9 At-Taubah

بَرَآءَۃٌ مِّنَ اللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖۤ اِلَی الَّذِیۡنَ عٰہَدۡتُّمۡ مِّنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ؕ﴿۱﴾

009.001 Baraatun mina Allahi warasoolihi ila allatheena AAahadtum mina almushrikeena

9:1 Totale ontbinding van Allah en Zijn Boodschapper met de (provocerende) godenaanbidders waarmee jullie een verdrag hadden gesloten! (Notitie: Hier wordt elke band met de provocerende godenaanbidders, verbroken omdat ze het verdrag constant verbraken. Echter het verdrag is nog steeds geldig met de godenaanbidders die de regels handhaven, zie 9:4.)

فَسِیۡحُوۡا فِی الۡاَرۡضِ اَرۡبَعَۃَ اَشۡہُرٍ وَّ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّکُمۡ غَیۡرُ مُعۡجِزِی اللّٰہِ ۙ وَ اَنَّ اللّٰہَ مُخۡزِی الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۲﴾

009.002 Faseehoo fee al-ardi arbaAAata ashhurin waiAAlamoo annakum ghayru muAAjizee Allahi waanna Allaha mukhzee alkafireena

9:2 (O provocerende godenaanbidders!) Wees vrij in het land gedurende de vier maanden. Echter weet dat jullie Allah niet kunnen ontvluchten en dat Allah de ongelovigen zal vernederen. (Notitie: Er wordt hier een periode voor bezinning gegeven. Het betreft een periode van vier maanden aan de provocerende godenaanbidders, zodat ze kunnen nadenken over hun daden en stoppen met hun provocerende gedrag.)

وَ اَذَانٌ مِّنَ اللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖۤ اِلَی النَّاسِ یَوۡمَ الۡحَجِّ الۡاَکۡبَرِ اَنَّ اللّٰہَ بَرِیۡٓءٌ مِّنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ۬ۙ وَ رَسُوۡلُہٗ ؕ فَاِنۡ تُبۡتُمۡ فَہُوَ خَیۡرٌ لَّکُمۡ ۚ وَ اِنۡ تَوَلَّیۡتُمۡ فَاعۡلَمُوۡۤا اَنَّکُمۡ غَیۡرُ مُعۡجِزِی اللّٰہِ ؕ وَ بَشِّرِ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بِعَذَابٍ اَلِیۡمٍ ۙ﴿۳﴾

009.003 Waathanun mina Allahi warasoolihi ila alnnasi yawma alhajji al-akbari anna Allaha baree-on mina almushrikeena warasooluhu fa-in tubtum fahuwa khayrun lakum wa-in tawallaytum faiAAlamoo annakum ghayru muAAjizee Allahi wabashshiri allatheena kafaroo biAAathabin aleemin

9:3 En dit is een oproep van Allah en Zijn boodschapper aan de mensen op de grote dag van de bedevaart (de dag Arafaat), dat Allah niet verbonden is met de godenaanbidders en ook Zijn boodschapper. Als jullie dus tot inkeer komen, dan is dat beter voor jullie. Echter, als jullie je afwenden, weet dan dat jullie Allah niet kunnen ontvluchten. En geef het nieuws aan de ongelovigen van een pijnlijke straf.

اِلَّا الَّذِیۡنَ عٰہَدۡتُّمۡ مِّنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ثُمَّ لَمۡ یَنۡقُصُوۡکُمۡ شَیۡئًا وَّ لَمۡ یُظَاہِرُوۡا عَلَیۡکُمۡ اَحَدًا فَاَتِمُّوۡۤا اِلَیۡہِمۡ عَہۡدَہُمۡ اِلٰی مُدَّتِہِمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یُحِبُّ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۴﴾

009.004 Illa allatheena AAahadtum mina almushrikeena thumma lam yanqusookum shay-an walam yuthahiroo AAalaykum ahadan faatimmoo ilayhim AAahdahum ila muddatihim inna Allaha yuhibbu almuttaqeena

9:4 Behalve met de godenaanbidders, waarmee jullie een verdrag hebben, die jullie in niets zijn tekort gekomen. En die niemand gesteund heeft tegen (het bevechten van) jullie. Dus voltooi met hen het verdrag tot het einde van hun (overeengekomen) termijn. Voorzeker, Allah houdt van de Moettaqoen (zie 2:2-5).

فَاِذَا انۡسَلَخَ الۡاَشۡہُرُ الۡحُرُمُ فَاقۡتُلُوا الۡمُشۡرِکِیۡنَ حَیۡثُ وَجَدۡتُّمُوۡہُمۡ وَ خُذُوۡہُمۡ وَ احۡصُرُوۡہُمۡ وَ اقۡعُدُوۡا لَہُمۡ کُلَّ مَرۡصَدٍ ۚ فَاِنۡ تَابُوۡا وَ اَقَامُوا الصَّلٰوۃَ وَ اٰتَوُا الزَّکٰوۃَ فَخَلُّوۡا سَبِیۡلَہُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۵﴾

009.005 Fa-itha insalakha al-ashhuru alhurumu faoqtuloo almushrikeena haythu wajadtumoohum wakhuthoohum waohsuroohum waoqAAudoo lahum kulla marsadin fa-in taboo waaqamoo alssalata waatawoo alzzakata fakhalloo sabeelahum inna Allaha ghafoorun raheemun

9:5 Wanneer dan de heilige maanden voorbij zijn, dood dan de (provocerende) godenaanbidders waar jullie hen ook aantreffen. En grijp hen, omsingelt hen en zit en wacht voor hen vanuit elke hinderlaag. Echter, wanneer ze om vergiffenis vragen, en de salaat onderhouden en de zakaat (armenbelasting) geven, laat hen dan vrij. Voorwaar, Allah is vergevensgezind, meest Barmhartig. (Notitie: Het doden hier betreft de provocerende godenaanbidders die niet tot bezinning waren gekomen, gedurende de vier maanden. En dus doorgingen met het onderdrukken, martelen of doden van de gelovigen. Indien ze stoptten en vergiffenis vroegen, werden ze gespaard, met de voorwaarde dat ze de zakaat betalen en meededen met het gebed. Ze konden hun eigen geloof blijven belijden. Het betreft hier dus niet tot gedwongen acceptatie van de Islam. In islam is er geen dwang tot acceptatie, zie 2:256.)

وَ اِنۡ اَحَدٌ مِّنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ اسۡتَجَارَکَ فَاَجِرۡہُ حَتّٰی یَسۡمَعَ کَلٰمَ اللّٰہِ ثُمَّ اَبۡلِغۡہُ مَاۡمَنَہٗ ؕ ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ قَوۡمٌ لَّا یَعۡلَمُوۡنَ ٪﴿۶﴾

009.006 Wa-in ahadun mina almushrikeena istajaraka faajirhu hatta yasmaAAa kalama Allahi thumma ablighhu ma/manahu thalika bi-annahum qawmun la yaAAlamoona

9:6 En als iemand van de godenaanbidders bij jou bescherming zoekt, verschaf hem dan de bescherming zodat hij het woord van Allah hoort. Begeleid hem dan naar een veilige plek. Dat is omdat ze een volk zijn dat niet begrijpt.

کَیۡفَ یَکُوۡنُ لِلۡمُشۡرِکِیۡنَ عَہۡدٌ عِنۡدَ اللّٰہِ وَ عِنۡدَ رَسُوۡلِہٖۤ اِلَّا الَّذِیۡنَ عٰہَدۡتُّمۡ عِنۡدَ الۡمَسۡجِدِ الۡحَرَامِ ۚ فَمَا اسۡتَقَامُوۡا لَکُمۡ فَاسۡتَقِیۡمُوۡا لَہُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یُحِبُّ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۷﴾

009.007 Kayfa yakoonu lilmushrikeena AAahdun AAinda Allahi waAAinda rasoolihi illa allatheena AAahadtum AAinda almasjidi alharami fama istaqamoo lakum faistaqeemoo lahum inna Allaha yuhibbu almuttaqeena

9:7 Hoe kan er voor de godenaanbidders een (nieuw) verdrag zijn met Allah en Zijn Boodschapper, behalve met degenen met wie jullie vlak bij de moskee al Haram al eerder een verdrag hadden afgesloten? Zolang ze naar jou toe oprecht zijn, wees dan ook oprecht naar hen toe. Voorzeker, Allah houdt van de Moettaqoens (2:2-5). (Notitie: Gezien de godenaanbidders constant het verdrag verbraken is het niet mogelijk om een verbond met hen aan te gaan, behalve met de mensen die oprecht zijn.)

کَیۡفَ وَ اِنۡ یَّظۡہَرُوۡا عَلَیۡکُمۡ لَا یَرۡقُبُوۡا فِیۡکُمۡ اِلًّا وَّ لَا ذِمَّۃً ؕ یُرۡضُوۡنَکُمۡ بِاَفۡوَاہِہِمۡ وَ تَاۡبٰی قُلُوۡبُہُمۡ ۚ وَ اَکۡثَرُہُمۡ فٰسِقُوۡنَ ۚ﴿۸﴾

009.008 Kayfa wa-in yathharoo AAalaykum la yarquboo feekum illan wala thimmatan yurdoonakum bi-afwahihim wata/ba quloobuhum waaktharuhum fasiqoona

9:8 Hoe kan er een verdrag zijn, als ze de familiebanden en de verdragsregels (constant) verbreken wanneer ze de overhand over jullie hebben? Ze behagen jullie met hun monden, terwijl hun harten afkerig zijn. En de meesten van hen zijn provocerend ongehoorzaam.

اِشۡتَرَوۡا بِاٰیٰتِ اللّٰہِ ثَمَنًا قَلِیۡلًا فَصَدُّوۡا عَنۡ سَبِیۡلِہٖ ؕ اِنَّہُمۡ سَآءَ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۹﴾

009.009 Ishtaraw bi-ayati Allahi thamanan qaleelan fasaddoo AAan sabeelihi innahum saa ma kanoo yaAAmaloona

9:9 Ze verruilen de tekenen van Allah voor een kleine prijs en ze verhinderen mensen op Zijn weg. Voorzeker, zeer slecht is wat ze doen!

لَا یَرۡقُبُوۡنَ فِیۡ مُؤۡمِنٍ اِلًّا وَّ لَا ذِمَّۃً ؕ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُعۡتَدُوۡنَ ﴿۱۰﴾

009.010 La yarquboona fee mu/minin illan wala thimmatan waola-ika humu almuAAtadoona

9:10 Ze houden de familiebanden voor een gelovige niet in stand en noch de verdragsregels. En zij zijn degenen die overtreden.

فَاِنۡ تَابُوۡا وَ اَقَامُوا الصَّلٰوۃَ وَ اٰتَوُا الزَّکٰوۃَ فَاِخۡوَانُکُمۡ فِی الدِّیۡنِ ؕ وَ نُفَصِّلُ الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّعۡلَمُوۡنَ ﴿۱۱﴾

009.011 Fa-in taboo waaqamoo alssalata waatawoo alzzakata fa-ikhwanukum fee alddeeni wanufassilu al-ayati liqawmin yaAAlamoona

9:11 Maar als ze berouw hebben, de salaat onderhouden en de zakaat geven, dan zijn ze jullie broeders in het geloof. En Wij leggen Onze tekenen in details uit voor een volk dat kennis heeft.

وَ اِنۡ نَّکَثُوۡۤا اَیۡمَانَہُمۡ مِّنۡۢ بَعۡدِ عَہۡدِہِمۡ وَ طَعَنُوۡا فِیۡ دِیۡنِکُمۡ فَقَاتِلُوۡۤا اَئِمَّۃَ الۡکُفۡرِ ۙ اِنَّہُمۡ لَاۤ اَیۡمَانَ لَہُمۡ لَعَلَّہُمۡ یَنۡتَہُوۡنَ ﴿۱۲﴾

009.012 Wa-in nakathoo aymanahum min baAAdi AAahdihim wataAAanoo fee deenikum faqatiloo a-immata alkufri innahum la aymana lahum laAAallahum yantahoona

9:12 En wanneer ze hun beloftes verbreken na het sluiten van het verdrag en jullie Dien (geloof) belasteren, bevecht dan de leiders van de ongelovigen, zodat ze kunnen ophouden. Voorzeker, hun beloftes hebben geen waarde voor hen.

اَلَا تُقَاتِلُوۡنَ قَوۡمًا نَّکَثُوۡۤا اَیۡمَانَہُمۡ وَ ہَمُّوۡا بِاِخۡرَاجِ الرَّسُوۡلِ وَ ہُمۡ بَدَءُوۡکُمۡ اَوَّلَ مَرَّۃٍ ؕ اَتَخۡشَوۡنَہُمۡ ۚ فَاللّٰہُ اَحَقُّ اَنۡ تَخۡشَوۡہُ اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱۳﴾

009.013 Ala tuqatiloona qawman nakathoo aymanahum wahammoo bi-ikhraji alrrasooli wahum badaookum awwala marratin atakhshawnahum faAllahu ahaqqu an takhshawhu in kuntum mu/mineena

9:13 Willen jullie geen volk bevechten dat hun beloftes verbrak en dat besloten heeft om de boodschapper weg te jagen en dat eerst begonnen is met jullie aan te vallen? Zijn jullie bang voor hen, terwijl jullie voor Allah meer bang moeten zijn als jullie geloven?

قَاتِلُوۡہُمۡ یُعَذِّبۡہُمُ اللّٰہُ بِاَیۡدِیۡکُمۡ وَ یُخۡزِہِمۡ وَ یَنۡصُرۡکُمۡ عَلَیۡہِمۡ وَ یَشۡفِ صُدُوۡرَ قَوۡمٍ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿ۙ۱۴﴾

009.014 Qatiloohum yuAAaththibhumu Allahu bi-aydeekum wayukhzihim wayansurkum AAalayhim wayashfi sudoora qawmin mu/mineena

9:14 Bevecht hen! Allah zal hen straffen door middel van jullie handen, hen vernederen en jullie de overwinning geven. En Hij zal de harten van de gelovigen tot rust laten komen.

وَ یُذۡہِبۡ غَیۡظَ قُلُوۡبِہِمۡ ؕ وَ یَتُوۡبُ اللّٰہُ عَلٰی مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۱۵﴾

009.015 Wayuthhib ghaytha quloobihim wayatoobu Allahu AAala man yashao waAllahu AAaleemun hakeemun

9:15 En Hij zal de woede van hun harten verwijderen. En Allah aanvaard het berouw van wie Hij wilt. En Allah is Aliem (Alwetend), Hakiem (Alwijs).

اَمۡ حَسِبۡتُمۡ اَنۡ تُتۡرَکُوۡا وَ لَمَّا یَعۡلَمِ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ جٰہَدُوۡا مِنۡکُمۡ وَ لَمۡ یَتَّخِذُوۡا مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَ لَا رَسُوۡلِہٖ وَ لَا الۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَلِیۡجَۃً ؕ وَ اللّٰہُ خَبِیۡرٌۢ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿٪۱۶﴾

009.016 Am hasibtum an tutrakoo walamma yaAAlami Allahu allatheena jahadoo minkum walam yattakhithoo min dooni Allahi wala rasoolihi wala almu/mineena waleejatan waAllahu khabeerun bima taAAmaloona

9:16 Of dachten jullie (o gelovigen) dat jullie met rust gelaten zouden worden, terwijl Allah het nog niet duidelijk heeft gemaakt, wie van jullie zich inspannen, en niemand naast Allah, de boodschapper en de gelovigen als Waliyah (steun\toeverlaat\adviseur) nemen? Allah is Al-Ghabier (bekend met alles, zowel innerlijk als uiterlijk) met hetgeen jullie doen. (Notitie: Zie ook 29:1-3 en 3:179)

مَا کَانَ لِلۡمُشۡرِکِیۡنَ اَنۡ یَّعۡمُرُوۡا مَسٰجِدَ اللّٰہِ شٰہِدِیۡنَ عَلٰۤی اَنۡفُسِہِمۡ بِالۡکُفۡرِ ؕ اُولٰٓئِکَ حَبِطَتۡ اَعۡمَالُہُمۡ ۚۖ وَ فِی النَّارِ ہُمۡ خٰلِدُوۡنَ ﴿۱۷﴾

009.017 Ma kana lilmushrikeena an yaAAmuroo masajida Allahi shahideena AAala anfusihim bialkufri ola-ika habitat aAAmaluhum wafee alnnari hum khalidoona

9:17 Het is niet voor de godenaanbidders dat ze de moskeeŽn van Allah beheren, terwijl ze tegen hun zelf getuigen dat ze ongelovig zijn (in de eenheid van Allah). Voor hen zijn hun daden waardeloos en ze zullen in het vuur voor altijd vertoeven.

