jou Heer in staat om voor ons een gedekte tafel vanuit de hemel neer doen dalen?" Hij (Isa) zei:" Vrees Allah als jullie geloven.”

قَالُوۡا نُرِیۡدُ اَنۡ نَّاۡکُلَ مِنۡہَا وَ تَطۡمَئِنَّ قُلُوۡبُنَا وَ نَعۡلَمَ اَنۡ قَدۡ صَدَقۡتَنَا وَ نَکُوۡنَ عَلَیۡہَا مِنَ الشّٰہِدِیۡنَ ﴿۱۱۳﴾

005.113 Qaloo nureedu an na/kula minha watatma-inna quloobuna wanaAAlama an qad sadaqtana wanakoona AAalayha mina alshshahideena

5:113 Ze zeiden: "Wij willen alleen dat we ervan eten en dat we ons harten ermee bevredigen. En we weten zeker dat je de waarheid tot ons heb gesproken. We behoren tot de getuigen erover.

قَالَ عِیۡسَی ابۡنُ مَرۡیَمَ اللّٰہُمَّ رَبَّنَاۤ اَنۡزِلۡ عَلَیۡنَا مَآئِدَۃً مِّنَ السَّمَآءِ تَکُوۡنُ لَنَا عِیۡدًا لِّاَوَّلِنَا وَ اٰخِرِنَا وَ اٰیَۃً مِّنۡکَ ۚ وَ ارۡزُقۡنَا وَ اَنۡتَ خَیۡرُ الرّٰزِقِیۡنَ ﴿۱۱۴﴾

005.114 Qala AAeesa ibnu maryama allahumma rabbana anzil AAalayna ma-idatan mina alssama-i takoonu lana AAeedan li-awwalina waakhirina waayatan minka waorzuqna waanta khayru alrraziqeena

5:114 Isa, zoon van Maryam, zei: "O Allah, onze Heer, doe een gedekte tafel voor ons uit de hemel neerdalen. Zodat het een feest voor de eerste en de laatste voor ons wordt, dit als een teken van U. En verschaft ons (Heer), U bent de beste van de Voorzieners."

قَالَ اللّٰہُ اِنِّیۡ مُنَزِّلُہَا عَلَیۡکُمۡ ۚ فَمَنۡ یَّکۡفُرۡ بَعۡدُ مِنۡکُمۡ فَاِنِّیۡۤ اُعَذِّبُہٗ عَذَابًا لَّاۤ اُعَذِّبُہٗۤ اَحَدًا مِّنَ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۱۱۵﴾

005.115 Qala Allahu innee munazziluha AAalaykum faman yakfur baAAdu minkum fa-innee oAAaththibuhu AAathaban la oAAaththibuhu ahadan mina alAAalameena

5:115 Allah zei:"Voorzeker, Ik zal het neerdalen tot jullie. Wie dan daarna onder jullie niet gelooft, voorzeker Ik zal hem straffen met een straf die Ik niet eerder heb opgelegd aan iemand in de werelden."

وَ اِذۡ قَالَ اللّٰہُ یٰعِیۡسَی ابۡنَ مَرۡیَمَ ءَاَنۡتَ قُلۡتَ لِلنَّاسِ اتَّخِذُوۡنِیۡ وَ اُمِّیَ اِلٰہَیۡنِ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ ؕ قَالَ سُبۡحٰنَکَ مَا یَکُوۡنُ لِیۡۤ اَنۡ اَقُوۡلَ مَا لَیۡسَ لِیۡ ٭ بِحَقٍّ ؕ؃ اِنۡ کُنۡتُ قُلۡتُہٗ فَقَدۡ عَلِمۡتَہٗ ؕ تَعۡلَمُ مَا فِیۡ نَفۡسِیۡ وَ لَاۤ اَعۡلَمُ مَا فِیۡ نَفۡسِکَ ؕ اِنَّکَ اَنۡتَ عَلَّامُ الۡغُیُوۡبِ ﴿۱۱۶﴾

