6 Al-An'aam

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

اَلۡحَمۡدُ لِلّٰہِ الَّذِیۡ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ وَ جَعَلَ الظُّلُمٰتِ وَ النُّوۡرَ ۬ؕ ثُمَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بِرَبِّہِمۡ یَعۡدِلُوۡنَ ﴿۱﴾

006.001 Alhamdu lillahi allathee khalaqa alssamawati waal-arda wajaAAala alththulumati waalnnoora thumma allatheena kafaroo birabbihim yaAAdiloona

6:1 Alle lof en dank behoort aan Allah toe, Die de hemelen en de aarde schiep. En Die de duisternissen en het licht erin plaatste. Ondanks dat kennen de ongelovigen deelgenoten aan Hem toe. (Notitie: ondanks dat de mens ontdekt heeft dat de duisternis in het heelal niet leeg is, maar uit energie (donkere energie) en materie (donkere materie) bestaat, kent hij deelgenoten toe aan de schepper).

ہُوَ الَّذِیۡ خَلَقَکُمۡ مِّنۡ طِیۡنٍ ثُمَّ قَضٰۤی اَجَلًا ؕ وَ اَجَلٌ مُّسَمًّی عِنۡدَہٗ ثُمَّ اَنۡتُمۡ تَمۡتَرُوۡنَ ﴿۲﴾

006.002 Huwa allathee khalaqakum min teenin thumma qada ajalan waajalun musamman AAindahu thumma antum tamtaroona

6:2 Hij is het Die jullie uit klei schiep, vervolgens stelde Hij een periode (voor een ieder) vast (van leven tot aan de dood) en een (andere) periode (van dood tot aan de wederopstanding) dat alleen bij Hem bekend is (7:187). Echter jullie twijfelen (aan de wederopstanding). (Notitie: zie ook 34:30)

وَ ہُوَ اللّٰہُ فِی السَّمٰوٰتِ وَ فِی الۡاَرۡضِ ؕ یَعۡلَمُ سِرَّکُمۡ وَ جَہۡرَکُمۡ وَ یَعۡلَمُ مَا تَکۡسِبُوۡنَ ﴿۳﴾

006.003 Wahuwa Allahu fee alssamawati wafee al-ardi yaAAlamu sirrakum wajahrakum wayaAAlamu ma taksiboona

6:3 En Hij is Allah in de hemelen en op de aarde. Hij kent jullie geheimen en wat jullie openlijk doen. En Hij weet wat jullie toekomt (aan straf of beloning).

وَ مَا تَاۡتِیۡہِمۡ مِّنۡ اٰیَۃٍ مِّنۡ اٰیٰتِ رَبِّہِمۡ اِلَّا کَانُوۡا عَنۡہَا مُعۡرِضِیۡنَ ﴿۴﴾

006.004 Wama ta/teehim min ayatin min ayati rabbihim illa kanoo AAanha muAArideena

6:4 En als er geen teken van hun Heer komt, dan keren ze zich er van af (van het geloof in Allah, wederopstanding, etc).

فَقَدۡ کَذَّبُوۡا بِالۡحَقِّ لَمَّا جَآءَہُمۡ ؕ فَسَوۡفَ یَاۡتِیۡہِمۡ اَنۡۢبٰٓؤُا مَا کَانُوۡا بِہٖ یَسۡتَہۡزِءُوۡنَ ﴿۵﴾

006.005 Faqad kaththaboo bialhaqqi lamma jaahum fasawfa ya/teehim anbao ma kanoo bihi yastahzi-oona

6:5 Echter, toen de Waarheid tot hen kwam verworpen ze het, maar spoedig zullen er berichten tot hen komen over het geen ze bespotten.

اَلَمۡ یَرَوۡا کَمۡ اَہۡلَکۡنَا مِنۡ قَبۡلِہِمۡ مِّنۡ قَرۡنٍ مَّکَّنّٰہُمۡ فِی الۡاَرۡضِ مَا لَمۡ نُمَکِّنۡ لَّکُمۡ وَ اَرۡسَلۡنَا السَّمَآءَ عَلَیۡہِمۡ مِّدۡرَارًا ۪ وَّ جَعَلۡنَا الۡاَنۡہٰرَ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہِمۡ فَاَہۡلَکۡنٰہُمۡ بِذُنُوۡبِہِمۡ وَ اَنۡشَاۡنَا مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ قَرۡنًا اٰخَرِیۡنَ ﴿۶﴾

006.006 Alam yaraw kam ahlakna min qablihim min qarnin makkannahum fee al-ardi ma lam numakkin lakum waarsalna alssamaa AAalayhim midraran wajaAAalna al-anhara tajree min tahtihim faahlaknahum bithunoobihim waansha/na min baAAdihim qarnan akhareena

6:6 Zagen ze niet hoeveel van de oude generaties Wij vernietigd hebben? Wij gaven hen op de aarde een grote macht, welke Wij niet aan jullie hebben gegeven. En Wij zonden overvloedig regen uit de hemel op hen. En Wij maakten rivieren die onder hen stroomden. Vervolgens, vernietigden Wij hen voor hun zonden en Wij deden na hen, nieuwe generaties ontstaan.

وَ لَوۡ نَزَّلۡنَا عَلَیۡکَ کِتٰبًا فِیۡ قِرۡطَاسٍ فَلَمَسُوۡہُ بِاَیۡدِیۡہِمۡ لَقَالَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اِنۡ ہٰذَاۤ اِلَّا سِحۡرٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۷﴾

006.007 Walaw nazzalna AAalayka kitaban fee qirtasin falamasoohu bi-aydeehim laqala allatheena kafaroo in hatha illa sihrun mubeenun

6:7 En zelfs als Wij een boek hadden neer gedaald (vanuit de hemel), dat geschreven was op perkamenten, zodat ze het konden aanraken met hun handen, dan zouden de ongelovigen hebben gezegd: "Dit is niets anders dan overduidelijke toverij."

وَ قَالُوۡا لَوۡ لَاۤ اُنۡزِلَ عَلَیۡہِ مَلَکٌ ؕ وَ لَوۡ اَنۡزَلۡنَا مَلَکًا لَّقُضِیَ الۡاَمۡرُ ثُمَّ لَا یُنۡظَرُوۡنَ ﴿۸﴾

006.008 Waqaloo lawla onzila AAalayhi malakun walaw anzalna malakan laqudiya al-amru thumma la yuntharoona

6:8 En ze zeiden: "Waarom is er geen (zichtbare) engel tot hem (Mohammed v.z.m.h.) neergedaald?" En als Wij een engel hadden neergezonden, dan zou de zaak (van geloof en ongeloof) direct beoordeeld zijn en hadden ze geen uitstel gekregen (om tot het geloof te komen).

وَ لَوۡ جَعَلۡنٰہُ مَلَکًا لَّجَعَلۡنٰہُ رَجُلًا وَّ لَلَبَسۡنَا عَلَیۡہِمۡ مَّا یَلۡبِسُوۡنَ ﴿۹﴾

006.009 Walaw jaAAalnahu malakan lajaAAalnahu rajulan walalabasna AAalayhim ma yalbisoona

6:9 En als Wij een engel (als boodschapper) hadden toegewezen, dan zouden Wij hem zeker als een man hebben gemaakt (zodat ze instaat zijn om hem te zien. Notitie: Engelen bestaan namelijk uit licht en kunnen niet gezien worden). Wij zouden hierdoor meer verwarring brengen over het geen wat al onduidelijk voor hen is.

وَ لَقَدِ اسۡتُہۡزِیَٔ بِرُسُلٍ مِّنۡ قَبۡلِکَ فَحَاقَ بِالَّذِیۡنَ سَخِرُوۡا مِنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا بِہٖ یَسۡتَہۡزِءُوۡنَ ﴿۱۰﴾

006.010 Walaqadi istuhzi-a birusulin min qablika fahaqa biallatheena sakhiroo minhum ma kanoo bihi yastahzi-oona

6:10 En voorzeker eerdere profeten werden (ook) belachelijk gemaakt, echter degenen die beledigden werden omsingeld door hetgeen waarover ze spotte (de straf).

قُلۡ سِیۡرُوۡا فِی الۡاَرۡضِ ثُمَّ انۡظُرُوۡا کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۱۱﴾

006.011 Qul seeroo fee al-ardi thumma onthuroo kayfa kana AAaqibatu almukaththibeena

6:11 Zeg: "Reis op de aarde en zie hoe het einde was van de leugenaars." (6:24)

قُلۡ لِّمَنۡ مَّا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ قُلۡ لِّلّٰہِ ؕ کَتَبَ عَلٰی نَفۡسِہِ الرَّحۡمَۃَ ؕ لَیَجۡمَعَنَّکُمۡ اِلٰی یَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ لَا رَیۡبَ فِیۡہِ ؕ اَلَّذِیۡنَ خَسِرُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ فَہُمۡ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۱۲﴾

006.012 Qul liman ma fee alssamawati waal-ardi qul lillahi kataba AAala nafsihi alrrahmata layajmaAAannakum ila yawmi alqiyamati la rayba feehi allatheena khasiroo anfusahum fahum la yu/minoona

6:12 Zeg: "Aan wie behoort wat er in de hemelen en op de aarde is?" Zeg: "Aan Allah. Hij heeft Zichzelf de Barmhartigheid opgelegd. Hij zal jullie zeker verzamelen op de dag van de wederopstanding. Er is geen twijfel er over. Degenen die zich zelf bedorven hebben, zij zijn het die niet geloven."

وَ لَہٗ مَا سَکَنَ فِی الَّیۡلِ وَ النَّہَارِ ؕ وَ ہُوَ السَّمِیۡعُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۱۳﴾

006.013 Walahu ma sakana fee allayli waalnnahari wahuwa alssameeAAu alAAaleemu

6:13 En aan Hem behoort alles wat er in de nacht en de dag rust. En Hij is de Al-horende, de Alwetende.

قُلۡ اَغَیۡرَ اللّٰہِ اَتَّخِذُ وَلِیًّا فَاطِرِ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ ہُوَ یُطۡعِمُ وَ لَا یُطۡعَمُ ؕ قُلۡ اِنِّیۡۤ اُمِرۡتُ اَنۡ اَکُوۡنَ اَوَّلَ مَنۡ اَسۡلَمَ وَ لَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۱۴﴾

006.014 Qul aghayra Allahi attakhithu waliyyan fatiri alssamawati waal-ardi wahuwa yutAAimu wala yutAAamu qul innee omirtu an akoona awwala man aslama wala takoonanna mina almushrikeena

6:14 Zeg: "Is er iets anders dan Allah dat ik als beschermer moet nemen? De Scheper van de hemelen en de aarde. Het is Hij Die voedt en Die niet gevoed wordt!" Zeg: "Voorzeker, het is mij bevolen dat ik de eerste ben die zich overgeeft aan Allah. En ik behoor niet tot de polythe´sten."

قُلۡ اِنِّیۡۤ اَخَافُ اِنۡ عَصَیۡتُ رَبِّیۡ عَذَابَ یَوۡمٍ عَظِیۡمٍ ﴿۱۵﴾

006.015 Qul innee akhafu in AAasaytu rabbee AAathaba yawmin AAatheemin

6:15 Zeg: "Voorzeker, ik vrees, als ik mijn Heer ongehoorzaam, de bestraffing op een Machtige Dag."

مَنۡ یُّصۡرَفۡ عَنۡہُ یَوۡمَئِذٍ فَقَدۡ رَحِمَہٗ ؕ وَ ذٰلِکَ الۡفَوۡزُ الۡمُبِیۡنُ ﴿۱۶﴾

006.016 Man yusraf AAanhu yawma-ithin faqad rahimahu wathalika alfawzu almubeenu

6:16 Als op die dag de straf van iemand afgewend wordt, dan heeft Hij (Allah) hem zeker begenadigd. En dat is de duidelijke succes.

وَ اِنۡ یَّمۡسَسۡکَ اللّٰہُ بِضُرٍّ فَلَا کَاشِفَ لَہٗۤ اِلَّا ہُوَ ؕ وَ اِنۡ یَّمۡسَسۡکَ بِخَیۡرٍ فَہُوَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۱۷﴾

006.017 Wa-in yamsaska Allahu bidurrin fala kashifa lahu illa huwa wa-in yamsaska bikhayrin fahuwa AAala kulli shay-in qadeerun

6:17 En als Allah jou beproeft met tegenspoed, dan kan niemand het wegnemen behalve Hij. En als Hij jou treft met het goede, dan is Hij over alles Almachtig. (Notitie: Als het goede gegeven wordt, dan denkt men dat hij er macht over heeft en dat het hem toekomt. Zie 28:78. Zowel tegenspoed als voorspoed wordt gezien als een beproeving 76:2, 89:15, 89:16)

وَ ہُوَ الۡقَاہِرُ فَوۡقَ عِبَادِہٖ ؕ وَ ہُوَ الۡحَکِیۡمُ الۡخَبِیۡرُ ﴿۱۸﴾

006.018 Wahuwa alqahiru fawqa AAibadihi wahuwa alhakeemu alkhabeeru

6:18 En Hij is de Meest Machtige over Zijn dienaren en Hij is de Al-wijze, Al-Ghabier (Bewust over alles).

قُلۡ اَیُّ شَیۡءٍ اَکۡبَرُ شَہَادَۃً ؕ قُلِ اللّٰہُ ۟ۙ شَہِیۡدٌۢ بَیۡنِیۡ وَ بَیۡنَکُمۡ ۟ وَ اُوۡحِیَ اِلَیَّ ہٰذَا الۡقُرۡاٰنُ لِاُنۡذِرَکُمۡ بِہٖ وَ مَنۡۢ بَلَغَ ؕ اَئِنَّکُمۡ لَتَشۡہَدُوۡنَ اَنَّ مَعَ اللّٰہِ اٰلِہَۃً اُخۡرٰی ؕ قُلۡ لَّاۤ اَشۡہَدُ ۚ قُلۡ اِنَّمَا ہُوَ اِلٰہٌ وَّاحِدٌ وَّ اِنَّنِیۡ بَرِیۡٓءٌ مِّمَّا تُشۡرِکُوۡنَ ﴿ۘ۱۹﴾

006.019 Qul ayyu shay-in akbaru shahadatan quli Allahu shaheedun baynee wabaynakum waoohiya ilayya hatha alqur-anu li-onthirakum bihi waman balagha a-innakum latashhadoona anna maAAa Allahi alihatan okhra qul la ashhadu qul innama huwa ilahun wahidun wa-innanee baree-on mimma tushrikoona

6:19 Zeg: "Wat is de grootste getuigenis?" Zeg: "Allah is Getuigen tussen mij en jou. En dat Hij deze Kuran aan mij geopenbaard heeft, zodat ik jullie en anderen die de boodschap ontvangen (mens en djien, 46:29, 72:1), ermee kan waarschuwen. Getuigen jullie in waarheid dat er anderen goden bij Allah zijn?" Zeg: "Ik getuig dit niet!" Zeg: "Hij is de de´teit, de enige!" En voorzeker, ik neem afstand van wat jullie aan Hem toekennen." ?

اَلَّذِیۡنَ اٰتَیۡنٰہُمُ الۡکِتٰبَ یَعۡرِفُوۡنَہٗ کَمَا یَعۡرِفُوۡنَ اَبۡنَآءَہُمۡ ۘ اَلَّذِیۡنَ خَسِرُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ فَہُمۡ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۲۰﴾

006.020 Allatheena ataynahumu alkitaba yaAArifoonahu kama yaAArifoona abnaahum allatheena khasiroo anfusahum fahum la yu/minoona

6:20 Degenen aan wie Wij het Schrift hebben gegeven, herkennen hem (Mohammed v.z.m.h.) zoals zij hun zonen herkennen. Echter, degenen die zich zelf bedorven hebben, zullen niet geloven.

وَ مَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنِ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا اَوۡ کَذَّبَ بِاٰیٰتِہٖ ؕ اِنَّہٗ لَا یُفۡلِحُ الظّٰلِمُوۡنَ ﴿۲۱﴾

006.021 Waman athlamu mimmani iftara AAala Allahi kathiban aw kaththaba bi-ayatihi innahu la yuflihu alththalimoona

6:21 En wie is er nog meer onrechtvaardig dan iemand die een leugen tegen Allah verzint of Zijn tekenen verwerpt? Voorzeker, de onrechtplegers zullen niet slagen.

وَ یَوۡمَ نَحۡشُرُہُمۡ جَمِیۡعًا ثُمَّ نَقُوۡلُ لِلَّذِیۡنَ اَشۡرَکُوۡۤا اَیۡنَ شُرَکَآؤُکُمُ الَّذِیۡنَ کُنۡتُمۡ تَزۡعُمُوۡنَ ﴿۲۲﴾

006.022 Wayawma nahshuruhum jameeAAan thumma naqoolu lillatheena ashrakoo ayna shurakaokumu allatheena kuntum tazAAumoona

6:22 En op de Dag dat Wij hen allen zullen verzamelen, dan zullen Wij tegen degenen die deelgenoten aan Allah toekenden, zeggen: "Waar zijn jullie deelgenoten waarop jullie een beroep op deden?"

ثُمَّ لَمۡ تَکُنۡ فِتۡنَتُہُمۡ اِلَّاۤ اَنۡ قَالُوۡا وَ اللّٰہِ رَبِّنَا مَا کُنَّا مُشۡرِکِیۡنَ ﴿۲۳﴾

006.023 Thumma lam takun fitnatuhum illa an qaloo waAllahi rabbina ma kunna mushrikeena

6:23 Er zal dan geen tegenargument voor hen zijn, behalve dat zij zeggen: "Bij Allah, onze Heer, wij waren geen aanbidders van meerdere goden."

اُنۡظُرۡ کَیۡفَ کَذَبُوۡا عَلٰۤی اَنۡفُسِہِمۡ وَ ضَلَّ عَنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۲۴﴾

006.024 Onthur kayfa kathaboo AAala anfusihim wadalla AAanhum ma kanoo yaftaroona

6:24 Kijk hoe zij liegen tegen hun zelf. Dwalend door hetgeen wat ze verzonnen (gedurende het wereldse leven).

وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّسۡتَمِعُ اِلَیۡکَ ۚ وَ جَعَلۡنَا عَلٰی قُلُوۡبِہِمۡ اَکِنَّۃً اَنۡ یَّفۡقَہُوۡہُ وَ فِیۡۤ اٰذَانِہِمۡ وَقۡرًا ؕ وَ اِنۡ یَّرَوۡا کُلَّ اٰیَۃٍ لَّا یُؤۡمِنُوۡا بِہَا ؕ حَتّٰۤی اِذَا جَآءُوۡکَ یُجَادِلُوۡنَکَ یَقُوۡلُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اِنۡ ہٰذَاۤ اِلَّاۤ اَسَاطِیۡرُ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۲۵﴾

006.025 Waminhum man yastamiAAu ilayka wajaAAalna AAala quloobihim akinnatan an yafqahoohu wafee athanihim waqran wa-in yaraw kulla ayatin la yu/minoo biha hatta itha jaooka yujadiloonaka yaqoolu allatheena kafaroo in hatha illa asateeru al-awwaleena

6:25 En onder hen zijn er die naar jou luisteren, maar Wij hebben hun harten bedekt zodat ze het (de Kuran) niet begrijpen. En in hun oren bevindt er doofheid. En ook al zouden ze ieder teken zien, dan nog zouden ze er niet in geloven. Ze komen zelfs met jou discussiŰren en zeggen: "Dit zijn slechts fabels van vroeger." (Wanneer het hart bezegeld is kan men niet meer geloven. 2:6, 2:7)

وَ ہُمۡ یَنۡہَوۡنَ عَنۡہُ وَ یَنۡـَٔوۡنَ عَنۡہُ ۚ وَ اِنۡ یُّہۡلِکُوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡفُسَہُمۡ وَ مَا یَشۡعُرُوۡنَ ﴿۲۶﴾

006.026 Wahum yanhawna AAanhu wayan-awna AAanhu wa-in yuhlikoona illa anfusahum wama yashAAuroona

6:26 En ze verbieden anderen er van (te lezen) en ze wenden zichzelf er (Kuran) van af. Echter, ze beseffen niet dat ze zichzelf vernietigen.