اِنَّمَا یَعۡمُرُ مَسٰجِدَ اللّٰہِ مَنۡ اٰمَنَ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ وَ اَقَامَ الصَّلٰوۃَ وَ اٰتَی الزَّکٰوۃَ وَ لَمۡ یَخۡشَ اِلَّا اللّٰہَ فَعَسٰۤی اُولٰٓئِکَ اَنۡ یَّکُوۡنُوۡا مِنَ الۡمُہۡتَدِیۡنَ ﴿۱۸﴾

009.018 Innama yaAAmuru masajida Allahi man amana biAllahi waalyawmi al-akhiri waaqama alssalata waata alzzakata walam yakhsha illa Allaha faAAasa ola-ika an yakoonoo mina almuhtadeena

9:18 Alleen degenen die in Allah geloven, in de laatste dag, het gebed onderhouden, de zakaat betalen en niets vrezen behalve Allah, zullen de moskeeŽn van Allah beheren. Zij zijn degenen die het meest waarschijnlijk tot de recht-geleide mensen behoren.

اَجَعَلۡتُمۡ سِقَایَۃَ الۡحَآجِّ وَ عِمَارَۃَ الۡمَسۡجِدِ الۡحَرَامِ کَمَنۡ اٰمَنَ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ وَ جٰہَدَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ؕ لَا یَسۡتَوٗنَ عِنۡدَ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿ۘ۱۹﴾

009.019 AjaAAaltum siqayata alhajji waAAimarata almasjidi alharami kaman amana biAllahi waalyawmi al-akhiri wajahada fee sabeeli Allahi la yastawoona AAinda Allahi waAllahu la yahdee alqawma alththalimeena

9:19 Beschouwen jullie het verschaffen van water aan de pelgrims en het beheren van de moskee al-Haram net zoals degenen die in Allah en in de laatste dag geloven en die hard werken op de weg van Allah? Ze zijn niet het zelfde voor Allah. En Allah leidt de misdadigers niet.

اَلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ ہَاجَرُوۡا وَ جٰہَدُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ بِاَمۡوَالِہِمۡ وَ اَنۡفُسِہِمۡ ۙ اَعۡظَمُ دَرَجَۃً عِنۡدَ اللّٰہِ ؕ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡفَآئِزُوۡنَ ﴿۲۰﴾

009.020 Allatheena amanoo wahajaroo wajahadoo fee sabeeli Allahi bi-amwalihim waanfusihim aAAthamu darajatan AAinda Allahi waola-ika humu alfa-izoona

9:20 Degenen die geloven, die emigreerde en hard strijde met hun bezitting en hun leven op de weg van Allah, zijn hoger in rang bij Allah. En zij zijn degenen die groeien in succes.

یُبَشِّرُہُمۡ رَبُّہُمۡ بِرَحۡمَۃٍ مِّنۡہُ وَ رِضۡوَانٍ وَّ جَنّٰتٍ لَّہُمۡ فِیۡہَا نَعِیۡمٌ مُّقِیۡمٌ ﴿ۙ۲۱﴾

009.021 Yubashshiruhum rabbuhum birahmatin minhu waridwanin wajannatin lahum feeha naAAeemun muqeemun

9:21 Hun Heer (Allah) geeft hen het goede nieuws van Zijn barmhartigheid, plezier en het paradijs, waarin een blijvende gelukzaligheid is voor hen.

خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ عِنۡدَہٗۤ اَجۡرٌ عَظِیۡمٌ ﴿۲۲﴾

009.022 Khalideena feeha abadan inna Allaha AAindahu ajrun AAatheemun

9:22 Ze zullen er voor altijd in blijven. Voorzeker, bij Allah is er een gigantische beloning.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَتَّخِذُوۡۤا اٰبَآءَکُمۡ وَ اِخۡوَانَکُمۡ اَوۡلِیَآءَ اِنِ اسۡتَحَبُّوا الۡکُفۡرَ عَلَی الۡاِیۡمَانِ ؕ وَ مَنۡ یَّتَوَلَّہُمۡ مِّنۡکُمۡ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الظّٰلِمُوۡنَ ﴿۲۳﴾

009.023 Ya ayyuha allatheena amanoo la tattakhithoo abaakum wa-ikhwanakum awliyaa ini istahabboo alkufra AAala al-eemani waman yatawallahum minkum faola-ika humu alththalimoona

9:23 O gelovigen! Neem jullie vaders (vader/ooms/grootvaders) en jullie broeders niet als Awliyah (beschermers, helpers, leiders) als ze het ongeloof boven het geloof prefereren. En wie van jullie, hen als Awliyah neemt, is een misdadiger. (Notitie: zie ook 58:22)

قُلۡ اِنۡ کَانَ اٰبَآؤُکُمۡ وَ اَبۡنَآؤُکُمۡ وَ اِخۡوَانُکُمۡ وَ اَزۡوَاجُکُمۡ وَ عَشِیۡرَتُکُمۡ وَ اَمۡوَالُۨ اقۡتَرَفۡتُمُوۡہَا وَ تِجَارَۃٌ تَخۡشَوۡنَ کَسَادَہَا وَ مَسٰکِنُ تَرۡضَوۡنَہَاۤ اَحَبَّ اِلَیۡکُمۡ مِّنَ اللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ وَ جِہَادٍ فِیۡ سَبِیۡلِہٖ فَتَرَبَّصُوۡا حَتّٰی یَاۡتِیَ اللّٰہُ بِاَمۡرِہٖ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الۡفٰسِقِیۡنَ ﴿٪۲۴﴾

009.024 Qul in kana abaokum waabnaokum wa-ikhwanukum waazwajukum waAAasheeratukum waamwalun iqtaraftumooha watijaratun takhshawna kasadaha wamasakinu tardawnaha ahabba ilaykum mina Allahi warasoolihi wajihadin fee sabeelihi fatarabbasoo hatta ya/tiya Allahu bi-amrihi waAllahu la yahdee alqawma alfasiqeena

9:24 Zeg: "Als jullie vaders, jullie zonen, jullie broeders, jullie echtgenotes, jullie familieleden en de rijkdommen die jullie verkregen hebben en de handel waarvan jullie vrezen om het te verliezen, en de huizen waarin jullie verblijven, meer geliefd zijn voor jullie dan Allah en Zijn boodschapper en het strijden op Zijn weg, wacht dan totdat Allah komt met zijn bevel. Allah leidt de provocerende ongehoorzame volk niet.

لَقَدۡ نَصَرَکُمُ اللّٰہُ فِیۡ مَوَاطِنَ کَثِیۡرَۃٍ ۙ وَّ یَوۡمَ حُنَیۡنٍ ۙ اِذۡ اَعۡجَبَتۡکُمۡ کَثۡرَتُکُمۡ فَلَمۡ تُغۡنِ عَنۡکُمۡ شَیۡئًا وَّ ضَاقَتۡ عَلَیۡکُمُ الۡاَرۡضُ بِمَا رَحُبَتۡ ثُمَّ وَلَّیۡتُمۡ مُّدۡبِرِیۡنَ ﴿ۚ۲۵﴾

009.025 Laqad nasarakumu Allahu fee mawatina katheeratin wayawma hunaynin ith aAAjabatkum kathratukum falam tughni AAankum shay-an wadaqat AAalaykumu al-ardu bima rahubat thumma wallaytum mudbireena

9:25 Waarlijk, Allah heeft jullie geholpen bij vele veldslagen, net zoals op de dag van Hunain. Toen de grote van jullie leger jullie behaagde. Echter het gaf jullie geen enkel voordeel. De aarde werd voor jullie zelfs benauwd, ondanks zijn grote. Vervolgens keerde jullie je om, om te vluchten.

ثُمَّ اَنۡزَلَ اللّٰہُ سَکِیۡنَتَہٗ عَلٰی رَسُوۡلِہٖ وَ عَلَی الۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ اَنۡزَلَ جُنُوۡدًا لَّمۡ تَرَوۡہَا وَ عَذَّبَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ؕ وَ ذٰلِکَ جَزَآءُ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۲۶﴾

009.026 Thumma anzala Allahu sakeenatahu AAala rasoolihi waAAala almu/mineena waanzala junoodan lam tarawha waAAaththaba allatheena kafaroo wathalika jazao alkafireena

9:26 Toen zond Allah Zijn rust op Zijn boodschapper en de gelovigen, en zond een leger (van engelen) welke jullie niet konden zien en Hij strafte de ongelovigen. Dat is de vergelding voor de ongelovigen.

ثُمَّ یَتُوۡبُ اللّٰہُ مِنۡۢ بَعۡدِ ذٰلِکَ عَلٰی مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۲۷﴾

009.027 Thumma yatoobu Allahu min baAAdi thalika AAala man yashao waAllahu ghafoorun raheemun

9:27 Daarna accepteert Allah het berouw van wie Hij wilt. En Allah is Ghafoer (de meest vergevensgezinde), Ar-Rahmaan (de meest barmhartige).

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِنَّمَا الۡمُشۡرِکُوۡنَ نَجَسٌ فَلَا یَقۡرَبُوا الۡمَسۡجِدَ الۡحَرَامَ بَعۡدَ عَامِہِمۡ ہٰذَا ۚ وَ اِنۡ خِفۡتُمۡ عَیۡلَۃً فَسَوۡفَ یُغۡنِیۡکُمُ اللّٰہُ مِنۡ فَضۡلِہٖۤ اِنۡ شَآءَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۲۸﴾

009.028 Ya ayyuha allatheena amanoo innama almushrikoona najasun fala yaqraboo almasjida alharama baAAda AAamihim hatha wa-in khiftum AAaylatan fasawfa yughneekumu Allahu min fadlihi in shaa inna Allaha AAaleemun hakeemun

9:28 O gelovigen! De godenaanbidders zijn onrein, dus laat het hen niet bij de moskee Al-Haram komen na dit jaar. En als jullie armoede vrezen, dan zal Allah jullie spoedig verrijken met Zijn gunsten als Hij het wilt. Voorzeker, Allah is Aliem (Alwetend), Hakiem (de Wijze).

قَاتِلُوا الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ لَا بِالۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ وَ لَا یُحَرِّمُوۡنَ مَا حَرَّمَ اللّٰہُ وَ رَسُوۡلُہٗ وَ لَا یَدِیۡنُوۡنَ دِیۡنَ الۡحَقِّ مِنَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ حَتّٰی یُعۡطُوا الۡجِزۡیَۃَ عَنۡ ‌یَّدٍ وَّ ہُمۡ صٰغِرُوۡنَ ﴿٪۲۹﴾

009.029 Qatiloo allatheena la yu/minoona biAllahi wala bialyawmi al-akhiri wala yuharrimoona ma harrama Allahu warasooluhu wala yadeenoona deena alhaqqi mina allatheena ootoo alkitaba hatta yuAAtoo aljizyata AAan yadin wahum saghiroona

9:29 Bevecht (dus) degenen die niet geloven in Allah en niet in de laatste dag en die hetgeen niet verboden maken wat Allah en Zijn boodschapper onwettig verklaard hebben. En (ook de provocerende van) degenen die de ware Dien (levenswijze, geloof) niet erkennen onder de mensen van het boek, totdat ze de Jizyah (geld voor bescherming) betalen en gedegradeerd zijn.

وَ قَالَتِ الۡیَہُوۡدُ عُزَیۡرُۨ ابۡنُ اللّٰہِ وَ قَالَتِ النَّصٰرَی الۡمَسِیۡحُ ابۡنُ اللّٰہِ ؕ ذٰلِکَ قَوۡلُہُمۡ بِاَفۡوَاہِہِمۡ ۚ یُضَاہِـُٔوۡنَ قَوۡلَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡ قَبۡلُ ؕ قٰتَلَہُمُ اللّٰہُ ۚ۫ اَنّٰی یُؤۡفَکُوۡنَ ﴿۳۰﴾

009.030 Waqalati alyahoodu AAuzayrun ibnu Allahi waqalati alnnasara almaseehu ibnu Allahi thalika qawluhum bi-afwahihim yudahi-oona qawla allatheena kafaroo min qablu qatalahumu Allahu anna yu/fakoona

9:30 En de joden zeggen: "Uzair is de zoon van Allah." En de Christenen zeggen: "De messias (Isa, Jezus) is de zoon van Allah." Echter, het zijn slechts uitspraken van hun monden. Ze zeggen bijna hetzelfde als de ongelovigen van de oude generaties. Allah zal hun vernietigen (voor hun uitspraken). Hoe ver zijn ze misleid (van de waarheid)!

اِتَّخَذُوۡۤا اَحۡبَارَہُمۡ وَ رُہۡبَانَہُمۡ اَرۡبَابًا مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَ الۡمَسِیۡحَ ابۡنَ مَرۡیَمَ ۚ وَ مَاۤ اُمِرُوۡۤا اِلَّا لِیَعۡبُدُوۡۤا اِلٰـہًا وَّاحِدًا ۚ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ؕ سُبۡحٰنَہٗ عَمَّا یُشۡرِکُوۡنَ ﴿۳۱﴾

009.031 Ittakhathoo ahbarahum waruhbanahum arbaban min dooni Allahi waalmaseeha ibna maryama wama omiroo illa liyaAAbudoo ilahan wahidan la ilaha illa huwa subhanahu AAamma yushrikoona

9:31 Ze hebben hun rabbijnen, hun monniken en de messias, de zoon van Maryam, als heren genomen (voor aanbidding) naast Allah. Ze waren slechts bevolen om ťťn deÔteit te aanbidden. Er is geen (enkel andere) deÔteit dan Hij. Heilig en hoogverheven is Hij van alles wat ze aan hem associŽren!

یُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ یُّطۡفِـُٔوۡا نُوۡرَ اللّٰہِ بِاَفۡوَاہِہِمۡ وَ یَاۡبَی اللّٰہُ اِلَّاۤ اَنۡ یُّتِمَّ نُوۡرَہٗ وَ لَوۡ کَرِہَ الۡکٰفِرُوۡنَ ﴿۳۲﴾

009.032 Yureedoona an yutfi-oo noora Allahi bi-afwahihim waya/ba Allahu illa an yutimma noorahu walaw kariha alkafiroona

9:32 Ze willen het licht (de leiding, de Kuran) van Allah doven met hun monden. Echter, Allah verwerpt alles en vervolmaakt Zijn licht, ook al hebben de ongelovigen er een afkeer van. (Notities: zie 4:174, 5:16, 14:1, 14:5, 2:257)

ہُوَ الَّذِیۡۤ اَرۡسَلَ رَسُوۡلَہٗ بِالۡہُدٰی وَ دِیۡنِ الۡحَقِّ لِیُظۡہِرَہٗ عَلَی الدِّیۡنِ کُلِّہٖ ۙ وَ لَوۡ کَرِہَ الۡمُشۡرِکُوۡنَ ﴿۳۳﴾

009.033 Huwa allathee arsala rasoolahu bialhuda wadeeni alhaqqi liyuthhirahu AAala alddeeni kullihi walaw kariha almushrikoona

9:33 Hij is het Die Zijn boodschapper heeft gezonden met de leiding en de ware religie, om het de overhand te geven boven alle religies. Zelf als de godenaanbidders er een afkeer van hebben.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِنَّ کَثِیۡرًا مِّنَ الۡاَحۡبَارِ وَ الرُّہۡبَانِ لَیَاۡکُلُوۡنَ اَمۡوَالَ النَّاسِ بِالۡبَاطِلِ وَ یَصُدُّوۡنَ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ؕ وَ الَّذِیۡنَ یَکۡنِزُوۡنَ الذَّہَبَ وَ الۡفِضَّۃَ وَ لَا یُنۡفِقُوۡنَہَا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ۙ فَبَشِّرۡہُمۡ بِعَذَابٍ اَلِیۡمٍ ﴿ۙ۳۴﴾

009.034 Ya ayyuha allatheena amanoo inna katheeran mina al-ahbari waalrruhbani laya/kuloona amwala alnnasi bialbatili wayasuddoona AAan sabeeli Allahi waallatheena yaknizoona alththahaba waalfiddata wala yunfiqoonaha fee sabeeli Allahi fabashshirhum biAAathabin aleemin

9:34 O gelovigen! Voorzeker, velen van de rabbijnen en de monniken eten de rijkdommen van de mensen op basis van valsheid en ze hinderen hen op de weg van Allah (om de waarheid te zoeken). Geef, degenen die goud en zilver oppotten en die het niet uitgeven op de weg van Allah, het nieuws van een pijnlijke straf.