005.116 Wa-ith qala Allahu ya AAeesa ibna maryama aanta qulta lilnnasi ittakhithoonee waommiya ilahayni min dooni Allahi qala subhanaka ma yakoonu lee an aqoola ma laysa lee bihaqqin in kuntu qultuhu faqad AAalimtahu taAAlamu ma fee nafsee wala aAAlamu ma fee nafsika innaka anta AAallamu alghuyoobi

5:116 En (gedenk) toen Allah zei: "O Isa, zoon van Maryam! Heb je tegen de mensen gezegd: "Neem mij en mijn moeder als twee goden naast Allah?" Hij (Isa) zei: "Heilig bent U! Het was niet bepaald voor mij dat ik zou zeggen waar ik geen recht op heb (zie ook vers 69:44). Als ik het gezegd zou hebben, dan zou U het zeker geweten hebben. U weet wat er in mij is en ik weet niet wat in U is. Voorzeker, U bent de kenner van het ongeziene.

مَا قُلۡتُ لَہُمۡ اِلَّا مَاۤ اَمَرۡتَنِیۡ بِہٖۤ اَنِ اعۡبُدُوا اللّٰہَ رَبِّیۡ وَ رَبَّکُمۡ ۚ وَ کُنۡتُ عَلَیۡہِمۡ شَہِیۡدًا مَّا دُمۡتُ فِیۡہِمۡ ۚ فَلَمَّا تَوَفَّیۡتَنِیۡ کُنۡتَ اَنۡتَ الرَّقِیۡبَ عَلَیۡہِمۡ ؕ وَ اَنۡتَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ شَہِیۡدٌ ﴿۱۱۷﴾

005.117 Ma qultu lahum illa ma amartanee bihi ani oAAbudoo Allaha rabbee warabbakum wakuntu AAalayhim shaheedan ma dumtu feehim falamma tawaffaytanee kunta anta alrraqeeba AAalayhim waanta AAala kulli shay-in shaheedun

5:117 Ik heb hen niets anders gezegd dan wat U mij bevolen heeft: "Aanbid Allah mijn Heer en jullie Heer." En zolang ik onder hen was, was ik een getuige over hen (hun daden). Nadat U mij deed opstijgen, was U de waarnemer over hen. En U bent over alles een getuige.

اِنۡ تُعَذِّبۡہُمۡ فَاِنَّہُمۡ عِبَادُکَ ۚ وَ اِنۡ تَغۡفِرۡ لَہُمۡ فَاِنَّکَ اَنۡتَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۱۱۸﴾

005.118 In tuAAaththibhum fa-innahum AAibaduka wa-in taghfir lahum fa-innaka anta alAAazeezu alhakeemu

5:118 Als U hen straft, (U heeft daar volledig recht op) het zijn voorzeker Uw slaven. En als U hen vergeeft, U bent voorzeker de Almachtige, de Alwijze."

قَالَ اللّٰہُ ہٰذَا یَوۡمُ یَنۡفَعُ الصّٰدِقِیۡنَ صِدۡقُہُمۡ ؕ لَہُمۡ جَنّٰتٌ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ؕ رَضِیَ اللّٰہُ عَنۡہُمۡ وَ رَضُوۡا عَنۡہُ ؕ ذٰلِکَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿۱۱۹﴾

005.119 Qala Allahu hatha yawmu yanfaAAu alssadiqeena sidquhum lahum jannatun tajree min tahtiha al-anharu khalideena feeha abadan radiya Allahu AAanhum waradoo AAanhu thalika alfawzu alAAatheemu

5:119 Allah zegt: "Op deze dag zal de rechtvaardigen (mensen die spreken en streven naar de waarheid) van zijn rechtvaardigheid benutten." Voor hen zijn er tuinen waaronder rivieren stromen, eeuwig verblijvend erin. Allah is tevreden over hen, en zij zijn verblijd over Hem. Dat is de grote succes."

لِلّٰہِ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ مَا فِیۡہِنَّ ؕ وَ ہُوَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۱۲۰﴾

005.120 Lillahi mulku alssamawati waal-ardi wama feehinna wahuwa AAala kulli shay-in qadeerun

5:120 Tot Allah behoort het Koninkrijk van de hemelen, de aarde en wat daarin is. En Hij is over alles Almachtig.


www.kuran.nl