وَ لَوۡ تَرٰۤی اِذۡ وُقِفُوۡا عَلَی النَّارِ فَقَالُوۡا یٰلَیۡتَنَا نُرَدُّ وَ لَا نُکَذِّبَ بِاٰیٰتِ رَبِّنَا وَ نَکُوۡنَ مِنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۲۷﴾

006.027 Walaw tara ith wuqifoo AAala alnnari faqaloo ya laytana nuraddu wala nukaththiba bi-ayati rabbina wanakoona mina almu/mineena

6:27 Kon je maar het moment zien, wanneer ze gedwongen worden om bij het vuur te staan en zeggen: "O! Waren we maar weer terug gestuurd, dan zouden we de tekenen van onze Heer niet verwerpen en we zouden geloven." ?

بَلۡ بَدَا لَہُمۡ مَّا کَانُوۡا یُخۡفُوۡنَ مِنۡ قَبۡلُ ؕ وَ لَوۡ رُدُّوۡا لَعَادُوۡا لِمَا نُہُوۡا عَنۡہُ وَ اِنَّہُمۡ لَکٰذِبُوۡنَ ﴿۲۸﴾

006.028 Bal bada lahum ma kanoo yukhfoona min qablu walaw ruddoo laAAadoo lima nuhoo AAanhu wa-innahum lakathiboona

6:28 Nee! Hetgeen (hun ongeloof gedurende het wereldse leven) wat ze probeerden te verbergen (zie 6:23) wordt zichtbaar (door hun eigen verklaring in 6:27). En ook al zouden ze terug worden gestuurd, dan zouden ze zeker weer terugkeren naar het verbodene (om veel goden te aanbidden). Voorzeker, het zijn (en blijven) leugenaars (6:24).

وَ قَالُوۡۤا اِنۡ ہِیَ اِلَّا حَیَاتُنَا الدُّنۡیَا وَ مَا نَحۡنُ بِمَبۡعُوۡثِیۡنَ ﴿۲۹﴾

006.029 Waqaloo in hiya illa hayatuna alddunya wama nahnu bimabAAootheena

6:29 En ze zeiden (gedurende de wereldse leven): "Er is niets anders dan onze wereldse leven en noch zullen we opgewekt worden."

وَ لَوۡ تَرٰۤی اِذۡ وُقِفُوۡا عَلٰی رَبِّہِمۡ ؕ قَالَ اَلَیۡسَ ہٰذَا بِالۡحَقِّ ؕ قَالُوۡا بَلٰی وَ رَبِّنَا ؕ قَالَ فَذُوۡقُوا الۡعَذَابَ بِمَا کُنۡتُمۡ تَکۡفُرُوۡنَ ﴿۳۰﴾

006.030 Walaw tara ith wuqifoo AAala rabbihim qala alaysa hatha bialhaqqi qaloo bala warabbina qala fathooqoo alAAathaba bima kuntum takfuroona

6:30 Kon je maar het moment zien, wanneer ze gedwongen worden om voor hun Heer te staan. Hij (Allah) zal zeggen: "Is dit niet de waarheid?" Ze zullen antwoorden: "Ja, mijn Heer." Hij (Allah) zal zeggen: "Proef dan Mijn straf voor het niet geloven."

قَدۡ خَسِرَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِلِقَآءِ اللّٰہِ ؕ حَتّٰۤی اِذَا جَآءَتۡہُمُ السَّاعَۃُ بَغۡتَۃً قَالُوۡا یٰحَسۡرَتَنَا عَلٰی مَا فَرَّطۡنَا فِیۡہَا ۙ وَ ہُمۡ یَحۡمِلُوۡنَ اَوۡزَارَہُمۡ عَلٰی ظُہُوۡرِہِمۡ ؕ اَلَا سَآءَ مَا یَزِرُوۡنَ ﴿۳۱﴾

006.031 Qad khasira allatheena kaththaboo biliqa-i Allahi hatta itha jaat-humu alssaAAatu baghtatan qaloo ya hasratana AAala ma farratna feeha wahum yahmiloona awzarahum AAala thuhoorihim ala saa ma yaziroona

6:31 Voorzeker, verlies lijden degenen die de ontmoeting met Allah verwierpen (zie 84:6). (Ze waren standvastig in hun verwerping) Totdat plotseling de dood kwam. En terwijl ze (vervolgens) hun lasten (voelen en) op hun rug dragen, zeiden ze: "O! We hebben spijt over het verwerpen er van." Zonder enig twijfel, ze dragen het kwaad!

وَ مَا الۡحَیٰوۃُ الدُّنۡیَاۤ اِلَّا لَعِبٌ وَّ لَہۡوٌ ؕ وَ لَلدَّارُ الۡاٰخِرَۃُ خَیۡرٌ لِّلَّذِیۡنَ یَتَّقُوۡنَ ؕ اَفَلَا تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۳۲﴾

006.032 Wama alhayatu alddunya illa laAAibun walahwun walalddaru al-akhirati khayrun lillatheena yattaqoona afala taAAqiloona

6:32 En het wereldse leven is niets anders dan spel en vermaak. Echter het verblijf in het hiernamaals is het beste voor de godvrezende. Willen jullie toch niet nadenken? (zie 89:24)

قَدۡ نَعۡلَمُ اِنَّہٗ لَیَحۡزُنُکَ الَّذِیۡ یَقُوۡلُوۡنَ فَاِنَّہُمۡ لَا یُکَذِّبُوۡنَکَ وَ لٰکِنَّ الظّٰلِمِیۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ یَجۡحَدُوۡنَ ﴿۳۳﴾

006.033 Qad naAAlamu innahu layahzunuka allathee yaqooloona fa-innahum la yukaththiboonaka walakinna alththalimeena bi-ayati Allahi yajhadoona

6:33 Voorzeker, Wij weten dat hetgeen wat ze zeggen, jou verdrietig maakt. En voorzeker zij verstoten jou niet, maar het zijn de verzen/tekenen van Allah die de onrechtplegers verwerpen.

وَ لَقَدۡ کُذِّبَتۡ رُسُلٌ مِّنۡ قَبۡلِکَ فَصَبَرُوۡا عَلٰی مَا کُذِّبُوۡا وَ اُوۡذُوۡا حَتّٰۤی اَتٰہُمۡ نَصۡرُنَا ۚ وَ لَا مُبَدِّلَ لِکَلِمٰتِ اللّٰہِ ۚ وَ لَقَدۡ جَآءَکَ مِنۡ نَّبَاِی الۡمُرۡسَلِیۡنَ ﴿۳۴﴾

006.034 Walaqad kuththibat rusulun min qablika fasabaroo AAala ma kuththiboo waoothoo hatta atahum nasruna wala mubaddila likalimati Allahi walaqad jaaka min naba-i almursaleena

6:34 En voorzeker, de voormalige Boodschappers waren (ook) verstoten. Echter ze bleven geduldig tijdens de afwijzing. En ze werden gemarteld totdat Onze hulp tot hen kwam. En niemand kan de woorden van Allah wijzigen (dus ook niet door marteling)! En voorzeker, aan jou is (al eerder) over de voormalige boodschappers verkondigd.

وَ اِنۡ کَانَ کَبُرَ عَلَیۡکَ اِعۡرَاضُہُمۡ فَاِنِ اسۡتَطَعۡتَ اَنۡ تَبۡتَغِیَ نَفَقًا فِی الۡاَرۡضِ اَوۡ سُلَّمًا فِی السَّمَآءِ فَتَاۡتِیَہُمۡ بِاٰیَۃٍ ؕ وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ لَجَمَعَہُمۡ عَلَی الۡہُدٰی فَلَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡجٰہِلِیۡنَ ﴿۳۵﴾

006.035 Wa-in kana kabura AAalayka iAAraduhum fa-ini istataAAta an tabtaghiya nafaqan fee al-ardi aw sullaman fee alssama-i fata/tiyahum bi-ayatin walaw shaa Allahu lajamaAAahum AAala alhuda fala takoonanna mina aljahileena

6:35 En als hun afkeer zwaar voor jou is, en je in staat bent, zoek dan een tunnel in de aarde of een ladder naar de hemel, zodat je een teken tot hen kan brengen. Echter als Allah het had gewild, dan zou Hij hen zeker leiden (naar het rechte pad). Wees dus niet onwetend.

اِنَّمَا یَسۡتَجِیۡبُ الَّذِیۡنَ یَسۡمَعُوۡنَ ؕؔ وَ الۡمَوۡتٰی یَبۡعَثُہُمُ اللّٰہُ ثُمَّ اِلَیۡہِ یُرۡجَعُوۡنَ ﴿؃ ۳۶﴾

006.036 Innama yastajeebu allatheena yasmaAAoona waalmawta yabAAathuhumu Allahu thumma ilayhi yurjaAAoona

6:36 Alleen degenen die luisteren zullen gehoor geven (aan de openbaring). Echter Allah zal de doden opwekken en dan zullen ze tot Hem terugkeren.

وَ قَالُوۡا لَوۡ لَا نُزِّلَ عَلَیۡہِ اٰیَۃٌ مِّنۡ رَّبِّہٖ ؕ قُلۡ اِنَّ اللّٰہَ قَادِرٌ عَلٰۤی اَنۡ یُّنَزِّلَ اٰیَۃً وَّ لٰکِنَّ اَکۡثَرَ ہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۳۷﴾

006.037 Waqaloo lawla nuzzila AAalayhi ayatun min rabbihi qul inna Allaha qadirun AAala an yunazzila ayatan walakinna aktharahum la yaAAlamoona

6:37 En ze zeiden: "Waarom is er geen teken van zijn Heer tot hem (Mohammed v.z.m.h.) neer gezonden?" Zeg: "Allah is in staat om een teken neer te zenden, maar de meeste van hen begrijpen het (de tekenen) (toch) niet." (Overal zijn tekenen in Allah's schepping. Ondanks dat gelooft men niet en verwerpt Zijn tekenen. Zie ook 6:7)?

وَ مَا مِنۡ دَآبَّۃٍ فِی الۡاَرۡضِ وَ لَا طٰٓئِرٍ یَّطِیۡرُ بِجَنَاحَیۡہِ اِلَّاۤ اُمَمٌ اَمۡثَالُکُمۡ ؕ مَا فَرَّطۡنَا فِی الۡکِتٰبِ مِنۡ شَیۡءٍ ثُمَّ اِلٰی رَبِّہِمۡ یُحۡشَرُوۡنَ ﴿۳۸﴾

006.038 Wama min dabbatin fee al-ardi wala ta-irin yateeru bijanahayhi illa omamun amthalukum ma farratna fee alkitabi min shay-in thumma ila rabbihim yuhsharoona

6:38 En elk levend wezen op aarde, zo ook een vogel dat vliegt, maakt deel uit van een leefgemeenschap (en heeft dus een taal, functie, rang, etc. 27:18), net zoals bij jullie. Wij hebben niets verwaarloosd in het Boek (Lauh Al-Mahfuz). Zij zullen allen bij hun Heer verzameld worden.

وَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا صُمٌّ وَّ بُکۡمٌ فِی الظُّلُمٰتِ ؕ مَنۡ یَّشَاِ اللّٰہُ یُضۡلِلۡہُ ؕ وَ مَنۡ یَّشَاۡ یَجۡعَلۡہُ عَلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۳۹﴾

006.039 Waallatheena kaththaboo bi-ayatina summun wabukmun fee alththulumati man yasha-i Allahu yudlilhu waman yasha/ yajAAalhu AAala siratin mustaqeemin

6:39 En degenen die Onze tekenen verwerpen zijn doof en stom in de duisternis. Allah laat (slechts) dwalen wie Hij wil en plaatst op de Rechte Weg wie Hij wil. (De boodschappers zijn gekomen om de mensen uit de duisternis naar het licht te brengen. Zie ook 33:43, 2:257.)

قُلۡ اَرَءَیۡتَکُمۡ اِنۡ اَتٰىکُمۡ عَذَابُ اللّٰہِ اَوۡ اَتَتۡکُمُ السَّاعَۃُ اَغَیۡرَ اللّٰہِ تَدۡعُوۡنَ ۚ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۴۰﴾

006.040 Qul araaytakum in atakum AAathabu Allahi aw atatkumu alssaAAatu aghayra Allahi tadAAoona in kuntum sadiqeena

6:40 Zeg: "Hebben jullie jezelf gezien als Allah's straf of het laatste uur tot jullie komt? Wees eerlijk (naar jullie zelf), is er iets anders dan Allah die jullie zullen aanroepen?"

بَلۡ اِیَّاہُ تَدۡعُوۡنَ فَیَکۡشِفُ مَا تَدۡعُوۡنَ اِلَیۡہِ اِنۡ شَآءَ وَ تَنۡسَوۡنَ مَا تُشۡرِکُوۡنَ ﴿۴۱﴾

006.041 Bal iyyahu tadAAoona fayakshifu ma tadAAoona ilayhi in shaa watansawna ma tushrikoona

6:41 Nee! Alleen Hem zullen jullie aanroepen! En als Hij het wilt, dan zal Hij hetgeen waar jullie Hem voor aanriepen verwijderen. En jullie zullen jullie afgoden vergeten (omdat men diep in hun weet dat het de valsheid is 7:172).

وَ لَقَدۡ اَرۡسَلۡنَاۤ اِلٰۤی اُمَمٍ مِّنۡ قَبۡلِکَ فَاَخَذۡنٰہُمۡ بِالۡبَاۡسَآءِ وَ الضَّرَّآءِ لَعَلَّہُمۡ یَتَضَرَّعُوۡنَ ﴿۴۲﴾

006.042 Walaqad arsalna ila omamin min qablika faakhathnahum bialba/sa-i waalddarra-i laAAallahum yatadarraAAoona

6:42 En voorzeker, Wij hebben eerder boodschappers naar gemeenschappen gestuurd. Daarna grepen Wij hen met tegenspoed en rampen, zodat ze tot in keer konden komen.

فَلَوۡلَاۤ اِذۡ جَآءَہُمۡ بَاۡسُنَا تَضَرَّعُوۡا وَ لٰکِنۡ قَسَتۡ قُلُوۡبُہُمۡ وَ زَیَّنَ لَہُمُ الشَّیۡطٰنُ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۴۳﴾

006.043 Falawla ith jaahum ba/suna tadarraAAoo walakin qasat quloobuhum wazayyana lahumu alshshaytanu ma kanoo yaAAmaloona

6:43 Echter waarom kwamen ze niet tot inkeer toen Onze straf kwam? Hun harten werden zelfs harder (omdat ze een rationele verklaring hadden voor de rampen en tegenspoed). En de Satan maakte hetgeen ze deden schoonschijnend (uiterlijk fraai en goed, maar het resultaat is nutteloos, slecht of verderfelijk).

فَلَمَّا نَسُوۡا مَا ذُکِّرُوۡا بِہٖ فَتَحۡنَا عَلَیۡہِمۡ اَبۡوَابَ کُلِّ شَیۡءٍ ؕ حَتّٰۤی اِذَا فَرِحُوۡا بِمَاۤ اُوۡتُوۡۤا اَخَذۡنٰہُمۡ بَغۡتَۃً فَاِذَا ہُمۡ مُّبۡلِسُوۡنَ ﴿۴۴﴾

006.044 Falamma nasoo ma thukkiroo bihi fatahna AAalayhim abwaba kulli shay-in hatta itha farihoo bima ootoo akhathnahum baghtatan fa-itha hum mublisoona

6:44 Toen ze de boodschap\waarschuwing vergaten, openden Wij de deuren naar alles totdat ze blij waren door hetgeen ze verkregen hadden. Vervolgens, grepen We hen plotseling en ze werden wanhopig.

فَقُطِعَ دَابِرُ الۡقَوۡمِ الَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡا ؕ وَ الۡحَمۡدُ لِلّٰہِ رَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۴۵﴾

006.045 FaqutiAAa dabiru alqawmi allatheena thalamoo waalhamdu lillahi rabbi alAAalameena

6:45 Zo werd de wortel van de slechte mensen afgesneden. Alle lof en dank behoort aan Allah toe, Heer van de Werelden.

قُلۡ اَرَءَیۡتُمۡ اِنۡ اَخَذَ اللّٰہُ سَمۡعَکُمۡ وَ اَبۡصَارَکُمۡ وَ خَتَمَ عَلٰی قُلُوۡبِکُمۡ مَّنۡ اِلٰہٌ غَیۡرُ اللّٰہِ یَاۡتِیۡکُمۡ بِہٖ ؕ اُنۡظُرۡ کَیۡفَ نُصَرِّفُ الۡاٰیٰتِ ثُمَّ ہُمۡ یَصۡدِفُوۡنَ ﴿۴۶﴾

006.046 Qul araaytum in akhatha Allahu samAAakum waabsarakum wakhatama AAala quloobikum man ilahun ghayru Allahi ya/teekum bihi onthur kayfa nusarrifu al-ayati thumma hum yasdifoona

6:46 Zeg: "Hebben jullie over julliezelf nagedacht dat als Allah jullie gehoor, en zicht wegnam en jullie harten verzegelden, welke de´teit, behalve Allah, kan het dan teruggeven?" Zie hoe Wij de Tekenen uitleggen, ondanks dat wenden ze zich ervan af.

قُلۡ اَرَءَیۡتَکُمۡ اِنۡ اَتٰىکُمۡ عَذَابُ اللّٰہِ بَغۡتَۃً اَوۡ جَہۡرَۃً ہَلۡ یُہۡلَکُ اِلَّا الۡقَوۡمُ الظّٰلِمُوۡنَ ﴿۴۷﴾

006.047 Qul araaytakum in atakum AAathabu Allahi baghtatan aw jahratan hal yuhlaku illa alqawmu alththalimoona

6:47 Zeg: "Denken jullie dat als Allah's straf plotseling of geleidelijk zichtbaar tot jullie komt, zal iedereen dan vernietigd worden behalve de onrechtplegers?"

وَ مَا نُرۡسِلُ الۡمُرۡسَلِیۡنَ اِلَّا مُبَشِّرِیۡنَ وَ مُنۡذِرِیۡنَ ۚ فَمَنۡ اٰمَنَ وَ اَصۡلَحَ فَلَا خَوۡفٌ عَلَیۡہِمۡ وَ لَا ہُمۡ یَحۡزَنُوۡنَ ﴿۴۸﴾

006.048 Wama nursilu almursaleena illa mubashshireena wamunthireena faman amana waaslaha fala khawfun AAalayhim wala hum yahzanoona

6:48 Wij (Allah) hebben de boodschappers alleen gestuurd voor het brengen van het goede nieuws en om te waarschuwen. Wie gelooft en zich herstelt, er zal dan geen angst op hen zijn en noch zullen ze treuren.

وَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا یَمَسُّہُمُ الۡعَذَابُ بِمَا کَانُوۡا یَفۡسُقُوۡنَ ﴿۴۹﴾

006.049 Waallatheena kaththaboo bi-ayatina yamassuhumu alAAathabu bima kanoo yafsuqoona

6:49 En voor degenen die onze tekenen verwierpen zal de bestraffing zijn, omdat ze uitdagend ongehoorzaam waren.