یَّوۡمَ یُحۡمٰی عَلَیۡہَا فِیۡ نَارِ جَہَنَّمَ فَتُکۡوٰی بِہَا جِبَاہُہُمۡ وَ جُنُوۡبُہُمۡ وَ ظُہُوۡرُہُمۡ ؕ ہٰذَا مَا کَنَزۡتُمۡ لِاَنۡفُسِکُمۡ فَذُوۡقُوۡا مَا کُنۡتُمۡ تَکۡنِزُوۡنَ ﴿۳۵﴾

009.035 Yawma yuhma AAalayha fee nari jahannama fatukwa biha jibahuhum wajunoobuhum wathuhooruhum hatha ma kanaztum li-anfusikum fathooqoo ma kuntum taknizoona

9:35 Op de dag (dag des oordeels) zal het verhit worden in het vuur van de hel en vervolgens zullen hun voorhoofden, hun zijden en hun ruggen ermee gebrandmerkt worden. (Er zal tegen hen gezegd worden:) "Dit is wat jullie voor jullie zelf oppotten, dus proef wat jullie hebben opgepot."

اِنَّ عِدَّۃَ الشُّہُوۡرِ عِنۡدَ اللّٰہِ اثۡنَا عَشَرَ شَہۡرًا فِیۡ کِتٰبِ اللّٰہِ یَوۡمَ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ مِنۡہَاۤ اَرۡبَعَۃٌ حُرُمٌ ؕ ذٰلِکَ الدِّیۡنُ الۡقَیِّمُ ۬ۙ فَلَا تَظۡلِمُوۡا فِیۡہِنَّ اَنۡفُسَکُمۡ وَ قَاتِلُوا الۡمُشۡرِکِیۡنَ کَآفَّۃً کَمَا یُقَاتِلُوۡنَکُمۡ کَآفَّۃً ؕ وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ مَعَ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۳۶﴾

009.036 Inna AAiddata alshshuhoori AAinda Allahi ithna AAashara shahran fee kitabi Allahi yawma khalaqa alssamawati waal-arda minha arbaAAatun hurumun thalika alddeenu alqayyimu fala tathlimoo feehinna anfusakum waqatiloo almushrikeena kaffatan kama yuqatiloonakum kaffatan waiAAlamoo anna Allaha maAAa almuttaqeena

9:36 Waarlijk, het aantal maanden (in een jaar) bij Allah is twaalf dit is door de Allah bepaald vanaf de dag dat Hij de hemelen en de aarde geschapen heeft. Vier daarvan zijn heilig. Dat (het heilig beschouwen van deze vier maanden) is de oprechte geloof, dus doe jullie zelf daarin geen onrecht aan. En bevecht de godenaanbidders allen te samen, net zoals ze jullie samen bevechten. En weet dat Allah met de Moettaqoens (2:2-5) is. (Notitie: De godenaanbidders hadden maanden aan een jaar toegevoegd om het vechten te rechtvaardigen in de heilige maanden (zie 9:37). De vier heilige maanden zijn Muharam (de eerste maand van het jaar), Rajab (de zevende maand), Dzul-Qa'dah (de elfde maand), Dhul-Hijjah (de twaalfde maand). In deze maanden is het vechten verboden verklaard, zodat men de Umrah en de Hajj veilig kunnen verrichten. De mensen die van ver komen beginnen al in Dzul-Qa'dah (de elfde maand) af te reizen voor de Hadj, die plaats vindt in Dhul-Hijjah (de twaalfde maand). Na de Hadj, hebben ze genoeg tijd om veilig af te reizen tot en met Muharam (de eerste maand van het nieuwe jaar). Voor de mensen die alleen Umrah willen doen, is Rajab (de zevende maand) verklaard als een heilige maand waarin vechten niet toegestaan is. Zie ook 9:5.)

اِنَّمَا النَّسِیۡٓءُ زِیَادَۃٌ فِی الۡکُفۡرِ یُضَلُّ بِہِ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا یُحِلُّوۡنَہٗ عَامًا وَّ یُحَرِّمُوۡنَہٗ عَامًا لِّیُوَاطِـُٔوۡا عِدَّۃَ مَا حَرَّمَ اللّٰہُ فَیُحِلُّوۡا مَا حَرَّمَ اللّٰہُ ؕ زُیِّنَ لَہُمۡ سُوۡٓءُ اَعۡمَالِہِمۡ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿٪۳۷﴾

009.037 Innama alnnasee-o ziyadatun fee alkufri yudallu bihi allatheena kafaroo yuhilloonahu AAaman wayuharrimoonahu AAaman liyuwati-oo AAiddata ma harrama Allahu fayuhilloo ma harrama Allahu zuyyina lahum soo-o aAAmalihim waAllahu la yahdee alqawma alkafireena

9:37 Voorzeker, het uitstellen (van de heilige maanden en dus de grote bedevaart) is een toename in ongeloof, de ongelovigen dwalen slechts ermee. Ze maken het ťťn jaar wettig en het andere jaar weer onwettig, zodat ze het aantal (maanden in een jaar) kunnen aanpassen welke Allah onwettig heeft verklaard en daardoor hetgeen wettig maken wat Allah verboden heeft verklaard (het vechten in de heilige maanden). Het kwaad van hun daden is schoonschijnend voor hun gemaakt. En Allah leidt het ongelovige volk niet.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا مَا لَکُمۡ اِذَا قِیۡلَ لَکُمُ انۡفِرُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ اثَّاقَلۡتُمۡ اِلَی الۡاَرۡضِ ؕ اَرَضِیۡتُمۡ بِالۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا مِنَ الۡاٰخِرَۃِ ۚ فَمَا مَتَاعُ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا فِی الۡاٰخِرَۃِ اِلَّا قَلِیۡلٌ ﴿۳۸﴾

009.038 Ya ayyuha allatheena amanoo ma lakum itha qeela lakumu infiroo fee sabeeli Allahi iththaqaltum ila al-ardi aradeetum bialhayati alddunya mina al-akhirati fama mataAAu alhayati alddunya fee al-akhirati illa qaleelun

9:38 O gelovigen! Wat is er met jullie? Wanneer er tot jullie wordt gezegd om te strijden op de weg van Allah, dan leunen jullie sterk op het wereldse leven. Geven jullie de voorkeur aan het wereldse leven boven op het hiernamaals? Echter het genot van het wereldse leven in vergelijking tot het hiernamaals is slechts klein.

اِلَّا تَنۡفِرُوۡا یُعَذِّبۡکُمۡ عَذَابًا اَلِیۡمًا ۬ۙ وَّ یَسۡتَبۡدِلۡ قَوۡمًا غَیۡرَکُمۡ وَ لَا تَضُرُّوۡہُ شَیۡئًا ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۳۹﴾

009.039 Illa tanfiroo yuAAaththibkum AAathaban aleeman wayastabdil qawman ghayrakum wala tadurroohu shay-an waAllahu AAala kulli shay-in qadeerun

9:39 Als jullie niet uitrukken dan zal Hij jullie straffen met een pijnlijke straf en jullie vervangen door een ander volk. En jullie kunnen Hem (Allah) op geen enkele wijze schaden. En Allah is over alles Almachtig.

اِلَّا تَنۡصُرُوۡہُ فَقَدۡ نَصَرَہُ اللّٰہُ اِذۡ اَخۡرَجَہُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ثَانِیَ اثۡنَیۡنِ اِذۡ ہُمَا فِی الۡغَارِ اِذۡ یَقُوۡلُ لِصَاحِبِہٖ لَا تَحۡزَنۡ اِنَّ اللّٰہَ مَعَنَا ۚ فَاَنۡزَلَ اللّٰہُ سَکِیۡنَتَہٗ عَلَیۡہِ وَ اَیَّدَہٗ بِجُنُوۡدٍ لَّمۡ تَرَوۡہَا وَ جَعَلَ کَلِمَۃَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوا السُّفۡلٰی ؕ وَ کَلِمَۃُ اللّٰہِ ہِیَ الۡعُلۡیَا ؕ وَ اللّٰہُ عَزِیۡزٌ حَکِیۡمٌ ﴿۴۰﴾

009.040 Illa tansuroohu faqad nasarahu Allahu ith akhrajahu allatheena kafaroo thaniya ithnayni ith huma fee alghari ith yaqoolu lisahibihi la tahzan inna Allaha maAAana faanzala Allahu sakeenatahu AAalayhi waayyadahu bijunoodin lam tarawha wajaAAala kalimata allatheena kafaroo alssufla wakalimatu Allahi hiya alAAulya waAllahu AAazeezun hakeemun

9:40 Als jullie hem (Mohammed v.z.m.h.) niet helpen, weet dan dat Allah hem zeer zeker geholpen heeft toen de ongelovigen hem uitdreven. Ze waren met zijn tweeŽn. Toen ze beiden in de grot waren, zei hij (Mohammed v.z.m.h.) tot zijn metgezel (Abu Bakr): "Wees niet treurig, voorzeker, Allah is met ons. Vervolgens zond Allah Zijn rust op hem neer en hielp hem met krachten welke jullie niet zagen en maakte daardoor het woord van de ongelovigen tot het laagste (vernedering). En het woord van Allah is de hoogste. En Allah is Aziez (Almachtig), Hakiem (Alwijs).

اِنۡفِرُوۡا خِفَافًا وَّ ثِقَالًا وَّ جَاہِدُوۡا بِاَمۡوَالِکُمۡ وَ اَنۡفُسِکُمۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ؕ ذٰلِکُمۡ خَیۡرٌ لَّکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۴۱﴾

009.041 Infiroo khifafan wathiqalan wajahidoo bi-amwalikum waanfusikum fee sabeeli Allahi thalikum khayrun lakum in kuntum taAAlamoona

9:41 Strijd! Licht of zwaar (bewapend), en strijd met jullie vermogen en leven op de weg van Allah. Dat is beter voor jullie als jullie het maar wisten.

لَوۡ کَانَ عَرَضًا قَرِیۡبًا وَّ سَفَرًا قَاصِدًا لَّاتَّبَعُوۡکَ وَ لٰکِنۡۢ بَعُدَتۡ عَلَیۡہِمُ الشُّقَّۃُ ؕ وَ سَیَحۡلِفُوۡنَ بِاللّٰہِ لَوِ اسۡتَطَعۡنَا لَخَرَجۡنَا مَعَکُمۡ ۚ یُہۡلِکُوۡنَ اَنۡفُسَہُمۡ ۚ وَ اللّٰہُ یَعۡلَمُ اِنَّہُمۡ لَکٰذِبُوۡنَ ﴿٪۴۲﴾

009.042 Law kana AAaradan qareeban wasafaran qasidan laittabaAAooka walakin baAAudat AAalayhimu alshshuqqatu wasayahlifoona biAllahi lawi istataAAna lakharajna maAAakum yuhlikoona anfusahum waAllahu yaAAlamu innahum lakathiboona

9:42 Als het een makkelijke winst en het een kleine tocht was geweest, dan zouden ze jou (Mohammed v.z.m.h.) zeker gevolgd hebben. Echter, de afstand was voor hen te groot. En ze zullen bij Allah zweren: "Als we instaat waren, dan zouden we zeker met jullie zijn gaan." Ze vernietigen hunzelf! En Allah weet met alle zekerheid, dat ze leugenaars zijn. (Notitie: In deze Ayah en in de komende Ayah's gaat het over de hypocrieten, die niet wilden strijden.)

عَفَا اللّٰہُ عَنۡکَ ۚ لِمَ اَذِنۡتَ لَہُمۡ حَتّٰی یَتَبَیَّنَ لَکَ الَّذِیۡنَ صَدَقُوۡا وَ تَعۡلَمَ الۡکٰذِبِیۡنَ ﴿۴۳﴾

009.043 AAafa Allahu AAanka lima athinta lahum hatta yatabayyana laka allatheena sadaqoo wataAAlama alkathibeena

9:43 Allah vergeeft jou (Mohammed v.z.m.h.), toen jij hen vrijstelling gaf. Zodat het (later) duidelijk voor je zal worden welke van hen waarachtig zijn en welke van hen leugenaars zijn.

لَا یَسۡتَاۡذِنُکَ الَّذِیۡنَ یُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ اَنۡ یُّجَاہِدُوۡا بِاَمۡوَالِہِمۡ وَ اَنۡفُسِہِمۡ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌۢ بِالۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۴۴﴾

009.044 La yasta/thinuka allatheena yu/minoona biAllahi waalyawmi al-akhiri an yujahidoo bi-amwalihim waanfusihim waAllahu AAaleemun bialmuttaqeena

9:44 Degenen die in Allah en in de laatste dag geloven, zouden jou niet om vrijstelling vragen voor het strijden met hun bezit en hun leven. En Allah is Aliem (Alwetend) over de Moettaqoens (2:2-5).

اِنَّمَا یَسۡتَاۡذِنُکَ الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ وَ ارۡتَابَتۡ قُلُوۡبُہُمۡ فَہُمۡ فِیۡ رَیۡبِہِمۡ یَتَرَدَّدُوۡنَ ﴿۴۵﴾

009.045 Innama yasta/thinuka allatheena la yu/minoona biAllahi waalyawmi al-akhiri wairtabat quloobuhum fahum fee raybihim yataraddadoona

9:45 De enige die om vrijstelling vragen zijn degenen die niet geloven in Allah en de laatste dag. Hun harten twijfelen, daardoor dwalen ze in hun onzekerheid.

وَ لَوۡ اَرَادُوا الۡخُرُوۡجَ لَاَعَدُّوۡا لَہٗ عُدَّۃً وَّ لٰکِنۡ کَرِہَ اللّٰہُ انۡۢبِعَاثَہُمۡ فَثَبَّطَہُمۡ وَ قِیۡلَ اقۡعُدُوۡا مَعَ الۡقٰعِدِیۡنَ ﴿۴۶﴾

009.046 Walaw aradoo alkhurooja laaAAaddoo lahu AAuddatan walakin kariha Allahu inbiAAathahum fathabbatahum waqeela oqAAudoo maAAa alqaAAideena

9:46 En als ze van plan waren om te strijden, dan zouden ze enige voorbereiding ervoor hebben getroffen. Maar Allah had een afkeer van dat ze uitgezonden werden, dus liet Hij hen achterblijven en er werd gezegd: "Zit met degenen die niet gaan."

لَوۡ خَرَجُوۡا فِیۡکُمۡ مَّا زَادُوۡکُمۡ اِلَّا خَبَالًا وَّ لَا۠اَوۡضَعُوۡا خِلٰلَکُمۡ یَبۡغُوۡنَکُمُ الۡفِتۡنَۃَ ۚ وَ فِیۡکُمۡ سَمّٰعُوۡنَ لَہُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌۢ بِالظّٰلِمِیۡنَ ﴿۴۷﴾

009.047 Law kharajoo feekum ma zadookum illa khabalan walaawdaAAoo khilalakum yabghoonakumu alfitnata wafeekum sammaAAoona lahum waAllahu AAaleemun bialththalimeena

9:47 En als ze zouden uitrukken met jullie, dan zouden ze jullie niet versterkt hebben. Ze zouden slechts verwarring hebben aangebracht, zoekend naar het creŽren van onenigheid tussen jullie. En enkelen onder jullie zouden naar hen geluisterd hebben. En Allah is Aliem (Alwetend) over de misdadigers.

لَقَدِ ابۡتَغَوُا الۡفِتۡنَۃَ مِنۡ قَبۡلُ وَ قَلَّبُوۡا لَکَ الۡاُمُوۡرَ حَتّٰی جَآءَ الۡحَقُّ وَ ظَہَرَ اَمۡرُ اللّٰہِ وَ ہُمۡ کٰرِہُوۡنَ ﴿۴۸﴾

009.048 Laqadi ibtaghawoo alfitnata min qablu waqallaboo laka al-omoora hatta jaa alhaqqu wathahara amru Allahi wahum karihoona

9:48 Voorzeker, ze hebben al eerder onenigheid proberen te zaaien. En ze hebben voor jou de kwesties al eerder ontregelt totdat de waarheid aan het licht kwam en de bepaling van Allah zich manifesteerde, terwijl ze er een afkeer van hadden.

وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّقُوۡلُ ائۡذَنۡ لِّیۡ وَ لَا تَفۡتِنِّیۡ ؕ اَلَا فِی الۡفِتۡنَۃِ سَقَطُوۡا ؕ وَ اِنَّ جَہَنَّمَ لَمُحِیۡطَۃٌۢ بِالۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۴۹﴾

009.049 Waminhum man yaqoolu i/than lee wala taftinnee ala fee alfitnati saqatoo wa-inna jahannama lamuheetatun bialkafireena

9:49 En onder hen (de hypocrieten) zijn er die zeggen: "Geef me vrijstelling (voor het strijden) en stel me niet op de proef." Echter, ze bevinden zich al in een beproeving. En voorzeker, de hel zal de ongelovigen omsingelen

اِنۡ تُصِبۡکَ حَسَنَۃٌ تَسُؤۡہُمۡ ۚ وَ اِنۡ تُصِبۡکَ مُصِیۡبَۃٌ یَّقُوۡلُوۡا قَدۡ اَخَذۡنَاۤ اَمۡرَنَا مِنۡ قَبۡلُ وَ یَتَوَلَّوۡا وَّ ہُمۡ فَرِحُوۡنَ ﴿۵۰﴾

009.050 In tusibka hasanatun tasu/hum wa-in tusibka museebatun yaqooloo qad akhathna amrana min qablu wayatawallaw wahum farihoona

9:50 Wanneer jou iets goeds overkomt, dan maakt het hen droevig. Maar wanneer er voor jou een probleem zich voordoet, dan zeggen ze: "Waarlijk, we hebben onze maatregelen al eerder getroffen." En ze keren zich af terwijl ze in blijdschap verkeren.

قُلۡ لَّنۡ یُّصِیۡبَنَاۤ اِلَّا مَا کَتَبَ اللّٰہُ لَنَا ۚ ہُوَ مَوۡلٰىنَا ۚ وَ عَلَی اللّٰہِ فَلۡیَتَوَکَّلِ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۵۱﴾

009.051 Qul lan yuseebana illa ma kataba Allahu lana huwa mawlana waAAala Allahi falyatawakkali almu/minoona

9:51 Zeg: "Nooit zal ons iets overkomen behalve wat Allah voor ons bepaald heeft. Hij is onze Beschermer." Dus laat de gelovigen hun vertrouwen in Allah stellen.

قُلۡ ہَلۡ تَرَبَّصُوۡنَ بِنَاۤ اِلَّاۤ اِحۡدَی الۡحُسۡنَیَیۡنِ ؕ وَ نَحۡنُ نَتَرَبَّصُ بِکُمۡ اَنۡ یُّصِیۡبَکُمُ اللّٰہُ بِعَذَابٍ مِّنۡ عِنۡدِہٖۤ اَوۡ بِاَیۡدِیۡنَا ۫ۖ فَتَرَبَّصُوۡۤا اِنَّا مَعَکُمۡ مُّتَرَبِّصُوۡنَ ﴿۵۲﴾

009.052 Qul hal tarabbasoona bina illa ihda alhusnayayni wanahnu natarabbasu bikum an yuseebakumu Allahu biAAathabin min AAindihi aw bi-aydeena fatarabbasoo inna maAAakum mutarabbisoona

9:52 Zeg: "Wachten jullie totdat ťťn van de twee goede dingen (martelaarschap of overwinning) ons overkomt? Terwijl wij wachten totdat Allah jullie treft met een straf van Hem of door onze handen. Dus wacht, voorzeker wij wachten ook.

قُلۡ اَنۡفِقُوۡا طَوۡعًا اَوۡ کَرۡہًا لَّنۡ یُّتَقَبَّلَ مِنۡکُمۡ ؕ اِنَّکُمۡ کُنۡتُمۡ قَوۡمًا فٰسِقِیۡنَ ﴿۵۳﴾

009.053 Qul anfiqoo tawAAan aw karhan lan yutaqabbala minkum innakum kuntum qawman fasiqeena

9:53 Zeg: "Spendeer vrijwillig of niet vrijwillig, nooit zal het van jullie geaccepteerd worden. Jullie zijn een provocerende ongehoorzame volk.

وَ مَا مَنَعَہُمۡ اَنۡ تُقۡبَلَ مِنۡہُمۡ نَفَقٰتُہُمۡ اِلَّاۤ اَنَّہُمۡ کَفَرُوۡا بِاللّٰہِ وَ بِرَسُوۡلِہٖ وَ لَا یَاۡتُوۡنَ الصَّلٰوۃَ اِلَّا وَ ہُمۡ کُسَالٰی وَ لَا یُنۡفِقُوۡنَ اِلَّا وَ ہُمۡ کٰرِہُوۡنَ ﴿۵۴﴾

009.054 Wama manaAAahum an tuqbala minhum nafaqatuhum illa annahum kafaroo biAllahi wabirasoolihi wala ya/toona alssalata illa wahum kusala wala yunfiqoona illa wahum karihoona

9:54 Hun bijdrage wordt niet geaccepteerd doordat ze niet in Allah en Zijn boodschapper geloven, en dat ze niet tot de salaat (het gebed) komen, behalve met tegenzin. En ze spenderen terwijl ze het niet willen.

فَلَا تُعۡجِبۡکَ اَمۡوَالُہُمۡ وَ لَاۤ اَوۡلَادُہُمۡ ؕ اِنَّمَا یُرِیۡدُ اللّٰہُ لِیُعَذِّبَہُمۡ بِہَا فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا وَ تَزۡہَقَ اَنۡفُسُہُمۡ وَ ہُمۡ کٰفِرُوۡنَ ﴿۵۵﴾

009.055 Fala tuAAjibka amwaluhum wala awladuhum innama yureedu Allahu liyuAAaththibahum biha fee alhayati alddunya watazhaqa anfusuhum wahum kafiroona

9:55 Dus laat hun rijkdom geen indruk op je maken en noch hun kinderen. Allah wilt slechts hun ermee straffen gedurende het wereldse leven en dat hun Nafs (eigen ik) dood gaat terwijl ze ongelovig zijn. (Notitie: bij het dood gaan wordt de Nafs (ego/"eigen ik") ontbonden in een ziel en een lichaam.)

وَ یَحۡلِفُوۡنَ بِاللّٰہِ اِنَّہُمۡ لَمِنۡکُمۡ ؕ وَ مَا ہُمۡ مِّنۡکُمۡ وَ لٰکِنَّہُمۡ قَوۡمٌ یَّفۡرَقُوۡنَ ﴿۵۶﴾

009.056 Wayahlifoona biAllahi innahum laminkum wama hum minkum walakinnahum qawmun yafraqoona

9:56 En ze zweren bij Allah, dat ze tot jullie behoren. Echter ze behoren niet tot jullie. (Ze zweren slechts, omdat) ze een volk zijn dat bang is.

لَوۡ یَجِدُوۡنَ مَلۡجَاً اَوۡ مَغٰرٰتٍ اَوۡ مُدَّخَلًا لَّوَلَّوۡا اِلَیۡہِ وَ ہُمۡ یَجۡمَحُوۡنَ ﴿۵۷﴾

009.057 Law yajidoona maljaan aw magharatin aw muddakhalan lawallaw ilayhi wahum yajmahoona

9:57 Als ze een toevluchtsoord, grotten of een schuilplaats konden vinden, dan zouden ze zich meteen er haastig naar toe wenden.

وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّلۡمِزُکَ فِی الصَّدَقٰتِ ۚ فَاِنۡ اُعۡطُوۡا مِنۡہَا رَضُوۡا وَ اِنۡ لَّمۡ یُعۡطَوۡا مِنۡہَاۤ اِذَا ہُمۡ یَسۡخَطُوۡنَ ﴿۵۸﴾

009.058 Waminhum man yalmizuka fee alssadaqati fa-in oAAtoo minha radoo wa-in lam yuAAtaw minha itha hum yaskhatoona

9:58 En onder hen zijn er mensen die jou bekritiseren met betrekking tot de giften (zakaat/armenbelasting, aalmoezen, etc). Wanneer ze ervan krijgen, zijn ze blij. Echter, wanneer ze er niet van krijgen dan zijn ze woedend.

وَ لَوۡ اَنَّہُمۡ رَضُوۡا مَاۤ اٰتٰىہُمُ اللّٰہُ وَ رَسُوۡلُہٗ ۙ وَ قَالُوۡا حَسۡبُنَا اللّٰہُ سَیُؤۡتِیۡنَا اللّٰہُ مِنۡ فَضۡلِہٖ وَ رَسُوۡلُہٗۤ ۙ اِنَّاۤ اِلَی اللّٰہِ رٰغِبُوۡنَ ﴿٪۵۹﴾

009.059 Walaw annahum radoo ma atahumu Allahu warasooluhu waqaloo hasbuna Allahu sayu/teena Allahu min fadlihi warasooluhu inna ila Allahi raghiboona

9:59 Waren ze maar tevreden met hetgeen wat Allah en zijn Boodschapper hen gaf en zeiden ze maar: "Allah is genoeg voor ons. Allah zal ons van Zijn gunsten geven en ook Zijn boodschapper (zal ons voorzien). Voorzeker, we stellen onze hoop op Allah."

اِنَّمَا الصَّدَقٰتُ لِلۡفُقَرَآءِ وَ الۡمَسٰکِیۡنِ وَ الۡعٰمِلِیۡنَ عَلَیۡہَا وَ الۡمُؤَلَّفَۃِ قُلُوۡبُہُمۡ وَ فِی الرِّقَابِ وَ الۡغٰرِمِیۡنَ وَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ ابۡنِ السَّبِیۡلِ ؕ فَرِیۡضَۃً مِّنَ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۶۰﴾

009.060 Innama alssadaqatu lilfuqara-i waalmasakeeni waalAAamileena AAalayha waalmu-allafati quloobuhum wafee alrriqabi waalgharimeena wafee sabeeli Allahi waibni alssabeeli fareedatan mina Allahi waAllahu AAaleemun hakeemun

9:60 De giften zijn alleen voor de armen, voor de behoeftigen, voor degenen die het verzamelen, voor het aantrekken van de harten die geneigd zijn naar de Islam, voor het vrijkopen van krijgsgevangen, voor degenen die schulden hebben, voor de weg van Allah en voor de reizigers (in nood). Dit is een plicht/bepaling opgelegd van Allah. En Allah is Aliem (Alwetend), Hakiem (Alwijs).

وَ مِنۡہُمُ الَّذِیۡنَ یُؤۡذُوۡنَ النَّبِیَّ وَ یَقُوۡلُوۡنَ ہُوَ اُذُنٌ ؕ قُلۡ اُذُنُ خَیۡرٍ لَّکُمۡ یُؤۡمِنُ بِاللّٰہِ وَ یُؤۡمِنُ لِلۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ رَحۡمَۃٌ لِّلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا مِنۡکُمۡ ؕ وَ الَّذِیۡنَ یُؤۡذُوۡنَ رَسُوۡلَ اللّٰہِ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۶۱﴾

009.061 Waminhumu allatheena yu/thoona alnnabiyya wayaqooloona huwa othunun qul othunu khayrin lakum yu/minu biAllahi wayu/minu lilmu/mineena warahmatun lillatheena amanoo minkum waallatheena yu/thoona rasoola Allahi lahum AAathabun aleemun

9:61 En onder hen zijn er mensen die de profeet kwetsen. Ze zeggen: "Hij is ťťn en al oor." Zeg: "Een (luisterend) oor dat goed voor jullie is. Hij gelooft in Allah en hij gelooft de gelovigen, en hij is een zegening voor de gelovigen." En voor degenen die de boodschapper van Allah kwetsen is er een pijnlijke straf.

یَحۡلِفُوۡنَ بِاللّٰہِ لَکُمۡ لِیُرۡضُوۡکُمۡ ۚ وَ اللّٰہُ وَ رَسُوۡلُہٗۤ اَحَقُّ اَنۡ یُّرۡضُوۡہُ اِنۡ کَانُوۡا مُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۶۲﴾

009.062 Yahlifoona biAllahi lakum liyurdookum waAllahu warasooluhu ahaqqu an yurdoohu in kanoo mu/mineena

9:62 Ze zweren bij Allah om jullie (de gelovigen) tevreden te stellen. Echter, als ze geloven (dan weten ze dat) Allah en zijn boodschapper meer recht hebben op de verschaffing van tevredenheid.

اَلَمۡ یَعۡلَمُوۡۤا اَنَّہٗ مَنۡ یُّحَادِدِ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ فَاَنَّ لَہٗ نَارَ جَہَنَّمَ خَالِدًا فِیۡہَا ؕ ذٰلِکَ الۡخِزۡیُ الۡعَظِیۡمُ ﴿۶۳﴾

009.063 Alam yaAAlamoo annahu man yuhadidi Allaha warasoolahu faanna lahu nara jahannama khalidan feeha thalika alkhizyu alAAatheemu

9:63 Weten ze niet dat degene die zich verzet tegen Allah en Zijn boodschapper, dat voor hem het vuur is, waarin ze voor altijd zullen blijven? Dat is een zeer grote vernedering.

یَحۡذَرُ الۡمُنٰفِقُوۡنَ اَنۡ تُنَزَّلَ عَلَیۡہِمۡ سُوۡرَۃٌ تُنَبِّئُہُمۡ بِمَا فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ ؕ قُلِ اسۡتَہۡزِءُوۡا ۚ اِنَّ اللّٰہَ مُخۡرِجٌ مَّا تَحۡذَرُوۡنَ ﴿۶۴﴾

009.064 Yahtharu almunafiqoona an tunazzala AAalayhim sooratun tunabbi-ohum bima fee quloobihim quli istahzi-oo inna Allaha mukhrijun ma tahtharoona

9:64 Vrezen de hypocrieten niet dat er een Soerah (verzen) over hen geopenbaard wordt, dat hen informeert wat er in hun harten bevindt. Zeg: "Spot maar! Voorzeker, Allah zal hetgeen voortbrengen wat jullie vrezen."

وَ لَئِنۡ سَاَلۡتَہُمۡ لَیَقُوۡلُنَّ اِنَّمَا کُنَّا نَخُوۡضُ وَ نَلۡعَبُ ؕ قُلۡ اَ بِاللّٰہِ وَ اٰیٰتِہٖ وَ رَسُوۡلِہٖ کُنۡتُمۡ تَسۡتَہۡزِءُوۡنَ ﴿۶۵﴾

009.065 Wala-in saaltahum layaqoolunna innama kunna nakhoodu wanalAAabu qul abiAllahi waayatihi warasoolihi kuntum tastahzi-oona

9:65 En als je hen erover vraagt, dan zullen ze zeggen: "We waren slechts aan het praten en aan het spelen." Zeg: "Spotten jullie over Allah, Zijn verzen en Zijn boodschapper?"

لَا تَعۡتَذِرُوۡا قَدۡ کَفَرۡتُمۡ بَعۡدَ اِیۡمَانِکُمۡ ؕ اِنۡ نَّعۡفُ عَنۡ طَآئِفَۃٍ مِّنۡکُمۡ نُعَذِّبۡ طَآئِفَۃًۢ بِاَنَّہُمۡ کَانُوۡا مُجۡرِمِیۡنَ ﴿٪۶۶﴾

009.066 La taAAtathiroo qad kafartum baAAda eemanikum in naAAfu AAan ta-ifatin minkum nuAAaththib ta-ifatan bi-annahum kanoo mujrimeena

9:66 Verzin geen excuus! Jullie behoren (door het hypocriete provocerende gedrag) tot de ongelovigen, ondanks dat jullie gelooft hebben. Als Wij een aantal van jullie vergeven, dan zullen Wij ook een aantal van jullie straffen, omdat ze misdadigers waren.