قُلۡ لَّاۤ اَقُوۡلُ لَکُمۡ عِنۡدِیۡ خَزَآئِنُ اللّٰہِ وَ لَاۤ اَعۡلَمُ الۡغَیۡبَ وَ لَاۤ اَقُوۡلُ لَکُمۡ اِنِّیۡ مَلَکٌ ۚ اِنۡ اَتَّبِعُ اِلَّا مَا یُوۡحٰۤی اِلَیَّ ؕ قُلۡ ہَلۡ یَسۡتَوِی الۡاَعۡمٰی وَ الۡبَصِیۡرُ ؕ اَفَلَا تَتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۵۰﴾

006.050 Qul la aqoolu lakum AAindee khaza-inu Allahi wala aAAlamu alghayba wala aqoolu lakum innee malakun in attabiAAu illa ma yooha ilayya qul hal yastawee al-aAAma waalbaseeru afala tatafakkaroona

6:50 Zeg: "Ik zeg niet dat ik de schatten van Allah bevat, noch zeg ik dat ik de Ghayb (het ongeziene) ken, en noch zeg ik dat ik een engel ben. Ik volg slechts wat mijn geopenbaard wordt." Zeg: "Kan een blinde gelijk zijn aan iemand die kan zien? Waarom denken jullie dan niet na? (Notitie: iemand die blind is voor de dag des oordeels handelt anders dan iemand die de dag des oordeels kan inzien. Zie 13:19)?

وَ اَنۡذِرۡ بِہِ الَّذِیۡنَ یَخَافُوۡنَ اَنۡ یُّحۡشَرُوۡۤا اِلٰی رَبِّہِمۡ لَیۡسَ لَہُمۡ مِّنۡ دُوۡنِہٖ وَلِیٌّ وَّ لَا شَفِیۡعٌ لَّعَلَّہُمۡ یَتَّقُوۡنَ ﴿۵۱﴾

006.051 Waanthir bihi allatheena yakhafoona an yuhsharoo ila rabbihim laysa lahum min doonihi waliyyun wala shafeeAAun laAAallahum yattaqoona

6:51 En waarschuw ermee zodat degenen die vrezen dat ze verzameld zullen worden tot hun Heer, weten dat er geen beschermer of bemiddelaar bij Hem is. Zodat ze rechtvaardig kunnen worden. (Notitie: men praat onrechtvaardigheid goed, doordat ze verwachten dat ze beschermt of bemiddeld zullen worden door hun afgod, profeet of boodschapper op de dag des oordeels. Deze vers beweert het tegendeel.)?

وَ لَا تَطۡرُدِ الَّذِیۡنَ یَدۡعُوۡنَ رَبَّہُمۡ بِالۡغَدٰوۃِ وَ الۡعَشِیِّ یُرِیۡدُوۡنَ وَجۡہَہٗ ؕ مَا عَلَیۡکَ مِنۡ حِسَابِہِمۡ مِّنۡ شَیۡءٍ وَّ مَا مِنۡ حِسَابِکَ عَلَیۡہِمۡ مِّنۡ شَیۡءٍ فَتَطۡرُدَہُمۡ فَتَکُوۡنَ مِنَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۵۲﴾

006.052 Wala tatrudi allatheena yadAAoona rabbahum bialghadati waalAAashiyyi yureedoona wajhahu ma AAalayka min hisabihim min shay-in wama min hisabika AAalayhim min shay-in fatatrudahum fatakoona mina alththalimeena

6:52 En stuur degenen die hun Heer 's ochtends en 's avonds aanroepen, verlangend naar Zijn aanzicht, niet weg. Je bent niet verantwoordelijk voor hen, noch zijn zij verantwoordelijk voor jou (11:29). Mocht jij hen (toch) wegsturen dan zou je tot de onrechtplegers behoren. (18:28)?

وَ کَذٰلِکَ فَتَنَّا بَعۡضَہُمۡ بِبَعۡضٍ لِّیَقُوۡلُوۡۤا اَہٰۤؤُلَآءِ مَنَّ اللّٰہُ عَلَیۡہِمۡ مِّنۡۢ بَیۡنِنَا ؕ اَلَیۡسَ اللّٰہُ بِاَعۡلَمَ بِالشّٰکِرِیۡنَ ﴿۵۳﴾

006.053 Wakathalika fatanna baAAdahum bibaAAdin liyaqooloo ahaola-i manna Allahu AAalayhim min baynina alaysa Allahu bi-aAAlama bialshshakireena

6:53 En zo beproeven Wij sommigen van hen door middel van anderen, zodat ze zeggen: "Zijn deze die Allah onder ons begunstigd heeft? Is Allah niet het meest wetend over degenen die dankbaar zijn? ?

وَ اِذَا جَآءَکَ الَّذِیۡنَ یُؤۡمِنُوۡنَ بِاٰیٰتِنَا فَقُلۡ سَلٰمٌ عَلَیۡکُمۡ کَتَبَ رَبُّکُمۡ عَلٰی نَفۡسِہِ الرَّحۡمَۃَ ۙ اَنَّہٗ مَنۡ عَمِلَ مِنۡکُمۡ سُوۡٓءًۢ ابِجَہَالَۃٍ ثُمَّ تَابَ مِنۡۢ بَعۡدِہٖ وَ اَصۡلَحَ فَاَنَّہٗ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۵۴﴾

006.054 Wa-itha jaaka allatheena yu/minoona bi-ayatina faqul salamun AAalaykum kataba rabbukum AAala nafsihi alrrahmata annahu man AAamila minkum soo-an bijahalatin thumma taba min baAAdihi waaslaha faannahu ghafoorun raheemun

6:54 En wanneer degenen die in Onze tekenen geloven bij jou komen, zeg dan: "Selaamoen Alaikoem (Vrede zij met jullie). Jullie Heer heeft Zichzelf de Barmhartigheid opgelegd. Zodat hij die kwaad doet in onwetendheid en daarna tot inkeer komt en zich vervolgens herstelt, dan voorzeker Hij is de meest Vergevensgezinde, de meest Barmhartige."

وَ کَذٰلِکَ نُفَصِّلُ الۡاٰیٰتِ وَ لِتَسۡتَبِیۡنَ سَبِیۡلُ الۡمُجۡرِمِیۡنَ ﴿۵۵﴾

006.055 Wakathalika nufassilu al-ayati walitastabeena sabeelu almujrimeena

6:55 En zo leggen Wij de tekenen uit. Zodat de weg van de criminelen duidelijk wordt.

قُلۡ اِنِّیۡ نُہِیۡتُ اَنۡ اَعۡبُدَ الَّذِیۡنَ تَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ ؕ قُلۡ لَّاۤ اَتَّبِعُ اَہۡوَآءَکُمۡ ۙ قَدۡ ضَلَلۡتُ اِذًا وَّ مَاۤ اَنَا مِنَ الۡمُہۡتَدِیۡنَ ﴿۵۶﴾

006.056 Qul innee nuheetu an aAAbuda allatheena tadAAoona min dooni Allahi qul la attabiAAu ahwaakum qad dalaltu ithan wama ana mina almuhtadeena

6:56 Zeg: "Voorzeker, het is aan mij verboden verklaart dat ik degenen aanbid, die jullie naast Allah aanbidden." Zeg: "Ik volg jullie begeerten niet. Waarlijk, ik zou dan verdwaald zijn en niet meer tot de recht-geleiden behoren."

قُلۡ اِنِّیۡ عَلٰی بَیِّنَۃٍ مِّنۡ رَّبِّیۡ وَ کَذَّبۡتُمۡ بِہٖ ؕ مَا عِنۡدِیۡ مَا تَسۡتَعۡجِلُوۡنَ بِہٖ ؕ اِنِ الۡحُکۡمُ اِلَّا لِلّٰہِ ؕ یَقُصُّ الۡحَقَّ وَ ہُوَ خَیۡرُ الۡفٰصِلِیۡنَ ﴿۵۷﴾

006.057 Qul innee AAala bayyinatin min rabbee wakaththabtum bihi ma AAindee ma tastaAAjiloona bihi ini alhukmu illa lillahi yaqussu alhaqqa wahuwa khayru alfasileena

6:57 Zeg: "Voorzeker, ik handel op basis van mijn Heers duidelijk bewijs, terwijl jullie het ontkennen. Ik heb geen zeggenschap over hetgeen wat jullie willen verhaasten (dag des oordeels). Voorzeker, het ?besluit erover ligt slechts bij Allah. Hij legt de waarheid uit en Hij is de beste van de Beslissers."

قُلۡ لَّوۡ اَنَّ عِنۡدِیۡ مَا تَسۡتَعۡجِلُوۡنَ بِہٖ لَقُضِیَ الۡاَمۡرُ بَیۡنِیۡ وَ بَیۡنَکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِالظّٰلِمِیۡنَ ﴿۵۸﴾

006.058 Qul law anna AAindee ma tastaAAjiloona bihi laqudiya al-amru baynee wabaynakum waAllahu aAAlamu bialththalimeena

6:58 Zeg: "Als dat wat jullie willen verhaasten bij mij lag, dan was de kwestie tussen jullie en mij al bepaald. En Allah weet het meest over de onrechtplegers."

وَ عِنۡدَہٗ مَفَاتِحُ الۡغَیۡبِ لَا یَعۡلَمُہَاۤ اِلَّا ہُوَ ؕ وَ یَعۡلَمُ مَا فِی الۡبَرِّ وَ الۡبَحۡرِ ؕ وَ مَا تَسۡقُطُ مِنۡ وَّرَقَۃٍ اِلَّا یَعۡلَمُہَا وَ لَا حَبَّۃٍ فِیۡ ظُلُمٰتِ الۡاَرۡضِ وَ لَا رَطۡبٍ وَّ لَا یَابِسٍ اِلَّا فِیۡ کِتٰبٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۵۹﴾

006.059 WaAAindahu mafatihu alghaybi la yaAAlamuha illa huwa wayaAAlamu ma fee albarri waalbahri wama tasqutu min waraqatin illa yaAAlamuha wala habbatin fee thulumati al-ardi wala ratbin wala yabisin illa fee kitabin mubeenin

6:59 En bij Hem zijn de sleutels van de Ghayb (het ongeziene). Niemand kent het (ongeziene) behalve Hij (zie 31:34). En Hij weet wat er op land en in de zee is. Hij is op de hoogte van elk blad dat valt. En een graankorrel in de duisternis van de aarde, vochtigheid, droogte alles staat duidelijk vermeld in een Boek.

وَ ہُوَ الَّذِیۡ یَتَوَفّٰىکُمۡ بِالَّیۡلِ وَ یَعۡلَمُ مَا جَرَحۡتُمۡ بِالنَّہَارِ ثُمَّ یَبۡعَثُکُمۡ فِیۡہِ لِیُقۡضٰۤی اَجَلٌ مُّسَمًّی ۚ ثُمَّ اِلَیۡہِ مَرۡجِعُکُمۡ ثُمَّ یُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۶۰﴾

006.060 Wahuwa allathee yatawaffakum biallayli wayaAAlamu ma jarahtum bialnnahari thumma yabAAathukum feehi liyuqda ajalun musamman thumma ilayhi marjiAAukum thumma yunabbi-okum bima kuntum taAAmaloona

6:60 En Hij is degenen die jullie (zielen) in de nacht wegneemt. En Hij weet wat jullie overdag gedaan hebben. Vervolgens, ontwaakt Hij jullie weer, zodat de vast gestelde termijn (6:2) voltooid wordt. Daarna zullen jullie tot Hem terugkeren. En Hij zal jullie berichten wat jullie deden. (39:42)?

وَ ہُوَ الۡقَاہِرُ فَوۡقَ عِبَادِہٖ وَ یُرۡسِلُ عَلَیۡکُمۡ حَفَظَۃً ؕ حَتّٰۤی اِذَا جَآءَ اَحَدَکُمُ الۡمَوۡتُ تَوَفَّتۡہُ رُسُلُنَا وَ ہُمۡ لَا یُفَرِّطُوۡنَ ﴿۶۱﴾

006.061 Wahuwa alqahiru fawqa AAibadihi wayursilu AAalaykum hafathatan hatta itha jaa ahadakumu almawtu tawaffat-hu rusuluna wahum la yufarritoona

6:61 En Hij is de Overheerser over Zijn slaven. En Hij zend over jullie bewakers (engelen) totdat de dood komt en vervolgens nemen Onze gezanten hem (de ziel) weg en zij falen niet.

ثُمَّ رُدُّوۡۤا اِلَی اللّٰہِ مَوۡلٰىہُمُ الۡحَقِّ ؕ اَلَا لَہُ الۡحُکۡمُ ۟ وَ ہُوَ اَسۡرَعُ الۡحٰسِبِیۡنَ ﴿۶۲﴾

006.062 Thumma ruddoo ila Allahi mawlahumu alhaqqi ala lahu alhukmu wahuwa asraAAu alhasibeena

6:62 Daarna keren ze terug naar Allah, hun Beschermer, de Ware. Ongetwijfeld, bij hem ligt het oordeel.

قُلۡ مَنۡ یُّنَجِّیۡکُمۡ مِّنۡ ظُلُمٰتِ الۡبَرِّ وَ الۡبَحۡرِ تَدۡعُوۡنَہٗ تَضَرُّعًا وَّ خُفۡیَۃً ۚ لَئِنۡ اَنۡجٰىنَا مِنۡ ہٰذِہٖ لَنَکُوۡنَنَّ مِنَ الشّٰکِرِیۡنَ ﴿۶۳﴾

006.063 Qul man yunajjeekum min thulumati albarri waalbahri tadAAoonahu tadarruAAan wakhufyatan la-in anjana min hathihi lanakoonanna mina alshshakireena

6:63 Zeg : "Wie redt jullie uit de duisternissen van het land en de zee terwijl jullie Hem in nederigheid en stilte aanroepen: "Indien Hij ons van deze (gevaren) zou redden, zouden wij zeker tot de dankbare behoren."

قُلِ اللّٰہُ یُنَجِّیۡکُمۡ مِّنۡہَا وَ مِنۡ کُلِّ کَرۡبٍ ثُمَّ اَنۡتُمۡ تُشۡرِکُوۡنَ ﴿۶۴﴾

006.064 Quli Allahu yunajjeekum minha wamin kulli karbin thumma antum tushrikoona

6:64 Zeg: "Allah redt jullie ervan (6:41) en van elke moeilijkheid, maar toch kennen jullie deelgenoten toe aan Hem."

قُلۡ ہُوَ الۡقَادِرُ عَلٰۤی اَنۡ یَّبۡعَثَ عَلَیۡکُمۡ عَذَابًا مِّنۡ فَوۡقِکُمۡ اَوۡ مِنۡ تَحۡتِ اَرۡجُلِکُمۡ اَوۡ یَلۡبِسَکُمۡ شِیَعًا وَّ یُذِیۡقَ بَعۡضَکُمۡ بَاۡسَ بَعۡضٍ ؕ اُنۡظُرۡ کَیۡفَ نُصَرِّفُ الۡاٰیٰتِ لَعَلَّہُمۡ یَفۡقَہُوۡنَ ﴿۶۵﴾

006.065 Qul huwa alqadiru AAala an yabAAatha AAalaykum AAathaban min fawqikum aw min tahti arjulikum aw yalbisakum shiyaAAan wayutheeqa baAAdakum ba/sa baAAdin onthur kayfa nusarrifu al-ayati laAAallahum yafqahoona

6:65 Zeg: "Hij is Machtig om straf op jullie te zenden, van boven af of vanuit onder jullie voeten. Of Hij verward jullie in sekten en doet jullie daardoor de gewelddadigheid van anderen proeven." Zie hoe Wij de tekenen uitleggen, zodat ze het kunnen begrijpen.

وَ کَذَّبَ بِہٖ قَوۡمُکَ وَ ہُوَ الۡحَقُّ ؕ قُلۡ لَّسۡتُ عَلَیۡکُمۡ بِوَکِیۡلٍ ﴿ؕ۶۶﴾

006.066 Wakaththaba bihi qawmuka wahuwa alhaqqu qul lastu AAalaykum biwakeelin

6:66 Maar jouw volk (Quraish) verwierpen het (de Kuran), terwijl het de waarheid is. Zeg:" Ik ben (niet verantwoordelijk) geen pleiter\bemiddelaar\verdediger voor jullie."

لِکُلِّ نَبَاٍ مُّسۡتَقَرٌّ ۫ وَّ سَوۡفَ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶۷﴾

006.067 Likulli naba-in mustaqarrun wasawfa taAAlamoona

6:67 Voor elke nieuws is er een vast gestelde tijdstip (voor de gebeurtenis van het nieuws) en spoedig zullen jullie het weten. (Notitie: Zie ook 13:38, 38:88, 7:2-4)

وَ اِذَا رَاَیۡتَ الَّذِیۡنَ یَخُوۡضُوۡنَ فِیۡۤ اٰیٰتِنَا فَاَعۡرِضۡ عَنۡہُمۡ حَتّٰی یَخُوۡضُوۡا فِیۡ حَدِیۡثٍ غَیۡرِہٖ ؕ وَ اِمَّا یُنۡسِیَنَّکَ الشَّیۡطٰنُ فَلَا تَقۡعُدۡ بَعۡدَ الذِّکۡرٰی مَعَ الۡقَوۡمِ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۶۸﴾

006.068 Wa-itha raayta allatheena yakhoodoona fee ayatina faaAArid AAanhum hatta yakhoodoo fee hadeethin ghayrihi wa-imma yunsiyannaka alshshaytanu fala taqAAud baAAda alththikra maAAa alqawmi alththalimeena

6:68 En wanneer je ziet dat ze onze tekenen beledigen, wendt je dan af van hen totdat ze over iets anders praten. En als de satan het je doet vergeten, blijf dan niet zitten bij de onrechtplegers nadat je het weer herinnert. (4:140)

وَ مَا عَلَی الَّذِیۡنَ یَتَّقُوۡنَ مِنۡ حِسَابِہِمۡ مِّنۡ شَیۡءٍ وَّ لٰکِنۡ ذِکۡرٰی لَعَلَّہُمۡ یَتَّقُوۡنَ ﴿۶۹﴾

006.069 Wama AAala allatheena yattaqoona min hisabihim min shay-in walakin thikra laAAallahum yattaqoona

6:69 Het is niet voor de godvrezende om hen te beoordelen, maar herinner ermee (de Kuran), zodat ze Allah kunnen vrezen. (3:104)

وَ ذَرِ الَّذِیۡنَ اتَّخَذُوۡا دِیۡنَہُمۡ لَعِبًا وَّ لَہۡوًا وَّ غَرَّتۡہُمُ الۡحَیٰوۃُ الدُّنۡیَا وَ ذَکِّرۡ بِہٖۤ اَنۡ تُبۡسَلَ نَفۡسٌۢ بِمَا کَسَبَتۡ ٭ۖ لَیۡسَ لَہَا مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَلِیٌّ وَّ لَا شَفِیۡعٌ ۚ وَ اِنۡ تَعۡدِلۡ کُلَّ عَدۡلٍ لَّا یُؤۡخَذۡ مِنۡہَا ؕ اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ اُبۡسِلُوۡا بِمَا کَسَبُوۡا ۚ لَہُمۡ شَرَابٌ مِّنۡ حَمِیۡمٍ وَّ عَذَابٌ اَلِیۡمٌۢ بِمَا کَانُوۡا یَکۡفُرُوۡنَ ﴿۷۰﴾

006.070 Wathari allatheena ittakhathoo deenahum laAAiban walahwan wagharrat-humu alhayatu alddunya wathakkir bihi an tubsala nafsun bima kasabat laysa laha min dooni Allahi waliyyun wala shafeeAAun wa-in taAAdil kulla AAadlin la yu/khath minha ola-ika allatheena obsiloo bima kasaboo lahum sharabun min hameemin waAAathabun aleemun bima kanoo yakfuroona

6:70 En laat degenen met rust die spel en vermaak tot hun godsdienst (levenswijze) nemen. Het wereldse leven misleid hen. Echter, herinner hen ermee (de Kuran), zodat een persoon (mogelijk) niet wordt vernietigd, door hetgeen wat hij verdiend heeft. Er is geen beschermer of bemiddelaar voor hem bij Allah. En zelfs als hij al het losgeld aanbiedt, dan nog wordt het niet geaccepteerd. Dat zijn degenen die zich zelf vernietigd hebben door het geen ze deden. Voor hen zal er een drank zijn van kokend water en een pijnlijke straf omdat ze niet geloofde.