اَلۡمُنٰفِقُوۡنَ وَ الۡمُنٰفِقٰتُ بَعۡضُہُمۡ مِّنۡۢ بَعۡضٍ ۘ یَاۡمُرُوۡنَ بِالۡمُنۡکَرِ وَ یَنۡہَوۡنَ عَنِ الۡمَعۡرُوۡفِ وَ یَقۡبِضُوۡنَ اَیۡدِیَہُمۡ ؕ نَسُوا اللّٰہَ فَنَسِیَہُمۡ ؕ اِنَّ الۡمُنٰفِقِیۡنَ ہُمُ الۡفٰسِقُوۡنَ ﴿۶۷﴾

009.067 Almunafiqoona waalmunafiqatu baAAduhum min baAAdin ya/muroona bialmunkari wayanhawna AAani almaAAroofi wayaqbidoona aydiyahum nasoo Allaha fanasiyahum inna almunafiqeena humu alfasiqoona

9:67 De hypocrieten, zowel de mannen als vrouwen, zijn allemaal hetzelfde. Ze houden van het slechte en verbieden het goede. En ze geven geen aalmoezen. Ze zijn Allah vergeten, daarom is Hij hen vergeten. Voorzeker, de hypocrieten, zij zijn provocerend ongehoorzaam!

وَعَدَ اللّٰہُ الۡمُنٰفِقِیۡنَ وَ الۡمُنٰفِقٰتِ وَ الۡکُفَّارَ نَارَ جَہَنَّمَ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ ہِیَ حَسۡبُہُمۡ ۚ وَ لَعَنَہُمُ اللّٰہُ ۚ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ مُّقِیۡمٌ ﴿ۙ۶۸﴾

009.068 WaAAada Allahu almunafiqeena waalmunafiqati waalkuffara nara jahannama khalideena feeha hiya hasbuhum walaAAanahumu Allahu walahum AAathabun muqeemun

9:68 Allah heeft de hypocrieten mannen, de hypocrieten vrouwen, en de ongelovigen het vuur van de hel toe belooft. Hierin zullen ze voor altijd in blijven. Dat is genoeg voor hen. En Allah heeft hen vervloekt en voor hen is er een blijvende straf (dat nooit zal ophouden).

کَالَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ کَانُوۡۤا اَشَدَّ مِنۡکُمۡ قُوَّۃً وَّ اَکۡثَرَ اَمۡوَالًا وَّ اَوۡلَادًا ؕ فَاسۡتَمۡتَعُوۡا بِخَلَاقِہِمۡ فَاسۡتَمۡتَعۡتُمۡ بِخَلَاقِکُمۡ کَمَا اسۡتَمۡتَعَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ بِخَلَاقِہِمۡ وَ خُضۡتُمۡ کَالَّذِیۡ خَاضُوۡا ؕ اُولٰٓئِکَ حَبِطَتۡ اَعۡمَالُہُمۡ فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ ۚ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡخٰسِرُوۡنَ ﴿۶۹﴾

009.069 Kaallatheena min qablikum kanoo ashadda minkum quwwatan waakthara amwalan waawladan faistamtaAAoo bikhalaqihim faistamtaAAtum bikhalaqikum kama istamtaAAa allatheena min qablikum bikhalaqihim wakhudtum kaallathee khadoo ola-ika habitat aAAmaluhum fee alddunya waal-akhirati waola-ika humu alkhasiroona

9:69 Ze zijn net zoals de oude generaties. Ze waren machtiger in kracht dan jullie en meer overvloedig in rijkdom en kinderen. Ze genoten van hun aandeel (van de wereldse voorzieningen), dus geniet van jullie aandeel net zoals de oude generaties die van hun aandeel hebben genoten. En jullie zijn bezig (in vermaak) net zoals zij bezig waren. Hun daden waren waardeloos zowel voor deze wereld als voor het hiernamaals. Zij zijn de verliezers. (Notitie zie 7:37)

اَلَمۡ یَاۡتِہِمۡ نَبَاُ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ قَوۡمِ نُوۡحٍ وَّ عَادٍ وَّ ثَمُوۡدَ ۬ۙ وَ قَوۡمِ اِبۡرٰہِیۡمَ وَ اَصۡحٰبِ مَدۡیَنَ وَ الۡمُؤۡتَفِکٰتِ ؕ اَتَتۡہُمۡ رُسُلُہُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ ۚ فَمَا کَانَ اللّٰہُ لِیَظۡلِمَہُمۡ وَ لٰکِنۡ کَانُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ یَظۡلِمُوۡنَ ﴿۷۰﴾

009.070 Alam ya/tihim nabao allatheena min qablihim qawmi noohin waAAadin wathamooda waqawmi ibraheema waas-habi madyana waalmu/tafikati atat-hum rusuluhum bialbayyinati fama kana Allahu liyathlimahum walakin kanoo anfusahum yathlimoona

9:70 Heeft het nieuws van de oude generaties hen niet bereikt, zoals het volk van Noeh (Noach), Aad, Thamoed, het volk van Ibrahiem, de bewoners van Midian (Shoe'aib) en de steden die vernietigd zijn? Hun boodschapper kwam tot hen met duidelijke bewijzen. En Allah deed hen geen onrecht aan, maar ze deden hunzelf onrecht aan.

وَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ وَ الۡمُؤۡمِنٰتُ بَعۡضُہُمۡ اَوۡلِیَآءُ بَعۡضٍ ۘ یَاۡمُرُوۡنَ بِالۡمَعۡرُوۡفِ وَ یَنۡہَوۡنَ عَنِ الۡمُنۡکَرِ وَ یُقِیۡمُوۡنَ الصَّلٰوۃَ وَ یُؤۡتُوۡنَ الزَّکٰوۃَ وَ یُطِیۡعُوۡنَ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ ؕ اُولٰٓئِکَ سَیَرۡحَمُہُمُ اللّٰہُ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَزِیۡزٌ حَکِیۡمٌ ﴿۷۱﴾

009.071 Waalmu/minoona waalmu/minatu baAAduhum awliyao baAAdin ya/muroona bialmaAAroofi wayanhawna AAani almunkari wayuqeemoona alssalata wayu/toona alzzakata wayuteeAAoona Allaha warasoolahu ola-ika sayarhamuhumu Allahu inna Allaha AAazeezun hakeemun

9:71 En de gelovige mannen en de gelovige vrouwen sommige van hen zijn Awliyahs (beschermers, helpers, leiders) voor elkaar. Ze bevelen het goede en verbieden het slechte. Ze onderhouden de salaat (het gebed) en geven de zakaat (armenbelasting). Ze gehoorzamen Allah en Zijn boodschapper. Zij zijn degenen waarop Allah's barmhartigheid rust. Voorzeker, Allah is Aziez (Al-machtig), Hakiem (Alwijs).

وَعَدَ اللّٰہُ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ الۡمُؤۡمِنٰتِ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا وَ مَسٰکِنَ طَیِّبَۃً فِیۡ جَنّٰتِ عَدۡنٍ ؕ وَ رِضۡوَانٌ مِّنَ اللّٰہِ اَکۡبَرُ ؕ ذٰلِکَ ہُوَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿٪۷۲﴾

009.072 WaAAada Allahu almu/mineena waalmu/minati jannatin tajree min tahtiha al-anharu khalideena feeha wamasakina tayyibatan fee jannati AAadnin waridwanun mina Allahi akbaru thalika huwa alfawzu alAAatheemu

9:72 De belofte van Allah aan de gelovige mannen en de gelovige vrouwen zijn de tuinen waaronder de rivieren stromen. Ze zullen daar voor altijd in blijven. Een gezegend verblijfplaats in tuinen met gelukzaligheid dat nooit ophoudt. Echter, de tevredenheid van Allah is beter. Dat is de grootste succes. (Notitie: in de tevredenheid van Allah bevindt zich de grootste gelukzaligheid.)

یٰۤاَیُّہَا النَّبِیُّ جَاہِدِ الۡکُفَّارَ وَ الۡمُنٰفِقِیۡنَ وَ اغۡلُظۡ عَلَیۡہِمۡ ؕ وَ مَاۡوٰىہُمۡ جَہَنَّمُ ؕ وَ بِئۡسَ الۡمَصِیۡرُ ﴿۷۳﴾

009.073 Ya ayyuha alnnabiyyu jahidi alkuffara waalmunafiqeena waoghluth AAalayhim wama/wahum jahannamu wabi/sa almaseeru

9:73 O Profeet! Strijdt tegen de ongelovigen en de hypocrieten en wees streng tegen hen. Hun verblijfplaats is de hel, een ellendige eind bestemming.

یَحۡلِفُوۡنَ بِاللّٰہِ مَا قَالُوۡا ؕ وَ لَقَدۡ قَالُوۡا کَلِمَۃَ الۡکُفۡرِ وَ کَفَرُوۡا بَعۡدَ اِسۡلَامِہِمۡ وَ ہَمُّوۡا بِمَا لَمۡ یَنَالُوۡا ۚ وَ مَا نَقَمُوۡۤا اِلَّاۤ اَنۡ اَغۡنٰہُمُ اللّٰہُ وَ رَسُوۡلُہٗ مِنۡ فَضۡلِہٖ ۚ فَاِنۡ یَّتُوۡبُوۡا یَکُ خَیۡرًا لَّہُمۡ ۚ وَ اِنۡ یَّتَوَلَّوۡا یُعَذِّبۡہُمُ اللّٰہُ عَذَابًا اَلِیۡمًا ۙ فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ ۚ وَ مَا لَہُمۡ فِی الۡاَرۡضِ مِنۡ وَّلِیٍّ وَّ لَا نَصِیۡرٍ ﴿۷۴﴾

009.074 Yahlifoona biAllahi ma qaloo walaqad qaloo kalimata alkufri wakafaroo baAAda islamihim wahammoo bima lam yanaloo wama naqamoo illa an aghnahumu Allahu warasooluhu min fadlihi fa-in yatooboo yaku khayran lahum wa-in yatawallaw yuAAaththibhumu Allahu AAathaban aleeman fee alddunya waal-akhirati wama lahum fee al-ardi min waliyyin wala naseerin

9:74 Ze zweren bij Allah, dat ze niets zeiden, terwijl ze zeer zeker het woord van ongeloof uitspraken. En hun ongelovigheid is duidelijk geworden na hun uiterlijk vertoon van het schijn belijden van de Islam. En ze maakten plannen voor hetgeen welke ze niet konden bereiken (het stuk maken van de Islam). Ze waren slecht haatdragend omdat Allah hen (de gelovigen) en Zijn boodschapper verrijkt heeft met Zijn gunsten. Dus als ze berouwen, dan is het beter voor hen. Echter als ze zich afwenden, dan zal Allah hen bestraffen met een pijnlijke straf, zowel in deze wereld als in het hiernamaals. En er is voor hen geen enkele beschermer, noch een helper op de aarde.

وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ عٰہَدَ اللّٰہَ لَئِنۡ اٰتٰىنَا مِنۡ فَضۡلِہٖ لَنَصَّدَّقَنَّ وَ لَنَکُوۡنَنَّ مِنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۷۵﴾

009.075 Waminhum man AAahada Allaha la-in atana min fadlihi lanassaddaqanna walanakoonanna mina alssaliheena

9:75 En onder hen bevinden zich mensen die een verbond met Allah hadden gesloten, zeggende:" Als Hij ons schenkt van Zijn gunsten, dan zullen we zeker aalmoezen geven en dan zullen we zeker tot de vromen\rechtvaardigen behoren.

فَلَمَّاۤ اٰتٰہُمۡ مِّنۡ فَضۡلِہٖ بَخِلُوۡا بِہٖ وَ تَوَلَّوۡا وَّ ہُمۡ مُّعۡرِضُوۡنَ ﴿۷۶﴾

009.076 Falamma atahum min fadlihi bakhiloo bihi watawallaw wahum muAAridoona

9:76 Echter, toen Hij hen voorzien had van Zijn gunst, werden ze erdoor gierig. En ze wenden zich af (van hun verbond met Allah) met afkeer (ervoor).

فَاَعۡقَبَہُمۡ نِفَاقًا فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ اِلٰی یَوۡمِ یَلۡقَوۡنَہٗ بِمَاۤ اَخۡلَفُوا اللّٰہَ مَا وَعَدُوۡہُ وَ بِمَا کَانُوۡا یَکۡذِبُوۡنَ ﴿۷۷﴾

009.077 FaaAAqabahum nifaqan fee quloobihim ila yawmi yalqawnahu bima akhlafoo Allaha ma waAAadoohu wabima kanoo yakthiboona

9:77 Dus Allah strafte hen met hypocrisie in hun harten tot en met de dag dat ze Hem (Allah) zullen ontmoeten. Dit omdat ze het verbond, wat ze met Hem bekrachtig hadden, verbroken en omdat ze liegen.

اَلَمۡ یَعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ یَعۡلَمُ سِرَّہُمۡ وَ نَجۡوٰىہُمۡ وَ اَنَّ اللّٰہَ عَلَّامُ الۡغُیُوۡبِ ﴿ۚ۷۸﴾

009.078 Alam yaAAlamoo anna Allaha yaAAlamu sirrahum wanajwahum waanna Allaha AAallamu alghuyoobi

9:78 Weten ze niet dat Allah hun geheimen en hun heimelijke gesprekken kent? En dat Allah Aliem (Alwetend) is over de Ghayb (hetgeen wat nog niet bekend is)?

اَلَّذِیۡنَ یَلۡمِزُوۡنَ الۡمُطَّوِّعِیۡنَ مِنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ فِی الصَّدَقٰتِ وَ الَّذِیۡنَ لَا یَجِدُوۡنَ اِلَّا جُہۡدَہُمۡ فَیَسۡخَرُوۡنَ مِنۡہُمۡ ؕ سَخِرَ اللّٰہُ مِنۡہُمۡ ۫ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۷۹﴾

009.079 Allatheena yalmizoona almuttawwiAAeena mina almu/mineena fee alssadaqati waallatheena la yajidoona illa juhdahum fayaskharoona minhum sakhira Allahu minhum walahum AAathabun aleemun

9:79 (En Hij kent) degenen die de giften van de gelovigen bespotten en degenen beledigen die niets te geven hebben behalve hun inzet. Ze maken hun dus belachelijk, Allah zal hen belachelijk maken en voor hen is er een pijnlijke straf.

اِسۡتَغۡفِرۡ لَہُمۡ اَوۡ لَا تَسۡتَغۡفِرۡ لَہُمۡ ؕ اِنۡ تَسۡتَغۡفِرۡ لَہُمۡ سَبۡعِیۡنَ مَرَّۃً فَلَنۡ یَّغۡفِرَ اللّٰہُ لَہُمۡ ؕ ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ کَفَرُوۡا بِاللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الۡفٰسِقِیۡنَ ﴿٪۸۰﴾

009.080 Istaghfir lahum aw la tastaghfir lahum in tastaghfir lahum sabAAeena marratan falan yaghfira Allahu lahum thalika bi-annahum kafaroo biAllahi warasoolihi waAllahu la yahdee alqawma alfasiqeena

9:80 Vraag vergiffenis of vraag geen vergiffenis voor hen (het maakt namelijk niet uit). Ook al vraag je zeventig keer vergiffenis voor hen, nooit zal Allah hen vergeven. Dat is omdat ze niet geloven in Allah en Zijn boodschapper. En Allah leidt de provocerende ongehoorzame volk niet.

فَرِحَ الۡمُخَلَّفُوۡنَ بِمَقۡعَدِہِمۡ خِلٰفَ رَسُوۡلِ اللّٰہِ وَ کَرِہُوۡۤا اَنۡ یُّجَاہِدُوۡا بِاَمۡوَالِہِمۡ وَ اَنۡفُسِہِمۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ قَالُوۡا لَا تَنۡفِرُوۡا فِی الۡحَرِّ ؕ قُلۡ نَارُ جَہَنَّمَ اَشَدُّ حَرًّا ؕ لَوۡ کَانُوۡا یَفۡقَہُوۡنَ ﴿۸۱﴾

009.081 Fariha almukhallafoona bimaqAAadihim khilafa rasooli Allahi wakarihoo an yujahidoo bi-amwalihim waanfusihim fee sabeeli Allahi waqaloo la tanfiroo fee alharri qul naru jahannama ashaddu harran law kanoo yafqahoona

9:81 Blij zijn degenen die achterblijven en daardoor de boodschapper van Allah niet vergezelden (in de strijd)! Ze hebben een afkeer van om te strijden met hun rijkdommen en hun leven op de weg van Allah. En ze zeggen: "Rukt niet uit in de hitte." Zeg:" De hitte van de hel is meer intens." Konden ze het maar begrijpen.

فَلۡیَضۡحَکُوۡا قَلِیۡلًا وَّ لۡیَبۡکُوۡا کَثِیۡرًا ۚ جَزَآءًۢ بِمَا کَانُوۡا یَکۡسِبُوۡنَ ﴿۸۲﴾

009.082 Falyadhakoo qaleelan walyabkoo katheeran jazaan bima kanoo yaksiboona

9:82 Dus laat ze maar een beetje plezier hebben, ze zullen (later) veel huilen als vergelding voor wat ze deden.

فَاِنۡ رَّجَعَکَ اللّٰہُ اِلٰی طَآئِفَۃٍ مِّنۡہُمۡ فَاسۡتَاۡذَنُوۡکَ لِلۡخُرُوۡجِ فَقُلۡ لَّنۡ تَخۡرُجُوۡا مَعِیَ اَبَدًا وَّ لَنۡ تُقَاتِلُوۡا مَعِیَ عَدُوًّا ؕ اِنَّکُمۡ رَضِیۡتُمۡ بِالۡقُعُوۡدِ اَوَّلَ مَرَّۃٍ فَاقۡعُدُوۡا مَعَ الۡخٰلِفِیۡنَ ﴿۸۳﴾

009.083 Fa-in rajaAAaka Allahu ila ta-ifatin minhum faista/thanooka lilkhurooji faqul lan takhrujoo maAAiya abadan walan tuqatiloo maAAiya AAaduwwan innakum radeetum bialquAAoodi awwala marratin faoqAAudoo maAAa alkhalifeena

9:83 Wanneer Allah jou dan terug brengt (van de strijd) en als er een gedeelte van hen jou om toestemming vraagt om mee te gaan voor het strijden, zeg dan: "Nooit zullen jullie uit rukken met mij en nooit zullen jullie met mij tegen welke vijand dan ook vechten! Voorzeker, het behaagde jullie de eerste keer om thuis te blijven, dus blijf met degenen die thuis blijven."

وَ لَا تُصَلِّ عَلٰۤی اَحَدٍ مِّنۡہُمۡ مَّاتَ اَبَدًا وَّ لَا تَقُمۡ عَلٰی قَبۡرِہٖ ؕ اِنَّہُمۡ کَفَرُوۡا بِاللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ وَ مَا تُوۡا وَ ہُمۡ فٰسِقُوۡنَ ﴿۸۴﴾

009.084 Wala tusalli AAala ahadin minhum mata abadan wala taqum AAala qabrihi innahum kafaroo biAllahi warasoolihi wamatoo wahum fasiqoona

9:84 En verricht nooit de janazah salaat (het gebed dat verricht wordt voor het begraven) wanneer iemand van hen overlijdt en sta niet bij zijn graf. Voorzeker, ze geloofden niet in Allah en Zijn boodschapper, en ze stierven terwijl ze provocerend ongehoorzaam waren.

وَ لَا تُعۡجِبۡکَ اَمۡوَالُہُمۡ وَ اَوۡلَادُہُمۡ ؕ اِنَّمَا یُرِیۡدُ اللّٰہُ اَنۡ یُّعَذِّبَہُمۡ بِہَا فِی الدُّنۡیَا وَ تَزۡہَقَ اَنۡفُسُہُمۡ وَ ہُمۡ کٰفِرُوۡنَ ﴿۸۵﴾

009.085 Wala tuAAjibka amwaluhum waawladuhum innama yureedu Allahu an yuAAaththibahum biha fee alddunya watazhaqa anfusuhum wahum kafiroona

9:85 En laat hun rijkdom en hun kinderen geen indruk op je maken. Allah wilt slechts hun ermee straffen tijdens de wereldse leven, en wilt dat hun Nafs (eigen ik) ontbonden wordt (in een ziel en een lichaam, m.a.w. dood gaat) terwijl ze ongelovig zijn.

وَ اِذَاۤ اُنۡزِلَتۡ سُوۡرَۃٌ اَنۡ اٰمِنُوۡا بِاللّٰہِ وَ جَاہِدُوۡا مَعَ رَسُوۡلِہِ اسۡتَاۡذَنَکَ اُولُوا الطَّوۡلِ مِنۡہُمۡ وَ قَالُوۡا ذَرۡنَا نَکُنۡ مَّعَ الۡقٰعِدِیۡنَ ﴿۸۶﴾

009.086 Wa-itha onzilat sooratun an aminoo biAllahi wajahidoo maAAa rasoolihi ista/thanaka oloo alttawli minhum waqaloo tharna nakun maAAa alqaAAideena

9:86 En toen een Surah (verzen) geopenbaard werd om in Allah te geloven en om te strijden met Zijn boodschapper, vroegen de rijke mensen onder hen om vrijstelling en ze zeiden:" Laat ons, we willen bij degenen zijn die thuis blijven."

رَضُوۡا بِاَنۡ یَّکُوۡنُوۡا مَعَ الۡخَوَالِفِ وَ طُبِعَ عَلٰی قُلُوۡبِہِمۡ فَہُمۡ لَا یَفۡقَہُوۡنَ ﴿۸۷﴾

009.087 Radoo bi-an yakoonoo maAAa alkhawalifi watubiAAa AAala quloobihim fahum la yafqahoona

9:87 Ze waren tevreden om met degenen te zijn die thuis bleven. Hun harten waren bezegeld, daarom begrijpen ze niet.

لٰکِنِ الرَّسُوۡلُ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا مَعَہٗ جٰہَدُوۡا بِاَمۡوَالِہِمۡ وَ اَنۡفُسِہِمۡ ؕ وَ اُولٰٓئِکَ لَہُمُ الۡخَیۡرٰتُ ۫ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُفۡلِحُوۡنَ ﴿۸۸﴾

009.088 Lakini alrrasoolu waallatheena amanoo maAAahu jahadoo bi-amwalihim waanfusihim waola-ika lahumu alkhayratu waola-ika humu almuflihoona

9:88 Maar de boodschapper en degenen die samen met hem geloven, streden met hun rijkdommen en levens. En zij! Voor hen zijn er goede dingen, en zij zijn degenen die groeien in succes.

اَعَدَّ اللّٰہُ لَہُمۡ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ ذٰلِکَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿٪۸۹﴾

009.089 aAAadda Allahu lahum jannatin tajree min tahtiha al-anharu khalideena feeha thalika alfawzu alAAatheemu

9:89 Allah heeft voor hen tuinen voorbereid, waaronder rivieren stromen. Ze zullen voor altijd erin vertoeven. Dat is een groot succes.

وَ جَآءَ الۡمُعَذِّرُوۡنَ مِنَ الۡاَعۡرَابِ لِیُؤۡذَنَ لَہُمۡ وَ قَعَدَ الَّذِیۡنَ کَذَبُوا اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ ؕ سَیُصِیۡبُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۹۰﴾

009.090 Wajaa almuAAaththiroona mina al-aAArabi liyu/thana lahum waqaAAada allatheena kathaboo Allaha warasoolahu sayuseebu allatheena kafaroo minhum AAathabun aleemun

9:90 En enkelen van de bedoeÔenen kwamen (bij jou) om excuses aan te bieden, zodat vrijstelling (voor het strijden) gegeven zou worden. En (onder de bedoeÔenen waren er) die logen tegen Allah en Zijn boodschapper (dat ze mee zouden strijden), echter ze bleven thuis. Een pijnlijke straf zal de ongelovigen onder hen treffen.

لَیۡسَ عَلَی الضُّعَفَآءِ وَ لَا عَلَی الۡمَرۡضٰی وَ لَا عَلَی الَّذِیۡنَ لَا یَجِدُوۡنَ مَا یُنۡفِقُوۡنَ حَرَجٌ اِذَا نَصَحُوۡا لِلّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ ؕ مَا عَلَی الۡمُحۡسِنِیۡنَ مِنۡ سَبِیۡلٍ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿ۙ۹۱﴾

009.091 Laysa AAala aldduAAafa-i wala AAala almarda wala AAala allatheena la yajidoona ma yunfiqoona harajun itha nasahoo lillahi warasoolihi ma AAala almuhsineena min sabeelin waAllahu ghafoorun raheemun

9:91 Er rust geen zonde op de zwakken, de zieken, noch op degenen die niets kunnen vinden om te besteden (op de weg van Allah), als ze maar oprecht zijn tegen Allah en Zijn boodschapper. Er rust geen enkele schuld op de mensen die goed doen. En Allah is Ghafoer (de meest vergevensgezinde), Rahiem (de meest barmhartige).

وَّ لَا عَلَی الَّذِیۡنَ اِذَا مَاۤ اَتَوۡکَ لِتَحۡمِلَہُمۡ قُلۡتَ لَاۤ اَجِدُ مَاۤ اَحۡمِلُکُمۡ عَلَیۡہِ ۪ تَوَلَّوۡا وَّ اَعۡیُنُہُمۡ تَفِیۡضُ مِنَ الدَّمۡعِ حَزَنًا اَلَّا یَجِدُوۡا مَا یُنۡفِقُوۡنَ ﴿ؕ۹۲﴾

009.092 Wala AAala allatheena itha ma atawka litahmilahum qulta la ajidu ma ahmilukum AAalayhi tawallaw waaAAyunuhum tafeedu mina alddamAAi hazanan alla yajidoo ma yunfiqoona

9:92 En (ook) niet op degenen (die geen rijdier hadden en) die bij jou kwamen met de intentie dat jij hen zou voorzien van rijdieren. Jij zei (tegen hen): "Ik kan geen rijdier voor jullie vinden." Vervolgens keerden ze terug met tranen van verdriet in hun ogen, omdat ze geen bijdrage konden leveren (aan de strijd). (Notitie hier wordt gerefereerd naar de slag van Tabuk, een plaatst dat noordwesten gelegen is van Saoedi-ArabiŽ aan de Rode Zee. De afstand was te groot om deze te voet af te leggen.)

اِنَّمَا السَّبِیۡلُ عَلَی الَّذِیۡنَ یَسۡتَاۡذِنُوۡنَکَ وَ ہُمۡ اَغۡنِیَآءُ ۚ رَضُوۡا بِاَنۡ یَّکُوۡنُوۡا مَعَ الۡخَوَالِفِ ۙ وَ طَبَعَ اللّٰہُ عَلٰی قُلُوۡبِہِمۡ فَہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۳﴾

009.093 Innama alssabeelu AAala allatheena yasta/thinoonaka wahum aghniyao radoo bi-an yakoonoo maAAa alkhawalifi watabaAAa Allahu AAala quloobihim fahum la yaAAlamoona

9:93 De schuld rust slechts op degenen die jou om vrijstelling vragen, terwijl ze rijk zijn. Ze zijn tevreden om met de thuisblijvers te blijven. En Allah heeft hun harten bezegeld, daarom begrijpen ze niet.

یَعۡتَذِرُوۡنَ اِلَیۡکُمۡ اِذَا رَجَعۡتُمۡ اِلَیۡہِمۡ ؕ قُلۡ لَّا تَعۡتَذِرُوۡا لَنۡ نُّؤۡمِنَ لَکُمۡ قَدۡ نَبَّاَنَا اللّٰہُ مِنۡ اَخۡبَارِکُمۡ ؕ وَ سَیَرَی اللّٰہُ عَمَلَکُمۡ وَ رَسُوۡلُہٗ ثُمَّ تُرَدُّوۡنَ اِلٰی عٰلِمِ الۡغَیۡبِ وَ الشَّہَادَۃِ فَیُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۹۴﴾

009.094 YaAAtathiroona ilaykum itha rajaAAtum ilayhim qul la taAAtathiroo lan nu/mina lakum qad nabbaana Allahu min akhbarikum wasayara Allahu AAamalakum warasooluhu thumma turaddoona ila AAalimi alghaybi waalshshahadati fayunabbi-okum bima kuntum taAAmaloona

9:94 Wanneer je terug komt (van de strijd), zullen ze excuses aan jou bieden. Zeg:" Biedt geen excuses, we zullen jullie nooit geloven. Waarlijk, Allah heeft ons over jullie verteld. En Allah en Zijn boodschapper kijken toe wat jullie doen. Vervolgens, zullen jullie terug gebracht worden tot de Alles-wetende (Allah) over de Ghayb (het ongeziene) en het geziene. En Hij zal jullie informeren over hetgeen jullie deden."

سَیَحۡلِفُوۡنَ بِاللّٰہِ لَکُمۡ اِذَا انۡقَلَبۡتُمۡ اِلَیۡہِمۡ لِتُعۡرِضُوۡا عَنۡہُمۡ ؕ فَاَعۡرِضُوۡا عَنۡہُمۡ ؕ اِنَّہُمۡ رِجۡسٌ ۫ وَّ مَاۡوٰىہُمۡ جَہَنَّمُ ۚ جَزَآءًۢ بِمَا کَانُوۡا یَکۡسِبُوۡنَ ﴿۹۵﴾

009.095 Sayahlifoona biAllahi lakum itha inqalabtum ilayhim lituAAridoo AAanhum faaAAridoo AAanhum innahum rijsun wama/wahum jahannamu jazaan bima kanoo yaksiboona

9:95 Wanneer je terug komt (van de strijd), zullen ze bij jou tot Allah zweren (dat ze gegronde excuses hadden om achter te blijven), zodat je hen met rust kan laten. Laat hun dus met rust, ze zijn onrein. En hun verblijfplaats is de hel, een vergelding voor wat ze verdienen.

یَحۡلِفُوۡنَ لَکُمۡ لِتَرۡضَوۡا عَنۡہُمۡ ۚ فَاِنۡ تَرۡضَوۡا عَنۡہُمۡ فَاِنَّ اللّٰہَ لَا یَرۡضٰی عَنِ الۡقَوۡمِ الۡفٰسِقِیۡنَ ﴿۹۶﴾

009.096 Yahlifoona lakum litardaw AAanhum fa-in tardaw AAanhum fa-inna Allaha la yarda AAani alqawmi alfasiqeena

9:96 Ze zweren in de nabijheid van jullie (de gelovigen) zodat jullie tevreden zullen zijn met hen. Echter als jullie tevreden zijn met hen, weet dan dat Allah geen enkel behagen heeft in de provocerende ongehoorzame volk.

اَلۡاَعۡرَابُ اَشَدُّ کُفۡرًا وَّ نِفَاقًا وَّ اَجۡدَرُ اَلَّا یَعۡلَمُوۡا حُدُوۡدَ مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ عَلٰی رَسُوۡلِہٖ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۹۷﴾

009.097 Al-aAArabu ashaddu kufran wanifaqan waajdaru alla yaAAlamoo hudooda ma anzala Allahu AAala rasoolihi waAllahu AAaleemun hakeemun

9:97 De bedoeÔenen zijn de sterkste in ongeloof en hypocrisie. Het is daarom begrijpelijk dat ze de grenzen die Allah aan zijn boodschapper geopenbaard heeft, niet kennen. En Allah is Aliem (Alwetend), Hakiem (Alwijs).

وَ مِنَ الۡاَعۡرَابِ مَنۡ یَّتَّخِذُ مَا یُنۡفِقُ مَغۡرَمًا وَّ یَتَرَبَّصُ بِکُمُ الدَّوَآئِرَ ؕ عَلَیۡہِمۡ دَآئِرَۃُ السَّوۡءِ ؕ وَ اللّٰہُ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۹۸﴾

009.098 Wamina al-aAArabi man yattakhithu ma yunfiqu maghraman wayatarabbasu bikumu alddawa-ira AAalayhim da-iratu alssaw-i waAllahu sameeAAun AAaleemun

9:98 Onder de bedoeÔenen zijn er mensen die hun bijdrage (op de weg van Allah) als een verlies beschouwen. En ze willen dat er ellende over jou komt. Op hun zal de ellende komen! En Allah is Samie'u (Alhorend), Aliem (Alwetend).