قُلۡ اَنَدۡعُوۡا مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مَا لَا یَنۡفَعُنَا وَ لَا یَضُرُّنَا وَ نُرَدُّ عَلٰۤی اَعۡقَابِنَا بَعۡدَ اِذۡ ہَدٰىنَا اللّٰہُ کَالَّذِی اسۡتَہۡوَتۡہُ الشَّیٰطِیۡنُ فِی الۡاَرۡضِ حَیۡرَانَ ۪ لَہٗۤ اَصۡحٰبٌ یَّدۡعُوۡنَہٗۤ اِلَی الۡہُدَی ائۡتِنَا ؕ قُلۡ اِنَّ ہُدَی اللّٰہِ ہُوَ الۡہُدٰی ؕ وَ اُمِرۡنَا لِنُسۡلِمَ لِرَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿ۙ۷۱﴾

006.071 Qul anadAAoo min dooni Allahi ma la yanfaAAuna wala yadurruna wanuraddu AAala aAAqabina baAAda ith hadana Allahu kaallathee istahwat-hu alshshayateenu fee al-ardi hayrana lahu as-habun yadAAoonahu ila alhuda i/tina qul inna huda Allahi huwa alhuda waomirna linuslima lirabbi alAAalameena

6:71 Zeg: "Zullen we iets naast Allah aanroepen, wat ons geen voordeel geeft, noch het ons schade kan? Keren we dan niet terug op ons hielen (naar onwetendheid), nadat Allah ons geleid heeft? Net als degenen die op aarde door de satan verleid is tot verwarring. Terwijl hij vrienden heeft die hem naar de leiding roepen: "Kom tot ons!" Zeg: "Voorzeker, de leiding van Allah dat is de Leiding! En het is ons bevolen om ons aan de Heer der werelden over te geven."

وَ اَنۡ اَقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ وَ اتَّقُوۡہُ ؕ وَ ہُوَ الَّذِیۡۤ اِلَیۡہِ تُحۡشَرُوۡنَ ﴿۷۲﴾

006.072 Waan aqeemoo alssalata waittaqoohu wahuwa allathee ilayhi tuhsharoona

6:72 En de salaat te onderhouden en om Hem te vrezen. En Hij is degene, tot Hem zullen jullie verzameld worden."

وَ ہُوَ الَّذِیۡ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ بِالۡحَقِّ ؕ وَ یَوۡمَ یَقُوۡلُ کُنۡ فَیَکُوۡنُ ۬ؕ قَوۡلُہُ الۡحَقُّ ؕ وَ لَہُ الۡمُلۡکُ یَوۡمَ یُنۡفَخُ فِی الصُّوۡرِ ؕ عٰلِمُ الۡغَیۡبِ وَ الشَّہَادَۃِ ؕ وَ ہُوَ الۡحَکِیۡمُ الۡخَبِیۡرُ ﴿۷۳﴾

006.073 Wahuwa allathee khalaqa alssamawati waal-arda bialhaqqi wayawma yaqoolu kun fayakoonu qawluhu alhaqqu walahu almulku yawma yunfakhu fee alssoori AAalimu alghaybi waalshshahadati wahuwa alhakeemu alkhabeeru

6:73 En het is Hij die de hemelen en de aarde in waarheid schiep. En op de dag dat Hij zegt: "Wees!", is het er (de dag des oordeels), zijn woord is de waarheid. En Zijn woord zal heersen op de Dag waarop de trompet geblazen wordt. Hij is de Al-wetende over de Ghayb (het ongeziene) en het geziene. En Hij is de Al-wijze, de Al-bewuste.

وَ اِذۡ قَالَ اِبۡرٰہِیۡمُ لِاَبِیۡہِ اٰزَرَ اَتَتَّخِذُ اَصۡنَامًا اٰلِہَۃً ۚ اِنِّیۡۤ اَرٰىکَ وَ قَوۡمَکَ فِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۷۴﴾

006.074 Wa-ith qala ibraheemu li-abeehi azara atattakhithu asnaman alihatan innee araka waqawmaka fee dalalin mubeenin

6:74 En (gedenk) toen Ibrahiem (Abraham) tot zijn oom Azar, zei: "Neem je beelden tot goden? Voorzeker, ik zie dat jij en jouw mensen duidelijk dwalen. *Wanneer een naam vermeld word bij vader, wordt er oom bedoeld 12:3, 2:133).

وَ کَذٰلِکَ نُرِیۡۤ اِبۡرٰہِیۡمَ مَلَکُوۡتَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ لِیَکُوۡنَ مِنَ الۡمُوۡقِنِیۡنَ ﴿۷۵﴾

006.075 Wakathalika nuree ibraheema malakoota alssamawati waal-ardi waliyakoona mina almooqineena

6:75 En Wij lieten Ibrahiem het koninkrijk van de hemelen en de aarde zien, zodat hij tot de overtuigden behoren.

فَلَمَّا جَنَّ عَلَیۡہِ الَّیۡلُ رَاٰ کَوۡکَبًا ۚ قَالَ ہٰذَا رَبِّیۡ ۚ فَلَمَّاۤ اَفَلَ قَالَ لَاۤ اُحِبُّ الۡاٰفِلِیۡنَ ﴿۷۶﴾

006.076 Falamma janna AAalayhi allaylu raa kawkaban qala hatha rabbee falamma afala qala la ohibbu al-afileena

6:76 Dus, toen de nacht hem omhulde zag hij een ster. Hij zei: "Dit is mijn heer." Maar wanneer hij onderging, zei hij: "Ik hou niet van degenen die ondergaan."

فَلَمَّا رَاَ الۡقَمَرَ بَازِغًا قَالَ ہٰذَا رَبِّیۡ ۚ فَلَمَّاۤ اَفَلَ قَالَ لَئِنۡ لَّمۡ یَہۡدِنِیۡ رَبِّیۡ لَاَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡقَوۡمِ الضَّآلِّیۡنَ ﴿۷۷﴾

006.077 Falamma raa alqamara bazighan qala hatha rabbee falamma afala qala la-in lam yahdinee rabbee laakoonanna mina alqawmi alddalleena

6:77 En toen hij de maan zag opkomen, zei hij: "Dit is mijn heer." Maar toen hij onderging, zei hij: "Als mijn Heer mij niet leidt, dan zal ik zeker tot het dwalend volk behoren."

فَلَمَّا رَاَ الشَّمۡسَ بَازِغَۃً قَالَ ہٰذَا رَبِّیۡ ہٰذَاۤ اَکۡبَرُ ۚ فَلَمَّاۤ اَفَلَتۡ قَالَ یٰقَوۡمِ اِنِّیۡ بَرِیۡٓءٌ مِّمَّا تُشۡرِکُوۡنَ ﴿۷۸﴾

006.078 Falamma raa alshshamsa bazighatan qala hatha rabbee hatha akbaru falamma afalat qala ya qawmi innee baree-on mimma tushrikoona

6:78 En toen hij de zon zag opkomen zei hij: "Dit is mijn heer, deze is groter." Maar toen ze onderging, zei hij: "O mijn volk! Voorzeker, ik neem afstand van wat jullie (bij Allah) aan deelgenoten toekennen."

اِنِّیۡ وَجَّہۡتُ وَجۡہِیَ لِلَّذِیۡ فَطَرَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ حَنِیۡفًا وَّ مَاۤ اَنَا مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿ۚ۷۹﴾

006.079 Innee wajjahtu wajhiya lillathee fatara alssamawati waal-arda haneefan wama ana mina almushrikeena

6:79 "Voorzeker, ik heb mijn gezicht gewend naar Hem die de hemelen en de aarde schiep, als Hanief (zuiver aanbiddend, zonder deelgenoten toe te kennen) en ik behoor niet tot de polythe´sten."

وَ حَآجَّہٗ قَوۡمُہٗ ؕ قَالَ اَتُحَآجُّوۡٓنِّیۡ فِی اللّٰہِ وَ قَدۡ ہَدٰىنِ ؕ وَ لَاۤ اَخَافُ مَا تُشۡرِکُوۡنَ بِہٖۤ اِلَّاۤ اَنۡ یَّشَآءَ رَبِّیۡ شَیۡئًا ؕ وَسِعَ رَبِّیۡ کُلَّ شَیۡءٍ عِلۡمًا ؕ اَفَلَا تَتَذَکَّرُوۡنَ ﴿۸۰﴾

006.080 Wahajjahu qawmuhu qala atuhajjoonnee fee Allahi waqad hadani wala akhafu ma tushrikoona bihi illa an yashaa rabbee shay-an wasiAAa rabbee kulla shay-in AAilman afala tatathakkaroona

6:80 En zijn volk twisten met hem, hij zei: "Maken jullie ruzie met mij over Allah, terwijl Hij mij geleid heeft? En ik ben niet bang voor jullie afgoden, (die geen voordeel kan geven noch schaden kan berokken, er kan mij dus niets gebeuren) tenzij mijn Heer iets wil. Mijn Heer omvat alles in kennis. Trekking jullie er dan geen lering uit? (11:53-56)

وَ کَیۡفَ اَخَافُ مَاۤ اَشۡرَکۡتُمۡ وَ لَا تَخَافُوۡنَ اَنَّکُمۡ اَشۡرَکۡتُمۡ بِاللّٰہِ مَا لَمۡ یُنَزِّلۡ بِہٖ عَلَیۡکُمۡ سُلۡطٰنًا ؕ فَاَیُّ الۡفَرِیۡقَیۡنِ اَحَقُّ بِالۡاَمۡنِ ۚ اِنۡ کُنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿ۘ۸۱﴾

006.081 Wakayfa akhafu ma ashraktum wala takhafoona annakum ashraktum biAllahi ma lam yunazzil bihi AAalaykum sultanan faayyu alfareeqayni ahaqqu bial-amni in kuntum taAAlamoona

6:81 En hoe kan ik voor jullie afgoden (gezien ze geen macht hebben) bang zijn, terwijl jullie niet vrezen dat jullie iets aan Allah toegekend hebben, waarvoor hij geen toestemming/machtiging heeft neergezonden (53:23). Welke van de twee groepen (monothe´sten (16:20) of polythe´sten) voelt zich meer veilig (op de dag des oordeels)? (Wat is het antwoord) als jullie het weten?

اَلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ لَمۡ یَلۡبِسُوۡۤا اِیۡمَانَہُمۡ بِظُلۡمٍ اُولٰٓئِکَ لَہُمُ الۡاَمۡنُ وَ ہُمۡ مُّہۡتَدُوۡنَ ﴿۸۲﴾

006.082 Allatheena amanoo walam yalbisoo eemanahum bithulmin ola-ika lahumu al-amnu wahum muhtadoona

6:82 Degenen die geloven en hun geloof niet mengen met onrecht, zij zijn degenen die veilig zijn (op de dag des oordeels) en ze zijn juist geleid.

وَ تِلۡکَ حُجَّتُنَاۤ اٰتَیۡنٰہَاۤ اِبۡرٰہِیۡمَ عَلٰی قَوۡمِہٖ ؕ نَرۡفَعُ دَرَجٰتٍ مَّنۡ نَّشَآءُ ؕ اِنَّ رَبَّکَ حَکِیۡمٌ عَلِیۡمٌ ﴿۸۳﴾

006.083 Watilka hujjatuna ataynaha ibraheema AAala qawmihi narfaAAu darajatin man nashao inna rabbaka hakeemun AAaleemun

6:83 En dit was Onze argument dat Wij gaven aan Ibrahiem tegen zijn volk. Wij verheffen in rang wie Wij willen. Voorzeker, jouw Heer is Alwijs, Alwetend.

وَ وَہَبۡنَا لَہٗۤ اِسۡحٰقَ وَ یَعۡقُوۡبَ ؕ کُلًّا ہَدَیۡنَا ۚ وَ نُوۡحًا ہَدَیۡنَا مِنۡ قَبۡلُ وَ مِنۡ ذُرِّیَّتِہٖ دَاوٗدَ وَ سُلَیۡمٰنَ وَ اَیُّوۡبَ وَ یُوۡسُفَ وَ مُوۡسٰی وَ ہٰرُوۡنَ ؕ وَ کَذٰلِکَ نَجۡزِی الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿ۙ۸۴﴾

006.084 Wawahabna lahu ishaqa wayaAAqooba kullan hadayna wanoohan hadayna min qablu wamin thurriyyatihi dawooda wasulaymana waayyooba wayoosufa wamoosa waharoona wakathalika najzee almuhsineena

6:84 En Wij schonken hem Izaak en Jakoeb (Jakob), allen waren geleid. En ervoor leidde Wij Noeh (Noach). En van zijn nageslacht Dawoed (David), Solaiman (Solomon), Ayoeb, Yoesoef, Moesa en Haroen. Wij belonen die goed doen.

وَ زَکَرِیَّا وَ یَحۡیٰی وَ عِیۡسٰی وَ اِلۡیَاسَ ؕ کُلٌّ مِّنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿ۙ۸۵﴾

006.085 Wazakariyya wayahya waAAeesa wailyasa kullun mina alssaliheena

6:85 En Zakariya, Yahya, Isa en Ilias, allen waren oprecht,rechtvaardig.

وَ اِسۡمٰعِیۡلَ وَ الۡیَسَعَ وَ یُوۡنُسَ وَ لُوۡطًا ؕ وَ کُلًّا فَضَّلۡنَا عَلَی الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿ۙ۸۶﴾

006.086 Wa-ismaAAeela wailyasaAAa wayoonusa walootan wakullan faddalna AAala alAAalameena

6:86 En Ismail, Aljasa, Joenoes en Loeth, allen van hen prefereerden Wij boven (anderen van) de werelden.

وَ مِنۡ اٰبَآئِہِمۡ وَ ذُرِّیّٰتِہِمۡ وَ اِخۡوَانِہِمۡ ۚ وَ اجۡتَبَیۡنٰہُمۡ وَ ہَدَیۡنٰہُمۡ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۸۷﴾

006.087 Wamin aba-ihim wathurriyyatihim wa-ikhwanihim waijtabaynahum wahadaynahum ila siratin mustaqeemin

6:87 En Wij kozen en leidde hun vaders, hun nageslacht en hun broeders naar het rechte pad.

ذٰلِکَ ہُدَی اللّٰہِ یَہۡدِیۡ بِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ مِنۡ عِبَادِہٖ ؕ وَ لَوۡ اَشۡرَکُوۡا لَحَبِطَ عَنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۸۸﴾

006.088 Thalika huda Allahi yahdee bihi man yashao min AAibadihi walaw ashrakoo lahabita AAanhum ma kanoo yaAAmaloona

6:88 Dat is de Leiding van Allah. Hij leidt ermee wie Hij wilt van zijn slaven. Echter als ze (na de leiding) partners hadden toegekend (aan Allah), dan waren hun daden waardeloos geworden. (39:65)

اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ اٰتَیۡنٰہُمُ الۡکِتٰبَ وَ الۡحُکۡمَ وَ النُّبُوَّۃَ ۚ فَاِنۡ یَّکۡفُرۡ بِہَا ہٰۤؤُلَآءِ فَقَدۡ وَکَّلۡنَا بِہَا قَوۡمًا لَّیۡسُوۡا بِہَا بِکٰفِرِیۡنَ ﴿۸۹﴾

006.089 Ola-ika allatheena ataynahumu alkitaba waalhukma waalnnubuwwata fa-in yakfur biha haola-i faqad wakkalna biha qawman laysoo biha bikafireena

6:89 Zij zijn degenen die Wij het Schrift, de Wijsheid (Sunnah) en het Profeetschap gaven. Echter als er hierin niet gelooft wordt, voorzeker weet dan dat Wij deze bestemd hebben voor de mensen die erin geloven.

اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ ہَدَی اللّٰہُ فَبِہُدٰىہُمُ اقۡتَدِہۡ ؕ قُلۡ لَّاۤ اَسۡـَٔلُکُمۡ عَلَیۡہِ اَجۡرًا ؕ اِنۡ ہُوَ اِلَّا ذِکۡرٰی لِلۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۹۰﴾

006.090 Ola-ika allatheena hada Allahu fabihudahumu iqtadih qul la as-alukum AAalayhi ajran in huwa illa thikra lilAAalameena

6:90 Zij zijn degenen die door Allah geleid zijn, jij volgt dus dezelfde leiding. Zeg:" Ik vraag jullie geen enkele beloning. Het is niets anders dan een herinnering voor de werelden."

وَ مَا قَدَرُوا اللّٰہَ حَقَّ قَدۡرِہٖۤ اِذۡ قَالُوۡا مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ عَلٰی بَشَرٍ مِّنۡ شَیۡءٍ ؕ قُلۡ مَنۡ اَنۡزَلَ الۡکِتٰبَ الَّذِیۡ جَآءَ بِہٖ مُوۡسٰی نُوۡرًا وَّ ہُدًی لِّلنَّاسِ تَجۡعَلُوۡنَہٗ قَرَاطِیۡسَ تُبۡدُوۡنَہَا وَ تُخۡفُوۡنَ کَثِیۡرًا ۚ وَ عُلِّمۡتُمۡ مَّا لَمۡ تَعۡلَمُوۡۤا اَنۡتُمۡ وَ لَاۤ اٰبَآؤُکُمۡ ؕ قُلِ اللّٰہُ ۙ ثُمَّ ذَرۡہُمۡ فِیۡ خَوۡضِہِمۡ یَلۡعَبُوۡنَ ﴿۹۱﴾

006.091 Wama qadaroo Allaha haqqa qadrihi ith qaloo ma anzala Allahu AAala basharin min shay-in qul man anzala alkitaba allathee jaa bihi moosa nooran wahudan lilnnasi tajAAaloonahu qarateesa tubdoonaha watukhfoona katheeran waAAullimtum ma lam taAAlamoo antum wala abaokum quli Allahu thumma tharhum fee khawdihim yalAAaboona

6:91 En zij waarderen Allah niet met echte aanzien, toen ze zeiden: "Allah heeft niets geopenbaard op een mens." Zeg: "Wie openbaarde het boek dat Moesa als licht en leiding bracht voor de mensen?" Jullie maken het tot perkamenten, jullie verkondigen ervan, echter jullie verbergen er veel van. En jullie werden onderwezen wat jullie en jullie voorvaders niet wisten." Zeg: "Allah openbaarde het!" Laat hen maar spelen in hun redenering.

وَ ہٰذَا کِتٰبٌ اَنۡزَلۡنٰہُ مُبٰرَکٌ مُّصَدِّقُ الَّذِیۡ بَیۡنَ یَدَیۡہِ وَ لِتُنۡذِرَ اُمَّ الۡقُرٰی وَ مَنۡ حَوۡلَہَا ؕ وَ الَّذِیۡنَ یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡاٰخِرَۃِ یُؤۡمِنُوۡنَ بِہٖ وَ ہُمۡ عَلٰی صَلَاتِہِمۡ یُحَافِظُوۡنَ ﴿۹۲﴾

006.092 Wahatha kitabun anzalnahu mubarakun musaddiqu allathee bayna yadayhi walitunthira omma alqura waman hawlaha waallatheena yu/minoona bial-akhirati yu/minoona bihi wahum AAala salatihim yuhafithoona

6:92 En dit is een Boek dat Wij neergezonden hebben, gezegend en bevestigend wat er aan (openbaringen) vooraf ging. Zodat jij de moeder der steden (Mekkah) en de gebieden er om heen kan waarschuwen. En degenen die in het hiernamaals geloven, geloven er in. En zij waken over hun salaat.

وَ مَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنِ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا اَوۡ قَالَ اُوۡحِیَ اِلَیَّ وَ لَمۡ یُوۡحَ اِلَیۡہِ شَیۡءٌ وَّ مَنۡ قَالَ سَاُنۡزِلُ مِثۡلَ مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ ؕ وَ لَوۡ تَرٰۤی اِذِ الظّٰلِمُوۡنَ فِیۡ غَمَرٰتِ الۡمَوۡتِ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃُ بَاسِطُوۡۤا اَیۡدِیۡہِمۡ ۚ اَخۡرِجُوۡۤا اَنۡفُسَکُمۡ ؕ اَلۡیَوۡمَ تُجۡزَوۡنَ عَذَابَ الۡہُوۡنِ بِمَا کُنۡتُمۡ تَقُوۡلُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ غَیۡرَ الۡحَقِّ وَ کُنۡتُمۡ عَنۡ اٰیٰتِہٖ تَسۡتَکۡبِرُوۡنَ ﴿۹۳﴾

006.093 Waman athlamu mimmani iftara AAala Allahi kathiban aw qala oohiya ilayya walam yooha ilayhi shay-on waman qala saonzilu mithla ma anzala Allahu walaw tara ithi alththalimoona fee ghamarati almawti waalmala-ikatu basitoo aydeehim akhrijoo anfusakumu alyawma tujzawna AAathaba alhooni bima kuntum taqooloona AAala Allahi ghayra alhaqqi wakuntum AAan ayatihi tastakbiroona

6:93 En wie is er meer onrechtvaardig dan degene die een leugen over Allah verzint of die zegt: "Het is aan mij geopenbaard", terwijl er niets aan hem geopenbaard is. Of degenen die zegt: "Ik zal het gelijke laten neerdalen wat door Allah is neergedaald." En kon jij het moment maar zien wanneer de onrechtplegers in doodsstrijd zijn terwijl de engelen hun handen naar hen reiken, zeggende: "Kunnen jullie jezelf (nu) redden? Vandaag worden jullie beloont met een vernederende straf, omdat jullie over Allah leugens vertelde. En jullie waren hoogmoedig voor (het accepteren van) Zijn tekenen."

وَ لَقَدۡ جِئۡتُمُوۡنَا فُرَادٰی کَمَا خَلَقۡنٰکُمۡ اَوَّلَ مَرَّۃٍ وَّ تَرَکۡتُمۡ مَّا خَوَّلۡنٰکُمۡ وَرَآءَ ظُہُوۡرِکُمۡ ۚ وَ مَا نَرٰی مَعَکُمۡ شُفَعَآءَکُمُ الَّذِیۡنَ زَعَمۡتُمۡ اَنَّہُمۡ فِیۡکُمۡ شُرَکٰٓؤُا ؕ لَقَدۡ تَّقَطَّعَ بَیۡنَکُمۡ وَ ضَلَّ عَنۡکُمۡ مَّا کُنۡتُمۡ تَزۡعُمُوۡنَ ﴿۹۴﴾

006.094 Walaqad ji/tumoona furada kama khalaqnakum awwala marratin wataraktum ma khawwalnakum waraa thuhoorikum wama nara maAAakum shufaAAaakumu allatheena zaAAamtum annahum feekum shurakao laqad taqattaAAa baynakum wadalla AAankum ma kuntum tazAAumoona

6:94 En voorzeker, jullie kwamen alleen naar Ons, net zoals Wij jullie de eerste keer schiepen. En jullie hebben, hetgeen wat Wij jullie geschonken hebben (gedurende het wereldse leven), achter gelaten. En Wij zien geen bemiddelaars bij jullie, degenen waarvan jullie claimden dat zij zouden bemiddelen voor jullie. Voorzeker, alle relaties tussen jullie (en de bemiddelaars, afgoden, etc) zijn verbroken en het geen jullie claimden is ontkracht."

اِنَّ اللّٰہَ فَالِقُ الۡحَبِّ وَ النَّوٰی ؕ یُخۡرِجُ الۡحَیَّ مِنَ الۡمَیِّتِ وَ مُخۡرِجُ الۡمَیِّتِ مِنَ الۡحَیِّ ؕ ذٰلِکُمُ اللّٰہُ فَاَنّٰی تُؤۡفَکُوۡنَ ﴿۹۵﴾

006.095 Inna Allaha faliqu alhabbi waalnnawa yukhriju alhayya mina almayyiti wamukhriju almayyiti mina alhayyi thalikumu Allahu faanna tu/fakoona

6:95 Voorzeker, Allah is het die de graankorrel en de dadelpit doet ontspruiten. Hij brengt het leven voort uit de dode en brengt de dood voort uit het levende. Dat is Allah, hoe kan het dus zijn dat jullie misleid zijn?

فَالِقُ الۡاِصۡبَاحِ ۚ وَ جَعَلَ الَّیۡلَ سَکَنًا وَّ الشَّمۡسَ وَ الۡقَمَرَ حُسۡبَانًا ؕ ذٰلِکَ تَقۡدِیۡرُ الۡعَزِیۡزِ الۡعَلِیۡمِ ﴿۹۶﴾

006.096 Faliqu al-isbahi wajaAAala allayla sakanan waalshshamsa waalqamara husbanan thalika taqdeeru alAAazeezi alAAaleemi

6:96 (Hij) doet de dag aanbreken en Hij maakte de nacht voor rust. En de zon en de maan (zijn ingesteld) voor het berekenen (van de tijd). Dat is de bepaling van de Almachtige, de Alwetende.

وَ ہُوَ الَّذِیۡ جَعَلَ لَکُمُ النُّجُوۡمَ لِتَہۡتَدُوۡا بِہَا فِیۡ ظُلُمٰتِ الۡبَرِّ وَ الۡبَحۡرِ ؕ قَدۡ فَصَّلۡنَا الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۷﴾

006.097 Wahuwa allathee jaAAala lakumu alnnujooma litahtadoo biha fee thulumati albarri waalbahri qad fassalna al-ayati liqawmin yaAAlamoona

6:97 En Hij is Degene Die de sterren voor jullie gemaakt heeft, zodat jullie door het duisternis op het land en de zee kunnen navigeren. Voorzeker, Wij hebben de tekenen duidelijk gemaakt voor een volk dat weet (kennis heeft).

وَ ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡشَاَکُمۡ مِّنۡ نَّفۡسٍ وَّاحِدَۃٍ فَمُسۡتَقَرٌّ وَّ مُسۡتَوۡدَعٌ ؕ قَدۡ فَصَّلۡنَا الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّفۡقَہُوۡنَ ﴿۹۸﴾

006.098 Wahuwa allathee anshaakum min nafsin wahidatin famustaqarrun wamustawdaAAun qad fassalna al-ayati liqawmin yafqahoona

6:98 En Hij is Degene Die jullie voortbracht vanuit ÚÚn enkele persoon (Adam). Er is (voor jullie) een verblijfplaats (op aarde of in de baarmoeder van uw moeder) en een opslagplaats (in de aarde). Voorzeker, Wij hebben de tekenen duidelijk gemaakt voor een volk dat begrijpt.

وَ ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡزَلَ مِنَ السَّمَآءِ مَآءً ۚ فَاَخۡرَجۡنَا بِہٖ نَبَاتَ کُلِّ شَیۡءٍ فَاَخۡرَجۡنَا مِنۡہُ خَضِرًا نُّخۡرِجُ مِنۡہُ حَبًّا مُّتَرَاکِبًا ۚ وَ مِنَ النَّخۡلِ مِنۡ طَلۡعِہَا قِنۡوَانٌ دَانِیَۃٌ وَّ جَنّٰتٍ مِّنۡ اَعۡنَابٍ وَّ الزَّیۡتُوۡنَ وَ الرُّمَّانَ مُشۡتَبِہًا وَّ غَیۡرَ مُتَشَابِہٍ ؕ اُنۡظُرُوۡۤا اِلٰی ثَمَرِہٖۤ اِذَاۤ اَثۡمَرَ وَ یَنۡعِہٖ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکُمۡ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یُّؤۡمِنُوۡنَ ﴿۹۹﴾

006.099 Wahuwa allathee anzala mina alssama-i maan faakhrajna bihi nabata kulli shay-in faakhrajna minhu khadiran nukhriju minhu habban mutarakiban wamina alnnakhli min talAAiha qinwanun daniyatun wajannatin min aAAnabin waalzzaytoona waalrrummana mushtabihan waghayra mutashabihin onthuroo ila thamarihi itha athmara wayanAAihi inna fee thalikum laayatin liqawmin yu/minoona

6:99 En Hij is Degene Die water uit de hemel zendt. Vervolgens brengen Wij allerlei soorten vegetatie ermee voort, de groene bladeren, de dichtbegroeide velden met graan, de dadelpalm met dadels geclusterd in laaghangende trossen voortkomend vanuit de kruin (top van de palmboom). En tuinen van druiven, olijven, granaatappels, lijkend en niet lijkend op elkaar. Kijk naar hun vruchten wanneer ze deze dragen en kijk naar de rijping ervan. Voorzeker, in deze zijn tekenen voor een volk dat gelooft.

وَ جَعَلُوۡا لِلّٰہِ شُرَکَآءَ الۡجِنَّ وَ خَلَقَہُمۡ وَ خَرَقُوۡا لَہٗ بَنِیۡنَ وَ بَنٰتٍۭ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ ؕ سُبۡحٰنَہٗ وَ تَعٰلٰی عَمَّا یَصِفُوۡنَ ﴿۱۰۰﴾٪

006.100 WajaAAaloo lillahi shurakaa aljinna wakhalaqahum wakharaqoo lahu baneena wabanatin bighayri AAilmin subhanahu wataAAala AAamma yasifoona

6:100 En ze (de mensheid) maken de djien tot Allah's deelgenoot, hoewel Hij hen geschapen heeft. En ze kennen, zonder enige recht en kennis, zonen en dochters aan Hem toe. Verheerlijkt is Hij en hoog verheven boven hetgeen ze aan Hem toekennen.

بَدِیۡعُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ اَنّٰی یَکُوۡنُ لَہٗ وَلَدٌ وَّ لَمۡ تَکُنۡ لَّہٗ صَاحِبَۃٌ ؕ وَ خَلَقَ کُلَّ شَیۡءٍ ۚ وَ ہُوَ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۱۰۱﴾

006.101 BadeeAAu alssamawati waal-ardi anna yakoonu lahu waladun walam takun lahu sahibatun wakhalaqa kulla shay-in wahuwa bikulli shay-in AAaleemun

6:101 Schepper van de hemelen en de aarde! Op welke manier kan het mogelijk voor Hem zijn dat Hij een zoon heeft, terwijl er voor Hem geen partner is en Hij alles geschapen heeft? En Hij is over alles Al-wetend.

ذٰلِکُمُ اللّٰہُ رَبُّکُمۡ ۚ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۚ خَالِقُ کُلِّ شَیۡءٍ فَاعۡبُدُوۡہُ ۚ وَ ہُوَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ وَّکِیۡلٌ ﴿۱۰۲﴾

006.102 Thalikumu Allahu rabbukum la ilaha illa huwa khaliqu kulli shay-in faoAAbudoohu wahuwa AAala kulli shay-in wakeelun

6:102 Dat is Allah, jullie Heer! Er is geen de´teit dan Hij, Schepper van alles! Dus aanbid slechts Hem alleen! En Hij is over alles Al-Wakeel (degene aan wie alle zaken kan toevertrouwd worden. Hij is de ultieme trustee, voogd en beheerder van alle dingen en we kunnen erop vertrouwen dat Al-Wakeel voor elke kwestie de perfecte oplossing biedt).

لَا تُدۡرِکُہُ الۡاَبۡصَارُ ۫ وَ ہُوَ یُدۡرِکُ الۡاَبۡصَارَ ۚ وَ ہُوَ اللَّطِیۡفُ الۡخَبِیۡرُ ﴿۱۰۳﴾

006.103 La tudrikuhu al-absaru wahuwa yudriku al-absara wahuwa allateefu alkhabeeru

6:103 Het zicht (van de ogen) kan hem niet bereiken, echter Hij omvat alle ogen. Hij is Latief (De meest Subtiele. Degene die het meest op de hoogte is van de meest subtiele details. Zijn acties zijn zo fijn en subtiel dat het ons begrip te boven gaat), Al-Ghabier (Degene die alles kent, innerlijk en uiterlijk. Hij is Degene die de perfecte kennis en begrip heeft van de werkelijke toestand, interne kwaliteiten en de betekenissen van alles wat geschapen is).

قَدۡ جَآءَکُمۡ بَصَآئِرُ مِنۡ رَّبِّکُمۡ ۚ فَمَنۡ اَبۡصَرَ فَلِنَفۡسِہٖ ۚ وَ مَنۡ عَمِیَ فَعَلَیۡہَا ؕ وَ مَاۤ اَنَا عَلَیۡکُمۡ بِحَفِیۡظٍ ﴿۱۰۴﴾

006.104 Qad jaakum basa-iru min rabbikum faman absara falinafsihi waman AAamiya faAAalayha wama ana AAalaykum bihafeethin

6:104 Waarlijk, er is een licht (de Kuran) van jullie Heer tot jullie gekomen. Wie het ziet, het (voordeel) is dan voor zijn eigen ik/ego. En wie er blind voor is, het (nadeel) is dan voor jezelf. En ik (Mohammed) ben geen beschermer voor jullie. (10:108)

وَ کَذٰلِکَ نُصَرِّفُ الۡاٰیٰتِ وَ لِیَقُوۡلُوۡا دَرَسۡتَ وَ لِنُبَیِّنَہٗ لِقَوۡمٍ یَّعۡلَمُوۡنَ ﴿۱۰۵﴾

006.105 Wakathalika nusarrifu al-ayati waliyaqooloo darasta walinubayyinahu liqawmin yaAAlamoona

6:105 En dat is hoe Wij de openbaring/tekenen (op verschillende manieren) uitleggen zodat zij kunnen zeggen: "Jij (Mohammed) hebt (de Torah, Injeel en andere schriften) bestudeerd". En zodat Wij het (de openbaring) duidelijk maken voor een volk met kennis.

اِتَّبِعۡ مَاۤ اُوۡحِیَ اِلَیۡکَ مِنۡ رَّبِّکَ ۚ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۚ وَ اَعۡرِضۡ عَنِ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۱۰۶﴾

006.106 IttabiAA ma oohiya ilayka min rabbika la ilaha illa huwa waaAArid AAani almushrikeena

6:106 Volg hetgeen wat aan jou van jouw Heer geopenbaard is, er is geen de´teit dan Hem. En keer je af van de polythe´sten.

وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ مَاۤ اَشۡرَکُوۡا ؕ وَ مَا جَعَلۡنٰکَ عَلَیۡہِمۡ حَفِیۡظًا ۚ وَ مَاۤ اَنۡتَ عَلَیۡہِمۡ بِوَکِیۡلٍ ﴿۱۰۷﴾

006.107 Walaw shaa Allahu ma ashrakoo wama jaAAalnaka AAalayhim hafeethan wama anta AAalayhim biwakeelin

6:107 En als Allah het gewild had, dan hadden zij (aan Allah) geen deelgenoten toegekend. En Wij hebben jou niet als beschermer over hen gemaakt en noch ben jij voor hen een pleiter\bemiddelaar.

وَ لَا تَسُبُّوا الَّذِیۡنَ یَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ فَیَسُبُّوا اللّٰہَ عَدۡوًۢا بِغَیۡرِ عِلۡمٍ ؕ کَذٰلِکَ زَیَّنَّا لِکُلِّ اُمَّۃٍ عَمَلَہُمۡ ۪ ثُمَّ اِلٰی رَبِّہِمۡ مَّرۡجِعُہُمۡ فَیُنَبِّئُہُمۡ بِمَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۰۸﴾

006.108 Wala tasubboo allatheena yadAAoona min dooni Allahi fayasubboo Allaha AAadwan bighayri AAilmin kathalika zayyanna likulli ommatin AAamalahum thumma ila rabbihim marjiAAuhum fayunabbi-ohum bima kanoo yaAAmaloona

6:108 En beledig niet degenen die ze naast Allah aanroepen, anders zullen ze zonder kennis Allah in haat beledigen. Zo hebben Wij voor elk gemeenschap hun daden doen schoonschijnen. Vervolgens is hun terugkeer naar hun Heer en Hij zal hen informeren over hetgeen ze deden.

وَ اَقۡسَمُوۡا بِاللّٰہِ جَہۡدَ اَیۡمَانِہِمۡ لَئِنۡ جَآءَتۡہُمۡ اٰیَۃٌ لَّیُؤۡمِنُنَّ بِہَا ؕ قُلۡ اِنَّمَا الۡاٰیٰتُ عِنۡدَ اللّٰہِ وَ مَا یُشۡعِرُکُمۡ ۙ اَنَّہَاۤ اِذَا جَآءَتۡ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۱۰۹﴾

006.109 Waaqsamoo biAllahi jahda aymanihim la-in jaat-hum ayatun layu/minunna biha qul innama al-ayatu AAinda Allahi wama yushAAirukum annaha itha jaat la yu/minoona

6:109 En ze zweren bij Allah met hun duurste eed, dat als er een teken tot hun komt, dan zullen ze zeker erin geloven. Zeg:" De tekenen behoren tot Allah alleen." En hoe weten jullie (gelovigen), dat als het (een teken) komt, dat ze (de ongelovigen) er in zullen geloven?" (17:59)

وَ نُقَلِّبُ اَفۡـِٕدَتَہُمۡ وَ اَبۡصَارَہُمۡ کَمَا لَمۡ یُؤۡمِنُوۡا بِہٖۤ اَوَّلَ مَرَّۃٍ وَّ نَذَرُہُمۡ فِیۡ طُغۡیَانِہِمۡ یَعۡمَہُوۡنَ ﴿۱۱۰﴾

006.110 Wanuqallibu af-idatahum waabsarahum kama lam yu/minoo bihi awwala marratin wanatharuhum fee tughyanihim yaAAmahoona

6:110 En Wij zullen hun harten en hun zicht verdraaien (bij het zien van een teken), zodat ze, net zoals voorheen er niet in geloven. Wij laten hen in hun opstand\strijd blindelings (zonder het te beseffen) ronddwalen.