وَ مِنَ الۡاَعۡرَابِ مَنۡ یُّؤۡمِنُ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ وَ یَتَّخِذُ مَا یُنۡفِقُ قُرُبٰتٍ عِنۡدَ اللّٰہِ وَ صَلَوٰتِ الرَّسُوۡلِ ؕ اَلَاۤ اِنَّہَا قُرۡبَۃٌ لَّہُمۡ ؕ سَیُدۡخِلُہُمُ اللّٰہُ فِیۡ رَحۡمَتِہٖ ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿٪۹۹﴾

009.099 Wamina al-aAArabi man yu/minu biAllahi waalyawmi al-akhiri wayattakhithu ma yunfiqu qurubatin AAinda Allahi wasalawati alrrasooli ala innaha qurbatun lahum sayudkhiluhumu Allahu fee rahmatihi inna Allaha ghafoorun raheemun

9:99 Echter onder de bedoeÔenen zijn er ook mensen die geloven in Allah en in de laatste dag. En die hun bijdragen (op de weg van Allah) beschouwen als een middel om dichter bij Allah te komen en om zegeningen te krijgen van de boodschapper. Aanschouw! Voorzeker, het is een middel om dichterbij te komen voor hen. Allah zal hen toelaten tot Zijn barmhartigheid. Voorzeker, Allah is Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Rahiem (de meest barmhartige).

وَ السّٰبِقُوۡنَ الۡاَوَّلُوۡنَ مِنَ الۡمُہٰجِرِیۡنَ وَ الۡاَنۡصَارِ وَ الَّذِیۡنَ اتَّبَعُوۡہُمۡ بِاِحۡسَانٍ ۙ رَّضِیَ اللّٰہُ عَنۡہُمۡ وَ رَضُوۡا عَنۡہُ وَ اَعَدَّ لَہُمۡ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ تَحۡتَہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ؕ ذٰلِکَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿۱۰۰﴾

009.100 Waalssabiqoona al-awwaloona mina almuhajireena waal-ansari waallatheena ittabaAAoohum bi-ihsanin radiya Allahu AAanhum waradoo AAanhu waaAAadda lahum jannatin tajree tahtaha al-anharu khalideena feeha abadan thalika alfawzu alAAatheemu

9:100 En de Muhajirun (de emigranten van Makkah naar Medina) die het eerste de Islam accepteerde, de Anshar (de inwoners van Medina die de Muhajirun hielpen en voorzieningen verschaften) en de degenen die hen opvolgden in het verrichten van goede daden, Allah is tevreden met hen en zij zijn tevreden met Hem. En Hij heeft voor hen tuinen voorbereid waaronder rivieren stromen. Ze zullen er voor altijd in verblijven. Dat is een groot succes.

وَ مِمَّنۡ حَوۡلَکُمۡ مِّنَ الۡاَعۡرَابِ مُنٰفِقُوۡنَ ؕۛ وَ مِنۡ اَہۡلِ الۡمَدِیۡنَۃِ ۟ۛؔ مَرَدُوۡا عَلَی النِّفَاقِ ۟ لَا تَعۡلَمُہُمۡ ؕ نَحۡنُ نَعۡلَمُہُمۡ ؕ سَنُعَذِّبُہُمۡ مَّرَّتَیۡنِ ثُمَّ یُرَدُّوۡنَ اِلٰی عَذَابٍ عَظِیۡمٍ ﴿۱۰۱﴾ۚ

009.101 Wamimman hawlakum mina al-aAArabi munafiqoona wamin ahli almadeenati maradoo AAala alnnifaqi la taAAlamuhum nahnu naAAlamuhum sanuAAaththibuhum marratayni thumma yuraddoona ila AAathabin AAatheemin

9:101 En onder de bedoeÔenen rondom jou zijn er hypocrieten en ook onder de mensen van Medina. Ze volharden in hypocrisie. Je kent ze niet, maar Wij (Allah) kennen ze wel. We zullen hen twee keer straffen (de straf gedurende werelds leven en de straf van het graf) en daarna zullen ze terug gebracht worden tot een enorme straf.

وَ اٰخَرُوۡنَ اعۡتَرَفُوۡا بِذُنُوۡبِہِمۡ خَلَطُوۡا عَمَلًا صَالِحًا وَّ اٰخَرَ سَیِّئًا ؕ عَسَی اللّٰہُ اَنۡ یَّتُوۡبَ عَلَیۡہِمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۰۲﴾

009.102 Waakharoona iAAtarafoo bithunoobihim khalatoo AAamalan salihan waakhara sayyi-an AAasa Allahu an yatooba AAalayhim inna Allaha ghafoorun raheemun

9:102 En sommige van hen hebben hun zonden erkend (de erkenning van de hypocrisie). Ze hebben een goede daad met het slechte vermengt. Misschien zal Allah Zich tot hen in barmhartigheid wenden. (Want) Allah is Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Rahiem (de meest barmhartige).

خُذۡ مِنۡ اَمۡوَالِہِمۡ صَدَقَۃً تُطَہِّرُہُمۡ وَ تُزَکِّیۡہِمۡ بِہَا وَ صَلِّ عَلَیۡہِمۡ ؕ اِنَّ صَلٰوتَکَ سَکَنٌ لَّہُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۱۰۳﴾

009.103 Khuth min amwalihim sadaqatan tutahhiruhum watuzakkeehim biha wasalli AAalayhim inna salataka sakanun lahum waAllahu sameeAAun AAaleemun

9:103 Neem de Sadaqah (aalmoezen) van hun rijkdommen om hen te reinigen en (hun vermogen) te zuiveren zodat het toe zal nemen (Baraqah). En zegen hen. Voorzeker, jou zegeningen zijn een geruststelling voor hen. En Allah is Samie'u (Alhorend), Aliem (Alweten).

اَلَمۡ یَعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ ہُوَ یَقۡبَلُ التَّوۡبَۃَ عَنۡ عِبَادِہٖ وَ یَاۡخُذُ الصَّدَقٰتِ وَ اَنَّ اللّٰہَ ہُوَ التَّوَّابُ الرَّحِیۡمُ ﴿۱۰۴﴾

009.104 Alam yaAAlamoo anna Allaha huwa yaqbalu alttawbata AAan AAibadihi waya/khuthu alssadaqati waanna Allaha huwa alttawwabu alrraheemu

9:104 Weten ze niet dat Allah het berouw van Zijn slaven aanvaardt en de aalmoezen accepteert, en dat Allah (alleen) de Aanvaarder van het berouw is, de Rahmaan (de meest Barmhartige) is?

وَ قُلِ اعۡمَلُوۡا فَسَیَرَی اللّٰہُ عَمَلَکُمۡ وَ رَسُوۡلُہٗ وَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ؕ وَ سَتُرَدُّوۡنَ اِلٰی عٰلِمِ الۡغَیۡبِ وَ الشَّہَادَۃِ فَیُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۰۵﴾ۚ

009.105 Waquli iAAmaloo fasayara Allahu AAamalakum warasooluhu waalmu/minoona wasaturaddoona ila AAalimi alghaybi waalshshahadati fayunabbi-okum bima kuntum taAAmaloona

9:105 En zeg: "Werk! Allah zal jullie daden zien, en ook de boodschapper en de gelovigen. En jullie zullen terug gebracht worden tot de Alles-wetende (Allah) over de Ghayb (het ongeziene) en het geziene. Vervolgens zal Hij jullie informeren over hetgeen jullie deden."

وَ اٰخَرُوۡنَ مُرۡجَوۡنَ لِاَمۡرِ اللّٰہِ اِمَّا یُعَذِّبُہُمۡ وَ اِمَّا یَتُوۡبُ عَلَیۡہِمۡ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۱۰۶﴾

009.106 Waakharoona murjawna li-amri Allahi imma yuAAaththibuhum wa-imma yatoobu AAalayhim waAllahu AAaleemun hakeemun

9:106 En anderen zijn afwachtend op het besluit van Allah, dat Hij hen zal straffen of dat Hij tot hen in barmhartigheid zal wenden. En Allah is Aliem (Alwetend), Hakiem (Alwijs).

وَ الَّذِیۡنَ اتَّخَذُوۡا مَسۡجِدًا ضِرَارًا وَّ کُفۡرًا وَّ تَفۡرِیۡقًۢا بَیۡنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ اِرۡصَادًا لِّمَنۡ حَارَبَ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ مِنۡ قَبۡلُ ؕ وَ لَیَحۡلِفُنَّ اِنۡ اَرَدۡنَاۤ اِلَّا الۡحُسۡنٰی ؕ وَ اللّٰہُ یَشۡہَدُ اِنَّہُمۡ لَکٰذِبُوۡنَ ﴿۱۰۷﴾

009.107 Waallatheena ittakhathoo masjidan diraran wakufran watafreeqan bayna almu/mineena wa-irsadan liman haraba Allaha warasoolahu min qablu walayahlifunna in aradna illa alhusna waAllahu yashhadu innahum lakathiboona

9:107 En wat betreft degenen die een moskee oprichten om schade aan te richten, en voor ongeloof (te verspreiden), en om verdeling tussen de gelovigen te creŽren en als een station om oorlog tegen Allah en Zijn boodschapper te voeren, zullen zweren: "We wensen slechts het goede." Echter Allah getuigt dat ze zeker leugenaars zijn. (Notitie: Het betreft hier moskee Al-Dirar, dat gebouwd was door de hypocrieten vlak bij de moskee Quba in Medina. De profeet Mohammed v.z.m.h. wilde in de eerste instantie het gebed daar verrichten, totdat deze verzen geopenbaard werden en de werkelijke intentie voor het bouwen van deze moskee duidelijk werd.)

لَا تَقُمۡ فِیۡہِ اَبَدًا ؕ لَمَسۡجِدٌ اُسِّسَ عَلَی التَّقۡوٰی مِنۡ اَوَّلِ یَوۡمٍ اَحَقُّ اَنۡ تَقُوۡمَ فِیۡہِ ؕ فِیۡہِ رِجَالٌ یُّحِبُّوۡنَ اَنۡ یَّتَطَہَّرُوۡا ؕ وَ اللّٰہُ یُحِبُّ الۡمُطَّہِّرِیۡنَ ﴿۱۰۸﴾

009.108 La taqum feehi abadan lamasjidun ossisa AAala alttaqwa min awwali yawmin ahaqqu an taqooma feehi feehi rijalun yuhibboona an yatatahharoo waAllahu yuhibbu almuttahhireena

9:108 Sta daar nooit in (voor het gebed). Zeker, een moskee die vanaf de eerste dag op basis van Taqwa (de vrees van Allah) is gesticht, is meer waardiger om er in te staan voor het verrichten van het gebed. Daarin zijn mensen die houden om zichzelf te reinigen, en Allah houdt van degenen die zichzelf reinigen. (Notitie zie ook 56:79 m.b.t. reinigen)

اَفَمَنۡ اَسَّسَ بُنۡیَانَہٗ عَلٰی تَقۡوٰی مِنَ اللّٰہِ وَ رِضۡوَانٍ خَیۡرٌ اَمۡ مَّنۡ اَسَّسَ بُنۡیَانَہٗ عَلٰی شَفَا جُرُفٍ ہَارٍ فَانۡہَارَ بِہٖ فِیۡ نَارِ جَہَنَّمَ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۱۰۹﴾

009.109 Afaman assasa bunyanahu AAala taqwa mina Allahi waridwanin khayrun am man assasa bunyanahu AAala shafa jurufin harin fainhara bihi fee nari jahannama waAllahu la yahdee alqawma alththalimeena

9:109 Is degene die zijn huis bouwt op basis van vrees voor Allah en zoekende naar Zijn tevredenheid, niet beter dan iemand die zijn huis bouwt op de rand van een klif dat bijna instort, zodat het samen met hem instort in het vuur van de hel? En Allah leidt het misdadige volk niet. (Notitie zie ook 24:36-38 en 72:18)

لَا یَزَالُ بُنۡیَانُہُمُ الَّذِیۡ بَنَوۡا رِیۡبَۃً فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ اِلَّاۤ اَنۡ تَقَطَّعَ قُلُوۡبُہُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۱۱۰﴾٪

009.110 La yazalu bunyanuhumu allathee banaw reebatan fee quloobihim illa an taqattaAAa quloobuhum waAllahu AAaleemun hakeemun

9:110 De onrust dat hun gebouwen in hun harten veroorzaakt zal nooit stoppen, behalve als hun harten in stukken zijn gebroken. En Allah is Aliem (Alwetend), Hakiem (Alwijs).

اِنَّ اللّٰہَ اشۡتَرٰی مِنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ اَنۡفُسَہُمۡ وَ اَمۡوَالَہُمۡ بِاَنَّ لَہُمُ الۡجَنَّۃَ ؕ یُقَاتِلُوۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ فَیَقۡتُلُوۡنَ وَ یُقۡتَلُوۡنَ ۟ وَعۡدًا عَلَیۡہِ حَقًّا فِی التَّوۡرٰىۃِ وَ الۡاِنۡجِیۡلِ وَ الۡقُرۡاٰنِ ؕ وَ مَنۡ اَوۡفٰی بِعَہۡدِہٖ مِنَ اللّٰہِ فَاسۡتَبۡشِرُوۡا بِبَیۡعِکُمُ الَّذِیۡ بَایَعۡتُمۡ بِہٖ ؕ وَ ذٰلِکَ ہُوَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿۱۱۱﴾

009.111 Inna Allaha ishtara mina almu/mineena anfusahum waamwalahum bi-anna lahumu aljannata yuqatiloona fee sabeeli Allahi fayaqtuloona wayuqtaloona waAAdan AAalayhi haqqan fee alttawrati waal-injeeli waalqur-ani waman awfa biAAahdihi mina Allahi faistabshiroo bibayAAikumu allathee bayaAAtum bihi wathalika huwa alfawzu alAAatheemu

9:111 Voorzeker, Allah heeft het leven en de rijkdommen van de gelovigen gekocht, omdat het paradijs voor hen is. Ze strijden op de weg van Allah, ze doden en ze worden gedood. Het is een ware belofte dat op Hem rust, dat vermeld is in de Taurat (Thora), de Injiel (Evangelie) en in de Kuran. En is er iemand die meer trouw is aan zijn belofte dan Allah? Dus verheug op jullie transactie die jullie afgesloten hebben! En dat is een groot succes.

اَلتَّآئِبُوۡنَ الۡعٰبِدُوۡنَ الۡحٰمِدُوۡنَ السَّآئِحُوۡنَ الرّٰکِعُوۡنَ السّٰجِدُوۡنَ الۡاٰمِرُوۡنَ بِالۡمَعۡرُوۡفِ وَ النَّاہُوۡنَ عَنِ الۡمُنۡکَرِ وَ الۡحٰفِظُوۡنَ لِحُدُوۡدِ اللّٰہِ ؕ وَ بَشِّرِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱۱۲﴾

009.112 Altta-iboona alAAabidoona alhamidoona alssa-ihoona alrrakiAAoona alssajidoona al-amiroona bialmaAAroofi waalnnahoona AAani almunkari waalhafithoona lihudoodi Allahi wabashshiri almu/mineena

9:112 (Dat zijn) degenen die (tot Allah) keren in berouw, die (Allah) aanbidden, die (Allah) verheerlijken/prijzen, die strijden (op de weg van Allah), die buigen (in het gebed voor Allah), die prostreren (voor Allah), die het goede stimuleert en het slechte verbied en die waakt over de grenzen van Allah. Geef het goede nieuws aan de gelovigen.

مَا کَانَ لِلنَّبِیِّ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اَنۡ یَّسۡتَغۡفِرُوۡا لِلۡمُشۡرِکِیۡنَ وَ لَوۡ کَانُوۡۤا اُولِیۡ قُرۡبٰی مِنۡۢ بَعۡدِ مَا تَبَیَّنَ لَہُمۡ اَنَّہُمۡ اَصۡحٰبُ الۡجَحِیۡمِ ﴿۱۱۳﴾

009.113 Ma kana lilnnabiyyi waallatheena amanoo an yastaghfiroo lilmushrikeena walaw kanoo olee qurba min baAAdi ma tabayyana lahum annahum as-habu aljaheemi

9:113 Het is niet toegestaan voor de profeet en voor degenen die geloven om vergeving te vragen voor de godenaanbidders, nadat het duidelijk voor hen geworden is dat ze de bewoners van de hel zijn. Zelfs als het om dichtbij zijnde verwanten gaat.