وَ لَوۡ اَنَّنَا نَزَّلۡنَاۤ اِلَیۡہِمُ الۡمَلٰٓئِکَۃَ وَ کَلَّمَہُمُ الۡمَوۡتٰی وَ حَشَرۡنَا عَلَیۡہِمۡ کُلَّ شَیۡءٍ قُبُلًا مَّا کَانُوۡا لِیُؤۡمِنُوۡۤا اِلَّاۤ اَنۡ یَّشَآءَ اللّٰہُ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَہُمۡ یَجۡہَلُوۡنَ ﴿۱۱۱﴾

006.111 Walaw annana nazzalna ilayhimu almala-ikata wakallamahumu almawta wahasharna AAalayhim kulla shay-in qubulan ma kanoo liyu/minoo illa an yashaa Allahu walakinna aktharahum yajhaloona

6:111 En zelfs als Wij de engelen tot hen lieten neerdalen, en de doden tot hen lieten spreken, en Wij zouden alles (alle bewijzen) voor het oog brengen, dan nog zouden ze niet geloven, behalve als Allah het wilt. De meeste van hen zijn onwetend.

وَ کَذٰلِکَ جَعَلۡنَا لِکُلِّ نَبِیٍّ عَدُوًّا شَیٰطِیۡنَ الۡاِنۡسِ وَ الۡجِنِّ یُوۡحِیۡ بَعۡضُہُمۡ اِلٰی بَعۡضٍ زُخۡرُفَ الۡقَوۡلِ غُرُوۡرًا ؕ وَ لَوۡ شَآءَ رَبُّکَ مَا فَعَلُوۡہُ فَذَرۡہُمۡ وَ مَا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۱۱۲﴾

006.112 Wakathalika jaAAalna likulli nabiyyin AAaduwwan shayateena al-insi waaljinni yoohee baAAduhum ila baAAdin zukhrufa alqawli ghurooran walaw shaa rabbuka ma faAAaloohu fatharhum wama yaftaroona

6:112 En daardoor hebben Wij voor iedere Profeet een vijand gemaakt, van duivels van onder de mensen en de djiens, die elkaar inspireren met sierlijke misleidende toespraken. Echter als jouw Heer het had gewild, dan waren ze niet instaat om het te doen. Dus laat hen (doen wat ze doen) en wat ze verzinnen.

وَ لِتَصۡغٰۤی اِلَیۡہِ اَفۡـِٕدَۃُ الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡاٰخِرَۃِ وَ لِیَرۡضَوۡہُ وَ لِیَقۡتَرِفُوۡا مَا ہُمۡ مُّقۡتَرِفُوۡنَ ﴿۱۱۳﴾

006.113 Walitasgha ilayhi af-idatu allatheena la yu/minoona bial-akhirati waliyardawhu waliyaqtarifoo ma hum muqtarifoona

6:113 Zodat de harten van degenen die niet in het Hiernamaals geloven ernaar (de misleiding) neigen. En dat het hen dus behaagt, zodat ze blijven plegen wat ze plegen.

اَفَغَیۡرَ اللّٰہِ اَبۡتَغِیۡ حَکَمًا وَّ ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡزَلَ اِلَیۡکُمُ الۡکِتٰبَ مُفَصَّلًا ؕ وَ الَّذِیۡنَ اٰتَیۡنٰہُمُ الۡکِتٰبَ یَعۡلَمُوۡنَ اَنَّہٗ مُنَزَّلٌ مِّنۡ رَّبِّکَ بِالۡحَقِّ فَلَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡمُمۡتَرِیۡنَ ﴿۱۱۴﴾

006.114 Afaghayra Allahi abtaghee hakaman wahuwa allathee anzala ilaykumu alkitaba mufassalan waallatheena ataynahumu alkitaba yaAAlamoona annahu munazzalun min rabbika bialhaqqi fala takoonanna mina almumtareena

6:114 "Is er iets anders dan Allah, die ik zoek als rechter, terwijl Hij degene is die het boek, dat tot in details uitgelegd is, aan jullie heeft geopenbaard?" En degenen aan wie Wij het schrift hebben gegeven, weten dat het (Kuran) van jullie Heer neergezonden is in waarheid. Behoor dus niet tot degenen die twijfelen. (Notitie de Kuran heeft 114 Surahs, deze Ayah is de 114ste vers van deze Surah. Zie ook 20:114).

وَ تَمَّتۡ کَلِمَتُ رَبِّکَ صِدۡقًا وَّ عَدۡلًا ؕ لَا مُبَدِّلَ لِکَلِمٰتِہٖ ۚ وَ ہُوَ السَّمِیۡعُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۱۱۵﴾

006.115 Watammat kalimatu rabbika sidqan waAAadlan la mubaddila likalimatihi wahuwa alssameeAAu alAAaleemu

6:115 En het woord van jouw Heer is in waarheid en in rechtvaardigheid voltooid. Niemand kan Zijn woord veranderen. En Hij is de Al-Samie'u (de Al-Horende), de Al-A'liemu (Al-wetende).

وَ اِنۡ تُطِعۡ اَکۡثَرَ مَنۡ فِی الۡاَرۡضِ یُضِلُّوۡکَ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ؕ اِنۡ یَّتَّبِعُوۡنَ اِلَّا الظَّنَّ وَ اِنۡ ہُمۡ اِلَّا یَخۡرُصُوۡنَ ﴿۱۱۶﴾

006.116 Wa-in tutiAA akthara man fee al-ardi yudillooka AAan sabeeli Allahi in yattabiAAoona illa alththanna wa-in hum illa yakhrusoona

6:116 En als jij de meesten van hen die op de aarde zijn gehoorzaamt, dan zullen ze je misleiden van Allah's weg. Ze volgen slechts vermoedens en ze doen niets anders dan gissen. (Notitie: Deze vers duidt aan dat er groeperingen ontstaan op basis van vermoedens en gissen binnen het geloof.)

اِنَّ رَبَّکَ ہُوَ اَعۡلَمُ مَنۡ یَّضِلُّ عَنۡ سَبِیۡلِہٖ ۚ وَ ہُوَ اَعۡلَمُ بِالۡمُہۡتَدِیۡنَ ﴿۱۱۷﴾

006.117 Inna rabbaka huwa aAAlamu man yadillu AAan sabeelihi wahuwa aAAlamu bialmuhtadeena

6:117 Voorzeker, jouw Heer, Hij kent wie van Zijn pad afdwaalt het best en Hij weet het meest over degenen die geleid zijn.

فَکُلُوۡا مِمَّا ذُکِرَ اسۡمُ اللّٰہِ عَلَیۡہِ اِنۡ کُنۡتُمۡ بِاٰیٰتِہٖ مُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱۱۸﴾

006.118 Fakuloo mimma thukira ismu Allahi AAalayhi in kuntum bi-ayatihi mu/mineena

6:118 Eet dus van hetgeen waarover Allah naam is genoemd als jullie in Zijn tekenen geloven.

وَ مَا لَکُمۡ اَلَّا تَاۡکُلُوۡا مِمَّا ذُکِرَ اسۡمُ اللّٰہِ عَلَیۡہِ وَ قَدۡ فَصَّلَ لَکُمۡ مَّا حَرَّمَ عَلَیۡکُمۡ اِلَّا مَا اضۡطُرِرۡتُمۡ اِلَیۡہِ ؕ وَ اِنَّ کَثِیۡرًا لَّیُضِلُّوۡنَ بِاَہۡوَآئِہِمۡ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ ؕ اِنَّ رَبَّکَ ہُوَ اَعۡلَمُ بِالۡمُعۡتَدِیۡنَ ﴿۱۱۹﴾

006.119 Wama lakum alla ta/kuloo mimma thukira ismu Allahi AAalayhi waqad fassala lakum ma harrama AAalaykum illa ma idturirtum ilayhi wa-inna katheeran layudilloona bi-ahwa-ihim bighayri AAilmin inna rabbaka huwa aAAlamu bialmuAAtadeena

6:119 En wat is er met jullie, dat jullie hetgeen niet eten waarover de naam van Allah is uitgesproken, terwijl Hij jullie tot in details uitgelegd heeft wat Hij voor jullie verboden heeft verklaard, behalve als jullie ervan genoodzaakt zijn. En voorzeker, velen leiden zichzelf tot misleiding door hun ijdele begeerten zonder (enige) kennis. Voorzeker, jouw Heer, Hij kent de overtreders het best.

وَ ذَرُوۡا ظَاہِرَ الۡاِثۡمِ وَ بَاطِنَہٗ ؕ اِنَّ الَّذِیۡنَ یَکۡسِبُوۡنَ الۡاِثۡمَ سَیُجۡزَوۡنَ بِمَا کَانُوۡا یَقۡتَرِفُوۡنَ ﴿۱۲۰﴾

006.120 Watharoo thahira al-ithmi wabatinahu inna allatheena yaksiboona al-ithma sayujzawna bima kanoo yaqtarifoona

6:120 En hou op met het begaan van de openlijke en de verborgen zonden! Voorzeker, degenen die zondigen ze zullen worden beloond voor wat zij plegen.

وَ لَا تَاۡکُلُوۡا مِمَّا لَمۡ یُذۡکَرِ اسۡمُ اللّٰہِ عَلَیۡہِ وَ اِنَّہٗ لَفِسۡقٌ ؕ وَ اِنَّ الشَّیٰطِیۡنَ لَیُوۡحُوۡنَ اِلٰۤی اَوۡلِیٰٓئِہِمۡ لِیُجَادِلُوۡکُمۡ ۚ وَ اِنۡ اَطَعۡتُمُوۡہُمۡ اِنَّکُمۡ لَمُشۡرِکُوۡنَ ﴿۱۲۱﴾

006.121 Wala ta/kuloo mimma lam yuthkari ismu Allahi AAalayhi wa-innahu lafisqun wa-inna alshshayateena layoohoona ila awliya-ihim liyujadilookum wa-in ataAAtumoohum innakum lamushrikoona

6:121 En eet niet van hetgeen waarover de naam van Allah niet genoemd is. Voorzeker, het is een ernstige ongehoorzaamheid. De duivels inspireren hun vrienden, zodat ze met jullie kunnen disputeren. En als jullie hen gehoorzamen, dan zullen jullie tot de polythe´sten behoren.

اَوَ مَنۡ کَانَ مَیۡتًا فَاَحۡیَیۡنٰہُ وَ جَعَلۡنَا لَہٗ نُوۡرًا یَّمۡشِیۡ بِہٖ فِی النَّاسِ کَمَنۡ مَّثَلُہٗ فِی الظُّلُمٰتِ لَیۡسَ بِخَارِجٍ مِّنۡہَا ؕ کَذٰلِکَ زُیِّنَ لِلۡکٰفِرِیۡنَ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۲۲﴾

006.122 Awa man kana maytan faahyaynahu wajaAAalna lahu nooran yamshee bihi fee alnnasi kaman mathaluhu fee alththulumati laysa bikharijin minha kathalika zuyyina lilkafireena ma kanoo yaAAmaloona

6:122 Is degenen die dood was en vervolgens gaven Wij hem leven en Wij maakten licht voor hem, waarmee hij onder de mensen loopt, gelijk aan degenen die in de duisternis loopt en er niet uitkomt? Zo wordt voor de ongelovigen hun daden schoonschijnend gemaakt. (16:97) (Allah maakt de daden van de ongelovigen schoonschijnend wanneer ze weigeren te geloven, zie 6:113)

وَ کَذٰلِکَ جَعَلۡنَا فِیۡ کُلِّ قَرۡیَۃٍ اَکٰبِرَ مُجۡرِمِیۡہَا لِیَمۡکُرُوۡا فِیۡہَا ؕ وَ مَا یَمۡکُرُوۡنَ اِلَّا بِاَنۡفُسِہِمۡ وَ مَا یَشۡعُرُوۡنَ ﴿۱۲۳﴾

006.123 Wakathalika jaAAalna fee kulli qaryatin akabira mujrimeeha liyamkuroo feeha wama yamkuroona illa bi-anfusihim wama yashAAuroona

6:123 En dus hebben Wij in elke stad de grootste misdadiger geplaatst, zodat ze erin kunnen misdragen. Echter ze misdragen alleen tegen hun zelf, ze beseffen het zelf niet.

وَ اِذَا جَآءَتۡہُمۡ اٰیَۃٌ قَالُوۡا لَنۡ نُّؤۡمِنَ حَتّٰی نُؤۡتٰی مِثۡلَ مَاۤ اُوۡتِیَ رُسُلُ اللّٰہِ ؕۘؔ اَللّٰہُ اَعۡلَمُ حَیۡثُ یَجۡعَلُ رِسَالَتَہٗ ؕ سَیُصِیۡبُ الَّذِیۡنَ اَجۡرَمُوۡا صَغَارٌ عِنۡدَ اللّٰہِ وَ عَذَابٌ شَدِیۡدٌۢ بِمَا کَانُوۡا یَمۡکُرُوۡنَ ﴿۱۲۴﴾

006.124 Wa-itha jaat-hum ayatun qaloo lan nu/mina hatta nu/ta mithla ma ootiya rusulu Allahi Allahu aAAlamu haythu yajAAalu risalatahu sayuseebu allatheena ajramoo sagharun AAinda Allahi waAAathabun shadeedun bima kanoo yamkuroona

6:124 En wanneer er een teken tot hen komt, zeggen zei: "Nooit zullen we geloven totdat, we hetzelfde krijgen wat Allah's boodschappers hebben gekregen." Allah weet het best waar Hij Zijn boodschap plaatst. De criminelen zullen een vernedering van Allah en een enorme straf krijgen voor hetgeen ze bedachten\beramen.

فَمَنۡ یُّرِدِ اللّٰہُ اَنۡ یَّہۡدِیَہٗ یَشۡرَحۡ صَدۡرَہٗ لِلۡاِسۡلَامِ ۚ وَ مَنۡ یُّرِدۡ اَنۡ یُّضِلَّہٗ یَجۡعَلۡ صَدۡرَہٗ ضَیِّقًا حَرَجًا کَاَنَّمَا یَصَّعَّدُ فِی السَّمَآءِ ؕ کَذٰلِکَ یَجۡعَلُ اللّٰہُ الرِّجۡسَ عَلَی الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۱۲۵﴾

006.125 Faman yuridi Allahu an yahdiyahu yashrah sadrahu lil-islami waman yurid an yudillahu yajAAal sadrahu dayyiqan harajan kaannama yassaAAAAadu fee alssama-i kathalika yajAAalu Allahu alrrijsa AAala allatheena la yu/minoona

6:125 En als iemand wilt dat Allah hem leidt, dan vergroot Hij (Allah) zijn borst naar de Islam. En als Hij iemand wilt laten dwalen, dan maakt Hij zijn borst strak en vernauwt, net alsof hij naar de hemel klimt. Allah plaatst dus de straf op degenen die niet geloven.

وَ ہٰذَا صِرَاطُ رَبِّکَ مُسۡتَقِیۡمًا ؕ قَدۡ فَصَّلۡنَا الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّذَّکَّرُوۡنَ ﴿۱۲۶﴾

006.126 Wahatha siratu rabbika mustaqeeman qad fassalna al-ayati liqawmin yaththakkaroona

6:126 En dit is het pad van jouw Heer, recht. Waarlijk, Wij hebben de tekenen gedetailleerd toegelicht voor een volk dat gehoor aan geeft.

لَہُمۡ دَارُ السَّلٰمِ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ وَ ہُوَ وَلِیُّہُمۡ بِمَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۲۷﴾

006.127 Lahum daru alssalami AAinda rabbihim wahuwa waliyyuhum bima kanoo yaAAmaloona

6:127 Voor hen zal er het huis van vrede zijn, dichtbij hun Heer. En Hij zal hun Beschermende vriend zijn vanwege hetgeen ze deden (aan goede daden gedurende het wereldse leven).

وَ یَوۡمَ یَحۡشُرُہُمۡ جَمِیۡعًا ۚ یٰمَعۡشَرَ الۡجِنِّ قَدِ اسۡتَکۡثَرۡتُمۡ مِّنَ الۡاِنۡسِ ۚ وَ قَالَ اَوۡلِیٰٓؤُہُمۡ مِّنَ الۡاِنۡسِ رَبَّنَا اسۡتَمۡتَعَ بَعۡضُنَا بِبَعۡضٍ وَّ بَلَغۡنَاۤ اَجَلَنَا الَّذِیۡۤ اَجَّلۡتَ لَنَا ؕ قَالَ النَّارُ مَثۡوٰىکُمۡ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اِلَّا مَا شَآءَ اللّٰہُ ؕ اِنَّ رَبَّکَ حَکِیۡمٌ عَلِیۡمٌ ﴿۱۲۸﴾

006.128 Wayawma yahshuruhum jameeAAan ya maAAshara aljinni qadi istakthartum mina al-insi waqala awliyaohum mina al-insi rabbana istamtaAAa baAAduna bibaAAdin wabalaghna ajalana allathee ajjalta lana qala alnnaru mathwakum khalideena feeha illa ma shaa Allahu inna rabbaka hakeemun AAaleemun

6:128 En op de dag dat Hij hen allen zal verzamelen, zal Hij zeggen:" O groep van djiens! Waarlijk, jullie hebben velen van de mensen doen misleiden." En hun vrienden onder de mensheid zullen zeggen:"Onze Heer enkele van ons hebben van elkaar geprofiteerd en nu hebben we de termijn bereikt die U voor ons vastgesteld had." Hij zal zeggen:" Het vuur is jullie verblijfplaats, daarin zullen jullie eeuwig in verblijven, behalve als Allah iets wilt. Voorzeker, jouw Heer is Al-Hakiem (de Alwijze), Aliem (de Alwetende)."

وَ کَذٰلِکَ نُوَلِّیۡ بَعۡضَ الظّٰلِمِیۡنَ بَعۡضًۢا بِمَا کَانُوۡا یَکۡسِبُوۡنَ ﴿۱۲۹﴾

006.129 Wakathalika nuwallee baAAda alththalimeena baAAdan bima kanoo yaksiboona

6:129 En dus maken Wij sommige van de onrechtplegers (onder de mensen) bondgenoten met anderen (djiens) voor hetgeen ze verdienen. (Zie 43:36)

یٰمَعۡشَرَ الۡجِنِّ وَ الۡاِنۡسِ اَلَمۡ یَاۡتِکُمۡ رُسُلٌ مِّنۡکُمۡ یَقُصُّوۡنَ عَلَیۡکُمۡ اٰیٰتِیۡ وَ یُنۡذِرُوۡنَکُمۡ لِقَآءَ یَوۡمِکُمۡ ہٰذَا ؕ قَالُوۡا شَہِدۡنَا عَلٰۤی اَنۡفُسِنَا وَ غَرَّتۡہُمُ الۡحَیٰوۃُ الدُّنۡیَا وَ شَہِدُوۡا عَلٰۤی اَنۡفُسِہِمۡ اَنَّہُمۡ کَانُوۡا کٰفِرِیۡنَ ﴿۱۳۰﴾

006.130 Ya maAAshara aljinni waal-insi alam ya/tikum rusulun minkum yaqussoona AAalaykum ayatee wayunthiroonakum liqaa yawmikum hatha qaloo shahidna AAala anfusina wagharrat-humu alhayatu alddunya washahidoo AAala anfusihim annahum kanoo kafireena

6:130 "O groepen van djins en mensen! Kwamen er geen boodschappers tot jullie, vanuit jullie gemeenschap, die Mijn tekenen voordroegen en jullie waarschuwden voor de ontmoeting van deze dag (dag des oordeels)? Zij zullen zeggen:" Wij getuigen tegen onszelf." En het wereldse leven heeft hen misleid en zij zullen getuigen tegen hunzelf dat zij ongelovig waren.

ذٰلِکَ اَنۡ لَّمۡ یَکُنۡ رَّبُّکَ مُہۡلِکَ الۡقُرٰی بِظُلۡمٍ وَّ اَہۡلُہَا غٰفِلُوۡنَ ﴿۱۳۱﴾

006.131 Thalika an lam yakun rabbuka muhlika alqura bithulmin waahluha ghafiloona

6:131 Dat (de verkondigingen van de Boodschappers) is omdat Jouw Heer niet degene is die steden vernietigt voor hun onrecht, terwijl er mensen in bevinden die niet bewust zijn (van de tekenen, 17:15).

وَ لِکُلٍّ دَرَجٰتٌ مِّمَّا عَمِلُوۡا ؕ وَ مَا رَبُّکَ بِغَافِلٍ عَمَّا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۳۲﴾

006.132 Walikullin darajatun mimma AAamiloo wama rabbuka bighafilin AAamma yaAAmaloona

6:132 En iedereen zal een bepaalde niveau hebben (in het hiernamaals) afhankelijk van de daden die ze hebben gedaan. En jouw Heer is bewust van wat ze doen.

وَ رَبُّکَ الۡغَنِیُّ ذُو الرَّحۡمَۃِ ؕ اِنۡ یَّشَاۡ یُذۡہِبۡکُمۡ وَ یَسۡتَخۡلِفۡ مِنۡۢ بَعۡدِکُمۡ مَّا یَشَآءُ کَمَاۤ اَنۡشَاَکُمۡ مِّنۡ ذُرِّیَّۃِ قَوۡمٍ اٰخَرِیۡنَ ﴿۱۳۳﴾ؕ

006.133 Warabbuka alghaniyyu thoo alrrahmati in yasha/ yuthhibkum wayastakhlif min baAAdikum ma yashao kama anshaakum min thurriyyati qawmin akhareena

6:133 En jouw Heer is Al-Ghanie (degene die niets nodig heeft. Hij is Degene die volledig onafhankelijk is en de hele schepping is afhankelijk van Zijn rijkdom. Hij heeft geen hulp of hulp van iets of iemand nodig, maar toch hebben allen Hem nodig), de bezitter van barmhartigheid. Als Hij het wilt kan Hij jullie ontnemen en na jullie (vernietiging), de opvolging (van de mensheid) schenken aan wie Hij wilt. Net zoals Hij jullie heeft voortgebracht als nakomelingen van een ander volk.

اِنَّ مَا تُوۡعَدُوۡنَ لَاٰتٍ ۙ وَّ مَاۤ اَنۡتُمۡ بِمُعۡجِزِیۡنَ ﴿۱۳۴﴾

006.134 Inna ma tooAAadoona laatin wama antum bimuAAjizeena

6:134 Voorzeker, wat aan jullie beloofd is, zal zeker komen. En jullie kunnen er niet van vluchten.

قُلۡ یٰقَوۡمِ اعۡمَلُوۡا عَلٰی مَکَانَتِکُمۡ اِنِّیۡ عَامِلٌ ۚ فَسَوۡفَ تَعۡلَمُوۡنَ ۙ مَنۡ تَکُوۡنُ لَہٗ عَاقِبَۃُ الدَّارِ ؕ اِنَّہٗ لَا یُفۡلِحُ الظّٰلِمُوۡنَ ﴿۱۳۵﴾

006.135 Qul ya qawmi iAAmaloo AAala makanatikum innee AAamilun fasawfa taAAlamoona man takoonu lahu AAaqibatu alddari innahu la yuflihu alththalimoona

6:135 Zeg: "O mijn volk, werk volgens jullie manier, voorzeker ik werk op mijn manier. En spoedig zullen jullie weten wie voor zichzelf een (goed) tehuis heeft. Voorzeker, de verderfzaaiers zullen niet slagen."(Zie Surah 109)

وَ جَعَلُوۡا لِلّٰہِ مِمَّا ذَرَاَ مِنَ الۡحَرۡثِ وَ الۡاَنۡعَامِ نَصِیۡبًا فَقَالُوۡا ہٰذَا لِلّٰہِ بِزَعۡمِہِمۡ وَ ہٰذَا لِشُرَکَآئِنَا ۚ فَمَا کَانَ لِشُرَکَآئِہِمۡ فَلَا یَصِلُ اِلَی اللّٰہِ ۚ وَ مَا کَانَ لِلّٰہِ فَہُوَ یَصِلُ اِلٰی شُرَکَآئِہِمۡ ؕ سَآءَ مَا یَحۡکُمُوۡنَ ﴿۱۳۶﴾

006.136 WajaAAaloo lillahi mimma tharaa mina alharthi waal-anAAami naseeban faqaloo hatha lillahi bizaAAmihim wahatha lishuraka-ina fama kana lishuraka-ihim fala yasilu ila Allahi wama kana lillahi fahuwa yasilu ila shuraka-ihim saa ma yahkumoona

6:136 En ze kennen een gedeelte van wat Hij (Allah) schenkt aan oogst en vee, toe voor (de weg van) Allah (voor o.a. het voeden van de armen). En ze zeggen:"Dit (deel) is voor Allah", (dat bepaald is) volgens hun eigen beslissing, "en dit deel is voor onze bemiddelaars." Echter, hetgeen wat voor de bemiddelaars bestemd is, zal Allah niet bereiken (de bemiddelaars zullen het zelf gebruiken en ze zullen het niet gebruiken voor goede doelen als bemiddeling bij Allah, gezien ze weten dat ze niet kunnen bemiddelen bij Allah), terwijl wat voor Allah bestemd was (voor goede doelen), zal hun bemiddelaars bereiken (de bemiddelaars zullen ook dat deel voor zichzelf houden en niet uitgeven als goede doelen). Kwaad is hoe ze beslissen!

وَ کَذٰلِکَ زَیَّنَ لِکَثِیۡرٍ مِّنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ قَتۡلَ اَوۡلَادِہِمۡ شُرَکَآؤُہُمۡ لِیُرۡدُوۡہُمۡ وَ لِیَلۡبِسُوۡا عَلَیۡہِمۡ دِیۡنَہُمۡ ؕ وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ مَا فَعَلُوۡہُ فَذَرۡہُمۡ وَ مَا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۱۳۷﴾

006.137 Wakathalika zayyana likatheerin mina almushrikeena qatla awladihim shurakaohum liyurdoohum waliyalbisoo AAalayhim deenahum walaw shaa Allahu ma faAAaloohu fatharhum wama yaftaroona

6:137 En zo ook deden de bemiddelaars bij velen van de polythe´sten het doden van hun kinderen, verheerlijken. Zodat ze hen konden ru´neren en dat ze verwarring in hun religie konden brengen. En als Allah het had gewild, dan hadden zij het niet gedaan. Laat hen dus (doen wat ze doen) en wat ze bedenken.

وَ قَالُوۡا ہٰذِہٖۤ اَنۡعَامٌ وَّ حَرۡثٌ حِجۡرٌ ٭ۖ لَّا یَطۡعَمُہَاۤ اِلَّا مَنۡ نَّشَآءُ بِزَعۡمِہِمۡ وَ اَنۡعَامٌ حُرِّمَتۡ ظُہُوۡرُہَا وَ اَنۡعَامٌ لَّا یَذۡکُرُوۡنَ اسۡمَ اللّٰہِ عَلَیۡہَا افۡتِرَآءً عَلَیۡہِ ؕ سَیَجۡزِیۡہِمۡ بِمَا کَانُوۡا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۱۳۸﴾

006.138 Waqaloo hathihi anAAamun waharthun hijrun la yatAAamuha illa man nashao bizaAAmihim waanAAamun hurrimat thuhooruha waanAAamun la yathkuroona isma Allahi AAalayha iftiraan AAalayhi sayajzeehim bima kanoo yaftaroona

6:138 En ze zeggen: "Deze vee en gewassen zijn verboden. Niemand mag er van eten, behalve wie we willen". Dit is bepaald volgens hun eigen beslissing. En (ze beslissen dat) er is vee waarvan hun ruggen verboden zijn (om erop te rijden). En er is vee waarvan ze de naam van Allah niet erover noemen (bij het slachten) dit als uitdaging tegen Hem (Allah). Hij zal hun vergelden voor wat ze bedenken. (36:60-64)

وَ قَالُوۡا مَا فِیۡ بُطُوۡنِ ہٰذِہِ الۡاَنۡعَامِ خَالِصَۃٌ لِّذُکُوۡرِنَا وَ مُحَرَّمٌ عَلٰۤی اَزۡوَاجِنَا ۚ وَ اِنۡ یَّکُنۡ مَّیۡتَۃً فَہُمۡ فِیۡہِ شُرَکَآءُ ؕ سَیَجۡزِیۡہِمۡ وَصۡفَہُمۡ ؕ اِنَّہٗ حَکِیۡمٌ عَلِیۡمٌ ﴿۱۳۹﴾

006.139 Waqaloo ma fee butooni hathihi al-anAAami khalisatun lithukoorina wamuharramun AAala azwajina wa-in yakun maytatan fahum feehi shurakao sayajzeehim wasfahum innahu hakeemun AAaleemun

6:139 En ze zeggen:" Wat in de baarmoeders zijn van deze vee, is alleen bestemd voor onze mannen en dus verboden voor onze echtgenoten. Maar als het dood is, dan hebben ze allen er een aandeel in." Hij zal hen vergelden voor hun (leugenachtige) eigenschappen! Voorzeker, Hij is al-Hakiem (de Alwijze) en Aliem (de Alwetende).

قَدۡ خَسِرَ الَّذِیۡنَ قَتَلُوۡۤا اَوۡلَادَہُمۡ سَفَہًۢا بِغَیۡرِ عِلۡمٍ وَّ حَرَّمُوۡا مَا رَزَقَہُمُ اللّٰہُ افۡتِرَآءً عَلَی اللّٰہِ ؕ قَدۡ ضَلُّوۡا وَ مَا کَانُوۡا مُہۡتَدِیۡنَ ﴿۱۴۰﴾

006.140 Qad khasira allatheena qataloo awladahum safahan bighayri AAilmin waharramoo ma razaqahumu Allahu iftiraan AAala Allahi qad dalloo wama kanoo muhtadeena

6:140 Waarlijk, degenen die hun kinderen uit waanzin hebben gedood, zonder enige kennis, zijn in verlies en ze verboden hierdoor Allah's gunst. Dit (kwam alleen) door leugens die ze tegen Allah verzonnen. Voorwaar, ze zijn ver afgedwaald en ze behoren niet tot de recht geleidende. (Kinderen worden gezien als gunsten van Allah, zie 6:151, 17:31)

وَ ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡشَاَ جَنّٰتٍ مَّعۡرُوۡشٰتٍ وَّ غَیۡرَ مَعۡرُوۡشٰتٍ وَّ النَّخۡلَ وَ الزَّرۡعَ مُخۡتَلِفًا اُکُلُہٗ وَ الزَّیۡتُوۡنَ وَ الرُّمَّانَ مُتَشَابِہًا وَّ غَیۡرَ مُتَشَابِہٍ ؕ کُلُوۡا مِنۡ ثَمَرِہٖۤ اِذَاۤ اَثۡمَرَ وَ اٰتُوۡا حَقَّہٗ یَوۡمَ حَصَادِہٖ ۫ۖ وَ لَا تُسۡرِفُوۡا ؕ اِنَّہٗ لَا یُحِبُّ الۡمُسۡرِفِیۡنَ ﴿۱۴۱﴾ۙ

006.141 Wahuwa allathee anshaa jannatin maAArooshatin waghayra maAArooshatin waalnnakhla waalzzarAAa mukhtalifan okuluhu waalzzaytoona waalrrummana mutashabihan waghayra mutashabihin kuloo min thamarihi itha athmara waatoo haqqahu yawma hasadihi wala tusrifoo innahu la yuhibbu almusrifeena

6:141 En Hij is Degene Die tuinen voortbrengt, beschut of anders gevormd, met de dadelpalm en de gewassen divers van smaak, en olijven en granaatappels, lijkend en niet lijkend op elkaar (zie ook 6:99). Eet van zijn fruit wanneer ze rijp zijn en betaal de vastgestelde deel ervan (zakaat) op de dag van zijn oogst. En verspil niet door onzinnigheid. Voorzeker, Hij houdt niet van degenen die overdrijven.

وَ مِنَ الۡاَنۡعَامِ حَمُوۡلَۃً وَّ فَرۡشًا ؕ کُلُوۡا مِمَّا رَزَقَکُمُ اللّٰہُ وَ لَا تَتَّبِعُوۡا خُطُوٰتِ الشَّیۡطٰنِ ؕ اِنَّہٗ لَکُمۡ عَدُوٌّ مُّبِیۡنٌ ﴿۱۴۲﴾ۙ

006.142 Wamina al-anAAami hamoolatan wafarshan kuloo mimma razaqakumu Allahu wala tattabiAAoo khutuwati alshshaytani innahu lakum AAaduwwun mubeenun

6:142 En van de vee, zijn er enkele als lastdieren en weer anderen voor het vlees. Eet van, wat door Allah aan jullie verschaft is en volg de voetstappen van de satan niet. Voorzeker, hij is voor jullie een duidelijke vijand.

ثَمٰنِیَۃَ اَزۡوَاجٍ ۚ مِنَ الضَّاۡنِ اثۡنَیۡنِ وَ مِنَ الۡمَعۡزِ اثۡنَیۡنِ ؕ قُلۡ ءٰٓالذَّکَرَیۡنِ حَرَّمَ اَمِ الۡاُنۡثَیَیۡنِ اَمَّا اشۡتَمَلَتۡ عَلَیۡہِ اَرۡحَامُ الۡاُنۡثَیَیۡنِ ؕ نَبِّـُٔوۡنِیۡ بِعِلۡمٍ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۱۴۳﴾ۙ

006.143 Thamaniyata azwajin mina aldda/ni ithnayni wamina almaAAzi ithnayni qul alththakarayni harrama ami alonthayayni amma ishtamalat AAalayhi arhamu alonthayayni nabbi-oonee biAAilmin in kuntum sadiqeena

6:143 Acht paren (van de vee dieren in totaal zijn toegestaan). Van de schapen twee (zowel mannelijk als vrouwelijk), van de geiten twee (zowel mannelijk als vrouwelijk). Zeg: "Heeft Hij de twee mannelijke of de twee vrouwelijke dieren verboden verklaard, of wat in de baarmoeders van de twee vrouwelijke dieren bevinden? Informeer Mij dan op basis van kennis indien jullie streven naar de waarheid."

وَ مِنَ الۡاِبِلِ اثۡنَیۡنِ وَ مِنَ الۡبَقَرِ اثۡنَیۡنِ ؕ قُلۡ ءٰٓالذَّکَرَیۡنِ حَرَّمَ اَمِ الۡاُنۡثَیَیۡنِ اَمَّا اشۡتَمَلَتۡ عَلَیۡہِ اَرۡحَامُ الۡاُنۡثَیَیۡنِ ؕ اَمۡ کُنۡتُمۡ شُہَدَآءَ اِذۡ وَصّٰکُمُ اللّٰہُ بِہٰذَا ۚ فَمَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنِ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا لِّیُضِلَّ النَّاسَ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۱۴۴﴾

006.144 Wamina al-ibili ithnayni wamina albaqari ithnayni qul alththakarayni harrama ami alonthayayni amma ishtamalat AAalayhi arhamu alonthayayni am kuntum shuhadaa ith wassakumu Allahu bihatha faman athlamu mimmani iftara AAala Allahi kathiban liyudilla alnnasa bighayri AAilmin inna Allaha la yahdee alqawma alththalimeena

6:144 En twee van de kamelen (zowel mannelijk als vrouwelijk) en de koe en de stier. Zeg: "Heeft Hij de twee mannelijke of de twee vrouwelijke dieren verboden verklaard, of wat in de baarmoeders van de twee vrouwelijke dieren bevinden? Waren jullie getuigen toen Allah dit tegen jullie gebood? Wie is er dan meer onrechtvaardig dan iemand die een leugen tegen Allah verzint zonder kennis, om de mensen te misleiden? Voorzeker, Allah leidt de mensen die verderf zaaien niet."

قُلۡ لَّاۤ اَجِدُ فِیۡ مَاۤ اُوۡحِیَ اِلَیَّ مُحَرَّمًا عَلٰی طَاعِمٍ یَّطۡعَمُہٗۤ اِلَّاۤ اَنۡ یَّکُوۡنَ مَیۡتَۃً اَوۡ دَمًا مَّسۡفُوۡحًا اَوۡ لَحۡمَ خِنۡزِیۡرٍ فَاِنَّہٗ رِجۡسٌ اَوۡ فِسۡقًا اُہِلَّ لِغَیۡرِ اللّٰہِ بِہٖ ۚ فَمَنِ اضۡطُرَّ غَیۡرَ بَاغٍ وَّ لَا عَادٍ فَاِنَّ رَبَّکَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۴۵﴾

006.145 Qul la ajidu feema oohiya ilayya muharraman AAala taAAimin yatAAamuhu illa an yakoona maytatan aw daman masfoohan aw lahma khinzeerin fa-innahu rijsun aw fisqan ohilla lighayri Allahi bihi famani idturra ghayra baghin wala AAadin fa-inna rabbaka ghafoorun raheemun

6:145 Zeg: "Ik vind geen verbod, in hetgeen wat aan mij geopenbaard is, op het eten, behalve dode dieren, het bloed en het varkens/zwijnenvlees. Voorzeker, allen zijn namelijk onrein. En (ook verboden is het voedsel) dat toegewijd is aan iets anders dan Allah. Maar wie genoodzaakt is, niet verlangend en niet overschrijdend, dan voorzeker jou Heer is Al-Ghavoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (meest Barmhartig).

وَ عَلَی الَّذِیۡنَ ہَادُوۡا حَرَّمۡنَا کُلَّ ذِیۡ ظُفُرٍ ۚ وَ مِنَ الۡبَقَرِ وَ الۡغَنَمِ حَرَّمۡنَا عَلَیۡہِمۡ شُحُوۡمَہُمَاۤ اِلَّا مَا حَمَلَتۡ ظُہُوۡرُہُمَاۤ اَوِ الۡحَوَایَاۤ اَوۡ مَا اخۡتَلَطَ بِعَظۡمٍ ؕ ذٰلِکَ جَزَیۡنٰہُمۡ بِبَغۡیِہِمۡ ۫ۖ وَ اِنَّا لَصٰدِقُوۡنَ ﴿۱۴۶﴾

006.146 WaAAala allatheena hadoo harramna kulla thee thufurin wamina albaqari waalghanami harramna AAalayhim shuhoomahuma illa ma hamalat thuhooruhuma awi alhawaya aw ma ikhtalata biAAathmin thalika jazaynahum bibaghyihim wa-inna lasadiqoona

6:146 En voor de Joden verboden Wij alle dieren met klauwen (te eten). En van de koeien en schapen verboden Wij het vet voor hen, behalve het vet van de ruggen, de ingewanden en wat versmolten is met het bot. Dat is hun tegenmaatregel voor hun rebels gedrag. En voorzeker, Wij zijn oprecht.

فَاِنۡ کَذَّبُوۡکَ فَقُلۡ رَّبُّکُمۡ ذُوۡ رَحۡمَۃٍ وَّاسِعَۃٍ ۚ وَ لَا یُرَدُّ بَاۡسُہٗ عَنِ الۡقَوۡمِ الۡمُجۡرِمِیۡنَ ﴿۱۴۷﴾

006.147 Fa-in kaththabooka faqul rabbukum thoo rahmatin wasiAAatin wala yuraddu ba/suhu AAani alqawmi almujrimeena

6:147 Maar als zij jullie verwerpen zeg dan:" Jou heer is de bezitter van enorme Barmhartigheid, echter zijn toorn\woede kan niet gestopt worden voor de misdadigers."