وَ مَا کَانَ اسۡتِغۡفَارُ اِبۡرٰہِیۡمَ لِاَبِیۡہِ اِلَّا عَنۡ مَّوۡعِدَۃٍ وَّعَدَہَاۤ اِیَّاہُ ۚ فَلَمَّا تَبَیَّنَ لَہٗۤ اَنَّہٗ عَدُوٌّ لِّلّٰہِ تَبَرَّاَ مِنۡہُ ؕ اِنَّ اِبۡرٰہِیۡمَ لَاَوَّاہٌ حَلِیۡمٌ ﴿۱۱۴﴾

009.114 Wama kana istighfaru ibraheema li-abeehi illa AAan mawAAidatin waAAadaha iyyahu falamma tabayyana lahu annahu AAaduwwun lillahi tabarraa minhu inna ibraheema laawwahun haleemun

9:114 De vergeving die Ibrahiem (Abraham) vroeg voor zijn vader, was slechts het naleven van een belofte die hij aan hem had gedaan. Echter, toen het hem duidelijk werd, dat hij (zijn vader) een vijand was van Allah, verbrak hij zijn band met hem. Voorzeker, Ibrahiem was iemand die medelevend en verdraagzaam was.

وَ مَا کَانَ اللّٰہُ لِیُضِلَّ قَوۡمًۢا بَعۡدَ اِذۡ ہَدٰىہُمۡ حَتّٰی یُبَیِّنَ لَہُمۡ مَّا یَتَّقُوۡنَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۱۱۵﴾

009.115 Wama kana Allahu liyudilla qawman baAAda ith hadahum hatta yubayyina lahum ma yattaqoona inna Allaha bikulli shay-in AAaleemun

9:115 En Allah laat een volk pas dwalen, nadat Hij hen geleid heeft en hen duidelijk heeft gemaakt, waarvoor ze vrees moeten hebben. Voorzeker, Allah is over alles Aliem (Alwetend). (Notitie zie ook 6:39)

اِنَّ اللّٰہَ لَہٗ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ یُحۡیٖ وَ یُمِیۡتُ ؕ وَ مَا لَکُمۡ مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مِنۡ وَّلِیٍّ وَّ لَا نَصِیۡرٍ ﴿۱۱۶﴾

009.116 Inna Allaha lahu mulku alssamawati waal-ardi yuhyee wayumeetu wama lakum min dooni Allahi min waliyyin wala naseerin

9:116 Voorzeker, aan Allah behoort het koninkrijk van de hemelen en de aarde. Hij geeft leven en Hij doet sterven. En er is voor jullie buiten Allah geen enkel beschermer, noch een helper.

لَقَدۡ تَّابَ اللّٰہُ عَلَی النَّبِیِّ وَ الۡمُہٰجِرِیۡنَ وَ الۡاَنۡصَارِ الَّذِیۡنَ اتَّبَعُوۡہُ فِیۡ سَاعَۃِ الۡعُسۡرَۃِ مِنۡۢ بَعۡدِ مَا کَادَ یَزِیۡغُ قُلُوۡبُ فَرِیۡقٍ مِّنۡہُمۡ ثُمَّ تَابَ عَلَیۡہِمۡ ؕ اِنَّہٗ بِہِمۡ رَءُوۡفٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۱۷﴾ۙ

009.117 Laqad taba Allahu AAala alnnabiyyi waalmuhajireena waal-ansari allatheena ittabaAAoohu fee saAAati alAAusrati min baAAdi ma kada yazeeghu quloobu fareeqin minhum thumma taba AAalayhim innahu bihim raoofun raheemun

9:117 Voorzeker, Allah keerde zich in barmhartigheid naar de profeet, de emigranten en de helpers die hen in de moeilijke tijden volgden. De harten van een deel van hen hadden de neiging om af te wijken. Dus wende Hij zich in barmhartigheid tot hen. Voorzeker, Hij is tot hen Raoef (de meest aardige), de Rahiem (de meest barmhartige).

وَّ عَلَی الثَّلٰثَۃِ الَّذِیۡنَ خُلِّفُوۡا ؕ حَتّٰۤی اِذَا ضَاقَتۡ عَلَیۡہِمُ الۡاَرۡضُ بِمَا رَحُبَتۡ وَ ضَاقَتۡ عَلَیۡہِمۡ اَنۡفُسُہُمۡ وَ ظَنُّوۡۤا اَنۡ لَّا مَلۡجَاَ مِنَ اللّٰہِ اِلَّاۤ اِلَیۡہِ ؕ ثُمَّ تَابَ عَلَیۡہِمۡ لِیَتُوۡبُوۡا ؕ اِنَّ اللّٰہَ ہُوَ التَّوَّابُ الرَّحِیۡمُ ﴿۱۱۸﴾٪

009.118 WaAAala alththalathati allatheena khullifoo hatta itha daqat AAalayhimu al-ardu bima rahubat wadaqat AAalayhim anfusuhum wathannoo an la maljaa mina Allahi illa ilayhi thumma taba AAalayhim liyatooboo inna Allaha huwa alttawwabu alrraheemu

9:118 En ook op de drie die thuis bleven. Toen de aarde voor hen te nauw werd ondanks zijn grote. En hun eigen zielen werden benauwd en ze waren overtuigd dat er geen toevluchtsoord was tegen Allah, behalve Allah zelf. Toen wende Hij (Allah) tot hen, zodat ze berouw konden hebben. Voorzeker Allah, Hij is de aanvaarder van het berouw, de Rahiem (de barmhartige).

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا اتَّقُوا اللّٰہَ وَ کُوۡنُوۡا مَعَ الصّٰدِقِیۡنَ ﴿۱۱۹﴾

009.119 Ya ayyuha allatheena amanoo ittaqoo Allaha wakoonoo maAAa alssadiqeena

9:119 O gelovigen! Vrees Allah en wees met degenen die streven naar de waarheid.

مَا کَانَ لِاَہۡلِ الۡمَدِیۡنَۃِ وَ مَنۡ حَوۡلَہُمۡ مِّنَ الۡاَعۡرَابِ اَنۡ یَّتَخَلَّفُوۡا عَنۡ رَّسُوۡلِ اللّٰہِ وَ لَا یَرۡغَبُوۡا بِاَنۡفُسِہِمۡ عَنۡ نَّفۡسِہٖ ؕ ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ لَا یُصِیۡبُہُمۡ ظَمَاٌ وَّ لَا نَصَبٌ وَّ لَا مَخۡمَصَۃٌ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ لَا یَطَـُٔوۡنَ مَوۡطِئًا یَّغِیۡظُ الۡکُفَّارَ وَ لَا یَنَالُوۡنَ مِنۡ عَدُوٍّ نَّیۡلًا اِلَّا کُتِبَ لَہُمۡ بِہٖ عَمَلٌ صَالِحٌ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُضِیۡعُ اَجۡرَ الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۱۲۰﴾ۙ

009.120 Ma kana li-ahli almadeenati waman hawlahum mina al-aAArabi an yatakhallafoo AAan rasooli Allahi wala yarghaboo bi-anfusihim AAan nafsihi thalika bi-annahum la yuseebuhum thamaon wala nasabun wala makhmasatun fee sabeeli Allahi wala yataoona mawti-an yagheethu alkuffara wala yanaloona min AAaduwwin naylan illa kutiba lahum bihi AAamalun salihun inna Allaha la yudeeAAu ajra almuhsineena

9:120 Het was niet naar behoren dat de inwoners van Medina en de bedoeÔenen die rondom hen verblijven, achterbleven en de boodschapper van Allah niet vergezelden (gedurende de strijd). En ook niet dat ze ze hun eigen leven verkiezen boven zijn leven (Mohammed v.z.m.h.). Dat is omdat ze geen dorst, moeheid of honger op de weg van Allah voelen. En ook hoeven ze zelf geen stappen te ondernemen om de ongelovigen kwaad te maken of om schade op een vijand toe te brengen. Toch wordt het (vergezellen van de profeet en alle handelingen gedurende de strijd) voor hen als een goede daad opgeschreven. Voorzeker, Allah laat de beloning van de mensen die goed doen niet verloren gaan. (Notitie: Het is Allah die doodt en alle handelingen verricht, zie 8:17-18.)

وَ لَا یُنۡفِقُوۡنَ نَفَقَۃً صَغِیۡرَۃً وَّ لَا کَبِیۡرَۃً وَّ لَا یَقۡطَعُوۡنَ وَادِیًا اِلَّا کُتِبَ لَہُمۡ لِیَجۡزِیَہُمُ اللّٰہُ اَحۡسَنَ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۲۱﴾

009.121 Wala yunfiqoona nafaqatan sagheeratan wala kabeeratan wala yaqtaAAoona wadiyan illa kutiba lahum liyajziyahumu Allahu ahsana ma kanoo yaAAmaloona

9:121 En als ze een bijdrage geven, hetzij klein of groot, of als ze zelfs een vallei oversteken, het wordt opgeschreven voor hen (als een goede daad), zodat Allah hen voor al hun daden in zijn volledigheid beloont. (Notitie: Allah doet geen onrecht aan, zelfs als het iets kleins betreft zoals een holte op een dadelpit, het wordt genoteerd, zie 4:124.)

وَ مَا کَانَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ لِیَنۡفِرُوۡا کَآفَّۃً ؕ فَلَوۡ لَا نَفَرَ مِنۡ کُلِّ فِرۡقَۃٍ مِّنۡہُمۡ طَآئِفَۃٌ لِّیَتَفَقَّہُوۡا فِی الدِّیۡنِ وَ لِیُنۡذِرُوۡا قَوۡمَہُمۡ اِذَا رَجَعُوۡۤا اِلَیۡہِمۡ لَعَلَّہُمۡ یَحۡذَرُوۡنَ ﴿۱۲۲﴾٪

009.122 Wama kana almu/minoona liyanfiroo kaffatan falawla nafara min kulli firqatin minhum ta-ifatun liyatafaqqahoo fee alddeeni waliyunthiroo qawmahum itha rajaAAoo ilayhim laAAallahum yahtharoona

9:122 Het is niet praktisch dat de gelovigen allen te samen uitrukken. Wanneer een gedeelte van ieder groep achter blijft, dan kunnen zich wijden aan het bestuderen van de Dien (het geloof). Wanneer dan hun eigen mensen terugkomen, dan kunnen ze hen doceren, zodat ze alert zijn (tegen het kwaad, van de grootheid van Allah, de dag des oordeels, etc ). (Notitie zie ook 25:52, hierin wordt opgedragen dat er ook gestreden moet worden met behulp van de Kuran.)

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا قَاتِلُوا الَّذِیۡنَ یَلُوۡنَکُمۡ مِّنَ الۡکُفَّارِ وَ لۡیَجِدُوۡا فِیۡکُمۡ غِلۡظَۃً ؕ وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ مَعَ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۱۲۳﴾

009.123 Ya ayyuha allatheena amanoo qatiloo allatheena yaloonakum mina alkuffari walyajidoo feekum ghilthatan waiAAlamoo anna Allaha maAAa almuttaqeena

9:123 O gelovigen! Strijd tegen de ongelovigen die dichtbij jullie zijn. Laat hen in jullie de hardheid vinden. En weet dat Allah met de Moettaqoen is.

وَ اِذَا مَاۤ اُنۡزِلَتۡ سُوۡرَۃٌ فَمِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّقُوۡلُ اَیُّکُمۡ زَادَتۡہُ ہٰذِہٖۤ اِیۡمَانًا ۚ فَاَمَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا فَزَادَتۡہُمۡ اِیۡمَانًا وَّ ہُمۡ یَسۡتَبۡشِرُوۡنَ ﴿۱۲۴﴾

009.124 Wa-itha ma onzilat sooratun faminhum man yaqoolu ayyukum zadat-hu hathihi eemanan faamma allatheena amanoo fazadat-hum eemanan wahum yastabshiroona

9:124 En wanneer er een Soerah (verzen) geopenbaard wordt, dan zullen sommige onder hen zeggen:" Wie van jullie is door dit in geloof toegenomen?" Wat de gelovigen betreft, ze zijn erdoor in geloof toegenomen en het heeft hun blij gemaakt.

وَ اَمَّا الَّذِیۡنَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ مَّرَضٌ فَزَادَتۡہُمۡ رِجۡسًا اِلٰی رِجۡسِہِمۡ وَ مَا تُوۡا وَ ہُمۡ کٰفِرُوۡنَ ﴿۱۲۵﴾

009.125 Waamma allatheena fee quloobihim maradun fazadat-hum rijsan ila rijsihim wamatoo wahum kafiroona

9:125 Maar wat betreft degenen met een ziekte in hun hart (hypocrisie), het heeft hen doen toenemen in slechtheid boven op hun slechtheid (die ze al bezaten). En ze sterven terwijl ze ongelovig zijn.

اَوَ لَا یَرَوۡنَ اَنَّہُمۡ یُفۡتَنُوۡنَ فِیۡ کُلِّ عَامٍ مَّرَّۃً اَوۡ مَرَّتَیۡنِ ثُمَّ لَا یَتُوۡبُوۡنَ وَ لَا ہُمۡ یَذَّکَّرُوۡنَ ﴿۱۲۶﴾

009.126 Awa la yarawna annahum yuftanoona fee kulli AAamin marratan aw marratayni thumma la yatooboona wala hum yaththakkaroona

9:126 Zien ze niet dat ze elke jaar ťťn keer of twee keer beproeft worden? Ondanks dat, keren ze niet tot berouw, noch schenken ze aandacht erop.

وَ اِذَا مَاۤ اُنۡزِلَتۡ سُوۡرَۃٌ نَّظَرَ بَعۡضُہُمۡ اِلٰی بَعۡضٍ ؕ ہَلۡ یَرٰىکُمۡ مِّنۡ اَحَدٍ ثُمَّ انۡصَرَفُوۡا ؕ صَرَفَ اللّٰہُ قُلُوۡبَہُمۡ بِاَنَّہُمۡ قَوۡمٌ لَّا یَفۡقَہُوۡنَ ﴿۱۲۷﴾

009.127 Wa-itha ma onzilat sooratun nathara baAAduhum ila baAAdin hal yarakum min ahadin thumma insarafoo sarafa Allahu quloobahum bi-annahum qawmun la yafqahoona

9:127 En wanneer een Surah (verzen) geopenbaard wordt, dan kijken sommige van hen naar anderen (met de gedachte:) "Is er iemand die ons ziet?" Vervolgens, gaan ze weg. Allah heeft hun harten doen keren (van het geloof), omdat ze mensen zijn die niet begrijpen.

لَقَدۡ جَآءَکُمۡ رَسُوۡلٌ مِّنۡ اَنۡفُسِکُمۡ عَزِیۡزٌ عَلَیۡہِ مَا عَنِتُّمۡ حَرِیۡصٌ عَلَیۡکُمۡ بِالۡمُؤۡمِنِیۡنَ رَءُوۡفٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۲۸﴾

009.128 Laqad jaakum rasoolun min anfusikum AAazeezun AAalayhi ma AAanittum hareesun AAalaykum bialmu/mineena raoofun raheemun

9:128 Voorzeker, er is een boodschapper tot jullie gekomen vanuit jullie eigen volk. Het is zwaar voor hem als jullie lijden. Hij is bezorgd over jullie en voor de gelovigen is hij aardig en barmhartig.

فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَقُلۡ حَسۡبِیَ اللّٰہُ ۫٭ۖ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ؕ عَلَیۡہِ تَوَکَّلۡتُ وَ ہُوَ رَبُّ الۡعَرۡشِ الۡعَظِیۡمِ ﴿۱۲۹﴾٪

009.129 Fa-in tawallaw faqul hasbiya Allahu la ilaha illa huwa AAalayhi tawakkaltu wahuwa rabbu alAAarshi alAAatheemi

9:129 Maar als ze toch afwenden, zeg dan:" Allah is voor mij voldoende. Er is geen deÔteit behalve Hij. Op Hem stel ik mijn vertrouwen en Hij is de Heer van de enorme troon."


www.kuran.nl