سَیَقُوۡلُ الَّذِیۡنَ اَشۡرَکُوۡا لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ مَاۤ اَشۡرَکۡنَا وَ لَاۤ اٰبَآؤُنَا وَ لَا حَرَّمۡنَا مِنۡ شَیۡءٍ ؕ کَذٰلِکَ کَذَّبَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ حَتّٰی ذَاقُوۡا بَاۡسَنَا ؕ قُلۡ ہَلۡ عِنۡدَکُمۡ مِّنۡ عِلۡمٍ فَتُخۡرِجُوۡہُ لَنَا ؕ اِنۡ تَتَّبِعُوۡنَ اِلَّا الظَّنَّ وَ اِنۡ اَنۡتُمۡ اِلَّا تَخۡرُصُوۡنَ ﴿۱۴۸﴾

006.148 Sayaqoolu allatheena ashrakoo law shaa Allahu ma ashrakna wala abaona wala harramna min shay-in kathalika kaththaba allatheena min qablihim hatta thaqoo ba/sana qul hal AAindakum min AAilmin fatukhrijoohu lana in tattabiAAoona illa alththanna wa-in antum illa takhrusoona

6:148 De polythe´sten zullen zeggen: "Als Allah het had gewild dan zouden we geen bemiddelaars/partnerschap toekennen en evenmin onze voorvaders (ze zouden het ook niet hebben gedaan). En er zou geen verbod zijn geweest op iets." Evenzo verwierpen vorige generaties (de tekenen) totdat ze Onze toorn proefde. Zeg:" Is er bij jullie enige bewijs? Breng het dan voor ons! Jullie volgen slechts aannames en jullie gissen slechts."

قُلۡ فَلِلّٰہِ الۡحُجَّۃُ الۡبَالِغَۃُ ۚ فَلَوۡ شَآءَ لَہَدٰىکُمۡ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿۱۴۹﴾

006.149 Qul falillahi alhujjatu albalighatu falaw shaa lahadakum ajmaAAeena

6:149 Zeg: "Bij Allah slechts is het ultieme bewijs. En als Hij het had gewild, dan had Hij jullie allen geleid."

قُلۡ ہَلُمَّ شُہَدَآءَکُمُ الَّذِیۡنَ یَشۡہَدُوۡنَ اَنَّ اللّٰہَ حَرَّمَ ہٰذَا ۚ فَاِنۡ شَہِدُوۡا فَلَا تَشۡہَدۡ مَعَہُمۡ ۚ وَ لَا تَتَّبِعۡ اَہۡوَآءَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا وَ الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡاٰخِرَۃِ وَ ہُمۡ بِرَبِّہِمۡ یَعۡدِلُوۡنَ ﴿۱۵۰﴾

006.150 Qul halumma shuhadaakumu allatheena yashhadoona anna Allaha harrama hatha fa-in shahidoo fala tashhad maAAahum wala tattabiAA ahwaa allatheena kaththaboo bi-ayatina waallatheena la yu/minoona bial-akhirati wahum birabbihim yaAAdiloona

6:150 Zeg: "Breng jullie getuigen! Degenen die getuigen dat Allah dit (de vee en gewassen 6:138) verboden heeft verklaard." Als ze dan getuigen, stem dan niet in met hun getuigenis. Volg (namelijk) niet de verlangens van degenen die Onze tekenen verwerpen en die niet in het hiernamaals geloven, terwijl ze wel gelijken/partners toekennen aan hun Heer.

قُلۡ تَعَالَوۡا اَتۡلُ مَا حَرَّمَ رَبُّکُمۡ عَلَیۡکُمۡ اَلَّا تُشۡرِکُوۡا بِہٖ شَیۡئًا وَّ بِالۡوَالِدَیۡنِ اِحۡسَانًا ۚ وَ لَا تَقۡتُلُوۡۤا اَوۡلَادَکُمۡ مِّنۡ اِمۡلَاقٍ ؕ نَحۡنُ نَرۡزُقُکُمۡ وَ اِیَّاہُمۡ ۚ وَ لَا تَقۡرَبُوا الۡفَوَاحِشَ مَا ظَہَرَ مِنۡہَا وَ مَا بَطَنَ ۚ وَ لَا تَقۡتُلُوا النَّفۡسَ الَّتِیۡ حَرَّمَ اللّٰہُ اِلَّا بِالۡحَقِّ ؕ ذٰلِکُمۡ وَصّٰکُمۡ بِہٖ لَعَلَّکُمۡ تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۱۵۱﴾

006.151 Qul taAAalaw atlu ma harrama rabbukum AAalaykum alla tushrikoo bihi shay-an wabialwalidayni ihsanan wala taqtuloo awladakum min imlaqin nahnu narzuqukum wa-iyyahum wala taqraboo alfawahisha ma thahara minha wama batana wala taqtuloo alnnafsa allatee harrama Allahu illa bialhaqqi thalikum wassakum bihi laAAallakum taAAqiloona

6:151 Zeg: "Kom hier! Ik zal oplezen wat jullie Heer voor jullie verboden heeft verklaard. Ken dus niets (geen bemiddelaars/partnerschap, etc) aan Hem (Allah) toe. Wees goed voor je ouders. Dood jullie kinderen uit armoede niet, Wij voorzien jullie en hen. Nader de onzedelijkheid niet, zowel het openlijke als het verborgen ervan. Dood geen persoon, wat door Allah verboden is verklaard, tenzij het volgens het recht is (2:178). Deze (geboden) zijn door Allah op jullie bevolen, zodat jullie je verstand kunnen gebruiken.

وَ لَا تَقۡرَبُوۡا مَالَ الۡیَتِیۡمِ اِلَّا بِالَّتِیۡ ہِیَ اَحۡسَنُ حَتّٰی یَبۡلُغَ اَشُدَّہٗ ۚ وَ اَوۡفُوا الۡکَیۡلَ وَ الۡمِیۡزَانَ بِالۡقِسۡطِ ۚ لَا نُکَلِّفُ نَفۡسًا اِلَّا وُسۡعَہَا ۚ وَ اِذَا قُلۡتُمۡ فَاعۡدِلُوۡا وَ لَوۡ کَانَ ذَا قُرۡبٰی ۚ وَ بِعَہۡدِ اللّٰہِ اَوۡفُوۡا ؕ ذٰلِکُمۡ وَصّٰکُمۡ بِہٖ لَعَلَّکُمۡ تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۱۵۲﴾ۙ

006.152 Wala taqraboo mala alyateemi illa biallatee hiya ahsanu hatta yablugha ashuddahu waawfoo alkayla waalmeezana bialqisti la nukallifu nafsan illa wusAAaha wa-itha qultum faiAAdiloo walaw kana tha qurba wabiAAahdi Allahi awfoo thalikum wassakum bihi laAAallakum tathakkaroona

6:152 En kom niet aan de rijkdommen van de weeskinderen, behalve als het voordeel geeft (voor de wees zelf) en totdat hij/zij de volwassenheid heeft bereikt. En geef de volledigheid in maat en gewicht, in oprechtheid (bij een transactie). Wij hebben elke Nafs (persoon) belast volgens zijn capaciteit. En wanneer jullie oordelen wees rechtvaardig, zelfs als het een dichtstbijzijnde familielid betreft. En kom het verbond (Salaat, Zakaat, etc) met Allah na, die Hij met jullie heeft gesloten, zodat jullie kunnen gedenken (wat er gaat komen; Allah, het hiernamaals, de dag des oordeels, de berechting, etc).

وَ اَنَّ ہٰذَا صِرَاطِیۡ مُسۡتَقِیۡمًا فَاتَّبِعُوۡہُ ۚ وَ لَا تَتَّبِعُوا السُّبُلَ فَتَفَرَّقَ بِکُمۡ عَنۡ سَبِیۡلِہٖ ؕ ذٰلِکُمۡ وَصّٰکُمۡ بِہٖ لَعَلَّکُمۡ تَتَّقُوۡنَ ﴿۱۵۳﴾

006.153 Waanna hatha siratee mustaqeeman faittabiAAoohu wala tattabiAAoo alssubula fatafarraqa bikum AAan sabeelihi thalikum wassakum bihi laAAallakum tattaqoona

6:153 En dit is Mijn Pad, recht. Dus volg het. En volg geen (andere) wegen, ze zullen jullie laten afdwalen van Zijn pad. Dat is een bevel voor jullie, zodat jullie rechtvaardig kunnen worden.

ثُمَّ اٰتَیۡنَا مُوۡسَی الۡکِتٰبَ تَمَامًا عَلَی الَّذِیۡۤ اَحۡسَنَ وَ تَفۡصِیۡلًا لِّکُلِّ شَیۡءٍ وَّ ہُدًی وَّ رَحۡمَۃً لَّعَلَّہُمۡ بِلِقَآءِ رَبِّہِمۡ یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۱۵۴﴾

006.154 Thumma atayna moosa alkitaba tamaman AAala allathee ahsana watafseelan likulli shay-in wahudan warahmatan laAAallahum biliqa-i rabbihim yu/minoona

6:154 (Gedenk) Toen Wij Moesa het schrift (de Torah) gaven, ter voltooiing (van Onze gunsten) aan degenen die goede daden verrichtte, en als uitleg voor alles, en als een leiding, en als barmhartigheid. Zodat ze overtuigd zijn in de ontmoeting van hun Heer.

وَ ہٰذَا کِتٰبٌ اَنۡزَلۡنٰہُ مُبٰرَکٌ فَاتَّبِعُوۡہُ وَ اتَّقُوۡا لَعَلَّکُمۡ تُرۡحَمُوۡنَ ﴿۱۵۵﴾ۙ

006.155 Wahatha kitabun anzalnahu mubarakun faittabiAAoohu waittaqoo laAAallakum turhamoona

6:155 En dit is een Boek (de Kuran) dat Wij hebben geopenbaard, gezegend. Volg het dus en vrees Allah, zodat je (Zijn) barmhartigheid ontvangt.

اَنۡ تَقُوۡلُوۡۤا اِنَّمَاۤ اُنۡزِلَ الۡکِتٰبُ عَلٰی طَآئِفَتَیۡنِ مِنۡ قَبۡلِنَا ۪ وَ اِنۡ کُنَّا عَنۡ دِرَاسَتِہِمۡ لَغٰفِلِیۡنَ ﴿۱۵۶﴾ۙ

006.156 An taqooloo innama onzila alkitabu AAala ta-ifatayni min qablina wa-in kunna AAan dirasatihim laghafileena

6:156 Zodat, jullie niet kunnen zeggen:" De boeken waren slechts geopenbaard aan de twee groepen (de Joden en de Christenen) van generaties voor ons en we waren van hun onderwijs zeker niet op de hoogte."

اَوۡ تَقُوۡلُوۡا لَوۡ اَنَّاۤ اُنۡزِلَ عَلَیۡنَا الۡکِتٰبُ لَکُنَّاۤ اَہۡدٰی مِنۡہُمۡ ۚ فَقَدۡ جَآءَکُمۡ بَیِّنَۃٌ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ وَ ہُدًی وَّ رَحۡمَۃٌ ۚ فَمَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنۡ کَذَّبَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ وَ صَدَفَ عَنۡہَا ؕ سَنَجۡزِی الَّذِیۡنَ یَصۡدِفُوۡنَ عَنۡ اٰیٰتِنَا سُوۡٓءَ الۡعَذَابِ بِمَا کَانُوۡا یَصۡدِفُوۡنَ ﴿۱۵۷﴾

006.157 Aw taqooloo law anna onzila AAalayna alkitabu lakunna ahda minhum faqad jaakum bayyinatun min rabbikum wahudan warahmatun faman athlamu mimman kaththaba bi-ayati Allahi wasadafa AAanha sanajzee allatheena yasdifoona AAan ayatina soo-a alAAathabi bima kanoo yasdifoona

6:157 Of dat zullen jullie zeggen: "Als het boek tot ons geopenbaard was, waren we zeer zeker beter geleid dan hen." Dus waarlijk, er zijn duidelijke tekenen voor jullie van jou Heer gekomen en (ook) leiding en een barmhartigheid. Wie is er meer onrechtvaardig dan degene die de tekenen van Allah verwerpt en zich ervan afkeert? Wij zullen degenen die zich afkeren van Onze tekenen vergelden met een vreselijke straf, omdat ze zich afkeerden.

ہَلۡ یَنۡظُرُوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡ تَاۡتِیَہُمُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ اَوۡ یَاۡتِیَ رَبُّکَ اَوۡ یَاۡتِیَ بَعۡضُ اٰیٰتِ رَبِّکَ ؕ یَوۡمَ یَاۡتِیۡ بَعۡضُ اٰیٰتِ رَبِّکَ لَا یَنۡفَعُ نَفۡسًا اِیۡمَانُہَا لَمۡ تَکُنۡ اٰمَنَتۡ مِنۡ قَبۡلُ اَوۡ کَسَبَتۡ فِیۡۤ اِیۡمَانِہَا خَیۡرًا ؕ قُلِ انۡتَظِرُوۡۤا اِنَّا مُنۡتَظِرُوۡنَ ﴿۱۵۸﴾

006.158 Hal yanthuroona illa an ta/tiyahumu almala-ikatu aw ya/tiya rabbuka aw ya/tiya baAAdu ayati rabbika yawma ya/tee baAAdu ayati rabbika la yanfaAAu nafsan eemanuha lam takun amanat min qablu aw kasabat fee eemaniha khayran quli intathiroo inna muntathiroona

6:158 Wachten ze slechts dat de engelen, of jouw Heer of enkele tekenen van jouw Heer voor hen zullen verschijnen? Op de dag dat enkele tekenen van jouw Heer komt, zal het geloof van een Nafs (persoon) niets baten als het niet eerder geloofde of als het niets van het goede verdient heeft door zijn geloof. Zeg: "Wacht! Wij zijn degenen die (ook) wachten."

اِنَّ الَّذِیۡنَ فَرَّقُوۡا دِیۡنَہُمۡ وَ کَانُوۡا شِیَعًا لَّسۡتَ مِنۡہُمۡ فِیۡ شَیۡءٍ ؕ اِنَّمَاۤ اَمۡرُہُمۡ اِلَی اللّٰہِ ثُمَّ یُنَبِّئُہُمۡ بِمَا کَانُوۡا یَفۡعَلُوۡنَ ﴿۱۵۹﴾

006.159 Inna allatheena farraqoo deenahum wakanoo shiyaAAan lasta minhum fee shay-in innama amruhum ila Allahi thumma yunabbi-ohum bima kanoo yafAAaloona

6:159 Voorzeker, (wat betreft) degenen die hun religie opsplitsen en die daardoor sekten worden, daarin heb jij (Mohammed) geen enkel inbreng. Hun kwestie ligt bij Allah alleen. Hij zal hen informeren over hun daden.

مَنۡ جَآءَ بِالۡحَسَنَۃِ فَلَہٗ عَشۡرُ اَمۡثَالِہَا ۚ وَ مَنۡ جَآءَ بِالسَّیِّئَۃِ فَلَا یُجۡزٰۤی اِلَّا مِثۡلَہَا وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۱۶۰﴾

006.160 Man jaa bialhasanati falahu AAashru amthaliha waman jaa bialssayyi-ati fala yujza illa mithlaha wahum la yuthlamoona

6:160 Wie een goede daad verrichte, dan is er tien maal het gelijke (in beloning) ervan. En wie een slechte daad verrichte, dan zal hij slechts vergolden worden met het gelijke (aan straf) ervan. En zij zullen niet worden misdaan.

قُلۡ اِنَّنِیۡ ہَدٰىنِیۡ رَبِّیۡۤ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ۬ۚ دِیۡنًا قِیَمًا مِّلَّۃَ اِبۡرٰہِیۡمَ حَنِیۡفًا ۚ وَ مَا کَانَ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۱۶۱﴾

006.161 Qul innanee hadanee rabbee ila siratin mustaqeemin deenan qiyaman millata ibraheema haneefan wama kana mina almushrikeena

6:161 Zeg: "Voorzeker, wat mij betreft, Mijn Heer heeft mij naar een recht pad geleid, (een pad van) een rechtvaardige levenswijze, de godsdienst van Ibrahiem (Hanief), een ware monothe´st en niet behorend tot de polythe´sten."

قُلۡ اِنَّ صَلَاتِیۡ وَ نُسُکِیۡ وَ مَحۡیَایَ وَ مَمَاتِیۡ لِلّٰہِ رَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۱۶۲﴾ۙ

006.162 Qul inna salatee wanusukee wamahyaya wamamatee lillahi rabbi alAAalameena

6:162 Zeg: "Voorzeker, mijn salaat, mijn aanbidding, mijn leven en mijn dood zijn voor Allah, Heer der werelden."

لَا شَرِیۡکَ لَہٗ ۚ وَ بِذٰلِکَ اُمِرۡتُ وَ اَنَا اَوَّلُ الۡمُسۡلِمِیۡنَ ﴿۱۶۳﴾

006.163 La shareeka lahu wabithalika omirtu waana awwalu almuslimeena

6:163 Geen partners voor Hem! En met dat, ben ik opgedragen (om het te verkondigen). En ik ben de eerste die zich aan Hem overgeeft (van deze Ummah/gemeenschap)."

قُلۡ اَغَیۡرَ اللّٰہِ اَبۡغِیۡ رَبًّا وَّ ہُوَ رَبُّ کُلِّ شَیۡءٍ ؕ وَ لَا تَکۡسِبُ کُلُّ نَفۡسٍ اِلَّا عَلَیۡہَا ۚ وَ لَا تَزِرُ وَازِرَۃٌ وِّزۡرَ اُخۡرٰی ۚ ثُمَّ اِلٰی رَبِّکُمۡ مَّرۡجِعُکُمۡ فَیُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ فِیۡہِ تَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۱۶۴﴾

006.164 Qul aghayra Allahi abghee rabban wahuwa rabbu kulli shay-in wala taksibu kullu nafsin illa AAalayha wala taziru waziratun wizra okhra thumma ila rabbikum marjiAAukum fayunabbi-okum bima kuntum feehi takhtalifoona

6:164 Zeg: "Is er iets anders dan Allah, die ik moet zoeken als Heer, terwijl Hij de heer is van alles?" De verdiensten (door slechte en goede daden) van elk Nafs (persoon) rust slechts op de persoon zelf. En niemand draagt een last van een ander. Vervolgens, is jullie terugkeer bij jullie Heer en Hij zal jullie informeren waar jullie in verschilden.

وَ ہُوَ الَّذِیۡ جَعَلَکُمۡ خَلٰٓئِفَ الۡاَرۡضِ وَ رَفَعَ بَعۡضَکُمۡ فَوۡقَ بَعۡضٍ دَرَجٰتٍ لِّیَبۡلُوَکُمۡ فِیۡ مَاۤ اٰتٰکُمۡ ؕ اِنَّ رَبَّکَ سَرِیۡعُ الۡعِقَابِ ۫ۖ وَ اِنَّہٗ لَغَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۶۵﴾٪

006.165 Wahuwa allathee jaAAalakum khala-ifa al-ardi warafaAAa baAAdakum fawqa baAAdin darajatin liyabluwakum fee ma atakum inna rabbaka sareeAAu alAAiqabi wa-innahu laghafoorun raheemun

6:165 En Hij is Degene Die jullie als Khalifa (opvolgers van generaties op generaties) op de aarde heeft gemaakt. En Hij heeft enkele van jullie in niveau boven ander verheven, zodat Hij jullie kan beproeven met wat Hij jullie heeft gegeven. Voorzeker, jou Heer is snel in de afrekening en Hij is Al-Ghavoer (de meest vergevensgezinde), Ar-Rahiem (de meest barmhartige).


www.kuran.nl